Handboek Annuleren

Webfotogalerieën voorvertonen, exporteren en uploaden

Voordat u een webgalerie opslaat of uploadt, kunt u deze voorvertonen in de module Web of in de standaardbrowser.

  1. Voer in de module Web een van de volgende handelingen uit:
    • Als u de webfotogalerie wilt voorvertonen in een browser, klikt u op de knop Voorvertoning in browser linksonder in het venster.
    • Als u de voorvertoning van de webgalerie wilt bijwerken in het werkgebied van de module Web, kiest u Web > Opnieuw laden in het hoofdmenu van Lightroom Classic
    Opmerking:

    De voorvertoning van de webgalerie in Lightroom Classic wordt bijgewerkt naarmate u wijzigingen aanbrengt aan de galerie; doorgaans is het dus niet nodig om de opdracht Opnieuw laden te gebruiken.

  1. Klik in de module Web op de knop Exporteren.
  2. Typ in het dialoogvenster Webgalerie opslaan een naam voor de galerie in het tekstvak Bestandsnaam en geef vervolgens een locatie op waar u de bestanden van de webfotogalerie wilt opslaan.
  3. Klik op Opslaan.

U kunt informatie over de FTP-server opgeven in het deelvenster Instellingen voor uploaden en de FTP-mogelijkheden in Lightroom Classic gebruiken om de galerie te uploaden naar een webserver. Nadat u op de knop Uploaden hebt geklikt, genereert Lightroom Classic de benodigde bestanden automatisch en brengt ze vervolgens over naar de opgegeven webserver.

Als u een afzonderlijke FTP-toepassing wilt gebruiken om de bestanden te uploaden of om een galerie voor offline weergave te genereren, kunt u de bestanden eerst exporteren. Als u op de knop Exporteren klikt, maakt Lightroom Classic een map met HTML-bestanden, afbeeldingsbestanden en andere webgerelateerde bestanden. Als u een Flash-galerie opslaat, worden ook de benodigde SWF-bestanden opgenomen. De map wordt opgeslagen op een locatie die u opgeeft.

Opmerking:

webgaleriefoto's en afbeeldingsminiaturen worden opgeslagen als JPEG-bestanden met ingesloten sRGB-profielen.

  1. In het deelvenster Instellingen voor uploaden kiest u een voorinstelling voor een webserver in het pop-upmenu FTP-server.
  2. Selecteer In submap plaatsen en typ de naam van de map (map voor webuitvoer) die de webfotogalerie zal bevatten.

    In het deelvenster Instellingen voor uploaden wordt het uitvoerpad van de server weergegeven (serverpad met submap die de bestanden voor de webgalerie bevat).

  3. Klik op de knop Uploaden.
  4. Typ in het dialoogvenster Wachtwoord invoeren het wachtwoord voor toegang tot de webserver en klik op Uploaden.

FTP-voorinstellingen maken en beheren

U kunt een of meerdere FTP-voorinstellingen configureren om webfotogalerieën te uploaden naar specifieke webservers.

Een FTP-voorinstelling maken

  1. In het deelvenster Instellingen voor uploaden aan de rechterkant van de module Web kiest u Bewerken in het pop-upmenu FTP-server.
  2. Typ de URL van de webserver in het vak Server en geef uw gebruikersnaam en wachtwoord op voor toegang tot de webserver.

    U kunt het wachtwoord opslaan in de voorinstelling van Lightroom Classic

  3. Voer een van de volgende handelingen uit om het pad naar de toepasselijke map op de webserver op te geven:
    • Typ het pad in het vak Serverpad.

    • Klik op Bladeren en navigeer naar de map.

  4. (Optioneel) Geef een poort voor de webserver op.
    Opmerking:

    Poort 21 is de standaardpoort voor webservers in het FTP-protocol, en dit is doorgaans de poort die u moet gebruiken.

  5. (Optioneel) Kies Passief in het pop-upmenu Passieve modus voor gegevensoverdracht. In de passieve modus kunnen gegevens via een firewall worden overgebracht.
  6. Kies Huidige instellingen opslaan als nieuwe voorinstelling in het menu Voorinstelling bovenaan in het dialoogvenster.
  7. Typ een naam voor de nieuwe voorinstelling in het dialoogvenster Nieuwe voorinstelling en klik op Maken.
  8. Klik op OK in het dialoogvenster FTP-bestandsoverdracht configureren.

    De FTP-voorinstelling wordt toegevoegd aan het menu FTP-server.

  9. (Optioneel) Als u nog een FTP-voorinstelling wilt maken, kiest u FTP-server > Bewerken in het deelvenster Instellingen voor uploaden. Geef vervolgens de configuratie voor de voorinstelling op en herhaal stap 6 tot en met 8.

Een serverpad opgeven

Met het serverpad geeft u aan op welke locatie op de webserver de webgaleriemap die u uploadt, moet worden geplaatst.

Bij het typen van het serverpad gebruikt u slashes om de map en submappen te specificeren. Bijvoorbeeld: /root_directory_name/www/In dit voorbeeld is 'root directory' de naam van het hoogste niveau, de map die u moet openen om toegang te krijgen tot de ruimte op de webserver. 'www' is de naam van de specifieke submap waarnaar de webbestanden worden geüpload. Controleer bij het bedrijf dat uw webhosting verzorgt het pad voor toegang tot uw openbare map op de webserver.

/root_directory_name/www/
/root_directory_name/www/
/root_directory_name/www/

Een FTP-voorinstelling bewerken

  1. In het deelvenster Instellingen voor uploaden aan de rechterkant van de module Web kiest u FTP-server > Bewerken.
  2. Kies de voorinstelling die u wilt bewerken in het menu Voorinstelling bovenaan in het dialoogvenster FTP-bestandsoverdracht configureren.
  3. Wijzig de configuratie voor de voorinstelling en kies vervolgens Voorinstelling [naam van voorinstelling] bijwerken in het menu Voorinstelling.

  4. Klik op OK.

Een FTP-voorinstelling verwijderen

  1. In het deelvenster Instellingen voor uploaden aan de rechterkant van de module Web kiest u Bewerken in het menu FTP-server.
  2. Selecteer een voorinstelling in het menu Voorinstelling.
  3. Kies Voorinstelling [naam van voorinstelling] verwijderen in het menu Voorinstelling.

  4. Klik op Verwijderen om de bewerking te voltooien en klik vervolgens op OK om het dialoogvenster FTP-bestandsoverdracht configureren te sluiten.

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?