Overzicht van tekenmodi

Laatst bijgewerkt op 11 feb. 2026

Leer hoe je tekenmodi kunt gebruiken om de plaatsing en stapelvolgorde van objecten te beheren.

Normaal tekenen, Erachter tekenen en Erin tekenen zijn tekenmodi die je helpen bepalen hoe nieuwe illustraties reageren op bestaande objecten. Deze modi bepalen de stapelvolgorde en plaatsing van nieuwe objecten in je ontwerp. Je kunt tekenmodi openen via de werkbalk in de linkerbenedenhoek van de werkruimte of gebruik Shift + D om door de drie modi te bladeren.

Tekenmodi zijn ook van toepassing op bepaalde opdrachten, zoals Op locatie plakken en Op alle tekengebieden plakken, maar niet op Vooraan plakken of Achteraan plakken.

Modus Normaal tekenen

Dit is de standaard tekenmodus. Nieuwe objecten worden boven op het geselecteerde object of vóór andere objecten op dezelfde laag geplaatst.

Modus Erachter tekenen

Met deze modus kun je achter bestaande illustraties tekenen. Als er niets is geselecteerd, wordt het object achter alle illustraties op de geselecteerde laag getekend. Als er een object is geselecteerd, wordt het nieuwe object er direct onder geplaatst.

De modus Erachter tekenen werkt met:

  • Nieuwe lagen maken
  • Symbolen of bestanden plaatsen
  • Objecten dupliceren (Alt + Slepen)
  • Op locatie plakken of Op alle tekengebieden plakken gebruiken.

Modus Erin tekenen

Met deze modus kun je in een geselecteerd object tekenen, waardoor je knipmaskers kunt maken zonder extra stappen. Deze modus is alleen ingeschakeld als er één object is geselecteerd, zoals een pad, een samengesteld pad of tekst.

De modus Erin tekenen gebruiken:

  • Selecteer een object.
  • Schakel over naar de modus Erin tekenen.
  • Teken of plak je vorm. Content buiten het object wordt automatisch bijgesneden.
  • Om te vertrekken, druk je op Shift + D of dubbelklik je buiten het object.
Opmerking:

Knipmaskers behouden, in tegenstelling tot het gebruik van Object > Knipmasker > Maken, de weergave van het pad.