In Extension Manager CC kunt u de opdrachtregel gebruiken om diverse handelingen uit te voeren die u gewoonlijk uitvoert in de werkruimte van Extension Manager.

Opdrachtregelbeginselen van Extension Manager

U kunt extensies beheren via de opdrachtregel door gebruik te maken van bepaalde syntaxis, opdrachten en kenmerken. De syntaxis voor de opdrachtregel is aanzienlijk gewijzigd in Extension Manager CC. Voor de opdrachtregelsyntaxis die wordt gebruikt in Extension Manager CS6 of eerder raadpleegt u dit artikel.

  1. Open in Windows de opdrachtregel met de optie Start > Alle programma's > Bureau-accessoires > Opdrachtprompt. Open in Mac OS het programma Terminal door te dubbelklikken op het bijbehorende pictogram in de map Programma's/Hulpprogramma's.
  2. Ga naar de volgende map:
    • Windows: C:\Program Files\Adobe\Adobe Extension Manager CC\
    • Mac OS: /Programma's/Adobe Extension Manager CC/Adobe Extension Manager CC.app/Contents/MacOS
  3. Geef op de opdrachtregel het uitvoerbare bestand als volgt op (met dubbele aanhalingstekens):
    • Windows: "ExManCmd.exe"
    • Mac OS: “./ExManCmd”
  4.  Typ de gewenste opdracht na de naam van het uitvoerbare bestand.

    De onderstaande lijst bevat de beschikbare opdrachten:
Opdracht in Windows Opdracht in Mac Beschrijving Vereiste kenmerken
/help --help Help-informatie voor de opdrachtregel weergeven.  
/launch --launch Extension Manager starten vanaf de opdrachtregel.  
/install
--install Een extensie installeren.  ZXP (bestandspad)
/remove --remove Een extensie verwijderen. Naam van de extensie
/enable --enable Een extensie inschakelen. Naam van de extensie
/disable --disable Een extensie uitschakelen. Naam van de extensie
/list all --list all Alle geïnstalleerde extensies weergeven.  
/list --list De opgegeven productextensies weergeven. Naam van het product
/update --update Een extensie bijwerken. Naam van de extensie
/list_update all --list_update all Lijst met extensies waarvoor nieuwe updates kunnen worden geïnstalleerd.  
/list_update --list_update Een lijst met de bijgewerkte extensies voor het opgegeven product weergeven. Naam van het product
/locale --locale Een landinstelling voor Extension Manager selecteren bij het opstarten. taal
/list_update_extension --list_update_extension Update van een extensie weergeven. Naam van de extensie
/install_for_all --install_for_all Extensie installeren voor alle gebruikersaccounts op de computer. ZXP (bestandspad)
/remove_for_all --remove_for_all Extensie verwijderen voor alle gebruikersaccounts op de computer. Naam van de extensie
/disableSendResult --disableSendResult Geen installatie- of verwijderingsresultaten verzenden naar andere Adobe-producten. Waar/Onwaar

De volgende tabel bevat de lijst met beschikbare kenmerken:

Kenmerken Beschrijving
ZXP (bestandspad)
Geeft de naam en locatie op van het pakketbestand in de ZXP-indeling.
taal
Geeft de lokale taalcode op, zoals nl_NL.
naam van extensie
Geeft de naam aan van de extensie (zoals opgegeven in het MXI-bestand).
weergavenaam van product
Geeft het product aan dat de extensie gebruikt.

(Alleen CS6 en eerdere versies) Een extensie verpakken via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. (Windows) Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (CS4): "Adobe Extension Manager CS4.exe" -package mxi="c:\mijnbestand.mxi" mxp="c:\mijnbestand.mxp"
    • (CS5 en CS5.5, MXP-indeling): "XManCommand.exe" -package mxi="c:\mijnbestand.mxi" mxp="c:\mijnbestand.mxp"
    • (CS5, CS5.5 en CS6, ZXP-indeling): "XManCommand.exe" -package mxi="c:\mijnbestand.mxi" zxp="c:\mijnbestand.zxp"
  3. (Macintosh) Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (CS4/CS5/CS5.5, MXP-indeling): "./Adobe Extension Manager CSx" -package mxi="/mijnmap/mijnsubmap/mijnbestand.mxi" mxp="/mijnmap/mijnsubmap/mijnbestand.mxp"
    • (CS5, CS5.5 en CS6, ZXP-indeling): "./Adobe Extension Manager CSx" -package mxi="/mijnmap/mijnsubmap/mijnbestand.mxi" zxp="/mijnmap/mijnsubmap/mijnbestand.zxp"
  4. Installeer en test de extensie om er zeker van te zijn dat alles werkt zoals verwacht.

Een extensie installeren via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. (Windows) Voer de volgende opdracht in, waarbij u uw eigen kenmerkwaarde opgeeft:
    (ZXP-indeling): ExManCmd.exe /install "c:\mijnbestand.zxp"
  3. (Macintosh) Voer de volgende opdracht in, waarbij u uw eigen kenmerkwaarde opgeeft:
    (ZXP-indeling): ./ExManCmd --install "/mijnmap/mijnsubmap/mijnbestand.zxp"
  4. Als u een taal wilt opgeven, voegt u de opdracht -locale en het kenmerk lang toe vóór de opdracht -install:
    ExManCmd.exe /locale "nl_NL" /install "c:\mijnbestand.zxp"
  5. Test de extensie om er zeker van te zijn dat alles werkt zoals verwacht.

Een extensie verwijderen via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows): ExManCmd.exe /remove "Sample"
    • (Macintosh): ./ExManCmd --remove "Sample" 

    Gebruik het extensiekenmerk om de naam van de extensie op te geven.

Een extensie installeren voor alle gebruikersaccounts op een computer via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarde op:
    • (Windows) ExManCmd.exe /install_for_all "c:\mijnbestand.zxp"
    • (Macintosh) ./ExManCmd --install_for_all "/mijnmap/mijnsubmap/mijnbestand.zxp"
  3. Test de extensie om er zeker van te zijn dat deze werkt zoals verwacht.

Een extensie verwijderen voor alle gebruikersaccounts op een computer via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows) ExManCmd.exe /remove_for_all "Sample"
    • (Macintosh) ./ExManCmd --remove_for_all "Sample"
  3. Gebruik het extensiekenmerk om de naam van de extensie op te geven.

Een extensie inschakelen via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows): ExManCmd.exe /enable "Sample"
    • (Macintosh): ./ExManCmd --enable "Sample" 

    Gebruik het extensiekenmerk om de naam van de extensie op te geven.

Een extensie uitschakelen via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows): ExManCmd.exe /disable "Sample"
    • (Macintosh): ./ExManCmd --disable "Sample" 

    Gebruik het extensiekenmerk om de naam van de extensie op te geven.

Extension Manager starten vanaf de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows): ExManCmd.exe /launch "nl_NL"
    • (Macintosh): ./ExManCmd --launch "nl_NL" 

    Gebruik het taalkenmerk om de taalcode voor Extension Manager op te geven.

Een extensie bijwerken via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows): ExManCmd.exe/update "Sample"
    • (Macintosh): ./ExManCmd --update "Sample"

Gebruik het extensiekenmerk om de naam van de extensie op te geven

Extensies weergeven via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows): ExManCmd.exe /list "all"
    • (Windows): ExManCmd.exe /list "Photoshop CC 64"
    • (Macintosh): ./ExManCmd --list "Photoshop CC 64"

Gebruik het kenmerk all om alle extensies weer te geven die zijn geïnstalleerd op het systeem. Gebruik het productnaamkenmerk om de extensies weer te geven die specifiek voor het product zijn geïnstalleerd.

Updates voor meerdere extensies weergeven via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows): ExManCmd.exe /list_update "all" 
    • (Windows): ExManCmd.exe /list_update "Photoshop CC 64"
    • (Macintosh): ./ExManCmd --list_update "Photoshop CC 64"

Gebruik het kenmerk all om alle geïnstalleerde extensies op het systeem weer te geven die kunnen worden bijgewerkt. Gebruik het productnaamkenmerk om de extensies weer te geven die specifiek voor het product zijn geïnstalleerd.

Updates voor een extensie weergeven via de opdrachtregel

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows) ExManCmd.exe /list_update_extension "Sample"
    • (Macintosh) ./ExManCmd --list_update_extension "Sample"
  3. Gebruik het kenmerk voor de extensienaam om aan te geven of deze extensie moet worden bijgewerkt.

Verzenden van installatieresultaten naar andere Adobe-producten beperken

Het opdrachtregelhulpprogramma van Extension Manager verzendt standaard het resultaat van het installeren of verwijderen van de extensie naar het andere Adobe-product. Gebruik disableSendResult om de functie uit te schakelen.

  1. Ga naar de toepassingsmap van Extension Manager.
  2. Voer de volgende opdracht in en geef uw eigen kenmerkwaarden op:
    • (Windows) ExManCmd.exe /disableSendResult true /install "c:\mijnbestand.zxp"
    • (Macintosh) ./ExManCmd --disableSendResult true --install "/mijnmap/mijnsubmap/mijnbestand.zxp"

Opdrachten uitvoeren via BridgeTalk

Extension Manager kan installatieopdrachten uitvoeren die worden doorgegeven via BridgeTalk. Als u opdrachten naar Extension Manager wilt verzenden, moet u voor het doel de BridgeTalk-id "exman-7.0" opgeven.

Windows:

var bt = new BridgeTalk();
bt.target = "exman-7.0"; 
bt.body = "C:\\test.zxp"; 
bt.send()

Mac OS:

var bt = new BridgeTalk(); 
bt.target = "exman-7.0";
bt.body = "/Volumes/x1/test.zxp"; 
bt.send();

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid