Informatie over toegankelijke inhoud

Overzicht Toegankelijkheid

Met de toegankelijkheidsfuncties in de Adobe Animate-ontwerpomgeving kunt u inhoud maken die toegankelijk is voor alle gebruikers, inclusief gebruikers met een handicap, en gebruikmaken van ActionScript®, dat is ontworpen om toegankelijkheid te implementeren. Wanneer u toegankelijke Animate-toepassingen ontwerpt, moet u bedenken hoe gebruikers met de inhoud werken en de aanbevolen tips en trucs voor ontwerp en ontwikkeling volgen.

Wereldwijde toegankelijkheidsstandaarden

Vele landen hebben toegankelijkheidsstandaarden aangenomen die zijn gebaseerd op de standaarden van het World Wide Web Consortium (W3C). Het W3C publiceert de Web Content Accessibility Guidelines (richtlijnen met betrekking tot de toegankelijkheid van webinhoud), een document waarin de prioriteiten van handelingen zijn vastgesteld waarmee ontwerpers webinhoud toegankelijk kunnen maken. Raadpleeg de W3C-website op w3.org voor meer informatie over het Web Accessibility Initiative.

In de Verenigde Staten is de wet Section 508 van toepassing op toegankelijkheid. Dit is een amendement op de Amerikaanse Rehabilitation Act.

Raadplaag de volgende websites voor meer informatie over Section 508:

Schermlezertechnologie

Schermlezers zijn softwaretoepassingen waarmee gebruikers met een visuele handicap door een website kunnen navigeren en de webinhoud hoorbaar kunnen lezen. In het deelvenster Toegankelijkheid kunt u een naam en een beschrijving koppelen aan een object waardoor de schermlezer niet-tekstuele objecten in de toepassing, zoals vectorillustraties en animaties, kan lezen. U kunt sneltoetsen definiëren, zodat gebruikers eenvoudig door een document kunnen navigeren met de schermlezer.

Gebruik het deelvenster Toegankelijkheid of ActionScript-code voor het opgeven van een beschrijving van grafische objecten om deze beschikbaar te maken.

U hebt geen controle over de manier waarop schermlezers zich gedragen. U hebt enkel controle over de inhoud, die u kunt markeren in de Animate-toepassingen om de tekst beschikbaar te maken en om er zeker van te zijn dat gebruikers van schermlezers de besturingselementen kunnen activeren. U bepaalt welke objecten in de Animate-toepassing voor schermlezers beschikbaar worden gemaakt, u geeft beschrijvingen op voor deze objecten en bepaalt de volgorde waarin deze voor schermlezers beschikbaar worden gemaakt. U kunt schermlezers niet dwingen specifieke tekst te lezen op specifieke tijden en u kunt niet bepalen hoe deze inhoud wordt gelezen. Test uw toepassingen met verschillende schermlezers om er zeker van te zijn dat deze naar verwachting werken.

Geluid is het belangrijkste medium voor de meeste gebruikers van schermlezers. Houd rekening met de manier waarop geluid in uw document wordt gecombineerd met de tekst die door de schermlezers hardop wordt voorgelezen. De gebruikers van schermlezers kunnen de schermlezers mogelijk moeilijk verstaan wanneer de Animate-toepassing harde geluiden bevat.

Platformvereisten

U kunt alleen Animate-inhoud maken die is ontworpen voor gebruik met schermlezers op Windows-platformen. Gebruikers van Animate-inhoud moeten Macromedia Flash® Player 6 of hoger van Adobe en Internet Explorer onder Windows 98 of hoger gebruiken.

Animate en Microsoft Active Accessibility (alleen Windows)

Flash Player is geoptimaliseerd voor MSAA (Microsoft Active Accessibility) en biedt een duidelijke en gestandaardiseerde manier van communiceren tussen toepassingen en schermlezers. MSAA is alleen beschikbaar voor Windows-besturingssystemen. Raadpleeg de toegankelijkheidswebsite van Microsoft op www.microsoft.com/enable/default.aspx voor meer informatie over toegankelijkheidstechnologie van Microsoft.

De Windows ActiveX-versie (insteekmodule van Internet Explorer) van Flash Player 6 ondersteunt MSAA. De zelfstandige spelers van Windows Netscape en Windows doen dat niet.

Opmerking:

MSAA wordt momenteel niet ondersteund in de modi dekkend, zonder venster en transparant, zonder venster. (Deze modi zijn opties in het deelvenster met publicatie-instellingen voor HTML en zijn beschikbaar voor gebruik met de Windows-versie van Internet Explorer 4.0 of hoger en met het ActiveX-besturingselement voor Animate.) Wanneer u de Animate-inhoud toegankelijk wilt maken voor schermlezers, moet u het gebruik van deze modi vermijden.

Flash Player maakt informatie over de volgende typen toegankelijkheidsobjecten beschikbaar voor schermlezers die gebruikmaken van MSAA.

Dynamische of statische tekst

- de voornaamste eigenschap van een tekstobject is de naam. In overeenstemming met de MSAA-conventies is de naam is gelijk aan de inhoud van de tekstreeks. Een tekstobject kan ook aan een beschrijvende tekst zijn gekoppeld. Animate maakt gebruik van de statische of dynamische tekst die direct boven of links van een invoertekstveld staat als een label voor dat veld.

Opmerking: Tekst die een label vormt, wordt niet doorgegeven aan een schermlezer, maar wordt gebruikt als de naam van het object die het labelt. Labels worden nooit toegekend aan knoppen of tekstvelden met namen die door de ontwikkelaar zijn opgegeven.

Invoertekstvelden

- hebben een waarde, een optionele naam, een beschrijvende tekst en een sneltoetstekenreeks. De naam van een invoertekstobject kan afkomstig zijn van een tekstobject erboven of links ervan.

Knoppen

- hebben een toestand (ingedrukt of niet-ingedrukt), ondersteunen een programmatische standaardhandeling waarmee de knop kort wordt ingedrukt en hebben optioneel een naam, een beschrijvende tekst en een sneltoetstekenreeks. Animate gebruikt de tekst die volledig binnen een knop valt als een label voor die knop.

Opmerking: Vanwege toegankelijkheidsredenen beschouwt Flash Player filmclips die als knoppen worden gebruikt met knopgebeurtenishandlers, zoals onPress, als knoppen en niet als filmclips.

Componenten

- bieden speciale toegankelijkheidsimplementatie.

Filmclips

Worden beschikbaar gemaakt voor schermlezers als grafische objecten wanneer deze geen andere toegankelijkheidsobjecten bevatten of wanneer u het deelvenster Toegankelijkheid gebruikt om een naam of een beschrijving aan een filmclip te geven. Wanneer een filmclip andere toegankelijkheidsobjecten bevat, wordt de clip zelf genegeerd en worden de objecten daarbinnen beschikbaar gemaakt voor schermlezers.

Opmerking: Alle Animate Video-objecten worden behandeld als eenvoudige filmclips.

Basistoegankelijkheidsondersteuning in Flash Player

De volgende objecten worden standaard als toegankelijk gedefinieerd in alle Animate-documenten en worden opgenomen in de informatie die Flash Player aan schermlezersoftware biedt. Deze algemene ondersteuning voor documenten die geen gebruik maken van toegankelijkheidsfuncties, omvat de volgende elementen:

Dynamische of statische tekst

- tekst wordt overgedragen naar het schermlezerprogramma als een naam, maar zonder beschrijving.

Invoertekstvelden

- tekst wordt naar de schermlezer overgedragen. Er worden geen namen overgedragen, tenzij er sprake is van een labelrelatie, en er worden geen beschrijvingen of sneltoetstekenreeksen overgedragen. Er worden geen beschrijvingen of sneltoetstekenreeksen overgedragen.

Knoppen

- de toestand van de knop wordt naar de schermlezer overgedragen. Er worden geen namen overgedragen, tenzij er sprake is van labelrelaties, en er worden geen beschrijvingen of sneltoetstekenreeksen overgedragen.

Documenten

- de documentstatus wordt naar de schermlezer overgedragen, maar zonder naam of beschrijving.

Toegankelijkheid voor slechthorenden

U kunt ondertitels opnemen voor audio-inhoud die essentieel is voor begrip van het materiaal. Ondertitels voor toegankelijkheid zijn bijvoorbeeld nodig bij video of spraak, maar mogelijk niet bij een kort geluid dat aan een knop is gekoppeld.

Methoden om ondertitels toe te voegen aan een Animate-document zijn onder meer:

  • Tekst toevoegen als ondertitels, waarbij de ondertitels worden gesynchroniseerd met de audio in de tijdlijn.

  • Hi-Caption Viewer gebruiken, een component van Hi Software die werkt met Hi-Caption SE voor gebruik met Animate. In het white paper Captioning Macromedia Flash Movies with Hi-Caption SE wordt beschreven hoe u Hi-Caption SE en Animate kunt gebruiken om een document met ondertitels te maken.

Animatietoegankelijkheid voor visueel gehandicapten

U kunt de eigenschap van een toegankelijk object veranderen tijdens het afspelen van SWF-bestanden. Bijvoorbeeld om veranderingen aan te geven die plaatsvinden op een hoofdframe in een animatie. Schermlezers van verschillende leveranciers behandelen nieuwe objecten op frames echter op verschillende wijze. Sommige schermlezers lezen mogelijk alleen het nieuwe object, terwijl andere het gehele document opnieuw lezen.

U kunt het risico dat een schermlezer onnodig 'gebabbel' weergeeft (dit kan storend zijn voor gebruikers) vermijden door geen bewegende tekst, knoppen en invoertekstvelden in uw document op te nemen. Vermijd tevens herhalende inhoud.

Flash Player kan niet de daadwerkelijke tekstinhoud bepalen van bijvoorbeeld gesplitste tekst om tekst te laten bewegen. Schermlezers kunnen alleen nauwkeurige toegankelijkheid bieden aan informatiedragende afbeeldingen, zoals pictogrammen en gebarentaalanimaties, wanneer u namen en beschrijvingen voor deze objecten opgeeft in het document of voor de gehele Animate-toepassing. U kunt tevens aanvullende tekst aan uw document toevoegen of belangrijke inhoud van afbeeldingen naar tekst verschuiven.

  1. Selecteer het object waarvoor u de toegankelijkheidseigenschappen wilt wijzigen.
  2. Selecteer Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid.
  3. Wijzig de eigenschappen voor het object.

    U kunt ook ActionScript-code gebruiken om toegankelijkheidseigenschappen bij te werken.

Toegankelijke inhoud testen

Volg de onderstaande aanbevelingen wanneer u toegankelijke Animate-toepassingen test:

  • Download verschillende schermlezers en test de toepassing door deze af te spelen in een browser met de schermlezer ingeschakeld. Controleer of de schermlezer niet bepaalde plaatsen in uw document probeert te 'overpraten' waarin u afzonderlijke audio hebt ingevoegd. Diverse schermlezertoepassingen bieden een demonstratieversie van de software die u gratis kunt downloaden. Test zoveel mogelijk schermlezers om er zeker van te zijn dat uw toepassing met verschillende lezers compatibel is.

  • Test interactieve inhoud en controleer of gebruikers door de inhoud kunnen navigeren met enkel het toetsenbord. Schermlezers verwerken invoer vanaf het toetsenbord op verschillende manieren; de Animate-inhoud kan toetsaanslagen mogelijk niet ontvangen zoals bedoeld. Test alle sneltoetsen.

Toegankelijkheidsinformatie voor schermlezers invoeren met Animate

Animate voor schermlezers en toegankelijkheid

Schermlezers lezen een beschrijving van de inhoud hardop voor, lezen tekst en helpen gebruikers bij het navigeren door de gebruikersinterfaces van traditionele toepassingen, zoals menu's, werkbalken, dialoogvensters en invoertekstvelden.

De volgende objecten worden standaard als toegankelijk gedefinieerd in alle Animate-documenten en worden opgenomen in de informatie die Flash Player aan schermlezersoftware biedt:

  • Dynamische tekst

  • Invoertekstvelden

  • Knoppen

  • Filmclips

  • Volledige Animate-toepassingen

    Flash Player geeft automatisch namen op voor statische en dynamische tekstobjecten, die de inhoud van tekst vormen. Voor elk toegankelijk object kunt u beschrijvende eigenschappen instellen die door de schermlezers hardop kunnen worden voorgelezen. U hebt ook controle over de manier waarop Flash Player bepaalt welke objecten voor schermlezers beschikbaar worden gemaakt. U kunt bijvoorbeeld opgeven dat bepaalde toegankelijke objecten helemaal niet voor schermlezers beschikbaar worden gemaakt.

Het Animate-deelvenster Toegankelijkheid

In het deelvenster Toegankelijkheid in Animate (Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid) kunt u toegankelijkheidsinformatie opgeven voor schermlezers en kunt u toegankelijkheidsopties instellen voor afzonderlijke Animate-objecten of volledige Animate-toepassingen.

Opmerking:

u kunt ook ActionScript-code gebruiken om toegankelijkheidsinformatie in te voeren.

Wanneer u een object in het werkgebied selecteert, kunt u dat object toegankelijk maken en opties en tabvolgorde voor het object opgeven. Voor filmclips kunt u opgeven of informatie over onderliggende objecten aan de schermlezer wordt doorgegeven (de standaardinstelling wanneer u een object toegankelijk maakt).

Wanneer in het werkgebied geen objecten zijn geselecteerd, kunt u het deelvenster Toegankelijkheid gebruiken om toegankelijkheidsopties voor een volledige Animate-toepassing toe te wijzen. U kunt de volledige toepassing toegankelijk maken, onderliggende objecten toegankelijk maken, Animate automatisch objecten laten labelen en specifieke namen en beschrijvingen aan objecten geven.

Alle objecten in Animate-documenten moeten instantienamen hebben voordat u er toegankelijkheidsopties op kunt toepassen. Maak instantienamen voor objecten in Eigenschapcontrole. De instantienaam wordt gebruikt om naar het object in ActionScript te verwijzen.

De volgende opties zijn beschikbaar in het deelvenster Toegankelijkheid:

Object toegankelijk maken

- (standaard) instrueert Flash Player de toegankelijkheidsinformatie voor een object aan een schermlezer door te geven. Wanneer de optie is uitgeschakeld, wordt de toegankelijkheidsinformatie voor het object niet aan schermlezers doorgegeven. Het kan nuttig zijn deze optie uit te schakelen wanneer u inhoud test op toegankelijkheid, omdat sommige objecten irrelevant of decoratief zijn. Wanneer u deze objecten toegankelijk maakt, kan dit leiden tot verwarrende resultaten in de schermlezer. U kunt vervolgens handmatig een naam geven aan het gelabelde object en de labeltekst verbergen door de selectie van Object toegankelijk maken op te heffen. Wanneer Object toegankelijk maken is uitgeschakeld, worden alle andere besturingselementen in het deelvenster Toegankelijkheid uitgeschakeld.

Onderliggende objecten toegankelijk maken

- (alleen filmclips; standaard) instrueert Flash Player onderliggende objectinformatie aan de schermlezer door te geven. Wanneer u deze optie voor een filmclip uitschakelt, zal die filmclip als een eenvoudige clip worden weergegeven in de toegankelijke objectboomstructuur, zelfs wanneer de clip tekst, knoppen en andere objecten bevat. Alle objecten in de filmclip worden vervolgens verborgen in de objectboomstructuur. Deze optie is met name nuttig om irrelevante objecten te verbergen voor schermlezers.

Opmerking: Wanneer een filmclip als een knop wordt gebruikt (er is een knopgebeurtenishandler aan toegewezen, zoalsonPress of onRelease, wordt de optie Onderliggende objecten toegankelijk maken genegeerd omdat knoppen altijd als eenvoudige clips worden behandeld en de onderliggende items nooit worden gecontroleerd, behalve in het geval van labels.

Automatisch label

- instrueert Animate om objecten in het werkgebied automatisch te labelen met de tekst die aan de objecten is gekoppeld.

Naam

- geeft de objectnaam op. Schermlezers herkennen objecten door deze namen hardop voor te lezen. Wanneer toegankelijke objecten geen opgegeven namen hebben, kan een schermlezer een algemeen woord, zoals Knop, lezen. Dit kan verwarrend zijn.

Opmerking: Verwar objectnamen die in het deelvenster Toegankelijkheid zijn opgegeven niet met instantienamen die in Eigenschapcontrole zijn opgegeven. Wanneer u een object in het deelvenster Toegankelijkheid een naam geeft, geeft u dit object nog geen instantienaam.

Beschrijving

- hiermee kunt u een beschrijving van het object voor de schermlezer invoeren. De schermlezer leest deze beschrijving.

Sneltoets

- beschrijft sneltoetsen voor de gebruiker. De schermlezer leest de tekst in dit tekstveld. Wanneer u hier tekst invoert voor een sneltoets, maakt u nog geen sneltoets voor het geselecteerde object. U moet ActionScript-toetsenbordhandlers opgeven om sneltoetsen te maken.

Tabindex (alleen)

- maakt een tabvolgorde waarin objecten worden geopend wanneer de gebruiker op de Tab-toets drukt. De tabindexfunctie werkt voor toetsenbordnavigatie door een pagina, maar niet voor de leesvolgorde van de schermlezer.

Namen voor knoppen, tekstvelden en volledige SWF-toepassingen selecteren

U kunt het deelvenster Toegankelijkheid als volgt gebruiken om namen aan knoppen en invoertekstvelden toe te wijzen, zodat deze op de juiste manier door de schermlezer worden herkend:

  • Gebruik de functie Automatisch label om tekst naast of in het object als label toe te wijzen.

  • Typ een specifiek label in het naamveld in het deelvenster Toegankelijkheid.

    Animate past automatisch de naam die u boven, in of nabij een knop of tekstveld plaatst, als een tekstlabel toe. Labels voor knoppen moeten binnen de selectievorm van de knop worden weergegeven. Voor de knop in het volgende voorbeeld zouden de meeste schermlezers eerst het woord knop lezen en vervolgens het tekstlabel Home. De gebruiker kan op Return of Enter drukken om de knop te activeren.

    Een formulier kan een invoertekstveld bevatten waarin gebruikers hun naam kunnen invoeren. Een statisch tekstveld met de tekst Naam wordt naast het invoertekstveld weergegeven. Wanneer Flash Player iets dergelijks aantreft, wordt ervan uitgegaan dat het statische tekstobject als een label fungeert voor het invoertekstveld.

    Wanneer het volgende deel van een formulier (zie voorbeeld hieronder) wordt aangetroffen, zou een schermlezer 'Voer hier naam in' lezen.

    U kunt automatische labeling in het deelvenster Toegankelijkheid uitschakelen wanneer dit niet van toepassing is op uw document. U kunt automatische labeling ook uitschakelen voor specifieke objecten in uw document.

Naam voor een object opgeven

U kunt automatische labeling voor een onderdeel van een toepassing uitschakelen en namen voor de objecten opgeven in het deelvenster Toegankelijkheid. Wanneer u automatische labeling hebt ingeschakeld, kunt u specifieke objecten selecteren en namen voor de objecten opgeven in het tekstveld Naam in het deelvenster Toegankelijkheid, zodat de naam wordt gebruikt in plaats van het objecttekstlabel.

Wanneer een knop of invoertekstveld geen tekstlabel heeft, of wanneer het label zich op een locatie bevindt die Flash niet kan detecteren, kunt u een naam voor de knop of het tekstveld opgeven. U kunt ook een naam opgeven wanneer het tekstlabel zich nabij een knop of tekstveld bevindt, maar u niet wilt dat deze tekst wordt gebruikt als de naam van dat object.

In het volgende voorbeeld wordt de tekst die de knop beschrijft, buiten en rechts van de knop weergegeven. Op deze locatie kan Flash Player de tekst niet detecteren en zal de schermlezer de tekst niet lezen.

U kunt deze situatie corrigeren door het deelvenster Toegankelijkheid te openen, de knop te selecteren en de naam en de beschrijving in te voeren. Maak het tekstobject niet-toegankelijk om herhaling te voorkomen.

Opmerking:

De toegankelijkheidsnaam van een object is niet gerelateerd aan de ActionScript-instantienaam of ActionScript-variabelenaam die aan het object is gekoppeld. (Deze informatie is in het algemeen van toepassing op alle objecten.) Zie Informatie over tekstveldinstanties variabelennamen in ActionScript 2.0 leren in Adobe Animate op www.adobe.com/go/learn_cs5_learningas2_nl voor gegevens over hoe in ActionScript wordt gewerkt met instantienamen en variabelennamen in tekstvelden.

Naam en beschrijving opgeven voor een knop, tekstveld of volledige SWF-toepassing

  1. Ga als volgt te werk:
    • Selecteer het object in het werkgebied om een naam op te geven voor een knop of een tekstveld.

    • Hef de selectie van alle objecten in het werkgebied op om een naam op te geven voor een volledige Animate-toepassing.

  2. Selecteer Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid.
  3. Selecteer Objecten toegankelijk maken (voor knoppen of tekstvelden) of de standaardinstelling Film toegankelijk maken (voor volledige Animate-toepassingen).

  4. Voer een naam en een beschrijving in voor de knop, het tekstveld of de Animate-toepassing.

Toegankelijkheid definiëren voor een geselecteerd object in een SWF-toepassing

  1. Selecteer Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid.
  2. Ga als volgt te werk:
    • Schakel Object toegankelijk maken in (standaardinstelling) om het object beschikbaar te maken voor schermlezers en om andere opties in het deelvenster in te schakelen.

    • Hef de selectie van Object toegankelijk maken op om het object te verbergen voor schermlezers en om andere opties in het deelvenster uit te schakelen.

  3. Voer eventueel een naam en een beschrijving in voor het geselecteerde object:

    Dynamische tekst

    - wanneer u een beschrijving voor statische tekst wilt opgeven, moet u deze tekst omzetten in dynamische tekst.

    Invoertekstvelden of knoppen

    - voer een sneltoets in.

    Filmclips

    Schakel Onderliggende objecten toegankelijk maken in om de objecten in de filmclip voor schermlezers beschikbaar te maken.

    Opmerking: Wanneer u uw toepassing met een eenvoudige zin kunt beschrijven die de schermlezer gemakkelijk kan overbrengen, schakelt u Onderliggende objecten toegankelijk maken uit en voert u een geschikte beschrijving in.

Volledige SWF-toepassing toegankelijk maken

Wanneer een Animate-document is voltooid en gereed is voor publicatie of export, kunt u de volledige Animate-toepassing toegankelijk maken.

  1. Hef de selectie van alle elementen in het document op.
  2. Selecteer Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid.
  3. Schakel Film toegankelijk maken in (de standaardinstelling) om het document voor schermlezers beschikbaar te maken.
  4. Selecteer Onderliggende items toegankelijk maken of hef deze optie op om toegankelijke objecten in het document voor schermlezers beschikbaar te maken of niet.
  5. Wanneer u in stap 2 Film toegankelijk maken hebt ingeschakeld, voert u eventueel een naam en een beschrijving in voor het document.
  6. Schakel Automatisch label in (de standaardinstelling) om tekstobjecten als automatische labels te gebruiken voor toegankelijke knoppen of invoertekstvelden in het document. Hef de selectie van deze optie op om automatische labeling uit te schakelen en tekstobjecten als tekstobjecten voor schermlezers beschikbaar te maken.

Tabvolgorde en leesvolgorde weergeven en maken

Er zijn twee volgorden van tabindex mogelijk: tabvolgorde, waarbij de gebruiker door de webinhoud navigeert, en leesvolgorde, waarbij de volgorde wordt bepaald door de volgorde waarin de schermlezer leest.

In Flash Player is de volgorde van de tabindex van links naar rechts en van boven naar beneden. U kunt de tab- en leesvolgorde aanpassen met de eigenschap tabIndex in ActionScript (in ActionScript is de eigenschap tabIndex gelijk aan de leesvolgorde).

Opmerking:

in Flash Player is het niet meer nodig alle objecten in een FLA-bestand aan een lijst met tabindexwaarden toe te voegen. Zelfs wanneer u niet voor alle objecten een tabindex opgeeft, kan een schermlezer elk object correct lezen.

Tabvolgorde

- de volgorde waarin objecten invoerfocus ontvangen wanneer gebruikers op de Tab-toets drukken. Gebruik ActionScript om de tabvolgorde te maken of gebruik het deelvenster Toegankelijkheid wanneer u Adobe Animate gebruikt. De tabindex die u in het deelvenster Toegankelijkheid toewijst, bepaalt niet noodzakelijkerwijs de leesvolgorde.

Leesvolgorde

- de volgorde waarin een schermlezer informatie over het object leest. U kunt een leesvolgorde maken door met ActionScript-code aan elke instantie een tabindex toe te wijzen. Maak een tabvolgorde-index voor elk toegankelijk object, niet alleen voor objecten die focus kunnen krijgen. Dynamische tekst moet bijvoorbeeld tabindexen bevatten, zelfs al kan de gebruiker niet met Tab naar dynamische tekst gaan. Wanneer u geen tabindex maakt voor elk toegankelijk object in een bepaald frame, negeert Flash Player alle tabindexen voor dat frame bij aanwezigheid van een schermlezer en wordt in plaats daarvan de standaardtabvolgorde gebruikt.

Tabvolgorde-index maken voor toetsenbordnavigatie in het deelvenster Toegankelijkheid

U kunt in het deelvenster Toegankelijkheid een aangepaste tabvolgorde-index maken voor toetsenbordnavigatie voor de volgende objecten:

  • Dynamische tekst

  • Invoertekst

  • Knoppen

  • Filmclips, inclusief gecompileerde filmclips

  • Componenten

  • Schermen

    Opmerking: U kunt ook ActionScript-code gebruiken om een tabvolgorde-index te maken voor toetsenbordnavigatie.

    Tabfocus vindt plaats in numerieke volgorde, beginnend bij het laagste indexnummer. Wanneer tabfocus de hoogste tabindex heeft bereikt, keert focus terug naar het laagste indexnummer.

    Wanneer u door gebruiker gedefinieerde objecten met tabindex verplaatst binnen het document of naar een ander document, worden de indexkenmerken door Animate behouden. Controleer of er indexconflicten zijn en los deze op (bijvoorbeeld twee verschillende objecten in het werkgebied met hetzelfde tabindexnummer).

    Opmerking: Wanneer twee of meer objecten dezelfde tabindex hebben in een bepaald frame, houdt Animate de volgorde aan waarin de objecten in het werkgebied zijn geplaatst.

  1. Selecteer het object waarin u een tabvolgorde wilt toewijzen.
  2. Selecteer Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid.
  3. Wanneer u een index opgeeft voor alleen het geselecteerde object, moet u een positief geheel getal (tot 65535) invoeren dat de volgorde weerspiegelt waarin het geselecteerde object focus moet krijgen.
  4. Selecteer Weergave > Tabvolgorde weergeven om een tabvolgorde weer te geven. Tabindexnummers voor afzonderlijke objecten worden in de linkerbovenhoek van het object weergegeven.
    Tabindexnummers

    Opmerking:

    tabindexen die met ActionScript-code zijn gemaakt, worden niet in het werkgebied weergegeven wanneer de optie Tabvolgorde weergeven is ingeschakeld.

Geavanceerde toegankelijkheidsopties voor schermlezers opgeven

Automatische labeling uitschakelen en een objectnaam opgeven voor schermlezers

  1. Selecteer in het werkgebied de knop of het invoertekstveld waarvoor u labeling wilt bepalen.
  2. Selecteer Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid.
  3. Schakel Object toegankelijk maken in (de standaardinstelling).
  4. Voer een naam in voor het object. De naam wordt gelezen als het label voor de knop of het tekstveld.
  5. Selecteer het tekstobject in het werkgebied om toegankelijkheid voor het automatische label uit te schakelen (en het te verbergen voor schermlezers).
  6. Wanneer het tekstobject statische tekst is, moet u deze omzetten in dynamische tekst (selecteer Teksttype > Dynamische tekst in de eigenschappencontrole).
  7. Hef de selectie van Object toegankelijk maken op.

Object verbergen voor de schermlezer

U kunt een geselecteerd object verbergen voor schermlezers en u kunt ervoor kiezen toegankelijke objecten in een filmclip of Animate-toepassing te verbergen en alleen de filmclip of de Animate-toepassing voor schermlezers beschikbaar te maken.

Opmerking: Verberg alleen objecten die herhaaldelijk voorkomen of die geen inhoud overbrengen.

 

Wanneer een object verborgen is, negeert de schermlezer het object.

  1. Selecteer in het werkgebied de knop of het invoertekstveld die/dat u voor de schermlezer wilt verbergen.
  2. Selecteer Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid.
  3. Voer in het deelvenster Toegankelijkheid een van de volgende handelingen uit:
    • Hef de selectie van Object toegankelijk maken op wanneer het object een filmclip, knop, tekstveld of een ander object is.

    • Hef de selectie van Onderliggende objecten toegankelijk maken op wanneer het object het onderliggende item is van een filmclip.

Sneltoetsen voor objecten maken voor schermlezers

U kunt een sneltoets voor een object maken, bijvoorbeeld een knop, zodat gebruikers naar dit object kunnen navigeren zonder naar de inhoud van een gehele pagina te luisteren. U kunt bijvoorbeeld een sneltoets maken voor een menu, een taakbalk, de volgende pagina of een verzendknop.

Voor het maken van een sneltoets moet u ActionScript-code schrijven voor een object. Wanneer u een sneltoets voor een invoertekstveld of een knop opgeeft, moet u tevens de ActionScript-klasse Key gebruiken om de toets te detecteren die de gebruiker indrukt tijdens het afspelen van Animate-inhoud. Raadpleeg Key in de Naslaggids voor ActionScript 2.0 voor meer informatie. Zie Toetsdrukken vastleggen in ActionScript 2.0 leren in Adobe Animate op www.adobe.com/go/learn_cs5_learningas2_nl.

Selecteer het object en voeg de naam van de sneltoets toe aan het deelvenster Toegankelijkheid zodat de schermlezer deze kan lezen.

Test de Animate-inhoud met verschillende schermlezers. De functionaliteit van sneltoetsen is ook afhankelijk van de schermlezersoftware die wordt gebruikt. De toetscombinatie Control+F is bijvoorbeeld een toetsaanslag die voor zowel de browser als de schermlezer is gereserveerd. De pijltoetsen worden door de schermlezer gereserveerd. In het algemeen kunt u de toetsen 0 tot en met 9 gebruiken als sneltoetsen, maar zelfs deze toetsen worden steeds vaker door schermlezers gebruikt.

Sneltoets maken

  1. Selecteer in het werkgebied de knop of het invoertekstveld waarvoor u een sneltoets wilt maken.
  2. Selecteer Venster > Andere deelvensters > Toegankelijkheid.
  3. Typ in het veld Sneltoets de naam van de sneltoets en houd u aan de volgende conventies:
    • Schrijf toetsnamen zoals Control of Alt volledig uit.

    • Gebruik hoofdletters voor alfabetische tekens.

    • Gebruik een plusteken (+) tussen toetsnamen en gebruik geen spaties (bijvoorbeeld Control+A).

Opmerking:

Animate controleert niet de ActionScript-code waarmee de sneltoets is gecodeerd.

Sneltoets toewijzen aan een knopinstantie Control+7 aan mijnKnop-instantie

  1. Selecteer het object in het werkgebied, open het deelvenster Toegankelijkheid en typ in het veld Sneltoets de toetscombinatie voor de sneltoets. Bijvoorbeeld Control+7.
  2. Typ de volgende ActionScript 2.0-code in het deelvenster Handelingen:

    Opmerking:

    In dit voorbeeld is de sneltoets Control+7.

    function myOnPress() { 
        trace( "hello" ); 
    } 
    function myOnKeyDown() { 
        if (Key.isDown(Key.CONTROL) && Key.getCode() == 55) // 55 is key code for 7 
        { 
            Selection.setFocus(myButton); 
            myButton.onPress(); 
        } 
    } 
    var myListener = new Object(); 
    myListener.onKeyDown = myOnKeyDown; 
    Key.addListener(myListener); 
    myButton.onPress = myOnPress; 
    myButton._accProps.shortcut = "Ctrl+7" 
    Accessibility.updateProperties();

Opmerking:

In het voorbeeld wordt de sneltoets Control+7 aan een knop met de instantienaam myButton toegewezen en wordt informatie over de sneltoets beschikbaar gemaakt voor schermlezers. In dit voorbeeld geeft de functie myOnPress de tekst 'Hello' weer in het deelvenster Uitvoer wanneer u op Ctrl+7 drukt. Zie addListener (IME.addListener-methode) in de Naslaggids voor ActionScript 2.0 op www.adobe.com/go/learn_cs5_as2lr_nl.

Toegankelijkheid maken met ActionScript

Informatie over ActionScript en toegankelijkheid

U kunt toegankelijke documenten maken met ActionScript®-code. Voor toegankelijkheidseigenschappen die van toepassing zijn op het gehele document, kunt u een algemene variabele maken met de naam _accProps. Zie de eigenschap _accProps in de Naslaggids voor ActionScript 2.0 op www.adobe.com/go/learn_cs5_as2lr_nl.

Voor eigenschappen die van toepassing zijn op een specifiek object, kunt u gebruikmaken van de syntaxis instantienaaam._accProps. De waarde van _accProps is een object dat de volgende eigenschappen kan bevatten:

Eigenschap

Type

Overeenkomende selectie in deelvenster Toegankelijkheid

Van toepassing op

.silent

Boolean

Film toegankelijk maken/Object toegankelijk maken (omgekeerde logica)

Gehele documenten

Knoppen

Filmclips

Dynamische tekst

Invoertekst

.forceSimple

Boolean

Onderliggende objecten toegankelijk maken (omgekeerde logica)

Gehele documenten

Filmclips

.name

tekenreeks

Naam

Gehele documenten

Knoppen

Filmclips

Invoertekst

.description

tekenreeks

Beschrijving

Gehele documenten

Knoppen

Filmclips

Dynamische tekst

Invoertekst

.shortcut

tekenreeks

Sneltoets

Knoppen

Filmclips

Invoertekst

Opmerking:

Bij omgekeerde logica komt de waarde true in ActionScript overeen met een selectievakje dat in het deelvenster Toegankelijkheid niet is ingeschakeld. De waarde false in ActionScript komt overeen met een selectievakje dat in het deelvenster Toegankelijkheid is ingeschakeld.

Het wijzigen van de variabele _accProps heeft op zich geen effect. U moet ook de methode Accessibility.updateProperties gebruiken om schermlezers te informeren over wijzigingen in Animate-inhoud. Wanneer deze methode wordt aangeroepen, zal Flash Player alle toegankelijkheidseigenschappen opnieuw onderzoeken, eigenschapsbeschrijvingen voor schermlezers bijwerken en, indien nodig, gebeurtenissen naar de schermlezer verzenden die aangeven dat wijzigingen zijn doorgevoerd.

Wanneer toegankelijkheidseigenschappen van meerdere objecten tegelijkertijd worden bijgewerkt, moet een enkele aanroep van Accessiblity.updateProperties worden opgenomen (wanneer schermlezers te vaak worden bijgewerkt, kunnen deze te uitgebreid worden).

Zie de Accessibility.updateProperties-methode in de Naslaggids voor ActionScript 2.0 op www.adobe.com/go/learn_cs5_as2lr_nl.

Schermlezerdetectie implementeren met de methode Accessibility.isActive()

U kunt Animate-inhoud maken die op een bepaalde manier werkt wanneer een schermlezer actief is. Gebruik hiertoe de ActionScript-methode Accessibility.isActive(). Deze retourneert de waarde true wanneer een schermlezer aanwezig is; anders wordt false geretourneerd. U kunt vervolgens de Animate-inhoud zodanig ontwerpen dat deze compatibel is met het gebruik van een schermlezer (bijvoorbeeld door onderliggende elementen voor de schermlezer te verbergen). Raadpleeg voor meer gegevens de Accessibility.isActive-methode in de Naslaggids voor ActionScript 2.0 op www.adobe.com/go/learn_cs5_as2lr_nl.

U kunt bijvoorbeeld de methode Accessibility.isActive() gebruiken om te bepalen of u ongevraagde animaties wilt opnemen. Ongevraagde animaties komen voor zonder dat de schermlezer iets doet. Dit kan verwarrend zijn voor schermlezers.

Accessibility.isActive() biedt asynchrone communicatie tussen de Animate-inhoud en Flash Player. Er kan enige realtime vertraging optreden tussen het tijdstip waarop de methode wordt aangeroepen en het tijdstip waarop Flash Player wordt geactiveerd. Dit resulteert in de onjuiste geretourneerde waarde false. Voer een van de volgende handelingen uit om ervoor te zorgen dat de methode correct wordt aangeroepen:

  • In plaats van de methode Accessibility.isActive() te gebruiken wanneer de Animate-inhoud voor het eerst wordt afgespeeld, roept u de methode aan wanneer u een beslissing moet nemen omtrent toegankelijkheid.

  • Introduceer een korte vertraging van een of twee seconden aan het begin van uw document, zodat de Animate-inhoud genoeg tijd heeft om verbinding te maken met Flash Player.

    U kunt bijvoorbeeld een gebeurtenis onFocus gebruiken om deze methode aan een knop te koppelen. Op die manier heeft het SWF-bestand in het algemeen voldoende tijd om te laden en kunt u ervan uit gaan dat de gebruiker van een schermlezer met behulp van de Tab-toets naar de eerste knop of het eerste object in het werkgebied zal gaan.

ActionScript gebruiken om een tabvolgorde te maken voor toegankelijke objecten

U kunt de tabvolgorde maken met ActionScript®-code door de eigenschap tabIndex aan de volgende objecten toe te wijzen:

  • Dynamische tekst

  • Invoertekst

  • Knoppen

  • Filmclips, inclusief gecompileerde filmclips

  • Tijdlijnframes

  • Schermen

Geef een volledige tabvolgorde op voor alle toegankelijke objecten. Wanneer u een tabvolgorde maakt voor een frame zonder een tabvolgorde voor een toegankelijk object in het frame op te geven, negeert Flash Player alle aangepaste tabvolgordetoewijzingen. Bovendien moet voor alle objecten die aan een tabvolgorde zijn toegewezen, met uitzondering van frames, een instantienaam zijn opgegeven in het tekstveld Instantienaam in Eigenschapcontrole. Zelfs items die geen tabstops zijn, zoals tekst, moeten in de tabvolgorde worden opgenomen wanneer ze in die volgorde moeten worden gelezen.

Statische tekst kan niet aan een instantienaam worden toegekend en kan dan ook niet worden opgenomen in de lijst van de eigenschapwaarden tabIndex. Hierdoor wordt door een enkele instantie van statische tekst ergens in het SWF-bestand de leesvolgorde naar de standaardinstelling teruggezet.

U kunt een tabvolgorde opgeven door een volgordenummer aan de eigenschap tabIndex toe te wijzen, zoals in het volgende voorbeeld wordt getoond:

_this.myOption1.btn.tabIndex = 1 
_this.myOption2.txt.tabIndex = 2

Zie tabIndex in Button, MovieClip en TextField in de Naslaggids voor ActionScript 2.0 op www.adobe.com/go/learn_cs5_as2lr_nl.

U kunt ook de methoden tabChildren() of tabEnabled() gebruiken om een aangepaste tabvolgorde toe te wijzen. Zie MovieClip.tabChildren, MovieClip.tabEnabled en TextField.tabEnabled in de Naslaggids voor ActionScript 2.0 op www.adobe.com/go/learn_cs5_as2lr_nl.

Toegankelijke componenten gebruiken

Met een kernset van UI-componenten kunt u het bouwen van toegankelijke toepassingen versnellen. Deze componenten automatiseren vele van de meest gebruikelijke toegankelijkheidsmogelijkheden die zijn gerelateerd aan labeling, toetsenbordtoegang en testen, waardoor een consistente gebruikerservaring wordt gegarandeerd. Animate bevat de volgende set toegankelijke componenten:

  • SimpleButton

  • CheckBox

  • RadioButton

  • Label

  • TextInput

  • TextArea

  • ComboBox

  • ListBox

  • Window

  • Alert

  • DataGrid

Schakel voor elke toegankelijk component het toegankelijke deel van de component in met de opdracht enableAccessibility(). Deze opdracht neemt het toegankelijkheidsobject op met de component wanneer het document wordt gecompileerd. Omdat er geen eenvoudige manier bestaat om een object te verwijderen nadat het aan de component is toegevoegd, worden deze opties standaard uitgeschakeld. Het is dan ook van belang dat u toegankelijkheid voor elke component inschakelt. U hoeft deze stap slechts eenmaal uit te voeren voor elke component. Het is niet nodig toegankelijkheid voor elke instantie van een component in een bepaald document in te schakelen. Raadpleeg Component Button, Component CheckBox, Component ComboBox, Component Label, Component List, Component RadioButton en Component Window in de Naslaggids voor componenten van ActionScript 2.0 op www.adobe.com/go/learn_cs5_as2lr_nl voor meer informatie.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid