Kom te weten hoe u websites voor zoekmachines kunt optimaliseren (SEO; Search Engine Optimization) om pagina's hoger in de resultatenlijst te laten verschijnen en uw sites beter vindbaar te maken.

Opmerking:

Adobe Muse voegt geen nieuwe functies meer toe en stopt op donderdag 26 maart 2020 met de ondersteuning. Zie de pagina Einde van levensduur voor Adobe Muse voor meer informatie en assistentie.

SEO (Search Engine Optimization, ofwel optimalisering voor zoekmachines) heeft als doel uw site online beter zichtbaar te maken met een hogere positie in de lijst met zoekresultaten van zoekmachines. Sites met de hoogste positie worden boven aan de lijst weergegeven en dat stimuleert bezoekers die online naar een relevante site zoeken. Goede werkwijzen op gebied van optimalisatie voor zoekmachines helpen de positie van een site te verbeteren en dat leidt vaak tot meer bezoekers.

In dit artikel vindt u enkele goede werkwijzen en tips die u kunt opvolgen om de positie van de sites die u in Adobe Muse maakt te verbeteren in de resultaten van zoekmachines. De Adobe Muse-werkruimte bevat vele nuttige functies waarmee u site-optimalisering kunt uitvoeren, zodat uw site beter zichtbaar wordt en er meer bezoekers naar uw site komen.

Om de sites op internet te kunnen vermelden, doorzoeken zoekmachines het web door koppelingen tussen webpagina's en sitemiddelen te volgen. Zoekmachines evalueren de inhoud van pagina's en middelen in een proces dat indexering wordt genoemd. Indexering is belangrijk omdat het een constant onderzoek is dat zoekmachines informeert over de beschikbare inhoud op het web. Als een site niet meer beschikbaar is, verwijdert de zoekmachine de website uit de zoekresultaten. Zoekmachines gebruiken de resultaten van indexering om de inhoud en positie van sites te bepalen.

Indexering stelt zoekmachines in staat op nauwkeurige wijze websitekoppelingen in de zoekresultaten voor te stellen die op basis van een trefwoord of een uitdrukking overeenkomen met een specifieke query. Als u bijvoorbeeld ''Adobe'' typt in een zoekvak van een zoekmachine en op Zoeken klikt, wordt een lijst met webpagina's weergegeven in de zoekresultaten. De zoekresultaten bevatten koppelingen naar websites die volgens de zoekmachine inhoud bevatten die te maken heeft met de software en producten van Adobe.

Zoekmachines gebruiken vele parameters om te bepalen welke websites het hoogst in de lijst worden weergegeven. Een hoge positie in de zoekresultaten is gewenst, omdat de kans hoger is dat personen die op een trefwoord of uitdrukking zoeken uw website bezoeken. De nu volgende suggesties helpen u indexering door zoekmachines te vergemakkelijken, zodat nieuwe bezoekers die online zoeken de door u gemaakte sites kunnen vinden.

Begrijpen hoe zoekmachines sites indexeren

Webpagina's kunnen ingesloten metagegevens bevatten, zoals trefwoorden, auteur, beschrijving en taal. Trefwoorden en een beschrijving zijn handig voor identificatie van het doel van de site en voor een beschrijving van de voorgestelde inhoud. Deze metalabels zijn ingesloten in de HTML-broncode en worden niet visueel weergegeven wanneer de pagina in een browservenster wordt weergegeven.

In het verleden evalueerden zoekmachines tijdens het indexeren zowel de trefwoorden als de beschrijving in de metagegevens. Webontwerpers voegden soms honderden trefwoorden toe, in de hoop de zichtbaarheid van een site in de zoekresultaten te verbeteren. Sommige moderne zoekalgoritmen, zoals de zoekfunctie van Google, houden niet langer rekening met trefwoordwaarden wanneer ze de positie bepalen, maar het is toch de moeite waard om de tijd te nemen om de trefwoorden bij te werken. Trefwoorden kunnen de positie in de zoekresultaten van andere zoekmachines wijzigen en in GSA (Google Search Appliance) die door grotere websites wordt gebruikt. Metagegevensbeschrijvingen worden vaak weergegeven als de beschrijving wanneer uw pagina wordt weergegeven in een lijst met zoekresultaten, of als de standaardbeschrijving in Facebook, Google+ en andere sociale netwerksites. Een interessante beschrijving kan helpen bezoekers naar uw site te lokken.

Zoekmachines indexeren vaak de volledige tekst en dat betekent dat de volledige tekstinhoud op de pagina wordt geparseerd. De tekst die in koptekstlabels is geplaatst (h1, h2, h3, enz.) is vooral belangrijk, omdat in kopteksten doorgaans de weergegeven informatie wordt samengevat. Met alineastijlen kunt u de alinealabelcontainers definiëren om een pagina te maken die een h1-koptekst gebruikt voor de titel van het hoogste niveau in de tekstinhoud, een h2-koptekst voor een subkoptitel en een h3-koptekst als een sub-subkoptitel. Tekstopmaak geeft informatie over het belang van de koptekst op elk niveau door aan zoekmachines. Als u stijlen definieert om alinealabels te gebruiken en deze toe te passen op koptekst, kunt u goed gevormde HTML-code opstellen, waarin zoekmachinefuncties gemakkelijk kunnen navigeren.

Terwijl indexering op de inhoud van een pagina plaatsvindt, worden de afbeeldingen en andere gekoppelde middelen geanalyseerd. Wanneer het middel titels of alternatieve tekst bevat, wordt deze tekstinformatie geparseerd. De aan hyperlinks toegevoegde knopinfo wordt ook geëvalueerd. De zoekmachine gebruikt alle aangetroffen tekstinhoud tijdens het indexeren van de sites om geïnformeerde beslissingen te kunnen nemen over de inhoud van elke pagina. Bovendien zorgt het toevoegen van titels en alternatieve tekst aan afbeeldingen en van knopinfo aan hyperlinks ervoor dat de pagina's die u maakt beter toegankelijk zijn voor iedereen, ook voor bezoekers die ondersteunende apparatuur gebruiken om over het web te navigeren.

Controleer uw sites regelmatig om verbroken koppelingen te verwijderen of te repareren. Als zoekmachines verbroken koppelingen ontdekken, gaan ze er misschien van uit dat de site niet meer wordt bijgewerkt. Los ook de problemen met ontbrekende afbeeldingsbestanden of gekoppelde middelen op. Oudere sites die niet goed worden onderhouden, krijgen wellicht een lagere positie toegewezen in de zoekresultaten.

Trefwoorden voor metagegevens en beschrijvingen toevoegen aan pagina-eigenschappen

Wanneer u een site maakt in Adobe Muse, wordt u gevraagd om de site-eigenschappen in te stellen. Dit zijn de kenmerken die voor elke pagina op de site gelden, zoals de lay-outwaarden en de weergave van hyperlinks. Elke pagina beschikt echter ook over afzonderlijke eigenschappen waarvoor u specifieke kenmerken kunt instellen. U kunt bijvoorbeeld Menuopties instellen om te controleren of een pagina wordt weergegeven in een menu, en de metagegevens bijwerken die aan de broncode zijn toegevoegd, maar die niet in de browser worden weergegeven.

Ga als volgt te werk om de pagina-eigenschappen van een specifieke pagina bij te werken:

  1. Dubbelklik in de overzichtsweergave op een paginaminiatuur om deze te openen in de ontwerpweergave. De pagina wordt in een eigen tabblad geopend en is klaar om te worden bewerkt.

  2. Kies Pagina > Pagina-eigenschappen.

    Kies Pagina, Pagina-eigenschappen
    Gebruik het menu Pagina om het dialoogvenster Pagina-eigenschappen te openen.

  3. Klik in het dialoogvenster Pagina-eigenschappen op het tabblad Metagegevens om de velden te openen waarin u de metagegevens kunt opgeven.

    Pagina-eigenschappen
    Gebruik de sectie Metagegevens van de Pagina-eigenschappen om metagegevenstekst toe te voegen.

  4. Klik in het veld Beschrijving om termen in te voeren die overeenkomen met de inhoud van de site. Als u bijvoorbeeld een pagina over asielhonden ontwerpt, kunt u een korte paginabeschrijving typen: ''Red een hond en krijg een nieuwe vriend. We runnen het grootste asiel in het oosten van Nederland en zijn altijd op zoek naar een goed tehuis voor onze lieve honden.''

  5. Klik in het veld Trefwoorden om termen in te voeren die overeenkomen met de inhoud van de site. Als u bijvoorbeeld een pagina over honden ontwerpt, kunt u trefwoorden invoeren die overeenkomen met de inhoud van de pagina, zoals: asiel, labradors, zwarte labradors, bruine labradors, hondenverzorging, een hond adopteren.

  6. Als u het veld Paginanaam wilt bijwerken, dient u niet te vergeten dat de paginanaam de labelnaam is die op de hele site in menuwidgets wordt weergegeven.

  7. Het veld Paginatitel wordt standaard ingesteld op dezelfde naam als de paginanaam. De paginatitel wordt in browsertabbladen weergegeven in het browservenster, en in bladwijzerlijsten (afhankelijk van de browser waarmee de site wordt bekeken). Als u dit wilt wijzigen, schakelt u het selectievakje naast Gelijk aan paginanaam uit en typt u een andere paginatitel.

  8. Wanneer u de metagegevens hebt bijgewerkt, klikt u op OK om het dialoogvenster Pagina-eigenschappen te sluiten.

Titels en alternatieve tekst aan afbeeldingen toevoegen

Nadat u afbeeldingen op een pagina hebt geplaatst, kunt u het dialoogvenster Eigenschappen van afbeelding openen om zowel een titel als alternatieve tekst (ook wel Alt-tekst genoemd) in te stellen die aan de afbeelding wordt toegewezen.

Hier volgt een korte beschrijving van elke eigenschap:

Titel: in veel browsers wordt de titel in aanvulling op de afbeelding weergegeven, meestal als knopinfo die verschijnt wanneer de cursor boven de koppeling wordt geplaatst.

Alternatieve tekst: als het afbeeldingsbestand niet kan worden weergegeven, wordt deze tekst afgebeeld in plaats van de afbeelding. Alternatieve tekst wordt ook gebruikt om afbeeldingen te beschrijven voor bezoekers met een beperkt gezichtsvermogen die ondersteunende hulpmiddelen gebruiken om toegang te krijgen tot de pagina-inhoud.

U kunt het beste titels en alternatieve tekst voor elk sitemiddel instellen om bezoekers van uw site de beste ervaring te geven. Knopinfo is handig voor het opnemen van aanvullende informatie over afbeeldingen. Alternatieve tekst maakt pagina's toegankelijker voor schermlezers die grafische inhoud verbaal presenteren.

Voer de volgende stappen uit om titels en alternatieve tekst toe te voegen:

  1. Selecteer een geplaatste afbeelding.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de afbeelding en kies Titel toevoegen of Alternatieve tekst toevoegen in het contextmenu.

    Eigenschappen van afbeelding
    Kies of u een titel of alternatieve tekst wilt toevoegen.

  3. Typ de titel van de afbeelding in het veld Titel van het dialoogvenster Eigenschappen van afbeelding. Als de afbeelding bijvoorbeeld het Adobe-logo is, typt u: Adobe Systems, Inc.

    Eigenschappen van afbeelding - titel
    Typ de tekst die u als knopinfo wilt weergeven in het veld Titel.

  4. Typ in het veld Alternatieve tekst een beschrijving van de grafische inhoud, zoals: Adobe-logo.

  5. Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen van afbeelding te sluiten.

Knopinfo instellen voor gekoppelde afbeeldingen en tekst

U kunt knopinfo maken die wordt weergegeven wanneer een cursor boven een koppeling wordt geplaatst. Deze knopinfo wordt zowel weergeven voor afbeeldingen als voor tekst met een hyperlink. Knopinfo is handig voor bezoekers omdat ze zo meer informatie over de gekoppelde inhoud kunnen lezen voordat ze daadwerkelijk op de koppeling klikken om de inhoud te bekijken. Knopinfo is ook ideaal omdat zoekmachines zo een beschrijving van de inhoud krijgen waarnaar op een site wordt verwezen.

Voer de volgende stappen uit om knopinfo toe te voegen aan een element met een hyperlink:

  1. Selecteer de gekoppelde tekst of afbeelding.

  2. Klik op de Hyperlink-tekst in het regelpaneel links van het menu Hyperlink. De hyperlinkopties worden weergegeven.

    Hyperlinkopties
    Klik op de blauwe tekst Hyperlink in het regelpaneel om de Hyperlink-opties te openen.

  3. Typ knopinfo in het veld Knopinfo. Als de gekoppelde tekst bijvoorbeeld een hyperlink naar de Startpagina heeft, kunt u ''Terug naar Startpagina'' typen.

  4. Klik ergens anders op de pagina om de Hyperlink-opties te sluiten.

Alineastijlen gebruiken om tekstopmaak toe te passen en alinealabels in te stellen

  1. Klik met de tool Tekst op een tekstveld en sleep het. Typ tekst, zoals bijvoorbeeld ''Dit is tekst''.

  2. Maak de tekst op door het lettertype, de tekengrootte, de tekstkleur en andere instellingen op te geven. Wanneer de tekst is geselecteerd met de tool Tekst, werkt u de opties bij in het regelpaneel of gebruikt u de opties in het deelvenster Tekst. U kunt bijvoorbeeld de volgende tekstopmaak instellen.

    • Webveilig lettertype: Verdana
    • Lettergrootte: 24
    • Kleur: bruin (#8C6239 of R=140 G=98 B=57)
    • Tekstspatiëring: 6
    • Regelafstand: 120%
    Deelvenster van de tool Tekst
    Gebruik het deelvenster Tekst of de opties in het regelpaneel om tekst op te maken.

  3. Open het deelvenster Alineastijlen. Klik met de opgegeven tekst nog geselecteerd op het pictogram Nieuwe stijl maken onder aan het deelvenster Alineastijlen.

    Opties voor alineastijl
    Klik op de knop Nieuwe stijl als u een nieuwe stijl wilt maken.

    De nieuwe stijl bevat de opmaakkenmerken en krijgt de standaardnaam Alineastijl.

  4. Dubbelklik op de naam Alineastijl om het dialoogvenster Stijlopties te openen en typ vervolgens de stijlnaam voor de nieuwe stijl: Brown Header Large. Gebruik het menu Alinealabel om het HTML-label dat is gekoppeld aan de stijl, in te stellen op de h1-koptekst.

    Stijlopties
    Selecteer h1 in het menu Alinealabel.

  5. Klik op OK om de opties voor Alineastijl in te stellen. De alineastijl is nu ingesteld op het bijwerken van zowel de weergave als het HTML-label van elke kolomkop op de site waarop u de stijl toepast.

    Het wordt aanbevolen om h1-koptekststijlen te maken en toe te passen op de bovenste tekst op de pagina (dit is gewoonlijk de grootste tekst).

    Maak meer alineastijlen voor h2, h3, enzovoort, en pas deze stijlen toe op de subkoppen die in aflopende volgorde op alle sitepagina's verschijnen.

    Tekststijlen
    Een goed samengestelde webpagina gebruikt kopteksten die in aflopende volgorde worden weergegeven om de niveaus van tekstinhoud te bepalen.

    Nadat u de alineastijlen voor alle kopteksten hebt gemaakt, kunt u snel de tekst selecteren waarop u een stijl wilt toepassen. Klik vervolgens op de naam van de stijl in het deelvenster Alineastijlen om de kenmerken van de stijl en de alinealabels toe te passen.

Inzicht krijgen in het bestand sitemap.xml dat wordt gegenereerd wanneer u een site exporteert of uploadt

Wanneer u uw site exporteert of uw Adobe Muse-site uploadt naar een externe hostprovider met het dialoogvenster Uploaden naar FTP-host, genereert Muse een bestand met de naam sitemap.xml dat een lijst met alle sitepagina's en middelen bevat. Dit bestand stelt zoekmachines in staat uw site-inhoud gemakkelijker te indexeren.

Als u sites host op de geïntegreerde hostservers van Adobe, wordt de domeinnaam die u aan een site toevoegt automatisch toegevoegd aan de interne serverindex en hoeft u verder niets te doen.

U kunt de door Adobe Muse gegenereerde sitemap gebruiken om de positie van uw site in de zoekresultaten te verbeteren. Als u de bestanden met Adobe Muse uploadt, wordt het bestand sitemap.xml samen met de andere bestanden geüpload naar de hostserver. Als u de site exporteert en een FTP-client gebruikt om de bestanden te uploaden, uploadt u dit bestand samen met de overige middelen in de geëxporteerde map naar de hostserver.

Ter verbetering van de optimalisatie voor zoekmachines voor uw site worden afbeeldingen door de site-overzichten voorzien van een <image:image>-tag. De bijschriften voor de afbeeldingen worden voorzien van een <image:caption>-tag.  De site-overzichten bevatten ook afbeeldingen die zijn geroteerd en afbeeldingen met effecten, met uitzondering van .png-bestanden.

Als u afbeeldingen met dezelfde naam uploadt maar met een andere alt-tekst, worden de afbeeldingen afzonderlijk weergegeven met een <image:caption>-tag. Het bijschrift bevat de desbetreffende alt-tekst.

Ga als volgt te werk om de domeinnaam op te geven in het geëxporteerde bestand sitemap.xml:

  1. Kies Bestand > Exporteren als HTML.

    Kies Bestand, Exporteren als HTML
    Exporteer alle sitebestanden naar een map op uw computer.

  2. Typ de domeinnaam in het veld Domeinnaam.

    Dialoogvenster Exporteren als HTML
    Typ de domeinnaam van de site in het veld Domeinnaam.

  3. Controleer of de domeinnaam goed is en in de volgende notatie is geschreven: mijnsite.nl

  4. Klik op OK om de domeinnaam toe te voegen aan het bestand sitemap.xml en het exportproces te voltooien. Nadat de site is geëxporteerd, is de map die de sitebestanden bevat klaar om naar de door u gekozen webhostprovider te worden geüpload.

    Opmerking: Wanneer u Bestand > Uploaden naar FTP-host kiest om uw site te uploaden, wordt de domeinnaam die u hebt ingevoerd in het veld Domeinnaam, toegevoegd aan het bestand sitemap.xml.

    FTP-hostopties
    Typ de domeinnaam in het dialoogvenster Uploaden naar FTP-host.

Als u wilt weten hoe de zoekmachine Google sitemap.xml-bestanden gebruikt, gaat u naar de Help-pagina's Webmasterhulpprogramma's van Google.

Zie Help bij Adobe Muse voor meer informatie over het ontwerpen van sites in Adobe Muse. Ga ook naar De Adobe Muse-site van de dag om inspirerende ontwerpen te bekijken als u uw eigen projecten gaat maken.

Video | Analysegegevens voor uw website weergeven

Video | Analysegegevens voor uw website weergeven
lynda.com - James Fritz

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid