Leer hoe u foto's kunt bewerken met aangepaste voorinstellingen, hoe u radiale en gegradueerde filters kunt toepassen, lokale aanpassingen kunt aanbrengen, de copyrightgegevens van foto's en albums kunt bewerken en nog veel meer. U kunt ook op de door u gewenste manier uw foto's retoucheren, nevel verwijderen en uw foto's verbeteren.

Deelvensters in de loepweergave

Wanneer u een foto op een iPhone of iPad opent in de loepweergave van Lightroom voor mobiele apparaten (iOS), kunt u in de volgende deelvensters werken:

Bewerken

Bewerk de foto handmatig met diverse schuifregelaars, zoals Witbalans, Temperatuur, Belichting en Contrast. Snijd uw foto's uit en pas selectieve bewerkingen toe op specifieke delen van uw foto.

Zie het deelvenster Bewerken voor meer informatie.

Classificeren en beoordelen (alleen iPhone)

Doorloop uw album om uw foto's snel te classificeren en van een vlag te voorzien. Zie het deelvenster Classificeren en beoordelen voor meer informatie.

Info

Wijzig de titel, het bijschrift en de copyrightgegevens van uw foto's. Classificeer uw foto en markeer de foto met een vlag. Geef de metagegevens weer die aan uw foto zijn gekoppeld. Zie het deelvenster Info voor meer informatie.

Selectieve bewerkingen toepassen

Met de besturingselementen voor selectieve bewerkingen in het deelvenster Bewerken kunt u correcties in een bepaald gebied van een foto aanbrengen. U kunt bijvoorbeeld een gezicht lichter maken, zodat het beter uitkomt in een portret. U kunt lokale correcties doorvoeren met een van de volgende selectietools:

  • Met de tool Penseelselectie kunt u specifieke delen van een afbeelding selecteren door er met het penseel overheen te gaan en aanpassingen zoals belichting, scherpte en helderheid op het geselecteerde gebied van de foto aan te brengen.
  • Met de tool Radiale selectie kunt u selectief de belichting, het contrast, de helderheid en andere aspecten in een bepaald gebied van een foto wijzigen. U kunt de vorm en de afmetingen van dat gebied bepalen.
  • Met de tool Lineaire selectie  kunt u deze wijzigingen geleidelijk toepassen op een gebied van een foto. U kunt dit gebied net zo breed of smal maken als u wilt.
  • (Technology Preview) Met de tool Diepteselectie kunt u snel een dieptetoewijzing omzetten in een selectie die u kunt wijzigen met een penseel. Deze selectietool werkt alleen voor HEIC-beelden met gegevens over dieptetoewijzing die zijn vastgelegd met de in-app-camera van Lightroom (Modus voor diepte vastleggen) of andere opnametools. Om deze selectietool te gebruiken schakelt u Dieptemasker maken in onder Technology Previews in het app-menu Instellingen.

Selectieve bewerkingen zijn niet-destructief en worden niet definitief toegepast op de foto.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Selectief onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.

  2. Tik op het +-teken dat linksboven verschijnt en selecteer een van de tools voor selectieve bewerking: Penseelselectie, Radiale selectie, Lineaire selectie of Diepteselectie (Tech Preview).

  3. Tik op de foto om de selectiebedekking weer te geven.

    Penseelselectie  

    Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Penseelselectie
    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Penseelselectie

    A. Penseel B. Gummetje C. Grootte D. Doezelaar E. Stroom F. Selectie verwijderen 
    • Als u de overlay wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van de overlay.
    • Gebruik het gummetje om het gewenste selectiegebied van de penseel te wissen.
    • Om de grootte, de doezelaar of de stroom van het penseel of het gummetje te wijzigen, raakt u het corresponderende besturingselement aan de linkerkant aan en sleept u naar boven of beneden op het scherm om de waarde aan te passen.
      • Grootte. Hiermee geeft u de diameter van de penseelpunt op in pixels.
      • Doezelaar. Hiermee maakt u een zachte overgang tussen het penseelgebied en de omringende pixels.
      • Stroom. Hiermee regelt u de toepassingsgraad voor de aanpassing.

    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.

    Lineaire selectie  

    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Lineaire selectie
    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Lineaire selectie
    • Als u de tool wilt verplaatsen op de foto, sleept u de vierkante blauwe pin in het midden van de overlay.
    • Raak de witte lijn in het midden aan en draai deze om de helling (hoek) van de bedekking aan te passen.
    • Raak een van de buitenste witte lijnen aan en sleep deze in de richting van de fotorand om het effect uit te breiden naar dat uiteinde van het spectrum. Sleep de lijn in de richting van het midden van de foto om het effect aan dat uiteinde van het spectrum te verminderen.
    • Gebruik het gummetje om het gewenste selectiegebied te wissen. 

    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.

    Radiale selectie  

    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Radiale selectie
    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de tool Radiale selectie
    • Als u de tool wilt verplaatsen op de foto, sleept u de pin in het midden van de selectiebedekking.
    • Sleep de witte pinnen links, rechts en aan de onderkant van de bedekking om de grootte en de vorm te wijzigen.
    • Als u de Doezelaar van de overlay van de radiale selectie wilt wijzigen, tikt u op het pictogram voor de doezeling aan de linkerkant en sleept u naar boven of naar beneden op het scherm. Terwijl u sleept, wordt de waarde van de doezelaar (%) boven aan het scherm weergegeven.
    • Als u de bewerkingen buiten de overlay van de radiale selectie wilt toepassen, tikt u op het pictogram aan de linkerkant van het scherm. Klik nogmaals op het pictogram om de optie in of uit te schakelen.
    • Gebruik het gummetje om het gewenste selectiegebied te wissen.  

    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.

  4. Diepteselectie

    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de diepteselectie
    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de diepteselectie
    • Als u het Dieptemasker wilt wijzigen, sleept u de witte controlepinnen over de dieptetoewijzing.
    • Als u het dieptemasker wilt selecteren, tikt u op het pictogram boven in het venster. Klik nogmaals op het pictogram om de optie in of uit te schakelen.

    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast.

  5. Als u een selectiebedekking wilt verwijderen of dupliceren, drukt u lang op de blauwe pin in het midden van de bedekking en kiest u de vereiste optie in het pop-upmenu dat wordt weergegeven.

    Een selectiepenseel verwijderen of dupliceren
    Een selectie verwijderen of dupliceren
  6. Als u de overlay voor Penseelselectie, Lineaire selectie of Radiale selectie eenmaal hebt geplaatst, tikt u op een van de bewerkingstegels in het menu: Licht, Kleur, Effecten, Details en Optica. Gebruik de schuifregelaars in het pop-upmenu om bewerkingen toe te passen op een bepaald deel van uw foto.

  7. Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.

    Om de bewerkingen te bevestigen, tikt u op het pictogram (iPhone)/Gereed (iPad).  

Vlekken en ongewenste objecten verwijderen

Gebruik de tools Retoucheerpenseel om onnodige vlekken, hoogspanningskabels, mensen, objecten of andere soortgelijke afleidingen op een foto te verwijderen.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Retourcheerpenseel onderaan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.

    Tools Retoucheerpenseel
    (iPhone) Open de Retoucheerpenseeltools
  2. Selecteer een van de volgende Retoucheerpenseel-tools:

    Retoucheren: Leent de textuur van het brongebied en past deze aan de kleur en toon van het doelgebied op de foto aan.

    Klonen: Hiermee dupliceert u de pixels van het brongebied in de foto naar het doelgebied.

    Zowel de tool Retoucheren als Klonen brengen de textuur geleend van het brongebied over naar het doelgebied. De tool Retoucheren houdt echter rekening met de kleuren en tinten rond het doelgebied en mengt alles met elkaar. Terwijl de Kloon precies de pixels dupliceert van het brongebied naar het doelgebied.

    De tool Retoucheerpenseel gebruiken om het ongewenste object uit de foto te verwijderen
    (iPhone) Gebruik het Retoucheerpenseel om ongewenste objecten uit de foto te verwijderen (in dit geval de persoon).

    A. Retoucheren B. Klonen C. Grootte D. Doezelaar E. Dekking F. Verwijderen van schijf G. Doelgebied H. Brongebied I. Verberg de besturing op het scherm om fotobewerkingen weer te geven 

    Poets over het object in uw foto dat u wilt verwijderen of retoucheren met de tool Retoucheren of Klonen geselecteerd. Nadat u over het object hebt geveegd in uw foto, ziet u twee witte selectiekaders. Een wit selectiekader over het object dat u hebt geschilderd, geeft het doelgebied aan. Een ander wit selectiekader met een pijl die wijst naar het doelgebied geeft het brongebied aan.

    Wijzig zo nodig de grootte, doezelaar of de dekking van de geselecteerde tool Retoucheerpenseel.

    • Grootte. Hiermee geeft u de diameter van de penseelpunt op in pixels.
    • Doezelaar. Hiermee bepaalt u de zachte overgang tussen het penseelgebied en de omringende pixels in het doelgebied.
    • Dekking. Hiermee bepaalt u de dekking van de aanpassing die op het doelgebied is toegepast.
    (iPhone) Tik op de besturingselementen aan de linkerkant. Vervolgens sleept u omhoog of omlaag op het scherm om de waarde aan te passen.
    (iPad) Gebruik de schuifregelaars om de waarden aan te passen.
  3. Als u het bron- of doelgebied wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van dat gebied.

    Tik op het pictogram () in de rechterbovenhoek om de fotobewerkingen op het volledige scherm weer te geven door de bedieningselementen op het scherm en de witte bron-/doelselectiekaders te verbergen.

    Retoucheeropties

    Houd de blauwe pin in het midden van het doel- of brongebied ingedrukt om het contextmenu Retoucheeropties te openen:

    • Kies Klonen of Retoucheren in het contextmenu om te schakelen tussen de tools.
    • Verwijderen: Hiermee verwijdert u het geselecteerde bron-doelgebiedspaar.
    • Retoucheerpenseel herstellen: Hiermee herstelt en verwijdert u alle aanpassingen die u met de tools Retoucheerpenseel hebt aangebracht.
  4. Druk lang op een foto om een Voor-weergave weer te geven.  

    Om de bewerkingen te bevestigen, tikt u op het pictogram (iPhone)/Gereed (iPad).  

Foto's uitsnijden

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Uitsnijden onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.

  2. De beschikbare opties voor uitsnijden worden als tegels langs de onderkant van het venster weergegeven. Veeg naar links of rechts om alle tegels te bekijken. Tik op een tegel om de bijbehorende optie toe te passen.

    (iPhone) Foto's uitsnijden in Adobe Photoshop Lightroom CC voor mobiele apparaten (iOS)
    (iPhone) Foto's uitsnijden in Adobe Photoshop Lightroom CC voor mobiele apparaten (iOS)
  3. Voer een van de volgende handelingen uit voor extra opties:

    • Tik op de tegel Aspect ratio (Hoogte-breedteverhouding) om een van de beschikbare hoogte-breedteverhoudingen voor uitsnijden te selecteren.
    • Tik op de tegel Hoogte-breedteverhouding vergrendeld om de foto uit te snijden zonder gebruik te maken van een vooraf ingestelde hoogte-breedteverhouding.
    • Tik op de tegel Automatisch rechttrekken om de foto automatisch recht te trekken.
    • Tik op de tegel Linksom roteren om de foto 90 graden linksom te roteren.
    • Tik op de tegel Rechtsom roteren om de foto 90 graden rechtsom te roteren.
    • Tik op de tegel Horizontaal spiegelen om de foto horizontaal te spiegelen.
      Tik op de tegel Verticaal spiegelen om de foto verticaal te spiegelen.
    • Sleep de randen en hoeken van de hulplijn voor uitsnijden als u de vorm en grootte van de uitsnijding wilt wijzigen.
    • Sleep het uitsnijdwiel om de foto over een bepaalde hoek uit te snijden. U kunt het uitsnijdwiel slepen in het bereik van -45 tot 45 graden.
    • Tik in de hulplijn voor uitsnijden en sleep als u deze wilt verplaatsen.
  4. Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.

    Om de bewerkingen te bevestigen, tikt u op het pictogram (iPhone)/Gereed (iPad).  

Met profielen aan uw foto werken

Met profielen kunt u bepalen hoe kleuren en tinten worden weergegeven in uw foto's. De profielen zijn bedoeld als beginpunt of basis voor het bewerken van afbeeldingen.

Profielen toepassen

Opmerking:

Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten iOS 3.3 en Lightroom CC voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic voor desktop.

Met profielen kunt u bepalen hoe kleuren en tinten worden weergegeven in uw foto's. De profielen zijn bedoeld als beginpunt of basis voor het bewerken van afbeeldingen.

Bij het toepassen van een profiel op uw foto wordt de waarde van andere bewerkingsschuifregelaars niet gewijzigd of overschreven. U kunt uw foto's dus naar wens bewerken en vervolgens een profiel kiezen en toepassen op de bewerkte afbeelding.

Ga als volgt te werk om naar profielen te bladeren en deze toe te passen:

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Profielen onder aan het scherm.

    Raadpleeg de schermafbeeldingen hieronder ter referentie:

    • Het Adobe Color-profiel dat momenteel is toegepast op uw foto wordt boven in het scherm weergegeven.
    • Als u op Adobe Raw tikt, wordt het menu voor profielgroepen geopend.
    Naar profielen bladeren en deze toepassen
    Het momenteel op de foto toegepaste profiel wordt bovenaan weergegeven: Adobe Color. Als u op Adobe Raw tikt, wordt het menu voor profielgroepen geopend.
    Het menu Profielgroepen
    Profielgroepen zijn beschikbaar voor RAW-foto's.

    (iPad) Tik in het menu van het deelvenster Bewerken in de Loepweergave op Bladeren in het deelvenster Profielen boven in het scherm.  

    Opmerking:

    Wanneer u foto's importeert, worden de profielen Adobe Color en Adobe Monochrome standaard toegepast op respectievelijk kleur- en zwart-witfoto's.

  2. (iPhone) Tik om een van de profielgroepen in het menu te kiezen om de beschikbare profielen in die groep te bekijken.

    (iPad) Vouw de gewenste profielgroepen (zie uitleg hieronder) uit om de beschikbare profielen in die groep weer te geven.

    Favorieten:

    Geeft de profielen weer die u hebt gemarkeerd als favoriet. Zie Een profiel toevoegen aan Favorieten.

    Standaard:

    Deze profielgroep is alleen beschikbaar voor niet-RAW-foto's en biedt twee profielopties: Kleur en Zwart-wit.

    Profielen voor RAW-foto's

    De volgende profielgroepen verschijnen wanneer u een RAW-foto bewerkt.

    Adobe Raw: Adobe Raw-profielen verbeteren de kleurweergave aanzienlijk en bieden een goed uitgangspunt voor het bewerken van RAW-afbeeldingen. Adobe Color-profielen zijn ontworpen om elke afbeelding een goede kleur- en tintbalans te geven en worden standaard toegepast op de RAW-foto's die u importeert in Lightroom.

    Camera Matching: Geeft profielen weer op basis van het cameramerk of -model van uw RAW-foto. Gebruik Camera Matching-profielen als u de kleurweergave in uw RAW-bestanden liever wilt laten overeenkomen met wat u ziet op het scherm van uw camera.

    Verouderd: Geeft verouderde profielen uit eerdere versies van de Lightroom-app weer.

    Creatieve profielen voor RAW- en niet-RAW-foto's

    Creatieve profielen werken met elk bestandstype, inclusief RAW-foto's, JPEG en TIFF. Deze profielen zijn ontworpen om een bepaalde stijl of een bepaald effect toe te passen op uw foto.

    Artistiek: Gebruik deze profielen voor een meer opvallende kleurweergave in uw foto, met sterkere kleurverschuivingen.

    Zwart-wit: Gebruik deze profielen voor optimale tintgradaties in zwart-witfoto's.

    Modern: Gebruik deze profielen voor unieke effecten die passen bij moderne fotografische stijlen.

    Vintage: Gebruik deze profielen om de effecten van ouderwetse foto's te repliceren.

    Opmerking:

    Wanneer u een van de profielen Artistiek, Zwart-wit, Modern of Vintage toepast, verschijnt in Lightroom voor mobiele apparaten een extra schuifregelaar Hoeveelheid waarmee u de intensiteit van het profiel kunt instellen.  

  3. U kunt horizontaal naar rechts of links vegen over de profielminiaturen om door alle beschikbare profielen onder een geselecteerde profielgroep te bladeren.

    Tik op een profiel om het toe te passen op uw foto.  

  4. Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.

    Om de bewerkingen te bevestigen, tikt u op het pictogram (iPhone)/Gereed (iPad).  

    Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om de bewerkingen een voor een in voorwaartse of achterwaartse richting te doorlopen.

Een profiel toevoegen aan Favorieten

Houd uw vinger op de miniatuur van een profiel om het desbetreffende profiel toe te voegen aan de profielgroep Favorieten. Als het profiel momenteel is geselecteerd, kunt u ook op het grijze sterretje in de rechterbovenhoek van de profielminiatuur tikken.   

Het witte sterpictogram in de rechterbovenhoek van de profielminiatuur geeft aan dat het een favoriet profiel is.

Met voorinstellingen aan uw foto werken

Met een voorinstelling kunt u vooraf de posities van alle of geselecteerde schuifregelaars bepalen en deze toepassen op uw foto. U kunt bovendien een foto precies naar wens bewerken en de exacte combinatie van de posities van schuifregelaars opslaan en toepassen op andere foto's.

Voorinstellingen toepassen

Opmerking:

Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten iOS 3.3 en Lightroom CC voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic voor desktop.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.

  2. De beschikbare voorinstellingen zijn op de volgende manier gegroepeerd: Kleur, Creatief, Zwart-wit, Curve, Korrel, Verscherpen en Vignettering. Kies een willekeurige groep om de bijbehorende voorinstellingen weer te geven.

    Tik op een voorinstelling om die instelling op de foto toe te passen.

    Opmerking: Het is niet mogelijk om zelfgemaakte voorinstellingen van Lightroom Classic desktop over te brengen naar Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten.

    (iPhone) Het menu Voorinstellingen met de voorinstellingen in de groep Creatief in Adobe Photoshop Lightroom CC voor mobiele apparaten (iOS)
    (iPhone) Het menu Voorinstellingen met de voorinstellingen in de groep Creatief in Adobe Photoshop Lightroom CC voor mobiele apparaten (iOS)
  3. Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.

    Om de bewerkingen te bevestigen, tikt u op het pictogram (iPhone)/Gereed (iPad).  

    Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om de bewerkingen een voor een in voorwaartse of achterwaartse richting te doorlopen.

Gebruikersvoorinstellingen maken

Opmerking:

Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten iOS 3.3 en Lightroom CC voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic voor desktop.

  1. Open een foto in de loepweergave waarvan u een gebruikersvoorinstelling wilt maken. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Tik in de loepweergave op de drie puntjes () in de rechterbovenhoek van het scherm om het optiemenu weer te geven. Kies vervolgens Voorinstelling maken.
    • (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het pop-upmenu Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken.
    • (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het pop-upmenu Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken.
  2. In het venster Nieuwe voorinstelling geeft u het volgende op:

    Naam voorinstelling: Typ de gewenste naam van de voorinstelling.

    Groep voorinstelling: Standaard worden aangepaste voorinstellingen opgeslagen in de groep Gebruikersvoorinstellingen. U kunt ook een nieuwe groep maken met de optie Nieuwe groep voorinstellingen maken.    

  3. Selecteer nu welke bewerkinstellingen u wilt opslaan als voorinstelling.

    Klik op het pop-upmenu Selecteren en kies een van de volgende opties:

    • Alles: Hiermee selecteert u alle groepen bewerkinstellingen.
    • Gewijzigd: Hiermee selecteert u alleen de bewerkinstellingen die u hebt toegepast op de geselecteerde foto.
    • Standaard: Hiermee selecteert u de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
    • Geen: Hiermee deselecteert u alle bewerkinstellingen.
    Tik op het selectievakje naast de groepen bewerkinstellingen om bepaalde instellingen handmatig in of uit te schakelen. U kunt ook tikken op het pictogram > om te navigeren in de groep bewerkinstellingen en vervolgens specifieke instellingen in het submenu kiezen. U kunt bijvoorbeeld binnen de groep Lichtinstellingen navigeren en vervolgens alle instellingen in het submenu - Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Kleurtintcurve selecteren/deselecteren.     
  4. Na het selecteren van de vereiste bewerkinstellingen tikt u rechtsboven op Opslaan.

    Uw nieuwe voorinstelling is nu beschikbaar in het menu Voorinstellingen.

Gebruikersvoorinstellingen bijwerken of verwijderen

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.

  2. Zoek in het pop-upmenu Voorinstellingen de gebruikersvoorinstelling die u wilt bijwerken of verwijderen. Tik op de drie puntjes () naast die gebruikersvoorinstelling en kies een van de volgende opties:

    Bijwerken met huidige instellingen: In het scherm Voorinstelling bijwerken wijzigt u in de bewerkinstellingen naar wens om de gebruikersvoorinstelling op te nemen.

    Klik op het pop-upmenu Selecteren en kies een van de volgende opties:

    • Alles: Hiermee selecteert u alle groepen bewerkinstellingen.
    • Standaard: selecteert de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
    • Geen: Hiermee deselecteert u alle bewerkinstellingen.
    Tik op het selectievakje naast de groepen bewerkinstellingen om bepaalde instellingen handmatig in of uit te schakelen. U kunt ook tikken op het pictogram > om te navigeren in de groep bewerkinstellingen en vervolgens specifieke instellingen in het submenu kiezen. U kunt bijvoorbeeld binnen de groep Lichtinstellingen navigeren en vervolgens alle instellingen in het submenu - Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Kleurtintcurve selecteren/deselecteren.     

    Na het wijzigen van de vereiste bewerkinstellingen tikt u rechtsboven op Opslaan.

    Hernoemen: Wijzig in het scherm Voorinstelling hernoemen de Naam voorinstelling naar wens aan.

    Na het wijzigen van de naam voorinstelling tikt u rechtsboven op Opslaan.

    Verwijderen: Kies deze optie om de gebruikersvoorinstelling definitief te verwijderen van alle gesynchroniseerde apparaten.

Voorinstellingen beheren

Met de optie Voorinstellingen beheren toont/verbergt u verschillende voorinstellinggroepen die worden weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen: Kleur, Creatief, Zwart-wit, Curve, Korrel, Verscherpen, Vignettering en Gebruikersvoorinstellingen.

U kunt ook gebruikmaken van de optie Voorinstellingen beheren om de verouderde Lightroom-voorinstellinggroepen weer te geven die standaard zijn verborgen.

Voer de onderstaande stappen uit om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen:

Opmerking:

Uw instellingen om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen zijn specifiek voor elke computer of apparaat. U kunt bijvoorbeeld enkele voorinstellingsgroepen verbergen in Lightroom voor mobiele apparaten maar zij blijven zichtbaar in Lightroom op andere mobiele apparaten/desktop en vice versa.  

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.

  2. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het scherm en kies Voorinstellingen beheren.   

  3. Schakel in het venster Voorinstellingen beheren de groepen voorinstellingen die u wilt weergeven in het menu Voorinstellingen. Schakel de profielgroepen uit die u wilt verbergen in het menu Voorinstellingen.

    Tik rechtsboven op Gereed.

Gedeeltelijk compatibele voorinstellingen verbergen

In het deelvenster Voorinstellingen worden bepaalde voorinstellingen cursief weergegeven omdat het gedeeltelijk compatibele voorinstellingen zijn. Dit betekent dat de aan deze voorinstellingen gekoppelde profielen voor een andere camera zijn bedoeld. U kunt ervoor kiezen om deze gedeeltelijk compatibele voorinstellingen niet weer te geven in het deelvenster Voorinstellingen. 

Voer de volgende stappen uit als u alle voorinstellingen wilt verbergen die niet compatibel zijn met de huidige foto:

  1. Open een foto in de loepweergave en tik in het deelvenster Bewerken op Voorinstellingen ().

  2. Tik op het pictogram met de drie puntjes rechtsboven in het deelvenster Voorinstellingen om het optiemenu te openen.

  3. Tik op Gedeeltelijk niet-compatibel tonen om deze instelling uit te schakelen. De gedeeltelijk compatibele voorinstellingen worden nu niet meer weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen.

    Optie om gedeeltelijk compatibele voorinstellingen te tonen of te verbergen
    Tik om Gedeeltelijk niet-compatibel tonen uit te schakelen.

Het toonbereik van uw foto aanpassen

Automatische instellingen toepassen

Klik in het deelvenster Bewerken in de loepweergave op het pictogram Automatisch onder aan het scherm om Lightroom automatisch de beste bewerkingen voor deze schuifregelaars op uw foto's te laten toepassen: Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Verzadiging en Levendigheid.

De functie Automatische instellingen in Lightroom gebruikt Adobe Sensei om op intelligente wijze aanpassingen aan te brengen op basis van de licht- en kleurkenmerken van een foto.

  • Bovendien bevat de functie Automatische instellingen ook de mogelijkheid om de aanpassingen in de foto te optimaliseren, zelfs nadat de foto is uitgesneden.
  • Wanneer u een HDR-foto met de camerafunctie in Lightroom voor mobiele apparaten maakt, worden de automatische instellingen automatisch op uw bewerkte foto toegepast.     

Het toonbereik van een foto aanpassen

U kunt het algemene toonbereik van uw foto aanpassen met de kleurtoonregelaars in het menu Licht. Terwijl u bezig bent, moet u de eindpunten van het histogram in de gaten houden.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Licht aan de onderkant van het scherm om de kleurtoonregelaars weer te geven.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het pictogram accordeon Licht.

  2. (Optioneel) Tik op Auto (Automatisch) om het algemene toonbereik in te stellen. Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten stelt de schuifregelaars automatisch zo in dat het toonbereik wordt gemaximaliseerd en hooglichten en schaduwen worden geminimaliseerd.

    (iPhone) Het toonbereik aanpassen met de kleurtoonregelaars in het menu Licht
    (iPhone) Het toonbereik aanpassen met de kleurtoonregelaars in het menu Licht
  3. U past schuifregelaars voor de kleurtint als volgt aan:

    Opmerking:

    Tik met twee vingers op de foto om het histogram weer te geven. Bekijk het histogram terwijl u de kleurtoonregelaars aanpast.  

    Belichting

    Hiermee stelt u de algehele helderheid van de afbeelding in. Pas de schuifregelaar aan totdat de foto aan uw wensen voldoet en zo helder is als u wilt.  

    Contrast

    Hiermee wordt het afbeeldingscontrast verhoogd of verlaagd. Dit heeft hoofdzakelijk invloed op de middentonen. Als u het contrast verhoogt, worden de afbeeldingsgebieden met een gemiddelde tot donkere kleur donkerder en worden de afbeeldingsgebieden met een gemiddelde tot lichte kleur lichter. Het verlagen van het contrast heeft een tegengesteld effect op de tonen in de afbeelding.  

    Hooglichten

    Hiermee past u de heldere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om hooglichten donkerder te maken en 'blown-out' hooglichtdetails te herstellen. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de hooglichten helderder te maken.

    Schaduwen

    Hiermee past u de donkere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om schaduwen donkerder te maken. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de schaduwen helderder te maken en de details in de schaduwen te herstellen.

    Witte tinten

    Hiermee past u het bijsnijden voor witte tinten aan. Sleep naar links om uitknippen in hooglichten te reduceren. Sleep naar rechts om het uitknippen in hooglichten te verhogen. (In geval van spiegelende hooglichten, zoals metallic oppervlakken, kan het verstandig zijn het uitknippen te versterken.)

    Zwarte tinten

    Hiermee past u het bijsnijden voor zwarte tinten aan. Sleep naar links om zwarting te verhogen (er worden dan meer schaduwen aan puur zwart toegewezen). Sleep naar rechts om het uitknippen van schaduwen te verlagen.

Het toonbereik nauwkeurig instellen met de Kleurtintcurve

In de grafiek Kleurtintcurve van het menu Licht worden de wijzigingen aangegeven die in het toonbereik van een foto worden aangebracht.

(iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerkenop het pictogram accordeon Licht en tik vervolgens op CURVE.

(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Licht aan de onderkant van het scherm en tik vervolgens op het pictogram CURVE om de kleurtintcurvegrafiek over de foto heen weer te geven.

De horizontale as vertegenwoordigt de oorspronkelijke kleurtoonwaarden (invoerwaarden), met zwart aan de linkerkant en geleidelijk lichter wordende waarden naar rechts. De verticale as vertegenwoordigt de gewijzigde kleurtoonwaarden (uitvoerwaarden), met zwart aan de onderkant en overgaand in lichtere waarden aan de bovenkant. Gebruik de kleurtintcurve om de aanpassingen die u in een foto hebt aangebracht, te perfectioneren.

De kleurtintcurve in Adobe Photoshop Lightroom CC voor mobiele apparaten (iOS) gebruiken
(Links) De algemene kleurtintcurvegrafiek van de foto; (Rechts) De puntcurve voor het rode kanaal

A. Kleurtintcurve B. Schuifregelaars voor opsplitsen C. Tik om de kleurtintcurve te bewerken D. Blauwe kanaal E. Groene kanaal F. Rode kanaal G. RGB-kanaal H. Punt op puntcurve van rode kanaal I. Het rode kanaal is geselecteerd 

U kunt er ook voor kiezen om afzonderlijke punten in de kleurtintcurve in het rode, groene of blauwe kanaal aan te passen of alle drie kanalen tegelijk aan te passen.

  • Tik om een punt toe te voegen. Dubbeltik op een punt om dit punt te verwijderen.
  • Sleep een punt om het te bewerken. 

De kleuren in uw foto aanpassen

In het deelvenster Bewerken in de loepweergave kunt u met de regelaars in het menu Kleur het volgende doen:

  • De Witbalans instellen door een voorinstelling te kiezen of door een neutraal gebied in de foto op te geven.
  • De witbalans nauwkeurig instellen met de besturingselementen Temperatuur en Kleurtint.
  • De kleurverzadiging (levendigheid of kleurpuurheid) van alle kleuren wijzigen met de regelaars voor Levendigheid en Verzadiging.
  • Een foto omzetten in Zwart-wit (grijswaarden).
  • Fotokleuren nauwkeurig instellen met de schuifregelaars Kleurtoon, Verzadiging en Luminantie (HSL) om afzonderlijke kleurbereiken in uw foto aan te passen.
    • De tool Doelaanpassing gebruiken om een bepaalde kleur in een foto aan te passen. Tik en sleep op de afbeelding om het kleurbereik onder uw vingertop te wijzigen.

Effecten toepassen op uw foto

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Effecten aan de onderkant van het scherm om de regelaars weer te geven.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het pictogram accordeon Effecten.

  2. Pas de schuifregelaars voor effecten aan:

    Textuur

    Egaliseer, of accentueer details met structuur in een foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om details te egaliseren of naar rechts om details te accentueren. Wanneer u de schuifregelaar Textuur aanpast, verandert de kleur of de tint niet.

    Helderheid

    Hiermee voegt u diepte aan een afbeelding toe door het plaatselijke contrast te verhogen. U kunt het effect optimaliseren door de instelling te verhogen tot u stralenkransen ziet bij de randdetails van de afbeelding, en de instelling daarna iets te verlagen.

    Als u deze instelling gebruikt, kunt u het beste inzoomen op 100% of meer. Dubbeltik op de foto of beweeg uw vingers uit elkaar om in te zoomen.

    Nevel verwijderen

    Hiermee regelt u de hoeveelheid nevel in een foto. Schuif naar rechts om nevel te verwijderen en sleep naar links om nevel toe te voegen.

    Hoeveelheid vignet

    Hiermee past u een donker of licht vignet op de foto toe voor een artistiek effect. Met negatieve waarden maakt u de hoeken van de foto donkerder. Met positieve waarden maakt u de hoeken lichter.

    Zie Vignet-, filmkorrel- en neveleffecten voor verwante informatie.

    Korrel

    Voegt een realistisch filmkorreleffect toe aan uw foto's. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om korrel toe te voegen. Wanneer u korrel toevoegt, kunt u ook de korrelgrootte en ruwheid instellen met respectievelijk de schuifregelaars Grootte en Ruwheid.

  3. Tik op om de regelaars voor Gesplitste toon weer te geven. Met deze regelaars kunt u een gesplitste-tooneffect toepassen waarbij een andere kleur wordt toegepast op schaduwen en hooglichten.

    • Pas de schuifregelaars Hue (H) (Kleurtoon) en Saturation (S) (Verzadiging) aan voor de hooglichten en schaduwen. Met Kleurtoon stelt u de kleur van de toon in en met Verzadiging de sterkte van het effect.
    • Stel de schuifregelaar Balans in om een evenwicht tot stand te brengen tussen de schuifregelaars voor Hooglichten en Schaduwen. Met positieve waarden verhoogt u het effect van de schuifregelaars onder Hooglicht en met negatieve waarden verhoogt u het effect van de schuifregelaars onder Schaduwen.

Ruisreductie toepassen en uw foto scherper maken

In Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten kunt u een foto verscherpen om de scherpte van de randen te verbeteren en de details in de foto naar voren te brengen.

U kunt de afbeeldingsruis reduceren door de overbodige zichtbare artefacten die de beeldkwaliteit verslechteren te verwijderen. Afbeeldingsruis bestaat uit luminantieruis (grijswaarden), die een afbeelding korrelig maakt, en chromaruis (kleurruis), die meestal de vorm heeft van gekleurde artefacten in de afbeelding. Foto's die zijn genomen met hoge ISO-snelheden kunnen merkbare ruis bevatten.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Detail onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeonpictogram Detail.

  2. Zie Verscherpen en ruisreductie voor meer informatie over de beschikbare schuifregelaars.

Veel voorkomende cameralensproblemen oplossen

Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en focusafstanden. U kunt deze zichtbare lensvervormingen automatisch corrigeren met de optie Optica.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Optica onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeon Optica.

  2. Kleurafwijking heeft de vorm van een kleurenrand langs de randen van objecten. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens niet in staat is verschillende kleuren scherp te stellen op hetzelfde punt, door afwijkingen in de microlenzen van de sensor en door de zon.

    Kleurafwijking: Schakel in om automatisch blauwe/gele en rode/groene randen in uw afbeelding te corrigeren.  

    Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en focusafstanden.  

    Lenscorrectie inschakelen: Schakel in om lenscorrectie op uw foto toe te passen.

Geometrisch perspectief herstellen

Een korte afstand tot het onderwerp bij het maken van foto's en bepaalde typen lenzen kunnen het perspectief vervormen, en ertoe leiden dat rechte lijnen gebogen, schuin of scheef in uw foto's worden weergegeven. Als u bijvoorbeeld van dichtbij een foto maakt van een hoog gebouw, lijkt het erop dat het gebouw naar achteren helt. U kunt het perspectief van uw foto eenvoudig herstellen en aanpassen met de Upright-modi en geometrieschuifregelaars in het deelvenster Geometrie.

De Upright-modi bieden vier opties voor automatische perspectiefcorrectie: Automatisch, Vlak, Verticaal en Volledig, plus de handmatige optie Met hulplijnen. U kunt de aanpassing ook verfijnen met de geometrieschuifbalk.

  1. Selecteer een foto met scheefgetrokken geometrie.

    (Aanbevolen) Schakel in het deelvenster Optica de optie Correcties lensprofiel in.

    Een foto met scheefgetrokken geometrie
    Een foto met scheefgetrokken geometrie
  2. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Geometrie onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeonpictogram Geometrie.

    Kies in het menu Upright een optie om de bijbehorende correctie toe te passen op de foto:

    • Met instructies: Hiermee kunt u twee tot vier hulplijnen tekenen op uw foto om het perspectief aan te passen.
    • Automatisch: Hiermee corrigeert u zowel het verticale als het horizontale perspectief waarbij de algehele balans en het zichtbare gebied van de afbeelding zo veel mogelijk behouden blijven.
    • Niveau: Hiermee verbetert u het horizontale perspectief en maakt u horizontale lijnen parallel in de foto.
    • Verticaal: Hiermee corrigeert u het verticale perspectief dat is veroorzaakt doordat de camera onder een hoek naar boven of beneden is gehouden. Verticale lijnen worden dan parallel gemaakt in de foto.
    • Volledig: Hiermee combineert u de Upright-modi Automatisch, Vlak, Verticaal en Volledig om het perspectief automatisch te corrigeren.
    Upright-modi in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    Upright-modi in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)

    Doorloop de modi Upright totdat u de meest geschikte instelling hebt gevonden.

    Met alle Upright-modi worden vervormings- en perspectieffouten gecorrigeerd. De beste instelling varieert per foto. Experimenteer met de modi voordat u bepaalt welke modus het beste is voor uw foto.

  3. Modus Upright met hulplijnen

    Als u de modus Upright met hulplijnen hebt gekozen, doet u het volgende:

    1. Klik op het pictogram Upright met hulplijnen () en teken vervolgens twee tot vier hulplijnen op de foto door met een vinger te schuiven.

      Modus Upright met hulplijnen
      Twee verticale en twee horizontale hulplijnen getekend op de foto met behulp van Upright met hulplijnen
    2. Nadat u ten minste twee hulplijnen hebt getekend, wordt de foto interactief getransformeerd. U kunt maximaal vier hulplijnen op uw foto tekenen in een van de volgende combinaties:

      • Alleen twee horizontale hulplijnen of alleen twee verticale hulplijnen
      • Twee horizontale hulplijnen en twee verticale hulplijnen
      • Twee horizontale hulplijnen en één verticale hulplijn
      • Twee verticale hulplijnen en één horizontale hulplijn
      • Eén verticale hulplijn en één horizontale hulplijn

      Bij elke andere combinatie wordt in Lightroom voor mobiele apparaten het bericht Ongeldige hulplijn weergegeven.

    3. Als u een hulplijn wilt verwijderen, tikt u op de hulplijn om deze te selecteren en vervolgens tikt u op het pictogram Verwijderen.

      Als u een hulplijn wilt toevoegen, tikt u op het pluspictogram + om dit te markeren en vervolgens tekent u de hulplijn op de foto. Het pictogram Toevoegen is standaard gemarkeerd, tenzij u het uitschakelt.

    4. Klik op Gereed.

      Een foto met scheefgetrokken geometrie
      (Voor) Een foto met scheefgetrokken geometrie
      (Na) Perspectief gecorrigeerd met Upright met hulplijnen
      (Na) Perspectief gecorrigeerd met Upright met hulplijnen
  4. (Optioneel) Wanneer u het perspectief van uw foto corrigeert, krijgt u mogelijk witte gebieden bij de randen van de afbeelding. Als u deze gebieden wilt verwijderen, selecteert u de optie Uitsnijden behouden om de foto automatisch te laten uitsnijden op basis van de originele afmetingen.

    Opmerking:

    Bij bepaalde Upright-modi kunnen pixels in uw foto worden bijgesneden om het perspectief te corrigeren, zelfs wanneer de optie Uitsnijden behouden is uitgeschakeld. U kunt de uitgesneden pixels later mogelijk niet ophalen in de uitsnijdmodus.

  5. Gebruik de geometrieschuifregelaars om de perspectiefcorrecties nauwkeurig uit te voeren: Vervorming, Verticaal, Horizontaal, Roteren, Verhouding, Schaal, X-verschuiving en Y-verschuiving.

    • Vervorming: Hiermee worden vervormingen als korrelvorming (rechte lijnen die naar buiten lijken af te buigen) en speldenkusseneffect (rechte lijnen die naar binnen lijken af te buigen) gecorrigeerd. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om korrelvorming in uw foto te corrigeren. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om een speldenkusseneffect te corrigeren.
    • Verticaal: Deze optie zorgt ervoor dat verticale lijnen in een afbeelding parallel lopen. Als de verticale lijnen uit elkaar lopen aan de onderrand, verplaatst u de schuifregelaar naar links om de pixels weg te drukken van die rand. Als de verticale lijnen uit elkaar lopen aan de bovenrand, verplaatst u de schuifregelaar naar rechts om de pixels weg te drukken van die rand.
    • Horizontaal: Deze optie zorgt ervoor dat horizontale lijnen in een afbeelding parallel lopen. Verplaats de schuifregelaar naar links om de pixels weg te drukken van de rechterrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de pixels weg te drukken van de linkerrand.
    • Roteren: Hiermee roteert u de afbeelding om kanteling van de camera te corrigeren. Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeelding linksom te roteren of naar rechts om de afbeelding rechtsom te roteren.
    • Verhouding: Verplaats de schuifregelaar naar links om het perspectief van de foto te verbreden. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om het perspectief van de foto te beperken.
    • Schaal: Hiermee kunt u de schaal van de foto vergroten of verkleinen met behoud van de beeldverhouding. Verplaats de schuifregelaar naar links om de schaal te verkleinen en naar rechts om de schaal te vergroten.
    • X-verschuiving: Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeeldingspixels naar links te verplaatsen op de x-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de rechterrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeeldingspixels naar rechts te verplaatsen op de x-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de linkerrand.
    • Y-verschuiving: Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeeldingspixels omlaag te verplaatsen op de y-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de bovenrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeeldingspixels omhoog te verplaatsen op de y-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de onderrand.

Opmerking:

Zie Foto's bewerken in Lightroom voor mobiele apparaten (Android) en Foto's bewerken in Lightroom (voor desktop) voor meer informatie over het bewerken van foto's in Lightroom op een toestel met Android of op een desktop.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid