Handelingen

Een handeling is een reeks taken die u kunt toepassen op één bestand of op een reeks bestanden, menuopdrachten, deelvensteropties, acties van tools enzovoort. U kunt bijvoorbeeld een handeling maken waarmee de grootte van een afbeelding wordt gewijzigd, een effect op de afbeelding wordt toegepast en het bestand vervolgens in de gewenste indeling wordt opgeslagen.

Handelingen kunnen stappen bevatten waarin u een taak uitvoert die niet kan worden opgenomen (zoals het gebruik van een tekentool). Handelingen kunnen ook modale besturingselementen bevatten (die de tussenkomst van de gebruiker vereisen). Dit houdt in dat u waarden in een dialoogvenster invoert tijdens het afspelen van een handeling.

In Photoshop vormen handelingen de basis voor druppels. Dit zijn kleine programma's waarmee automatisch alle bestanden worden verwerkt die naar het pictogram van het programma worden gesleept.

Photoshop en Illustrator worden geleverd met vooraf gedefinieerde handelingen die u helpen bij het uitvoeren van veelvoorkomende taken. U kunt deze handelingen zo gebruiken, ze aanpassen aan uw eisen of nieuwe handelingen maken. Handelingen worden in sets opgeslagen, zodat u ze kunt ordenen.

U kunt handelingen opnemen, bewerken, aanpassen, ze als batch verwerken en groepen handelingen beheren door met handelingensets te werken.

Overzicht van het deelvenster Handelingen

U kunt in het deelvenster Handelingen (Venster > Handelingen) afzonderlijke handelingen opnemen, afspelen, bewerken en verwijderen. In dit deelvenster kunt u ook bestanden met handelingen opslaan en laden.

Het deelvenster Handelingen in Photoshop
Het deelvenster Handelingen in Photoshop

A. Handelingenset B. Handeling C. Opgenomen opdrachten D. Ingesloten opdracht E. Modaal besturingselement (schakelt in of uit) 

Sets, handelingen en opdrachten samenvouwen en uitvouwen

  • Klik in het deelvenster Handelingen op het driehoekje links van de set, handeling of opdracht. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op het driehoekje als u alle handelingen in een set of alle opdrachten in een handeling wilt uitvouwen of samenvouwen.

Handelingen alleen op naam weergeven

  • Selecteer Knopmodus in het menu van het deelvenster Handelingen. Kies nogmaals Knopmodus om terug te keren naar de lijstmodus.

    Opmerking:

    In de knopmodus kunt u geen afzonderlijke opdrachten of sets bekijken.

Handelingen selecteren in het deelvenster Handelingen

  • Klik op de naam van een handeling. Houd Shift ingedrukt en klik op namen van handelingen om meerdere, aangrenzende handelingen te selecteren en houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt terwijl u klikt om meerdere niet-aangrenzende handelingen te selecteren.

Een handeling afspelen op een bestand

Als u een handeling afspeelt, worden de opgenomen opdrachten van de handeling in het actieve document uitgevoerd. Bij bepaalde handelingen moet u eerst een selectie maken voordat u de handeling kunt afspelen. Sommige handelingen kunnen worden uitgevoerd op een volledig bestand. U kunt bepaalde opdrachten uitsluiten van een handeling of slechts één opdracht afspelen. Als de handeling modale besturingselementen heeft, kunt u in een dialoogvenster Tools gebruiken of waarden invoeren wanneer de handeling wordt gepauzeerd.

Opmerking:

In de knopmodus wordt door een klik op een knop de hele handeling uitgevoerd; vooraf uitgesloten opdrachten worden echter niet uitgevoerd.

  1. Selecteer, indien nodig, objecten waarop de handeling moet worden afgespeeld of open een bestand.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • (Illustrator) Als u een set handelingen wilt afspelen, selecteert u de naam van de set en klikt u op Afspelen  in het deelvenster Handelingen of selecteert u Afspelen in het deelvenstermenu.

    • Als u één handeling volledig wilt afspelen, selecteert u de naam van de handeling en klikt u op de knop Afspelen in het deelvenster Handelingen of selecteert u Afspelen in het deelvenstermenu.

    • Als u een toetsencombinatie aan de handeling hebt toegewezen, drukt u op die combinatie om de handeling automatisch af te spelen.

    • Als u slechts een gedeelte van een handeling wilt afspelen, selecteert u de opdracht waarmee het afspelen moet beginnen en klikt u op de knop Afspelen in het deelvenster Handelingen of kiest u Afspelen in het deelvenstermenu.

    • Als u één handeling wilt afspelen, selecteert u de opdracht en houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt terwijl u op de knop Afspelen in het deelvenster Handelingen klikt. U kunt ook Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt houden en op de opdracht dubbelklikken.

Tip: Als u in Photoshop een handeling ongedaan wilt maken, maakt u eerst een opname in het deelvenster Historie voordat u een handeling afspeelt. U kunt dan de handeling ongedaan maken door de opname te selecteren.

Een handeling opnemen

Wanneer u een nieuwe handeling maakt, worden alle opdrachten en tools die u gebruikt aan de handeling toegevoegd totdat u de opname stopt.

Tip: Werk in een kopie om te voorkomen dat er fouten ontstaan en neem aan het begin van de handeling, voordat u andere opdrachten toepast, de opdracht Bestand > Opslaan als kopie (Illustrator) of Bestand > Opslaan als op en selecteer Als kopie (Photoshop). U kunt in Photoshop ook in het deelvenster Historie op de knop Nieuwe opname klikken om een opname van de afbeelding te maken voordat u de handeling opneemt.

  1. Open een bestand.
  2. Klik in het deelvenster Handelingen op de knop Nieuwe handeling maken  of selecteer Nieuwe handeling in het menu van het deelvenster.
  3. Voer een naam in voor de handeling, selecteer een handelingenset en stel de gewenste opties in.

    Functietoets

    Wijs een sneltoets toe aan de handeling. U kunt elke toetsencombinatie van een functietoets, de Ctrl-toets (Windows) of Command-toets (Mac OS) en de Shift-toets kiezen (bijvoorbeeld Ctrl+Shift+F3), met de volgende uitzonderingen: in Windows kunt u de F1-toets niet gebruiken en kunt u de toetsen F4 of F6 niet gebruiken in combinatie met de Ctrl-toets.

    Opmerking: Als u een handeling toewijst aan een sneltoets die al voor een opdracht wordt gebruikt, voert de sneltoets de handeling uit en niet de opdracht.

    Kleur

    Wijs een kleur toe voor de weergave in de knopmodus.

  4. Klik op Opname starten. De knop Opname starten in het deelvenster Handelingen wordt rood .

    Opmerking:

    Wanneer u de opdracht Opslaan als gebruikt, mag u de bestandsnaam niet wijzigen. Als u een nieuwe bestandsnaam invoert, wordt die nieuwe naam telkens wanneer u de handeling uitvoert, opgenomen en gebruikt. Als u naar een andere map navigeert voordat u het bestand opslaat, kunt u een andere locatie opgeven zonder een bestandsnaam te moeten opgeven.

  5. Voer de bewerkingen en opdrachten uit die u wilt opnemen.

    Niet alle taken kunnen rechtstreeks worden opgenomen. De meeste taken die u niet rechtstreeks kunt opnemen, kunt u wel invoegen met behulp van de opdrachten in het menu van het deelvenster Handelingen.

  6. Als u de opname wilt stoppen, klikt u op de knop Afspelen/opnemen stoppen of kiest u Opname stoppen in het menu van het deelvenster Handelingen. (In Photoshop kunt u ook op de toets Esc drukken.)

Opmerking:

Als u de opname in dezelfde handeling wilt hervatten, kiest u Opname starten in het menu van het deelvenster Handelingen.

Taken die niet kunnen worden opgenomen, invoegen in handelingen

U kunt niet alle taken in handelingen rechtstreeks opnemen. U kunt bijvoorbeeld de opdrachten in de menu's Effecten en Weergave niet opnemen, evenmin als opdrachten waarmee deelvensters worden getoond of verborgen. Ook het gebruik van de tools Selecteren, Pen, Penseel, Potlood, Verloop, Net, Pipet, Emmertje voor actieve verf en Schaar kan niet worden opgenomen.

Kijk naar het deelvenster Handelingen om na te gaan welke taken niet kunnen worden opgenomen. Als de naam van de opdracht of de tool niet wordt weergegeven nadat u de taak hebt uitgevoerd, kunt u de taak mogelijk wel toevoegen met behulp van de opdrachten in het menu van het deelvenster Handelingen.

Opmerking:

Als u een taak die niet kan worden opgenomen, wilt invoegen nadat u een handeling hebt gemaakt, selecteert u in de handeling het item waarachter u de taak wilt invoegen. Kies vervolgens de desbetreffende opdracht in het menu van het deelvenster Handelingen.

Een niet-opneembare menuopdracht invoegen

  1. Kies Menu-optie invoegen in het menu van het deelvenster Handelingen.

  2. Selecteer de opdracht in het desbetreffende menu of typ de eerste letters van de naam van de opdracht in het tekstvak en klik op Zoeken. Klik vervolgens op OK.

Een pad invoegen

  • Selecteer het pad en kies Pad selecteren invoegen in het menu van het deelvenster Handelingen.

De selectie van een object invoegen

  1. Typ een naam voor het object in het vak Tekstblok van het deelvenster Kenmerken voordat u de handeling opneemt. (Selecteer Tekstblok tonen in het menu van het deelvenster Kenmerken om het tekstvak Tekstblok weer te geven.)

  2. Wanneer u de handeling opneemt, kiest u Object selecteren in het menu van het deelvenster Handelingen.

  3. Voer een naam in voor het object en klik op OK.

Optimalisatieopties opnemen voor meerdere segmenten in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten

  • Stel de optimalisatieopties voor segmenten in voordat u de handeling opneemt. Druk vervolgens op Alt (Windows) of Option (Mac OS) en klik in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten op Herinneren.

    Wanneer u de handeling opneemt, behoudt Illustrator de instellingen.

Een stop invoegen

U kunt stops in een handeling opnemen, zodat u een taak kunt uitvoeren die niet kan worden opgenomen (bijvoorbeeld als u een tekentool wilt gebruiken). Klik, zodra u de taak hebt uitgevoerd, op de knop Afspelen in het deelvenster Handelingen om de handeling te voltooien.

U kunt ook een kort bericht weergeven wanneer de handeling de stop bereikt, zodat u weet wat er moet gebeuren voordat u doorgaat met de handeling. U kunt een knop Doorgaan in het bericht opnemen als er geen andere taken hoeven te worden uitgevoerd.

  1. Kies op een van de volgende manieren de plaats waar de stop moet komen:
    • Selecteer de naam van een handeling als u een stop wilt invoegen na de handeling.

    • Selecteer een opdracht als u een stop wilt invoegen na de opdracht.

  2. Kies Stop invoegen in het menu van het deelvenster Handelingen.
  3. Typ het bericht dat moet verschijnen.
  4. Als u de mogelijkheid wilt hebben om de handeling te vervolgen zonder te stoppen, selecteert u Doorgaan.
  5. Klik op OK.

Opmerking:

Stops kunnen tijdens of na de opname van een handeling worden ingevoegd.

Instellingen wijzigen bij het afspelen van een handeling

Standaard worden handelingen voltooid met de waarden die bij de oorspronkelijke opname van de handelingen zijn opgegeven. Als u de instellingen voor een opdracht binnen een handeling wilt wijzigen, kunt u een modaal besturingselement invoegen. Met een modaal besturingselement kunt u een handeling onderbreken, zodat u waarden kunt invoeren in een dialoogvenster of een modaal besturingselement kunt gebruiken. (Bij een modaal besturingselement moet u op Enter of Return drukken om het bijbehorende effect toe te passen. Als u eenmaal op Enter of Return hebt gedrukt, worden de taken van de handeling voortgezet.)

Een modaal besturingselement wordt aangeduid met het pictogram van een dialoogvenster  links van een opdracht, handeling of set in het deelvenster Handelingen. Een rood pictogram van een dialoogvenster  geeft een handeling of set aan waarin bepaalde (maar niet alle) opdrachten modaal zijn. In de knopmodus kunt u geen modaal besturingselement instellen.

  • Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een modaal besturingselement wilt inschakelen voor een opdracht in een handeling, klikt u op het vakje links van de opdrachtnaam. Klik nogmaals op het vakje om het modale besturingselement uit te schakelen.

    • Als u modale besturingselementen voor alle opdrachten in een handeling wilt in- of uitschakelen, klikt u op het vakje links van de naam van de handeling.

    • Als u modale besturingselementen voor alle handelingen in een set wilt in- of uitschakelen, klikt u op het vakje links van de naam van de set.

Opdrachten uitsluiten van een handeling

U kunt opdrachten uitsluiten als u deze niet wilt afspelen als deel van een opgenomen handeling. U kunt geen opdrachten uitsluiten in de knopmodus.

  1. Vouw indien nodig de lijst met opdrachten in de handeling uit door in het deelvenster Handeling op het driehoekje links van de naam van de handeling te klikken.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u één opdracht wilt uitsluiten, schakelt u het selectievakje links van de opdrachtnaam uit. Klik nogmaals op het selectievakje om de taak weer op te nemen.

    • Als u alle opdrachten of handelingen in een handeling of set wilt uitsluiten of opnemen, klikt u op het selectievakje links van de naam van de handeling of de set.

    • Als u alle opdrachten wilt uitsluiten of opnemen, behalve de geselecteerde opdracht, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u op het selectievakje van de opdracht.

      In Photoshop wordt het vinkje van de bovenliggende handeling rood en in Illustrator lichtgrijs weergegeven om aan te geven dat sommige van de opdrachten in de handeling zijn uitgesloten.

De afspeelsnelheid opgeven

U kunt de afspeelsnelheid van een handeling aanpassen of deze pauzeren om een handeling op fouten te kunnen controleren.

  1. Kies Terugspeelopties in het menu van het deelvenster Handelingen.
  2. Selecteer een snelheid en klik op OK.

    Versneld

    Speelt de handeling op een normale snelheid af (de standaardinstelling).

    Opmerking: Wanneer u een handeling op hoge snelheid afspeelt, wordt het scherm mogelijk niet snel genoeg bijgewerkt en kan het gebeuren dat bestanden worden geopend, gewijzigd, opgeslagen en gesloten zonder dat dit op het scherm zichtbaar is. Zo kan de handeling sneller worden uitgevoerd. Als u de bestanden op het scherm wilt weergeven terwijl de handeling wordt uitgevoerd, moet u de optie Stap voor stap kiezen.

    Stap voor stap

    Voltooit iedere opdracht en tekent de afbeelding opnieuw voordat u doorgaat naar de volgende opdracht in de handeling.

    Pauzeren gedurende __ seconden

    Geeft aan hoe lang er moet worden gewacht tussen het uitvoeren van twee opdrachten in de handeling.

Handelingen bewerken en opnieuw opnemen

U kunt handelingen heel eenvoudig bewerken en aanpassen. U kunt de instellingen van elke opdracht in een handeling aanpassen, opdrachten aan een bestaande handeling toevoegen of een volledige handeling stap voor stap doorlopen en een bepaalde instelling of alle instellingen wijzigen.

Opdrachten toevoegen aan een handeling

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer de naam van de handeling als u een nieuwe opdracht wilt invoegen aan het eind van de handeling.

    • Selecteer een opdracht in de handeling als u na de handeling een opdracht wilt invoegen.

  2. Klik op de knop Opnemen beginnen of kies Opname starten in het menu van het deelvenster Handelingen.
  3. Neem de aanvullende opdrachten op.
  4. Klik op de knop Afspelen/opnemen stoppen in het deelvenster Handelingen of kies Opname stoppen in het deelvenstermenu wanneer de opname gereed is.

Opdrachten in een handeling opnieuw rangschikken

  • Sleep een opdracht in het deelvenster Handelingen naar de nieuwe locatie in dezelfde of in een andere handeling. Laat de muisknop los zodra de markeringslijn op de gewenste plaats staat.

Een handeling opnieuw opnemen

  1. Selecteer een handeling en kies Opnieuw opnemen in het menu van het deelvenster Handelingen.
  2. Als er een modaal besturingselement wordt weergegeven, gebruikt u het besturingselement om andere instellingen te maken en drukt u op Enter of Return. Als u dezelfde instellingen wilt behouden, drukt u gewoon op Enter of Return.
  3. Als er een dialoogvenster wordt weergegeven, wijzigt u de instellingen en klikt u op OK om de gewijzigde waarden op te nemen. Als u dezelfde waarden wilt gebruiken, klikt u op Annuleren.

Eén taak nogmaals opnemen

  1. Selecteer een object van hetzelfde type waarvoor u de handeling opnieuw wilt opnemen. Als een taak bijvoorbeeld alleen beschikbaar is voor vectorobjecten, moet u bij het opnieuw opnemen een vectorobject selecteren.

  2. Dubbelklik in het deelvenster Handelingen op de opdracht.

  3. Voer de nieuwe waarden in en klik op OK.

Handelingensets beheren

U kunt sets met handelingen die betrekking hebben op een bepaalde taak maken en ordenen. U kunt deze sets dan op schijf opslaan en overbrengen naar andere computers.

Opmerking:

Alle handelingen die u maakt, worden automatisch in het deelvenster Handelingen weergegeven, maar als u een handeling werkelijk wilt opslaan en niet het risico wilt lopen dat deze handeling verloren gaat als u het bestand met uw voorkeuren (Illustrator) of het deelvensterbestand Handelingen (Photoshop) verwijdert, moet u de handeling opslaan als deel van een handelingenset.

Een set handelingen opslaan

  1. Selecteer een set.

    Opmerking:

    Als u één handeling wilt opslaan, moet u eerst een handelingenset maken en de handeling naar de nieuwe set verplaatsen.

  2. Kies Handelingen opslaan in het menu van het deelvenster Handelingen.
  3. Voer een naam in voor de set, kies een locatie en klik op Opslaan.

    U kunt het bestand op een willekeurige locatie opslaan. U kunt alleen de volledige inhoud van een set in het deelvenster Handelingen opslaan. Afzonderlijke handelingen kunnen niet worden opgeslagen.

    Opmerking:

    (Alleen Photoshop) Als u het bestand met de opgeslagen handelingenset opslaat in de map Voorinstellingen/Handelingen, wordt de set pas onder in het menu van het deelvenster Handelingen weergegeven nadat u de toepassing opnieuw hebt gestart.

    Opmerking:

    (Alleen Photoshop) Houd Ctrl+Alt (Windows) of Command+Option (Mac OS) ingedrukt wanneer u de opdracht Handelingen opslaan kiest om de handelingen op te slaan in een tekstbestand. Dit bestand kunt u gebruiken om de inhoud van een handeling te evalueren of af te drukken. Het tekstbestand kan echter niet meer in Photoshop worden geladen.

Een set handelingen laden

In het deelvenster Handelingen staan standaard enkele voorgeprogrammeerde handelingen (geleverd bij de toepassing) en verder handelingen die u zelf hebt gemaakt. U kunt in het deelvenster Handelingen ook extra handelingen laden.

  • Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Kies Handelingen laden in het menu van het deelvenster Handelingen. Zoek en selecteer het bestand met de handelingenset en klik op Laden (Photoshop) of Openen (Illustrator).

    • (Alleen Photoshop) Selecteer een handelingenset onder in het menu van het deelvenster Handelingen.

    In Photoshop hebben bestanden met een handelingenset de extensie .atn; In Illustrator hebben deze bestanden de extensie .aia.

De standaardset met handelingen herstellen

  1. Kies Handelingen herstellen in het menu van het deelvenster Handelingen.
  2. Klik op OK om de huidige handelingen in het deelvenster Handelingen te vervangen door de standaardset of klik op Toevoegen om de set standaardhandelingen aan de huidige handelingen in het deelvenster toe te voegen.

Handelingensets ordenen

U kunt uw handelingen beter organiseren door ze onder te brengen in sets die u opslaat op een schijf. U kunt handelingensets maken voor verschillende soorten werk, bijvoorbeeld drukwerk en online publicaties, en deze sets kopiëren naar andere computers.

  • Als u een nieuwe set met handelingen wilt maken, klikt u in het deelvenster Handelingen op de knop Nieuwe set maken  of selecteert u Nieuwe set in het deelvenstermenu. Voer vervolgens een naam in voor de set en klik op OK.

    Opmerking: Als u een nieuwe handeling wilt maken en deze in een nieuwe set wilt onderbrengen, moet u eerst een nieuwe set maken. De nieuwe set wordt vervolgens in het pop-upmenu voor sets weergegeven wanneer u de nieuwe handeling maakt.

  • Als u een handeling naar een nieuwe set wilt verplaatsen, sleept u de handeling naar de desbetreffende set. Laat de muisknop los zodra de markeringslijn op de gewenste plaats staat.

  • Als u de naam van een set met handelingen wilt wijzigen, dubbelklikt u in het deelvenster Handelingen op de naam van de set of selecteert u Opties instellen in het menu van het deelvenster Handelingen. Voer vervolgens de nieuwe naam in voor de set en klik op OK.

  • Als u alle handelingen in het deelvenster Handelingen wilt vervangen door een nieuwe set, kiest u Handelingen vervangen in het menu van het deelvenster Handelingen. Selecteer een bestand met handelingen en klik op Laden (Photoshop) of Openen (Illustrator).

    Opmerking: Met de opdracht Handelingen vervangen vervangt u alle sets met handelingen in het huidige document. U wordt aangeraden om voordat u deze opdracht gebruikt een kopie van de huidige set handelingen op te slaan met de opdracht Handelingen opslaan.

Een handeling uitvoeren op een batch bestanden

Met de opdracht Batch kunt u een handeling uitvoeren op alle bestanden en alle submappen in een map. U kunt de opdracht Batch ook gebruiken om een sjabloon voor gegevensgestuurde afbeeldingen te vullen met verschillende sets gegevens.

  1. Kies Batch in het menu van het deelvenster Handelingen.

  2. Selecteer bij Afspelen de handeling die u wilt afspelen.

  3. Kies bij Bron de map waarop de handeling moet worden uitgevoerd of selecteer Gegevenssets als u de handeling wilt afspelen op elke gegevensset in het huidige bestand.

    Als u een map selecteert, kunt u aanvullende opties voor het afspelen van de handeling instellen.

  4. Geef bij Doel aan wat er met de verwerkte bestanden moet gebeuren. U kunt de bestanden geopend laten zonder de wijzigingen op te slaan (Geen), de bestanden sluiten en opslaan op de huidige locatie (Opslaan en sluiten) of de bestanden op een andere locatie opslaan (Map).

    Afhankelijk van de optie die u selecteert voor Doel, kunt u aanvullende opties instellen voor het opslaan van de bestanden.

  5. Geef aan wat er bij de batchverwerking moet worden gedaan als er fouten optreden. Als u Fouten opslaan naar bestand selecteert, klikt u op Opslaan als en geeft u het foutbestand een naam.

  6. Klik op OK.

    Opmerking:

    Wanneer u bestanden opslaat met de opdracht Batch, worden deze altijd in de oorspronkelijke bestandsindeling opgeslagen. Als u een batchproces wilt maken waarmee u bestanden opslaat in een andere indeling, neemt u in de oorspronkelijke handeling de opdracht Opslaan als of Kopie opslaan op, gevolgd door de opdracht Sluiten. Kies vervolgens Geen bij Doel als u het batchproces instelt.

    Opmerking:

    Als u meerdere handelingen in een batch wilt verwerken, maakt u een nieuwe handeling en neemt u de opdracht Batch op voor iedere handeling die u wilt gebruiken. Met deze techniek kunt u ook meerdere mappen in één batch verwerken. Als u meerdere mappen in een batch wilt verwerken, maakt u aliassen in een map naar de andere mappen die u wilt verwerken.

Opties voor batchverwerking

Als u bij Bron de optie Map selecteert, kunt u de volgende opties instellen:

"Openen"-opdrachten van handelingen negeren

Hiermee worden de bestanden uit de opgegeven map geopend en worden eventuele Openen-opdrachten genegeerd die zijn opgenomen als onderdeel van de oorspronkelijke handeling.

Inclusief alle submappen

Hiermee verwerkt u alle bestanden en mappen in de gespecificeerde map.

Als de handeling opdrachten voor opslaan of exporteren bevat, kunt u de volgende opties instellen:

"Opslaan"-opdrachten van handelingen negeren

Hiermee slaat u de verwerkte bestanden op in de gespecificeerde doelmap en niet op een locatie die is opgenomen in de handeling. Klik op Kiezen om de doelmap op te geven.

"Exporteren"-opdrachten van handelingen negeren

Hiermee exporteert u de verwerkte bestanden naar de opgegeven doelmap en niet naar een locatie die is opgenomen in de handeling. Klik op Kiezen om de doelmap op te geven.

Als u Gegevenssets als bron kiest, kunt u een optie instellen voor het genereren van bestandsnamen bij het negeren van opdrachten voor opslaan en exporteren:

Bestand en nummer

Hiermee genereert u de bestandsnaam door de bestandsnaam van het oorspronkelijke document te nemen, de extensie ervan te verwijderen en vervolgens een nummer van drie cijfers toe te voegen dat correspondeert met de gegevensset.

Bestand en naam gegevensset

Hiermee genereert u de bestandsnaam door de bestandsnaam van het oorspronkelijke document te nemen, de extensie ervan te verwijderen en vervolgens een onderstrepingsteken en de naam van de gegevensset toe te voegen.

Naam gegevensset

Hiermee genereert u de bestandsnaam door de naam van de gegevensset te gebruiken.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid