Dekking en overvloeimodi

Laatst bijgewerkt op 27 apr. 2021

Over dekking en overvloei-opties in lagen

De dekking van een laag bepaalt in welke mate deze de onderliggende laag verbergt of toont. Een laag met 1% dekking is bijna transparant, terwijl een laag met 100% dekking ondoorzichtig is. Transparante gebieden blijven transparant, ongeacht de dekkingsinstelling.

Je gebruikt overvloeimodi voor lagen om te bepalen hoe een laag overvloeit met de pixels in onderliggende lagen. Met overvloeimodi kun je verschillende speciale effecten creëren.

De dekking en overvloeimodus van een laag werken samen met de dekking en overvloeimodus van schildertools. Een laag gebruikt bijvoorbeeld de modus Verspreiden met 50% dekking. Je schildert op deze laag met het Penseel ingesteld op de modus Normaal met 100% dekking. De verf verschijnt in de modus Verspreiden met 50% dekking. Als een laag de modus Normaal gebruikt met 100% dekking en je het Gummetje gebruikt met 50% dekking, verdwijnt slechts 50% van de verf van de laag tijdens het gummen.

Lagen overvloeien

A. Bamboelaag en kaderlaag B. Bamboelaag met 100% dekking en modus Kleur doordrukken C. Bamboelaag met 50% dekking en modus Kleur doordrukken 

De dekking van een laag opgeven

Selecteer de laag in het deelvenster Lagen.
Voer in het deelvenster Lagen een waarde tussen 0 en 100 in voor Dekking of klik op de pijl rechts van het vak Dekking en sleep de schuifregelaar voor Dekking die verschijnt.

Een overvloeimodus voor een laag opgeven

Selecteer een laag die je hebt toegevoegd in het deelvenster Lagen.
Kies een optie in het pop-upmenu Overvloeimodus.

Alle dekkende gebieden in een laag selecteren

Je kunt snel alle ondoorzichtige gebieden in een laag selecteren. Deze procedure is handig wanneer je transparante gebieden wilt uitsluiten van een selectie.

Klik in het paneel Lagen met Command op de laagminiatuur:

Om de pixels aan een bestaande selectie toe te voegen, druk je op Command+Shift en klik je op de laagminiatuur in het paneel Lagen.

Om de pixels uit een bestaande selectie te verwijderen, druk je op Command+Option en klik je op de laagminiatuur in het paneel Lagen.

Om het snijpunt van de pixels en een bestaande selectie te laden, druk je op Command+Option+Shift en klik je op de laagminiatuur in het paneel Lagen.

Het transparantieraster aanpassen

Het schaakbordpatroon geeft transparantie in een laag aan. Je kunt de weergave van dit patroon wijzigen; wijzig het echter niet in effen wit, omdat je dan het visuele onderscheid tussen dekkend (wit) en transparant (schaakbordpatroon) wegneemt.

Kies Adobe Photoshop Elements Editor > Voorkeuren > Transparantie.

Kies een patroongrootte in het menu Rastergrootte.
Kies een patroonkleur in het menu Rasterkleuren. Om in plaats daarvan een aangepaste kleur te kiezen, klik je op een van de twee vakjes onder het menu Rasterkleur en selecteer je een kleur in de Kleurkiezer.