Een animatie met bewegings-tween wordt tot stand gebracht door het opgeven van verschillende waarden voor een objecteigenschap in verschillende frames. Animate berekent automatisch de waarden voor die eigenschap voor de tussenliggende frames. De term tween is afgeleid aan de Engelse woorden voor tussen: 'in between'.

Wanneer u een animatie maakt, maakt u de bewegings-tween en definieert u vervolgens de eigenschappen van de tween en past u deze aan. De eigenschappen variëren van positie, grootte, kleureffecten en filters tot rotatie voor een instantie of tekstblok. Animate zorgt automatisch voor een geleidelijke wijziging tussen het eerste en het tweede punt in de tijd. U kunt ook een bewegings-tween toepassen die een bewegingspad volgt.

Als u een nieuwe gebruiker bent, voert u de volgende stappen met instructies uit om uw animatie met bewegings-tween te voltooien:

  1. Maak een bewegings-tween: leer hoe u een animatie met bewegings-tween kunt maken.
  2. Animeer een positie met een tween: leer hoe tweens worden toegevoegd aan de tijdlijn.
  3. Bewerk het bewegingspad: leer hoe u het bewegingspad van een getweende animatie kunt bewerken.
  4. Gebruik eigenschapshoofdframes: begrijp hoe eigenschapshoofdframes in bewegings-tweens werken.
  5. Bewerk de bewegings-tween-reeks: gebruik de Bewegingseditor of Eigenschapcontrole om tween-reeksen te bewerken.
  6. Maak voorinstellingen voor beweging en pas deze toe: gebruik voorinstellingen voor beweging om vooraf geconfigureerde bewegings-tweens te gebruiken die u op een object in het werkgebied kunt toepassen
  7. Maak aangepaste versnellingen: pas versnellingseigenschappen toe om een animatie geleidelijk te versnellen of te vertragen voor een realistische en natuurlijke weergave van een bewegings-tween.

Verwijzingen

Tween-reeks:

  • is een groep frames in de tijdlijn waarin een of meer eigenschappen van een object in de loop der tijd veranderen.
  • Een bewegings-tween-reeks wordt in de tijdlijn weergegeven als een groep frames in één laag met een achtergrondkleur.
  • U kunt de tween-reeksen selecteren als één object en deze van de ene locatie in de tijdlijn naar de andere slepen, inclusief naar een andere laag.
  • U kunt slechts één object in elke tween-reeks in het werkgebied animeren. Dit object wordt het doelobject van de tween-reeks genoemd.

Eigenschapshoofdframe:

  • is een frame in een tween-reeks waarin een of meer eigenschapswaarden van het tween-doelobject expliciet door u worden gedefinieerd.
  • Deze eigenschappen zijn onder andere de positie, alfawaarde (transparantie), kleurtint, enzovoort.
  • Elke gedefinieerde eigenschap heeft eigen eigenschapshoofdframes.
  • Als u in één frame meerdere eigenschappen instelt, bevinden de eigenschapshoofdframes voor elk van deze eigenschappen zich in dat frame.
  • Gebruik de Bewegingseditor om alle eigenschappen van een tween-reeks en de bijbehorende eigenschapshoofdframes weer te geven.
  • Ga als volgt te werk om te bepalen welk type eigenschapshoofdframe in de tijdlijn wordt weergegeven: klik in het contextmenu voor de tween-reeks met de rechtermuisknop op een willekeurig eigenschapshoofdframe en selecteer Hoofdframes weergeven. 

Doelobject van een tween

Een bewegings-tween heeft één object in een tween-reeks dat het doelobject van de tween wordt genoemd. Er zijn meerdere voordelen verbonden aan het opnemen van één doelobject in een tween:

  • U kunt een tween opslaan als een voorinstelling die u later weer kunt gebruiken.
  • U kunt de bewegings-tweens gemakkelijk verplaatsen in het werkgebied of op de tijdlijn (sleep de tween-reeks).
  • U kunt een nieuwe instantie op een bestaande tween toepassen door deze op een tween te plakken om deze te vervangen, een nieuwe instantie uit de Bibliotheek te slepen of door Symbool wisselen te gebruiken. 

Tweenbare objecten en eigenschappen

De typen objecten waarop u een bewegings-tween kunt toepassen, zijn filmclips, grafische symbolen, knopsymbolen en tekstvelden. Van deze objecten kunnen bijvoorbeeld de volgende eigenschappen worden getweend:

  • 2D X- en Y-positie

  • 3D Z-positie (alleen filmclips)

  • 2D-rotatie (rond de Z-as)

  • 3D X-, Y- en Z-rotatie (alleen filmclips): vereist om het FLA-bestand in de publicatie-instellingen in te stellen voor gebruik met ActionScript 3.0 en Flash Player 10. Adobe AIR biedt ook ondersteuning voor 3D-beweging.

  • X en Y scheeftrekken

  • X- en Y-schaal

  • Kleureffecten: inclusief alfawaarde (transparantie), helderheid, tint en geavanceerde kleurinstellingen. Kleureffecten kunnen alleen worden getweend op symbolen en TLF-tekst. Door deze eigenschappen te tweenen, lijkt het alsof objecten van de ene kleur in de andere vervagen. Als u een kleureffect wilt tweenen op klassieke tekst, converteert u de tekst naar een symbool.

  • Filtereigenschappen (filters kunnen niet worden toegepast op grafische symbolen)

Downloaden

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid