Handboek Annuleren

Afbeeldingsstijlen

  1. Illustrator Handboek
  2. Kennismaken met Illustrator
    1. Inleiding tot Illustrator
      1. Nieuw in Illustrator
      2. Algemene vragen
      3. Systeemvereisten voor Illustrator
      4. Illustrator voor Apple silicon
    2. Werkruimte
      1. Basisbeginselen van de werkruimte
      2. Documenten maken
      3. Werkbalk
      4. Standaardsneltoetsen
      5. Sneltoetsen aanpassen
      6. Inleiding in tekengebieden
      7. Tekengebieden beheren
      8. De werkruimte aanpassen
      9. Deelvenster Eigenschappen
      10. Voorkeuren instellen
      11. Werkruimte voor aanraken
      12. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Illustrator
      13. Herstellen, ongedaan maken, geschiedenis en automatisch uitvoeren
      14. Weergave draaien
      15. Linialen, rasters en hulplijnen
      16. Toegankelijkheid in Illustrator
      17. Veilige modus
      18. Illustraties weergeven
      19. De Touch Bar gebruiken met Illustrator
      20. Bestanden en sjablonen
    3. Gereedschappen in Illustrator
      1. Overzicht van gereedschappen
      2. Selectiegereedschappen
        1. Selectie
        2. Direct selecteren
        3. Groep selecteren
        4. Toverstaf
        5. Lasso
        6. Tekengebied
      3. Navigatiegereedschappen
        1. Handje
        2. Weergave draaien
        3. Zoomen
      4. Schildergereedschappen
        1. Verloop
        2. Net
        3. Vormen maken
      5. Tekstgereedschappen
        1. Tekst
        2. Tekst op een pad
        3. Verticale tekst
      6. Tekengereedschappen
        1. Pen
        2. Ankerpunt-toevoegen
        3. Ankerpunt verwijderen
        4. Ankerpunt
        5. Kromming
        6. Lijnsegment
        7. Rechthoek
        8. Afgeronde rechthoek
        9. Ovaal
        10. Veelhoek
        11. Ster
        12. Penseel
        13. Klodderpenseel
        14. Potlood
        15. Shaper
        16. Segment
      7. Bewerkingsgereedschappen
        1. Roteren
        2. Spiegelen
        3. Schalen
        4. Schuin
        5. Breedte
        6. Vrije transformatie
        7. Pipet
        8. Overvloeien
        9. Gummetje
        10. Schaar
  3. Illustrator op de iPad
    1. Inleiding in Illustrator op de iPad
      1. Overzicht van Illustrator op de iPad
      2. Veelgestelde vragen over Illustrator op de iPad
      3. Systeemvereisten | Illustrator op de iPad
      4. Wat u wel of niet kunt doen in Illustrator op de iPad
    2. Werkruimte
      1. De werkruimte van Illustrator op de iPad
      2. Snelknoppen en bewegingen
      3. Sneltoetsen voor Illustrator op de iPad
      4. Uw app-instellingen beheren
    3. Documenten
      1. Werken met documenten in Illustrator op de iPad
      2. Photoshop- en Fresco-documenten importeren
    4. Objecten selecteren en rangschikken
      1. Herhaalde objecten maken
      2. Objecten laten overvloeien
    5. Tekenen
      1. Paden tekenen en bewerken
      2. Vormen tekenen en bewerken
    6. Tekst
      1. Werken met tekst en lettertypen
      2. Tekstontwerpen langs een pad maken
      3. Uw eigen lettertypen toevoegen
    7. Werken met afbeeldingen
      1. Rasterafbeeldingen omzetten in vectoren
    8. Kleur
      1. Kleuren en verlopen toepassen
  4. Clouddocumenten
    1. Basisbeginselen
      1. Werken met Illustrator-clouddocumenten
      2. Illustrator-clouddocumenten delen en eraan samenwerken
      3. Cloudopslag voor Adobe Illustrator upgraden
      4. Illustrator-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Problemen oplossen
      1. Problemen met het maken of opslaan van clouddocumenten in Illustrator oplossen
      2. Problemen met clouddocumenten in Illustrator oplossen
  5. Inhoud toevoegen en bewerken
    1. Tekenen
      1. Grondbeginselen van tekenen
      2. Paden bewerken
      3. Pixel-perfecte illustraties tekenen
      4. Tekenen met de pen, het potlood of het gereedschap Kromming
      5. Eenvoudige lijnen en vormen tekenen
      6. Afbeeldingen overtrekken
      7. Een pad vereenvoudigen
      8. Perspectiefrasters definiëren
      9. Symboolgereedschappen en symboolsets
      10. Padsegmenten aanpassen
      11. Een bloem ontwerpen in 5 eenvoudige stappen
      12. Perspectief tekenen
      13. Symbolen
      14. Paden met pixeluitlijning tekenen voor webworkflows
    2. 3D-effecten en Adobe Substance-materialen
      1. Over 3D-effecten in Illustrator
      2. 3D-afbeeldingen maken
      3. Illustraties toewijzen aan 3D-objecten
      4. 3D-objecten maken
      5. 3D-tekst maken
    3. Kleur
      1. Kleuren
      2. Kleuren selecteren
      3. Stalen gebruiken en maken
      4. Kleuren aanpassen
      5. Het deelvenster Adobe Color-thema's gebruiken
      6. Kleurgroepen (harmonieën)
      7. Deelvenster Kleurthema's
      8. Illustraties opnieuw kleuren
    4. Schilderen
      1. Informatie over schilderen
      2. Schilderen met vullingen en lijnen
      3. Groepen van Actieve verf
      4. Verlopen
      5. Penselen
      6. Transparantie- en overvloeiingsmodi
      7. Lijnen toepassen op een object
      8. Patronen maken en bewerken
      9. Netten
      10. Patronen
    5. Objecten selecteren en rangschikken
      1. Objecten selecteren
      2. Lagen
      3. Objecten groeperen en uitbreiden
      4. Objecten verplaatsen, uitlijnen en verdelen
      5. Objecten stapelen    
      6. Objecten vergrendelen, verbergen en verwijderen
      7. Objecten dupliceren
      8. Objecten roteren en spiegelen
    6. Objecten omvormen
      1. Afbeeldingen uitsnijden
      2. Objecten transformeren
      3. Objecten combineren
      4. Objecten knippen, splitsen en verkleinen
      5. Marionet verdraaien
      6. Objecten schalen, schuintrekken en vervormen
      7. Objecten laten overvloeien
      8. Omvormen met omhulsels
      9. Objecten omvormen met effecten
      10. Nieuwe vormen maken met de gereedschappen Shaper en Vormen maken
      11. Werken met actieve hoeken
      12. Verbeterde workflows voor omvormen met ondersteuning voor aanraking
      13. Uitknipmaskers bewerken
      14. Actieve vormen
      15. Vormen maken met het gereedschap Vormen maken
      16. Algemene bewerking
    7. Tekst
      1. Tekst en ander werk toevoegen met tekstobjecten
      2. Genummerde lijsten en lijsten met opsommingstekens maken
      3. Tekstgebied beheren
      4. Lettertypen en typografie
      5. Tekst opmaken
      6. Tekst importeren en exporteren
      7. Alinea's opmaken
      8. Speciale tekens
      9. Tekst op een pad maken
      10. Teken- en alineastijlen
      11. Tabs
      12. Informatie over tekst
      13. Ontbrekende lettertypen zoeken (Typekit-workflow)
      14. Tekst uit Illustrator 10 bijwerken
      15. Arabische en Hebreeuwse tekst
      16. Lettertypen | Veelgestelde vragen en tips voor probleemoplossing
      17. Een 3D-teksteffect maken
      18. Creatieve typografische ontwerpen
      19. Tekst schalen en roteren
      20. Regelafstand en tekenafstand
      21. Woordafbreking en regelafbreking
      22. Tekstverbeteringen
      23. Spelling- en taalwoordenboeken
      24. Aziatische tekens opmaken
      25. Composers voor Aziatische schriften
      26. Tekstontwerpen maken met overvloeiobjecten
      27. Een tekstposter maken met Afbeeldingen overtrekken
    8. Speciale effecten maken
      1. Werken met effecten
      2. Afbeeldingsstijlen
      3. Een slagschaduw maken
      4. Vormgevingskenmerken
      5. Schetsen en mozaïeken maken
      6. Slagschaduw, gloed en doezeleffect
      7. Overzicht van effecten
    9. Webafbeeldingen
      1. Aanbevolen procedures voor het maken van webafbeeldingen
      2. Grafieken
      3. SVG
      4. Animaties maken
      5. Segmenten en afbeeldingen met hyperlinks
  6. Importeren, exporteren en opslaan
    1. Importeren
      1. Meerdere bestanden plaatsen
      2. Gekoppelde en ingesloten bestanden beheren
      3. Informatie over koppelingen
      4. Het insluiten van afbeeldingen ongedaan maken
      5. Illustraties importeren uit Photoshop
      6. Bitmapafbeeldingen importeren
      7. Adobe PDF-bestanden importeren
      8. EPS-, DCS- en AutoCAD-bestanden importeren
    2. Creative Cloud Libraries in Illustrator 
      1. Creative Cloud Libraries in Illustrator
    3. Opslaan
      1. Illustraties opslaan
    4. Exporteren
      1. Illustrator-illustraties gebruiken in Photoshop
      2. Een illustratie exporteren
      3. Assets verzamelen en exporteren in batches
      4. Bestanden in een pakket opnemen
      5. Adobe PDF-bestanden maken
      6. CSS extraheren | Illustrator CC
      7. Adobe PDF-opties
      8. Bestandsinformatie en metagegevens
  7. Afdrukken
    1. Voorbereiden op afdrukken
      1. Documenten instellen voor afdrukken
      2. Het paginaformaat en de afdrukstand wijzigen
      3. Snijtekens opgeven voor bijsnijden of uitlijnen
      4. Aan de slag met een groot canvas
    2. Afdrukken
      1. Overdrukken
      2. Afdrukken met kleurbeheer
      3. Afdrukken met PostScript
      4. Afdrukvoorinstellingen
      5. Drukkersmarkeringen en afloopgebieden
      6. Transparante illustraties afdrukken en opslaan
      7. Overvullen
      8. Kleurscheidingen afdrukken
      9. Verlopen, netten en kleurovervloeiingen afdrukken
      10. Witte overdruk
  8. Taken automatiseren
    1. Gegevens samenvoegen met behulp van het deelvenster Variabelen
    2. Automatiseren met behulp van scripts
    3. Automatiseren met behulp van handelingen
  9. Problemen oplossen 
    1. Crashproblemen
    2. Bestanden herstellen na een crash
    3. Problemen met bestanden
    4. Ondersteunde bestandsindelingen
    5. Problemen met GPU-stuurprogramma's
    6. Problemen met Wacom-apparaten
    7. Problemen met DLL-bestanden
    8. Geheugenproblemen
    9. Problemen met voorkeurenbestanden
    10. Lettertypeproblemen
    11. Printerproblemen
    12. Foutrapport delen met Adobe
    13. De prestaties van Illustrator verbeteren

Afbeeldingsstijlen

Een afbeeldingsstijl is een verzameling herbruikbare weergavekenmerken. Met afbeeldingsstijlen kunt u het uiterlijk van een object snel wijzigen. U kunt bijvoorbeeld in één stap de vulling- en lijnkleur wijzigen, de transparantie veranderen en effecten toepassen. Alle wijzigingen die u met afbeeldingsstijlen toepast, zijn volledig omkeerbaar.

U kunt afbeeldingsstijlen toepassen op objecten, groepen en lagen. Wanneer u een afbeeldingsstijl toepast op een groep of laag, neemt elk object in de groep of laag de kenmerken van die afbeeldingsstijl aan. Stel dat u een afbeeldingsstijl hebt die bestaat uit 50% dekking. Als u de afbeeldingsstijl toepast op een laag, worden alle objecten in die laag of die in aan die laag zijn toegevoegd, weergegeven met een dekking van 50%. Als u echter een object buiten de laag plaatst, keert de weergave van het object terug naar zijn oorspronkelijke dekking.

Opmerking:

Als de vulkleur van de stijl niet in de illustratie verschijnt als u een afbeeldingsstijl op een groep of laag toepast, sleep dan het kenmerk Vulling naar het item Inhoud in het deelvenster Vormgeving.

Overzicht van het deelvenster Afbeeldingsstijlen

U gebruikt het deelvenster Afbeeldingsstijlen (Venster > Afbeeldingsstijlen) als u sets van weergavekenmerken wilt maken, benoemen of toepassen. Wanneer u een document maakt, bevat het deelvenster een standaardset afbeeldingsstijlen. Afbeeldingsstijlen die met het actieve document worden opgeslagen, worden in het deelvenster weergegeven wanneer het document is geopend en actief is.

Als een stijl geen vulling en lijn heeft (bijvoorbeeld een stijl met alleen een effect), wordt de miniatuur weergegeven in de vorm van het object met een zwarte omtrek en een witte vulling. Bovendien wordt een kleine rode schuine streep weergegeven, die de afwezigheid van een vulling of lijn aanduidt.

Als u een stijl voor tekst hebt gemaakt, kiest u Tekst voor voorvertoning gebruiken in het menu van het deelvenster Afbeeldingsstijlen om een miniatuur te bekijken van de stijl die is toegepast op een letter in plaats van op een vierkant.

Als u een stijl beter wilt zien of als u een voorvertoning wilt zien van hoe de stijl op een geselecteerd object wordt toegepast, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u (Mac OS) op de miniatuur van de stijl in het deelvenster Afbeeldingsstijlen en bekijkt u de grote pop-upminiatuur die wordt weergegeven.

Klik met de rechtermuisknop op een stijlminiatuur om een grote pop-upminiatuur weer te geven
Klik met de rechtermuisknop op een stijlminiatuur om een grote pop-upminiatuur weer te geven. De geselecteerde stijl is alleen van toepassing op effecten.

De weergave van afbeeldingsstijlen in het deelvenster wijzigen

  1. Voer een van de volgende stappen uit:

    • Selecteer een optie voor de weergavegrootte in het menu van het deelvenster. Selecteer Miniaturen om miniaturen weer te geven. Selecteer Kleine lijstweergave als u een lijst met benoemde stijlen en een kleine miniatuur wilt weergeven. Selecteer Grote lijstweergave als u een lijst met benoemde stijlen en een grote miniatuur wilt weergeven.

    • Selecteer Vierkant voor voorvertoning gebruiken in het menu van het deelvenster als u de stijl wilt bekijken, toegepast op een vierkant of de vorm van het object waarop de stijl is gemaakt.

    • Sleep de afbeeldingsstijl naar een andere plaats. Laat de muisknop los zodra een zwarte lijn op de gewenste plaats staat.

    • Selecteer Sorteren op naam in het deelvenstermenu als u de afbeeldingsstijlen in alfabetische of numerieke volgorde (Unicode-volgorde) wilt weergeven.

    • Selecteer Tekst voor voorvertoning gebruiken in het menu van het deelvenster als u de stijl wilt bekijken, toegepast op de letter T. Deze weergave biedt een nauwkeurigere visuele beschrijving voor stijlen die op tekst worden toegepast.

       

    Afbeeldingsstijl voor tekst met gebruik van tekst voor de voorvertoning
    Afbeeldingsstijl voor tekst met gebruik van tekst voor de voorvertoning

Afbeeldingsstijlen maken

U kunt een afbeeldingsstijl helemaal opnieuw opbouwen door weergavekenmerken op een object toe te passen, of u kunt een afbeeldingsstijl baseren op andere afbeeldingsstijlen. Ook kunt u bestaande afbeeldingsstijlen dupliceren.

Een afbeeldingsstijl maken

  1. Selecteer een object en pas een willekeurige combinatie van weergavekenmerken toe, zoals vullingen en lijnen, effecten en transparantie-instellingen.

    Via het deelvenster Vormgeving kunt u de weergavekenmerken aanpassen en ordenen en meerdere vullingen en lijnen maken. Een afbeeldingsstijl kan bijvoorbeeld drie vullingen hebben, elk met een andere dekking en overvloeimodus waarmee wordt bepaald hoe de verschillende kleuren op elkaar inwerken.

  2. Voer een van de volgende stappen uit:

    • Klik op de knop Nieuwe afbeeldingsstijl  in het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

    • Selecteer Nieuwe afbeeldingsstijl in het deelvenstermenu, typ een naam in het vak Stijlnaam en klik op OK.

    • Sleep de miniatuur vanaf het deelvenster Vormgeving (of vanaf het object in het tekenvenster) naar het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u op de knop Nieuwe afbeeldingsstijl klikt, typ een naam voor de afbeeldingsstijl en klik op OK.

    Sleep de miniatuur van het deelvenster Vormgeving naar het deelvenster Afbeeldingsstijlen om de kenmerken op te slaan.
    Sleep de miniatuur van het deelvenster Vormgeving naar het deelvenster Afbeeldingsstijlen om de kenmerken op te slaan.

Een nieuwe afbeeldingsstijl maken op basis van twee of meer bestaande afbeeldingsstijlen

  1. Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en selecteer alle afbeeldingsstijlen die u wilt samenvoegen. Kies vervolgens Afbeeldingsstijlen samenvoegen in het deelvenstermenu.

    De nieuwe afbeeldingsstijl bevat alle kenmerken van de geselecteerde afbeeldingsstijlen en wordt onder aan de lijst met afbeeldingsstijlen in het deelvenster toegevoegd.

Een afbeeldingsstijl dupliceren

  1. Kies Afbeeldingsstijl dupliceren in het deelvenstermenu of sleep de afbeeldingsstijl naar de knop Nieuwe afbeeldingsstijl.

    De nieuwe afbeeldingsstijl verschijnt onder in de lijst in het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

Een afbeeldingsstijl toepassen

  1. Selecteer een object of groep (of selecteer een laag in het deelvenster Lagen).

  2. Voer een van de twee volgende stappen uit als u één stijl op een object wilt toepassen:

    • Selecteer een stijl in het menu Stijlen van het regelpaneel, het deelvenster Afbeeldingsstijlen of een afbeeldingsstijlbibliotheek.

    • Sleep een afbeeldingsstijl naar een object in het documentvenster. (U hoeft het object niet eerst te selecteren.)

  3. Voer een van de volgende twee stappen uit als u een stijl wilt samenvoegen met bestaande stijlkenmerken van een object of als u meerdere stijlen op een object wilt toepassen:

    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u de stijl van het deelvenster Afbeeldingsstijlen naar het object sleept.

    • Selecteer het object en houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u op de stijl in het deelvenster Afbeeldingsstijlen klikt.

    Opmerking:

    Als u de kleur van tekst wilt behouden wanneer u een afbeeldingsstijl toepast, schakelt u de optie Tekenkleur negeren uit in het menu van het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

Afbeeldingsstijlenbibliotheken gebruiken

Afbeeldingsstijlenbibliotheken zijn verzamelingen vooraf ingestelde afbeeldingsstijlen. Wanneer u een afbeeldingsstijlenbibliotheek opent, wordt deze weergegeven in een nieuw deelvenster (niet in het deelvenster Afbeeldingsstijlen). U selecteert, sorteert en bekijkt de items in een afbeeldingsstijlenbibliotheek op dezelfde manier als in het deelvenster Afbeeldingsstijlen. U kunt echter geen items toevoegen, verwijderen of bewerken in afbeeldingsstijlenbibliotheken.

Een afbeeldingsstijlenbibliotheek openen

  1. Selecteer een bibliotheek via Venster > Afbeeldingsstijlbibliotheken of via het submenu Afbeeldingsstijlenbibliotheek openen in het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

Opmerking:

Als u een bibliotheek automatisch wilt openen wanneer u Illustrator start, kies dan Blijvend in het deelvenstermenu van de bibliotheek.

Een afbeeldingsstijlenbibliotheek maken

  1. Voeg de gewenste afbeeldingsstijlen toe aan het deelvenster Afbeeldingsstijlen en verwijder de ongewenste afbeeldingsstijlen.

    Opmerking:

    Als u alle afbeeldingsstijlen wilt selecteren die niet worden gebruikt in een document, kiest u Ongebruikte selecteren in het menu van het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

  2. Kies Afbeeldingsstijlenbibliotheek opslaan in het menu van het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

    U kunt de bibliotheek opslaan op een willekeurige locatie. Als u het bibliotheekbestand echter opslaat op de standaardlocatie, wordt de bibliotheeknaam weergegeven in het submenu Door gebruiker gedefinieerd van het menu Afbeeldingsstijlenbibliotheken en Afbeeldingsstijlenbibliotheek openen.

Afbeeldingsstijlen van een bibliotheek naar het deelvenster Afbeeldingsstijlen verplaatsen

  • Sleep een of meer afbeeldingsstijlen van de afbeeldingsstijlenbibliotheek naar het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

  • Selecteer de afbeeldingsstijlen die u wilt toevoegen en kies Toevoegen aan afbeeldingsstijlen in het menu van het bibliotheekdeelvenster.

  • Een afbeeldingsstijl toepassen op een object in het document. De afbeeldingsstijl wordt automatisch toegevoegd aan het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

Werken met afbeeldingsstijlen

In het deelvenster Afbeeldingsstijlen kunt u afbeeldingsstijlen een nieuwe naam geven of verwijderen, de koppeling naar een afbeeldingsstijl verbreken en kenmerken van afbeeldingsstijlen vervangen.

De naam van een afbeeldingsstijl wijzigen

  1. Kies Opties voor afbeeldingsstijl in het deelvenstermenu, geef het bestand een nieuwe naam en klik vervolgens op OK.

Een afbeeldingsstijl verwijderen

  1. Kies Afbeeldingsstijl verwijderen in het deelvenstermenu en klik op Ja, of sleep de stijl naar het pictogram Verwijderen.

    Alle objecten, groepen of lagen die deze afbeeldingsstijl gebruikten, behouden dezelfde weergavekenmerken. De kenmerken zijn echter niet meer gekoppeld aan een afbeeldingsstijl.

  1. Selecteer het object, de groep of de laag waarop de afbeeldingsstijl is toegepast.

  2. Voer een van de volgende stappen uit:

    • Kies Koppeling naar afbeeldingsstijl verbreken in het menu van het deelvenster Afbeeldingsstijlen of klik op de knop Koppeling naar afbeeldingsstijl verbreken  in het deelvenster.

    • Wijzig een weergavekenmerk van de selectie (zoals een vulling, lijn, transparantie of effect).

      Het object, de groep of de laag behoudt dezelfde weergavekenmerken en kan nu onafhankelijk worden bewerkt. Deze kenmerken behoren echter niet meer bij een afbeeldingsstijl.

Kenmerken van een afbeeldingsstijl vervangen

  • Sleep de afbeeldingsstijl die u wilt gebruiken naar de afbeeldingsstijl die u wilt vervangen, terwijl u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houdt.

  • Selecteer een object of groep (of wijs een laag aan in het deelvenster Lagen) die de kenmerken bevat die u wilt gebruiken. Vervolgens houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u de miniatuur boven in het deelvenster Vormgeving sleept naar de afbeeldingsstijl die u wilt vervangen in het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

  • Selecteer de afbeeldingsstijl die u wilt vervangen. Selecteer vervolgens de illustratie (of wijs een item aan in het deelvenster Lagen) die de kenmerken bevat die u wilt gebruiken. Kies vervolgens Opnieuw definiëren van afbeeldingsstijl 'stijlnaam' in het menu van het deelvenster Vormgeving.

    De vervangen afbeeldingsstijl houdt dezelfde naam, maar krijgt nieuwe weergavekenmerken. Alle instanties van de afbeeldingsstijl in het Illustrator-document worden bijgewerkt met de nieuwe kenmerken.

Alle afbeeldingsstijlen uit een ander document importeren

  1. Kies Venster > Afbeeldingsstijlbibliotheken > Andere bibliotheek of kies Afbeeldingsstijlenbibliotheek openen > Andere bibliotheek in het menu van het deelvenster Afbeeldingsstijlen.

  2. Selecteer het bestand waaruit u afbeeldingsstijlen wilt importeren en klik op Openen.

    De afbeeldingsstijlen worden weergegeven in een deelvenster van een afbeeldingsstijlenbibliotheek (niet in het deelvenster Afbeeldingsstijlen).

Adobe-logo

Aanmelden bij je account