Handboek Annuleren

Workflow maken

Leer hoe u met de Workflow-werkruimte verschillende taken eenvoudig kunt combineren en samenvoegen om uw eigen workflows voor herhaaldelijk gebruik te maken.

Workflow-werkruimte

De Workflow-werkruimte is toegankelijk via de applicatiebalk bovenaan het scherm. U kunt ook overschakelen naar de Workflow-werkruimte door naar Vensters > Werkruimte > Workflow te navigeren.

Workflow-werkruimte

De werkruimte bestaat uit de volgende deelvensters:

  • Taakdiagram: dit bevindt zich in het midden van de werkruimte. Gebruik deze ruimte om taken in de gewenste volgorde toe te voegen en zo uw workflows samen te stellen.
  • Gegevens workflow: aan de rechterkant ziet u de gegevens van de workflow en de bijbehorende taken. Gebruik dit deelvenster om de voorinstellingen voor workflows een naam te geven, de doelmap van de uitvoer op te geven en uw taakinstellingen aan te passen.
  • Deelvenster Workflow: links onderin ziet u naast de deelvensters Filters en Verzameling het deelvenster Workflow.  Al uw voorinstellingen voor workflows worden hier weergegeven. Onderaan het deelvenster Workflow ziet u de opties Workflow starten en Voortgang weergeven.
  • Het deelvenster Inhoud staat onderaan in het midden en de deelvensters Mappen en Favorieten staan linksboven. 

Een workflow samenstellen

Schakel over naar de werkruimte Workflow om workflows samen te stellen. De werkruimte Workflow wordt weergegeven op de applicatiebalk, samen met de andere werkruimten, zoals Essentiële elementen, Bibliotheken, enzovoort. U kunt ook overschakelen naar de werkruimte door te navigeren naar Vensters > Werkruimte > Workflow.

Een nieuwe workflow maken

  1. Voer een van de volgende stappen uit om een nieuwe voorinstelling te maken:

    • Klik op het pictogram + in het deelvenster Workflow.
    • Klik op de optie Nieuwe workflow maken in het deelvenster Workflow.
    • Houd Ctrl (macOS) ingedrukt of klik met de rechtermuisknop (Windows) in het deelvenster Workflow om het contextmenu te openen. Selecteer Nieuwe voorinstelling maken.
    Nieuwe workflow maken

    Nieuwe voorinstelling maken

  2. Er wordt een nieuwe workflow-voorinstelling gemaakt met de naam Mijn workflow. Deze wordt weergegeven in het deelvenster Workflow.

Taken toevoegen aan uw workflow

Nadat de lege workflow is gemaakt, kunt u de gewenste taken toevoegen om uw workflow samen te stellen.

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk om een taak toe te voegen:

    • Klik op Taak toevoegen in de sectie Taakdiagram.
    • Klik op het pictogram + linksonder in de sectie Taakdiagram.
    Een taak toevoegen

  2. Maak een keuze in de lijst met beschikbare taken: Naam wijzigen in batch, Indeling wijzigen, Formaat wijzigen in en Metagegevens toepassen en voeg deze in de gewenste volgorde toe om uw workflow samen te stellen.

De details van de workflow en taken opgeven

In de sectie Gegevens workflow kunt u op basis van de geselecteerde taak de naam voor Voorinstelling workflow opgeven, evenals de Opties voor opslaan workflow (uitvoerlocatie) en de Taakgegevens.

Naam voorinstelling workflow

  • Naam voorinstelling: Voer de naam in van de voorinstelling van de workflow.
Naam voorinstelling workflow

Opmerking:

Met de optie Opslaan wordt de bestaande voorinstelling overschreven. Als u een kopie van een workflow wilt maken, klikt u erop met de rechtermuisknop om de voorinstelling van de workflow eerst te dupliceren. Vervolgens kunt u deze bewerken en opslaan. 

 

Opties voor opslaan workflow

  • Opslaan naar: vouw de vervolgkeuzelijst uit om een locatie te kiezen — Oorspronkelijke bestandslocatie en Specifieke map
  • Als u de optie Specifieke map selecteert, kunt u het veld Bladeren gebruiken om een locatie voor uw geëxporteerde bestanden in te stellen. 
  • Schakel het selectievakje Opslaan in submap in en typ een naam om een submaplocatie op te geven. 
  • U kunt ook Conflicten beheren door een van de opties in de vervolgkeuzelijst te selecteren — Een unieke bestandsnaam maken, Bestaand bestand overschrijven of Bestand overslaan.
Opties voor opslaan workflow

Gegevens taak

Indeling wijzigen

Gebruik deze optie om de indeling te wijzigen met behulp van het deelvenster Workflow. Bridge ondersteunt conversie naar JPEG, DNG, TIFF en PNG.

Indeling wijzigen

Metagegevens toepassen:

  • Oorspronkelijke metagegevens opnemen: Schakel dit selectievakje in en gebruik het vervolgkeuzemenu om te kiezen uit de metagegevens die zijn gekoppeld aan de bestanden die u wilt behouden.
  • Schakel het selectievakje Locatie-info verwijderen in om locatiespecifieke metagegevens uit de opgeslagen bestanden te verwijderen.
  • Sjabloon voor metagegevens toepassen: Schakel dit selectievakje in en kies uit het volgende veld:
    • Naam: Kies een van de beschikbare metagegevens in de vervolgkeuzelijst Naam. 
    • Methode: Selecteer een methode — Metagegevens toevoegen of Metagegevens vervangen.
    • Aanvullende trefwoorden (gescheiden door puntkomma): Gebruik dit veld om aanvullende trefwoorden toe te voegen aan de bestanden die u wilt exporteren.

Zie Werken met sjablonen voor metagegevens voor meer informatie over het toepassen van sjablonen voor metagegevens.

Metagegevens toepassen

Formaat wijzigen in

Deze optie is alleen van toepassing op JPEG-, PNG- en TIFF-bestanden.

  • Afbeelding schalen: selecteer deze optie om een schalingspercentage in te stellen.
  • Formaat wijzigen in: Selecteer deze optie als u het formaat van uw middelen wilt aanpassen of het gebied van een doelrechthoek wilt vullen en de afmetingen wilt instellen. U kunt de afbeeldingen op basis van Lange zijde, Korte zijde of Breedte/hoogte groter of kleiner maken. 
    • Na het selecteren van Passen kunt u uw afbeelding vergroten of verkleinen op basis van Lange zijde, Korte zijde of Breedte/hoogte.
      1. Lange zijde: u kunt de Afmeting en Resolutie handmatig wijzigen voordat u het formaat van uw afbeeldingen aanpast.
      2. Korte zijde: u kunt de Afmeting en Resolutie handmatig wijzigen voordat u het formaat van uw afbeeldingen aanpast.
      3. Breedte/hoogte: u kunt de Breedte, Hoogte en Resolutie handmatig wijzigen voordat u het formaat van uw afbeeldingen aanpast. Wanneer u Breedte/hoogte selecteert als optie voor Passen, wordt het formaat van de afbeelding aangepast aan de doelrechthoek.
    • Als u Vullen selecteert, kunt u het formaat aanpassen op basis van Breedte/hoogte. U kunt de miniaturen van afbeeldingen ook weergeven waarbij het oorspronkelijke en het nieuwe formaat van de afbeeldingen worden vermeld onder elke miniatuur.
    • U kunt de Resolutie van de afbeelding opgeven in pixels/inch of pixels/cm en metrieken voor Afmeting in pixels/inch/cm.
  • Niet vergroten: selecteer deze optie om ervoor te zorgen dat de afbeelding niet wordt vergroot bij het wijzigen van de grootte.
  • Methode Nieuwe pixels berekenen: kies een van de beschikbare methoden Nieuwe pixels berekenen — Bilineair, Bicubisch (het beste voor vloeiende verlopen) of Bicubisch scherper (het beste voor reductie).
Formaat wijzigen in

Naam wijzigen in batch

  • Naam voorinstelling: selecteer een voorinstelling in het menu Voorinstellingen om bestandsnamen te wijzigen met behulp van veelgebruikte schema's voor naamgeving. Belangrijk: Voorinstellingen voor Naam wijzigen in batch worden als referentie gebruikt in Workflow maken. Alle wijzigingen die u in de instellingen voor naamwijzigingen aanbrengt, moeten worden opgeslagen voordat ze in de workflow kunnen worden opgenomen.

    Opmerking:
    • Als u een voorinstelling voor Naam wijzigen in batch wijzigt buiten Workflow maken en als die voorinstelling in een workflow wordt genoemd, worden de wijzigingen in de voorinstelling voor Naam wijzigen in batch automatisch uitgevoerd
    • Als u een voorinstelling voor Naam wijzigen in batch verwijdert buiten Workflow maken, gaan verwijzingen naar deze voorinstelling verloren in de workflow.
  • Nieuwe bestandsnaam: kies elementen in de menu's en typ de gewenste tekst om nieuwe bestandsnamen te maken. Klik op het pictogram Plus (+) of Verwijderen ( ) om elementen toe te voegen of te verwijderen.
  • Opties: selecteer Huidige bestandsnaam behouden in XMP-metagegevens als u de oorspronkelijke bestandsnaam wilt behouden in de metagegevens. Selecteer bij Compatibiliteit het besturingssysteem waarmee de gewijzigde bestandsnamen compatibel moeten zijn. Het huidige besturingssysteem is standaard geselecteerd en de selectie kan niet ongedaan worden gemaakt.
Opmerking:

Nadat u de workflow- en taakgegevens hebt ingevoerd en de voorinstelling voor de workflow hebt opgeslagen, wordt de voorinstelling weergegeven in het deelvenster Workflow en is deze klaar voor gebruik.

 

Naam wijzigen in batch

De workflow uitvoeren

Nadat u de workflow- en taakgegevens hebt ingevoerd en de voorinstelling voor de workflow hebt opgeslagen, wordt deze weergegeven in het deelvenster Workflow.

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk om een workflow te starten:

    • Sleep de geselecteerde middelen uit het deelvenster Inhoud naar een voorinstelling in het deelvenster Workflow en klik op Workflow starten.
    • Selecteer de middelen in het deelvenster Inhoud en houd Ctrl ingedrukt en klik (macOS) of klik met de rechtermuisknop (Windows) om het contextmenu te openen. Selecteer Workflow en de gewenste voorinstelling
    • Ga naar Bestand Workflow > en kies de gewenste voorinstelling
    Opmerking:

    Als een voorinstelling voor de workflow niet wordt opgeslagen nadat deze is gewijzigd, wordt u gevraagd om deze wijzigingen op te slaan en door te gaan. U kunt er ook voor kiezen de wijzigingen te negeren en door te gaan.

     

     

De voortgang van workflows weergeven

U kunt uw volledige lijst met workflowtaken weergeven, met inbegrip van taken die in behandeling zijn, actieve taken en voltooide taken. Ga als volgt te werk om de voortgang van uw workflows te controleren:

  1. Klik op Voortgang weergeven onderin het deelvenster Workflow

    Voortgang weergeven

  2. In het dialoogvenster Voortgang workflow dat wordt geopend, kunt u zien hoe ver workflowtaken zijn gevorderd. 

    Voortgang workflow

  3. Klik op Wissen als u de takenlijst wilt verwijderen of op Sluiten als u het voortgangsvenster wilt sluiten. 

Een workflow annuleren

Ga als volgt te werk om een workflow te annuleren:

  1. Klik op Voortgang weergeven onderin het deelvenster Workflow

    Voortgang weergeven

  2. Klik in het dialoogvenster Voortgang workflow op het pictogram Annuleren naast een geselecteerde taakstatus om het workflowproces op elk gewenst moment te stoppen.

    Een workflow annuleren

Voorkeuren voor workflows instellen

U kunt uw voorkeuren voor workflows als volgt instellen:

  1. Ga naar Adobe Bridge > Voorkeuren > Workflow (macOS) of Bewerken > Voorkeuren > Workflow (Windows)

  2. In het deelvenster Opties kunt u uw voorkeuren instellen voor de informatie die wordt weergegeven in het dialoogvenster Voortgang workflow.

    • Maximumaantal worfklowopdrachten om in opdrachtenlijst te houden: voer handmatig de gewenste waarde in. Het maximumaantal taakgegevens in het dialoogvenster voor taakvoortgang is standaard ingesteld op een maximale waarde van 100. Bridge verwijdert geschiedenis ouder dan 100 taken.
    • Maximumaantal workflowopdrachten dat kan worden uitgevoerd: voer handmatig de gewenste waarde in. U kunt 20 exporttaken per keer in de wachtrij plaatsen.
    Voorkeuren workflow

Ondersteunde afbeeldingsindelingen

De volgende afbeeldingsindelingen worden ondersteund voor de taak Indeling wijzigen:

JPEG

Afbeeldingskwaliteit: gebruik de schuifregelaar om de afbeeldingskwaliteit in te stellen. De waarden kunnen variëren tussen 1 (minimale afbeeldingskwaliteit) en 12 (maximale afbeeldingskwaliteit).

Wijzigen in JPG-indeling

PNG

  • Bitdiepte: 16-bits of 8-bits versie
  • Kleurruimte: voor de meeste workflows met kleurbeheer wordt aangeraden een vooraf ingestelde kleurinstelling te gebruiken die door Adobe Systems is getest, zoals sRGB. Kies een optie voor kleurruimte op basis van wat uw behoefte.
  • Transparantie opslaan: hiermee kunt u de transparantie van uw afbeelding behouden.
Wijzigen in PNG-indeling

TIFF

  • Compressie: wanneer u afbeeldingen opslaat als TIFF, kunt u ervoor kiezen om bestanden te comprimeren en te zippen.
  • Kleurruimte: voor de meeste workflows met kleurbeheer wordt aangeraden een vooraf ingestelde kleurinstelling te gebruiken die door Adobe Systems is getest, zoals sRGB. Kies er een op basis van uw behoefte.
  • Bitdiepte: gebruikers kunnen kiezen tussen twee schema's om kleurinformatie op te slaan — 8 bits per component of 16 bits per component.
  • Transparantie opslaan: hiermee kunt u de transparantie van uw afbeelding behouden.
Wijzigen in TIFF-indeling

DNG

  • JPEG-voorvertoning: u kunt een voorvertoningsoptie selecteren — Geen, Gemiddeld of Volledig.
  • Origineel RAW-bestand insluiten: schakel deze optie in om het oorspronkelijke RAW-bestand in te sluiten.
  • Originele bestanden verwijderen: schakel deze optie in om het oorspronkelijke bestand te verwijderen nadat de indeling is gewijzigd.
Wijzigen in DNG-indeling

De voorinstelling Voorbeeldworkflow gebruiken om een voorinstelling voor een workflow in actie te zien 

U kunt de voorinstelling Voorbeeldworkflow met de naam Naam, indeling en formaat wijzigen gebruiken. Deze is standaard beschikbaar in Bridge. Klik op deze voorinstelling voor workflows om de details weer te geven.

Voorbeeldworkflow

U kunt deze voorinstelling ook dupliceren en met een nieuwe naam opslaan om de opties te verfijnen en te verkennen.

Voorinstelling dupliceren

Adobe-logo

Aanmelden bij je account