Externe FLV- of F4V-bestanden dynamisch afspelen

Als alternatief voor het importeren van video in de Animate-ontwerpomgeving kunt u de FLVPlayback-component of ActionScript gebruiken om externe FLV- of F4V-bestanden dynamisch af te spelen in Flash Player. U kunt ook de FLVPlayback-component en ActionScript samen gebruiken.

U kunt FLV- of F4V-bestanden afspelen die zijn geplaatst als HTTP-downloads of als lokale mediabestanden. Voor het afspelen van een extern FLV- of F4V-bestand plaatst u een FLV- of F4V-bestand op een URL (op een HTTP-site of in een lokale map) en voegt u de component FLVPlayback of ActionScript-code toe aan het Animate-document voor toegang tot en besturing van het afspelen van het bestand bij uitvoering.

U hebt meer mogelijkheden bij het gebruik van externe FLV- of F4V-bestanden dan bij het gebruik van geïmporteerde video:

  • U kunt langere videoclips gebruiken zonder vertraging bij het afspelen. Externe FLV- of F4V-bestanden maken tijdens het afspelen gebruik van geheugen in cache. Dit betekent dat grote bestanden worden opgeslagen in kleine delen die dynamisch kunnen worden geopend, zodat minder geheugen nodig is dan bij ingesloten videobestanden.

  • Een extern FLV- of F4V-bestand kan een andere framesnelheid hebben dan het Animate-document waarin het bestand wordt afgespeeld. U kunt bijvoorbeeld de framesnelheid van het Animate-document instellen op 30 fps en de framesnelheid van de video op 21 fps. Dit geeft u meer controle over de afspeelkwaliteit van de video.

  • Bij externe FLV- of F4V-bestanden hoeft u het afspelen van een Animate-document niet te onderbreken wanneer een videobestand wordt geladen. Bij geïmporteerde videobestanden moet het afspelen van een document soms worden onderbroken om bepaalde functies uit te voeren (zoals toegang tot een cd-romstation). Bij FLV- of F4V-bestanden kunnen functies worden uitgevoerd onafhankelijk van het Animate-document, zodat het afspelen niet wordt onderbroken.

  • Bij FLV- of F4V-bestanden kunt u video-inhoud makkelijker van een bijschrift voorzien, omdat u callback-functies gebruikt om toegang te krijgen tot de videometagegevens.

Gedragingen bij het afspelen van video

Videogedragingen vormen een manier om het afspelen van video te beheren. Gedragingen zijn vooraf geschreven ActionScript-scripts die u aan een activeringsobject kunt toevoegen om een ander object te besturen. Met gedragingen kunt u de kracht, besturing en flexibiliteit van ActionScript-codering aan uw document toevoegen zonder zelf ActionScript-code te hoeven schrijven. Met videogedragingen kunt u een videoclip afspelen, stoppen, terugspoelen, vooruitspoelen, weergeven en verbergen.

U kunt een videoclip met een gedraging besturen door de gedraging via het deelvenster Gedragingen toe te passen op een activeringsobject, zoals een filmclip. Geef de gebeurtenis op die het gedrag in werking zet (zoals het vrijgeven van de filmclip), selecteer een doelobject (de video waarop de gedraging effect heeft) en selecteer, indien nodig, instellingen voor de gedraging, zoals het aantal terug te spoelen frames.

Opmerking:

Het activeringsobject moet een filmclip zijn. U kunt gedragingen voor het afspelen van video niet koppelen aan knopsymbolen of knopcomponenten.

De volgende gedragingen in Animate besturen ingesloten video:

Gedrag

Doel

Parameters

Video afspelen

Een video afspelen in het huidige document.

Instantienaam van doelvideo

Video stoppen

De video stoppen.

Instantienaam van doelvideo

Video pauzeren

De video pauzeren.

Instantienaam van doelvideo

Video terugspoelen

De video terugspoelen met het opgegeven aantal frames.

Instantienaam van doelvideo

Aantal frames

Video vooruitspoelen

De video vooruitspoelen met het opgegeven aantal frames.

Instantienaam van doelvideo

Aantal frames

Video verbergen

De video verbergen.

Instantienaam van doelvideo

Video weergeven

De video weergeven.

Instantienaam van doelvideo

Afspelen van video met gedragingen beheren

  1. Selecteer de filmclip om de gedraging te activeren.
  2. Klik in het deelvenster Gedragingen (Venster > Gedragingen) op de knop Toevoegen (+) en selecteer de gewenste gedraging in het submenu Ingesloten video.
  3. Selecteer de video die u wilt besturen.
  4. Selecteer een relatief of absoluut pad.
  5. Selecteer indien nodig instellingen voor de gedragingsparameters en klik op OK.
  6. Klik in het deelvenster Gedragingen onder Gebeurtenis op Bij vrijgeven (de standaardgebeurtenis) en selecteer een muisgebeurtenis. Laat de optie Bij vrijgeven ongewijzigd als u deze optie wilt gebruiken.

De FLVPlayback-component

Met de FLVPlayback-component kunt u een videospeler in uw Animate-toepassing opnemen om progressief gedownloade videobestanden (FLV of F4V) via HTTP af te spelen, of om streaming FLV-bestanden af te spelen vanaf een Adobe Media Server (AMS) of een Flash Video Streaming Service (FVSS).

De component FLVPlayback biedt de volgende mogelijkheden:

  • Een set vooraf ontworpen skins voor de aanpassing van afspeelbesturingselementen en het uiterlijk van de gebruikersinterface.

  • Geavanceerde gebruikers kunnen hun eigen aangepaste skins maken.

  • Actiepunten waarmee u video met animatie, tekst en afbeeldingen in uw Animate-toepassing kunt synchroniseren.

  • Live voorvertoning van aanpassingen.

  • Het SWF-bestand behoudt een redelijke grootte voor het downloaden.

    De component FLVPlayback is het weergavegebied waarin u video afspeelt. De component FLVPlayback bevat de aangepaste UI-componenten voor het afspelen van FLV (knoppen voor het afspelen, stoppen, pauzeren en besturen van de video).

De component FLVPlayback configureren

  1. Selecteer de FLVPlayback-component in het werkgebied, open Eigenschapcontrole (Venster > Eigenschappen) en voer een instantienaam in.
  2. Selecteer Parameters in Eigenschapcontrole of open Componentcontrole (Venster > Componenten).
  3. Voer waarden in voor de parameters of gebruik de standaardinstellingen.

    Voor elke instantie van de component FLVPlayback kunt u de volgende parameters instellen in Componentcontrole of Eigenschapcontrole:

    Opmerking:

    In de meeste gevallen is het niet nodig de instellingen in de component FLVPlayback te wijzigen, tenzij u het uiterlijk van een videoskin wilt veranderen. De wizard Video importeren configureert de parameters afdoende voor de meeste implementaties.

    autoPlay

    Een Booleaanse waarde die bepaalt hoe de FLV of F4V moet worden afgespeeld. Bij true wordt de video direct na het laden afgespeeld. Bij false wordt het eerste frame geladen en vervolgens gepauzeerd. De standaardwaarde is true.

    autoRewind

    Een Booleaanse waarde die bepaalt of de video automatisch moet worden teruggespoeld. Bij true wordt de video automatisch teruggespoeld tot het begin wanneer de afspeelkop het einde heeft bereikt of wanneer de gebruiker op de kop Stop klikt. Bij false wordt de video niet automatisch teruggespoeld. De standaardwaarde is true.

    autoSize

    Een Booleaanse waarde die bij true de component bij uitvoering de afmetingen van de bronvideo laat overnemen. De standaardwaarde is false.

    Opmerking: De gecodeerde framegrootte van de video is niet gelijk aan de standaardafmetingen van de component FLVPlayback.

    bufferTime

    Het aantal seconden voor bufferen voordat het afspelen begint. De standaardwaarde is 0.

    contentPath (AS2-bestanden)

    Een tekenreeks die de URL opgeeft naar een FLV, F4V of naar een XML-bestand met een beschrijving voor het afspelen van de video. Dubbelklik op de waardecel voor deze parameter om het dialoogvenster Inhoudspad te openen. De standaardwaarde is een lege tekenreeks. Als u geen waarde opgeeft voor de parameter contentPath, gebeurt er niets wanneer de instantie van FLVPlayback in Animate wordt uitgevoerd.

    bron (AS3-bestanden)

    Een tekenreeks die de URL opgeeft naar een FLV, F4V of naar een XML-bestand met een beschrijving voor het afspelen van de video. Dubbelklik op de waardecel voor deze parameter om het dialoogvenster Inhoudspad te openen. De standaardwaarde is een lege tekenreeks. Als u geen waarde opgeeft voor de parameter contentPath, gebeurt er niets wanneer de instantie van FLVPlayback in Animate wordt uitgevoerd.

    isLive

    Een Booleaanse waarde die bij true opgeeft dat de video live streamt via FMS. De standaardwaarde is false.

    cuePoints

    Een tekenreeks die de actiepunten voor de video opgeeft. Met actiepunten kunt u specifieke punten in de video synchroniseren met animatie, afbeeldingen of tekst in Animate. De standaardwaarde is een lege tekenreeks.

    maintainAspectRatio

    Een Booleaanse waarde die bij true de afmetingen van de videospeler in de component FLVPlayback wijzigt met behoud van de hoogte-breedteverhouding van de bronvideo. De bronvideo wordt geschaald en de afmetingen van de component FLVPlayback zelf worden niet gewijzigd. De parameter autoSize heeft voorrang op deze parameter. De standaardwaarde is true.

    skin

    Een parameter waarmee het dialoogvenster Skin selecteren wordt geopend waarin u een skin kunt kiezen voor de component. De standaardwaarde is Geen. Als u Geen kiest, bevat de instantie van FLVPlayback geen besturingselementen waarmee de gebruiker de video kan afspelen, stoppen of terugspoelen of andere handelingen kan uitvoeren. Als de parameter autoPlay wordt ingesteld op true, wordt de video automatisch afgespeeld. Zie De component FLVPlayback aanpassen in ActionScript 3.0-componenten gebruiken of Naslaggids voor componenten van ActionScript 2.0 voor meer informatie.

    totalTime

    Het totale aantal seconden in de bronvideo. De standaardwaarde is 0. Bij progressief downloaden wordt dit aantal in Animate gebruikt als een waarde groter dan nul (0) is ingesteld. Anders wordt de tijd in Animate zo mogelijk uit de metagegevens afgeleid.

    Opmerking: Bij het gebruik van FMS of FVSS wordt deze waarde genegeerd. In dat geval wordt de totale tijd van de video van de server overgenomen.

    volume

    Een getal van 0 tot 100 dat het percentage voorstelt van het maximale volume waarop het volume wordt ingesteld.

De parameter contentPath of source opgeven

Als u een lokale videoclip hebt geïmporteerd in Animate voor gebruik met progressief gedownloade inhoud of streaming video-inhoud, moet u de parameter contentPath (AS2 FLA-bestanden) of source (AS3 FLA-bestanden) van de FLVPlayback-component bijwerken voordat u de inhoud uploadt naar een webserver of Adobe Media Server. De parameter contentPath of source geeft de naam en de locatie van het videobestand op de server op en bevat impliciet de afspeelmethode (bijvoorbeeld progressief downloaden via HTTP of streaming vanaf Adobe Media Server met RTMP).

  1. Selecteer de FLVPlayback-component in het werkgebied, open de Eigenschapcontrole (Venster > Eigenschappen) en selecteer Parameters, of open de Componentcontrole (Venster > Componentcontrole).
  2. Voer waarden in voor de parameters of gebruik de standaardinstellingen. Ga als volgt te werk voor de parameter contentPath of source: a) Dubbelklik op de waardecel voor de parameter contentPath of source om het dialoogvenster Inhoudspad te openen. b) Voer de URL of het lokale pad in naar het FLV- of F4V-bestand of het XML-bestand (voor Adobe Media Server of FVSS) met een beschrijving van hoe het videobestand moet worden afgespeeld.

    Als u de locatie van de video of het XML-bestand niet weet, klikt u op het mappictogram om naar de juiste locatie te gaan. Wanneer bij het bladeren naar een videobestand het bestand zich op of onder de locatie bevindt van het doel-SWF-bestand, wordt het pad in Animate automatisch relatief gemaakt ten opzichte van die locatie, zodat u het van een webserver kunt laten halen. Anders is het pad een absoluut Windows- of Macintosh-bestandspad.

    Als u een HTTP-URL opgeeft, is het videobestand een progressief gedownload FLV- of F4V-bestand. Als u een RTMP-URL (Real-Time Messaging Protocol) opgeeft, streamt de video vanaf Adobe Media Server (AMS). Een URL naar een XML-bestand kan ook een streaming videobestand zijn vanaf AMS of FVSS.

    Opmerking:

    Wanneer u op OK klikt in het dialoogvenster Inhoudspad, wordt de waarde van de parameter cuePoints in Animate ook bijgewerkt, omdat u de parameter contentPath mogelijk hebt gewijzigd zodat de parameter cuePoints niet meer van toepassing is op het huidige inhoudspad. Het resultaat is dat eventuele uitgeschakelde actiepunten verloren gaan, maar geen ActionScript-actiepunten. Om deze reden kan het verstandig zijn actiepunten die niet van ActionScript komen via ActionScript uit te schakelen en niet via het dialoogvenster Actiepunten.

    Als u de parameter contentPath of source opgeeft, probeert Animate te verifiëren of de video die u hebt opgegeven compatibel is met Flash Player. Wanneer u een waarschuwingsdialoogvenster ziet, probeer dan de video met Adobe Media Encoder opnieuw te coderen naar FLV- of F4V-indeling.

    U kunt ook de locatie van een XML-bestand opgeven dat beschrijft hoe meerdere streams van videobestanden voor meerdere bandbreedten moeten worden afgespeeld. In het XML-bestand wordt SMIL (Synchronized Multimedia Integration Language) gebruikt om de videobestanden te beschrijven. Zie 'Een SMIL-bestand gebruiken' in de Naslaggids voor ActionScript 2.0-componenten voor een beschrijving van het XML SMIL-bestand.

Mediacomponenten (Flash Player 6 en 7)

Opmerking:

De mediacomponenten zijn in Macromedia Flash MX Professional 2004 geïntroduceerd en zijn bedoeld voor gebruik met Flash Player 6 of 7. Als u video-inhoud ontwikkelt voor gebruik met Flash Player 8 gebruik dan de component FLVPlayback die in versie 8 is geïntroduceerd. De component FLVPlayback biedt een verbeterde functionaliteit, waardoor u meer controle hebt over het afspelen van video in de Animate-omgeving.

De drie mediacomponenten zijn: MediaDisplay, MediaController en MediaPlayback. Met de component MediaDisplay kunt u media toevoegen aan uw Animate-documenten door de component naar het werkgebied te slepen en in Componentcontrole te configureren. Naast het instellen van parameters in Componentcontrole kunt u actiepunten toevoegen om andere handelingen te activeren. De component MediaDisplay wordt niet visueel weergegeven tijdens het afspelen. Alleen de videoclip is zichtbaar.

De component MediaController biedt besturingselementen waarmee de gebruiker met streaming media kan werken. De controller heeft knoppen voor afspelen, pauzeren, terugspoelen tot het begin en een volumeregelaar. De controller bevat tevens afspeelbalken die aangeven hoeveel van de media is geladen en hoeveel is afgespeeld. U kunt een afspeelkopschuifregelaar voorwaarts en achterwaarts slepen op de afspeelbalk om snel naar verschillende gedeelten van de video te navigeren. Met behulp van gedragingen of ActionScript kunt u deze component eenvoudig aan de component MediaDisplay koppelen om streaming video weer te geven en de gebruiker controle te geven.

De component MediaPlayback biedt de eenvoudigste en snelste manier om video en een controller toe te voegen aan uw Animate-documenten. De component MediaPlayback combineert de componenten MediaDisplay en MediaController in één geïntegreerde component. De instanties van de componenten MediaDisplay en MediaController worden automatisch aan elkaar gekoppeld voor de besturing van het afspelen.

U kunt parameters configureren voor het afspelen, de grootte en de lay-out voor alle drie de componenten met behulp van Componentcontrole of het tabblad Parameters in Eigenschapcontrole. Alle mediacomponenten werken even goed met MP3-audio-inhoud.

Zie 'Mediacomponenten' in de Naslaggids voor ActionScript 2.0-componenten voor meer informatie over de mediacomponenten.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid