Werkschijven, plug‑ins en toepassingsupdates

Laatst bijgewerkt op 12 jan. 2022

Werkschijven

Als uw systeem niet over voldoende RAM-geheugen beschikt voor het uitvoeren van een handeling, gebruikt Photoshop Elements werkschijven. Een werkschijf is een willekeurige schijf of partitie van een schijf waarop geheugen beschikbaar is. Standaard wordt in Photoshop Elements de vaste schijf waarop het besturingssysteem is geïnstalleerd, gebruikt als primaire werkschijf.

U kunt de primaire werkschijf wijzigen of extra werkschijven toewijzen. Als de primaire schijf vol is, worden extra werkschijven gebruikt. Stel de snelste vaste schijf in als de primaire werkschijf. Controleer of er voldoende gedefragmenteerde ruimte beschikbaar is op de schijf.

Houd u aan de volgende richtlijnen voor het toewijzen van werkschijven:

  • Stel geen werkschijven in op hetzelfde fysieke station als Photoshop Elements of waarop grote bestanden staan die u bewerkt.

  • Stel geen werkschijven in op het fysieke station dat wordt gebruikt voor het virtuele geheugen van het besturingssysteem.

  • Stel werkschijven in op een lokaal station, niet op een netwerklocatie.

  • Stel werkschijven in op conventionele (niet-verwijderbare) media.

  • RAID-schijven/schijfarrays zijn een goede keuze voor volumes die speciaal bedoeld zijn als werkschijf.

  • Defragmenteer stations met werkschijven regelmatig. Nog beter is het om een leeg station of een station met voldoende vrije ruimte te gebruiken, zodat de kans op defragmentatieproblemen nog kleiner is.

Werkschijven wijzigen

Voor het maken van een werkschijf in Photoshop Elements is aaneengesloten ruimte op een vaste schijf nodig. Regelmatige defragmentering van uw vaste schijf zorgt ervoor dat er aaneengesloten ruimte beschikbaar is, met name op de schijf die uw werkschijf bevat. Adobe raadt u aan een schijfhulpprogramma als Windows Schijfdefragmentatie te gebruiken om de vaste schijf regelmatig te defragmenteren. Raadpleeg de documentatie bij Windows voor informatie over hulpprogramma's voor defragmenteren.

Kies in Windows Bewerken > Voorkeuren > Prestaties.Kies in Mac Photoshop Elements > Voorkeuren\n> Prestaties.

Selecteer de gewenste schijven in het menu Werkschijven (u kunt maximaal vier werkschijven toewijzen).

Selecteer een werkschijf en gebruik de pijltoetsen naast de lijst met Werkschijven om de volgorde te wijzigen waarin de werkschijven worden gebruikt.

Klik op OK en start Photoshop Elements opnieuw op om de wijziging door te voeren.

Plug-ins

Adobe Systems en andere softwareontwikkelaars ontwikkelen plug-ins om meer functionaliteit aan Photoshop Elements toe te voegen. Bij uw programma wordt een aantal plug-ins geleverd voor importeren, exporteren en speciale effecten. Deze plug-ins staan in de mappen Plug-ins en Optional plug-ins van Photoshop Elements.

Als de plug-inmodules eenmaal zijn geïnstalleerd, worden deze weergegeven als:

  • Aan het menu Importeren of Exporteren toegevoegde opties
  • Aan het menu Filter toegevoegde filters, of
  • Bestandsindelingen in de dialoogvensters Openen en Opslaan als.

Als u een groot aantal plug-ins installeert, passen deze waarschijnlijk niet allemaal in de desbetreffende menu's van Photoshop Elements. Is dit het geval, dan worden nieuwe plug-ins in het submenu Filter > Overige weergegeven. U voorkomt dat een plug-in of map met plug-ins wordt geladen door een tilde (~) aan het begin van de naam van de plug-in of map te plaatsen. Het programma negeert tijdens het opstarten bestanden die zijn gemarkeerd met een tilde. Voor informatie over geïnstalleerde plug-ins kiest u Help > Info plug-in en selecteert u een plug-in in het submenu.

Notitie

Als u een optionele plug-in wilt gebruiken, kopieert u deze vanuit de map met optionele plug-ins naar de relevante submap in de map Plug-ins. Vervolgens installeert u de plug-inmodule en start u Photoshop Elements weer.

U kunt een extra map voor plug-ins selecteren waarin u de compatibele plug-ins kunt laden die bij een andere toepassing horen. U kunt ook een sneltoets maken voor een plug-in die is opgeslagen in een andere map op het systeem. U kunt de sneltoets of het alias vervolgens aan de map Plug-ins toevoegen en die plug-in gebruiken in Photoshop Elements.

Plug-ins installeren

Voer een van de volgende handelingen uit:
  • Gebruik het installatieprogramma van de plug-in, indien aanwezig.
  • Volg de installatie-instructies die bij de plug-in module zijn geleverd.
  • Zorg ervoor dat de bestanden met de plug-ins niet zijn gecomprimeerd en kopieer ze naar de desbetreffende map Plug-ins in de map van Photoshop Elements.

Een extra map voor plug-ins selecteren

Je kunt een extra plug-inmap selecteren\nwaaruit compatibele plug-ins worden geladen die bij een andere applicatie zijn opgeslagen.

Kies in Windows Bewerken > Voorkeuren >\nPlug-ins.Kies in Mac Photoshop Elements > Voorkeuren >\nPlug-ins.

Selecteer in het dialoogvenster Voorkeuren de optie Map voor extra plug-ins, selecteer een map in de lijst en klik op Kiezen.

Dubbelklik op de\ndirectory om de inhoud van een map weer te geven.Het pad naar de map verschijnt in het voorkeurenvenster.
Notitie

Selecteer geen locatie binnen de map Plug-ins van Photoshop Elements.

Start Photoshop Elements opnieuw op om de\nplug-ins te laden.

Alleen de standaardplug-ins laden

Wanneer Photoshop Elements wordt gestart, worden alle vooraf geïnstalleerde plug-ins, plug-ins van andere bedrijven of plug-ins in mappen met extra plug-ins geladen. Als u alleen de vooraf geïnstalleerde plug-ins van Photoshop Elements wilt laden, houdt u de Shift-toets tijdens het starten van de software ingedrukt. Klik in het bevestigingsvenster op Ja om optionele plug-ins en plug-ins van andere bedrijven niet te laden.

Applicatie-updates
\n\n

Notitie

Opties voor applicatie-updates zijn niet beschikbaar in de Windows Store-versie van Photoshop Elements.

Opties voor toepassingsupdates in het dialoogvenster Voorkeuren

Hier kunt u aangeven wanneer een toepassingsupdate wordt geïnstalleerd. In Photoshop Elements, Premiere Elements en Elements Organizer heb je de mogelijkheid om in te stellen wat er gebeurt wanneer een applicatie-update van Adobe beschikbaar is.

Druk op Ctrl/Cmd + K om het dialoogvenster Voorkeuren te openen, ga naar het tabblad Applicatie-updates en maak een keuze om het updatedialoogvenster te openen:

  • Updates automatisch downloaden en installeren: Downloadt een beschikbare update en installeert deze wanneer je de applicatie de volgende keer opnieuw opstart.
    \n
  • Melding weergeven wanneer een update beschikbaar is: Geeft de gebruiker een melding over een beschikbare update in de applicatie.Je kunt ervoor kiezen een update uit te stellen of de melding gebruiken om het updateproces te starten.
    \n" ] } ```