U zult in Adobe Illustrator vaak kleuren moeten toepassen op illustraties en dan is het handig als u enige kennis hebt van kleurmodellen en kleurmodi. Wanneer u kleuren op illustraties toepast, dient u te bedenken in welk medium de illustratie zal worden gepubliceerd, zodat u het juiste kleurmodel en de juiste kleurdefinities kunt gebruiken. Dankzij de alomvattende deelvensters Stalen en Kleurengids en het dialoogvenster Kleuren bewerken/Illustratie opnieuw kleuren kunt u in Illustrator heel eenvoudig experimenteren met kleur en kleuren toepassen.

We gebruiken kleurmodellen om de kleuren die we zien en waarmee we werken in digitale afbeeldingen te beschrijven. Elk kleurmodel, zoals RGB, CMYK of HSB, vertegenwoordigt een andere methode voor het beschrijven en classificeren van kleur. Kleurmodellen werken met numerieke waarden om het zichtbare kleurenspectrum aan te duiden. Een kleurruimte is een exemplaar van een kleurmodel met een specifiek gamma (kleuromvang of kleurbereik). Het RGB-kleurmodel omvat bijvoorbeeld een aantal kleurruimten: Adobe® RGB, sRGB en Apple® RGB. Hoewel kleuren in elk van deze kleurruimten worden gedefinieerd aan de hand van dezelfde drie assen (R, G en B), is het gamma van elk model verschillend.

Kleuren in digitale afbeeldingen

We gebruiken kleurmodellen om de kleuren die we zien en waarmee we werken in digitale afbeeldingen, te beschrijven. Elk kleurmodel, zoals RGB, CMYK of HSB, vertegenwoordigt een andere methode voor het beschrijven en classificeren van kleur. Kleurmodellen werken met numerieke waarden om het zichtbare kleurenspectrum aan te duiden. Een kleurruimte is een exemplaar van een kleurmodel met een specifiek gamma (kleuromvang of kleurbereik). Het RGB-kleurmodel omvat bijvoorbeeld een aantal kleurruimten: Adobe® RGB, sRGB en Apple® RGB. Hoewel kleuren in elk van deze kleurruimten worden gedefinieerd aan de hand van dezelfde drie assen (R, G en B), is het gamma van elk model verschillend.

Als u werkt met kleuren in afbeeldingen, bent u in feite bezig met het aanpassen van de numerieke waarden in het bestand. Het is niet zo moeilijk om een kleur een nummer te geven, maar deze numerieke waarden zijn op zichzelf geen absolute kleuren. Ze hebben alleen een kleurbetekenis binnen de kleurruimte van het apparaat dat de kleur produceert.

Aangezien elk apparaat een eigen kleurruimte heeft, kan het alleen kleuren reproduceren die binnen het eigen gamma thuishoren. Als een afbeelding van het ene apparaat naar het andere wordt verplaatst, veranderen de kleuren mogelijk omdat elk apparaat de RGB- of CMYK-waarden interpreteert volgens de eigen kleurruimte. Het is bijvoorbeeld onmogelijk om alle kleuren die op een monitor worden weergegeven, exact weer te geven in een afdruk van een desktopprinter. Een printer werkt in een CMYK-kleurruimte en een monitor in een RGB-kleurruimte. Het gamma (kleuromvang) van deze apparaten is verschillend. Bepaalde kleuren die met inkt worden geproduceerd, kunnen niet worden weergegeven op een monitor en bepaalde kleuren die op een monitor kunnen worden weergegeven, kunnen niet op papier worden gereproduceerd met inkt.

Hoewel het onmogelijk is om alle kleuren op de verschillende apparaten perfect op elkaar af te stemmen, kunt u met kleurbeheer wel zorgen dat de meeste kleuren hetzelfde zijn of zo op elkaar lijken dat ze er consistent uitzien.

De kleurmodellen RGB, CMYK, HSB en Lab

RGB

Een groot deel van het zichtbare spectrum kan worden weergegeven door rood, groen en blauw (RGB) licht in bepaalde verhoudingen en sterkten te vermengen. Als de kleuren elkaar overlappen, ontstaat cyaan, magenta en geel.

RGB-kleuren worden additieve kleuren genoemd, omdat u wit maakt door R (rood), G (groen) en B (blauw) tegelijk toe te voegen, dat wil zeggen dat al het licht wordt teruggekaatst naar het oog. Additieve kleuren worden gebruikt voor verlichting, televisies en computerschermen. Uw scherm maakt bijvoorbeeld kleuren door licht uit te stralen via rood, groen en blauw fosfor.

Additieve kleuren (RGB)
Additieve kleuren (RGB)

A. Rood B. Groen C. Blauw 

U kunt de RGB-kleurmodus gebruiken om met kleurwaarden te werken. Deze modus is gebaseerd op het RGB-kleurmodel. In de RGB-modus kunt u voor alle RGB-onderdelen een waarde tussen 0 (zwart) en 255 (wit) gebruiken. Zo heeft een helderrode kleur bijvoorbeeld een R-waarde van 246, een G-waarde van 20 en een B-waarde van 50. Wanneer de waarden van de drie kleuren gelijk zijn, is het resultaat een grijstint. Wanneer de waarde van alle onderdelen 255 is, is het resultaat puur wit en wanneer alle onderdelen de waarde 0 hebben, is het resultaat puur zwart.

Illustrator beschikt ook over een gewijzigde RGB-kleurmodus, namelijk de modus Webveilige RGB, die alleen de RGB-kleuren bevat die voor het web kunnen worden gebruikt.

CMYK

Terwijl bij het RGB-model kleur wordt gemaakt door een lichtbron, is het CMYK-model gebaseerd op de lichtabsorberende kwaliteiten van inkt op papier. Als wit licht op doorschijnende inkt valt, wordt een deel van het spectrum geabsorbeerd. Kleuren die niet worden geabsorbeerd, worden naar het oog gereflecteerd.

Wanneer puur cyaan (C), magenta (M) en gele (Y, van het Engelse 'yellow') pigmenten worden gecombineerd, ontstaat zwart omdat alle kleuren worden geabsorbeerd. Daarom worden dit de subtractieve kleuren genoemd. Zwarte inkt (K) wordt toegevoegd om betere dichtheid te verkrijgen in schaduwgebieden. (De letter K wordt gebruikt, omdat zwart de hoofdkleur (in het Engels de 'key'kleur) is voor het registreren van de andere kleuren en omdat de letter B al wordt gebruikt voor blauw.) Het combineren van deze inkten om kleur te reproduceren wordt vierkleurenprocesdruk genoemd.

Subtractieve kleuren (CMYK)
Subtractieve kleuren (CMYK)

A. Cyaan B. Magenta C. Geel D. Zwart 

U kunt de RGB-kleurmodus gebruiken om met kleurwaarden te werken. Deze modus is gebaseerd op het RGB-kleurmodel. In de CMYK-modus kan voor iedere CMYK-procesinkt een waarde tussen 0 en 100% worden gebruikt. Aan de lichtste kleuren worden kleine percentages van de procesinktkleuren toegewezen en de donkere kleuren krijgen een hoger percentage. Een helder rood kan bijvoorbeeld 2% cyaan, 93% magenta, 90% geel en 0% zwart bevatten. In CMYK-objecten benaderen lage inktpercentages de kleur wit en liggen hogere inktpercentages dichter bij zwart.

Gebruik CMYK wanneer u een document voorbereidt dat met procesinkten moet worden gedrukt.

HSB

Het HSB-model is gebaseerd op de menselijke waarneming van kleuren en beschrijft drie basiskenmerken van kleur:

Kleurtoon

Kleur die wordt gereflecteerd of doorgelaten door een object. Kleurtoon wordt gemeten als een locatie op het standaardkleurenwiel en wordt uitgedrukt in graden (tussen 0° en 360°). Kleurtonen worden in het dagelijks spraakgebruik benoemd met de naam van de desbetreffende kleur zoals rood, oranje of groen.

Verzadiging

Sterkte of zuiverheid van de kleur (soms chroma genoemd). Verzadiging is het percentage grijs in verhouding tot de kleurtoon. Dus 0% is grijs en 100% is volledig verzadigd. Op het standaardkleurenwiel is de verzadiging in het midden het kleinst en aan de rand het grootst.

Helderheid

De relatieve lichtheid of donkerheid van een kleur, gewoonlijk gemeten als een percentage van 0% (zwart) tot 100% (wit).

HSB-kleurmodel
HSB-kleurmodel

A. Kleurtoon B. Verzadiging C. Helderheid 

Lab

Het CIE Lab-kleurmodel is gebaseerd op de menselijke perceptie van kleur. Het is een van de kleurmodellen die zijn opgesteld door de Commission Internationale d’Eclairage (CIE), een organisatie die zich bezighoudt met standaarden voor alle aspecten van licht.

De numerieke waarden van Lab beschrijven alle kleuren die een persoon met een normaal gezichtsvermogen kan waarnemen. Aangezien het Lab-model beschrijft hoe een kleur eruitziet en niet hoeveel van een bepaalde kleurstof een apparaat (beeldscherm, desktopprinter of digitale camera) nodig heeft om kleuren te produceren, wordt Lab als een apparaatonafhankelijk kleurmodel beschouwd. Kleurbeheersystemen gebruiken Lab als kleurverwijzing om te kunnen voorspellen wat er gebeurt als een kleur wordt omgezet van de ene kleurruimte naar de andere.

U kunt het Lab-model in Illustrator gebruiken om steunkleurstalen te maken, weer te geven en uit te voeren. U kunt in de Lab-modus echter geen documenten maken.

Grijswaarden

Grijswaarden representeren een object aan de hand van zwarte tinten. Ieder grijswaardenobject heeft een helderheidswaarde tussen 0% (wit) en 100% (zwart). Afbeeldingen die zijn gemaakt met scanners voor zwart-wit of grijswaarden worden meestal weergegeven in grijswaarden.

U kunt met grijswaarden ook kleurenillustraties omzetten in kwalitatief hoogstaande zwart-witillustraties. In dit geval negeert Adobe Illustrator alle kleurinformatie in de originele illustratie en representeren de grijsniveaus (grijstinten) van de omgezette objecten de lichtsterkte van de oorspronkelijke objecten.

Wanneer u grijswaardenobjecten omzet in RGB, krijgen de kleurwaarden van elk object de eerdere grijswaarden van het desbetreffende object toegewezen. U kunt een grijswaardenobject ook omzetten in een CMYK-object.

Kleurruimten en gamma

Een kleurruimte is een kleurbereik in het zichtbare spectrum. Een kleurruimte kan ook een exemplaar zijn op een kleurmodel. Adobe RGB, Apple RGB en sRGB zijn voorbeelden van verschillende kleurruimten die zijn gebaseerd op hetzelfde kleurmodel.

Gamma's van verschillende kleurruimten
Gamma's van verschillende kleurruimten

A. Visuele gamma B. RGB-kleurruimte C. CMYK-kleurruimte 

Gamma is het kleurbereik waaruit een bepaalde kleurruimte bestaat. De apparaten (computermonitor, scanner, desktopprinter, drukpers, digitale camera) in uw workflow werken binnen verschillende kleurruimten en hebben elk een ander gamma. Sommige kleuren vallen binnen het gamma van de computermonitor, maar niet binnen het gamma van de inkjetprinter, en vice versa. Als een kleur niet kan worden geproduceerd op een apparaat, valt deze buiten de kleurruimte van dat apparaat. Met andere woorden: de kleur valt buiten het gamma.

Steun- en proceskleuren

U kunt een kleur toewijzen als een steunkleur of als een proceskleur, in overeenkomst met de twee hoofdinkttypen die worden gebruikt voor commercieel drukwerk. In het deelvenster Stalen kunt u het kleurtype van een kleur bepalen met de pictogrammen die worden weergegeven naast de naam van de kleur.

Wanneer u kleur toepast op paden en kaders, dient u rekening te houden met het uiteindelijke medium waarop uw werk wordt gepubliceerd, zodat u kleur in de meest geschikte kleurmodus toepast.

Opmerking:

Als voor uw kleurenworkflow documenten moeten worden overgebracht tussen apparaten, kunt u ervoor kiezen een kleurbeheersysteem (CMS, Color Management System) te gebruiken om kleuren te behouden en in te stellen tijdens het proces.

Steunkleuren

Een steunkleur is een speciale, vooraf gemengde inkt die wordt gebruikt in plaats van of in aanvulling op procesinkten. Voor deze inkten is een eigen afdrukplaat vereist op een drukpers. Gebruik steunkleuren als er weinig kleuren zijn opgegeven en kleurnauwkeurigheid van groot belang is. Met steunkleurinkten kunnen kleuren buiten de kleuromvang van proceskleuren nauwkeurig worden gereproduceerd. De daadwerkelijke weergave van de gedrukte steunkleur wordt echter bepaald door de combinatie van de inkt, zoals deze is gemengd door de commerciële drukker, en het papier waarop deze wordt gedrukt, niet door kleurwaarden die u opgeeft of door kleurbeheer. Als u steunkleurwaarden opgeeft, beschrijft u de gesimuleerde weergave van de kleur alleen voor uw monitor en samengestelde printer (afhankelijk van de kleuromvangbeperkingen van deze apparaten).

Hanteer de volgende richtlijnen bij het opgeven van een steunkleur:

  • Voor de beste resultaten bij gedrukte documenten geeft u een steunkleur op uit een systeem voor kleurovereenkomsten dat wordt ondersteund door uw commerciële drukker. De software wordt geleverd met verschillende bibliotheken met systemen voor kleurovereenkomsten.

  • Beperk het gebruikte aantal steunkleuren tot een minimum. Elke steunkleur die u maakt, genereert een extra afdrukplaat voor steunkleuren voor een drukpers. Hierdoor nemen de afdrukkosten toe. Als u denkt meer dan vier kleuren nodig te hebben, kunt u overwegen het document af te drukken met proceskleuren.

  • Als een object steunkleuren bevat en een ander object overlapt dat transparantie bevat, kan dit tot ongewenste resultaten leiden bij het exporteren naar de EPS-indeling, bij het omzetten van steunkleuren in proceskleuren met het dialoogvenster Afdrukken, en bij het maken van kleurscheidingen in een andere toepassing dan Illustrator of InDesign. Gebruik Voorvertoning afvlakker of Voorvertoning scheidingen om met een elektronische proefafdruk de effecten van transparantieafvlakking te controleren vóór het afdrukken. Daarnaast kunt u de steunkleuren vóór het afdrukken of exporteren omzetten in proceskleuren met Inktbeheer in InDesign.

  • U kunt een afdrukplaat voor steunkleuren gebruiken om een vernis toe te passen op gebieden van een proceskleurtaak. In dit geval worden voor uw afdruktaak vijf inkten gebruikt: vier procesinkten en een steunvernis.

Proceskleuren

Een proceskleur wordt afgedrukt met een combinatie van de vier standaardprocesinkten: cyaan, magenta, geel en zwart (CMYK). Gebruik proceskleuren als voor een taak zo veel kleuren zijn vereist dat het gebruik van afzonderlijke steunkleurinkten duur of onpraktisch zou worden, zoals bij het afdrukken van kleurenfoto's.

Hanteer de volgende richtlijnen bij het opgeven van een proceskleur:

  • Voor de beste resultaten in een gedrukt document van hoge kwaliteit, geeft u proceskleuren op met behulp van CMYK-waarden die worden vermeld in referentiegrafieken voor proceskleuren, die beschikbaar zijn bij een commerciële drukker.

  • De uiteindelijke kleurwaarden van een proceskleur zijn de bijbehorende waarden in CMYK. Als u dus een proceskleur opgeeft met RGB (of LAB, in InDesign), worden deze kleuren omgezet in CMYK als u kleurscheidingen afdrukt. Deze omzettingen variëren op basis van de instellingen voor kleurbeheer en uw documentprofiel.

  • Geef proceskleuren niet op op basis van de weergave op uw monitor, tenzij u er zeker van bent dat u een kleurbeheersysteem goed hebt ingesteld en u de beperkingen van voorvertoningen begrijpt.

  • Vermijd het gebruik van proceskleuren in documenten die alleen bedoeld zijn voor weergave op internet, aangezien CMYK een kleinere kleurenomvang heeft dan een standaardmonitor.

  • Met Illustrator en InDesign kunt u een proceskleur als globaal of als niet-globaal opgeven. In Illustrator blijven globale proceskleuren gekoppeld aan een staal in het deelvenster Stalen. Als u het staal van een globale proceskleur wijzigt, worden alle objecten bijgewerkt waarvoor deze kleur wordt gebruikt. Niet-globale proceskleuren worden niet automatisch bijgewerkt in het document als de kleur wordt bewerkt. Proceskleuren zijn standaard niet-globaal. Als u in InDesign een staal toepast op objecten, wordt het automatisch toegepast als globale proceskleur. Niet-globale stalen zijn naamloze kleuren die u kunt bewerken in het deelvenster Kleur.

Opmerking:

Globale en niet-globale proceskleuren zijn alleen van invloed op de manier waarop een specifieke kleur wordt toegepast op objecten, nooit op de manier waarop kleuren worden gescheiden of zich gedragen als u ze verplaatst tussen toepassingen.

Steun- en proceskleuren tegelijk gebruiken

Soms is het handig om proces- en steunkleuren in dezelfde taak te gebruiken. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat u een steunkleurinkt wilt gebruiken om de exacte kleur van een bedrijfslogo af te drukken op de pagina's van een jaarrapport waarop ook foto's worden gereproduceerd met een proceskleur. U kunt ook een afdrukplaat voor steunkleuren gebruiken om een vernis toe te passen op gebieden van een proceskleurtaak. In beide gevallen worden voor uw afdruktaak vijf inkten gebruikt: vier procesinkten en een steuninkt of vernis.

In InDesign kunt u proces- en steunkleuren samen mengen om gemengde inktkleuren te maken.

Kleuren in InDesign en Illustrator vergelijken

In Adobe InDesign en Adobe Illustrator worden enigszins verschillende methoden gebruikt voor de toepassing van benoemde kleuren. In Illustrator kunt u een benoemde kleur opgeven als globaal of niet-globaal, terwijl in InDesign alle naamloze kleuren als niet-globale proceskleuren worden behandeld.

Stalen zijn het equivalent van globale kleuren in InDesign. Stalen vergemakkelijken het wijzigen van kleurschema's zonder dat elk object afzonderlijk hoeft te worden gezocht en aangepast. Dit is vooral handig in gestandaardiseerde, productiegedreven documenten, zoals tijdschriften. Omdat kleuren in InDesign zijn gekoppeld aan stalen in het deelvenster Stalen, is een wijziging voor een staal van invloed op alle objecten waarop een kleur wordt toegepast.

Naamloze kleuren zijn het equivalent van niet-globale stalen in InDesign. Naamloze kleuren worden niet weergegeven in het deelvenster Stalen en worden niet automatisch bijgewerkt in het document als de kleur wordt bewerkt in het deelvenster Kleur. U kunt naamloze kleuren echter later toevoegen aan het deelvenster Stalen.

Benoemde en naamloze kleuren zijn alleen van invloed op de manier waarop een specifieke kleur wordt bijgewerkt in het document, nooit op de manier waarop kleuren worden gescheiden of zich gedragen als u ze verplaatst tussen toepassingen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid