Afdrukvoorinstellingen maken en beheren

Laatst bijgewerkt op 7 aug. 2026

Leer hoe je afdrukinstellingen opslaat als herbruikbare voorinstellingen in Adobe InDesign om je afdruk-workflow te stroomlijnen.

Afdrukvoorinstellingen slaan alle instellingen van het dialoogvenster Afdrukken op, zodat je consistente configuraties kunt toepassen op verschillende opdrachten en fouten kunt verminderen.

Ze kunnen worden geïmporteerd, gedeeld of gesynchroniseerd tussen documenten en boekbestanden, en werken met zowel PostScript- als niet-PostScript-printers.

Afdrukvoorinstelling maken

Selecteer Bestand > Afdrukvoorinstellingen > Definiëren en selecteer vervolgens Nieuw.

Typ in het dialoogvenster Nieuwe afdrukvoorinstelling een nieuwe naam of accepteer de standaardnaam.

Configureer afdrukinstellingen voor alle beschikbare categorieën.

Selecteer OK om de voorinstelling op te slaan en terug te keren naar het dialoogvenster Afdrukvoorinstellingen.

Selecteer OK.

Je kunt ook een afdrukvoorinstelling maken door Bestand > Afdrukken te selecteren, de afdrukinstellingen aan te passen en Voorinstelling opslaan te selecteren.Typ een naam of gebruik de standaardnaam en klik op OK.

Afdrukvoorinstelling toepassen

Selecteer Bestand > Afdrukken.

Selecteer een voorinstelling in het menu Afdrukvoorinstelling.

Controleer de instellingen die door de voorinstelling worden toegepast.

Selecteer Afdrukken.

Tip

Druk direct af met een voorinstelling zonder het dialoogvenster Afdrukken te openen door Bestand > Afdrukvoorinstellingen > <Naam voorinstelling> te selecteren.

Afdrukvoorinstelling bewerken

Selecteer Bestand > Voorinstellingen afdrukken > Definiëren.

Selecteer een voorinstelling in de lijst en selecteer Bewerken.

Pas eventuele afdrukinstellingen in de categorieën aan.

Selecteer OK om wijzigingen op te slaan en terug te keren naar het dialoogvenster Afdrukvoorinstellingen, selecteer vervolgens nogmaals OK.

Afdrukvoorinstellingen verwijderen

Selecteer Bestand > Voorinstellingen afdrukken > Definiëren.

Selecteer een of meer voorinstellingen in de lijst.

Selecteer Verwijderen en bevestig het verwijderen wanneer hierom wordt gevraagd.

Selecteer OK.