Een afbeelding roteren of draaien
U kunt een selectie, een laag of een hele afbeelding roteren of draaien. Zorg dat u de juiste opdracht kiest, afhankelijk van het item dat u wilt roteren of draaien.
Kies Afbeelding > Roteren, kies een van de volgende opdrachten in het submenu, en klik op OK:
90° linksom, Laag 90° linksom of Selectie 90° linksom
Hiermee wordt de foto, laag of selectie een kwartslag tegen de wijzers van de klok in geroteerd. (Selectie roteren is alleen beschikbaar als er een actieve selectie is in een afbeelding.)
90° rechtsom, Laag 90° rechtsom of Selectie 90° rechtsom
Hiermee wordt de foto, laag of selectie een kwartslag met de wijzers van de klok mee geroteerd.
180°, Laag 180° of Selectie 180°
Hiermee wordt de foto, laag of selectie een halve slag geroteerd.
Aangepast
Hiermee roteert u het item het aantal graden dat u opgeeft. Als u deze optie selecteert, voert u het aantal graden in dat u het item wilt roteren en de richting waarin u het item wilt roteren.
Opmerking: Als u een positieve waarde invoert, wordt het object rechtsom geroteerd en als u een negatieve waarde invoert, wordt het object linksom geroteerd.
Horizontaal draaien, Laag horizontaal draaien of Selectie horizontaal draaien Draait de foto, laag of selectie horizontaal.
Een item vrij roteren
Met de opdrachten Laag vrij roteren en Selectie vrij roteren kunt u een item in elke gewenste mate roteren.
Als u een afbeelding selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.
- Klik op de rotatiegreep onder aan het selectiekader en sleep deze. Wanneer u de cursor boven de greep plaatst, neemt de cursor de vorm van concentrische pijlen aan. Als u in stappen van 15° wilt roteren, houdt u tijdens het slepen de toets Shift ingedrukt.
- Typ een rotatiehoek tussen -180° (maximale rotatie tegen de wijzers van de klok in) en 180° (maximale rotatie met de wijzers van de klok mee) in het tekstvak Rotatie instellen
op de optiebalk.
- U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken, op de knop Vastleggen
te klikken of op Enter te drukken.
- Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren
of drukt u op Esc.
Een item schalen
Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.
- Om de relatieve verhoudingen te behouden (zodat de afbeelding niet wordt vervormd) tijdens het schalen, selecteer je Verhoudingen vasthouden en sleep je een hoekgreep.Je kunt ook Alt (Option in Mac OS) ingedrukt houden terwijl je een hoekgreep sleept.
- Als u alleen de hoogte of de breedte wilt wijzigen, sleept u een zijgreep.
- Voer op de optiebalk een percentage voor de hoogte, de breedte of beide in.
- U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken, op de knop Vastleggen
te klikken of op Enter te drukken.
- Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren
of drukt u op Esc.
Een item schuintrekken of vervormen
Schuintrekken is het horizontaal of verticaal schuin plaatsen van een item. Wanneer u een item vervormt, rekt u het uit of perst u het juist samen.
Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.
- U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken, op de knop Vastleggen
te klikken of op Enter te drukken.
- Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren
of drukt u op Esc.
Perspectief op een item toepassen
Door perspectief toe te passen, krijgen objecten een driedimensionaal aanzien.
Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.
- U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken, op de knop Vastleggen
te klikken of op Enter te drukken.
- Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren
of drukt u op Esc.
Een item vrij transformeren
Met de opdracht Vrije transformatie kunt u verschillende transformaties (roteren, schalen, schuintrekken, vervormen en perspectief) in één stap toepassen. In plaats van de verschillende opdrachten te kiezen houdt u een toets op het toetsenbord ingedrukt om over te schakelen tussen de transformatiemethoden.
Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.
- Sleep een greep van het omsluitend kader om te schalen. Als u de breedte en de hoogte proportioneel wilt schalen, drukt u op Shift terwijl u een hoekgreep sleept of selecteert u Verhoudingen behouden op de optiebalk en sleept u een hoekgreep.
- U roteert een object door de aanwijzer buiten het omsluitend kader te plaatsen en te slepen. Als u de aanwijzer buiten het omsluitend kader plaatst, verandert deze in een kromme dubbele pijl
. Druk op Shift en sleep om in stappen van 15° te roteren.
- Houd Ctrl (Command in Mac OS) ingedrukt en sleep een willekeurige greep om te vervormen.Wanneer je de cursor boven een greep plaatst, verandert deze in een grijze pijlpunt
.
- Houd Ctrl+Shift (Command+Shift in Mac OS) ingedrukt en sleep een greep in het midden van een zijde van het Omsluitend kader om te scheeftrekken.Wanneer je de cursor boven een zijgreep plaatst, verandert deze in een grijze pijlpunt met een kleine dubbele pijl
.
- Houd Ctrl+Alt+Shift (Command+Optie+Shift) ingedrukt en sleep een hoekgreep om Perspectief toe te passen.Wanneer je de cursor boven een hoekgreep plaatst, verandert deze in een grijze pijlpunt
.
- U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken en vervolgens op de knop Vastleggen
te klikken of op Enter te drukken.
- Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Huidige bewerking annuleren
of drukt u op Esc.
Een transformatie op de achtergrondlaag toepassen
Voordat u transformaties kunt toepassen op de achtergrondlaag, moet u deze laag omzetten in een normale laag.
Met de opdracht Verdraaien kunt u verschillende onderdelen, zoals afbeeldingen, vormen en tekst, transformeren door besturingspunten te slepen.
Voer een van de volgende handelingen uit:
- Als u uw selectie wilt verdraaien met een verdraaiingsvoorinstelling, kiest u een verdraaiingsstijl in het pop-upmenu Verdraaien op de balk met toolopties.
- Als u de vorm van een geplaatst item handmatig wilt bewerken, sleept u de controlepunten, een segment van het selectiekader of het net, of een gebied binnen het net.
Op de balk met toolopties kunt u de volgende opties instellen:
- Als u de richting van een verdraaiingsstijl die u hebt gekozen in het menu Verdraaien wilt wijzigen, klikt u op de knop Overschakelen tussen de modi voor vrije transformatie en verdraaien op de balk met toolopties.
- Als u de hoeveelheid verdraaiing wilt opgeven met numerieke waarden, voert u de waarden in de tekstvakken Buigen (Verbuigen instellen), Horizontaal (Horizontale vervorming instellen) en Verticaal (Verticale vervorming instellen) op de balk met toolopties in. U kunt geen numerieke waarden invoeren als u Geen of Aangepast hebt gekozen in het pop-upmenu Verdraaien.
A. De knop Overschakelen tussen de modi voor vrije transformatie en verdraaien B. Het pop-upmenu Verdraaien
Klik op het pictogram om van de Kromtrekken-tool over te schakelen naar het Transformeren-tool.
Klik op het pictogram om van het Transformeren-tool over te schakelen naar de Kromtrekken-tool.
Verwante informatie
Afbeeldingen eenvoudig bewerken en delen met Photoshop Elements
Combineer foto's, verwissel kleuren en wis onderdelen met AI-powered functies.