Als u een ander naamplaatje wilt gebruiken, klikt u op de voorvertoning van het naamplaatje en maakt u een keuze in het pop-upmenu.
Als u de dekking of schaal van het naamplaatje wilt aanpassen, sleept u de schuifregelaars of voert u een percentage in.
Opmerking: U kunt het naamplaatje ook schalen door in de Dia-editor op de tekst van het naamplaatje te klikken en een greep van het selectiekader te slepen.
Als u de originele kleur van het naamplaatje in de vorm van tekst wilt wijzigen, selecteert u Kleur vervangen en klikt u op de kleurstaal rechts in het deelvenster om een nieuwe kleur te kiezen.
Als u het naamplaatje wilt verplaatsen, klikt u op de tekst van het naamplaatje in de Dia-editor en sleept u binnen het selectiekader.
Als u het naamplaatje achter de foto's wilt plaatsen, selecteert u Renderen achter afbeelding.
Opmerking: Zorg ervoor dat er voldoende van het naamplaatje achter de foto's zichtbaar is in de sjabloonlay-out.
De classificatiesterren die in de module Bibliotheek aan foto's worden toegekend, kunnen in een presentatie worden weergegeven.
Sleep de schuifregelaar of voer een schalingspercentage in.
Klik op de classificatiesterren in de Dia-editor en sleep een greep van het selectiekader.
Sleep de sterren binnen het selectiekader.
Klik op Linksom roteren of Rechtsom roteren op de werkbalk.
Bij het verplaatsen van de sterren wordt het selectiekader automatisch verankerd op bepaalde punten op de afbeeldingsrand. Hierdoor kunnen de sterren naast of binnen een afbeelding op een vaste afstand ten opzichte van de afbeeldingsrand zweven, ongeacht het formaat of de stand van de afbeelding.
U kunt dezelfde tekst voor iedere dia of voor elke dia een uniek bijschrift toevoegen. U kunt bijvoorbeeld de classificatiesterren voor een afbeelding weergeven of het bijschrift dat is vastgelegd in de metagegevens van een afbeelding.
Het pop-upmenu Aangepaste tekst en het bijbehorende tekstvak worden op de werkbalk weergegeven.
Als u uw tekst op alle dia's wilt weergeven, typt u de tekst in het vak Aangepaste tekst en drukt u op Enter (Windows) of Return (Mac OS).
Als u een specifiek bijschrift wilt weergeven voor elke dia, klikt u in het pop-upmenu Aangepaste tekst en kiest u een metagegevensoptie.
Als u de Tekstsjablooneditor wilt gebruiken voor de tekst die u onder elke dia wilt weergegeven, klikt u in het pop-upmenu Aangepaste tekst en kiest u Bewerken. Selecteer vervolgens tokens om een aangepaste tekstreeks te maken. Zie De Bestandsnaamsjablooneditor en de Tekstsjablooneditor.
De optie Tekstbedekkingen wordt automatisch geselecteerd in het deelvenster Bedekkingen, en de tekst en het selectiekader worden weergegeven in de Dia-editor.
Als u een tekstkleur wilt kiezen, klikt u op het kleurvak rechts van Tekstbedekkingen en kiest u een kleur in het pop-upvenster.
Als u de dekking van tekst wilt aanpassen, sleept u de schuifregelaar Dekking of voert u een percentage in.
Als u een lettertype wilt kiezen, klikt u op het driehoekje naast de lettertypenaam en kiest u een lettertype in het pop-upmenu.
Als u een letterbeeld wilt kiezen, klikt u op het driehoekje naast de naam en kiest u een optie in het pop-upmenu.
Als u het formaat van de tekst wilt aanpassen, sleept u een van de selectiekadergrepen.
Als u de tekst wilt verplaatsen, sleept u de tekst vanuit het kader.
Bij het verplaatsen van de tekst wordt het selectiekader automatisch verankerd op bepaalde punten op de afbeeldingsrand. Hierdoor kan de tekst naast of binnen een afbeelding op een vaste afstand ten opzichte van de afbeeldingsrand zweven, ongeacht het formaat of de stand van de afbeeldingen.
U kunt zoveel tekstvakken toevoegen als u wilt.
De tekst wordt geselecteerd en er wordt een selectiekader weergegeven.
In de Dia-editor wordt een voorvertoning van de slagschaduw weergegeven met de standaardwaarden.
Dekking
Hiermee bepaalt u hoe licht of hoe donker de schaduw is.
Verschuiving
Hiermee stelt u de afstand in tussen de schaduw en de afbeelding.
Straal
Hiermee bepaalt u hoe hard of hoe zacht de rand van de schaduw is.
Hoek
Hiermee stelt u de richting van de projectieschaduw in. Draai de knop of sleep de schuifregelaar om de hoek van de schaduw te wijzigen.
Alle tekstelementen, classificatiesterren en het naamplaatje kunnen overal binnen de lay-out van een presentatiesjabloon worden verplaatst. Wanneer ze in de Dia-editor worden geselecteerd, wordt een selectiekader weergegeven. De selectiekaders zijn verankerd op punten op de afbeeldingsrand. Hierdoor kan de tekst of het object naast of binnen een afbeelding op een vaste afstand ten opzichte van de afbeeldingsrand zweven, ongeacht het formaat of de stand van de afbeelding.
Sleep het selectiekader naar de gewenste locatie. Klik op het ankerpunt als u dit op een vaste locatie wilt instellen. Het ankerpunt wordt geel, waarmee wordt aangegeven dat het is vastgezet.
Klik op Linksom roteren of Rechtsom roteren op de werkbalk.
U kunt tekst uit een dialay-out verwijderen. Ook kunt u de tekstbedekking tijdelijk uitschakelen, zodat deze niet langer zichtbaar is in de presentatie. Als u tekst tijdelijk uitschakelt, kunt u deze op elk gewenst moment terugzetten door de tekstbedekking weer in te schakelen.
Als u tekst definitief uit een dialay-out wilt verwijderen, selecteert u de tekst of het object in de Dia-editor door hierop te klikken en vervolgens drukt u op de toets Delete.
Als u de zichtbaarheid van tekst wilt uitschakelen, heft u de selectie van Tekstbedekkingen in het deelvenster Bedekkingen op.
Opmerking: Als Tekstbedekkingen wordt uitgeschakeld, worden het naamplaatje of de classificatiesterren nog wel weergegeven.
Als u de zichtbaarheid van het naamplaatje of de classificatiesterren wilt uitschakelen, heft u de selectie van Naamplaatje of Classificatiesterren in het deelvenster Bedekkingen op of u selecteert het object in de Dia-editor en u drukt op de toets Delete. U kunt het naamplaatje of de classificatiesterren altijd weer in een dialay-out opnemen door de desbetreffende opties te selecteren in het deelvenster Bedekkingen.
Aanmelden bij je account