Adobe Animate (voorheen Flash Professional CC) en Flex® kunnen samen worden gebruikt op verschillende manieren, inclusief voor het maken van aangepaste afbeeldingen en componenten in Animate voor gebruik in Flex®. De volgende zelfstudies laten verschillende manieren zien waarop Animate® en Flex® samen kunnen worden gebruikt.

Opmerking: de workflow Design View tussen Animate en Flash Builder is afgeschaft. Als u deze workflow start vanuit Flash Builder 4.6, treedt er een uitzondering op in Animate.

Sommige workflows van Flash Builder kunnen niet samen worden gebruikt met de nieuwste versies van Animate CC (2017 en hoger). 

Bewerkingen en foutopsporing uitvoeren in ActionScript met Animate en Flash Builder

Voordat u begint

U moet ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan om deze workflows mogelijk te maken in Animate/Flash Builder.

  • Zowel Flash CS5 als Flash Builder 4 moeten zijn geïnstalleerd.

  • Aan uw project moeten in het deelvenster van de pakketverkenner de projectkenmerken van Animate zijn toegewezen om een FLA-bestand vanuit Flash Builder te kunnen starten.

    Zie de Help van Flash Builder voor meer informatie over het toewijzen van projectkenmerken in Flash Builder.

  • Als u een FLA-bestand in Flash Builder wilt starten, moet aan het project een FLA-bestand zijn toegewezen dat moet worden gebruikt voor het testen en het opsporen van fouten in de Animate CC-eigenschappen van het project.

Animate testen, fouten opsporen en publiceren vanuit Flash Builder

Testen en fouten opsporen in Animate met een bestand dat u bewerkt in Flash Builder 4:

  • Kies vanuit Flash Builder de optie Uitvoeren > Film testen of Uitvoeren > Fouten opsporen in film. Naast elk menu-item staat een pictogram van Animate. Als het SWF-venster eenmaal is gesloten of het opsporen van fouten is gestopt, keert de focus terug naar Flash Builder, tenzij zich compilerfouten voordoen in framescripts in het FLA-bestand dat aan het project is gekoppeld. Informatie over alle fouten wordt naar het deelvenster met compilerfouten in Flash Builder verzonden.

Een FLA-bestand publiceren dat is gekoppeld aan het huidige project in Flash Builder

  • Kies Project > Film publiceren vanuit Flash Builder. Naast de menuopdracht wordt het Animate-pictogram weergegeven.

AS-bestanden bewerken in Flash Builder vanuit Animate

Een nieuwe ActionScript 3.0-klasse of -interface maken en Flash Builder toewijzen als editor:

  1. Kies Bestand > Nieuw.

    Nieuw document
    Nieuw document
  2. Selecteer de juiste bestemming op de tabbladen boven aan het scherm, zoals Karakteranimatie, Social, Game, Educatie, Advertenties, Web en Geavanceerd. Kies in het dialoogvenster Nieuw document de optie ActionScript 3.0-klasse of ActionScript 3.0-interface.

  3. Selecteer in het dialoogvenster ActionScript 3.0 maken Flash Builder als toepassing voor het maken van het bestand en klik op OK. Flash Builder wordt geopend.

  4. Kies in Flash Builder een FLA-bestand of een XFL-bestand dat aan het ActionScript moet worden gekoppeld en klik op Voltooien.

Een AS-bestand openen en bewerken in Flash Builder vanuit Animate:

  1. Klik in het deelvenster Bibliotheek op een symbool dat is gekoppeld aan de klasse of de interface en kies Eigenschappen.

  2. Klik in het dialoogvenster Symbooleigenschappen op Klassedefinitie bewerken.

  3. Controleer in het dialoogvenster ActionScript 3.0 bewerken of Flash Builder als editor aan het AS-bestand is toegewezen en klik op OK.

    Als Flash Builder niet is toegewezen als editor voor het bestand, selecteert u Flash Builder als de toepassing voor het bewerken van het klassebestand en klikt u op OK.

    Flash Builder wordt geopend voor het bewerken van het bestand.

Aanmaken van componenten voor Flex

In Adobe Animate kunt u inhoud aanmaken die kan worden gebruikt als componenten in Adobe® Flex®-toepassingen. Deze content kan zowel visuele elementen als Adobe® ActionScript® 3.0-code bevatten.

Door het aanmaken van componenten in Animate die in Flex kunnen worden gebruikt, profiteert u van de flexibele grafische ontwerpmogelijkheden van Animate en kunt u tegelijkertijd gebruik blijven maken van de mogelijkheden die Flex biedt.

Installeer de Flex Component Kit voor Animate om Flex-componenten aan te maken in Animate. De Component Kit kan met Adobe Extension Manager worden geïnstalleerd. Zorg ervoor dat de laatste versie van Component Kit is gedownload van www.adobe.com/go/flex_ck_nl, omdat bepaalde versies van de Component Kit mogelijk niet alle functies van Adobe Animate ondersteunen.

Voor meer gegevens over het gelijktijdig gebruik van Flex en Animate kunt u de Flex-documentatie raadplegen op de website van Adobe op http://www.adobe.com/go/learn_flexresources.

Een Flex-component maken in Animate:

  1. Zorg ervoor dat Adobe Extension Manager is geïnstalleerd. Als u de Extension Manager wilt downloaden, gaat u naar de downloadpagina op www.adobe.com/go/extension_manager_dl.

    Extension Manager wordt standaard geïnstalleerd met de Adobe Creative Suite-toepassingen.

  2. Download en installeer de Flex Component Kit vanaf www.adobe.com/go/flex_ck_nl. Sluit Animate af voordat u de Component Kit installeert. Zie www.adobe.com/go/learn_extension_manager_nl voor informatie over het installeren van extensies met Adobe Extension Manager.

  3. Start Animate. Er verschijnen twee nieuwe opdrachten in het Opdrachtenmenu: Symbool converteren naar Flex-component en Symbool converteren naar FlexContainer.

  4. Maak een filmclipsymbool in Animate met de illustraties en de ActionScript 3.0-code die u aan het Flex-component wilt toevoegen. De inhoud moet in een filmclipsymbool worden ingebracht vóór de conversie naar een Flex-component.

  5. Zorg ervoor dat de filmclip vóór conversie naar een Flex-component voldoet aan de volgende Flex-compatibiliteiteisen:

    • De framesnelheid van het FLA-bestand dient 24 beelden per seconde te zijn en moet overeenkomen met de framesnelheid van alle Flex-projecten die gebruik maken van het component.

    • Het registratiepunt dient zich op het punt 0, 0 in de filmclip te bevinden.

      Opmerking: Klik op de knop Meerdere frames bewerken onder in de Tijdlijn, selecteer alle frames in de filmclip-tijdlijn, selecteer alle inhoud in alle frames en verplaats deze naar 0, 0 in de eigenschappencontrole om er zeker van te zijn dat alle inhoud in de filmclip een registratiepunt van 0, 0 heeft.

  6. Selecteer de filmclip in het bibliotheekvak en kies Opdrachten > Symbool converteren naar Flexcomponent.

    Animate converteert de filmclip naar een Flex-component, wijzigt het pictogram in een Flex-pictogram in de bibliotheek en importeert de clip die is gecompileerd in de FlexComponentBase-klasse naar de bibliotheek. Animate zorgt voor insluiting van de FlexComponentBase in het SCW-bestand van het Flex-component dat in de volgende stap wordt gemaakt.

    Let op de voortgangsberichten die in het deelvenster Uitvoer worden weergegeven terwijl Animate de filmclip converteert.

  7. Selecteer Bestand > Publiceren om een SWC-bestand te maken dat de gecompileerde Flex-component bevat. Animate maakt tevens een SWF-bestand vanaf het FLA-hoofdbestand, maar u kunt het SWF-bestand desgewenst negeren. Het SWC-bestand van de gepubliceerde component is nu klaar voor gebruik in Flex.

  8. Voer één van de volgende handelingen uit om het SWC-bestand in Flex te gebruiken:

    • Kopieer het SWC-bestand vanuit Animate en plak het in de bin-map van uw Flex-project.

    • Voeg het SWC-bestand toe aan het bibliotheekpad van uw Flex-project. Zie de Flex Builder-documentatie op www.adobe.com/go/learn_flexresources voor meer informatie

Flex-metagegevens gebruiken

Als u ActionScript 3.0-code schrijft voor gebruik in Flex, kunt u metagegevens in de code plaatsen om externe bestanden in te sluiten in een gepubliceerde SWF die ActionScript-code bevat. Zulke [Embed]-metagegevensdeclaraties worden gewoonlijk gebruikt om afbeeldingsbestanden, lettertypen, afzonderlijke symbolen of andere SWF-bestanden in te sluiten in de SWF.

Metagegevens zijn "gegevens over gegevens". U voegt metagegevens toe aan ActionScript op de regel die onmiddellijk vooraf gaat aan de regel met code waarop de metagegevens betrekking hebben. De compiler houdt vervolgens rekening met de metagegevens wanneer de coderegel die erop volgt wordt gecompileerd.

Als u bijvoorbeeld een afbeelding met de naam button_up.png wilt insluiten, die is opgeslagen in de map die zich één niveau boven het ActionScript-bestand bevindt, gebruikt u het volgende ActionScript:

[Embed(“../button_up.png”)]

private var buttonUplmage:Class;

De metagegevenstag [Embed] laat de compiler weten dat het bestand met de naam button_up.png moet worden ingesloten in het SWF-bestand en dat het bestand moet worden gekoppeld aan de variabele met de naambuttonUpImage.

Raadpleeg Embedding Assets in de Flex 3 Developer Guide op www.adobe.com/go/learn_flexresources voor meer gegevens over het insluiten van elementen met metagegevens in Flex.

Als u een functie gebruikt waarvoor de Flex SDK vereist is, zoals [Embed]-metagegevens, wordt u tijdens het compileren door Animate gevraagd om het bestand Flex.SWC toe te voegen aan het bibliotheekpad van het FLA-bestand. Het bestand Flex.SWC bevat gecompileerde klassen die nodig zijn voor de ondersteuning van Flex-metagegevens. Klik op Bibliotheekpad bijwerken in het dialoogvenster om Flex.SWC toe te voegen aan het bibliotheekpad. U kunt het bestand Flex.SWC ook later toevoegen aan het bibliotheekpad in de publicatie-instellingen van ActionScript.

Aanvullende bronnen

De volgende bronnen bieden aanvullende informatie over en voorbeelden van de integratie van Animate met Flash Builder:

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid