Wanneer u een tween-instantie over het werkgebied verplaatst, wordt een bewegingspad voor die animatie weergegeven in het werkgebied. Het bewegingspad is een lijn die de ruimtelijke beweging van de getweende instantie representeert. De punten (ook wel 'tween-punten' of 'framepunten' genoemd) staan voor de positie van het doelobject langs het pad op de tijdlijn. Dit zijn ofwel enkele frames of groepen met frames als u een lange tween-reeks hebt geselecteerd. 

U kunt het bewegingspad van een bewegings-tween op de volgende manieren bewerken of wijzigen:

  • De positie van het object in het gewenste frame in de tween-reeks wijzigen.

  • Het hele bewegingspad naar een andere locatie in het werkgebied verplaatsen.

  • De vorm of de omvang van het pad veranderen met het gereedschap Selecteren, Subselectie of Vrije transformatie.

  • De vorm of de omvang van het pad veranderen met het deelvenster Transformeren of Eigenschapcontrole.

  • De opdrachten in het menu Wijzigen > Transformeren gebruiken.

  • Een aangepaste lijn toepassen als bewegingspad.

  • De bewegingseditor gebruiken.

Gebruik de optie Bewegingspaden altijd weergeven als u alle bewegingspaden op alle lagen in het werkgebied tegelijk wilt weergeven. Dit is handig als u meerdere animaties ontwerpt op verschillende bewegingspaden die elkaar snijden. Als er een bewegingspad of tween-reeks is geselecteerd, kunt u deze optie kiezen in het optiemenu van de Eigenschapcontrole.

Verwijzingen

De vorm van een bewegingspad bewerken met de gereedschappen Selecteren en Subselectie

U kunt de vorm van een bewegingspad wijzigen met de gereedschappen Selecteren en Subselectie. Met het gereedschap Selecteren kunt u de vorm van een segment wijzigen door te slepen. Eigenschapshoofdframes in de tween verschijnen op het pad als controlepunten. Met het gereedschap Subselectie kunt u de besturingspunten en Bézier-grepen op het pad weergeven die overeenkomen met elk eigenschapshoofdframe voor positie. Met deze grepen kunt u de vorm van het pad aan weerszijden van de punten van het eigenschapshoofdframe.

Wanneer u een niet-lineair bewegingspad maakt, zoals een cirkel, kunt u het getweende object laten draaien tijdens het afleggen van het pad. U zorgt ervoor dat de stand ten opzichte van het pad constant blijft door de optie Plaatsen volgens pad te selecteren in de Eigenschapcontrole.

Een getweend object dat niet is gericht op het bewegingspad (links) en een getweend object dat wel is gericht op het bewegingspad (rechts).

  1. Klik op het gereedschap Selecteren in het deelvenster Gereedschappen.

  2. Klik op de tween-doelinstantie, zodat het bewegingspad wordt weergegeven in het werkgebied.

  3. Versleep een segment van het bewegingspad met behulp van het gereedschap Selecteren om de vorm ervan te wijzigen. Klik niet eerst om het segment te selecteren.

  4. Als u de Bézier-besturingspunten van het punt voor een eigenschapshoofdframe op het pad wilt weergeven, klikt u eerst op het gereedschap Subselectie en vervolgens op het pad.

    De punten van eigenschapshoofdframes verschijnen als controlepunten (kleine ruitjes) op het bewegingspad.

  5. Als u een besturingspunt wilt verplaatsen, versleept u dit met het gereedschap Subselectie.

  6. Als u de curve van het pad aan weerszijden van een besturingspunt wilt aanpassen, versleept u de Bézier-grepen van het besturingspunt met het gereedschap Subselectie.

    Als de handgrepen niet zijn verlengd, kunt u dit alsnog doen door het besturingspunt te slepen terwijl u Alt (Windows) of Option (Macintosh) ingedrukt houdt.

  1. Als u een ankerpunt wilt verwijderen, klikt u erop met het gereedschap Ankerpunt verwijderen. De meeste ankerpunten die met het gereedschap Selecteren worden gegenereerd, zijn boogpunten. Als u een ankerpunt wilt omzetten, klikt u op het ankerpunt met het gereedschap Ankerpunt omzetten. Het anker verandert in een hoekpunt.
  1. U kunt ook nieuwe Bezier-handgrepen uit een punt 'trekken' en deze op een nieuwe plek plaatsen, net als bij een standaardankerpunt.

Opmerking:

Ankerpunten kunnen niet aan het pad worden toegevoegd met het gereedschap Ankerpunt toevoegen.

De positie van het getweende object wijzigen

U kunt een bewegingspad heel eenvoudig bewerken door de doelinstantie van de tween in het werkgebied te verplaatsen naar een willekeurig frame binnen de tween-reeks. Als het huidige frame nog geen eigenschapshoofdframe heeft, wordt er een toegevoegd door Animate.

  1. Plaats de afspeelkop in het frame waarin u de doelinstantie wilt verplaatsen.
  2. Sleep de doelinstantie met het gereedschap Selecteren naar een nieuwe locatie in het werkgebied.

Het bewegingspad wordt aangepast en bevat nu de nieuwe locatie. Alle andere eigenschapshoofdframes in het bewegingspad blijven op hun oorspronkelijke locatie staan.

De locatie van een bewegingspad in het werkgebied wijzigen

U kunt het volledige bewegingspad in het werkgebied verslepen of de locatie ervan instellen in de Eigenschapcontrole.

  1. Klik op het gereedschap Selecteren in het deelvenster Gereedschappen.

  2. Selecteer het bewegingspad op een van de volgende manieren:

    • Klik op de tween-reeks in de tijdlijn en klik op het bewegingspad in het werkgebied.
    • Klik op het getweende object in het werkgebied en klik vervolgens op het bewegingspad.
    • Sleep een selectiekader rond het bewegingspad en de doelinstantie om beide te selecteren.
    • U kunt meerdere bewegingspaden selecteren door de Shift-toets ingedrukt te houden en op het bewegingspad van elke tween te klikken die u wilt bewerken (alleen CS5.5). U kunt ook een selectiekader om alle bewegingspaden slepen.
  3. Verplaats het bewegingspad op een van de volgende manieren:

    • Sleep het pad naar de gewenste locatie in het werkgebied.
    • Stel de X- en Y-waarden voor het pad in via de Eigenschapcontrole. De X- en Y-waarden hebben betrekking op de linkerbovenhoek van het selectiekader van het bewegingspad.
    • Gebruik de pijltoetsen om het bewegingspad te verplaatsen.

    Opmerking:

    Als u de doelinstantie van de tween en het bewegingspad wilt verplaatsen door een locatie voor het bewegingspad op te geven, selecteert u zowel de instantie als het pad en voert u de X- en Y-locatie in de Eigenschapcontrole in. Om een getweend object zonder bewegingspad te verplaatsen, selecteert u het object en voert u X- en Y-waarden in de Eigenschapcontrole in.

Een bewegingspad bewerken met het gereedschap Vrije transformatie

  1. Klik op het gereedschap Vrije transformatie in het deelvenster Gereedschappen.
  2. Klik op het bewegingspad met het gereedschap Vrije transformatie. Klik niet op de doelinstantie van de tween.
  3. Pas de schaal, hellingshoek of rotatie van het pad aan met het gereedschap Vrije transformatie.

Opmerking:

U kunt ook vrije transformaties uitvoeren op het bewegingspad. Hiervoor selecteert u het bewegingspad met het gereedschap Subselectie en drukt u vervolgens op de Ctrl-toets (Windows) of op de Command-toets (Macintosh). Vervolgens worden dezelfde besturingselementen weergegeven als bij het gereedschap Vrije transformatie. Vervolgens kunt u slepen om transformaties uit te voeren terwijl u de toets ingedrukt houdt.

Een bewegingspad verwijderen uit een tween

  1. Selecteer het bewegingspad in het werkgebied door er met het gereedschap Selecteren op te klikken.
  2. Druk op de toets Delete.

Een bewegingspad als lijn kopiëren

  1. Klik op het bewegingspad in het werkgebied om het te selecteren.
  2. Kies Bewerken > Kopiëren.

Vervolgens kunt u het pad op een andere laag plakken als een lijn of als een bewegingspad voor een andere bewegings-tween.

Een aangepaste lijn toepassen als bewegingspad

U kunt een lijn uit een aparte laag of uit een andere tijdlijn toepassen als bewegingspad voor een tween.

  1. Selecteer een lijn op een andere laag dan de tween-laag en kopieer deze naar het Klembord.
    De lijn mag niet gesloten zijn. U kunt alleen ononderbroken lijnen gebruiken.
  2. Selecteer een tween-reeks in de tijdlijn.
  3. Plak de lijn terwijl de tween-reeks nog steeds is geselecteerd.
    Animate past de lijn toe als het nieuwe bewegingspad voor de geselecteerde tween-reeks. De doelinstantie van de tween beweegt nu langs de nieuwe lijn.
  4. Als u het begin- en eindpunt van de tween wilt omwisselen, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of terwijl u Ctrl ingedrukt houdt (Macintosh) op de tween-reeks en selecteert u Bewegingspad > Pad omkeren in het contextmenu van de tween-reeks.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid