Tween-animatie creëren

De stappen voor het maken van getweende animaties.

Voordat u begint

Overweeg het volgende voordat u eigenschappen gaat animeren:

ActionScript is niet nodig. Zoals bij zoveel zaken in Animate is er geen ActionScript vereist voor animatie. Het is echter wel mogelijk om animatie tot stand te brengen met ActionScript.

Grondbeginselen van de tijdlijn en de bewerkingseigenschappen. Voordat u gaat werken met bewegings-tweens, dient u de standaardfuncties van de tijdlijn en de bewerkingseigenschappen te leren kennen. Zie Frames en hoofdframes voor informatie over de grondbeginselen.

U kunt afzonderlijke eigenschappenhoofdframes bewerken in het werkgebied, in Eigenschapcontrole of met de Bewegingseditor. Let erop dat het gebruik van de Bewegingseditor optioneel is bij het maken van verschillende typen van eenvoudige bewegings-tweens.

De bewegingseditor is verouderd in deze versie van Animate CC.

Alleen symboolinstanties en tekstvelden. Alleen symboolinstanties en tekstvelden worden getweend door Animate. Alle andere objecttypen worden in een symbool opgenomen wanneer er een tween op wordt toegepast. De symboolinstantie kan geneste symbolen bevatten, die op hun beurt kunnen worden getweend op hun eigen tijdlijnen.

Eén object per tween. De minimale bouwsteen in een tween-laag is een tween-reeks. Een tween-reeks in een tween-laag kan slechts één symboolinstantie of tekstveld bevatten. De symboolinstantie wordt het doel van de tween-reeks genoemd. Een enkel symbool kan echter meerdere objecten bevatten.

Het doel wijzigen. Als u een tweede symbool of tekstveld toevoegt aan de tween-reeks, wordt het oorspronkelijke symbool in de tween vervangen. U kunt het doelobject van een tween wijzigen door een ander symbool van de bibliotheek te slepen naar de tween-reeks in de tijdlijn of met behulp van de opdracht Wijzigen > Symbool > Symbool wisselen. U kunt het symbool uit een tween-laag verwijderen zonder de tween te verwijderen of te verbreken. U kunt vervolgens naderhand een andere symboolinstantie toevoegen aan de tween. U kunt ook altijd het type van het doelsymbool wijzigen of het symbool bewerken.

Bewegingspaden bewerken. Wanneer een tween beweging bevat, verschijnt er een bewegingspad in het werkgebied. Het bewegingspad toont de positie van het getweende object in elk frame. U kunt het bewegingspad in het werkgebied bewerken door de besturingspunten te slepen. U kunt geen bewegingsgeleider toevoegen aan een tween-/IK-laag.

Voor meer informatie over tweening met omgekeerde bewegingengaat u naar Animatie toevoegen aan een armatuur.

Hoe tweens worden toegevoegd aan de tijdlijn

Wanneer u een tween toevoegt aan een object op een laag, wordt een van de volgende handelingen uitgevoerd door Animate:

  • De laag wordt omgezet in een tween-laag.

  • Er wordt een nieuwe laag gemaakt om de originele stapelvolgorde van de objecten op de laag te behouden.

Lagen worden op basis van de volgende regels toegevoegd:

  • Als er behalve de selectie geen objecten op de laag staan, verandert de laag in een tween-laag.

  • Als de selectie zich onder aan de stapelvolgorde van de laag bevindt (onder alle andere objecten), maakt Animate een laag boven de originele laag. Deze nieuwe laag bevat de niet-geselecteerde elementen. De originele laag wordt een tween-laag.

  • Als de selectie zich boven aan de stapelvolgorde van de laag bevindt (boven alle andere objecten), maakt Animate een nieuwe laag. De selectie wordt naar de nieuwe laag verplaatst en die laag wordt een tween-laag.

  • Als de selectie zich in het midden van de stapelvolgorde van de laag bevindt (als er zich lagen boven en onder de selectie bevinden), maakt Animate twee lagen. Eén laag bevat de nieuwe tween en in een andere laag erboven bevinden zich de niet-geselecteerde elementen boven aan de stapelvolgorde. De niet-geselecteerde items onder aan de stapelvolgorde blijven in de oorspronkelijke laag, onder de nieuw toegevoegde lagen.

Een tween-laag kan naast tween-reeksen ook statische frames en ActionScript bevatten. Frames van een tween-laag die een tween-reeks bevat, kunnen echter geen andere objecten bevatten dan het getweende object. Als u aanvullende objecten wilt toevoegen in hetzelfde frame, plaatst u deze op afzonderlijke lagen.

Positie animeren met een tween

Zo verplaatst of verschuift u een object door het werkgebied:

  1. Selecteer een symboolinstantie of een tekstveld om in het werkgebied te tweenen. Het object kan zich bevinden in een van de volgende soorten lagen: normale laag, geleiderlaag, maskerlaag of gemaskeerde laag.

    Als de selectie andere objecten bevat of als het meerdere objecten uit een laag bevat, biedt Animate u de kans uw selectie om te zetten in een filmclipsymbool.

    Als u de selectie wilt omkeren, klikt u met de rechtermuisknop op het object en selecteert u Selectie omkeren.

  2. Ga als volgt te werk:

    • Kies Invoegen > Bewegings-tween.

    • Klik met de rechtermuisknop op de selectie of het huidige frame (Windows) of houd de Control-toets ingedrukt en klik op de selectie of het huidige frame (Macintosh). Kies vervolgens Bewegings-tween maken in het contextmenu.

    Als het dialoogvenster Selectie converteren naar symbool voor tween verschijnt, klikt u op OK om de selectie om te zetten in een filmclipsymbool.

    Wanneer het getweende object het enige item op de laag was, wordt de laag waarin het object zich bevindt door Animate omgezet in een tween-laag. Wanneer er zich andere objecten op de laag bevinden, voegt Animate lagen in om de stapelvolgorde te behouden. Animate plaatst het getweende object op een eigen laag.

    Wanneer het oorspronkelijke object alleen in het eerste frame van de tijdlijn voorkwam, bedraagt de lengte van de tween-reeks één seconde. Als het oorspronkelijke object aanwezig was in meerdere aaneengesloten frames, bevat de tween-reeks het aantal frames dat werd ingenomen door het oorspronkelijke object.

  3. Sleep een van de uiteinden van de tween-reeks in de tijdlijn om de reeks uit te breiden of in te korten naar het gewenste aantal frames. Eventuele eigenschapshoofdframes in de tween worden proportioneel verplaatst met het einde van de reeks.

    Als u het einde van een reeks wilt verplaatsen zonder dat de bestaande hoofdframes worden verplaatst, houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u het uiteinde van de tween-reeks sleept.

  4. Als u beweging wilt toevoegen aan de tween, plaatst u de afspeelkop op een frame in de tween-reeks en sleept u het object naar een nieuwe positie.

    Er verschijnt een bewegingspad in het werkgebied dat het pad aangeeft vanaf de positie in het eerste frame van de tween-reeks naar de nieuwe positie. Aangezien u de X- en Y-eigenschappen van het object expliciet hebt gedefinieerd, worden er aan het frame met de afspeelkop eigenschapshoofdframes voor X en Y toegevoegd. Eigenschapshoofdframes worden als kleine ruitjes weergegeven in de tween-reeks.

    Opmerking:

    In de tijdlijn worden standaard de eigenschapshoofdframes van alle soorten eigenschappen weergegeven. U bepaalt welke soorten eigenschapshoofdframes worden weergegeven door met de rechtermuisknop op de tween-reeks te klikken (Windows) of de Command-toets ingedrukt te houden en op de tween-reeks te klikken (Macintosh). Kies vervolgens Hoofdframes weergeven > type eigenschap.

  5. Als u een andere positie voor het object wilt opgeven, plaatst u de afspeelkop in een ander frame in de tween-reeks en sleept u het object in het werkgebied naar een andere positie.

    Het bewegingspad wordt aangepast en bevat alle opgegeven posities.

  6. Als u een 3D-rotatie of -positie wilt tweenen, gebruikt u het gereedschap 3D-rotatie of 3D-translatie. Let op dat u de afspeelkop in het frame plaatst waar u eerst het 3D-eigenschapshoofdframe wilt toevoegen.

Andere eigenschappen tweenen met de Eigenschapcontrole

Met de opdracht Bewegings-tween maken kunt u de meeste eigenschappen van een symboolinstantie of tekstveld animeren, zoals de rotatie, schaal, transparantie of de tint (alleen symbolen en TLF-tekst). U kunt bijvoorbeeld de alfa-eigenschap (transparantie) van een symboolinstantie bewerken om deze in het scherm te faden. Zie Tweenbare objecten en eigenschappen voor een lijst met de eigenschappen die u kunt animeren met bewegings-tweens.

  1. Selecteer een symboolinstantie of een tekstveld in het werkgebied.

    Als de selectie andere objecten bevat of als het meerdere objecten uit de laag bevat, kan met Animate de selectie omzetten in een filmclipsymbool.

  2. Kies Invoegen > Bewegings-tween.

    Als het dialoogvenster Selectie converteren naar symbool voor tween verschijnt, klikt u op OK om de selectie om te zetten in een filmclipsymbool.

    Wanneer u een tween toepast op een object dat alleen aanwezig is in één hoofdframe, wordt de afspeelkop verplaatst naar het laatste frame van de nieuwe tween. In alle andere gevallen wordt de afspeelkop niet verplaatst.

  3. Plaats de afspeelkop in het frame van de tween-reeks waar u een waarde voor de eigenschap wilt opgeven.

    U kunt de afspeelkop in elk ander frame van de tween-reeks plaatsen. De tween begint met de eigenschapswaarden in het eerste frame van de tween-reeks, dat altijd een eigenschapshoofdframe is.

  4. Selecteer het object in het werkgebied en stel een waarde in voor een andere eigenschap dan positie, zoals alfatransparantie, rotatie of scheeftrekken. Geef de waarde op met de Eigenschapcontrole of met een van de gereedschappen in het deelvenster Gereedschappen.

    Het huidige frame van de reeks wordt een eigenschapshoofdframe.

    Opmerking:

    U kunt verschillende typen eigenschapshoofdframes weergeven in tween-reeksen. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Macintosh) op een tween-reeks en kies Hoofdframes weergeven  > eigenschaptype in het contextmenu.

  5. Scrub de afspeelkop in de tijdlijn om een voorvertoning van de tween in het werkgebied te bekijken.

  6. Als u aanvullende eigenschapshoofdframes wilt toevoegen, verplaatst u de afspeelkop naar het gewenste frame in de reeks en stelt u in de Eigenschapcontrole een waarde voor de eigenschap in.

Een extra aanvullende tween toevoegen aan een bestaande tween-laag

U kunt aanvullende tweens toevoegen aan een bestaande tween-laag. Hierdoor hoeft u minder lagen te gebruiken wanneer u met Animate-inhoud met animaties maakt.

  1. Ga als volgt te werk:

    • Voeg een leeg hoofdframe toe aan de laag (Invoegen > Tijdlijn > Leeg hoofdframe), voeg items toe aan het hoofdframe en tween de items.
    • Maak een tween op een aparte laag en sleep de reeks naar de gewenste laag.
    • Sleep een statisch frame van een andere laag naar de tween-laag en voeg een tween toe aan een object in het statische frame.
    • Houd de Alt-toets (Windows) of de Option-toets (Macintosh) ingedrukt en sleep de muis als u een bestaande reeks uit dezelfde laag of uit een andere laag wilt dupliceren.
    • Kopieer en plak een tween-reeks van dezelfde laag of van een andere laag.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid