Werkschijven

Als uw systeem niet over voldoende RAM-geheugen beschikt voor het uitvoeren van een handeling, gebruikt Photoshop Elements werkschijven. Een werkschijf is een willekeurige schijf of partitie van een schijf waarop geheugen beschikbaar is. Standaard wordt in Photoshop Elements de vaste schijf waarop het besturingssysteem is geïnstalleerd, gebruikt als primaire werkschijf.

U kunt de primaire werkschijf wijzigen of extra werkschijven toewijzen. Als de primaire schijf vol is, worden extra werkschijven gebruikt. Stel de snelste vaste schijf in als de primaire werkschijf. Controleer of er voldoende gedefragmenteerde ruimte beschikbaar is op de schijf.

Houd u aan de volgende richtlijnen voor het toewijzen van werkschijven:

  • Maak geen werkschijven op een fysiek station waarop ook Photoshop Elements zich bevindt of waarop ook grote bestanden staan die u bewerkt.

  • Maak geen werkschijven op het fysieke station dat ook wordt gebruikt voor het virtuele geheugen van het besturingssysteem.

  • Maak werkschijven op een lokaal station, niet op een netwerklocatie.

  • Maak werkschijven op conventionele (niet-verwijderbare) media.

  • RAID-schijven of schijfarrays zijn een goede keuze voor speciale werkschijfvolumes.

  • Defragmenteer stations met werkschijven regelmatig. Nog beter is het om een leeg station of een station met voldoende vrije ruimte te gebruiken, zodat de kans op defragmentatieproblemen nog kleiner is.

Werkschijven wijzigen

Voor het maken van een werkschijf in Photoshop Elements is aaneengesloten ruimte op een vaste schijf nodig. Regelmatige defragmentering van uw vaste schijf zorgt ervoor dat er aaneengesloten ruimte beschikbaar is, met name op de schijf die uw werkschijf bevat. Adobe raadt u aan een schijfhulpprogramma als Windows Schijfdefragmentatie te gebruiken om de vaste schijf regelmatig te defragmenteren. Raadpleeg de documentatie bij Windows voor informatie over hulpprogramma's voor defragmenteren.

  1. In Windows: kies Bewerken > Voorkeuren > Prestaties. In Mac: kies Photoshop Elements > Voorkeuren > Prestaties.
  2. Selecteer de gewenste schijven in het menu Werkschijven (u kunt maximaal vier werkschijven toewijzen).

  3. Selecteer een werkschijf en gebruik de pijltoetsen naast de lijst met Werkschijven om de volgorde te wijzigen waarin de werkschijven worden gebruikt.

  4. Klik op OK en start Photoshop Elements opnieuw op om de wijziging door te voeren.

Plug-ins

Adobe Systems en andere softwareontwikkelaars ontwikkelen plug-ins om meer functionaliteit aan Photoshop Elements toe te voegen. Bij uw programma wordt een aantal plug-ins geleverd voor importeren, exporteren en speciale effecten. Deze plug-ins staan in de mappen Plug-ins en Optional plug-ins van Photoshop Elements.

Als de plug-inmodules eenmaal zijn geïnstalleerd, worden deze weergegeven als:

  • Aan het menu Importeren of Exporteren toegevoegde opties
  • Aan het menu Filter toegevoegde filters, of
  • Bestandsindelingen in de dialoogvensters Openen en Opslaan als.

Als u een groot aantal plug-ins installeert, passen deze waarschijnlijk niet allemaal in de desbetreffende menu's van Photoshop Elements. Is dit het geval, dan worden nieuwe plug-ins in het submenu Filter > Overige weergegeven. U voorkomt dat een plug-in of map met plug-ins wordt geladen door een tilde (~) aan het begin van de naam van de plug-in of map te plaatsen. Het programma negeert tijdens het opstarten bestanden die zijn gemarkeerd met een tilde. Voor informatie over geïnstalleerde plug-ins kiest u Help > Info plug-in en selecteert u een plug-in in het submenu.

Opmerking:

Als u een optionele plug-in wilt gebruiken, kopieert u deze vanuit de map met optionele plug-ins naar de relevante submap in de map Plug-ins. Vervolgens installeert u de plug-inmodule en start u Photoshop Elements weer.

U kunt een extra map voor plug-ins selecteren waarin u de compatibele plug-ins kunt laden die bij een andere toepassing horen. U kunt ook een sneltoets maken voor een plug-in die is opgeslagen in een andere map op het systeem. U kunt de sneltoets of het alias vervolgens aan de map Plug-ins toevoegen en die plug-in gebruiken in Photoshop Elements.

Plug-ins installeren

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Gebruik het installatieprogramma van de plug-in, indien aanwezig.
    • Volg de installatie-instructies die bij de plug-in worden geleverd.
    • Zorg ervoor dat de bestanden met de plug-ins niet zijn gecomprimeerd en kopieer ze naar de juiste map voor plug-ins in de map Photoshop Elements.

Een extra map voor plug-ins selecteren

U kunt een extra map voor plug-ins selecteren waarin u de compatibele plug-ins kunt laden die bij een andere toepassing horen.

  1. In Windows: kies Bewerken > Voorkeuren > Plug-ins. In Mac: kies Photoshop Elements > Voorkeuren > Plug-ins.
  2. Selecteer in het dialoogvenster Voorkeuren de optie Map voor extra plug-ins, selecteer een map in de lijst en klik op Kiezen.

  3. Dubbelklik op de map als u de inhoud ervan wilt weergeven. Het pad naar de map verschijnt in het voorkeurenvenster.

    Opmerking:

    Selecteer geen locatie binnen de map Plug-ins van Photoshop Elements.

  4. Start Photoshop Elements opnieuw om de plug-ins te laden.

Alleen de standaardplug-ins laden

Wanneer Photoshop Elements wordt gestart, worden alle vooraf geïnstalleerde plug-ins, plug-ins van andere bedrijven of plug-ins in mappen met extra plug-ins geladen. Als u alleen de vooraf geïnstalleerde plug-ins van Photoshop Elements wilt laden, houdt u de Shift-toets tijdens het starten van de software ingedrukt. Klik in het bevestigingsvenster op Ja om optionele plug-ins en plug-ins van andere bedrijven niet te laden.

Toepassingsupdates

Opmerking:

In de versie van Photoshop Elements uit de Windows Store zijn geen opties voor toepassingsupdates beschikbaar.

Opties voor toepassingsupdates
Opties voor toepassingsupdates in het dialoogvenster Voorkeuren

Hier kunt u aangeven wanneer een toepassingsupdate wordt geïnstalleerd. In Photoshop Elements, Premiere Elements en de Elements Organizer hebt u de mogelijkheid om op te geven wat er moet gebeuren wanneer er een toepassingsupdate van Adobe beschikbaar is.

Als u het updatedialoogvenster wilt openen, gebruikt u Ctrl/Cmd + K om het dialoogvenster Voorkeuren te openen, gaat u vervolgens naar het tabblad Toepassingsupdates en kiest u de gewenste opties:

  • Updates automatisch downloaden en installeren: hiermee wordt een beschikbare update gedownload en geïnstalleerd de volgende keer dat u de toepassing start.
  • Waarschuwing weergeven wanneer er een update beschikbaar is: hiermee wordt de gebruiker gewaarschuwd wanneer er een update beschikbaar is. U kunt ervoor kiezen de update later te downloaden of direct vanuit de melding te updaten.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid