Handboek Annuleren

Grafieken

In Illustrator kunt u verschillende typen grafieken maken en deze aan uw behoeften aanpassen. Klik op het grafiekgereedschap () in het deelvenster Gereedschappen en houd de muis ingedrukt om alle soorten grafieken weer te geven die u kunt maken.

Verschillende typen grafieken maken in Illustrator
Verschillende typen grafieken maken in Illustrator

Grafieken maken

  1. Selecteer een grafiekgereedschap.

    Het grafiekgereedschap dat u in eerste instantie gebruikt, bepaalt het type grafiek dat in Illustrator wordt gegenereerd. Als u bijvoorbeeld een kolomgrafiek wilt maken, selecteert u het gereedschap Kolomgrafiek. U kunt later echter gemakkelijk van grafiektype veranderen. Zie Het grafiektype wijzigen voor meer informatie. 

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk om de afmetingen van de grafiek te bepalen:

    • Sleep diagonaal van de hoek waar de grafiek moet beginnen naar de tegenoverstaande hoek. Houd Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt en sleep om de grafiek vanuit zijn middelpunt te tekenen. Als u Shift ingedrukt houdt, beperkt u de grafiek tot een vierkant.

    • Klik op de plaats waar u de grafiek wilt maken. Voer de breedte en hoogte van de grafiek in en klik op OK.

      Opmerking: De afmetingen die u definieert, gelden voor het hoofdgedeelte van de grafiek en niet voor de labels en de legenda.

  3. Voer gegevens voor de grafiek in het venster Grafiekgegevens in. Zie Grafiekgegevens invoeren voor meer informatie.

    Opmerking:

    Grafiekgegevens moeten op een bepaalde manier worden geordend. Dit verschilt per grafiektype.

  4. Klik op de knop Toepassen knop   of druk op de Enter-toets op het numerieke toetsenblok om de grafiek te maken.

    De waarden toepassen die u hebt ingevoerd in het venster Grafiekgegevens
    De waarden toepassen die u hebt ingevoerd in het venster Grafiekgegevens

    Het venster Grafiekgegevens blijft geopend totdat u het sluit. Hierdoor kunt u eenvoudig wisselen tussen het bewerken van de grafiekgegevens en het werken op het tekengebied.

Grafiekgegevens invoeren

U gebruikt het venster Grafiekgegevens om de gegevens voor de grafiek in te voeren. Het venster Grafiekgegevens wordt automatisch weergegeven als u een grafiekgereedschap selecteert en blijft geopend totdat u het venster sluit.

Het venster Grafiekgegevens
Het venster Grafiekgegevens

Onderdeel

Titel

Beschrijving

A

Item tekstvak

De gegevens invoeren 

B

Gegevens importeren

Gegevens importeren die zijn opgeslagen als een tekstbestand

C

Rij/kolom omwisselen

De kolommen en rijen gegevens omwisselen

D

x/y omwisselen

De x- en y-as van grafieken omwisselen

E

Celstijl

De kolombreedte of decimale precisie van cellen aanpassen

F

Vorige versie

De gemaakte wijzigingen in de grafiekgegevens ongedaan maken

G

Toepassen

De gemaakte wijzigingen in de grafiekgegevens toepassen

  1. Het venster Grafiekgegevens voor een bestaande grafiek weergeven: selecteer de volledige grafiek met het selectiegereedschap en kies vervolgens Object > Grafiek > Gegevens.

  2. Voer gegevens in op een van de volgende manieren:

    • Selecteer een cel in het werkblad en typ de gegevens in het tekstvak boven in het venster. Druk op Tab om de gegevens in te voeren en de volgende cel in dezelfde rij te selecteren. Druk op Enter of Return om de gegevens in te voeren en de volgende cel in dezelfde kolom te selecteren. Gebruik de pijltoetsen om naar een andere cel te gaan. cel; U kunt ook gewoon op een andere cel klikken om deze te selecteren.

    • Kopieer gegevens van een spreadsheettoepassing zoals Lotus® 1-2-3 of Microsoft Excel. Klik in het venster Grafiekgegevens op de cel die de linkerbovencel moet worden van de gegevens die u plakt, en kies Bewerken > Plakken.

    Gegevens uit een spreadsheet kopiëren en in het venster Grafiekgegevens plakken
    Gegevens uit een spreadsheet kopiëren en in het venster Grafiekgegevens plakken

    • Maak een tekstbestand met een tekstverwerkingsprogramma. Gebruik bij het invoeren van uw gegevens een tab om de gegevens voor elke cel te scheiden en een harde return om de gegevens voor elke rij te scheiden. De gegevens mogen alleen decimale punten of komma's bevatten, anders worden de gegevens niet juist in de grafiek verwerkt. (U voert bijvoorbeeld 732000 in en niet 732.000.) Klik in het venster Grafiekgegevens op de cel die de linkerbovencel moet worden van de gegevens die u importeert, en klik op de knop Gegevens importeren in de ( )   en selecteer het tekstbestand.

    Opmerking:
    • Als u per ongeluk grafiekgegevens achterwaarts invoert (d.w.z. in rijen in plaats van kolommen, of vice versa), klikt u op de knop Omwisselen of ( )  om de kolommen en rijen gegevens om te wisselen.
    • Als u de x- en y-as van spreidingsgrafieken wilt omwisselen, klikt u op de knop x/y omwisselen of ( ) .
  3. Klik op de knop Toepassen   of druk op de Enter-toets op het numerieke toetsenblok om de grafiek opnieuw genereren.

Grafieklabels en gegevenssets gebruiken

Labels zijn woorden of cijfers die twee dingen beschrijven:

  • De sets gegevens die u wilt vergelijken
  • De categorieën waarin u deze wilt vergelijken
Labels in het venster Grafiekgegevens
Labels in het venster Grafiekgegevens

A. Labels voor gegevenssets B. Lege cel C. Categorielabels 

Onderdeel

Titel

Beschrijving

A

Labels voor gegevenssets

Voer labels in voor de verschillende gegevenssets in de bovenste rij cellen. Deze labels worden weergegeven in de legenda.

B

Lege cel

Voor het genereren van een legenda voor de grafiek laat u de cel in de linkerbovenhoek leeg.

C

Categorie

Voer labels in voor de categorieën in de linkerkolom met cellen.

Labels invoeren

  1. Labels voor kolomgrafieken, gestapelde kolomgrafieken, staafgrafieken, gestapelde staafgrafieken, lijngrafieken, vlakgrafieken en radargrafieken voert u als volgt in op het werkblad:

    • Als u in Illustrator een legenda wilt genereren voor de grafiek, verwijdert u de inhoud van de cel linksboven en laat u de cel leeg.

    • Voer labels in voor de verschillende gegevenssets in de bovenste rij cellen. Deze labels worden weergegeven in de legenda. Als u niet wilt dat er een legenda wordt gegenereerd, voer dan geen labels in voor de gegevenssets.

    • Voer labels in voor de categorieën in de linkerkolom met cellen. Categorieën zijn vaak tijdseenheden, zoals dagen, maanden of jaren. Deze labels worden weergegeven langs de horizontale of verticale as van de grafiek, behalve bij radargrafieken. Bij radargrafieken resulteert elk label in een aparte as.

    • Als u labels wilt maken die alleen uit getallen bestaan, dient u de getallen binnen rechte aanhalingstekens te plaatsen. Als u bijvoorbeeld het jaar 2013 wilt gebruiken als label, voert u '2013' in.

    Labels maken die alleen uit getallen bestaan
    Labels maken die alleen uit getallen bestaan

    • U kunt in een label aangeven dat er een nieuwe regel moet komen door op de toets voor de verticale lijn ('|') te drukken. Typ bijvoorbeeld Totale|verkoop|2013 om het volgende grafieklabel te maken:

    Totale

    verkoop

    2013

    Regeleinden in labels maken
    Regeleinden in labels maken

Gegevenssets invoeren

Als u de labels voor de grafiek hebt ingevoerd, kunt u de verschillende gegevenssets invoeren onder de desbetreffende kolommen.

De kolombreedte of decimale precisie aanpassen

Voor meer of minder decimalen in een kolom, past u de kolombreedte aan. Deze wijziging heeft geen invloed op de breedte van de kolommen in de grafiek.

De breedte van kolommen aanpassen

  1. Voer een van de volgende stappen uit:

    • Klik op de knop Celstijl () en voer in het tekstvak Kolombreedte een waarde in tussen 0 en 20.

    • Plaats de aanwijzer op de rand van de kolom die u wilt aanpassen. De aanwijzer verandert in een dubbele pijl . Sleep de scheidslijn tussen de kolommen naar de gewenste positie.

    De waarde in het tekstvak Kolombreedte aanpassen voor minder decimalen in een kolom

    De waarde in het tekstvak Kolombreedte aanpassen voor meer decimalen in een kolom

De decimale precisie voor cellen aanpassen

  1. Klik op de knop Celspecificaties () en voer een waarde in tussen 0 en 10 in het tekstvak Aantal decimalen.

    Bij de standaardwaarde van 4 decimalen wordt het getal 2000 dat in een cel wordt ingevoerd, in het venster Grafiekgegevens weergegeven als 2000.00

    Bij de standaardwaarde van 2 decimalen wordt het getal 2000 dat in een cel wordt ingevoerd, in het venster Grafiekgegevens weergegeven als 2000.0000

Verschillende grafiektypen combineren

U kunt verschillende grafiektypen combineren tot één grafiek. U wilt bijvoorbeeld één gegevensset weergeven als een kolomgrafiek en de overige gegevenssets als een lijngrafiek. U kunt elk grafiektype combineren met een ander grafiektype, behalve met spreidingsgrafieken. Spreidingsgrafieken kunnen met geen enkel ander grafiektype worden gecombineerd.

Kolommen en lijnen in één grafiek combineren
Kolommen en lijnen in één grafiek combineren

  1. Selecteer het gereedschap Groep selecteren ().

  2. Klik op de legenda voor de gegevens waarvan u het grafiektype wilt wijzigen.
  3. Klik nogmaals zonder dat u de aanwijzer van het gereedschap Groep selecteren van de legenda weghaalt. Alle kolommen die deel uitmaken van de legenda, worden hiermee geselecteerd.
  4. Voer een van de volgende stappen uit:

    • Kies Object > Grafiek > Type.
    • Klik op het grafiekgereedschap in het deelvenster Gereedschappen.
  5. Selecteer het gewenste grafiektype en de gewenste opties.
    Opmerking:
    • Als in een grafiek meer dan één grafiektype wordt gebruikt, kunt u eventueel de ene gegevensset langs de rechteras plaatsen en de andere langs de linkeras. Op deze wijze geeft elke as verschillende soorten gegevens aan.
    • Als u gestapelde kolomgrafieken samen met andere grafiektypen gebruikt, moet u erop letten dat dezelfde as wordt gebruikt voor alle gegevenssets waarvoor gestapelde kolomgrafieken worden gebruikt. Als bepaalde gegevenssets de rechteras gebruiken en andere de linkeras, kunnen de kolomhoogten misleidend zijn of elkaar overlappen.

Grafieken opmaken en aanpassen

U kunt grafieken op diverse manieren opmaken. U kunt bijvoorbeeld de vormgeving en de positie van de assen van de grafiek wijzigen, slagschaduwen toevoegen en de legenda verplaatsen.

Daarnaast kunt u de kleuren van schaduw aanpassen, lettertypen en tekststijlen wijzigen, bepaalde of alle delen van de grafiek verplaatsen, spiegelen, schuintrekken, roteren of schalen, en kolom- en markeringsontwerpen aanpassen. U kunt transparanties, verlopen, overvloeiingen, penseelstreken, grafische stijlen en andere effecten toepassen op grafieken. Breng dergelijke aanpassingen altijd pas aan het eind aan, omdat ze bij het opnieuw genereren van de grafiek worden verwijderd.

Afbeeldingen en symbolen toevoegen aan grafieken

Grafiekontwerpen

U kunt grafiekontwerpen gebruiken om illustraties toe te voegen aan kolommen en markeringen. Grafiekontwerpen kunnen eenvoudige tekeningen, logo's of andere symbolen zijn die waarden in een grafiek vertegenwoordigen. Het kunnen ook complexe objecten zijn die patronen of hulplijnobjecten bevatten. Illustrator bevat standaard diverse vooraf ingestelde grafiekontwerpen. Verder kunt u nieuwe grafiekontwerpen maken en opslaan in het dialoogvenster Grafiekontwerp.

U kunt een grafiekontwerp op verschillende manieren toepassen op kolommen:

Verticaal geschaald ontwerp

Kolommen worden verticaal uitgerekt of samengedrukt. De breedte blijft ongewijzigd.

Proportioneel geschaald ontwerp

De kolommen worden zowel verticaal als horizontaal geschaald. De horizontale afstanden tussen de ontwerpen worden niet aangepast voor de verschillende breedten.

Herhaald ontwerp

Hiermee stapelt u een ontwerp om de kolommen te vullen. U kunt de waarde opgeven die elk ontwerp vertegenwoordigt en ook of ontwerpen die breuken vertegenwoordigen, moeten worden afgeknipt of geschaald.

 

Voorbeeld: Element afknippen

Voorbeeld: Element schalen

Verschuivend ontwerp

Dit ontwerp lijkt op een verticaal geschaald ontwerp. Het verschil is dat u bij dit ontwerp kunt opgeven waar het ontwerp moet worden uitgerekt of samengedrukt. Als u bijvoorbeeld een persoon gebruikt om gegevens uit te beelden, wilt u waarschijnlijk dat alleen het lichaam wordt uitgerekt of samengedrukt, maar niet het hoofd. Als u hier de optie Verticaal geschaald zou gebruiken, zou de persoon in zijn geheel worden geschaald.

Een kolom- of markeringsontwerp importeren

U kunt de grafiekontwerpen die u maakt, tussen documenten overzetten.

  1. Kies Venster > Staalbibliotheken > Andere bibliotheek.

  2. Als u grafiekontwerpen uit een ander document wilt importeren, selecteert u het document en klikt u op Openen. Eerst wordt er alleen een nieuw deelvenster weergegeven met kleuren, verlopen en patronen uit het geïmporteerde bestand. De geïmporteerde grafiekontwerpen zijn echter beschikbaar als u het dialoogvenster Kolom of Markering opent.

Een kolomontwerp maken

  1. Maak een rechthoek als achterste object in het ontwerp. Deze rechthoek vormt de grens van het grafiekontwerp.
    Opmerking:

    U kunt de kleinste kolom van de grafiek kopiëren en plakken. Deze kolom kan als omsluitend kader voor het ontwerp dienen.

  2. Geef de rechthoek de gewenste kleurkenmerken of kies Geen als vulling en lijn, zodat de rechthoek onzichtbaar is.

  3. Teken een ontwerp met behulp van de tekengereedschappen of plaats een bestaand ontwerp vóór de rechthoek.
  4. Gebruik het selectiegereedschap () om het hele ontwerp, inclusief de rechthoek, te selecteren.

  5. Kies Object > Groeperen om het ontwerp te groeperen.

  6. Kies Object > Grafiek > Element.

  7. Klik op Nieuw element. Er verschijnt een voorvertoning van het geselecteerde ontwerp. De voorvertoning toont alleen het gedeelte van het ontwerp dat in de achterste rechthoek past. In de grafiek wordt echter wel het hele ontwerp weergegeven.

  8. Klik op Naam wijzigen om het ontwerp een naam te geven.

    Opmerking:

    Een grafiekontwerp maken is vergelijkbaar met een patroon maken.

Een verschuivend kolomontwerp maken

  1. Maak een rechthoek als achterste object in het ontwerp. Deze rechthoek vormt de grens van het grafiekontwerp.
  2. Teken een ontwerp met behulp van de tekengereedschappen of plaats een bestaand ontwerp vóór de rechthoek.
  3. Gebruik de pen om een horizontale lijn te tekenen die aangeeft op welke plaats het ontwerp uitgerekt of samengedrukt moet worden.

  4. Selecteer alle onderdelen van het ontwerp, met inbegrip van de horizontale lijn.
  5. Kies Object > Groeperen om het ontwerp te groeperen.

  6. Gebruik het gereedschap Direct selecteren () of het gereedschap Groep selecteren () om de horizontale lijn te selecteren. Zorg dat u alleen de horizontale lijn selecteert.

  7. Kies Weergave > Hulplijnen > Hulplijnen maken.

  8. Kies Weergave > Hulplijnen > Hulplijnen vergrendelen om het vinkje naast Vergrendelen te verwijderen, zodat u de hulplijnen kunt ontgrendelen. Verplaats het ontwerp om te controleren dat de hulplijn met het ontwerp wordt meeverplaatst.

  9. Gebruik het selectiegereedschap () om het hele ontwerp te selecteren.

  10. Kies Object > Grafiek > Element.

  11. Klik op Nieuw element. Er verschijnt een voorvertoning van het geselecteerde ontwerp.

  12. Klik op Naam wijzigen om het ontwerp een naam te geven.

Een kolomontwerp toepassen op een grafiek

  1. Maak of importeer het kolomontwerp.
  2. Gebruik het gereedschap Groep selecteren () om de kolommen of staven die u met het ontwerp wilt vullen te selecteren of selecteer de hele grafiek.

  3. Kies Object > Grafiek > Kolom.

  4. Selecteer een type kolomontwerp.
    Opmerking:

    Als u bij Type kolom Herhaald kiest, geef dan een waarde op in het tekstvak Elk element staat voor. Selecteer in het pop-upmenu Voor breuken ook of eventuele breuken moeten worden afgeknipt of geschaald. Als u kiest voor Element afknippen, wordt zo nodig een deel van het bovenste ontwerp afgeknipt. Als u kiest voor Element schalen, wordt het laatste ontwerp geschaald, zodat deze in de kolom past.

  5. Selecteer het ontwerp dat u wilt gebruiken. Er verschijnt een voorvertoning van het geselecteerde ontwerp.
  6. Klik op OK.

Totalen toevoegen aan een kolomontwerp

  1. Maak een kolomontwerp.
  2. Selecteer het tekstgereedschap . Plaats de aanwijzer op de positie waar de waarde moet worden weergegeven, in de buurt van of in de rechthoek die het ontwerp omsluit.

    U kunt de waarde bijvoorbeeld in, boven, onder, links of rechts van het ontwerp plaatsen.

  3. Klik op de gewenste positie en typ een procentteken (%) gevolgd door twee cijfers van 0 t/m 9. De cijfers bepalen hoe de gegevens worden weergegeven.

    Het eerste cijfer bepaalt hoeveel posities er vóór de decimale komma worden weergegeven. Als het totaal bijvoorbeeld 122 is, zorgt het cijfer 3 ervoor dat 122 wordt weergegeven. Als u 0 invoert als eerste cijfer, wordt het aantal posities dat nodig is om de waarde weer te geven, automatisch toegevoegd.

    Het tweede cijfer bepaalt hoeveel posities er na de decimale komma worden weergegeven. Zo nodig worden er nullen toegevoegd en worden waarden naar boven of beneden afgerond. U kunt deze aantallen variëren, afhankelijk van hoeveel cijfers u nodig hebt.

  4. Om de tekstkenmerken te wijzigen, kiest u Venster > Tekst > Teken. Stel de gewenste kenmerken in en sluit het deelvenster.

  5. Als u de decimale komma’s wilt uitlijnen, kiest u Venster > Tekst > Alinea en klikt u op de knop Rechts uitlijnen.

  6. Gebruik het selectiegereedschap () om het hele ontwerp, inclusief de rechthoek en eventuele tekst, te selecteren.

  7. Kies Object > Groeperen om het ontwerp te groeperen.

  8. Kies Object > Grafiek > Element.

  9. Klik op Nieuw element. Er verschijnt een voorvertoning van het geselecteerde ontwerp.

  10. Klik op Naam wijzigen om het ontwerp een naam te geven.

Een markeringsontwerp maken

  1. Selecteer en kopieer een markeringsrechthoek in de grafiek en plak deze op de plaats waar u het ontwerp wilt maken. Dit wordt het achterste object in het grafiekontwerp en het bepaalt de grootte van de markering.
  2. Bepaal de grootte voor de illustratie. U hoeft geen rekening te houden met de markeringsrechthoek.
  3. Als het markeringsontwerp naar wens is, selecteert u het en kiest u Object > Grafiek > Element. Klik vervolgens op Nieuw element.

  4. Klik op Naam wijzigen om het ontwerp een naam te geven.

Een markeringsontwerp toepassen op een lijngrafiek of spreidingsgrafiek

  1. Maak of importeer het kolomontwerp.
  2. Gebruik het gereedschap Groep selecteren () om de markeringen en legenda's in de grafiek te selecteren die u door een ontwerp wilt vervangen. Selecteer geen lijnen.

  3. Kies Object > Grafiek > Markering. Selecteer een ontwerp en klik op OK.

    Het ontwerp wordt zodanig geschaald dat de achterste rechthoek in het ontwerp even groot is als de standaardmarkering in de lijngrafiek of de spreidingsgrafiek.

Een grafiekontwerp opnieuw gebruiken

U kunt een nieuw ontwerp maken door een eerder gemaakt ontwerp opnieuw te gebruiken en te bewerken. Als u over de oorspronkelijke illustratie van het ontwerp beschikt, kunt u deze wijzigen en vervolgens een nieuwe naam geven in het dialoogvenster Grafiekelement.

Als u niet over de oorspronkelijke illustratie van het grafiekontwerp beschikt, kunt u deze illustratie terughalen door het grafiekontwerp in uw bestand te plakken.

  1. Kies Selecteren > Deselecteren om de selectie van de gehele illustratie op te heffen.

  2. Kies Object > Grafiek > Element.

  3. Selecteer het grafiekontwerp dat u in de illustratie wilt plakken en klik op Ontwerp plakken.

  4. Klik op OK. Het grafiekontwerp wordt in de illustratie geplakt. U kunt het ontwerp nu bewerken en definiëren als nieuw grafiekontwerp.

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?