Bewerkingsfuncties in Lightroom CC gebruiken

U kunt de bewerkingsfuncties openen in de weergave Detail. De bewerkingsfuncties zijn in het deelvenster Bewerken geordend onder verschillende deelvensters die u kunt uitvouwen/samenvouwen om bij alle bewerkingsfuncties te komen: ProfielLicht, Kleur, Effecten, Detail, Optica en Geometrie. Om u visueel te helpen begrijpen welke effecten deze bewerkingsfuncties hebben op uw foto's, bevat dit artikel animaties en afbeeldingen ter illustratie van de concepten.

Om te beginnen met het bewerken van een foto met een van de bewerkingsfuncties, doet u het volgende:

  1. Klik op het linkerpictogram () om het deelvenster Mijn foto's te openen.

    In het deelvenster Mijn foto's kiest u het album met de foto die u wilt bewerken.

  2. Als u zich in de weergave Fotoraster () of Raster met vierkante cellen () bevindt, selecteert u de foto die u wilt bewerken. Klik nu op het pictogram () in de werkbalk aan de onderkant om over te schakelen naar de weergave Detail.

    Als u zich al in weergave Detail () bevindt, selecteert u de foto die u wilt bewerken in de filmstrip onderin uw huidige selectie.

    Opmerking:

    De bewerkingsfuncties zijn alleen beschikbaar in de weergave Detail.

  3. Om het deelvenster Bewerken te openen in de weergave Detail, klikt u op het pictogram () in de rechterbovenhoek.

    U kunt de deelvensters nu uitvouwen/samenvouwen om de bewerkingsfuncties te openen die als volgt zijn geordend: ProfielLicht, Kleur, Effecten, Detail, Optica en Geometrie. Deze bewerkingsfuncties worden hieronder in detail uitgelegd.

Profiel

Bijgewerkt in Adobe Lightroom CC 1.4 (versie van juni 2018)

Opmerking:

Vanaf Lightroom CC 1.4-versie van juni 2018 worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic CC voor desktop.

Met profielen kunt u bepalen hoe kleuren en tinten in uw foto's worden weergegeven. De profielen in het deelvenster Profiel dienen als startpunt of basis voor het bewerken van afbeeldingen.

Als u een profiel toepast op de foto, wordt de waarde van de andere bewerkingsregelaars niet gewijzigd of overschreven. U kunt dus al uw foto's bewerken zoals u wilt en vervolgens een profiel op de bewerkte afbeelding toepassen.

Door profielen bladeren en ze toepassen

Ga als volgt te werk om naar profielen te bladeren en deze toe te passen:

  1. Als u zich in de weergave Fotoraster () of Raster met vierkante cellen () bevindt, selecteert u een foto die u wilt bewerken. Klik nu op het pictogram () in de werkbalk aan de onderkant om over te schakelen naar de weergave Detail.

    Als u zich al in de weergave Detail () bevindt, selecteert u een foto die u wilt bewerken in de filmstrip onder aan uw huidige selectie.

    Klik op het pictogram () in de rechterbovenhoek om het deelvenster Bewerken te openen.

    In het deelvenster Profiel aan de bovenkant gebruikt u het pop-upmenu Profiel om snel toegang te krijgen tot Adobe Raw-profielen. Om andere beschikbare profielen te bekijken klikt u op Bladeren.

    Door profielen bladeren in het deelvenster Profiel.
    Door profielen bladeren in het deelvenster Profiel.
    Profielgroepen voor een RAW-foto.
    Profielgroepen voor een RAW-foto.

    Opmerking:

    Wanneer u foto's importeert, worden de profielen Adobe Color en Adobe Monochrome standaard toegepast op respectievelijk kleur- en zwart-witfoto's.

  2. Vouw een van de profielgroepen (zie hieronder) uit om de beschikbare profielen in die groep te zien.

    Opmerking:

    Terwijl u door de profielen in het deelvenster Profiel bladert, klikt u op het menu met de drie puntjes om toegang te krijgen tot de weergave- en filteropties. U kunt ervoor kiezen deze profielen weer te geven als een Lijst, als een Raster met miniaturen of als Grote miniaturen. U kunt de profielen ook filteren om te worden weergegeven als 'type': Kleur of Z-W.

    Favorieten:

    Geeft de profielen weer die u hebt gemarkeerd als favoriet. Zie Een profiel toevoegen aan Favorieten.

    Adobe RAW-profielen
    Adobe RAW-profielen

    Creatieve profielen voor RAW- en niet-RAW-foto's

    Creatieve profielen werken met elk bestandstype, inclusief RAW-foto's, JPEG en TIFF. Deze profielen zijn ontworpen om een bepaalde stijl of een bepaald effect toe te passen op uw foto.

    Artistiek: gebruik deze profielen voor een meer opvallende kleurweergave in uw foto, met sterkere kleurverschuivingen.

    Zwart-wit: gebruik deze profielen voor optimale tintgradaties in zwart-witfoto's.

    Modern: gebruik deze profielen voor unieke effecten die passen bij moderne fotografische stijlen.

    Vintage: gebruik deze profielen om de effecten van ouderwetse foto's te repliceren.

    Profielen voor RAW-foto's

    De volgende profielgroepen verschijnen wanneer u een RAW-foto bewerkt. 

    Adobe Raw: Adobe Raw-profielen verbeteren de kleurweergave aanzienlijk en bieden een goed uitgangspunt voor het bewerken van RAW-afbeeldingen. Adobe Color-profielen zijn ontworpen om elke afbeelding een goede kleur- en tintbalans te geven en worden standaard toegepast op de RAW-foto's die u importeert in Lightroom CC.

    Camera Matching: geeft profielen weer op basis van het cameramerk of -model van uw RAW-foto. Gebruik Camera Matching-profielen als u de kleurweergave in uw RAW-bestanden liever wilt laten overeenkomen met wat u ziet op het scherm van uw camera.

    Verouderd: geeft verouderde profielen uit eerdere versies van de Lightroom-app weer.

    Artistieke profielen
    Artistieke profielen

    Opmerking:

    Wanneer u een van de profielen Artistiek, Zwart-wit, Modern of Vintage toepast, verschijnt in Lightroom CC een extra schuifregelaar Hoeveelheid waarmee u de intensiteit van het profiel kunt instellen.

  3. Plaats de muisaanwijzer boven een profiel om een voorvertoning van het effect ervan weer te geven op de foto. Klik op het profiel om het toe te passen op uw foto. 

Een profiel toevoegen aan Favorieten

U voegt als volgt een profiel toe aan de profielgroep Favorieten:

  • Als u in de weergave Raster of Groot door de profielen bladert, houdt u de aanwijzer boven de miniatuur van een profiel en klikt u op het sterpictogram dat in de rechterbovenhoek van de miniatuurweergave verschijnt. 
  • Als u in de weergave Lijst door de profielen bladert, houdt u de aanwijzer boven het profiel en klikt u op het sterpictogram dat naast de profielnaam verschijnt.

Profielen importeren

Opmerking:

Als u Lightroom CC voor de eerste keer opstart nadat u de laatste versie hebt geïnstalleerd, dan worden de bestaande DCP-profielen op uw computer automatisch omgezet naar een XMP-indeling. Als u daarna een DCP-profiel wilt toevoegen, dan kopieert u dit profiel handmatig naar de volgende locaties:

Win: C:\ProgramData\Adobe\CameraRaw\CameraProfiles
Mac: ~/Library/Application Support/Adobe/CameraRaw/CameraProfiles (Dit is het gebruikerspad)

U kunt ook cameraprofielen van derden in een XMP-indeling importeren. Ga als volgt te werk:

  1. Klik in het deelvenster Profiel op Bladeren

  2. Klik op het menu met de drie puntjes in de rechterbovenhoek van het deelvenster Profiel. Selecteer vervolgens de optie Profielen importeren in het pop-upmenu.

  3. In het dialoogvenster Profielen importeren dat wordt weergegeven, bladert u naar het gewenste pad en selecteert u een of meerdere XMP-profielen.

  4. Klik op Importeren.

Profielen beheren

Met Lightroom CC kunt u verschillende profielgroepen tonen of verbergen die worden weergegeven in de Profielbrowser - Adobe Raw, Camera matching, Verouderd, Artistiek, Zwart wit, Modern, Vintage, of andere profielen die u hebt geïmporteerd.

Voer de onderstaande stappen uit om profielgroepen te tonen/verbergen in Lightroom CC:

Opmerking:

Uw instellingen om profielgroepen te tonen/verbergen zijn specifiek voor elke computer of elk apparaat. U kunt bijvoorbeeld enkele profielgroepen verbergen in Lightroom CC voor desktop maar ze blijven zichtbaar in Lightroom CC op uw mobiele apparaat en vice versa.   

  1. Klik op het pictogram () in de rechterbovenhoek om het deelvenster Bewerken te openen.

    Klik in het deelvenster Profiel bovenin op Bladeren

  2. Klik op het menu met de drie puntjes in de rechterbovenhoek van het deelvenster Profiel. Selecteer vervolgens de optie Profielen beheren in het pop-upmenu.

  3. Selecteer onder Beheren de profielgroepen die u wilt weergeven in de Profielbrowser. Deselecteer onder Beheren de profielgroepen die u wilt verbergen in de Profielbrowser.

  4. Klik op Terug om terug te keren naar de Profielbrowser.

Profielbrowser geeft nu alleen die profielgroepen weer die u hebt geselecteerd bij de optie Profielen beheren.

Licht

Hiermee past u het toonbereik van uw afbeelding aan.

Met de schuifregelaars in het deelvenster Licht kunt u het algehele toonbereik van uw afbeelding aanpassen.

Belichting
Contrast
Hooglichten

Opmerking:

Klik in het deelvenster Licht op de knop Automatisch als u wilt dat Lightroom CC automatisch de beste bewerkingen voor deze schuifregelaars toepast op uw foto's: Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Verzadiging en Levendigheid.

Belichting:

Bepaalt de helderheid van de foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeelding donkerder te maken of naar rechts om de afbeelding lichter te maken.

Contrast:

Bepaalt het contrast tussen lichte en donkere kleuren. Verplaats de schuifregelaar naar links om het contrast te verlagen of naar rechts om het contrast opvallender te maken. 

Hooglichten:

Regelt de helderheid in de lichtere delen van de foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om hooglichten donkerder te maken of naar rechts om deze lichter te maken, zodat minder details zichtbaar zijn. 

  

Schaduwen
Witte tinten
Zwarte tinten

Schaduwen:

Regelt de helderheid in de lichtere delen van de foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om schaduwen te verdiepen of naar rechts om de schaduwen lichter te maken en details zichtbaar te maken.

Witte tinten:

Hiermee stelt u het witpunt van de afbeelding in. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om meer kleuren volledig wit te maken.

Zwarte tinten:

Hiermee stelt u het zwartpunt van de afbeelding in. Verplaats de schuifregelaar naar links om meer kleuren volledig zwart te maken.

Het toonbereik nauwkeurig instellen met de Tone Curve (Kleurtintcurve)

Opmerking:

In Lightroom CC 1.4 (juni 2018-versie), zijn de volgende wijzigingen aangebracht:

  • De tintcurves Normaal contrast en Hoog contrast zijn verwijderd.
  • U kunt geen tintcurves meer opslaan en toepassen binnen het deelvenster Tintcurve.

Voortaan moeten tintcurves worden opgeslagen als een voorinstelling, zodat deze binnen het Lightroom CC-app-ecosysteem worden gesynchroniseerd. Raadpleeg deze TechNote voor meer informatie.

De Kleurtintcurve in het deelvenster Licht geeft u meer controle over het toonbereik en contrast van uw foto. Klik op het pictogram  om het subdeelvenster Kleurtintcurve uit te vouwen.

Kleurtintcurve in het deelvenster Bewerken
De parametrische curve bewerken

De horizontale as vertegenwoordigt de oorspronkelijke kleurtoonwaarden (invoerwaarden), met zwart aan de linkerkant en geleidelijk lichter wordende waarden naar rechts. De verticale as vertegenwoordigt de gewijzigde kleurtoonwaarden (uitvoerwaarden), met zwart aan de onderkant en overgaand in lichtere waarden aan de bovenkant.

Wanneer een punt in de curve omhoog wordt verplaatst, wordt de tint lichter. Wordt een punt omlaag verplaatst, dan wordt de tint donkerder. Een rechte lijn van 45 graden geeft aan dat de kleurtintschaal niet is gewijzigd: de oorspronkelijke invoerwaarden komen exact overeen met de uitvoerwaarden.


 Als u aanpassingen wilt aanbrengen in de kleurtintcurve, klikt u op de curve en sleept u deze omhoog of omlaag. Terwijl u sleept, worden het desbetreffende gebied en de nieuwe kleurtintwaarde rechtsonder in de kleurtintcurve weergegeven.  

U kunt er ook voor kiezen om de puntcurve aan te passen in het rode, groene of blauwe kanaal of in alle drie de kanalen tegelijk. Ga als volgt te werk om een kanaal te selecteren en de puntcurve hiervan aan te passen:

Puntcurve in het deelvenster Bewerken
Representatieve schermafbeelding van puntcurve die controlepunten in het rode kanaal weergeeft.
  1. Kies een puntcurveoptie boven de curve: RGB-kanalen, Rood kanaal, Groen kanaal of Blauw kanaal.
  2. Klik op de curve om een controlepunt toe te voegen. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac OS) en kies Controlepunt verwijderen in het menu om een controlepunt te verwijderen.
  3. Sleep een punt om het te bewerken.
  4. (Optioneel) Selecteer een optie in het vervolgkeuzemenu Curve (rechtsonder): Lineair, Normaal contrast of Hoog contrast.
  5. U kunt op elk gewenst moment een lineaire curve herstellen door met de rechtermuisknop te klikken (Windows) of Control ingedrukt te houden en te klikken (macOS) op een willekeurige locatie in de grafiek en Kanaal herstellen te kiezen.

Kleur

Stel de kleuren in uw afbeelding nauwkeurig in.

Met de schuifregelaars in het deelvenster Kleur kunt u de kleuren van uw afbeelding aanpassen.

  • U kunt de Witbalans instellen door een voorinstelling te kiezen of door een neutraal gebied in de foto op te geven met de tool Witbalans selecteren .
  • De witbalans nauwkeurig instellen met de besturingselementen Temp (Temperatuur) en Tint (Kleurtint).
  • Pas de kleurverzadiging (levendigheid) aan met de functies Levendigheid en Verzadiging .
  • Zet de foto om in een zwart-witfoto met de knop  Zwart-wit.
  • Stel afzonderlijke kleuren nauwkeurig in met de schuifregelaars  Kleurtoon, Verzadiging en Helderheid (HSL).
Temperatuur
Kleurtint Levendig
Verzadiging

Temperatuur:

Bepaalt hoe warm of koel de kleuren in uw foto lijken. Verplaats de schuifregelaar naar links als de kleuren te geel zijn en naar rechts als ze te blauw zijn.

Tint:

Bepaalt hoe groen of paars de kleuren in uw foto lijken. Verplaats de schuifregelaar naar links als de kleuren te paars zijn en naar rechts als ze te groen zijn.

Levendigheid:

Hiermee verhoogt u de intensiteit van kleuren met weinig verzadiging in meerdere mate dan die van kleuren met meer verzadiging, waarmee u kunt voorkomen dat huidtinten er onnatuurlijk uitzien.

Verzadiging:

Hiermee verhoogt u de verzadiging van alle kleuren in gelijke mate. Verplaats de schuifregelaar naar links om de verzadiging van kleuren te verminderen of naar rechts om de verzadiging te vergroten.

Effecten

Pas effecten toe op uw afbeelding: Gesplitste tinten, Helderheid, Nevel verwijderen en Vignet.

Helderheid
Nevel verwijderen
Vignet

Lokaal contrast:

Wijzigingen het contrast rondom de randen van objecten in uw foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om portretten te verzachten of naar rechts om landschappen duidelijker te maken.

Nevel verwijderen:

Verplaats de schuifregelaar naar links om gesimuleerde nevel toe te voegen of naar rechts om nevel te verwijderen.

Vignet:

Maakt de buitenste randen van de foto lichter of donkerder. Pas de schuifregelaars voor vignetten aan:

  • Doezelaar: Met lagere waarden wordt de verzachting tussen het vignet en de omringende pixels van het vignet gereduceerd. Hogere waarden leiden tot meer verzachting.
  • Middelpunt: Met lagere waarden wordt de aanpassing Hoeveel toegepast op een groter gebied bij de hoeken vandaan. Met hogere waarden blijft de aanpassing beperkt tot een gebied dichter bij de hoeken.
  • Ronding: Met lagere waarden wordt het vigneteffect ovaalvormig. Met hogere waarden wordt het vigneteffect ronder.
  • Hooglichten: Hiermee bepaalt u de mate van hooglichtcontrast die behouden blijft wanneer de waarde voor Hoeveel negatief is. Geschikt voor foto's met kleine hooglichten, zoals kaarsen en lampen.

Gesplitste tinten

Met de schuifregelaars voor Gesplitste tinten in het deelvenster Effecten kunt u een gesplitste-tinteffect toepassen waarbij een andere kleur wordt toegepast op de schaduwen en hooglichten in uw foto. U kunt bijvoorbeeld een zwart-witfoto inkleuren of speciale effecten toepassen op een kleurenfoto, zoals een crossprocessing-effect.

Schuifregelaars voor gesplitste tinten in het deelvenster Effecten
Gesplitste-tinteffect toegepast op een zwart-witafbeelding.

U kunt als volgt een gesplitste-tinteffect op uw foto toepassen:

  1. Klik in het deelvenster Effecten op het pictogram om de schuifregelaars voor gesplitste tinten weer te geven.
  2. Stel de waarden voor Kleurtoon en Verzadiging in door de staal Schaduwen of Hooglichten afzonderlijk te selecteren en de bijbehorende controlepunten te slepen om een kleur in de kleurengrafiek te selecteren. Met Kleurtoon stelt u de kleur van de toon in terwijl u met Verzadiging de intensiteit van de kleur aanpast.
  3. Stel de schuifregelaar Balans (tussen de stalen Schaduwen en Hooglichten) in om een evenwicht tot stand te brengen tussen de schuifregelaars voor hooglichten en schaduwen. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de geselecteerde kleur voor de hooglichten te benadrukken; verplaats de schuifregelaar naar links om de kleur van de geselecteerde schaduwen te benadrukken.

Details

Verscherpen, beeldruis verminderen en filmkorreleffecten toepassen

Met de schuifregelaars in het deelvenster Detail kunt u uw foto's verscherpen om de scherpte van de randen te verbeteren en de details naar voren te brengen, en afbeeldingsruis verwijderen die de kwaliteit van een foto nadelig kan beïnvloeden. Afbeeldingsruis bestaat uit luminantieruis (grijswaarden), die een afbeelding korrelig maakt, en chromaruis (kleurruis), die meestal de vorm heeft van gekleurde artefacten in de afbeelding. Foto's die zijn genomen met hoge ISO-snelheden kunnen merkbare ruis bevatten.

Verscherpen
Ruisreductie Reductie kleurruis
Korrel

Verscherpen:

Verplaats de schuifregelaar naar rechts voor meer detail.

  • Straal: Hiermee past u de grootte aan van de details waarop de verscherping wordt toegepast. Gebruik een lage straalinstelling voor foto's met veel details. Een grotere straal is geschikter voor foto's met grovere details. Wanneer u een te grote straal instelt, oogt het resultaat onnatuurlijk.
  • Detail: Hiermee bepaalt u hoeveel vaak voorkomende gegevens worden verscherpt in de afbeelding en in hoeverre de verscherping de randen benadrukt. Bij een lagere instelling worden vooral de randen verscherpt om vervaging te verwijderen. Hogere waarden zijn vooral nuttig als u structuren in de afbeelding meer in het oog wilt doen springen.
  • Masker: Hiermee bestuurt u een randmasker. Als u nul (0) kiest, worden alle aspecten van de afbeelding in dezelfde mate verscherpt. Als u 100 kiest, blijft het verscherpen grotendeels beperkt tot de gebieden bij de scherpste randen.

Ruisreductie:

Verplaats de schuifregelaar naar rechts voor minder luminantieruis.

  • Detail: Hiermee wordt de drempel voor luminantiedetail ingesteld. Handig voor foto's met veel ruis. Hogere waarden behouden meer details, maar de resultaten kunnen meer ruis bevatten. Lagere waarden geven resultaten met minder ruis, maar verwijderen wellicht ook details.
  • Contrast: Hiermee wordt het luminantiecontrast ingesteld. Handig voor foto's met veel ruis. Hogere waarden behouden het contrast, maar kunnen vlekken met ruis veroorzaken. Lagere waarden geven resultaten met minder ruis, maar wellicht ook minder contrast.

Reductie kleurruis:

Verplaats de schuifregelaar naar rechts voor minder kleurruis.

  • Detail: Hiermee wordt de drempel voor kleurdetail ingesteld. Hogere waarden beschermen dunne, gedetailleerde en gekleurde randen, maar kunnen zorgen voor kleurspikkels. Lagere waarden verwijderen kleurspikkels, maar kunnen overvloeien van kleuren veroorzaken.
  • Vloeiendheid: Hogere waarden zorgen voor een zachter effect op kleurspikkels.

Korrel:

Verplaats de schuifregelaar naar rechts om filmkorrel toe te voegen.

  • Grootte: Hiermee bepaalt u de grootte van het partikel van de korrel. Bij een grootte van 25 of meer wordt blauw toegevoegd om het effect er beter uit te laten zien met ruisreductie.
  • Ruwheid: Hiermee bepaalt u de regelmaat van de korrel. Verschuif naar links om korrels meer uniform te maken of naar rechts om de korrels meer ongelijkmatig te maken.

Optica

Veel voorkomende cameralensproblemen oplossen

Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en focusafstanden. U kunt deze problemen oplossen en/of tot het minimum beperken met de opties in het deelvenster Optica.

Kleurafwijking corrigeren

Kleurafwijking heeft de vorm van een kleurenrand langs de randen van objecten. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens niet in staat is verschillende kleuren scherp te stellen op hetzelfde punt, door afwijkingen in de microlenzen van de sensor en door de zon.

Kleurafwijking:

Schakel het selectievakje in om automatisch blauwe/gele en rode/groene randen in uw afbeelding te corrigeren.  

Deelvenster Optica
Deelvenster Optica
Kleurafwijking corrigeren
(Links) Originele foto (rechtsboven), ingezoomd op het gedeelte van de foto met blauw/gele randen en (rechtsonder) na correctie van chromatische aberratie.

Lenscorrecties inschakelen

Lightroom CC bevat een groot aantal lensprofielen die u kunt gebruiken om veel voorkomende, door de lens veroorzaakte afwijkingen (zoals geometrische vervorming en vignettering) te corrigeren. De profielen zijn gebaseerd op metagegevens die de camera en de lens identificeren waarmee de foto is vastgelegd. De profielen zorgen voor de nodige compensatie.

  1. Schakel in het deelvenster Optica het selectievakje Lenscorrecties inschakelen in.

    Lenscorrectie inschakelen
    Lenscorrectie inschakelen

    In Lightroom CC wordt automatisch een passend lensprofiel geselecteerd op basis van de informatie over het cameramodel, de brandpuntsafstand, de f-stop en de focusafstand in de metagegevens van uw foto.

    Ondersteuning voor camera's met ingebouwd lensprofiel

    Lenscorrectie voor alle Micro 4/3 (MFT)-lenzen en -camera's, waaronder Panasonic, Olympus en andere camera's (Fuji X, Leica Q en een groot aantal point-and-shoot-modellen van Canon) vindt automatisch plaats zonder dat u iets hoeft te doen.

    Als uw lens automatisch wordt ondersteund, wordt in Lightroom CC het bericht 'Ingebouwd lensprofiel toegepast' weergegeven in het deelvenster Optica (zie onderstaande afbeelding).

    Ingebouwd lensprofiel toegepast
    Ingebouwd lensprofiel toegepast. Klik op het pictogram Info om informatie over het lensprofiel weer te geven.
  2. (Optioneel) Als in Lightroom CC niet automatisch een passend lensprofiel wordt gevonden of als u de automatische selectie wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk:

    1. Klik op het huidige lensprofiel om de automatische selectie te wijzigen of klik op Selecteer handmatig een profiel als een lensprofiel niet automatisch wordt gevonden in Lightroom CC.
    2. Selecteer in het dialoogvenster Selecteer een lensprofiel een merk, model en profiel.

    Afhankelijk van of u een RAW-bestand of een bestand met een andere indeling aanpast, worden verschillende beschikbare lensprofielen weergegeven. Zie Ondersteuning van het lensprofiel voor een overzicht van ondersteunde lenzen.

    Selecteer handmatig een lensprofiel
    Selecteer handmatig een profiel
    Dialoogvenster Selecteer een lensprofiel
    Dialoogvenster Selecteer een lensprofiel

  3. Pas zo nodig de correctie aan die wordt toegepast met het profiel door de volgende schuifregelaars te verslepen:

    Correctie vervorming:

    Met de standaardwaarde 100 wordt 100% van de vervormingscorrectie in het profiel toegepast. Met waarden van meer dan 100 wordt meer correctie toegepast op de vervorming en met waarden van minder dan 100 wordt minder correctie toegepast op de vervorming.

    Vignetten lens:

    Met de standaardwaarde 100 wordt 100% van de vignetcorrectie in het profiel toegepast. Met waarden van meer dan 100 wordt meer correctie toegepast op vignetten en met waarden van minder dan 100 wordt minder correctie toegepast op vignetten.

Geometrie

Geometrisch perspectief in uw foto's aanpassen

Een korte afstand tot het onderwerp, en bepaalde typen lenzen kunnen het perspectief vervormen en ertoe leiden dat rechte lijnen gebogen, schuin of scheef in uw foto's worden weergegeven. U kunt deze afwijkingen corrigeren met de functies in het deelvenster Geometrie.

Upright-modi in het deelvenster Geometrie.
Upright-modi in het deelvenster Geometrie.

De functie Upright biedt vier opties voor automatische perspectiefcorrectie: Automatisch, Vlak, Verticaal en Volledig, plus een optie Met hulplijnen. Nadat u Upright hebt toegepast, kunt u de aanpassing verfijnen met de schuifregelaars Handmatige transformaties.

Een Upright-modus kiezen voor perspectiefcorrectie

  1. Kies een foto die u wilt corrigeren.

    Originele foto met vervormde geometrie.
    Originele foto met vervormde geometrie.

  2. (Aanbevolen) Open in de weergave Detail de functie Bewerken en navigeer naar het deelvenster Optica. Schakel het selectievakje Lenscorrecties inschakelen in.

    Opmerking:

    U wordt aangeraden om lenscorrecties in te schakelen voordat u de foto verwerkt met de Upright-modi.

  3. Navigeer naar het deelvenster Geometrie. Kies in het menu Upright een optie om de bijbehorende correctie toe te passen op de foto.

    Met instructies:

    Hiermee kunt u tot vier hulplijnen tekenen op uw foto om perspectiefcorrectie aan te passen.

    Automatisch:

    Corrigeert zowel het verticale als het horizontale perspectief waarbij de algehele balans en het zichtbare gebied van de afbeelding zo veel mogelijk behouden blijven.

    Niveau:

    Corrigeert horizontaal perspectief.

    Verticaal:

    Corrigeert verticaal perspectief.

    Vol:

    Combineert alle Upright-correctietypen om het perspectief automatisch te corrigeren.

     

    Upright met hulplijnen gebruiken

    Als u ervoor kiest de modus Upright te gebruiken met instructies, gaat u als volgt te werk:

    1. Klik op het pictogram Upright met hulplijnen en teken vervolgens de hulplijnen rechtstreeks op uw foto.

    Upright met hulplijnen
    Upright met hulplijnen

    2. Nadat u ten minste twee hulplijnen hebt getekend, wordt de foto interactief getransformeerd.

    Drie hulplijnen die zijn getekend op de foto met Upright met hulplijnen
    Drie hulplijnen die zijn getekend op de foto met Upright met hulplijnen.
  4. Doorloop de modi Upright totdat u de meest geschikte instelling hebt gevonden.

    Met alle Upright-modi worden vervormings- en perspectieffouten beheerd en gecorrigeerd. De beste instelling varieert per foto. Experimenteer met de modi voordat u bepaalt welke modus het beste is voor uw foto.

  5. (Optioneel) Wanneer u het perspectief van een foto corrigeert, krijgt u mogelijk witte gebieden bij de randen van de afbeelding. Als u dit wilt voorkomen, selecteert u de optie Uitsnijden behouden om de foto volgens de originele afmetingen uit te snijden.

  6. Gebruik Handmatige transformaties om de perspectiefcorrecties verder te corrigeren: Vervorming, Verticaal, Horizontaal, Roteren, Aspect, Schalen, X-verschuiving, Y-verschuiving.

    Originele foto met vervormde geometrie.
    Originele foto met vervormde geometrie.
    Afbeelding met perspectiefcorrectie.
    Afbeelding met gecorrigeerd perspectief.
    Handmatige transformaties
    Handmatige transformaties

Bewerkingen kopiëren en plakken

Geïntroduceerd in Lightroom CC 1.4 (versie van juni 2018)

Lightroom CC stelt u in staat om de bewerkingen die u hebt aangebracht op een foto te kopiëren en plakken in meerdere foto's. U kunt ook kiezen welke bewerkinstellingen u wilt kopiëren van een foto.    

  1. Selecteer een foto.

    Als u zich in de weergave Fotoraster () of Raster met vierkante cellen () bevindt, selecteert u een foto waarvan u de bewerkinstellingen wilt kopiëren. 

    Als u zich in de weergave Detail () bevindt, kunt u de bewerkinstellingen kopiëren van uw huidige foto of de gewenste foto kiezen in de filmstrip onder aan uw huidige selectie.

  2. Kopieer alle bewerkinstellingen van de geselecteerde foto.

    Ga op een van de volgende manieren te werk om de bewerkinstellingen van de actieve foto te kopiëren:

    • Kies Foto > Bewerkinstellingen kopiëren op de menubalk.
    • Druk op de toetsen Control + C (Win) of Command + C (Mac).

    Kies de te kopiëren bewerkinstellingen van de geselecteerde foto.

    Bewerkinstellingen kopiëren van de geselecteerde foto:

    1. Kies Foto > Selecteer bewerkingsinstellingen om te kopiëren op de menubalk. U kunt ook op de toetsen Ctrl + Shift + C (Win) of Shift + Command + C (Mac) drukken.
    2. Klik in het dialoogvenster Instellingen kopiëren dat verschijnt in het pop-upmenu Selecteren bovenaan en kies een van de volgende opties:
      1. Alles: selecteert alle groepen bewerkinstellingen.
      2. Gewijzigd: selecteert alleen de bewerkinstellingen die u hebt gewijzigd of toegepast op de geselecteerde foto. 
      3. Standaard: selecteert de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
      4.  Geen: deselecteert alle bewerkinstellingen.
    3. U kunt ook handmatig specifieke instellingen selecteren of deselecteren door de groepen bewerkinstellingen uit te breiden.
    4. Kies na de selectie Kopiëren
    Kies Instellingen bewerken om te kopiëren
    Kies Instellingen bewerken om te kopiëren

  3. Selecteer een of meer foto's waarop u de gekopieerde bewerkinstellingen wilt plakken.

    Als u zich in de weergave Fotoraster () of Raster met vierkante cellen () bevindt, selecteert u een of meer foto's waarop u de bewerkinstellingen wilt plakken. 

    Als u zich in de weergave Detail () bevindt, selecteert u een of meer foto's in de filmstrip.

  4. Plak de gekopieerde instellingen.

    Voer een van de volgende handelingen uit om de gekopieerde bewerkinstellingen te plakken op de geselecteerde foto's:

    • Kies Foto > Bewerkinstellingen plakken op de menubalk.
    • Druk op de toetsen Ctrl + V (Win) of Command + V (Mac).

Voorinstellingen

Bijgewerkt in Adobe Lightroom CC 1.4 (versie van juni 2018)

Opmerking:

Vanaf Lightroom CC 1.4-versie van juni 2018 worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic CC voor desktop.

Ontwikkelvoorinstellingen voorvertonen en toepassen

  1. Als u zich in de weergave Fotoraster () of Raster met vierkante cellen () bevindt, selecteert u een foto die u wilt bewerken. Klik nu op het pictogram () in de werkbalk aan de onderkant om over te schakelen naar de weergave Detail.

    Als u zich al in de weergave Detail () bevindt, selecteert u een foto die u wilt bewerken in de filmstrip onder aan uw huidige selectie.

  2. Klik op het pictogram () in de rechterbovenhoek om het deelvenster Bewerken te openen.

    In het deelvenster Bewerken klikt u op Voorinstellingen onder aan het scherm.

  3. In het deelvenster Voorinstellingen worden de standaardvoorinstellingen gegroepeerd onder Kleur, Creatief, Zwart-wit, Details en Componenten. De door gebruikers gemaakte voorinstellingen zijn beschikbaar onder Gebruikersvoorinstellingen. Vouw de groepen uit om de bijbehorende voorinstellingen te zien.

    • Als u de effecten van een voorinstelling op uw foto wilt voorvertonen, houdt u de muisaanwijzer boven de voorinstelling in het deelvenster Voorinstellingen.
    • Als u een voorinstelling op de foto wilt toepassen, klikt u in het deelvenster Voorinstellingen op de voorinstelling.

Gebruikersvoorinstellingen maken

U kunt aangepaste ontwikkelvoorinstellingen maken op basis van de actuele bewerkingsinstellingen (in het deelvenster Bewerken) van de geselecteerde foto en deze opslaan.

  1. Kies in de weergave Detail een foto op basis waarvan u een gebruikersvoorinstelling wilt maken.

  2. Klik op het pictogram () in de rechterbovenhoek om het deelvenster Bewerken te openen.

    In het deelvenster Bewerken klikt u op Voorinstellingen onder aan het scherm.

  3. Klik in het deelvenster Voorinstellingen op het pictogram met de drie puntjes () en kies Voorinstelling maken in het pop-upmenu.

  4. Geef een naam op voor de voorinstelling in het dialoogvenster Nieuwe voorinstelling dat wordt weergegeven. Klik op Opslaan.

    De opgeslagen voorinstelling wordt toegevoegd aan de lijst met Gebruikersvoorinstellingen in het deelvenster Voorinstellingen.

Opmerking:

Als u Lightroom Classic CC-ontwikkelvoorinstellingen wilt migreren naar Lightroom CC, raadpleegt u Voorinstellingen migreren.

Gebruikersvoorinstellingen bijwerken

Ga als volgt te werk om een opgeslagen gebruikersvoorinstelling bij te werken:

  1. Klik in de weergave Detail op het pictogram () in de rechterbovenhoek om het deelvenster Bewerken te openen.

    In het deelvenster Bewerken klikt u op Voorinstellingen onder aan het scherm.

  2. Vouw in het deelvenster Voorinstellingen de groep Gebruikersvoorinstellingen uit.

  3. Selecteer de gebruikersvoorinstelling die u wilt toepassen op de foto en pas vervolgens de bewerkingsinstellingen naar wens aan (in het deelvenster Bewerken).

  4. Klik nu met de rechtermuisknop op de gebruikersvoorinstelling en selecteer de optie Bijwerken met huidige instellingen in het pop-upmenu.

Gebruikersvoorinstellingen verwijderen

Het is niet mogelijk geïntegreerde Lightroom CC-voorinstellingen te verwijderen. U kunt alleen de gebruikersvoorinstellingen verwijderen.

  1. Klik in de weergave Detail op het pictogram () in de rechterbovenhoek om het deelvenster Bewerken te openen.

    In het deelvenster Bewerken klikt u op Voorinstellingen onder aan het scherm.

  2. Klik in het deelvenster Voorinstellingen met de rechtermuisknop op een gebruikersvoorinstelling en kies Verwijderen in het pop-upmenu.

  3. Klik in het dialoogvenster Voorinstelling verwijderen ter bevestiging op Verwijderen. Klik anders op Annuleren.

Voorinstellingen beheren

Met Lightroom CC kunt u verschillende voorinstellingsgroepen tonen of verbergen die worden weergegeven in het deelvenster VoorinstellingenKleur, Creatief, Zwart-wit, Curve, Korrel, Verscherpen, Vignettering en Gebruikersvoorinstellingen.

Voer de onderstaande stappen uit om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen in Lightroom CC:

Opmerking:

Uw instellingen om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen zijn specifiek voor elke computer of elk apparaat. U kunt bijvoorbeeld enkele voorinstellingsgroepen verbergen in Lightroom CC voor desktop maar ze blijven zichtbaar in Lightroom CC op uw mobiele apparaat en vice versa.   

  1. Klik op het pictogram () in de rechterbovenhoek om het deelvenster Bewerken te openen.

    In het deelvenster Bewerken klikt u op Voorinstellingen onder aan het scherm.

  2. Klik in het deelvenster Voorinstellingen op het pictogram met de drie puntjes () en kies Voorinstellingen beheren in het pop-upmenu.

  3. Selecteer onder Beheren de voorinstellingsgroepen die u wilt weergeven in het deelvenster Voorinstellingen. Deselecteer de profielgroepen die u wilt verbergen in het deelvenster Voorinstellingen.

  4. Klik op Terug om terug te keren naar het deelvenster Voorinstellingen.

Het deelvenster Voorinstellingen geeft nu alleen die voorinstellingsgroepen weer die u hebt geselecteerd bij de optie Voorinstellingen beheren.

Fotobewerkingen herstellen

Bijgewerkt in Adobe Lightroom CC 1.4 (versie van juni 2018)

Met Lightroom CC kunt u uw bewerkte foto herstellen naar de oorspronkelijke staat (toen u deze voor het eerst importeerde). U kunt ook uw fotobewerkingen herstellen naar de staat toen u deze voor het laatst opende in Lightroom CC. U moet zich bevinden in de weergave Detail om uw fotobewerkingen te herstellen.

  1. De foto openen in de weergave Detail

    Als u zich in de weergave Fotoraster () of Raster met vierkante cellen () bevindt, selecteert u een bewerkte foto die u wilt herstellen. Klik nu op het pictogram () in de werkbalk aan de onderkant om over te schakelen naar de weergave Detail.

    Als u zich al in weergave Detail () bevindt, selecteert u de foto die u wilt herstellen in de filmstrip onderin uw huidige selectie.

  2. De foto herstellen naar de oorspronkelijke staat

    Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Ga via de menubalk naar Foto > Herstellen naar origineel
    • Druk op Shift + R.

    De foto herstellen naar de laatste geopende staat

    Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Ga via de menubalk naar Foto > Herstellen tot Openen
    • Druk op Shift + Command + R.

Algemene vragen

Aangepaste voorinstellingen en profielen van derden installeren

Hoe migreer ik profielen van Lightroom Classic CC naar Lightroom CC?

Zie Profielen importeren voor instructies.  

Opmerking:

Als u uw Lightroom Classic CC-ontwikkelvoorinstellingen naar Lightroom CC wilt migreren, zie dan Voorinstellingen migreren.

Hoe gebruik ik mijn Lightroom Classic CC-profielen en -voorinstellingen in Lightroom CC voor mobiel?

  1. Installeer Lightroom CC op uw desktop.  

  2. Start Lightroom CC desktop.  

    Wanneer u Lightroom CC desktop (v1.4 juni 2018 release of later) voor het eerst start na installatie of een update, worden de bestaande Lightroom Classic-profielen en voorinstellingen op uw computer automatisch naar Lightroom CC gemigreerd.

  3. (Optioneel) Voer een van de volgende handelingen uit als u wijzigingen doorvoert of nieuwe voorinstellingen toevoegt aan Lightroom Classic (na automatische migratie naar Lightroom CC desktop):

    a. Migreer de nieuwe/bijgewerkte voorinstellingen handmatig naar Lightroom CC

    Zie Voorinstellingen migreren voor instructies.

    b. Gebruik het importdialoogvenster in Lightroom CC desktop

    1. Selecteer Bestand > Profielen en voorinstellingen importeren op de menubalk.
    2. Blader in het dialoogvenster Importeren dat nu verschijnt naar het gewenste pad en selecteer de voorinstellingen die u wilt importeren. Selecteer de bestandslocatie voor Lightroom Classic CC-voorinstellingen op Win en macOS.
    3. Klik op Importeren.  
  4. Zorg ervoor dat de Lightroom CC-app op uw mobiele apparaat naar de nieuwste versie is bijgewerkt.

De voorinstellingen en profielen die u in Lightroom CC desktop hebt geïnstalleerd, worden automatisch met Lightroom CC op mobiel gesynchroniseerd.   

Hoe installeer ik nieuwe voorinstellingen en profielen in Lightroom CC?

  1. Selecteer Bestand > Profielen en voorinstellingen importeren op de menubalk.

  2. Blader in het dialoogvenster Importeren dat nu verschijnt naar het gewenste pad en selecteer de profielen of voorinstellingen die u wilt importeren. 

  3. Klik op Importeren.

Hoe installeer ik VSCO-voorinstellingen en -profielen in Lightroom CC?

  1. Installeer eerst de VSCO-voorinstellingen en -profielen in Lightroom Classic CC.

    Pakketten met VSCO-voorinstellingen bevatten een installatieprogramma.

  2. Open Lightroom CC.

  3. Importeer alle VSCO-voorinstellingen.

    Selecteer Bestand > Profielen en voorinstellingen importeren op de menubalk.

    Navigeer in het dialoogvenster Importeren dat nu verschijnt naar het onderstaande pad en selecteer de VSCO-voorinstellingen die u in Stap 1 hebt geïnstalleerd.

    Win: C:\ProgramData\Adobe\CameraRaw\Settings
    Mac: ~/Library/Application Support/Adobe/CameraRaw/Settings

    Klik op Importeren.

  4. Importeer alle VSCO-profielen.

    Selecteer Bestand > Profielen en voorinstellingen importeren op de menubalk.

    Navigeer in het dialoogvenster Importeren dat nu verschijnt naar het onderstaande pad en selecteer de VSCO-voorinstellingen die u in Stap 1 hebt geïnstalleerd.

    Win: C:\ProgramData\Adobe\CameraRaw\CameraProfiles
    Mac: ~/Library/Application Support/Adobe/CameraRaw/CameraProfiles

    Klik op Importeren.

Hoe installeer ik nieuwe XRite Passport-profielen en DNG Profile Creator-profielen in Lightroom CC?

Wanneer u Lightroom CC voor het eerst start na een update naar de nieuwste versie, worden de bestaande profielen op uw computer automatisch toegevoegd. Als u na de eerste start nieuwe XRite- of DNG Profile Creator-profielen wilt installeren, doet u het volgende:

  1. Sla de profielen van XRite of DNG Profile Creator op naar uw desktop.

  2. Open Lightroom CC.

    Selecteer Bestand > Profielen en voorinstellingen importeren op de menubalk.

  3. Blader in het dialoogvenster Importeren dat nu verschijnt, naar de profielen die u in Stap 1 hebt opgeslagen en selecteer deze.

  4. Klik op Importeren.

Hoe installeer ik met Camera Raw gemaakte V2-profielen in Lightroom CC?

  1. Selecteer in Lightroom CC Bestand > Profielen en voorinstellingen importeren op de menubalk.

  2. Navigeer in het dialoogvenster Importeren dat nu verschijnt naar het onderstaande pad en selecteer de profielen die u wilt importeren.

    Win: C:\ProgramData\Adobe\CameraRaw\CameraProfiles
    Mac: ~/Library/Application Support/Adobe/CameraRaw/CameraProfiles

  3. Klik op Importeren.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid