Pas selectieve bewerkingen toe op uw foto's. Verbeter uw foto's met selectieve bewerkingen, kleur- en tintaanpassingen en corrigeer fouten van de cameralens. Werk met voorinstellingen en profielen.

Deelvensters in de loepweergave

Wanneer u een foto opent in de loepweergave, kunt u in de volgende deelvensters werken:

Bewerken

Bewerk de foto handmatig met diverse schuifregelaars, zoals Witbalans, Temperatuur, Belichting en Contrast. Snijd uw foto's uit en pas selectieve bewerkingen toe op specifieke delen van uw foto.

Zie het deelvenster Bewerken voor meer informatie.

Info

Wijzig de titel, het bijschrift en de copyrightgegevens van uw foto's. Classificeer uw foto en markeer de foto met een vlag. Geef de metagegevens weer die aan uw foto zijn gekoppeld. Bekijk de persoonsclusters waar uw foto deel van uit maakt en de trefwoorden die aan de foto zijn gekoppeld. Zie het deelvenster Info voor meer informatie.

Classificeren en beoordelen

Doorloop uw album om uw foto's snel te classificeren en van een vlag te voorzien. Zie het deelvenster Classificeren en beoordelen voor meer informatie.

Activiteit

Plaats en bekijk opmerkingen over uw foto's die deel uitmaken van een gedeeld groepsalbum. Zie het deelvenster Activiteit voor meer informatie.

Selectieve bewerkingen toepassen

Met de besturingselementen voor selectieve bewerkingen in het deelvenster Bewerken kunt u correcties in een bepaald gebied van een foto aanbrengen. U kunt bijvoorbeeld een gezicht lichter maken, zodat het beter uitkomt in een portret. Als u lokaal correcties wilt aanbrengen, kunt u aanpassingen aanbrengen met de tool Penseelselectie, de tool Radiale selectie en de tool Lineaire selectie.

  • Met de tool Penseelselectie kunt u specifieke delen van een afbeelding selecteren door er met het penseel overheen te gaan en aanpassingen zoals belichting, scherpte en helderheid op het geselecteerde gebied van de foto aan te brengen.
  • Met de tool Radiale selectie kunt u selectief de belichting, het contrast, de helderheid en andere aspecten in een bepaald gebied van een foto wijzigen. U kunt de vorm en de afmetingen van dat gebied bepalen.
  • Met de tool Linear Selection kunt u deze aanpassingen geleidelijk aanbrengen in een bepaald gebied van een foto. U kunt dit gebied net zo breed of smal maken als u wilt.

Selectieve bewerkingen zijn niet-destructief en worden niet definitief toegepast op de foto.

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Selectief onder aan het scherm.

  2. Tik op het +-teken dat in de linkerbovenhoek verschijnt en selecteer vervolgens een van de tools voor selectieve bewerking: Penseelselectie, Radiale selectie of Lineaire selectie.

    Tools voor selectieve bewerkingen in Lightroom CC voor mobiele Android-apparaten
    Tools voor selectieve bewerkingen

    A. Penseelselectie B. Radiaal verloop C. Lineair verloop 
  3. Penseelselectie

    Teken met de tool Penseelselectie over het gewenste gebied in de foto.

    Penseelselectie in Lightroom CC voor mobiele apparaten (Android)
    Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Penseelselectie

    A. Penseel B. Gummetje C. Grootte D. Doezelaar E. Stroom 
    • Als u het masker wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van het masker.
    • Gebruik de tool Gummetje om het maskergebied te verfijnen of te wissen.
    • Om de grootte, de doezelaar of de stroom van de Penseelselectie of het gummetje te wijzigen, raakt u het corresponderende besturingselement aan de linkerkant aan en sleept u naar boven of beneden op het scherm om de waarde aan te passen.
      • Grootte. Hiermee geeft u de diameter van de penseelpunt op in pixels.
      • Doezelaar. Hiermee maakt u een zachte overgang tussen het penseelgebied en de omringende pixels.
      • Stroom. Hiermee regelt u de toepassingsgraad voor de aanpassing.

    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast.

    Lineair verloop

    Tik op de foto om de bedekking Lineair verloop weer te geven.

    Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Lineaire selectie
    Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Lineair verloop
    • Als u de overlay wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van de overlay.
    • Raak de witte lijn in het midden aan en draai deze om de helling (hoek) van de bedekking aan te passen.
    • Raak een van de buitenste witte lijnen aan en sleep deze in de richting van de fotorand om het effect uit te breiden naar dat uiteinde van het spectrum. Sleep de lijn in de richting van het midden van de foto om het effect aan dat uiteinde van het spectrum te verminderen.
    • Gebruik de tool Gummetje om het maskergebied te verfijnen of te wissen.

    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast.

    Radiaal verloop

    Tik op de foto om de bedekking Radiaal verloop weer te geven.

    Radiaal verloop
    Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Radiaal verloop
    • Als u de bedekking wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking.
    • Sleep de witte pinnen links, rechts en aan de onderkant van de bedekking om de grootte en de vorm te wijzigen.
    • Als u de Doezelaar van de radiale selectiebedekking wilt wijzigen, tikt u op de grijze pin aan de bovenkant en veegt u naar boven of naar beneden op het scherm. Terwijl u veegt, wordt de waarde van de doezelaar (%) boven aan het scherm weergegeven.
    • Ga als volgt te werk om de bewerkingen toe te passen buiten de radiale selectiebedekking of om het radiale selectiemasker om te keren:
      1. Druk lang op de blauwe pin in het midden van de radiale selectiebedekking.
      2. Kies in het contextmenu Maskeropties dat wordt weergegeven de optie Masker omkeren.
    • Gebruik de tool Gummetje om het maskergebied te verfijnen of te wissen.

    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast.

  4. Nog een selectiemasker toevoegen

    Als u nog een selectiebedekking wilt toevoegen, tikt u op het pictogram + in de linkerbovenhoek en selecteert u een andere selectietool.

    Maskeropties

    Houd de blauwe pin in het midden van de bedekking Penseelselectie, Radiaal verloop of Lineair verloop ingedrukt om het contextmenu Maskeropties te openen.

    • Masker omkeren: Deze optie is alleen beschikbaar voor de tool Radiaal verloop. Hiermee schakelt u het maskergebied binnen of buiten de bedekking Radiaal verloop in of uit.
    • Masker dupliceren: Hiermee maakt u een kopie van de selectiemaskerbedekking en plaatst u deze over de foto.
    • Masker opnieuw instellen: Hiermee herstelt u alle bewerkingen die zijn toegepast op het selectiemasker.
    • Masker verwijderen: Hiermee verwijdert u het selectiemasker.

     

    Selectieve bewerkingen - Maskeropties
    Selectieve bewerkingen - Maskeropties

  5. Als u het selectiemasker eenmaal hebt geplaatst, tikt u op een van de bewerkingstegels in het menu dat onderaan wordt weergegeven: Licht, Kleur, Effecten, Details en Optica. Gebruik de schuifregelaars in het pop-upmenu om bewerkingen toe te passen op een bepaald deel van uw foto.

  6. Tik op het pictogram om een weergave Voor te bekijken.

    Tik op het pictogram om de bewerkingen te bevestigen.  

Vlekken en ongewenste objecten verwijderen

Gebruik de tool Retoucheerpenseel om onnodige vlekken, hoogspanningskabels, mensen, objecten of andere soortgelijke afleidingen uit een foto te verwijderen.

  1. Tik in het deelvenster Bewerken van de loepweergave op het pictogram Retoucheren onderaan het scherm.

  2. Selecteer een van de volgende Retoucheerpenseel-tools:

    Retoucheren: Leent de textuur van het brongebied en past deze aan de kleur en toon van het doelgebied op de foto aan.

    Klonen: Hiermee dupliceert u de pixels van het brongebied in de foto naar het doelgebied.

    Zowel de tool Retoucheren als Klonen brengen de textuur geleend van het brongebied over naar het doelgebied. De tool Retoucheren houdt echter rekening met de kleuren en tinten rond het doelgebied en mengt alles met elkaar. Terwijl de Kloon precies de pixels dupliceert van het brongebied naar het doelgebied.

    De tool Retoucheerpenseel gebruiken om het ongewenste object uit de foto te verwijderen
    De tool Retoucheerpenseel gebruiken om het ongewenste object uit de foto te verwijderen (in dit geval de persoon).

    A. Retoucheren B. Klonen C. Grootte D. Doezelaar E. Dekking F. Verwijderen van schijf G. Doelgebied H. Brongebied I. Verberg de besturing op het scherm om fotobewerkingen weer te geven 

    Poets over het object in uw foto dat u wilt verwijderen of retoucheren met de tool Retoucheren of Klonen geselecteerd. Nadat u over het object hebt geveegd in uw foto, ziet u twee witte selectiekaders. Een wit selectiekader over het object dat u hebt geschilderd, geeft het doelgebied aan. Een ander wit selectiekader met een pijl die wijst naar het doelgebied geeft het brongebied aan.

    Wijzig zo nodig de grootte, doezelaar of de dekking van de geselecteerde tool Retoucheerpenseel.

    • Grootte. Hiermee geeft u de diameter van de penseelpunt op in pixels.
    • Doezelaar. Hiermee bepaalt u de zachte overgang tussen het penseelgebied en de omringende pixels in het doelgebied.
    • Dekking. Hiermee bepaalt u de dekking van de aanpassing die op het doelgebied is toegepast.
    Als u een mobiel apparaat gebruikt, tikt u op de besturingselementen aan de linkerkant. Vervolgens sleept u omhoog of omlaag op het scherm om de waarde aan te passen. Als u een tablet gebruikt, gebruikt u de schuifregelaars om de waarden aan te passen.

  3. Als u het bron- of doelgebied wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van dat gebied.

    Tik op het pictogram () in de rechterbovenhoek om de fotobewerkingen op het volledige scherm weer te geven door de bedieningselementen op het scherm en de witte bron-/doelselectiekaders te verbergen.

    Retoucheeropties

    Houd de blauwe pin in het midden van het doel- of brongebied ingedrukt om het contextmenu Retoucheeropties te openen:

    • Kies Klonen of Retoucheren in het contextmenu om te schakelen tussen de tools.
    • Verwijderen: Hiermee verwijdert u het geselecteerde bron-doelgebiedspaar.
    • Retoucheerpenseel herstellen: Hiermee herstelt en verwijdert u alle aanpassingen die u met de tools Retoucheerpenseel hebt aangebracht.
  4. Druk lang op een foto om een Voor-weergave weer te geven.  

    Tik op het pictogram om de bewerkingen te bevestigen.  

    Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om de bewerkingen een voor een in voorwaartse of achterwaartse richting te doorlopen.

Foto's uitsnijden

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Uitsnijden onder aan het scherm.

  2. De beschikbare opties voor uitsnijden worden als tegels langs de onderkant van het venster weergegeven. Veeg naar links of rechts om alle tegels te bekijken. Tik op een tegel om de bijbehorende optie toe te passen.

    Foto's uitsnijden in Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
    Foto's uitsnijden in Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten (Android)

  3. Voer een van de volgende handelingen uit voor extra opties:

    • Tik op de tegel Aspect ratio (Hoogte-breedteverhouding) om een van de beschikbare hoogte-breedteverhoudingen voor uitsnijden te selecteren.
    • Tik op de tegel Hoogte-breedteverhouding vergrendeld om de foto uit te snijden zonder gebruik te maken van een vooraf ingestelde hoogte-breedteverhouding.
    • Tik op de tegel Automatisch rechttrekken om de foto automatisch recht te trekken.
    • Tik op de tegel Linksom roteren om de foto 90 graden linksom te roteren.
    • Tik op de tegel Rechtsom roteren om de foto 90 graden rechtsom te roteren.
    • Tik op de tegel Horizontaal spiegelen om de foto horizontaal te spiegelen.
      Tik op de tegel Verticaal spiegelen om de foto verticaal te spiegelen.
    • Sleep de randen en hoeken van de hulplijn voor uitsnijden als u de vorm en grootte van de uitsnijding wilt wijzigen.
    • Sleep het uitsnijdwiel om de foto over een bepaalde hoek uit te snijden. U kunt het uitsnijdwiel slepen in het bereik van -45 tot 45 graden.
    • Tik in de hulplijn voor uitsnijden en sleep als u deze wilt verplaatsen.
  4. Tik op het pictogram om de bewerkingen te bevestigen.  

Met profielen aan uw foto werken

Met profielen kunt u bepalen hoe kleuren en tinten worden weergegeven in uw foto's. De profielen zijn bedoeld als beginpunt of basis voor het bewerken van afbeeldingen.

Profielen toepassen

Opmerking:

In Lightroom voor mobiele apparaten (Android) 3.5 en Lightroom voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) en hoger worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd in Lightroom voor desktop en mobiele apparaten.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden echter niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic.

Bij het toepassen van een profiel op uw foto wordt de waarde van andere bewerkingsschuifregelaars niet gewijzigd of overschreven. U kunt uw foto's dus naar wens bewerken en vervolgens een profiel kiezen en toepassen op de bewerkte afbeelding.

Ga als volgt te werk om te bladeren naar profielen en deze toe te passen:

  1. Tik in het deelvenster Bewerken van de loepweergave op het pictogram Profielen onder aan het scherm.

    Zie de screenshots hieronder ter referentie: tik op Adobe Raw om het menu Profielgroepen te openen.

     

    Naar profielen bladeren en deze toepassen
    Als u op Adobe Raw tikt, wordt het menu voor profielgroepen geopend.
    Een profielgroep kiezen
    Profielgroepen zijn beschikbaar voor RAW-foto's.

    Opmerking:

    Wanneer u foto's importeert, worden de Adobe Color- en de Adobe Monochrome-profielen standaard toegepast op respectievelijk kleurenfoto's en zwart-witfoto's.

  2. Tik om een van de profielgroepen in het menu te kiezen om de beschikbare profielen in die groep te bekijken.

    Favorieten:

    Geeft de profielen weer die u hebt gemarkeerd als favoriet. Zie Een profiel toevoegen aan Favorieten.

    Standaard:

    Deze profielgroep is alleen beschikbaar voor niet-RAW-foto's en biedt twee profielopties: Kleur en Zwart-wit.

    Profielen voor RAW-foto's

    De volgende profielgroepen verschijnen wanneer u een RAW-foto bewerkt.

    Adobe Raw: Adobe Raw-profielen verbeteren de kleurweergave aanzienlijk en bieden een goed uitgangspunt voor het bewerken van RAW-afbeeldingen. Het Adobe Color-kleurprofiel is ontworpen om elke afbeelding een goede kleur- en tintbalanste geven en wordtstandaard toegepast op de RAW-foto's die u importeert in Lightroom.

    Camera Matching: Geeft profielen weer op basis van het cameramerk of -model van uw RAW-foto. Gebruik Camera Matching-profielen als u de kleurweergave in uw RAW-bestanden liever wilt laten overeenkomen met wat u ziet op het scherm van uw camera.

    Verouderd: Geeft verouderde profielen uit eerdere versies van de Lightroom-app weer.

    Creatieve profielen voor RAW- en niet-RAW-foto's

    Creatieve profielen werken met elk bestandstype, inclusief RAW-foto's, JPEG en TIFF. Deze profielen zijn ontworpen om een bepaalde stijl of een bepaald effect toe te passen op uw foto.

    Artistiek: Gebruik deze profielen voor een meer opvallende kleurweergave in uw foto, met sterkere kleurverschuivingen.

    Zwart-wit: Gebruik deze profielen voor optimale tintgradaties in zwart-witfoto's.

    Modern: Gebruik deze profielen voor unieke effecten die passen bij moderne fotografische stijlen.

    Vintage: Gebruik deze profielen om de effecten van ouderwetse foto's te repliceren.


    Opmerking:

    Wanneer u een van de profielen Artistiek, Zwart-wit, Modern of Vintage toepast, verschijnt in Lightroom voor mobiele apparaten een extra schuifregelaar Hoeveelheid waarmee u de intensiteit van het profiel kunt instellen.

  3. U kunt horizontaal naar rechts of links vegen over de profielminiaturen om door alle beschikbare profielen onder een geselecteerde profielgroep te bladeren.

    Tik op een profiel om het toe te passen op uw foto. 

  4. Druk lang op een foto om een Voor-weergave weer te geven.

    Tik op het pictogram om de bewerkingen te bevestigen.  

    Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om de bewerkingen een voor een in voorwaartse of achterwaartse richting te doorlopen.

Een profiel toevoegen aan Favorieten

Houd uw vinger op de miniatuur van een profiel om het desbetreffende profiel toe te voegen aan de profielgroep Favorieten. Als het profiel momenteel is geselecteerd, kunt u ook op het grijze sterretje in de rechterbovenhoek van de profielminiatuur tikken.

Het witte sterpictogram in de rechterbovenhoek van de profielminiatuur geeft aan dat het een favoriet profiel is.

Profielen beheren

Met de optie Profielen beheren toont of verbergt u diverse voorinstellinggroepen die worden weergegeven in het menu Profielen: Adobe Raw, Camera Matching, Verouderd, Artistiek, Zwart wit, Modern, Vintage of andere geïmporteerde profielen.

Met de optie Profielen beheren kunt u ook verouderde Lightroom-profielgroepen weergeven die standaard verborgen zijn.

Voer de onderstaande stappen uit om profielgroepen te tonen/verbergen:

Opmerking:

Uw instellingen om profielgroepen te tonen/verbergen zijn specifiek voor elke computer of apparaat. U kunt bijvoorbeeld profielgroepen verbergen in Lightroom voor mobiele apparaten terwijl ze zichtbaar blijven in Lightroom op andere mobiele/desktop-apparaten, en omgekeerd.  

  1. Tik in het deelvenster Bewerken van de loepweergave op het pictogram Profielen onder aan het scherm.

  2. Tik op de drie puntjes () rechtsboven in het pop-upmenu Profielen enkies Profielen beheren.

  3. Schakel in het venster Profielen beheren de profielgroepen in die u wilt weergeven in het menu Profielen. Schakel de profielgroepen uit die u wilt verbergen in het menu Profielen.

    Tik op het vinkje () in de rechterbovenhoek.

In het menu Profielen verschijnen nu alleen die profielgroepen die u hebt ingeschakeld met de optie Profielen beheren.

Met voorinstellingen aan uw foto werken

Met een voorinstelling kunt u vooraf de posities van alle of geselecteerde schuifregelaars bepalen en deze toepassen op uw foto. U kunt bovendien een foto precies naar wens bewerken en de exacte combinatie van de posities van schuifregelaars opslaan en toepassen op andere foto's.

Voorinstellingen toepassen

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.

  2. De beschikbare voorinstellingen zijn op de volgende manier gegroepeerd: Kleur, Creatief, Zwart-wit, Curve, Korrel, Verscherpen en Vignettering. Kies een willekeurige groep om de bijbehorende voorinstellingen weer te geven.

    Tik op een voorinstelling om die instelling op de foto toe te passen.

    Opmerking:

    In Lightroom voor mobiele apparaten (Android) 3.5 en Lightroom voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) en hoger worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd in Lightroom voor desktop en mobiele apparaten.

    De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden echter niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic.

    Groepen voorinstellingen in Lightroom CC voor mobiele apparaten
    Het menu Voorinstellingen met creatieve voorinstellingen (Android)

  3. Druk lang op een foto om een Voor-weergave weer te geven.

    Tik op het pictogram om de bewerkingen te bevestigen.  

    Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om de bewerkingen een voor een in voorwaartse of achterwaartse richting te doorlopen.

Gebruikersvoorinstellingen maken

Opmerking:

In Lightroom voor mobiele apparaten (Android) 3.5 en Lightroom voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) en hoger worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd in Lightroom voor desktop en mobiele apparaten.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden echter niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic.

  1. Open een foto in de loepweergave waarvan u een gebruikersvoorinstelling wilt maken. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Tik in de loepweergave op de drie puntjes () in de rechterbovenhoek van het scherm om het optiemenu weer te geven. Kies vervolgens Voorinstelling maken.
    • Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het pop-upmenu Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken.
  2. In het venster Nieuwe voorinstelling geeft u het volgende op:

    Naam voorinstelling: Typ de gewenste naam van de voorinstelling.

    Groep voorinstelling: Standaard worden aangepaste voorinstellingen opgeslagen in de groep Gebruikersvoorinstellingen. U kunt ook een nieuwe groep maken met de optie Nieuwe groep voorinstellingen maken.    

  3. Selecteer nu welke bewerkinstellingen u wilt opslaan als voorinstelling.

    Klik op het pop-upmenu Selecteren en kies een van de volgende opties:

    • Alles: Hiermee selecteert u alle groepen bewerkinstellingen.
    • Standaard: Hiermee selecteert u de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
    • Gewijzigd: Hiermee selecteert u de bewerkinstellingen die u hebt toegepast op de geselecteerde foto. Tik op het selectievakje naast de groepen bewerkinstellingen om bepaalde instellingen handmatig in of uit te schakelen.
    • Geen: Hiermee deselecteert u alle bewerkinstellingen.

    Wanneer u de optie Automatisch in het bewerkdeelvenster selecteert, wordt Automatische instellingen ingeschakeld in het pop-upmenu Selecteren voor de opties Standaard en Gewijzigd.

    U kunt ook tikken op het pictogram > om te navigeren in de groep bewerkinstellingen en vervolgens specifieke instellingen in het submenu kiezen. Navigeer bijvoorbeeld binnen de groep Lichtinstellingen en selecteer/deselecteerbepaalde instellingen in het submenu: Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Kleurtintcurve.

  4. Na het selecteren van de vereiste bewerkinstellingen tikt u rechtsboven op het pictogram verdeelstreepje ().

    Uw nieuwe voorinstelling is nu beschikbaar in het menu Voorinstellingen.

Gebruikersvoorinstelling bijwerken, verplaatsen of verwijderen

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.

  2. Zoek in het pop-upmenu Voorinstellingen de gebruikersvoorinstelling die u wilt bijwerken, verplaatsen of verwijderen. Tik op de drie puntjes () naast die gebruikersvoorinstelling en kies een van de volgende opties:

    Bijwerken: in het scherm Voorinstelling bijwerken wijzigt u de bewerkinstellingen om de gebruikersvoorinstelling op te nemen.

    Klik op het pop-upmenu Selecteren en kies een van de volgende opties:

    • Alles: Hiermee selecteert u alle groepen bewerkinstellingen.
    • Standaard: Hiermee selecteert u de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
    • Gewijzigd: Hiermee selecteert u de bewerkinstellingen handmatig. Tik op het selectievakje naast de groepen bewerkinstellingen om bepaalde instellingen handmatig in of uit te schakelen.
    • Geen: Hiermee deselecteert u alle bewerkinstellingen.
    U kunt ook tikken op het pictogram > om te navigeren in de groep bewerkinstellingen en vervolgens specifieke instellingen in het submenu kiezen. Navigeer bijvoorbeeld binnen de groep Lichtinstellingen en selecteer/deselecteer de gewenste instellingen in het submenu: Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Kleurtintcurve.

    Na het aanpassen van de vereiste bewerkinstellingen tikt u rechtsboven op het pictogram verdeelstreepje ().

    Hernoemen: wijzig in het scherm Voorinstelling hernoemen de Naam voorinstelling naar wens aan.

    Na het aanpassen van de naam van voorinstelling tikt u op het vinkje () rechtsboven.

    Verplaatsen naar: selecteer deze optie om een gebruikersvoorinstelling te verplaatsen naar een bestaande of nieuwe voorinstellinggroep door te tikken op het bijbehorende selectievakje. Wanneer u de gewenste voorinstellinggroep hebt geselecteerd, tikt u op Verplaatsen onder in het scherm.

    Meer informatie over het maken van een nieuwe voorinstellinggroep vindt u in Voorinstellingen maken.

    Verwijderen: Kies deze optie om de gebruikersvoorinstelling definitief te verwijderen van alle gesynchroniseerde apparaten.

Voorinstellingen beheren

Met de optie Voorinstellingen beheren toont/verbergt u verschillende voorinstellinggroepen die worden weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen: Kleur, Creatief, Zwart-wit, Curve, Korrel, Verscherpen, Vignettering en Gebruikersvoorinstellingen.

U kunt ook gebruikmaken van de optie Voorinstellingen beheren om de verouderde Lightroom-voorinstellinggroepen weer te geven die standaard zijn verborgen.

Voer de onderstaande stappen uit om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen:

Opmerking:

Uw instellingen om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen zijn specifiek voor elke computer of apparaat. U kunt bijvoorbeeld enkele voorinstellingsgroepen verbergen in Lightroom voor mobiele apparaten maar zij blijven zichtbaar in Lightroom op andere mobiele apparaten/desktop en vice versa.  

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.

  2. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het pop-upmenu Voorinstellingen en kies Voorinstellingen beheren.   

  3. Schakel in het venster Voorinstellingen beheren de groepen voorinstellingen die u wilt weergeven in het menu Voorinstellingen. Schakel de profielgroepen uit die u wilt verbergen in het menu Voorinstellingen.

    Tik op het vinkje () in de rechterbovenhoek.

Het menu Voorinstellingen geeft nu alleen die voorinstellingsgroepen weer die u hebt ingeschakeld bij de optie Voorinstellingen beheren.

Verwerking van dubbele voorinstellingen

Als u probeert een dubbele voorinstelling te maken met dezelfde naam in dezelfde groep, verschijnt een dialoogvenster Dubbele naam voorinstelling met de opties:

  • Vervangen: Selecteer deze optie als u alleen de laatste voorinstelling met dezelfde naam in de groep wilt behouden
  • Dupliceren: Selecteer deze optie als u twee voorinstellingen met dezelfde naam in dezelfde groep wilt behouden
  • Naam wijzigen: Selecteer deze optie als u standaard een nummer wilt toevoegen aan de naam of als u zelf de naam wilt wijzigen

Gedeeltelijk compatibele voorinstellingen verbergen

In het deelvenster Voorinstellingen worden bepaalde voorinstellingen cursief weergegeven omdat het gedeeltelijk compatibele voorinstellingen zijn. Dit betekent dat de aan deze voorinstellingen gekoppelde profielen voor een andere camera zijn bedoeld. U kunt ervoor kiezen om deze gedeeltelijk compatibele voorinstellingen niet weer te geven in het deelvenster Voorinstellingen. Ga als volgt te werk om dat te doen:

  1. Open een foto in de loepweergave en tik in het deelvenster Bewerken op Voorinstellingen ().

  2. Tik op het pictogram met de drie puntjes () in het deelvenster Voorinstellingen om het optiemenu te openen. 

  3. Tik op Gedeeltelijk compatibele voorinstellingen tonen om de gedeeltelijk compatibelevoorinstellingen te bekijkenin het deelvenster Voorinstellingen.

    Gedeeltelijk compatibele voorinstellingen tonen standaard ingeschakeld
    Tik op het pictogram met drie puntjes om de optie te openen. Gedeeltelijk compatibele voorinstellingen tonen is standaard ingeschakeld.

U kuntop elk gewenst momentalle voorinstellingen weer weergeven door op Gedeeltelijk compatibele voorinstellingen tonen te tikken. 

Het toonbereik van uw foto aanpassen

Automatische instellingen toepassen

In het deelvenster Bewerken in de loepweergave klikt u op Automatischicononderin als u wilt dat Lightroom voor mobiele apparaten automatisch de beste bewerkingen voor deze schuifregelaars toepast op uw foto's: Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Verzadiging en Levendigheid.

De functie Automatische instellingen in Lightroom gebruikt Adobe Sensei om intelligente aanpassingen aan te brengen op basis van de licht- en kleurkenmerken van een foto.

  • Bovendien bevat de functie Automatische instellingen ook de mogelijkheid om de aanpassingen in de foto te optimaliseren, zelfs nadat de foto is uitgesneden.
  • Wanneer u een HDR-foto met de camerafunctie in Lightroom voor mobiele apparaten maakt, worden de automatische instellingen automatisch op uw bewerkte foto toegepast. 

Het toonbereik van een foto aanpassen

U kunt het algemene toonbereik van uw foto aanpassen met de kleurtoonregelaars in het menu Licht. Terwijl u bezig bent, moet u de eindpunten van het histogram in de gaten houden.

In het deelvenster Bewerken in de loepweergave tikt u op het pictogram Licht onder in het scherm om de kleurtoonregelaars te bekijken. Met de schuifregelaars past u de gewenste bewerking toe op uw foto's: Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Verzadiging en Levendigheid.

Het toonbereik aanpassen met de kleurtoonregelaars in het menu Licht
Het toonbereik aanpassen met de kleurtoonregelaars in het menu Licht

Het toonbereik van een foto aanpassen met de Kleurtintcurve

In de grafiek Kleurtintcurve van het menu Licht worden de wijzigingen aangegeven die in het toonbereik van een foto worden aangebracht.

Tik in het deelvenstermenu Bewerken van de loepweergave op het pictogram Licht en vervolgens op CURVE.

Opmerking:

Als u in de loepweergave het histogram van een foto wilt weergeven, tikt u rechtsboven op het pictogram ( ) en kiest u de optie Histogram tonen in het menu dat wordt geopend. Nu kunt u het histogram observeren terwijl u de kleurtoonregelaars aanpast.

De horizontale as vertegenwoordigt de oorspronkelijke kleurtoonwaarden (invoerwaarden), met zwart aan de linkerkant en geleidelijk lichter wordende waarden naar rechts. De verticale as vertegenwoordigt de gewijzigde kleurtoonwaarden (uitvoerwaarden), met zwart aan de onderkant en overgaand in lichtere waarden aan de bovenkant. Gebruik de kleurtintcurve om de aanpassingen die u in een foto hebt aangebracht, te perfectioneren.

De Kleurtintcurve gebruiken in Adobe Photoshop Lightroom CC voor mobiele apparaten (Android)
(Links) De algemene kleurtintcurvegrafiek van de foto; (Rechts) De puntcurve voor het rode kanaal

U kunt er ook voor kiezen om afzonderlijke punten in de kleurtintcurve in het rode, groene of blauwe kanaal aan te passen of alle drie kanalen tegelijk aan te passen.

  • Tik om een punt toe te voegen. Dubbeltik op een punt om dit punt te verwijderen.
  • Sleep een punt om het te bewerken. 

De kleuren in uw foto nauwkeurig instellen

In het deelvenster Bewerken in de loepweergave kunt u met de regelaars in het menu Kleur het volgende doen:

  • De Witbalans instellen door een voorinstelling te kiezen of door een neutraal gebied in de foto op te geven.
  • De witbalans nauwkeurig instellen met de besturingselementen Temperatuur en Kleurtint.
  • De kleurverzadiging (levendigheid of kleurpuurheid) van alle kleuren wijzigen met de regelaars voor Levendigheid en Verzadiging.
  • Een foto omzetten in Zwart-wit (grijswaarden).
  • Fotokleuren nauwkeurig instellen met de schuifregelaars Kleurtoon, Verzadiging en Luminantie (HSL) om afzonderlijke kleurbereiken in uw foto aan te passen.
    • De tool Doelaanpassing gebruiken om een bepaalde kleur in een foto aan te passen. Tik en sleep op de afbeelding om het kleurbereik onder uw vingertop te wijzigen.

Effecten toepassen op uw foto

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Effecten aan de onderkant van het scherm om de regelaars weer te geven.

  2. Pas de schuifregelaars voor effecten aan:

    Textuur

    Egaliseer, of accentueer details met structuur in een foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om details te egaliseren of naar rechts om details te accentueren. Wanneer u de schuifregelaar Structuur aanpast, verandert de kleur of de tint niet.

    Helderheid

    Hiermee voegt u diepte aan een afbeelding toe door het plaatselijke contrast te verhogen. U kunt het effect optimaliseren door de instelling te verhogen tot u stralenkransen ziet bij de randdetails van de afbeelding, en de instelling daarna iets te verlagen.

    Als u deze instelling gebruikt, kunt u het beste inzoomen op 100% of meer. Dubbeltik op de foto of beweeg uw vingers uit elkaar om in te zoomen.

    Nevel verwijderen

    Hiermee regelt u de hoeveelheid nevel in een foto. Schuif naar rechts om nevel te verwijderen en sleep naar links om nevel toe te voegen.

    Hoeveelheid vignet

    Hiermee past u een donker of licht vignet op de foto toe voor een artistiek effect. Met negatieve waarden maakt u de hoeken van de foto donkerder. Met positieve waarden maakt u de hoeken lichter.

    Zie Vignet-, filmkorrel- enneveleffecten voor verwante informatie.

    Mate van korreligheid

    Voegt een realistisch filmkorreleffect toe aan uw foto's. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om korrel toe te voegen. Wanneer u korrel toevoegt, kunt u ook de korrelgrootte en ruwheid instellen met respectievelijk de schuifregelaars Grootte en Ruwheid.

  3. Tik op om de regelaars voor Gesplitste toon weer te geven. Met deze regelaars kunt u een gesplitste-tooneffect toepassen waarbij een andere kleur wordt toegepast op schaduwen en hooglichten.

    • Pas de schuifregelaars Hue (H) (Kleurtoon) en Saturation (S) (Verzadiging) aan voor de hooglichten en schaduwen. Met Kleurtoon stelt u de kleur van de toon in en met Verzadiging de sterkte van het effect.
    • Stel de schuifregelaar Balans in om een evenwicht tot stand te brengen tussen de schuifregelaars voor Hooglichten en Schaduwen. Met positieve waarden verhoogt u het effect van de schuifregelaars onder Hooglicht en met negatieve waarden verhoogt u het effect van de schuifregelaars onder Schaduwen.

Ruisreductie toepassen en uw foto scherper maken

In Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten kunt u een foto verscherpen om de scherpte van de randen te verbeteren en de details in de foto naar voren te brengen.

U kunt de afbeeldingsruis reduceren door de overbodige zichtbare artefacten die de beeldkwaliteit verslechteren te verwijderen. Afbeeldingsruis bestaat uit luminantieruis (grijswaarden), die een afbeelding korrelig maakt, en chromaruis (kleurruis), die meestal de vorm heeft van gekleurde artefacten in de afbeelding. Foto's die zijn genomen met hoge ISO-snelheden kunnen merkbare ruis bevatten.

  1. Tik onderaan het deelvenster Edit (Bewerken) van de loepweergave op het pictogram Details.

    Besturingselementen voor ruisreductie en verscherpen in Adobe Photoshop Lightroom CC voor mobiele apparaten (Android)
    Besturingselement voor ruisreductie en verscherpen

    Opmerking:

    Bij het toepassen van selectieve bewerkingen zijn alleen de besturingselementen Ruis en Scherpte beschikbaar in het menu Detail.

  2. Pas de gewenste besturingselementen aan:

    Instellingen voor verscherpen

    • Verscherpen: hiermee past u de scherpte van de randen aan. Verhoog de waarde van de schuifregelaar om de verscherping te verhogen. Met de waarde nul (0) schakelt u de verscherping uit. In het algemeen geldt dat u duidelijkere afbeeldingen krijgt als u de schuifregelaar instelt op een lagere waarde. Met de aanpassing worden pixels gezocht die met de opgegeven drempel verschillen van omringende pixels en wordt het contrast van deze pixels met de opgegeven hoeveelheid vergroot.
    • Straal: hiermee past u de grootte aan van de details waarop de verscherping wordt toegepast. Gebruik een lage straalinstelling voor foto's met bijzonder veel details. Een grotere straal is geschikter voor foto's met grovere details. Wanneer u een te grote straal instelt, oogt het resultaat onnatuurlijk.
    • Detail: hiermee bepaalt u hoeveel vaak voorkomende gegevens worden verscherpt in de afbeelding en in hoeverre de verscherping de randen benadrukt. Bij een lagere instelling worden vooral de randen verscherpt om vervaging te verwijderen. Hogere waarden zijn vooral nuttig als u structuren in de afbeelding meer in het oog wilt doen springen.
    • Masker: hiermee bestuurt u een randmasker. Als u nul (0) kiest, worden alle aspecten van de afbeelding in dezelfde mate verscherpt. Als u 100 kiest, blijft het verscherpen grotendeels beperkt tot de gebieden bij de scherpste randen.

    Besturingselementen voor de reductie van luminantieruis

    • Ruisreductie: verplaats de schuifregelaar naar een hogere waarde om de luminantieruis te reduceren.
    • Detail: hiermee wordt de drempel voor luminantieruis ingesteld. Handig voor foto's met zeer veel ruis. Hogere waarden behouden meer details, maar de resultaten kunnen meer ruis bevatten. Lagere waarden geven resultaten met minder ruis, maar verwijderen wellicht ook details.
    • Contrast: hiermee wordt het luminantiecontrast ingesteld. Handig voor foto's met zeer veel ruis. Hogere waarden behouden het contrast, maar kunnen vlekken met ruis veroorzaken. Lagere waarden geven resultaten met minder ruis, maar wellicht ook minder contrast.

    Besturingselementen voor de reductie van kleurruis

    • Reductie kleurruis: verplaats de schuifregelaar naar een hogere waarde om de kleurruis te reduceren.
    • Detail: Hiermee wordt de drempel voor kleurdetail ingesteld. Hogere waarden beschermen dunne, gedetailleerde en gekleurde randen, maar kunnen zorgen voor kleurspikkels. Lagere waarden verwijderen kleurspikkels, maar kunnen overvloeien van kleuren veroorzaken.
    • Vloeiendheid: hiermee regelt u hoeveel vloeiendheid u wilt toepassen op de afbeelding als u de kleurruis reduceert.

Veel voorkomende cameralensproblemen oplossen

Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en focusafstanden. U kunt deze problemen in de geselecteerde foto verhelpen/verminderen met de opties van het pictogram Optica in het deelvenster Bewerken: Kleurafwijking verwijderen en Lensprofielcorrecties.

  1. Tik in het deelvenster Bewerken in de Loepweergave op het pictogram Optica onder in het venster.

  2. Kleurafwijking heeft de vorm van een kleurenrand langs de randen van objecten. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens niet in staat is verschillende kleuren scherp te stellen op hetzelfde punt, door afwijkingen in de microlenzen van de sensor en door de zon.

    Kleurafwijking verwijderen:

    Als u kleurafwijking wilt verwijderen uit de geselecteerde foto, activeert u de optie Kleurafwijking verwijderen in het deelvenster Optica.

  3. Lightroom voor mobiele apparaten bevat een groot aantal lensprofielen om veel voorkomende, door de lens veroorzaakte afwijkingen (zoals geometrische vervorming en vignettering) te corrigeren. De profielen zijn gebaseerd op metagegevens die de camera en de lens identificeren waarmee de foto is vastgelegd. De profielen zorgen voor de nodige compensatie.

    Correcties lensprofiel:

    Activeer de optie Correcties lensprofiel in het deelvenster Optica om automatisch een passend lensprofiel te selecteren op basis van de metagegevens in de foto over cameramodel, brandpuntsafstand en f-stop en focusafstand.

    Ondersteuning voor camera's met ingebouwd lensprofiel
    De lenscorrectie voor alle Micro 4/3 (MFT)-lenzen en -camera's, waaronder Panasonic, Olympus en andere camera's (Fuji X, Leica Q en een groot aantal point-and-shoot-modellen van Canon) vindt automatisch plaats, zonder dat u iets hoeft te doen. Als uw lens automatisch wordt ondersteund, verschijnt in Lightroom voor mobiele apparaten het bericht Ingebouwd lensprofiel toegepast in het deelvenster Optica.

  4. (Optioneel) als Lightroom voor mobiele apparaten niet automatisch een passend lensprofiel kan vinden, doet u het volgende:

    1. Tik op Selecteer handmatig een profiel.
    2. In het deelvenster Lensprofiel selecteert u een merk, model en profiel.

    Als u het passende lensprofiel dat Lightroom automatisch toepast wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk:

    1. Tik op de huidige lensprofielnaam.
    2. In het deelvenster Lensprofiel selecteert u een merk, model en profiel.
      Als u terug wilt naar het passende lensprofiel dat automatisch door Lightroom wordt toegepast, tikt u op Automatisch selecteren.

    Afhankelijk van of u een RAW-bestand of een bestand met een andere indeling aanpast, worden verschillende beschikbare lensprofielen weergegeven. Een lijst van ondersteunde lenzen vindt u in Ondersteunde lenzen.

  5. U kunt de correctie die het profiel toepast aanpassen met de volgende schuifregelaars onder het lensprofiel:

    Correctie vervorming:

    Met de standaardwaarde 100 wordt 100% van de vervormingscorrectie in het profiel toegepast. Met waarden hoger dan 100 wordt meer correctie toegepast op de vervorming; met waarden lager dan 100 wordt minder correctie toegepast op de vervorming.

    Vignetten lens:

    Met de standaardwaarde 100 wordt 100% van de vignetcorrectie in het profiel toegepast. Met waarden hoger dan 100 wordtmeer correctie toegepast op de vignettering; met waarden lager dan 100 wordt minder correctie toegepast op de vignettering.

Geometrisch perspectief herstellen

Een korte afstand tot het onderwerp bij het maken van foto's en bepaalde typen lenzen kunnen het perspectief vervormen, en ertoe leiden dat rechte lijnen gebogen, schuin of scheef in uw foto's worden weergegeven. Als u bijvoorbeeld van dichtbij een foto maakt van een hoog gebouw, lijkt het erop dat het gebouw naar achteren helt. U kunt het perspectief van uw foto eenvoudig herstellen en aanpassen met de Upright-modi en geometrieschuifregelaars in het deelvenster Geometrie.

De Upright-modi bieden vier opties voor automatische perspectiefcorrectie: Automatisch, Vlak, Verticaal en Volledig, plus een optie Met hulplijnen. U kunt de aanpassing ook verfijnen met de geometrieschuifbalk.

  1. Selecteer een foto met scheefgetrokken geometrie.

    (Aanbevolen) Tik in het deelvenster Bewerken in de loepweergave op het pictogram Optica onder aan het scherm en schakel de optie Correcties lensprofiel in.

    Een foto met scheefgetrokken geometrie
    Een foto met scheefgetrokken geometrie
  2. Tik op het pictogram Geometrie onder aan het scherm.

    Kies in het menu Upright een optie om de bijbehorende correctie toe te passen op de foto:

    • Met instructies: Hiermee kunt u twee tot vier hulplijnen tekenen op uw foto om het perspectief aan te passen.
    • Automatisch: Hiermee corrigeert u zowel het verticale als het horizontale perspectief waarbij de algehele balans en het zichtbare gebied van de afbeelding zo veel mogelijk behouden blijven.
    • Niveau: Hiermee verbetert u het horizontale perspectief en maakt u horizontale lijnen parallel in de foto.
    • Verticaal: Hiermee corrigeert u het verticale perspectief dat is veroorzaakt doordat de camera onder een hoek naar boven of beneden is gehouden. Verticale lijnen worden dan parallel gemaakt in de foto.
    • Volledig: Hiermee combineert u de Upright-modi Automatisch, Vlak, Verticaal en Volledig om het perspectief automatisch te corrigeren.
    Upright-modi in Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
    Upright-modi in Lightroom voor mobiele apparaten (Android)

    Doorloop de modi Upright totdat u de meest geschikte instelling hebt gevonden.

    Met alle Upright-modi worden vervormings- en perspectieffouten gecorrigeerd. De beste instelling varieert per foto. Experimenteer met de modi voordat u bepaalt welke modus het beste is voor uw foto.

  3. Modus Upright met hulplijnen

    Als u de modus Upright met hulplijnen hebt gekozen, doet u het volgende:

    1. Klik op het pictogram Upright met hulplijnen () en teken vervolgens twee tot vier hulplijnen op de foto door met een vinger te schuiven.

      Upright met hulplijnen
      Twee verticale en twee horizontale hulplijnen getekend op de foto met behulp van Upright met hulplijnen
    2. Nadat u ten minste twee hulplijnen hebt getekend, wordt de foto interactief getransformeerd. U kunt maximaal vier hulplijnen op uw foto tekenen in een van de volgende combinaties:

      • Alleen twee horizontale hulplijnen of alleen twee verticale hulplijnen
      • Twee horizontale hulplijnen en twee verticale hulplijnen
      • Twee horizontale hulplijnen en één verticale hulplijn
      • Twee verticale hulplijnen en één horizontale hulplijn
      • Eén verticale hulplijn en één horizontale hulplijn

      Bij elke andere combinatie wordt in Lightroom voor mobiele apparaten het bericht Ongeldige hulplijn weergegeven.

      • Als u een hulplijn wilt verwijderen, tikt u op de hulplijn om deze te selecteren en vervolgens tikt u op het pictogram Verwijderen.
      • Als u een hulplijn wilt toevoegen, tikt u op het pluspictogram + om dit te markeren en vervolgens tekent u de hulplijn op de foto. Het pictogram Toevoegen is standaard gemarkeerd, tenzij u het uitschakelt.
    3. Klik op Gereed.

      Een foto met scheefgetrokken geometrie
      (Voor) Een foto met scheefgetrokken geometrie
      Na
      (Na) Perspectief gecorrigeerd met Upright met hulplijnen

  4. (Optioneel) Wanneer u het perspectief van uw foto corrigeert, krijgt u mogelijk witte gebieden bij de randen van de afbeelding. Als u deze gebieden wilt verwijderen, selecteert u de optie Uitsnijden behouden om de foto automatisch te laten uitsnijden op basis van de originele afmetingen.

    Opmerking:

    Bij bepaalde Upright-modi kunnen pixels in uw foto worden bijgesneden om het perspectief te corrigeren, zelfs wanneer de optie Uitsnijden behouden is uitgeschakeld. U kunt de uitgesneden pixels later mogelijk niet ophalen in de uitsnijdmodus.

  5. Gebruik de geometrieschuifregelaars om de perspectiefcorrecties nauwkeurig uit te voeren: Vervorming, Verticaal, Horizontaal, Roteren, Verhouding, Schaal, X-verschuiving, Y-verschuiving.

    • Vervorming: Hiermee worden vervormingen als korrelvorming (rechte lijnen die naar buiten lijken af te buigen) en speldenkusseneffect (rechte lijnen die naar binnen lijken af te buigen) gecorrigeerd. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om korrelvorming in uw foto te corrigeren. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om een speldenkusseneffect te corrigeren.
    • Verticaal: Deze optie zorgt ervoor dat verticale lijnen in een afbeelding parallel lopen. Als de verticale lijnen uit elkaar lopen aan de onderrand, verplaatst u de schuifregelaar naar links om de pixels weg te drukken van die rand. Als de verticale lijnen uit elkaar lopen aan de bovenrand, verplaatst u de schuifregelaar naar rechts om de pixels weg te drukken van die rand.
    • Horizontaal: Deze optie zorgt ervoor dat horizontale lijnen in een afbeelding parallel lopen. Verplaats de schuifregelaar naar links om de pixels weg te drukken van de rechterrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de pixels weg te drukken van de linkerrand.
    • Roteren: Hiermee roteert u de afbeelding om kanteling van de camera te corrigeren. Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeelding linksom te roteren of naar rechts om de afbeelding rechtsom te roteren.
    • Verhouding: Verplaats de schuifregelaar naar links om het perspectief van de foto te verbreden. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om het perspectief van de foto te beperken.
    • Schaal: Hiermee kunt u de schaal van de foto vergroten of verkleinen met behoud van de beeldverhouding. Verplaats de schuifregelaar naar links om de schaal te verkleinen en naar rechts om de schaal te vergroten.
    • X-verschuiving: Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeeldingspixels naar links te verplaatsen op de x-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de rechterrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeeldingspixels naar rechts te verplaatsen op de x-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de linkerrand.
    • Y-verschuiving: Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeeldingspixels omlaag te verplaatsen op de y-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de bovenrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeeldingspixels omhoog te verplaatsen op de y-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de onderrand.

Bewerkingen kopiëren en plakken

Lightroom voor mobiele apparaten (Android) stelt u in staat om de bewerkingen die u hebt aangebracht op een foto te kopiëren en plakken in meerdere foto's. U kunt ook kiezen welke bewerkinstellingen u wilt kopiëren van een foto.

  1. Selecteer een foto waarvan u de bewerkingsinstellingen wilt kopiëren.

  2. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het scherm en kies Instellingen kopiëren.

  3. Klik in het dialoogvenster Instellingen kopiëren dat verschijnt Selecteren en kies een van de volgende opties:

    • Alles: Hiermee selecteert u alle groepen bewerkinstellingen.
    • Standaard: Hiermee selecteert u de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
    • Gewijzigd: Hiermee selecteert u alleen de bewerkinstellingen die u hebt gewijzigd of toegepast op de geselecteerde foto.
    • Geen: Hiermee deselecteert u alle bewerkinstellingen.

    U kunt ook handmatig specifieke instellingen selecteren of deselecteren door de groepen bewerkinstellingen uit te breiden.

    Instellingen kopiëren
    Kies Instellingen bewerken om te kopiëren
  4. Tik na de selectie op het pictogram .

  5. Selecteer een of meer foto's waarop u de gekopieerde bewerkinstellingen wilt plakken.

     

  6. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het scherm en kies Instellingen plakken.

Wijzigingen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren en herstellen

Ongedaan maken of opnieuw

Om de meest recente bewerking ongedaan te maken of opnieuw uit te voeren tikt u in de Loepweergave op het pictogram Ongedaan maken of Opnieuw . Dit pictogram verschijnt rechtsboven in het scherm.

Als u meerdere bewerkingen hebt aangebracht, tikt u op het pictogram () om de pictogrammen Opgedaan maken en Opnieuw weer te geven. Tik nu op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om de bewerkingen één voor één in voorwaartse of achterwaartse richting te doorlopen.

Herstellen

Om een afbeelding volledig naar de oorspronkelijke staat te resetten, tikt u op Herstellen aan het eind van het menu Aanpassingen (zie bovenstaande afbeelding). In het menu Reset tikt u op een actie om uw foto naar een vorige status te herstellen.

Opmerking:

Zie Foto's bewerken in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS) en Foto's bewerken in Lightroom (voor desktop) voor meer informatie over het bewerken van foto's in Lightroom op een iPad, iPhone of desktop.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid