Sneltoetsen maken u productiever met Illustrator. U kunt de in Illustrator opgenomen standaardsneltoetsen gebruiken of u kunt sneltoetsen toevoegen en aan uw wensen aanpassen.

In Illustrator kunt u een lijst met alle sneltoetsen weergeven en sneltoetsen maken of bewerken. Het dialoogvenster Sneltoetsen fungeert als sneltoetsbewerker en bevat alle opdrachten die sneltoetsen ondersteunen, waaronder enkele die niet voorkomen in de standaardset met sneltoetsen.

U kunt uw eigen sets met sneltoetsen definiëren, afzonderlijke sneltoetsen in een set wijzigen, en schakelen tussen sets met sneltoetsen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk verschillende sets te maken voor de verschillende werkruimten die u hebt gekozen in het menu Venster > Werkruimte.

Als u al eens een andere set sneltoetsen dan de standaardset hebt opgeslagen, zijn deze opgeslagen in een .kys-bestand in de voorkeurenmap van Illustrator. U kunt dit bestand naar dezelfde locatie (in de map met voorkeuren van AI) op de nieuwe computer kopiëren. Vervolgens kunt u de set kiezen in het dialoogvenster Sneltoetsen.

U kunt hetzelfde .kys-bestand op meerdere platformen gebruiken zolang de gewijzigde sneltoetsen maar geldig zijn op het desbetreffende platform.

Hieronder vindt u de locaties waar de aangepaste sneltoetsen van Illustrator standaard worden opgeslagen:

Mac OS:

user/Library/Preferences/Illustrator CC Settings/[language]/mycustomshortcut.kys

Windows Vista, Windows 7 en hoger

<rootdir>\Users\[user name]\AppData\Roaming\Adobe\Adobe Illustrator
CC Settings\[language]\mycustomshortcut.kys

Win XP

<rootdir>\Document and Settings\<user name>\Application Data\Adobe\Adobe
Illustrator CC Settings\[language]\mycustomshortcut.kys

Opmerking:

Naast het gebruik van sneltoetsen kunt u veel opdrachten ook starten vanuit contextgevoelige menu's. Contextgevoelige menu's bevatten opdrachten die betrekking hebben op de actieve tool of het actieve deelvenster, of op de actieve selectie. Klik in Windows met de rechtermuisknop of houd in Mac OS Control (Ctrl) ingedrukt en klik in het documentvenster of in het deelvenster om een contextgevoelig menu weer te geven.

Nieuwe sneltoetsen definiëren

  1. Kies Bewerken > Sneltoetsen.

  2. Kies een set sneltoetsen in het menu Set boven in het dialoogvenster Sneltoetsen.
  3. Kies een sneltoetstype in het menu boven de weergegeven sneltoetsen.

    Menuopdrachten

    Hiermee kunt u de sneltoetsen voor de items in de menubalk en de deelvenstermenu's aanpassen.

    Hiermee kunt u de sneltoetsen voor de items in de menubalk aanpassen
    Hiermee kunt u de sneltoetsen voor de items in de menubalk aanpassen

    Tools

    Hiermee kunt u de sneltoetsen voor de tools in de toolbox aanpassen.

  4. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op OK als u de set met sneltoetsen wilt activeren.

    • Als u een sneltoets wilt wijzigen, klikt u in de kolom Sneltoets van de lijst en typt u een nieuwe sneltoets. Als u een sneltoets invoert die al aan een andere opdracht of een andere tool is toegewezen, wordt onder in het dialoogvenster een waarschuwing weergegeven. Klik op Ongedaan maken om de wijziging ongedaan te maken, of klik op Ga naar als u naar de andere opdracht of de andere tool wilt gaan om daaraan een nieuwe sneltoets toe te wijzen. In de kolom Symbool typt u het symbool dat zal worden weergegeven in het menu of in de knopinfo voor de opdracht of de tool. U kunt alle tekens gebruiken die zijn toegestaan in de kolom Sneltoets.

      Opmerking: In Mac OS kunt u Command + Option + 8 niet toewijzen als een menusneltoets.

    • Klik op OK als u de wijzigingen in de huidige set met sneltoetsen wilt opslaan. (U kunt geen wijzigingen opslaan in de set met de naam Standaardwaarden Illustrator.)

    • Klik op Opslaan als u een nieuwe set met sneltoetsen wilt opslaan. Typ een naam voor de nieuwe set en klik op OK. De nieuwe sneltoetsenset wordt met de nieuwe naam weergegeven in het pop-upmenu.

    • Klik op Tekst exporteren als u de weergegeven set met sneltoetsen wilt exporteren naar een tekstbestand. In het dialoogvenster Toetsensetbestand opslaan als voert u een bestandsnaam in voor de set met sneltoetsen die u wilt opslaan, en vervolgens klikt u op Opslaan. U kunt dit tekstbestand gebruiken om een lijst met uw sneltoetsen af te drukken.

Voorbeeld: Een aangepaste sneltoets maken voor Afbeelding uitsnijden

  1. Kies Bewerken > Sneltoetsen.

  2. Kies Menuopdrachten.

  3. Klik op Object > Afbeelding uitsnijden.

  4. Typ een nieuwe sneltoets.

    Er wordt een waarschuwing afgebeeld wanneer de sneltoets al is toegewezen aan een andere opdracht of een andere tool in de set. Wijs dan een andere sneltoets toe en klik op OK. Klik vervolgens op Ga naar conflict om een nieuwe sneltoets toe te wijzen aan de andere opdracht of tool.

  5. Geef een naam op voor de opgeslagen set sneltoetsen.

  6. Klik op OK.

De sneltoetsen van een opdracht of tool wissen

  1. Kies Bewerken > Sneltoetsen.

  2. Selecteer in het dialoogvenster Sneltoetsen de opdracht of de tool waarvan u de sneltoets wilt verwijderen.

  3. Klik op Wissen.

  4. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten.

Een set sneltoetsen verwijderen

  1. Kies Bewerken > Sneltoetsen.

  2. Kies in de vervolgkeuzelijst Set de set met sneltoetsen die u wilt verwijderen.

  3. Klik op het pictogram Verwijderen () en klik vervolgens op OK om het dialoogvenster te sluiten.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid