Met de effecten in Adobe Premiere Elements kunt u uw clips corrigeren, verbeteren en anderszins aanpassen. Voor alle effecten zijn vooraf standaardwaarden ingesteld, dus als u een effect toepast, verandert uw clip. U kunt waarden naar wens aanpassen en animeren.

Dit hoofdstuk bevat beschrijvingen van alle audio- en video-effecten die deel uitmaken van Adobe Premiere Elements. Alleen de effecteigenschapen en gereedschappen die uitleg behoeven, worden behandeld. In dit hoofdstuk komen geen effecten aan de orde die zijn geïnstalleerd met capture cards of insteekmodules van andere leveranciers.

Met de onderstaande voorbeelden krijgt u een indruk van een deel van de video-effecten die u vindt in Adobe Premiere Elements. Voor een voorvertoning van een effect dat niet in deze galerie staat, past u het desbetreffende effect toe en bekijkt u de voorvertoning ervan in het deelvenster Monitor. (Zie Effecten toepassen en voorvertonen.)

Aanpassen

Auto kleur, Auto contrast en Auto niveaus

Met Auto kleur, Auto contrast en Auto niveaus kunt u snel algemene wijzigingen in een clip aanbrengen. Met Auto kleur kunt u het contrast en de kleur van een clip aanpassen door de middentonen te neutraliseren en een limiet in te stellen voor het bereik van witte en zwarte pixels. Met Auto contrast kunt u het algemene contrast en de kleurenmix aanpassen zonder dat u kleurzwemen hoeft te introduceren of verwijderen. Met Auto niveaus kunt u de hooglichten en schaduwen automatisch laten corrigeren. Met Auto niveaus wordt elk kleurkanaal afzonderlijk aangepast, waardoor mogelijk kleurzwemen (tinten in een clip) worden verwijderd of geïntroduceerd. Elk effect beschikt over een of meer van de volgende eigenschappen:

Tijdelijk effenen

Hiermee wordt het bereik van aangrenzende frames bepaald dat wordt gebruikt om de benodigde hoeveelheid correctie vast te stellen voor elk frame, in verhouding tot omringende frames. Als Tijdelijk effenen bijvoorbeeld wordt ingesteld op 1 seconde, worden in Premiere Elements de frames 1 seconde vóór het weergegeven frame geanalyseerd om de juiste aanpassingen te bepalen. Als Tijdelijk effenen wordt ingesteld op 0, wordt in Premiere Elements elk frame afzonderlijk geanalyseerd zonder dat rekening wordt gehouden met de omringende frames. Tijdelijk effenen kan leiden tot vloeiender ogende correcties naarmate de tijd verloopt.

Scènedetectie

Hiermee stelt u in dat wijzigingen in scènes in Premiere Elements worden genegeerd wanneer Tijdelijk effenen is ingeschakeld.

Zwart wegsnijden en Wit wegsnijden

Hiermee bepaalt u in welke mate het effect de schaduwen en hooglichten beperkt binnen de nieuwe uiterste schaduw- (niveau 0) en hooglichtkleuren (niveau 255) in de clip. Hoe hoger de waarde hoe groter het contrast.

Neutrale middentonen magnetisch

(Alleen beschikbaar voor Auto kleur) Hiermee bepaalt u dat in Premiere Elements een gemiddelde, bijna neutrale (grijze) kleur in een clip wordt gezocht en de gammawaarden van die kleur worden aangepast zodat de kleur neutraal wordt.

Overvloeien in origineel

Hiermee geeft u het percentage op waarmee u het effect op de clip wilt toepassen.

Helderheid en contrast

Met het effect Helderheid en contrast past u de helderheid en het contrast van de volledige clip aan. De waarde 0,0 geeft aan dat de helderheid en het contrast niet worden gewijzigd.

Het effect Helderheid en contrast is de gemakkelijkste manier om eenvoudige aanpassingen te maken in het toonbereik van de clip. Met dit effect worden alle pixelwaarden in de clip (hooglichten, schaduwen en middentonen) tegelijk aangepast. Het effect Helderheid en contrast kan niet worden toegepast op afzonderlijke kleurkanalen.

Kanaalmixer

Elke clip in Premiere Elements wordt samengesteld op basis van drie kleurkanalen: rood, groen en blauw. Elk kanaal bevat de luminantiewaarden voor de desbetreffende kleur. Met het effect Kanaalmixer kunt u de waarden van een van deze kanalen toevoegen aan de andere kanalen en bijvoorbeeld de luminantie uit het groene kanaal toevoegen aan het rode kanaal. Gebruik dit effect voor creatieve kleuraanpassingen die u met de andere gereedschappen voor kleuraanpassing niet goed kunt uitvoeren. Selecteer het grijspercentage van de bijdrage van elk kleurkanaal en maak grijswaardenclips van hoge kwaliteit, maak hoogwaardige sepiatoonclips of clips met andere tinten en wissel kanalen om of dupliceer deze. U kunt dit effect bijvoorbeeld gebruiken om een blauw kanaal met veel ruis volledig te vervangen door de waarden uit een 'schoon' groen kanaal.

Bij elke eigenschap van Kanaalmixer in het deelvenster Eigenschappen wordt de kleurcombinatie vermeld. Links naast het koppelteken staat de naam van het uitvoerkanaal van de eigenschap, rechts die van het invoerkanaal. Bij de eigenschap Rood-Groen is rood bijvoorbeeld het uitvoerkanaal en groen het invoerkanaal. Hiermee kunt u de luminantie van het groene kanaal toevoegen aan het rode kanaal.

ac_22
Videoclip met rode, groene en blauwe kanalen

ac_channel_mixer_cm
Kanaalmixer, eigenschappen

A. Uitvoerkanaal B. Invoerkanaal C. Waarde 

De waarde rechts van elke eigenschapsnaam geeft aan welk percentage van het uitvoerkanaal wordt vermengd met het opgegeven invoerkanaal. Dit is een percentage tussen -200% en 200%.

Met de eigenschap Constant (Const) van elk uitvoerkanaal kunt u aangeven welke basiswaarde aan die uitvoer wordt toegevoegd. Met een Rood-Const-waarde van 50 wordt 50% van de volledige luminantie (50% van 255, ofwel ongeveer 127) toegevoegd aan elke pixel in het rode uitvoerkanaal.

Met de optie Monochrome wordt een grijswaardenclip gemaakt op basis van de waarden van het uitvoerkanaal. Monochrome is een nuttige optie wanneer u clips in grijswaarden wilt omzetten. Als u deze optie selecteert, de kanaalwaarden aanpast en vervolgens de optie uitschakelt, kunt u het overvloeien van elk kanaal afzonderlijk aanpassen, zodat het lijkt alsof de afbeelding met de hand is ingekleurd.

Kanalen in een clip mengen

  1. Pas het effect Kanaalmixer toe en klik vervolgens op de knop Toegepaste effecten. Als u het effect Kanaalmixer toepast en een kanaalwaarde naar links sleept, wordt de bijdrage aan het uitvoerkanaal verlaagd. Sleep de waarde naar rechts om de bijdrage van het kanaal aan het uitvoerkanaal te verhogen. U kunt ook op een onderstreepte waarde klikken, een waarde tussen ‑200 en +200 invoeren in het daarvoor bestemde vak en op Enter drukken. Met een negatieve waarde wordt het bronkanaal omgekeerd voordat dit aan het uitvoerkanaal wordt toegevoegd.
  2. (Optioneel) Sleep of typ een waarde voor de constante waarde van het kanaal. Met deze waarde wordt een basishoeveelheid van een kanaal aan het uitvoerkanaal toegevoegd.
  3. (Optioneel) Selecteer Monochrome als u dezelfde instellingen op alle uitvoerkanalen wilt toepassen. Er ontstaat dan een clip die alleen grijswaarden bevat.
  4. Klik op Gereed.

Extraheren

Met het effect Extraheren verwijdert u kleuren uit een videoclip of stilstaand beeld, waardoor een grijswaardenweergave met structuur ontstaat. U bepaalt de weergave van de clip door het bereik van de grijsniveaus op te geven die u wilt omzetten in wit of zwart.

Instellingen voor het effect Extraheren opgeven

  1. Pas het effect toe.
  2. Klik op de knop Toegepaste effecten en klik vervolgens op de knop Setup rechts van de effectnaam.
  3. Sleep in het dialoogvenster Instellingen Extraheren de twee driehoekjes onder het histogram (een diagram met het aantal pixels bij elk helderheidsniveau in het actieve hoofdframe) om het bereik in te stellen van de pixels die u in wit of zwart wilt omzetten. Pixels tussen de driehoekjes worden in wit omgezet. Alle overige pixels worden in zwart omgezet.
  4. Sleep de schuifregelaar voor zachtheid als u grijsniveaus wilt opnemen in de pixels die u in wit hebt omgezet. Een hogere waarde voor zachtheid leidt tot meer grijs.
  5. (Optioneel) Selecteer de optie Omkeren als u het bereik dat wordt omgezet in zwart-wit wilt omkeren en klik op OK.
  6. Klik op Gereed.

Retoucheren

Met het effect Retoucheren worden de instellingen van een videoversterker nagebootst. Met dit effect past u de helderheid, het contrast, de kleurtoon en de verzadiging van een clip aan.

Belichtingseffecten

Met het effect Belichtingseffecten kunt u vijf verschillende lichten gebruiken om een clip op artistieke wijze te belichten. Met dit effect kunt u belichtingseigenschappen instellen, zoals het belichtingstype, de invalshoek, de lichtsterkte, de kleur, het middelpunt van de belichting en de lichtspreiding. Verder kunt u de optie Grijsstructuurlaag instellen om structuren of patronen uit andere clips te gebruiken om speciale belichtingseffecten te maken waardoor het oppervlak bijvoorbeeld een 3D-aanzicht krijgt.

Waarden beperken

Met het effect Posterize bepaalt u het aantal toonniveaus (of helderheidswaarden) voor elk kanaal in een clip en wijst u pixels toe aan het dichtstbijzijnde overeenkomende niveau. Als u bijvoorbeeld twee toonniveaus kiest in een RGB-clip, krijgt u twee tonen voor rood, twee tonen voor groen en twee tonen voor blauw. De waarden variëren van 2 tot en met 255. Hoewel de resultaten van dit effect het opvallendst zijn wanneer u het aantal grijsniveaus in een grijswaardenclip verlaagt, ontstaan met Posterize ook interessante effecten in kleurenclips.

Gebruik Level om het aantal toonniveaus aan te passen voor elk kanaal waaraan met Waarden beperken bestaande kleuren worden toegewezen.

Schaduw/hooglicht

Met het effect Schaduw/hooglicht kunt u onderwerpen met schaduw in een clip lichter maken of de hooglichten verminderen. Met dit effect maakt u een clip niet in algemene zin donkerder of lichter, maar past u de schaduwen en hooglichten afzonderlijk aan op basis van de omliggende pixels. U kunt ook het algemene contrast van een clip aanpassen. De standaardinstellingen zijn geoptimaliseerd voor het corrigeren van clips met problematische achtergrondbelichting.

Auto hoeveelheden

Met deze optie worden hooglicht- en schaduwproblemen die het gevolg zijn van problemen met de achtergrondbelichting, automatisch geanalyseerd en gecorrigeerd. Deze optie is standaard geselecteerd. Schakel de selectie van deze optie uit als u problemen met schaduwen en hooglichten handmatig wilt verhelpen.

Hoeveelheid schaduw

Hiermee kunt u de schaduwen in de clip lichter maken. Dit besturingselement is alleen actief als Auto hoeveelheden niet is geselecteerd.

Hoeveelheid hooglicht

Hiermee maakt u de hooglichten in de clip donkerder. Dit besturingselement is alleen actief als Auto hoeveelheden niet is geselecteerd.

Tijdelijk effenen

Hiermee wordt het bereik van aangrenzende frames bepaald dat wordt geanalyseerd om de benodigde hoeveelheid correctie vast te stellen voor elk frame, in verhouding tot de omringende frames. Als Tijdelijk effenen bijvoorbeeld wordt ingesteld op 1 seconde, worden de frames 1 seconde vóór het weergegeven frame geanalyseerd om de juiste aanpassingen voor schaduwen en hooglichten te bepalen. Als Tijdelijk effenen wordt ingesteld op 0, wordt elk frame afzonderlijk geanalyseerd zonder dat rekening wordt gehouden met de omringende frames. Tijdelijk effenen kan leiden tot vloeiender ogende correcties in de loop van de tijd. Dit besturingselement is alleen actief als Auto hoeveelheden is geselecteerd.

Scènedetectie

Hiermee stelt u in dat wijzigingen in scènes worden genegeerd wanneer Tijdelijk effenen is ingeschakeld.

Overvloeien in origineel

Hiermee geeft u het percentage op waarmee u het effect op de clip wilt toepassen.

Breid de categorie Meer opties uit om de volgende besturingselementen weer te geven:

Toonbreedte schaduw en Toonbreedte hooglicht

Hiermee bepaalt u het bereik van aanpasbare tonen in de schaduwen en hooglichten. Met lagere waarden beperkt u het aanpasbare bereik tot alleen de donkerste respectievelijk de lichtste gebieden. Met hogere waarden breidt u het aanpasbare bereik uit. Deze besturingselementen zijn nuttig voor het isoleren van gebieden die u wilt aanpassen. Als u bijvoorbeeld een donker gebied lichter wilt maken zonder dat dit gevolgen heeft voor de middentonen, stelt u een lagere waarde in voor Toonbreedte schaduw, zodat bij het aanpassen van de hoeveelheid schaduw alleen de donkerste gebieden van een clip lichter worden.

Straal schaduw en Straal hooglicht

Hiermee bepaalt u het formaat (in pixels) van het gebied rondom een pixel aan de hand waarvan het effect vaststelt of de pixel zich in een schaduw of een hooglicht bevindt. Normaal gesproken is deze waarde ongeveer gelijk aan het formaat van het onderwerp van interesse in uw beeldmateriaal.

Kleurcorrectie

Hiermee bepaalt u de mate van kleurcorrectie die het effect toepast op de aangepaste schaduwen en hooglichten. Hoe hoger de waarde, hoe verzadigder de kleuren. Hoe drastischer de correctie die u toepast op de schaduwen en hooglichten, hoe groter het beschikbare bereik voor kleurcorrectie.

Tip: Als u de kleur in de hele clip wilt wijzigen, gebruikt u het effect Kleurtoon/verzadiging nadat u het effect Schaduw/hooglicht hebt toegepast.

Contrast middentonen

Hiermee bepaalt u de mate van contrast die het effect toepast op de middentonen. Bij een hogere waarde wordt het contrast alleen in de middentonen vergroot, terwijl tegelijkertijd de schaduwen donkerder worden gemaakt en de hooglichten lichter.

Zwart wegsnijden en Wit wegsnijden

Hiermee bepaalt u in welke mate het effect de schaduwen en hooglichten wegsnijdt tot de nieuwe uiterste schaduw- (niveau 0) en hooglichtkleuren (niveau 255) in de clip. Hoe hoger de waarde hoe groter het contrast.

Vervagen en verscherpen

Anti-alias (Alleen Windows)

Met het effect Anti-alias laat u de randen tussen gebieden met sterk verschillende kleuren in elkaar overvloeien. Wanneer overvloeiing wordt toegepast op kleuren, ontstaan tussenliggende tinten waardoor de overgangen tussen donkere en lichte gebieden geleidelijker lijken.

opmerking: u kunt geen hoofdframes op het effect Anti-alias toepassen.

ac_26
Anti-alias

A. Anti-alias uitgeschakeld B. Anti-alias ingeschakeld 

Snel vervagen

Met het effect Snel vervagen kunt u opgeven in welke mate u een clip wilt vervagen. U kunt opgeven of de vervaging horizontaal, verticaal of in beide richtingen wordt toegepast. Met Snel vervagen worden gebieden sneller vervaagd dan met Gaussiaans vervagen.

Gaussiaans vervagen

Met het effect Gaussiaans vervagen wordt de clip vervaagd en verzacht en wordt ruis verwijderd. U kunt opgeven of de vervaging horizontaal, verticaal of in beide richtingen wordt toegepast. (Gaussiaans verwijst naar de klokvormige curve die wordt gegenereerd doordat de kleurwaarden van de betrokken pixels worden toegewezen.)

Schim (alleen Windows)

Met het effect Schim wordt het actieve frame bedekt met transparanten van de direct voorafgaande frames. Dit effect is bijvoorbeeld nuttig als u het bewegingspad van een bewegend object, zoals een stuiterende bal, wilt weergeven. U kunt geen hoofdframes op dit effect toepassen.

ac_31
Schim, effect

Verscherpen (alleen Windows)

Met het effect Verscherpen verhoogt u het contrast op plaatsen waar zich kleurwijzigingen voordoen.

Kanaal

Omkeren

Met het effect Omkeren (video) keert u de kleurgegevens van een clip om.

Kanaal

Hiermee bepaalt u welk kanaal of welke kanalen u wilt omkeren. Elke groep items functioneert in een bepaalde kleurruimte en keert de gehele clip in die kleurruimte of in slechts één kanaal om. RGB bestaat uit drie additieve-kleurkanalen: rood, groen en blauw. HLS bestaat uit drie berekende-kleurkanalen: kleurtoon, helderheid en verzadiging. YIQ is de NTSC-kleurruimte voor luminantie en chrominantie, waarbij Y het luminantiesignaal vormt en I en Q de signalen voor de in-fase en kwadratuurchrominantie. Alfa, geen kleurruimte, vormt een manier waarop het alfakanaal van de clip kan worden omgekeerd.

Overvloeien in origineel

Hiermee combineert u de omgekeerde clip met het origineel. U kunt een fade op de omgekeerde clip toepassen.

Kleurcorrectie

Automatische tint en levendigheid

Voor het effect Automatische tint worden de automatische instellingen van Adobe Premiere Elements gebruikt voor belichting, helderheid, contrast, zwart en wit. U kunt ervoor kiezen om de standaardinstellingen te gebruiken of de parameters te bewerken na toepassing van het effect op een clip.

Opmerking:

De parameters voor Automatische tint worden automatisch toegepast op elk frame. De waarde voor Levendigheid moet u zelf instellen.

Levendigheid voorkomt dat kleuren te verzadigd raken wanneer de verzadigingswaarden hun maximum hebben bereikt. U kunt levendigheid bijvoorbeeld gebruiken om oververzadiging van huidskleuren te voorkomen. Deze instelling heeft meer invloed op de verzadigingsniveaus van kleuren met weinig verzadiging dan op de verzadigingsniveaus van kleuren met veel verzadiging.

Driewegkleurcorrectie

Met het effect Driewegkleurcorrectie kunt u subtiele correcties aanbrengen in de kleurtoon, verzadiging en helderheid van de schaduwen, middentonen en hooglichten in een clip. Geef het kleurbereik voor de correctie op met gebruik van de besturingselementen voor secundaire kleurcorrectie om uw aanpassingen te perfectioneren.

nf_threewaycolor_effect
Bewerkingsopties voor de functie Driewegkleurcorrectie

Toonbereik

Wanneer u een voorvertoning van een afbeelding weergeeft met gebruik van Toonbereik, worden de zwarte gebieden (schaduwen), de grijze gebieden (middentonen) en de witte gebieden (hooglichten) in een afbeelding weergegeven.

Voorvertoning beïnvloed gebied

Hiermee geeft u de gebieden in de afbeelding weer waarop de wijzigingen worden toegepast. Als u bijvoorbeeld de middentonen corrigeert, worden de grijze gebieden in uw afbeelding weergegeven waarop de correctie van toepassing is.

Zwartbalans, Grijsbalans, Witbalans

Hiermee kent u zwartbalans, grijsbalans of witbalans aan een clip toe. Voor Witbalans is de doelkleur bijvoorbeeld zuiver wit. Met Driewegkleurcorrectie worden de kleuren in de afbeelding verschoven, zodat de doelkleur wit lijkt. Gebruik de Pipet-gereedschappen om een monster van een doelkleur te nemen in de afbeelding of kies een kleur in de Adobe Kleurkiezer.

ap_07
Kleurcorrecties met gebruik van de kleurenschijf

A. Hoek kleurtoon B. Balansgrootte C. Versterking balans D. Balanshoek 

Kleurtoonhoek voor hooglichten/middentonen/schaduwen

Hiermee roteert u de kleur in de richting van een doelkleur. De standaardwaarde is 0. Negatieve waarden roteren linksom langs de omtrek van de kleurenschijf en positieve waarden roteren rechtsom.

Balansgrootte voor hooglichten/middentonen/schaduwen

Hiermee bepaalt u de intensiteit van de kleur die in de video wordt opgenomen. U verlaagt de grootte (intensiteit) door de cirkel bij het middelpunt vandaan te verplaatsen. U kunt de intensiteit perfectioneren door de handgreep Balansversterking te verplaatsen.

Balansversterking voor hooglichten/middentonen/schaduwen

Hiermee beïnvloedt u de relatieve grofheid of fijnheid van de aanpassing Balansgrootte en Balanshoek. Voor subtiele aanpassingen plaatst u de loodrechte handgreep van dit besturingselement vlak bij het middelpunt van de schijf. Voor grovere aanpassingen verplaatst u de handgreep naar de buitenste ring.

Verzadiging voor hooglichten/middentonen/schaduwen

Hiermee past u de verzadiging in de hooglichten, middentonen en schaduwen aan. De standaardwaarde is 100. Deze waarde houdt in dat de kleuren niet worden beïnvloed. Waarden lager dan 100 verminderen de verzadiging. De waarde 0 houdt in dat alle kleuren helemaal worden verwijderd. Waarden hoger dan 100 resulteren in kleuren met meer verzadiging.

Balanshoek

Hiermee verschuift u de videokleur in de richting van een doelkleur. Als u de cirkel voor Balansgrootte naar een specifieke kleurtoon verplaatst, wordt de kleur dienovereenkomstig aangepast. De gecombineerde aanpassing van Balansgrootte en Balansversterking bepaalt de intensiteit van de verschuiving.

HSL Tuner

U kunt de kleurtoon, verzadiging en helderheid van bepaalde kleuren in een afbeelding of video aanpassen met behulp van het HSL-tunereffect. Gebruik de besturingselementen voor schuiven in het deelvenster Toegepaste effecten om de kleurtoon, helderheid of verzadiging voor de volgende kleuren in de afbeelding aan te passen:

  • Rood
  • Oranje
  • Geel
  • Groen
  • Aquablauw
  • Blauw
  • Paars
  • Magenta

De HSL-tunereffecten bieden u de mogelijkheid om uw video een filmische vormgeving te geven.

 

 

hslTuner

Gedeelde tint

Gebruik de kleurbalansaanpassing om de schaduwen en hooglichten van de afbeelding in twee verschillende kleuren te optimaliseren.

Gebruik het effect Gesplitste tinten om de hooglichten in uw afbeelding met een bepaalde kleur weer te geven en de schaduwen met een andere kleur. U kunt het beste resultaat bereiken als de hooglichten en schaduwen in de afbeelding van tegengestelde kleuren zijn. Gebruik de schuifregelaars Kleurtoon en Verzadiging om de kleurtoon en verzadiging zowel voor hooglichten als voor schaduwen aan te passen

splitTone

Vervormen

Opmerking:

Alle opties voor Vervormen zijn alleen beschikbaar onder Windows.

Buigen (alleen Windows)

Met het effect Buigen vervormt u een clip door een golf weer te geven die zich verticaal en horizontaal door de clip verplaatst. U kunt verschillende golfvormen maken met uiteenlopende grootten en snelheden. Als u de volgende effecteigenschappen voor de horizontale afmeting, de verticale afmeting of beide afmetingen wilt wijzigen, selecteert u de clip met het effect in de tijdlijn van de Professionele weergave. Klik op de knop Toegepaste effecten en klik vervolgens op de knop Setup rechts van de effectnaam in het deelvenster Toegepaste effecten.

Richting

Hiermee geeft u de richting van de golf op. Met de instelling In loopt de golvende beweging naar het midden van de clip. Met de instelling Uit beginnen golven in het midden en rollen ze naar de rand van de clip.

Golf

Hiermee geeft u de vorm van de golf op. U kunt kiezen uit sinus, cirkel, driehoek of vierkant.

Intensiteit

Hiermee geeft u de hoogte van de golf op.

Snelheid

Hiermee geeft u de frequentie van de golf op. Als u alleen een horizontale of verticale golf wilt maken, verplaatst u de schuifregelaar Snelheid helemaal naar links voor de richting die u niet wilt.

Breedte

Hiermee geeft u de breedte van de golf op.

Hoekpunt

Met het effect Hoekpunt vervormt u een clip door de positie van een van de vier hoeken van de afbeelding te wijzigen. U kunt zo een clip uitrekken, verkleinen of schuintrekken, of perspectief of een draaiende beweging vanaf de rand van een laag simuleren, zoals een deur die opengaat.

ac_29
Hoekpunt

A. Originele clip B. Hoek verplaatst C. Uiteindelijke clip 

Lensvervorming

Met het effect Lensvervorming simuleert u een vervormde lens waardoor u de clip weergeeft.

Kromming

Hiermee wijzigt u de kromming van de lens. Met een negatieve waarde wordt de clip holrond weergegeven en met een positieve waarde bolrond.

Verticaal decentreren en Horizontaal decentreren

Hiermee verplaatst u het brandpunt van de lens en ontstaat een verbogen en uitgestreken clip. Bij zeer hoge of zeer lage instellingen wordt de clip om de eigen as gewikkeld.

Verticaal prisma FX en Horizontaal prisma FX

Het resultaat van deze effecten lijkt op dat van verticaal en horizontaal decentreren, maar bij zeer hoge of lage waarden wordt de clip niet om de eigen as gewikkeld.

Vulkleur

Hiermee stelt u de achtergrondkleur in.

Vulling alfakanaal

Als dit effect is geselecteerd, wordt de achtergrond transparant en zijn onderliggende tracks zichtbaar. U activeert deze optie vanuit het deelvenster Toegepaste effecten door op de knop Setup rechts van de effectnaam te klikken.

Spiegelen

Met het effect Spiegelen wordt een spiegelbeeld van de clip gemaakt dat wordt gedraaid om een door u aangegeven punt aan de zijkant. U kunt zowel de positie van het draaipunt als de weerspiegelingshoek in de loop van de tijd aanpassen.

Middelpunt weerspiegeling

Met de eerste waarde bepaalt u de horizontale positie van het draaipunt. Met de tweede waarde bepaalt u de verticale positie.

Hoek weerspiegeling

Met deze waarde bepaalt u de hoek waarmee het spiegelbeeld om het draaipunt wordt gedraaid.

Rimpel (alleen Windows)

Met het effect Rimpel ontstaat een golvend patroon op een clip, net als rimpels in een vijver. U kunt de vorm, mate, richting, achtergrondkleur en het patroon van de rimpels aanpassen.

Bol

Met het effect Bol wikkelt u een clip rond een ronde vorm zodat u objecten en tekst een driedimensionaal aanzien geeft. Als u de grootte van een bol wilt instellen, voert u een radiuswaarde tussen 0,1 en 2500 in. Als u het effect wilt plaatsen, voert u horizontale of verticale waarden in voor het middelpunt van de bol.

Transformeren

Met het effect Transformeren past u tweedimensionale, geometrische transformaties toe op een clip. Gebruik het effect Transform om een clip langs een willekeurige as schuin te trekken. Pas het effect Transform toe in plaats van de vaste effecten van de clip als u de instellingen voor het ankerpunt, de positie, schaal of dekking wilt renderen voordat andere standaardeffecten worden gerenderd.

Ankerpunt

Hiermee bepaalt u het punt, in een x,y-coördinaat, waar de clip rond wordt geschaald of schuingetrokken.

Positie

Hiermee bepaalt u de positie, in een x,y-coördinaat, van het midden (ankerpunt) van de clip.

Schaalhoogte

Hiermee stelt u de toe- of afname van de schaalhoogte in als een percentage van de hoogte van de bronclip.

Schaalbreedte

Hiermee stelt u de toe- of afname van de schaalbreedte in als een percentage van de breedte van de bronclip.

Uniforme schaal

Hiermee schaalt u de hoogte en de breedte proportioneel.

Schuintrekken

Hiermee bepaalt u de mate waarin u de clip wilt schuintrekken.

As voor schuintrekken

De as waarlangs de clip wordt schuingetrokken. Als de waarde voor Schuintrekken 0 is, heeft het wijzigen van de as geen gevolgen voor de clip.

Rotatie

Hiermee bepaalt u het aantal volledige rotaties van de clip en de mate waarin de clip roteert.

Dekking

Hiermee stelt u de dekking van de clip in percentages in.

opmerking: Transformeren is een effect uit Adobe After Effects dat het besturingselement voor de sluiterhoek en de optie voor compositie gebruiken bevat; beide zijn alleen beschikbaar in Adobe After Effects.

Kronkel

Met het effect Twirl roteert u een clip rond het middelpunt van de clip. De rotatie rond het middelpunt is scherper dan langs de randen van de clip.

Golf verdraaien

Met het effect Golf verdraaien vervormt u een clip zodat deze de vorm van een golf aanneemt.

Type golf

Met de opties in het pop-upmenu bepaalt u de vorm van de golf.

Hoogte golf

Hiermee geeft u de hoogte van de golf op.

Breedte golf

Hiermee bepaalt u de afstand tussen de top van een golf en de top van de daarop volgende golf.

Richting

Hiermee geeft u de richting van de golf op in graden.

Snelheid golf

Hiermee bepaalt u de snelheid van de golfbeweging tijdens het afspelen.

Vastzetten

Met de opties in het pop-upmenu bepaalt u de richting van de golf.

Fase

Hiermee geeft u in graden het beginpunt van de golfcyclus op.

Anti-aliasing

Met de opties in het pop-upmenu bepaalt u de mate van vervaging voor de randen van de golven.

Genereren

Zon

Met het effect Zon simuleert u de breking die ontstaat als fel licht in de lens van de camera schijnt.

Middelpunt zon

Hiermee bepaalt u de locatie voor het middelpunt van de zon.

Helderheid zon

Hiermee geeft u het helderheidspercentage op. U kunt een waarde invoeren tussen 0 en 300%.

Type lens

Hiermee selecteert u het type lens dat u wilt simuleren.

Overvloeien in origineel

Met deze optie bepaalt u de mate waarin het effect overvloeit in de bronclip.

Schrijven

Maakt een effect waarbij het lijkt alsof tekst met de hand op het scherm wordt geschreven. Het belangrijkste aspect van dit effect bestaat uit het animeren van de positie van het effect Schrijven. Dit gebeurt door hoofdframes te maken in het deelvenster met besturingselementen voor het effect. U wordt aangeraden dit effect alleen voor video's te gebruiken. De prestaties kunnen sterk afnemen als dit effect wordt toegepast op stilstaande beelden of synthetische clips.

  1. Selecteer het effect Schrijven in het deelvenster Effecten en pas het toe op een videoclip op de tijdlijn.

  2. Selecteer de clip op de tijdlijn en vouw het effect (Schrijven) uit in het deelvenster Toegepaste effecten.

  3. Plaats de bewerkingslijn aan het begin van de clip.

  4. Sleep de kleine cirkel met een plus (+) in het midden op het venster Monitor, naar de plek waar u wilt beginnen met schrijven.

  5. Om de penseelpositie te animeren, opent u het besturingselement voor het hoofdframe en schakelt u de toets naast de parameter Penseelpositie in of uit.

  6. Verhoog de penseelgrootte van 2 naar een hogere waarde (bijvoorbeeld 10)

  7. Verplaats de huidige-tijdindicator enkele frames op de tijdlijn om de punt van het gereedschap Schrijven op een nieuwe locatie te zetten. Herhaal dit meerdere keren, indien nodig, en bekijk een voorvertoning van het effect.

    Opmerking: u kunt de andere parameters, zoals Hardheid, Dekking penseel, enzovoort, ook aanpassen en animeren.

Retoucheren

Zwart-wit

Met het effect Zwart-wit zet u een kleurenclip om in grijswaarden (de kleuren worden dan als grijstinten weergegeven). U kunt geen hoofdframes op dit effect toepassen.

Kleurbalans (HLS)

Met het effect Kleurbalans (HLS) past u het kleurtoon-, helderheids- en verzadigingsniveau van een clip aan.

Kleurtoon

Hiermee bepaalt u het kleurschema van de clip.

Lichtheid

Hiermee stelt u de helderheid van de clip in.

Verzadiging

Hiermee bepaalt u de intensiteit van de kleuren in de clip.

opmerking: Met een verzadigingswaarde van -100 wordt een film omgezet in grijswaarden.

Kleurbalans (RGB)

Met het effect Kleurbalans wijzigt u kleuren in de clip door de RGB-niveaus aan te passen. Sleep de schuifregelaars Rood, Groen en Blauw om het niveau van elke kleur aan te passen.

Kleurcontrole (alleen Windows)

Met het effect Kleurcontrole zet u een clip om in grijswaarden, met uitzondering van opgegeven kleuren. U kunt het effect Kleurcontrole gebruiken om nadruk te leggen op een bepaald gedeelte van een clip. Zo kunt u in een clip van een basketbalwedstrijd de basketbal markeren door deze te selecteren en de kleur ervan te behouden, terwijl u de rest van de clip in grijswaarden weergeeft. Houd er echter rekening mee dat u met het effect Kleurcontrole alleen kleuren en geen objecten in een clip kunt isoleren.

Instellingen voor Kleurcontrole opgeven

  1. Pas het effect toe.

  2. Selecteer in het deelvenster Projectelementen de clip met het effect en klik op de knop Toegepaste effecten. Klik vervolgens op de knop Setup rechts van de effectnaam in het deelvenster Toegepaste effecten.

  3. Selecteer in het dialoogvenster Instellingen Kleurcontrole de kleur die u wilt behouden door te klikken op de desbetreffende kleur in het gebied Sample van clip links in het venster (de aanwijzer neemt nu de vorm aan van een pipet) of door te klikken op de kleurstaal en een kleur te selecteren in het dialoogvenster Kleurkiezer.

  4. Sleep de schuifregelaar Gelijksoortigheid om het bereik van de opgegeven kleur te vergroten of te verkleinen.

  5. Selecteer de optie Omkeren en klik op OK als u het effect wilt omkeren, zodat alle kleuren behalve de opgegeven kleur worden behouden.

  6. Klik op Gereed.

Kleur vervangen (alleen Windows)

Met het effect Kleur vervangen vervangt u alle instanties van een geselecteerde kleur door een nieuwe kleur, terwijl eventuele grijswaarden behouden blijven. Met dit effect kunt u de kleur van een object in een clip wijzigen door de kleur te selecteren en vervolgens de besturingselementen aan te passen om een andere kleur te maken.

Een kleur vervangen

  1. Pas het effect toe.

  2. Selecteer het effect in het deelvenster Projectelementen en klik op de knop Toegepaste effecten. Klik vervolgens op de knop Setup rechts van de effectnaam in het deelvenster Toegepaste effecten.

  3. Selecteer in het dialoogvenster Kleur vervangen de kleur die u wilt vervangen door te klikken op de desbetreffende kleur in het gebied Sample van clip links in het venster (de aanwijzer neemt nu de vorm aan van een pipet) of door te klikken op de staal Doelkleur en een kleur te selecteren in het dialoogvenster Kleurkiezer.

  4. Klik op de staal Kleur vervangen en kies de vervangende kleur.

  5. Als u het bereik van de te vervangen kleur wilt vergroten of verkleinen, sleept u de schuifregelaar Gelijksoortigheid.

  6. Selecteer de eigenschap Effen kleuren als u de opgegeven kleur wilt vervangen zonder grijswaarden te behouden en klik op OK.

  7. Klik op Gereed.

Gammacorrectie

Met het effect Gammacorrectie maakt u een clip lichter of donkerder zonder de schaduwen en hooglichten veel te veranderen. Met dit effect worden de helderheidsniveaus van de middentonen (de middengrijze niveaus) aangepast, terwijl donkere en lichte gebieden ongewijzigd blijven. De standaardwaarde voor de gammainstelling is 7. U kunt een gammawaarde instellen van 1 tot en met 28.

Tint

Met het effect Tint verandert u de kleurgegevens van een clip. Voor elke pixel geeft u met de luminantiewaarde een overvloeiing tussen twee kleuren op. Met Map Black To en Map White To bepaalt u aan welke kleuren donkere en lichte pixels worden toegewezen. Aan tussenliggende pixels worden tussenliggende waarden toegewezen. Met Amount To Tint stelt u de intensiteit van het effect in.

Keying

Zie Objecten boven elkaar plaatsen en transparantie voor informatie over het maken van transparantie met gebruik van keyingeffecten.

Alfa aanpassen

Gebruik het effect Alfa aanpassen in plaats van het effect Dekking wanneer u de standaardrendervolgorde van vaste effecten moet wijzigen. Wijzig het dekkingspercentage om transparantieniveaus te maken. U kunt de volgende besturingselementen gebruiken om het alfakanaal in de clip te interpreteren.

Opmerking:

Met dit effect wordt het alfakanaal van slechts één instantie van een clip genegeerd of omgekeerd. Als u het alfakanaal van elke versie van de clip wilt aanpassen, gebruikt u de opdracht Beeldmateriaal interpreteren.

Alfa negeren

Hiermee negeert u het alfakanaal van de clip.

Alfa omdraaien

Met dit effect keert u de transparante en dekkende gebieden van de clip om.

Alleen masker

Met deze optie geeft u alleen het alfakanaal weer.

an_05
Alfa aanpassen

A. Clip met alfakanaal B. Alfa negeren C. Alfa omdraaien D. Alleen masker 

Key blauw scherm en Key groen scherm (Alleen Windows)

Met het effect Key blauw scherm en Key groen scherm worden alle clippixels die overeenkomen met een standaard groen of blauw scherm uitgenomen, zodat ze transparant worden. Hiermee wordt doorgaans een blauwe of groene achtergrond vervangen door een andere clip, zoals het blauwe scherm bij het weerbericht op tv wordt vervangen door een weerkaart.

Key blauw scherm en Key groen scherm zijn het meest effectief voor beelden met een heldere, gelijkmatig belichte standaard blauwe of groene achtergrond. Zorg dat de personen of objecten die u voor de achtergrond plaatst niet dezelfde kleuren hebben als de achtergrond (tenzij de personen of objecten beschikken over gebieden die u ook transparant wilt maken). Voor beeldmateriaal met een eenkleurige achtergrond die niet aan deze vereisten voldoet, kunt u Chromakey of Videomerge proberen.

U kunt de volgende instellingen aanpassen in het deelvenster Toegepaste effecten:

Drempel

Hiermee bepaalt u de mate van blauw of groen voor de transparante gebieden in de clip. Als u de drempelregelaar naar links sleept, neemt de transparantie toe. Met de optie Alleen masker kunt u de zwarte (transparante) gebieden weergeven terwijl u de schuifregelaar sleept.

Afsnijden

Hiermee stelt u de dekking in van de ondoorzichtige gebieden die met de optie Drempel worden ingesteld. Sleep de regelaar Afsnijden naar rechts om het dekkingspercentage te verhogen. Met de optie Alleen masker kunt u de witte (ondoorzichtige) gebieden weergeven terwijl u de schuifregelaar Afsnijden sleept.

Effenen

Hiermee bepaalt u de mate van anti-aliasing (zachter maken) die wordt toegepast op de grens tussen transparante en ondoorzichtige gebieden. Kies Geen als u scherpe randen zonder anti-aliasing wilt maken. Deze optie is handig als u scherpe lijnen wilt behouden, zoals lijnen in titels. Kies Hoog of Laag om meer of minder effenen toe te passen.

Alleen masker

Met deze optie geeft u alleen het alfakanaal van de clip weer. Zwart staat voor transparante gebieden, wit voor ondoorzichtige gebieden en grijs voor deels transparante gebieden.

Chromakey (alleen Windows)

Het effect Chromakey maakt kleuren of een kleurenbereik transparant. U kunt deze key gebruiken voor een scène die is opgenomen tegen een achtergrondscherm dat een bereik van één kleur heeft, zoals een vaagblauw scherm. Selecteer een keykleur door te klikken op de kleurstaal of door te klikken op het pipet en een kleur te selecteren in het deelvenster Monitor. U kunt het bereik van transparante kleuren vergroten of verkleinen door het tolerantieniveau aan te passen. U kunt bovendien de randen van het transparante gebied doezelen, zodat een vloeiende overgang tussen de transparante gebieden en de dekkende gebieden ontstaat.

ac_28
Chromakey

A. Originele clip B. Blauwe kleur uitgenomen C. Clip op tweede track D. Uiteindelijke samengestelde clip 

Opmerking:

Pas het effect Chromakey meerdere malen toe op een clip om meerdere kleuren uit te nemen.

Pas de volgende Chromakey-instellingen naar wens aan:

Gelijksoortigheid

Hiermee vergroot of verkleint u het kleurbereik dat transparant wordt gemaakt. Hoe hoger de waarde, des te groter het bereik.

Overvloeien

Hiermee vloeit de clip waarop u keying toepast, over in de onderliggende clip. Bij hogere waarden laat u een groter deel van de clip overvloeien.

Drempel

Hiermee bepaalt u het aantal schaduwen in het kleurbereik waarop u keying hebt toegepast. Bij hogere waarden zijn er meer schaduwen.

Afsnijden

Hiermee maakt u schaduwen lichter of donkerder. Sleep naar rechts om schaduwen donkerder te maken. Sleep echter niet verder dan de schuifregelaar voor de drempel, omdat grijze en transparante pixels anders worden omgekeerd.

Effenen

Hiermee bepaalt u de mate van anti-aliasing die wordt toegepast op de grens tussen transparante en ondoorzichtige gebieden. Met anti-aliasing laat u pixels overvloeien, zodat de randen zachter en regelmatiger worden. Kies Geen als u scherpe randen zonder anti-aliasing wilt maken. Deze optie is handig als u scherpe lijnen wilt behouden, zoals lijnen in titels. Kies Hoog of Laag om meer of minder effenen toe te passen.

Alleen masker

Met deze optie wordt alleen het alfakanaal van de clip weergegeven, zoals dat is aangepast door de keyinginstellingen. Als Alleen masker is geselecteerd, worden ondoorzichtige gebieden van een clip wit weergegeven, worden transparante gebieden zwart weergegeven en worden gedeeltelijk transparante gebieden grijs weergegeven. Verwijder alle grijze gebieden om een heldere tint met een duidelijke rand te verkrijgen.

Effect Andere matte

Met het effect Andere matte wordt transparantie gemaakt door een bronclip te vergelijken met een andere clip en vervolgens worden pixels in het bronbeeld weggefilterd die zowel qua positie als qua kleur overeenkomen met het andere beeld. Het effect wordt meestal gebruikt voor het wegfilteren van een statische achtergrond achter een bewegend object, dat vervolgens op een andere achtergrond wordt geplaatst. De andere clip is vaak gewoon een frame van achtergrondbeeldmateriaal (dit is materiaal dat wordt weergegeven voordat het bewegende object in beeld komt). Om die reden kan het effect Andere matte het best worden gebruikt voor scènes die zijn opgenomen met een stilstaande camera en een achtergrond zonder beweging.

ac_difference_matte
Effect Andere matte

A. Origineel B. Achtergrondbeeld C. Afbeelding op tweede track D. Uiteindelijke samengestelde afbeelding 

Matte ongewenste details (vierpuntig, achtpuntig en zestienpuntig)

Gebruik deze effecten om een matte voor ongewenste details met vier, acht of 16 aanpassingspunten toe te passen voor meer gedetailleerde keying. Nadat u het effect hebt toegepast, klikt u op de knop Toegepaste effecten en klikt u vervolgens op de effectnaam in het deelvenster Toegepaste effecten om de handgrepen van de matte voor ongewenste details weer te geven in het deelvenster Monitor. Als u de matte wilt aanpassen, sleept u de handgrepen in het deelvenster Monitor.

Key afbeelding met matte, effect

Met het effect Key afbeelding met matte worden transparante gebieden gebaseerd op het alfakanaal of de helderheidswaarden van een afbeelding met matte. U bereikt de meest voorspelbare resultaten door een beeld dat uit grijswaarden bestaat te gebruiken voor de beeldmatte, tenzij u kleuren in de clip wilt wijzigen. De kleur in de beeldmatte verwijdert dezelfde mate van kleur uit de clip waarop u keying toepast. Witte gebieden in de clip die overeenkomen met rode gebieden in de beeldmatte worden bijvoorbeeld blauw-groen weergegeven (want in een RGB-beeld bestaat wit uit 100% rood, 100% blauw en 100% groen); omdat rood ook transparant wordt in de clip, behouden alleen blauw en groen hun oorspronkelijke waarden. Selecteer de gewenste matte door te klikken op de knop Setup in het deelvenster Toegepaste effecten.

ac_image_matte
Een stilstaand beeld dat is gebruikt als matte (links) bepaalt de transparante gebieden in de bovenliggende clip (midden) en maakt de achtergrondclip zichtbaar (rechts).

Alfamatte

De clips worden samengesteld met gebruik van de alfakanaalwaarden van de beeldmatte.

Luminantiematte

De clips worden samengesteld met gebruik van de luminantiewaarden van de beeldmatte.

Key luminantie, effect

Met het effect Key luminantie worden alle gebieden van een laag met een opgegeven luminantie of helderheid weggefilterd. Gebruik dit effect als de luminantiewaarde van het object waarvan u een matte wilt maken, sterk afwijkt van die van de bijbehorende achtergrond. Als u bijvoorbeeld een matte wilt maken voor muzieknoten tegen een witte achtergrond, kunt u de heldere waarden wegfilteren; de donkere muzieknoten worden dan de enige ondoorzichtige gebieden.

ac_75
Witte achtergrond van origineel (boven en links) wordt verwijderd met het effect Key luminantie en samengesteld boven de onderliggende laag (rechts).

Drempel

Hiermee bepaalt u het bereik van donkerdere waarden die transparant zijn. Bij hogere waarden neemt het transparantiebereik toe.

Afsnijden

Hiermee stelt u de dekking in van de niet-transparante gebieden die met de schuifregelaar voor Drempel worden ingesteld. Hoe hoger de waarde, des te groter de transparantie.

Tip: U kunt het effect Key luminantie ook gebruiken om lichte gebieden weg te filteren door bij Drempel een lage waarde en bij Afsnijden een hoge waarde op te geven.

Key niet-rood

Met Key niet-rood maakt u groene of blauwe achtergronden transparant. Het effect is vergelijkbaar met het effect Key blauw scherm en Key groen scherm, maar met Key niet-rood kunt u ook twee clips laten overvloeien. Bovendien leidt dit effect tot minder onregelmatigheden rond de randen van ondoorzichtige objecten. Gebruik Key niet-rood om groene schermen transparant te maken wanneer u het overvloeien moet regelen of wanneer u met Key blauw scherm of Key groen scherm niet het gewenste resultaat bereikt.

In het deelvenster Toegepaste effecten worden de volgende instellingen voor Key niet-rood aangepast:

Drempel

Hiermee bepaalt u de mate van blauw of groen voor de transparante gebieden in de clip. Als u de drempelregelaar naar links sleept, neemt de transparantie toe. Met de optie Alleen masker kunt u de zwarte (transparante) gebieden weergeven terwijl u de schuifregelaar sleept.

Afsnijden

Hiermee stelt u de dekking in van de niet-transparante gebieden die met de optie Drempel worden ingesteld. Hoe hoger de waarde, des te groter de transparantie. Sleep naar rechts totdat het ondoorzichtige gebied naar wens is.

Randen wegnemen

Hiermee verwijdert u achtergebleven groene of blauwe schermkleur van de randen van de ondoorzichtige gebieden van een clip. Kies Geen als u deze optie wilt uitschakelen. Kies Groen of Blauw als u achtergebleven kleur op een rand wilt verwijderen uit beeldmateriaal met een groen respectievelijk blauw scherm.

Effenen

Hiermee bepaalt u de mate van anti-aliasing (zachter maken) die wordt toegepast op de grens tussen transparante en ondoorzichtige gebieden. Kies Geen als u scherpe randen zonder anti-aliasing wilt maken. Deze optie is handig als u scherpe lijnen wilt behouden, zoals lijnen in titels. Kies Hoog of Laag om meer of minder effenen toe te passen.

Alleen masker

Met deze optie geeft u alleen het alfakanaal van de clip weer. Zwart staat voor transparante gebieden, wit voor ondoorzichtige gebieden en grijs voor deels transparante gebieden.

Opmerking:

U kunt Key niet-rood combineren met Key blauw scherm, Key groen scherm of Videomerge voor probleemgebieden.

Matte verwijderen, effect

Met het effect Matte verwijderen worden kleuronregelmatigheden verwijderd uit clips waarin een kleur is geïntegreerd. Dit is nuttig wanneer alfakanalen worden gecombineerd met vullingstructuren uit aparte bestanden. Wanneer u beeldmateriaal importeert met een geïntegreerd alfakanaal, moet u mogelijk halo's uit een beeld verwijderen. Halo's worden veroorzaakt door een sterk contrast tussen de kleur van het beeld en de achtergrondkleur (ofwel mattekleur). U kunt de halo's verwijderen door de kleur van de matte te verwijderen of aan te passen.

Kies de kleur van de matte in het menu Soort matte.

Effect Key doel-RGB (Alleen Windows)

Het effect Key doel-RGB is een eenvoudigere versie van het effect Chromakey. Met dit effect kunt u een bereik voor de doelkleur selecteren, maar u kunt het beeld niet laten overvloeien en u kunt de transparantie in grijswaarden niet aanpassen. Gebruik het effect Key doel-RGB voor scènes die fel verlicht zijn en geen schaduwen bevatten, of voor ruwe montages die niet in detail hoeven te worden aangepast.

Kleur

Hiermee bepaalt u welke kleur in de video transparant wordt gemaakt door het masker.

Gelijksoortigheid

Hiermee vergroot of verkleint u het bereik voor de doelkleur dat transparant wordt gemaakt. Hoe hoger de waarde, des te groter het bereik.

Effenen

Hiermee bepaalt u de mate van anti-aliasing (zachter maken) die wordt toegepast op de grens tussen transparante en ondoorzichtige gebieden. Kies Geen als u scherpe randen zonder anti-aliasing wilt maken. Deze optie is handig als u scherpe lijnen wilt behouden, zoals lijnen in titels. Kies Hoog of Laag om meer of minder effenen toe te passen.

Alleen masker

Met deze optie geeft u alleen het alfakanaal van de clip weer. Zwart staat voor transparante gebieden, wit voor ondoorzichtige gebieden en grijs voor deels transparante gebieden.

Slagschaduw

Hiermee voegt u een schaduw toe die 50% grijs en 50% ondoorzichtig is, met een verschuiving van 4 pixels omlaag en naar rechts ten opzichte van de ondoorzichtige gebieden van het originele clipbeeld. Deze optie is het meest geschikt voor eenvoudige graphics zoals titels.

Key track met matte

Met het effect Key track met matte wordt een clip op de achtergrond zichtbaar door een andere, bovenliggende clip waarbij een derde bestand als masker wordt gebruikt om transparante delen in de bovenliggende clip te maken. Voor dit effect zijn twee clips en een masker nodig, die elk op een eigen track zijn geplaatst. De witte delen van het masker zijn ondoorzichtig in de bovenliggende clip, zodat de onderliggende clips daar niet zichtbaar zijn. De zwarte delen in het masker zijn transparant en de grijze deels transparant.

U kunt mattes op verschillende manieren maken:

  • Ontwerp tekst of vormen in de weergave Titels (gebruik alleen beelden die uit grijswaarden bestaan als u keyingeffecten met luminantiegegevens wilt gebruiken), sla de titel op en importeer het bestand als uw matte.

  • Maak een matte van een willekeurige clip door het keyingeffect Videomerge, Chromakey, Key blauw scherm, Key groen scherm of Key niet-rood te gebruiken en vervolgens de optie Alleen masker van het betreffende effect te kiezen.

  • Maak in Adobe Photoshop Elements, Adobe Illustrator of Adobe Photoshop een grijswaardenafbeelding en importeer deze in Premiere Elements.

Voor dit effect zijn de volgende opties beschikbaar:

Matte

Dit zijn de videotracks met de clips die als masker kunnen worden gebruikt. Kies een track uit de lijst.

Samenstelling met gebruik van

Als u in dit pop-upmenu Alfamatte selecteert, wordt de transparantie van het masker ingesteld op basis van het alfakanaal van het masker. Als u Luminantiematte selecteert, wordt de transparantie gebaseerd op de luminantie of helderheid van het masker.

Omdraaien

Met dit effect wordt de volgorde van de onderliggende en bovenliggende clips omgedraaid.

NewBlue-effecten in Elements

Airbrush

Met het effect Airbrush ontstaat een spuitbuseffect doordat kleuren vager worden terwijl de randen scherp blijven.

Spray

Hiermee kunt u de breedte van het mondstuk van de spuitbus instellen. Met een hogere waarde voor Spray vloeien de kleuren in grotere gebieden in elkaar over. Met een lagere waarde worden afzonderlijke kleurdetails duidelijker.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Inkleuren

Met het effect Inkleuren wordt de afbeelding omgezet in een zwart-witafbeelding, en worden bepaalde gebieden vervolgens verbeterd aan de hand van één of twee door u op te geven kleuren. De gebieden die worden verbeterd, zijn de gebieden die een of meer van de opgegeven kleuren bevatten. U kunt de twee dominerende kleuren voor de afbeelding opgeven en instellen hoeveel kleur wordt toegepast.

Als u slechts één kleur wilt gebruiken, sleept u de waarde voor de sterkte van één kleur naar 0.

Kleur A en Kleur B

Hiermee geeft u de dominerende kleuren in de afbeelding op. Gebruik het pipet als u puntkleuren rechtstreeks in de afbeelding wilt selecteren of klik op het kleurstaal om een kleur uit de kleurkiezer te selecteren. De helderheid of matheid hebben geen invloed op de resultaten, maar de kleurtoon is wel belangrijk. Zo levert het selecteren van een donkergroene kleur of een lichtgroene kleur hetzelfde resultaat op. U kunt de kleur verfijnen door te klikken op het kleurstaal en de kleur aan te passen in de kleurkiezer.

Sterkte A en Sterkte B

Hiermee stelt u de invloed van de desbetreffende kleur in. Hoe sterker de kleur, des te hoger de mate waarin de kleur wordt gebruikt voor de aangrenzende kleurtonen.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Lijntekening

Met het effect Lijntekening wordt een afbeelding omgezet in een reeks stippen en lijnen op een achtergrond met een effen kleur.

Papier

Hiermee stelt u de achtergrondkleur in. Gebruik het pipet als u een kleur rechtstreeks in de afbeelding wilt selecteren of klik op het kleurstaal om een kleur uit de Kleurkiezer te selecteren.

Inkt

Hiermee stelt u de kleur in van de pen waarmee de lijnen worden getekend. Kies een kleur met het pipet of een kleurstaal.

Dichtheid

Hiermee stelt u de mate van detail voor het tekenen van lijnen in. Hoe verder naar links de instelling is, hoe minder lijnen worden getekend. Naarmate de schuifregelaar verder naar rechts wordt gesleept, worden de structuren met steeds meer lijnen gevuld.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Metallic

Met het effect Metallic komt een afbeelding eruit te zien alsof deze uit metaal is geslagen. U kunt de kleur van het metaal instellen, evenals het gedrag ervan en de mate waarin het wordt gecombineerd met de originele afbeelding.

Kleur

Hiermee geeft u de kleur van het metaal op. Gebruik het pipet als u een kleur rechtstreeks in de afbeelding wilt selecteren of klik op het kleurstaal om een kleur uit de Kleurkiezer te selecteren.

Metaal

Hiermee bepaalt u hoeveel metaal in de afbeelding wordt opgenomen. In combinatie met retoucheren kunt u met dit effect een mooie verhouding van metaal en originele foto instellen.

Afbeelding

Met dit effect bepaalt u in welke mate de originele foto wordt gecombineerd met het metaal. Door metaal met de originele kleuren te mengen, wordt een veel mooier resultaat bereikt. Voor meer helderheid stelt u voor zowel Metal als Picture een hoge waarde in.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Pastelschets

Met het effect Pastelschets worden kleuren zachter en worden scherpe lijnen langs de randen getekend, waardoor de afbeelding lijkt op een schilderij in pastelkleuren.

Dichtheid

Hiermee stelt u de mate van detail voor het tekenen van lijnen in. Sleep naar links om een kleiner aantal lijnen in te stellen en sleep naar rechts om een groter aantal lijnen in te stellen.

Overvloeien

Hiermee bepaalt u hoe de originele afbeelding wordt gecombineerd met de getekende afbeelding. Sleep naar rechts als u meer van de originele afbeelding zichtbaar wilt maken. Sleep naar links als u de afbeelding meer op een schets wilt laten lijken.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

NewBlue Film-look

Oude film

Met het effect Oude film ziet uw film eruit als een oude film, compleet met krassen, trillingen en korreligheid die u kunt aanpassen voor een optimaal effect.

Beschadiging

Hiermee kunt u de mate van beschadiging van de film instellen, waaronder slijtage en krassen.

Kleur-sepia-zwart-wit

Hiermee verandert u de film van kleur in sepia in zwart-wit.

Jitter

Hiermee bepaalt u de mate van camerabeweging in de scène.

Slijtagepatroon

Met dit effect stelt u de stijl van de filmslijtage in. Gebruik dit effect samen met het effect Damage.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

NewBlue-bewegingseffecten in Elements

Actieve camera

Met het effect Actieve camera wordt elke mogelijke camerabewegingen gesimuleerd, van nerveuze handbewegingen tot extreme trillingen, tot een zeer rustig beweging.

Horizontaal

Hiermee bepaalt u het bewegingsbereik langs de horizontale as (heen en weer).

Verticaal

Hiermee bepaalt u het bewegingsbereik langs de verticale as (op en neer).

Uitsnijden

Hiermee vergroot u het beeld vergroot, zodat dit niet aan de randen van camerabewegingen wordt afgekapt. Afhankelijk van de instellingen voor Horizontaal en Verticaal sleept u dit besturingselement precies ver genoeg om alle zichtbare beeldranden te verbergen.

Snelheid

Hiermee stelt u de snelheid in waarmee de camera van de ene positie overgaat op de andere.

Jitter

Hiermee stelt u de mate en intensiteit in van willekeurige camerabewegingen terwijl de camera van de ene positie overgaat op de andere.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Aardbeving

Met het effect Aardbeving wordt de chaos van een aardbeving gesimuleerd door het beeld te bewegen, roteren en vervagen, alsof de camera sterk heen en weer wordt geschud.

Omvang

Met dit effect stelt u het bewegingsbereik in. Sleep naar links voor subtiele bewegingen. Sleep naar rechts voor het grootst mogelijke bewegingsbereik.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Trekkracht

Met het effect Trekkracht worden de beelden verdraaid met een schuintrekkende vervaging langs twee assen. Stelt u zich bijvoorbeeld een rij boeken op een boekenplank voor, die naar rechts leunen. Als u ze naar links duwt, leunen ze naar links. Met Trekkracht wordt de schuintrekking (hoek) van het eerste beeld vergroot of verkleind, en vervolgens wordt het beeld in de schuintrekrichting vervaagd.

H schuin

Hiermee wordt schuintrekken in horizontale richting ingesteld. Wanneer het beeld in horizontale richting wordt schuingetrokken, neemt de vervaging toe naar de zijkanten, gezien vanaf het middelpunt van waaruit het beeld wordt schuingetrokken.

V schuin

Hiermee wordt schuintrekken in verticale richting ingesteld. Wanneer het beeld in verticale richting wordt schuingetrokken, neemt de vervaging toe naar de boven- en onderzijde, gezien vanaf het middelpunt van waaruit het beeld wordt schuingetrokken.

Hoek

Hiermee wordt de schuintrekkingsvervaging in graden geroteerd.

Midden

Hiermee geeft u het middelpunt van de schuintrekkingsvervaging op.

Overvloeien

Hiermee bepaalt u in welke mate vervaging wordt opgenomen in het beeld. Sleep zo ver mogelijk naar links als u de vervaging wilt laten verdwijnen. Sleep naar rechts als u het vervagingspercentage wilt laten toenemen totdat het originele beeld volledig is vervangen door het vervaagde beeld.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Zoomen en vervagen

Met het effect Zoomen en vervagen wordt zoomen met de camera in een opname gesimuleerd terwijl bewegingsvervaging wordt toegepast die u kunt verhogen of verlagen voor een dramatisch effect.

Zoomen

Hiermee bepaalt u de mate van het zoomen. Sleep naar rechts voor meer vergroting van het beeld. Naarmate de vergroting toeneemt, ontstaat een vervaging die begint bij het originele beeld en die wordt uitgebreid tot de vergrote versie van het beeld.

Overvloeien

Hiermee bepaalt u in welke mate vervaging wordt opgenomen in het niet-vervaagde beeld. Als Overvloeien zo ver mogelijk naar links wordt ingesteld, verdwijnt de vervaging. Sleep naar rechts als u het vervagingspercentage wilt laten toenemen totdat het originele beeld volledig is vervangen door het vervaagde beeld.

Midden

Stelt de oorsprong van het zoomen in.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Het effect NewBlue Cartoonr

Het effect NewBlue Cartoonr Plus is de laatste toevoeging aan de lijst met effecten die u kunt toepassen op filmclips in Adobe Premiere Elements Editor. Als u dit effect toepast op filmclips krijgt u een stripverhaalachtige film. Met dit effect kunt u een levensechte filmclip omvormen tot een stripverhaal.

U kunt het effect aanpassen met de verschillende parameters.

Dichtheid

Hiermee geeft u aan hoeveel lijnen worden getekend. Bij de kleinste waarde worden alleen de meest eenvoudige en duidelijke lijnen weergegeven.

Opschonen

Hiermee verwijdert u vuil en ruis tussen de lijnen.

Breedte

Hiermee stelt u de lijnbreedte in. Een hogere waarde zorgt voor bredere lijnen.

Mix

Hiermee kunt u de intensiteit van de zwarte lijnen instellen die in de afbeelding worden gemengd. Stel een hoge waarde in voor effen, zwarte lijnen.

Lagen

Hiermee bepaalt u het aantal verflagen dat wordt toegepast bij het inkleuren van de afbeelding. Bij een lage waarde krijgt u brede lagen die duidelijk van elkaar zijn gescheiden. Bij een hoge waarde vloeien de kleuren samen in een continu veranderend palet.

Vloeiend

Hiermee geeft u aan hoe vloeiend u de randen van de laag wilt instellen. Bij een lage waarde zijn de randen scherp en met een hoge resolutie. Bij een hoge waarde vloeien de randen in en uit de lijnen van de afbeelding.

Verscherpen

Hiermee stelt u de scherpte in voor de randen van de laag. Bij een hoge waarde krijgt u een indrukwekkend, bijna breekbaar effect.

Arcering

Hiermee wordt een sterke arcering toegevoegd aan de randen van objecten in de afbeelding, waardoor deze meer dramatisch lijken.

Kleurverschuiving

Wanneer u de waarde wijzigt, veranderen de kleuren in andere kleuren die binnen het spectrum van de primaire kleur vallen.

Kleur

Hiermee stelt u de kleurverzadiging in. Bij een lagere waarde wordt de afbeelding monochroom. Verhoog de waarde als u sterke kleuren wilt.

Helderheid

Hiermee stelt u de algemene helderheid van de afbeelding in.

Contrast

Dit leidt tot een sterker contrast tussen de donkere en lichte gebieden in de afbeelding.

Overvloeien

De oorspronkelijke afbeelding wordt gemengd met de stripverhaalafbeelding. Bij een lage waarde lijkt de afbeelding meer op de oorspronkelijke afbeelding. Verhoog de waarde om het stripverhaaleffect sterker toe te passen.

Perspectief

Standaard 3D

Met het effect Standaard 3D bewerkt u een clip in een denkbeeldige, driedimensionale ruimte. U kunt de clip rond horizontale en verticale assen roteren en naar u toe of van u weg verplaatsen. U kunt ook een spiegelend hooglicht maken waarmee het lijkt alsof licht weerkaatst op een geroteerd oppervlak. De lichtbron voor het spiegelende hooglicht bevindt zich altijd boven, achter en links van de kijker. Omdat het licht van bovenaf schijnt, moet u de clip naar achteren kantelen om deze weerkaatsing te kunnen zien. Met spiegelende hooglichten maakt u een driedimensionale weergave nog realistischer.

ac_27
Besturingselementen Standaard 3D

A. Draaien B. Draaien en Kantelen C. Draaien, Kantelen en Afstand 

Draaien

Hiermee bepaalt u de horizontale rotatie (rotatie rond een verticale as). U kunt de clip meer dan 90° roteren om de achterkant ervan te zien (dit is het spiegelbeeld van de voorkant).

Kantelen

Hiermee bepaalt u de verticale rotatie (rotatie rond een horizontale as).

Afstand tot afbeelding

Hiermee bepaalt u de afstand tussen de clip en de kijker. Hoe groter de afstand, hoe verder weg de clip.

Spiegelend hooglicht

Hiermee voegt u een lichtschittering toe die wordt weerkaatst in het oppervlak van de geroteerde laag, alsof een lamp van bovenaf op het oppervlak schijnt. Als Draw Preview Wireframe is ingeschakeld, wordt het spiegelende hooglicht aangeduid met een rood plusje (+) als het hooglicht niet zichtbaar is op de laag (het midden van het hooglicht en de clip snijden elkaar niet) en met een groen plusje (+) als het hooglicht zichtbaar is. Het effect Specular Highlight is pas zichtbaar in het deelvenster Monitor nadat u een voorvertoning hebt weergegeven.

Voorvertoning

Hiermee tekent u een draadmodelomtrek van de driedimensionale clip. Het bewerken van een clip in een driedimensionale ruimte kan veel tijd in beslag nemen, maar het draadmodel wordt snel gerenderd, zodat u de besturingselementen kunt bewerken om de gewenste rotatie in te stellen. Schakel het besturingselement Voorvertoning uit nadat u de draadmodelclip hebt bewerkt om het uiteindelijke resultaat weer te geven.

Schuine rand alfakanaal

Met het effect Schuine rand alfakanaal voegt u een schuine rand en lichten toe aan de alfagrenzen van een clip. Zo krijgen tweedimensionale elementen vaak een driedimensionaal aanzien. (Als de clip geen alfakanaal heeft of als het alfakanaal van een clip volledig dekkend is, wordt het effect toegepast op de randen van de clip.) De rand die met dit effect wordt gemaakt, is iets zachter dan die van het effect Schuine randen. Dit effect is bij uitstek geschikt voor tekst die een alfakanaal bevat.

Schuine randen

Met het effect Schuine randen voegt u een gebeiteld en verlicht driedimensionaal aanzien toe aan de randen van een clip. De locaties van de randen worden bepaald door het alfakanaal van de bronclip. In tegenstelling tot het effect Schuine rand alfakanaal zijn de randen die met dit effect worden gemaakt altijd rechthoekig, zodat clips met niet-rechthoekige alfakanalen niet correct worden weergegeven. Alle randen hebben dezelfde dikte.

Slagschaduw

Met het effect Slagschaduw voegt u een schaduw toe achter de clip. De vorm van de slagschaduw hangt af van het alfakanaal van de clip. In tegenstelling tot de meeste effecten, kan met Slagschaduw een schaduw buiten de grenzen van de clip (de afmetingen van de bron van de clip) worden gemaakt.

Aangezien Slagschaduw gebruikmaakt van het alfakanaal, is dit effect erg geschikt voor 32-bits beeldmateriaalbestanden uit tekenprogramma's en driedimensionale renderprogramma's die het alfakanaal ondersteunen.

Opmerking:

Slagschaduw werkt optimaal wanneer het als laatste effect wordt gerenderd; pas dit effect dus toe nadat u alle andere effecten hebt toegepast. Een schaduw ziet er realistischer uit in geanimeerde clips als u het effect Beweging of Basis 3D toepast en animeert voordat u Slagschaduw toepast.

Pixel

Facet (Alleen Windows)

Met het effect Facet worden pixels met verschillende kleurwaarden gegroepeerd in cellen voor een schilderachtig effect. U kunt geen hoofdframes op dit effect toepassen.

Renderen

Lightning

Met het effect Bliksem maakt u bliksemschichten en andere elektrische effecten, waaronder een jakobsladdereffect (een kleine bliksemschicht tussen twee metalen pinnen, vaak te zien in Frankensteinfilms) tussen twee opgegeven punten in een clip. Het effect Lightning wordt automatisch geanimeerd zonder hoofdframes tijdens de duur van de clip.

Startpunt, Eindpunt

Hiermee bepaalt u waar de bliksem begint en eindigt.

Segmenten

Hiermee bepaalt u het aantal segmenten waaruit de hoofdbliksemschicht bestaat. Met hogere waarden ontstaat een meer gedetailleerde bliksemschicht, maar is de beweging minder vloeiend.

Amplitude

Hiermee bepaalt u de omvang van de golvingen in de bliksemschicht als een percentage van de breedte van de laag.

Mate van detail, Detail Amplitude

Hiermee bepaalt u hoeveel detail wordt toegevoegd aan de bliksemschicht en de eventuele vertakkingen. De waarden voor Detail Level liggen normaal gesproken tussen 2 en 3. Een gebruikelijke waarde voor Detail Amplitude is 0,3. U kunt hogere waarden voor beide besturingselementen invoeren voor stilstaande beelden, maar bij geanimeerde beelden hebben hogere waarden gevolgen voor de animatie.

Vertakking

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid splitsing aan de uiteinden van de bliksemschichtsegmenten. Met een waarde van 0 is er geen vertakking en met een waarde van 1,0 heeft elk segment vertakkingen.

Verder vertakken

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid vertakking van de vertakkingen. Met hogere waarden ontstaan boomachtige bliksemschichten.

Vertakkingshoek

Hiermee bepaalt u de grootte van de hoek tussen een vertakking en de hoofdbliksemschicht.

Vertakkingssegm. Lengte

Hiermee bepaalt u de lengte van elk vertakkingssegment als een fractie van de gemiddelde lengte van de segmenten in de bliksemschicht.

Vertakkingssegmenten

Hiermee bepaalt u het maximumaantal segmenten voor elke vertakking. Voor lange vertakkingen geeft u hogere waarden op bij zowel de lengte van het vertakkingssegment als bij de vertakkingssegmenten.

Vertakkingsbreedte

Hiermee bepaalt u de gemiddelde breedte van elke vertakking als een fractie van de breedte van de bliksemschicht.

U kunt het effect Bliksem met de volgende besturingselementen aanpassen:

Snelheid

Hiermee bepaalt u hoe snel de bliksemschicht golft.

Stabiliteit

Hiermee bepaalt u hoe nauw de schicht golft langs de lijn die wordt bepaald door het begin- en eindpunt. Met lagere waarden blijft de bliksemschicht dicht bij de lijn en met hogere waarden zijn de golven groot. Met Stability in combinatie met Pull Force simuleert u een Jacobs ladder-effect en springt de bliksemschicht terug naar een positie langs de beginlijn nadat deze in de aantrekkingskrachtrichting is getrokken. Als een stabiliteitswaarde te laag is, wordt de schicht niet in een boog gerekt voordat deze terugspringt; met een te hoge waarde springt de bliksemschicht in het rond.

Vast eindpunt

Hiermee bepaalt u of het eindpunt van de bliksemschicht een vaste positie heeft. Als dit besturingselement niet is ingeschakeld, golft het uiteinde van de bliksemschicht rond het eindpunt.

Breedte, Breedtevariatie

Hiermee bepaalt u de breedte van de centrale bliksemschicht en de breedtevariatie van de verschillende segmenten. De breedte wordt willekeurig gewijzigd. Met een waarde van 0 blijft de breedte ongewijzigd en met een waarde van 1 is de wijziging van de breedte maximaal.

Breedte kern

Hiermee bepaalt u de breedte van de binnenste gloed, die wordt bepaald door de waarde voor Inside Color. De kernbreedte staat in verhouding tot de totale breedte van de bliksemschicht.

Externe kleur, Interne kleur

Hiermee geeft u de kleuren op die worden gebruikt voor de buiten- en binnengloed van de bliksemschicht. Aangezien het effect Lightning deze kleuren toevoegt op bestaande kleuren in de compositie, bereikt u met primaire kleuren vaak het beste resultaat. Naar gelang de onderliggende kleuren, worden heldere kleuren veel lichter, soms zelfs wit.

Aantrekkingskracht, Aantrekkingsrichting

Hiermee bepaalt u de mate en de richting van een kracht die de bliksemschicht aantrekt. U kunt met een combinatie van Pull Force en Stability een Jacobs ladder maken.

Willekeurig verspreiden

Hiermee bepaalt u het beginpunt voor het randomiseren van de bliksemeffecten die u hebt opgegeven. Willekeurige bewegingen van de bliksemschicht kunnen gevolgen hebben voor een andere clip of laag, en u kunt dan ook een andere waarde invoeren voor Willekeurig verspreiden, zodat het randomiseren op een ander punt begint en de beweging van de bliksemschicht wordt gewijzigd.

Overvloeiingsmodus

Hiermee bepaalt u hoe de bliksem aan de laag wordt toegevoegd. Adobe Premiere Elements ondersteunt laagovervloeiingsmodi die de manier wijzigt waarop lagen op elkaar reageren. U gebruikt vaak enkele van de gebruikelijke modi in uw dagelijks werk. Als uw afbeelding bijvoorbeeld te donker is, kunt u deze snel helderder maken door de fotolaag in het lagenpalet te dupliceren. Later kunt u de gedupliceerde laagmodus in het scherm wijzigen. Gebruik het filter Dekking om overvloeiingsmodi voor verschillende lagen van uw video te selecteren. Premiere Elements ondersteunt 27 overvloeiingsmodi. Selecteer een overvloeiingsmodus in de lijst en pas deze toe op uw afbeelding. Gebruik de schuifregelaars om het effect ervan te vergroten of te verkleinen.

Simulatie

Hiermee bepaalt u het frame-voor-frame genereren van de bliksem. Met de optie Rerun At Each Frame wordt de bliksem bij elk frame opnieuw gegenereerd. Selecteer dit besturingselement niet als u wilt dat de bliksem zich bij hetzelfde frame steeds op dezelfde manier gedraagt. Als dit besturingselement is geselecteerd, kan het renderen meer tijd in beslag nemen.

Schijf

Met het effect Ramp maakt u een kleurverloop en mengt u dit met de originele inhoud van de clip. U kunt lineaire of radiale drempels maken en de positie en de kleur van de drempels in de tijd laten variëren. Met de eigenschappen van Begin van schijf en Einde van schijf stelt u de start- en eindposities in. Gebruik het besturingselement Ramp Scatter om de drempelkleuren te verspreiden en streepvorming te elimineren.

Opmerking:

Drempels kunnen over het algemeen niet goed worden uitgezonden; er kan zich sterke streepvorming voordoen omdat het chrominantiesignaal van de uitzending onvoldoende resolutie bevat om de drempels vloeiend te kunnen weergeven. Met het besturingselement Ramp Scatter worden de drempelkleuren verspreid, zodat de zichtbare streepvorming verdwijnt.

Videostabilisator

Stabilisator

Met het effect Stabilisator worden ongewenste camerabewegingen verwijdert dankzij analyse van het videobeeld en het volgen van objecten in het beeld. Plotselinge beweging van het hele beeld wordt met dit effect gecompenseerd doordat het beeld in de tegengestelde richting wordt verplaatst. Op die manier wordt de camera-jitter tenietgedaan. U kunt instellen in welke mate dit effect wordt toegepast. Wanneer met dit effect het beeld wordt verplaatst, wordt aan één zijde lege video achtergelaten. Met Achtergrond-Gebruik origineel, Zoomen of beide kunt u bepalen hoe de ruimte wordt gevuld.

Effenen

Hiermee stelt u de mate van stabilisatie in. Bij de laagste instelling, worden met het effect alleen de geringste jitter en trilling verwijdert. Bij de hoogste instelling is de beweging van de camera gedurende lange tijd stabiel. Wanneer beweging van de camera echter gewenst is (bijvoorbeeld om over een scène te pannen), kan deze beweging bij een hoge instelling voor Effenen worden verwijderd. Het is dus belangrijk dat voor elke scène de juiste instelling voor Effenen wordt gebruikt.

Achtergrond-Origineel gebruiken

Met dit effect worden de lege randen gevuld met het originele videobeeld. Deze optie is bij uitstek geschikt voor kleine bewegingen.

Zoomen

Hiermee vult u het beeld zodat de lege randen worden gevuld. Hoe meer stabilisatie nodig is (hoe meer trillingen en bewegingen het originele beeld bevat), des groter de zoom die u ter compensatie dient te gebruiken.

Correctie-Beperken tot zoom

Hiermee wordt de stabilisatie beperkt tot de randen van het vergrote (ingezoomde) beeld. Met deze optie wordt de stabilisatie uitgeschakeld wanneer deze de rand bereikt, omdat geen volledige bewegingscompensatie mogelijk is. Gebruik deze optie als u er zeker van wilt zijn dat de randen nooit zichtbaar zijn.

NewBlue, Inc., www.newbluefx.com .

Stileren

Alfagloed

Met het effect Alfagloed voegt u kleur toe rond de randen van een gemaskerd alfakanaal. U kunt instellen dat één kleur vervaagt tot deze onzichtbaar is of verandert in een tweede kleur naarmate de kleur verder van de rand is verwijderd.

Gloed

Hiermee bepaalt u hoe ver de kleur doorloopt vanaf de rand van het alfakanaal. Met een hogere instelling is de gloed groter (en dit kan leiden tot een zeer lage verwerkingssnelheid vóór het afspelen of exporteren).

Helderheid

Hiermee stelt u de aanvankelijke dekking van de gloed in.

Startkleur

Hiermee geeft u de actieve gloedkleur weer. Klik op de staal als u een andere kleur wilt kiezen.

Eindkleur

Hiermee kunt u een optionele kleur toevoegen aan de buitenste rand van de gloed.

Uitfaden

Hiermee bepaalt u of de kleuren vervagen of effen blijven.

Kleurreliëf

Met het effect Kleurreliëf worden de randen van objecten in de clip verscherpt, maar worden de originele kleuren van de clip niet onderdrukt.

Richting

Hiermee bepaalt u de zichtbare richting (in graden) waarin de hooglichtbron schijnt. Een instelling van 45° laat een schaduw achter in noordoostelijke richting.

Reliëf

Hiermee bepaalt u de zichtbare hoogte van het reliëf in pixels. Met de instelling Reliëf bepaalt u in feite de maximumbreedte van gemarkeerde randen.

Contrast

Hiermee bepaalt u hoe scherp de randen van de inhoud van de clip zijn. Met lagere instellingen is het effect alleen zichtbaar in duidelijke randen. Als de waarde wordt verhoogd, wordt de markering extremer.

Overvloeien in origineel

Hiermee voegt u een percentage van de oorspronkelijk bronclip toe aan het uiteindelijke resultaat.

Reliëf

Met het effect Reliëf verscherpt u de randen van objecten in de clip en onderdrukt u kleuren. Met dit effect markeert u eveneens de randen van een opgegeven hoek.

Richting

Hiermee bepaalt u de zichtbare richting (in graden) waarin de hooglichtbron schijnt. Een instelling van 45° laat een schaduw achter in noordoostelijke richting.

Reliëf

Hiermee bepaalt u de zichtbare hoogte van het reliëf in pixels. Met de instelling Reliëf bepaalt u in feite de maximumbreedte van gemarkeerde randen.

Contrast

Hiermee bepaalt u hoe scherp de randen van de inhoud van de clip zijn. Met lagere instellingen is het effect alleen zichtbaar in duidelijke randen. Als de waarde wordt verhoogd, wordt de markering extremer.

Overvloeien in origineel

Hiermee voegt u een percentage van de oorspronkelijk bronclip toe aan het uiteindelijke resultaat.

Randen zoeken

Met het effect Randen zoeken stelt u de gebieden van de clip met grote overgangen vast en benadrukt u de randen. U kunt randen weergeven als donkere lijnen tegen een witte achtergrond of als gekleurde lijnen tegen een zwarte achtergrond. Als het effect Randen zoeken is toegepast, lijken de clips vaak op schetsen of fotonegatieven van het origineel.

Omkeren

Hiermee keert u de clip om nadat de randen zijn gevonden. Als Invert niet is geselecteerd, worden randen weergegeven als donkere lijnen op een witte achtergrond. Als Invert is geselecteerd, worden randen weergegeven als heldere lijnen op een zwarte achtergrond.

Overvloeien in origineel

Hiermee voegt u een percentage van de oorspronkelijk bronclip toe aan het uiteindelijke resultaat.

Mozaïek

Met het effect Mosaic vult u een laag met rechthoeken met een effen kleur. Dit is handig wanneer u een clip met erg veel pixels maakt.

Horizontale blokken/Verticale blokken

Hiermee geeft u het aantal mozaïekverdelingen in beide richtingen op.

Scherpe kleuren

Hiermee geeft u aan elk blok de kleur van de pixel in het midden van het blok in de ongewijzigde clip. Zonder deze optie krijgen de blokken de gemiddelde kleur van het corresponderende gebied in de ongewijzigde clip.

Ruis

Met het effect Ruis wijzigt u willekeurig pixelwaarden in de volledige clip.

Hoeveelheid ruis

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid ruis, en dus de hoeveelheid vervorming, door willekeurige verplaatsing van de pixels. Het bereik varieert van 0% (geen effect) tot en met 100% (de clip is mogelijk niet langer herkenbaar).

Type ruis

Hiermee wijzigt u de rood-, groen en blauwwaarden van de pixels in de clip willekeurig en afzonderlijk, wanneer u Kleurruis gebruiken hebt geselecteerd. Als deze optie niet is geselecteerd, wordt dezelfde waarde toegevoegd aan alle kanalen.

Wegsnijden

Hiermee bepaalt u of pixelkleuren omlopen vanwege de ruis. Als de maximumkleurwaarde van een pixel is bereikt, blijft die waarde gehandhaafd dankzij clipping. Bij ruis zonder clipping loopt de kleurwaarde door of begint deze opnieuw bij lagere waarden. Als Clipping is geselecteerd, is de clip zelfs bij 100% ruis herkenbaar. Als u een clip volledig wilt randomiseren, schakelt u Clipping uit en schakelt u Color Noise. in.

Kopie maken

Met het effect Kopie maken deelt u het scherm op in deelvensters en geeft u de volledige clip in elk deelvenster weer. U stelt het aantal deelvensters per kolom en per rij in door de schuifregelaar te slepen.

Solariseren

Met het effect Solariseren laat u een negatieve clip en een positieve clip in elkaar overvloeien, waardoor de clip een halo lijkt te hebben. Hetzelfde effect wordt bereikt wanneer een afdruk tijdens het ontwikkelen korte tijd aan licht wordt blootgesteld.

Lichtsignaal stroboscoop

Met het effect Strobe Light wordt een rekenkundige bewerking uitgevoerd op een clip met periodieke of willekeurige intervallen. Zo zou een clip om de vijf seconden gedurende 1/10 seconde helemaal wit kunnen worden weergegeven of de kleuren van een clip zouden met willekeurige intervallen kunnen worden omgekeerd.

Kleur stroboscoop

Hiermee bepaalt u de kleur van het lichtsignaal van de stroboscoop. Klik op het witte vak om een kleur te selecteren met de Kleurkiezer of gebruik het pipet om een kleur te selecteren in de clip.

Overvloeien in origineel

Hiermee bepaalt u de intensiteit, of helderheid, van het effect. Met een waarde van 0 is de intensiteit optimaal en bij hogere waarden neemt de intensiteit van het effect af.

Duur stroboscoop

Hiermee bepaalt u de duur (in seconden) van een stroboscoopeffect.

Periode stroboscoop

Hiermee bepaalt u de periode (in seconden) tussen de start van opeenvolgende stroboscopen. Als de waarde voor Duur stroboscoop is ingesteld op 0,1 seconde en Periode stroboscoop is ingesteld op 1,0 seconde, wordt het effect gedurende 0,1 seconde op de clip toegepast en gedurende 0,9 seconde niet. Als deze waarde lager is dan de duur van de stroboscoop, is het stroboscoopeffect constant.

Willekeurige waarschijnlijkheid stroboscoop

Hiermee bepaalt u de waarschijnlijkheid dat een willekeurig frame van de clip het stroboscoopeffect heeft, waardoor het effect willekeurig lijkt.

Stroboscoop

Hiermee bepaalt u hoe het effect wordt toegepast. Met de optie Werkt alleen bij kleur wordt de stroboscoophandeling op alle kleurkanalen toegepast. Met Laag transparant maken wordt de clip transparant gemaakt als het stroboscoopeffect optreedt.

Stroboscoopoperator

Hiermee wordt de rekenkundige operator ingesteld die wordt gebruikt als Werkt alleen bij kleur is geselecteerd in het menu Stroboscoop. De standaardinstelling is Copy.

Willekeurig verspreiden

Hiermee wordt bepaald hoe het bliksemeffect werkt.

Structuur

Met het effect Structuur krijgt een clip de structuur van een andere clip. Zo kunt u de clip van een boom weergeven met een structuur van bakstenen en kunt u de diepte van de structuur en de zichtbare lichtbron instellen.

Structuurlaag

Selecteer de structuurbron die u wilt gebruiken in de lijst met videotracks in het pop-upmenu. Stel de dekking voor de structuurclip in op nul om de structuur te zien zonder dat u de feitelijke clip ziet die wordt gebruikt voor de structuur. Selecteer Geen als u structuur wilt uitschakelen.

Lichtrichting

Hiermee wijzigt u de richting van de lichtbron en dus de richting en de diepte van de schaduwen.

Contrast structuur

Hiermee bepaalt u de intensiteit van de weergave van de structuur. Met lagere instellingen verlaagt u de mate van de zichtbare structuur.

Structuurplaatsing

Hiermee bepaalt u hoe het effect wordt toegepast. Met Structuur herhalen wordt de structuur meerdere malen op de clip toegepast. Met Structuur centreren wordt de structuur in het midden van de clip geplaatst. Met Structuur uitrekken om passend te maken wordt de structuur uitgerekt tot de afmetingen van de geselecteerde clip.

Tijd

Echo

Met het effect Echo wordt een frame gecombineerd met vorige frames in dezelfde clip. U kunt dit effect onder meer gebruiken voor een eenvoudige visuele echo en voor veeg- of vlekeffecten. Het effect is alleen zichtbaar als de clip beweging bevat. Wanneer het effect Echo wordt toegepast, worden eerder toegepaste effecten standaard genegeerd.

ac_30
Echo

A. Originele clip B. Clip met lage echowaarden C. Clip met verhoogd aantal echo's 

Echotijd

Hiermee bepaalt u de tijd (in seconden) tussen echo's. Met een negatieve waarde maakt u echo's van vorige frames en met een positieve waarde maakt u echo's van volgende frames.

Aantal echo's

Hiermee bepaalt u het aantal frames dat wordt gecombineerd voor het echo-effect. Als u bijvoorbeeld twee echo's hebt opgegeven, maakt u met Echo een nieuwe clip uit [huidige tijd], [huidige tijd + echotijd] en [huidige tijd + 2 x echotijd].

Startintensiteit

Hiermee bepaalt u de intensiteit, of helderheid, van het eerste frame in de echovolgreeks. Bij een waarde van 1 wordt het eerste frame bijvoorbeeld gecombineerd met optimale intensiteit. Bij een waarde van 0,5 wordt het eerste frame gecombineerd met halve intensiteit.

Verval

Hiermee bepaalt u de intensiteitsfrequentie van opeenvolgende echo's. Als u Verval instelt op 0,5, is het eerste frame half zo helder als de startintensiteit. De helderheid van de tweede echo is dan de helft daarvan, ofwel 0,25 keer de startintensiteit.

Echo-operator

Hiermee bepaalt u de bewerkingen die tussen echo's worden uitgevoerd. Met Optellen combineert u de echo's door de pixelwaarden van de echo's bij elkaar op te tellen. Als de startintensiteit te hoog is, kan deze modus snel leiden tot overlading, waardoor witte stroken ontstaan. Stel Startintensiteit in op 1,0 per aantal echo's en Verval op 1,0 om de echo's gelijkmatig te laten overvloeien. Met Maximaal combineert u de echo's door de maximumpixelwaarde van alle echo's te nemen. Met Minimaal combineert u de echo's door de minimumpixelwaarde van alle echo's te nemen. Met Sandwich emuleert u het combineren van echo's door ze optisch tussen elkaar te plaatsen. Deze optie lijkt op Optellen, maar er treedt minder snel overlading op. Met Achterwaarts samenstellen gebruikt u de alfakanalen van de echo's om ze in achterwaartse richting samen te stellen. Met Voorwaarts samenstellen gebruikt u de alfakanalen van de echo's om ze in voorwaartse richting samen te stellen. Met Overvloeien combineert u de echowaarden door het gemiddelde van de waarden te berekenen.

Tijd waarden beperken

Met het effect Tijd waarden beperken kunt u de beeldfrequentie van een clip op de gewenste waarde instellen. U kunt een clip met een beeldfrequentie van 30 fps (frames per seconde) bijvoorbeeld vertragen naar 24 fps om deze als een film af te spelen of verder vertragen naar 18 fps om het schokkerige effect van oude familiefilmpjes na te bootsen, of nog verder vertragen voor een stroboscopisch effect.

Transformeren

Cameraweergave (alleen Windows)

Met het effect Cameraweergave vervormt u een clip door een camera te simuleren die het onderwerp vanuit verschillende hoeken bekijkt. U kunt de locatie van de camera instellen en zo het beeld vervormen.

Breedte

Hiermee verplaatst u de camera in verticale richting. Met dit effect lijkt het alsof de clip verticaal wordt omgedraaid.

Lengte

Hiermee verplaatst u de camera in horizontale richting. Met dit effect lijkt het alsof de clip horizontaal wordt omgedraaid.

Verticaal schuiven

Hiermee verschuift u de camera en lijkt het alsof de clip wordt geroteerd.

Brandpuntsafstand

Hiermee wijzigt u de brandpuntsafstand van de cameralens. Met een kleinere lengte is de weergave breder en met een grotere lengte zijn de beelden smaller, maar dichterbij.

Afstand

Hiermee stelt u de afstand in tussen de camera en het midden van de clip.

Zoomen

Hiermee vergroot of verkleint u de weergave van de clip.

Vulkleur

Hiermee stelt u de achtergrondkleur in.

Vulling alfakanaal

Als deze optie is geselecteerd, wordt de achtergrond transparant (nuttig wanneer de clip met het effect boven een andere clip wordt geplaatst). U activeert deze optie vanuit het deelvenster Toegepaste effecten door op de knop Setup rechts van de effectnaam te klikken.

Knipsel (alleen Windows)

Met het effect Wegsnijden snijdt u rijen pixels weg van de randen van een clip en vervangt u de weggesneden gebieden door een opgegeven achtergrondkleur. Als u de afmetingen van de bijgesneden clip automatisch wilt laten terugbrengen naar de oorspronkelijke waarden, gebruikt u het effect Uitsnijden in plaats van Wegsnijden

Links, Rechts, Boven, Onder

Hiermee snijdt u elke rand van de clip apart uit.

Vulkleur

Hiermee bepaalt u de kleur die in de plaats komt van de weggesneden gebieden. De standaardkleur is zwart.

Eenheden

Hiermee stelt u de eenheden in die door de schuifregelaars worden bepaald (in pixels of het percentage van de frames). Klik op de knop Setup rechts van de effectnaam om eenheden in te stellen.

Uitsnijden

Met het effect Uitsnijden snijdt u rijen pixels weg van de randen van een clip en laat u, als u de optie Zoomen hebt geselecteerd, het formaat van de bijgesneden clips automatisch herstellen tot de oorspronkelijke afmetingen. Gebruik de besturingselementen van de schuifregelaar om de randen van de clips één voor één uit te snijden. U kunt de randen uitsnijden op basis van pixels of een percentage van de clip.

Randdoezelaar

Met het effect Randdoezelaar voegt u een donker gemaakte schuine rand met zachte focus toe aan de randen van een clip. Sleep de schuifregelaar Mate naar links of rechts als u de breedte van de doezelaar wilt aanpassen.

Horizontaal omdraaien

Met het effect Horizontaal omdraaien draait u elk frame in een clip om van links naar rechts, maar speelt u de clip nog steeds in voorwaartse richting af.

Horizontaal beeld (alleen Windows)

Met het effect Horizontaal beeld trekt u de frames schuin naar links of naar rechts; dit effect lijkt op de horizontale instelling op een televisie. Sleep de schuifregelaar om de helling van de clip in te stellen.

Verticaal schuiven

Met het effect Verticaal schuiven rolt u een clip naar links of naar rechts, of omhoog of omlaag, alsof de clip zich op een cilinder bevindt.

Verticaal omdraaien

Met het effect Verticaal omdraaien draait u een clip ondersteboven. U kunt geen hoofdframes op dit effect toepassen.

Verticaal beeld (alleen Windows)

Met het effect Verticaal beeld schuift u de clip omhoog; dit effect lijkt op de verticale instelling op een televisie. U kunt geen hoofdframes op dit effect toepassen.

Videomerge

Het Videomerge-effect bepaalt automatisch de achtergrond van de geselecteerde clip en maakt de achtergrond transparant. Video- of afbeeldingsclips op de tracks eronder worden in de transparante gebieden zichtbaar. Als u een andere kleur transparant wilt maken, selecteert u de optie Kleur selecteren en kiest u een andere kleur in de clip.

Ga als volgt te werk voor de beste resultaten wanneer u video-opnamen maakt waarin u transparantie wilt gebruiken:

  • Maak opnamen tegen een achtergrond met een sterke (liefst donkere of verzadigde), effen en uniforme kleur.

  • Zorg dat deze achtergrond fel en op gelijkmatige wijze wordt belicht om schaduwen te voorkomen.

  • Vermijd huidskleuren en andere kleuren die sterk lijken op de kleding of de haarkleur van het onderwerp. (Anders wordt de huid, de kleding of het haar ook transparant.)

Videomerge-opties

Kleur selecteren

Klik op deze optie als u een andere kleur als transparant wilt selecteren.

Kleur

Klik op het kleurvak om een nieuwe kleur in de Kleurkiezer te kiezen, of klik op de pipet en klik vervolgens op een kleur in de klip. Als u deze optie wilt gebruiken, selecteert u eerst Kleur selecteren.

Voorinstellingen

Kies uit Zacht, Normaal of Gedetailleerd om de zachtheid van de randen te specificeren die door de transparantie wordt gemaakt.

Tolerantie

Hiermee bepaalt u het kleurbereik voor de transparante gebieden in de clip. Door de schuifregelaar naar rechts te slepen, vergroot u het kleurbereik en worden meer op elkaar lijkende kleuren transparant.

Audio-effecten

Balans

Met het effect Balans kunt u het relatieve volume van het linker- en rechterkanaal instellen. Met een positieve waarde vergroot u het aandeel van het rechterkanaal en met een negatieve waarde vergroot u het aandeel van het linkerkanaal. Hiermee kunt u bijvoorbeeld situaties compenseren waarin geluiden uit één kanaal de geluiden uit het andere kanaal overstemmen.

Bas

Met het effect Bas verhoogt of verlaagt u de lagere frequenties (200 Hz en lager). Met Verhogen stelt u het aantal decibellen in waarmee u de lagere frequenties wilt verhogen.

Audioversterking

Audioversterking helpt bij het normaliseren van audio doordat de instelling hiervoor wordt verhoogd of verlaagd en zo afgestemd op andere audiobronnen.

Volume kanaal

Met het effect Volume kanaal kunt u het volume van elk kanaal in een stereoclip of -track afzonderlijk instellen. Het effect Volume kanaal heeft in tegenstelling tot het effect Balans, niet tot gevolg dat het volume van het ene kanaal automatisch wordt verlaagd wanneer u dat van het andere kanaal verhoogt. Dit effect is handig wanneer u bijvoorbeeld het volume van een stem in het linkerkanaal wilt verhogen zonder dat het stemvolume in het rechterkanaal wordt verlaagd. Het niveau van elk kanaal wordt gemeten in decibellen.

Vertraging

Met het effect Vertraging voegt u een echo van het geluid van de audioclip toe, die na een bepaalde tijd wordt afgespeeld.

Vertraging

Hiermee geeft u de hoeveelheid tijd op voordat de echo wordt afgespeeld. De maximuminstelling is 2 seconden.

Feedback

Hiermee bepaalt u het percentage van het vertraagde signaal dat weer aan de vertraging wordt toegevoegd om meerdere vervallende echo's te maken.

Mix

Hiermee stelt u de hoeveelheid echo in.

Ruisreductie (alleen Windows)

Met het effect DeNoiser wordt taperuis automatisch opgespoord en verwijderd. Gebruik dit effect als u ruis wilt verwijderen uit analoge audio-opnamen, zoals opnamen op een magnetische band. Klik op het driehoekje naast de knop Aangepaste setup om de volgende opties weer te geven:

Stilzetten

Hiermee stopt u de schatting van de noise-floor op de huidige waarde. Met dit besturingselement kunt u zoeken naar ruis die een clip in- en uitgaat.

Reductie

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid ruis die u wilt verwijderen binnen een bereik van -20 tot en met 0 dB.

Verplaatsing

Hiermee stelt u een verplaatsingswaarde in tussen de automatisch opgespoorde noise-floor en de waarde die u hebt opgegeven. De instelling moet liggen in een bereik van -10 tot en met +10 dB. Met Verplaatsing beschikt u over een extra optie wanneer de automatische verwijdering van ruis onvoldoende is.

Dynamiek (alleen Windows)

Met het effect Dynamiek elimineert u ongewenste achtergrondruis, brengt u het dynamische bereik in evenwicht en vermindert u de clipping, ofwel de vervorming door te hoge versterking. Klik op de kronkeldriehoek in de weergave Aangepaste setup om de volgende besturingselementen te openen:

AutoGate

Hiermee bepaalt u het niveau (in dB) dat het binnenkomende signaal moet overschrijden. Signalen onder dit niveau worden gedempt. Met dit besturingselement verwijdert u ongewenste achtergrondgeluiden, zoals een achtergrondgeluid in een voiceover.

Compressor

Hiermee bepaalt u het niveau (in dB) waarbij compressie optreedt en de verhouding waarmee compressie wordt toegepast (maximaal 8:1). Met deze optie bepaalt u eveneens de reactietijd (de tijd die de compressor nodig heeft om te reageren) en de vrijgavetijd (de tijd die nodig is om de versterking te herstellen tot het oorspronkelijke niveau wanneer het signaal beneden de drempel valt). Met het besturingselement Compenseren stelt u het uitvoerniveau bij ter compensatie van het versterkingsverlies dat optreedt door compressie. Met het besturingselement Compressor verhoogt u het volume van zachte geluiden, vermindert u het volume van harde geluiden of beide.

Uitbreiden

Hiermee verlaagt u alle signalen onder de opgegeven drempel tot de opgegeven verhouding. Het resultaat lijkt op dat van het besturingselement Gate, maar is subtieler.

Beperken

Hiermee stelt u het maximumniveau voor signalen in met een waarde van -12 tot en met 0 dB. Signalen die hoger zijn dan de drempel, worden verlaagd tot het drempelniveau.

Links vullen, Rechts vullen

Met het effect Links vullen dupliceert u de audioclipgegevens van het linkerkanaal en plaatst u deze in het rechterkanaal, waarbij de gegevens van het rechterkanaal van de oorspronkelijke clip worden verwijderd. Met het effect Rechts vullen dupliceert u de gegevens van het rechterkanaal en plaatst u deze in het linkerkanaal, waarbij de bestaande gegevens van het linkerkanaal worden verwijderd. Wanneer u materiaal hebt dat is opgenomen met een mono-microfoon die maar op één kanaal van een camcorder was aangesloten, gebruikt u dit effect bijvoorbeeld om de stem van de spreker uit te breiden naar beide kanalen.

Hoge frequentie doorlaten, Lage frequentie doorlaten

Met het effect Hoge frequentie doorlaten verwijdert u frequenties die lager zijn dan de opgegeven grensfrequentie. Gebruik dit effect om laagtonige ruis en gerommel te verwijderen.

Met het effect Lage frequentie doorlaten verwijdert u frequenties die hoger zijn dan de opgegeven grensfrequentie. Gebruik dit effect om hoogtonige ruis en scherpe piep- of fluittonen te verwijderen.

Omkeren

Met het effect Omkeren keert u de fase van alle kanalen om. Gebruik dit effect bijvoorbeeld om de geluidopname van een gebeurtenis in fase te laten lopen met een andere opname van dezelfde gebeurtenis die met een andere camcorder is gemaakt.

NewBlue Audio polijsten

Audio polijsten zuivert en verbetert audio. U vindt hier functies voor ruisreductie, compressie, verbetering van de hoge tonen en zelfs voor het toevoegen van weerklank.

Ruisreductie

Hiermee stelt u de mate van ruisreductie in die wordt toegepast op de audio. Draai de knop naar rechts om achtergrondruis te verminderen.

Compressie

Hiermee versterkt u de lagere signalen en wordt het geluid afgevlakt, hetgeen de consistentie ten goede komt. Compressie is vooral handig voor gesprekken, aangezien stemmen zo een constant niveau krijgen. Draai de knop naar rechts voor meer compressie.

Helderheid

Hiermee voegt u hogere klanken toe aan het signaal. Draai de knop naar rechts om het geluid te 'verhelderen'. Onduidelijke opnamen zijn gebaat bij verheldering.

Omgeving

Hiermee voegt u een zekere weerklank toe aan de mix. Draai de knop naar rechts voor meer weerklank.

NewBlue Automatisch dempen

Met Automatisch dempen verlaagt u de achtergrondruis doordat al het geluid wordt uitgeschakeld wanneer het signaal onder een ingestelde drempelwaarde valt.

Minimaal niveau

Hiermee stelt u het minimaal acceptabele signaalniveau in. Als Automatisch dempen ingeschakeld is, wordt alleen geluid boven het minimumniveau afgespeeld. Het geluid wordt gewist zodra het onder het minimumniveau raakt. Draai de knop helemaal naar links om vrijwel elk geluid door te laten. Draai de knop naar rechts om de instelling zodanig in te stellen dat alleen de luidste geluiden worden doorgelaten.

Verval

Hiermee bepaalt u de snelheid waarbij een geluid wordt verwijderd wanneer het onder de minimumwaarde valt. De meeste geluiden hebben een natuurlijk verval. Het klinkt onnatuurlijk als u het geluid snel afkapt zodra het verval onder de minimumwaarde raakt. Daar staat tegenover dat meer achtergrondruis hoorbaar is naarmate het verval langer duurt. Draai de knop Verval naar links om snel uit te faden. Draai de knop naar rechts voor een langer verval.

NewBlue Reiniger

Hiermee verwijdert u ongewenst geluid uit de mix. Het effect beschikt over circuits voor ruisreductie en klankverwijdering. Dit is handig voor het verwijderen van geïsoleerde klanken, zoals een zoemtoon.

Ruisreductie

Hiermee stelt u de mate van ruisreductie in die wordt toegepast op de audio. Draai de knop naar rechts om de achtergrondruis te verlagen.

Zoemfrequentie

Hiermee stelt u de knipfrequentie voor het wissen van de zoemtoon in. Selecteer de frequentie als u deze kent (bijvoorbeeld een elektrisch zoemgeluid van 60 Hz). Voer de volgende stappen uit als u niet op de hoogte bent van de frequentie:

  1. Schuif de regelaar Frequentie knippen helemaal naar links om de toon te versterken.

  2. Draai Zoemfrequentie totdat de toon die u wilt verwijderen het luidst is.

Als u de frequentie eenmaal hebt vastgesteld, draait u het besturingselement Frequentie knippen naar rechts om de diepte van de klankverwijdering in te stellen.

De meeste geluiden zijn niet zuiver, maar beschikken over boventonen, ofwel harmonischen. Schuif de regelaar Zoemharmonie naar rechts om de klanken van de hogere harmonischen te verwijderen. Pas echter wel op dat u niet de gewenste klanken wegfiltert.

NewBlue Zoemtonen verwijderen

Met Zoemtonen verwijderen wist u zoemtonen van uw soundtrack. Elektrische stroom is de meest voorkomende reden van zoemtonen. Dit kan diverse oorzaken hebben, zoals een microfoonsnoer dat te dichtbij een netsnoer ligt of het gezoem van een elektronisch gedempt licht. Elektrische zoemtonen zijn eenvoudig te isoleren, omdat deze altijd dezelfde frequentie hebben: in Noord-Amerika is dat 60 Hz. In andere landen is de frequentie van elektrische zoemtonen 50 Hz. Zoemtonen verwijderen past een specifiek op de frequentie van de zoemtoon afgesteld inkepingsfilter toe. Maar dat is niet altijd genoeg. De zoemtonen leiden vaak tot vervorming waarbij nieuwe klanken worden toegevoegd. Zoemtonen verwijderen berekent de frequentie van deze nieuwe klanken en verwijdert deze ook.

Toonhoogte

Hiermee stelt u de te verwijderen frequentie in. Deze frequentie is meestal 60 of 50 Hz. U kunt de knop echter draaien om elke gewenste frequentie tussen 40 en 75 Hz te kiezen. De twee meest gebruikte frequenties, namelijk 50 en 60 Hz, worden als voorinstelling verschaft.

Sterkte

Hiermee bepaalt u de sterkte van het zoemtoonfilter. Begin met de knop helemaal links en draai deze naar rechts tot u het zoemgeluid niet meer hoort. Controleer of u de regelaars Pitch en Zoemvervorming goed hebt ingesteld. Als u deze regelaars niet goed hebt ingesteld, verwijdert Zoemgeluid verwijderen het onjuiste gedeelte van het signaal.

Zoemvervorming

Gebruik deze optie om Zoemtonen verwijderen informatie over de mate van vervorming van de zoemtoon te verschaffen. Een vervormde zoemtoon heeft boventonen van hogere frequentie die ook verwijderd moeten worden. Draai de knop naar rechts om meer van deze boventonen (ook wel 'harmonischen' genoemd) te verwijderen. Het aantal verwijderde boventonen is afhankelijk van de mate van vervorming.

NewBlue Ruis vervagen

Hiermee verlaagt u de achtergrondruis door het volume van rustige klanken steeds meer te verlagen.

Drempel

Hiermee stelt u het signaalniveau voor afname in. Kies Ruis vervagen om alle geluiden die luider dan de drempelwaarde zijn niet te veranderen. Geluiden onder deze drempel worden vervaagd. Draai de knop naar links om een lage drempel in te stellen. Draai de knop naar rechts om alle geluiden te vervagen, met uitzondering van de meest luide geluiden.

Vervagen

Bepaalt hoe u geluiden onder de drempelwaarde kunt uitfaden. Draai de knop naar links voor minimale fading. Draai de knop helemaal naar rechts om alle geluiden onder de drempel volledig te dempen. Het juiste niveau ligt ergens in het midden.

NewBlue Ruis verminderen

Hiermee verwijdert u de achtergrondruis. Gebruik dit effect om video's te zuiveren die u onder niet-ideale audio-omstandigheden hebt opgenomen.

Sterkte

Hiermee stelt u de intensiteit van de ruisreductie in. Draai de knop helemaal naar links om het geluid helemaal niet te reduceren. Draai de knop naar het midden om de achtergrondruis aanzienlijk te reduceren, terwijl de luidere geluiden op de voorgrond duidelijk hoorbaar blijven. Draai de knop verder naar rechts om een groter gedeelte van het signaal uit te faden.

Bandstopfilter

Met het effect Bandstopfilter verwijdert u frequenties die in de buurt van het opgegeven middelpunt liggen. Met het besturingselement Midden geeft u de frequentie op die u wilt verwijderen. Als u storingsgeluiden van een elektriciteitskabel verwijdert, typt u een waarde die overeenkomt met de frequentie van de elektriciteitskabel die wordt gebruikt door het elektrische systeem op de plaats waar de clip is opgenomen. Zo typt u voor Noord-Amerika en Japan 60 Hz en voor de meeste andere landen 50 Hz.

Toonhoogte verschuiven (alleen Windows)

Met het effect PitchShifter stelt u de toonhoogte van het binnenkomende signaal in. Gebruik dit effect als u hoge stemmen wilt verlagen of lage stemmen wilt verhogen. U kunt elke eigenschap aanpassen met de grafische besturingselementen in de weergave Aangepaste setup of door de waarden voor de individuele parameters te wijzigen.

Toonhoogte

Hiermee geeft u de toonhoogtewijziging op in stappen van halve tonen. Het aanpasbare bereik ligt tussen -12 en +12 halve tonen.

Aanpassen

Hiermee stelt u het raster van halve tonen nauwkeurig in.

Formant behouden

Hiermee voorkomt u dat formanten in de audioclip worden gewijzigd. Als u de toonhoogte van een hoge stem verhoogt, bijvoorbeeld, kunt u met dit besturingselement voorkomen dat de stem cartoonachtig gaat klinken.

Galm (alleen Windows)

Met het effect Reverb voegt u sfeer en warmte toe aan een audioclip. Het effect voorziet het geluid van een galm die het zou hebben als het live was opgenomen. Klik op het driehoekje naast de knop Aangepaste setup om de volgende opties weer te geven:

Aanvangsvertraging

Hiermee bepaalt u de tijd tussen het signaal en de weerklank. Deze instelling staat in onderling verband met de afstand die een geluid aflegt naar de muren waarop het geluid weerkaatst en de afstand terug naar de luisteraar in een live-omgeving.

U kunt de instelling aanpassen met de grafische besturingselementen in de weergave Aangepaste setup of door de waarden voor de individuele parameters te wijzigen.

Absorptie

Hiermee bepaalt u het percentage waarin het geluid wordt geabsorbeerd.

Grootte

Hiermee bepaalt u de grootte van de kamer als een percentage.

Dichtheid

Hiermee stelt u de dichtheid van de “staart” van de weerklank in. Met de waarde Grootte bepaalt u het bereik waarbinnen u de dichtheid kunt instellen.

Dempen lage frequenties

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid demping voor lage frequenties (in decibellen). Door lagere frequenties te dempen, voorkomt u dat de weerklank rommelt of dof klinkt.

Dempen hoge frequenties

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid demping voor hoge frequenties (in decibellen). Met lage instellingen is de weerklank zachter.

Mix

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid weerklank.

Kanalen omwisselen

Met het effect Kanalen omwisselen wisselt u de plaatsing van gegevens van het linker- en rechterkanaal om.

Hoge tonen

Met het effect Hoge tonen verhoogt of verlaagt u de hogere frequenties (4000 Hz en hoger). Met het besturingselement Verhogen bepaalt u de hoeveelheid, gemeten in decibellen, waarmee u de frequentie wilt verhogen of verlagen. Hiermee kunt u bijvoorbeeld compenseren dat de lage instrumenten de hoge instrumenten overstemmen in een soundtrack.

Volume

Gebruik het effect Volume in plaats van het effect Vast volume als u het volume vóór andere standaardeffecten wilt renderen. Met het effect Volume maakt u een omhulsel voor een clip, zodat u het audioniveau kunt verhogen zonder dat clipping optreedt. Clipping treedt op wanneer het signaal buiten het dynamische bereik valt dat acceptabel is voor uw hardware en leidt vaak tot vervormde audio. Positieve waarden geven een toename in het volume aan en negatieve waarden geven een afname aan. Het effect Volume is alleen beschikbaar voor clips.

Opmerking:

U kunt de meeste volumewijzigingen uitvoeren met het vaste effect Volume. U kunt dit aanvullende effect Volume toepassen wanneer andere effecten (zoals Reverb of Bas) het volume van de clip te veel verhogen of verlagen. U kunt ook het volume van de ene clip uitfaden en tegelijkertijd het volume van de volgende clip upfaden door één van de audio-overgangen voor cross-faden te slepen van de weergave Effecten van het deelvenster Taken naar het cutpunt tussen de clips.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid