Aanbevolen werkwijzen voor het maken van overlays

Bronbestanden

  • Bij het maken van de bronelementen voor overlays is het handig om te weten bij welke overlays de pixels bij het uploaden opnieuw worden berekend (gecomprimeerd) en welke overlays worden doorgegeven. De pixels van bronelementen van presentaties, schuifbare frames en knoppen worden opnieuw berekend als PNG-afbeeldingen. U kunt voor deze overlays elke afbeeldingsindeling gebruiken. Voor de beste resultaten gebruikt u een effectieve waarde van ten minste 108 ppi voor afbeeldingen die zijn gecomprimeerd tijdens het uploaden.
  • Voor de bronelementen van panorama's, afbeeldingsreeksen, pan- en zoomafbeeldingen en audioskins worden bij het uploaden geen nieuwe pixels berekend; de bestaande instellingen worden doorgegeven. Gebruik een JPEG- of PNG-afbeeldingsindeling voor deze overlays. De opdracht Opslaan voor web in Photoshop is een goede manier om de bestandsomvang te verminderen en overbodige metagegevens te verwijderen waardoor het bestand groter wordt.
  • U minimaliseert de bestandsgrootte door JPEG-afbeeldingen met een gemiddelde compressie (50-80%) te gebruiken als bronbestanden. Gebruik PNG-afbeeldingen alleen als deze transparantie bevatten. Door overlay-afbeeldingen en video's te comprimeren, kan de omvang van het folio aanzienlijk worden beperkt.
  • Maak bronbestanden voor panorama's, afbeeldingsreeksen, inline video's, pan- en zoomafbeeldingen of audiocontrollers met de exacte afmetingen in pixels en 72 ppi. Voor passthrough-overlays worden vaak grotere afbeeldingen gemaakt dan nodig is en wordt het overlayframe vervolgens in InDesign verkleind.
Opmerking:

In Photoshop en Illustrator is de opdracht Bestand > Opslaan voor web vooral handig voor het opslaan van afbeeldingsbestanden met specifieke pixelafmetingen. Wanneer u afbeeldingen opslaat, kiest u Geen bij metagegevens. Met name voor afbeeldingenreeksen kan de bestandsgrootte onnodig toenemen vanwege de metagegevens.

Opmerking:

In Lightroom verkleint u de afbeeldingsgrootte door Bestand > Exporteren te kiezen en vervolgens een gecomprimeerde JPEG-indeling met sRGB-kleurruimte te selecteren. Minimaliseer de metagegevens om de bestandsomvang te verkleinen. Maak een voorinstelling voor de beste resultaten.

  • Als u overlays maakt die veel geheugen vragen, kan de prestatie van de viewer aanzienlijk worden vertraagd door het voorladen van deze overlays. Spreid zo mogelijk de overlays in uw ontwerp uit om te voorkomen dat meerdere overlays tegelijk worden voorgeladen. Als u bijvoorbeeld twee artikelen hebt met geneste overlays in schuifbare frames, kunt u overwegen een advertentie of een basisartikel tussen de twee artikelen te plaatsen. Transparantie in overlays of PDF-artikelen kan de laadduur voor pagina´s verlengen.
  • Zoek voor afbeeldingenreeksen de juiste balans tussen het aantal afbeeldingen en de mate van vloeiendheid. Als u te weinig afbeeldingen gebruikt, neemt de vloeiendheid af. Bij gebruik van te veel afbeeldingen nemen de foliogrootte en het geheugengebruik toe. Vermijd overbodige afbeeldingen in uw bestandenset met afbeeldingenreeksen.
  • Als u PDF-bestanden in uw presentatiestatus of inhoud met schuifbaar frame plaatst, gebruik dan niet-afgevlakte PDF 1.4 of hoger om witte lijnen te voorkomen.

Instellen

  • Voor panorama's, afbeeldingsreeksen, audioskins en lokale webinhoud-overlays maakt u een aparte map voor overlaybestanden. Gebruik het deelvenster Folio Overlays om een koppeling te maken naar deze map.
  • Zorg ervoor dat interactieve objecten niet doorlopen in het afloopgebied. Houd interactieve objecten binnen het paginaformaatgebied.
  • Geef uw overlays indien mogelijk duidelijke namen om het interpreteren van analysegegevens gemakkelijker te maken. Gebruik bijvoorbeeld 'Twitter-koppeling' in plaats van '4' en 'Cricket-presentatie' in plaats van 'object met meerdere statussen 2'.

Tips en richtlijnen

  • Wanneer u overlays gebruikt, kiest u Venster > Werkruimten > Digital Publishing voor betere toegang tot de interactieve deelvensters.

  • Gebruik een consistente methode om gebruikers te laten weten welke objecten interactief zijn. U kunt bijvoorbeeld posterafbeeldingen maken waarin pictogrammen worden gebruikt om verschillende soorten van interactiviteit aan te geven.

  • Bij het plaatsen van overlaybestanden in InDesign, bepaalt het formaat van het kader waar kan worden getikt om de interactieve inhoud te activeren.

  • In interactieve inhoud worden alleen basistransparantie-effecten zoals dekking en vermenigvuldigen ondersteund. Overvloeimodi worden niet ondersteund.

  • In sommige gevallen wilt u een afbeelding, zoals een masker voor een video, weergeven boven de overlay. Dit kunt u doen door een "dummyoverlay" te maken. Bekijk voorbeelden van dit trucje in de gratis app DPS Learn van Bob Bringhurst.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account