Opmerking:

U bekijkt Help voor Photoshop Lightroom Classic (voorheen Lightroom CC).
Niet uw versie? Bekijk Help voor Photoshop Lightroom.

Uitsnijden en roteren aanpassen

De module Ontwikkelen bevat tools en besturingselementen voor het uitsnijden en rechttrekken van foto's. Met de besturingselementen voor uitsnijden en rechttrekken in Lightroom Classic stelt u eerst een uitsnijdkader in. Daarna kunt u de afbeelding verplaatsen en roteren in verhouding tot dit uitsnijdkader. U kunt desgewenst ook de meer traditionele tools voor uitsnijden en rechttrekken gebruiken en rechtstreeks slepen in de foto.

Wanneer u de uitsnijdbedekking aanpast of de afbeelding verplaatst, geeft Lightroom Classic binnen de contour een raster van derden weer om u te helpen de uiteindelijke afbeelding samen te stellen. Terwijl u de afbeelding roteert, wordt een meer gedetailleerd raster weergegeven om u te helpen de rechte lijnen in de afbeelding uit te lijnen.

Videozelfstudie: Een afbeelding uitsnijden

Een foto uitsnijden

  1. Selecteer de tool Uitsnijdbedekking  in het regelpaneel of druk op R.

    Er verschijnt een omtrek rond de foto met handgrepen die u kunt aanpassen.

  2. Sleep met de aanwijzer Uitsnijdkader in de foto of sleep een uitsnijdhandgreep om het uitsnijdkader in te stellen. Met de hoekhandgrepen kunt u de breedte en de hoogte van de afbeelding aanpassen.

    Opmerking:

    Na het slepen van een handgreep voor uitsnijden, selecteert u de tool Uitsnijdkader om het te gaan gebruiken.

  3. Verplaats de foto door deze met het handje te slepen binnen het uitsnijdkader.
  4. (Optioneel) Selecteer Behouden voor verdraaien om het uitsnijdkader binnen het afbeeldingsgebied te houden wanneer lenscorrecties worden toegepast. Met Behouden voor verdraaien voorkomt u dat de foto wordt vervormd.
  5. Klik op de tool Uitsnijdbedekking of druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS) als u klaar bent met uitsnijden en rechttrekken.

Opmerking:

Druk op O om de rasterbedekkingen in het uitsnijdgebied te doorlopen. Kies Tools > Toolbedekking > Automatisch tonen als u het uitsnijdraster alleen wilt weergeven tijdens het uitsnijden. Kies Tools > Toolbedekking > Nooit tonen als u het uitsnijdraster wilt uitschakelen.

Uitsnijden naar een opgegeven verhouding

  1. Selecteer de tool Uitsnijdbedekking  in het regelpaneel.

    Het hangslotpictogram in de toollade geeft aan en bepaalt of de verhouding bij het gebruik van de besturingselementen voor uitsnijden behouden blijft.

  2. Kies een verhouding in het pop-upmenu Verhoud naast het hangslotpictogram. Kies Origineel om de originele verhouding van de foto op te geven. Kies Aangep. waarde inv. om een niet-vermelde verhouding op te geven.

    Opmerking:

    Druk op Shift + A om de tool Uitsnijdbedekking te selecteren met de laatst gebruikte verhouding.

    Binnen Lightroom Classic kunnen maximaal vijf aangepaste uitsnijdverhoudingen worden opgeslagen. Als u meerdere aangepaste verhoudingen maakt, verdwijnen de oudere uit de lijst.

  3. Sleep een uitsnijdhandgreep om het uitsnijdkader in te stellen of sleep met de tool Uitsnijdkader .

    Opmerking:

    Druk tijdens het slepen van een uitsnijdhandgreep op Shift om de huidige verhouding tijdelijk te beperken.

De uitsnijdoriëntatie omwisselen

  1. Selecteer de tool Uitsnijdbedekking  in het regelpaneel.
  2. Sleep in de foto om het uitsnijdkader in te stellen.
  3. Druk op X om de oriëntatie te wijzigen van Liggend in Staand of van Staand in Liggend.

Een foto rechttrekken

  1. Selecteer de tool Uitsnijdbedekking  in het regelpaneel en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Roteer de foto met behulp van de schuifregelaar Hoek.

    • Roteer de foto door de aanwijzer buiten een hoekgreep te plaatsen zodat het pictogram Roteren  wordt weergegeven en sleep om de afbeelding te roteren. Het middelpunt van het uitsnijdkader vormt de as van de rotatie.

    • Selecteer de tool Hoek  en sleep in de foto langs een horizontale of verticale lijn.

Opmerking:

Als u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houdt terwijl de tool Rechttrekken is geselecteerd, wordt een raster weergegeven waarmee u de foto kunt rechttrekken.

Uitsnijden of rechttrekken ongedaan maken of opnieuw uitvoeren

  1. Klik op Opnieuw instellen in de toollade van de tool Uitsnijdbedekking.

Een foto roteren of spiegelen in de module Ontwikkelen

  • Kies Foto > Linksom roteren of Rechtsom roteren om een foto te roteren in stappen van 90 graden. Zie Een foto rechttrekken als u een foto in kleinere stappen wilt roteren. De foto wordt linksom of rechtsom rond het middelpunt geroteerd.
  • Kies Foto > Horizontaal spiegelen als u een foto horizontaal van voren naar achteren wilt spiegelen, zodat er een spiegelbeeld ontstaat. Objecten die eerst links in beeld stonden, staan nu aan de rechterzijde en andersom. De tekst in de foto wordt in omgedraaid spiegelbeeld weergegeven.
  • Kies Foto > Verticaal spiegelen als u een foto van voren naar achteren wilt spiegelen, zodat er een ondersteboven spiegelbeeld ontstaat.

Verscherpen en ruisreductie

Een foto verscherpen

In de workflow binnen Lightroom Classic worden foto's in twee fasen verscherpt: Tijdens het weergeven en bewerken van foto's en wanneer u ze afdrukt of exporteert. Verscherpen maakt deel uit van de standaardcamerainstellingen die automatisch in Lightroom Classic op uw foto's worden toegepast.

Wanneer een foto in Lightroom Classic wordt geëxporteerd, afgedrukt of in pixels wordt omgezet voor bewerking in een externe editor, wordt de verscherpingsinstelling van de afbeelding toegepast op het gerenderde bestand.

  1. Zoom in de module Ontwikkelen tot minstens 100% in op de foto.
  2. Sleep in het deelvenster Navigator om een gebied van de foto te zien waarin het effect van de verscherping is gemarkeerd.
  3. Pas een of meerdere van de volgende verscherpingsinstellingen aan in het deelvenster Details:

    Hoeveel

    Hiermee past u de scherpte van de randen aan. Verhoog de waarde Hoeveel om de verscherping te verhogen. Met de waarde nul (0) schakelt u de verscherping uit. In het algemeen geldt dat u duidelijkere afbeeldingen krijgt als u Hoeveel op een lagere waarde instelt. Met de aanpassing worden pixels gezocht die met de opgegeven drempel verschillen van omringende pixels en wordt het contrast van deze pixels met de opgegeven hoeveelheid vergroot.

    Straal

    Hiermee past u de grootte aan van de details waarop de verscherping wordt toegepast. Gebruik een lage straalinstelling voor foto's met bijzonder veel details. Een grotere straal is geschikter voor foto's met grovere details. Wanneer u een te grote straal instelt, oogt het resultaat onnatuurlijk.

    Details

    Hiermee bepaalt u hoeveel vaak voorkomende gegevens worden verscherpt in de afbeelding en in hoeverre de verscherping de randen benadrukt. Bij een lagere instelling worden vooral de randen verscherpt om vervaging te verwijderen. Hogere waarden zijn vooral nuttig als u structuren in de afbeelding meer in het oog wilt doen springen.

    Masker

    Hiermee bestuurt u een randmasker. Als u nul (0) kiest, worden alle aspecten van de afbeelding in dezelfde mate verscherpt. Als u 100 kiest, blijft het verscherpen grotendeels beperkt tot de gebieden bij de scherpste randen.

Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) tijdens het slepen van een regelaar ingedrukt om te zien welke gebieden veranderen (witte gebieden) en welke gebieden worden gemaskeerd (zwarte gebieden).

Opmerking:

Als u verscherpen wilt uitschakelen, stelt u de schuifregelaar Hoeveel in op nul (0) of klikt u in het deelvenster Details op het pictogram Aan/Uit .

Videozelfstudie: Een afbeelding verscherpen

Afbeeldingsruis reduceren

Onder afbeeldingsruis worden de zichtbare elementen van buitenaf verstaan die de afbeeldingskwaliteit nadelig beïnvloeden. Afbeeldingsruis bestaat uit luminantieruis (grijswaarden), die een afbeelding korrelig maakt, en chromaruis (kleurruis), die meestal de vorm heeft van gekleurde artefacten in de afbeelding. Foto's die zijn genomen met hoge ISO-snelheden of goedkopere digitale camera's kunnen opvallende ruis hebben.

Afbeeldingsruis reduceren in Lightroom Classic CC
Verplaats de schuifregelaar Kleurtint naar rechts om chromatische ruis te verlagen (rechtsonder). U ziet dan minder kleurpixels in vergelijking met het origineel (rechtsboven).

  1. (Optioneel) Zoom tot minstens 1:1 in op de foto om de ruis in de afbeelding en het effect van de schuifregelaars beter te kunnen zien.
  2. Sleep de 1:1-voorvertoning van de afbeelding in het deelvenster Details van de module Ontwikkelen om te zien welk gebied van de foto korrelig is of ongewenste elementen bevat.
  3. Pas een of meerdere schuifregelaars aan in het gebied Ruisreductie van het deelvenster Details. De eerste drie schuifregelaars beïnvloeden de luminantieruis. De laatste twee regelaars beïnvloeden de kleurruis.

    Luminantie

    Hiermee vermindert u de luminantieruis.

    Details

    Hiermee wordt de drempel voor luminantiedetail ingesteld. Handig voor foto's met zeer veel ruis. Hogere waarden behouden meer details, maar de resultaten kunnen meer ruis bevatten. Lagere waarden geven resultaten met minder ruis, maar verwijderen wellicht ook details.

    Contrast

    Hiermee wordt het luminantiecontrast ingesteld. Handig voor foto's met zeer veel ruis. Hogere waarden behouden het contrast, maar kunnen vlekken met ruis veroorzaken. Lagere waarden geven resultaten met minder ruis, maar wellicht ook minder contrast.

    Kleur

    Hiermee vermindert u de ruis in kleuren.

    Details

    Hiermee wordt de drempel voor kleurdetail ingesteld. Hogere waarden beschermen dunne, gedetailleerde en gekleurde randen, maar kunnen zorgen voor kleurspikkels. Lagere waarden verwijderen kleurspikkels, maar kunnen overvloeien van kleuren veroorzaken.

Opmerking:

Als u ruisreductie wilt uitschakelen, stelt u de schuifregelaar Hoeveel onder Verscherpen in op nul of klikt u in het deelvenster Details op het pictogram Aan/Uit .

Videozelfstudie: Afbeeldingsruis verwijderen in Lightroom Classic

Lensvervorming corrigeren en perspectief aanpassen

Informatie over lensvervorming

Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en scherpstelafstanden. U kunt deze ogenschijnlijke lensvervormingen corrigeren met het deelvenster Lenscorrecties van de module Ontwikkelen.

Vignettering zorgt ervoor dat de randen van een afbeelding (en dan vooral de hoeken) veel donkerder zijn dan het middelpunt. Dit valt vooral op wanneer de foto een onderwerp bevat dat een gelijkmatige kleur of tint moet hebben, zoals de lucht in een landschapsfoto.

Tonvormige vertekening of vervorming zorgt ervoor dat rechte lijnen naar buiten lijken te buigen.

Kussenvormige vertekening of vervorming zorgt ervoor dat rechte lijnen naar binnen lijken te buigen.

Kleurafwijking heeft de vorm van een kleurenrand langs de randen van objecten. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens niet in staat is verschillende kleuren scherp te stellen op hetzelfde punt, door afwijkingen in de microlenzen van de sensor en door de zon. Lightroom Classic beschikt over een selectievakje waarmee blauwe/gele en rode/groene randen (ook wel laterale kleurafwijking genoemd) automatisch worden gecorrigeerd.

Lightroom 4.1 en hoger bevatten schuifregelaars voor de correctie van paarse/magenta en groene kleurafwijking (axiale kleurafwijking). Axiale kleurafwijking treedt vaak op in afbeeldingen die zijn gemaakt met een groot diafragma.

Kleurafwijking corrigeren in Lightroom Classic CC
Originele foto met blauwe/gele randen (links) en nadat de kleurafwijking is gecorrigeerd (rechtsonder).

Perspectief in de afbeelding en lensfouten automatisch corrigeren

Videozelfstudie: Lenscorrectie in Lightroom Classic

Met de profielopties in het deelvenster Lenscorrecties van de module Ontwikkelen kunt u vervormingen in veelgebruikte cameralenzen corrigeren. De profielen zijn gebaseerd op EXIF-metagegevens die de camera en de lens identificeren die de foto hebben vastgelegd. De profielen zorgen voor de nodige compensatie.

Lensprofielen worden op de volgende locatie opgeslagen:

Mac OS

/Bibliotheek/Application Support/Adobe/CameraRaw/LensProfiles/1.0/

Windows Vista of Windows 7

C:\ProgramData\Adobe\CameraRaw\LensProfiles\1.0\

Opmerking:

De beschikbare lensprofielen in het deelvenster Lenscorrecties zijn afhankelijk van het feit of u een Raw-bestand of een ander bestand aanpast. Het artikel op de ondersteuningspagina van Adobe Ondersteuning van het lensprofiel bevat meer informatie en een lijst met ondersteunde lenzen.

  1. Klik in het deelvenster Lenscorrecties van de module Ontwikkelen op Profiel en selecteer Correcties profiel inschakelen.
  2. Selecteer een ander merk, model of profiel als u het profiel wilt wijzigen.

    Opmerking:

    sommige camera's hebben maar één lens en sommige lenzen hebben maar één profiel.

  3. Pas de correctie aan door de schuifregelaars Hoeveelheid aan te passen:

    Vervorming

    Met de standaardwaarde 100 wordt 100% van de vervormingscorrectie in het profiel toegepast. Met waarden van meer dan 100 wordt meer correctie toegepast op de vervorming en met waarden van minder dan 100 wordt minder correctie toegepast op de vervorming.

    Vignetten

    Met de standaardwaarde 100 wordt 100% van de vignetcorrectie in het profiel toegepast. Met waarden van meer dan 100 wordt meer correctie toegepast op vignetten en met waarden van minder dan 100 wordt minder correctie toegepast op vignetten.

  4. (Optioneel) Als u uw wijzigingen wilt toepassen op het standaardprofiel, klikt u op Installatie en kiest u Standaardwaarden nieuw lensprofiel opslaan.

Kleurafwijking corrigeren

Klik in het deelvenster Lenscorrectie van de module Ontwikkelen op Kleur om de besturingselementen voor het corrigeren van kleurafwijking en het verwijderen van randen weer te geven.

Opmerking:

Zoom voor een betere weergave van het resultaat in op het afbeeldingsgebied met de kleurafwijking.

Zie New Color Fringe Correction Controls (Engelstalig) in Lightroom Classic Journal voor meer informatie over kleurafwijking en het corrigeren hiervan.

Rode/groene en blauwe/gele kleurverschuivingen verwijderen

  1. Schakel het selectievakje Kleurafwijking verwijderen in.

Paarse en groene randen globaal verwijderen met het pipet

  1. Klik op het pipet in het tabblad Kleur van het deelvenster Kleurcorrectie.
  2. Druk op de spatiebalk om te pannen en in te zoomen op het randgebied. (U kunt de randkleuren beter zien wanneer u de standaardzoomwaarde instelt op 2:1 of 4:1.)
  3. Klik op paarse en groene randkleuren.

    De schuifregelaars worden automatisch aangepast voor de desbetreffende kleur. Als u klikt op een kleur die buiten het bereik van de paarse of groene kleurtoon ligt, wordt een foutbericht weergegeven.

    Opmerking:

    Het uiteinde van het pipet krijgt een paarse of groene kleur als de kleur onder het pipet binnen het bereik van de paarse of groene kleurtoon ligt.

Paarse/magenta randen en groene randen globaal verwijderen

  1. Pas de schuifregelaar Hoeveelheid voor paars en groen aan. Hoe hoger de waarde, des te groter de mate waarin de kleurenranden worden verwijderd.

Let op dat u geen aanpassingen toepast die gevolgen hebben voor paarse of groene objecten in uw afbeelding.

U kunt het bereik van de paarse of groene kleurtoon dat wordt beïnvloed door de schuifregelaar Hoeveelheid aanpassen met de schuifregelaar Kleurtoon Paars en Kleurtoon Groen. Sleep een van de besturingselementen voor de eindpunten om het bereik van de desbetreffende kleuren te vergroten of te verkleinen. Sleep tussen de besturingselementen voor de eindpunten om het kleurtoonbereik te verplaatsen. De minimale ruimte tussen de eindpunten is 10 eenheden. De standaardafstand voor de groene schuifregelaars is gering om groene/gele afbeeldingskleuren (zoals bladeren) te beschermen.

Opmerking:

U kunt de randen van paarse en groene objecten beschermen met het penseel voor lokale aanpassingen. Zie Lokale randkleuren verwijderen.

Druk op Alt/Option wanneer u een schuifregelaar sleept om de aanpassing duidelijker weer te geven. De rand krijgt een neutrale kleur wanneer u sleept om de kleur te verwijderen.

Lokale randkleuren verwijderen

Met lokale penseel- en verloopaanpassingen worden randkleuren in elke kleur verwijderd.

Opmerking:

Voor de beste resultaten voert u lenscorrecties onder Transformatie uit voordat u lokale aanpassingen van de randkleur toepast.

  1. Selecteer het penseel of het verlooptool en sleep in de afbeelding. Zie Lokale aanpassingen maken.
  2. Pas de schuifregelaar Rand verwijderen aan. Met een positieve waarde wordt de kleurenrand verwijderd. Met negatieve waarden worden afbeeldingsgebieden beschermd tegen bewerkingen voor het verwijderen van randen die u globaal toepast. Met de waarde -100 wordt geen enkele rand uit het gebied verwijderd. Zo kan het toepassen van een sterke globale bewerking voor het verwijderen van paarse randen leiden tot minder verzadiging of een verandering van randen van paarse objecten in uw afbeelding. Wanneer Rand verwijderen is ingesteld op -100 en u verft met de tool over de desbetreffende gebieden, worden de gebieden beschermd en blijft de oorspronkelijke kleur ervan behouden.

Opmerking:

De functie voor het lokaal verwijderen van randen is alleen beschikbaar voor procesversie 2012.

Perspectief in de afbeelding en lensfouten handmatig corrigeren

Transformaties en vignetcorrecties kunnen worden toegepast op originele en uitgesneden fotoranden. Met lensvignetten past u de belichtingswaarden aan, zodat donkere hoeken lichter worden.

  1. Klik in het deelvenster Lenscorrecties op Handmatig.
  2. Pas een van de volgende instellingen aan bij Transformatie:

    Vervorming

    Sleep naar rechts om tonvormige vertekening te corrigeren en lijnen die bij het middelpunt vandaan buigen te corrigeren. Sleep naar links om kussenvormige vertekening te corrigeren en lijnen die naar het middelpunt toe buigen te corrigeren.

    Verticaal

    Hiermee corrigeert u het perspectief dat wordt veroorzaakt doordat de camera onder een hoek naar boven of beneden wordt gehouden. Verticale lijnen lijken zo parallel te lopen.

    Horizontaal

    Hiermee corrigeert u het perspectief dat wordt veroorzaakt doordat de camera onder een hoek naar links of rechts wordt gehouden. Horizontale lijnen lijken zo parallel te lopen.

    Roteren

    Hiermee corrigeert u een niet rechtgehouden camera. Het middelpunt van de originele, niet-uitgesneden foto vormt de as van de rotatie.

    Schaal

    Hiermee past u de afbeeldingsschaal naar boven of beneden aan. Op deze manier worden lege gebieden verwijderd die door perspectiefcorrecties en -vervorming zijn veroorzaakt. Hiermee worden gebieden van de afbeelding weergegeven die buiten het uitsnijdkader vallen.

    Uitsnijden behouden

    Het uitsnijden blijft beperkt tot het afbeeldingsgebied, zodat er geen grijze randpixels voorkomen in de uiteindelijke foto.

  3. Pas bij Vignetten lens een of beide van de twee volgende instellingen aan:

    Hoeveel

    Verplaats deze schuifregelaar naar rechts (positieve waarden) om de hoeken van de foto lichter te maken. Verplaats deze schuifregelaar naar links (negatieve waarden) om de hoeken van de foto donkerder te maken.

    Middelpunt

    Sleep deze schuifregelaar naar links (lagere waarde) om de aanpassing Hoeveelheid toe te passen op een groter gebied bij de hoeken vandaan. Sleep de schuifregelaar naar rechts (hogere waarde) om de aanpassing te beperken tot een gebied vlak bij de hoeken.

Vignet-, filmkorrel- en neveleffecten

Na het bijsnijden een vignet toepassen

Gebruik de opties Vignetten na uitsnijden in het deelvenster Effecten om een donker of licht vignet toe te passen voor een artistieke foto. Een vignet na uitsnijden kan zowel op een uitgesneden als op een niet-uitgesneden foto worden toegepast.

In Lightroom Classic worden met vignetstijlen na uitsnijden de belichting van de uitgesneden afbeelding adaptief aangepast, waarbij het oorspronkelijke afbeeldingscontrast behouden blijft en een aantrekkelijker ogend effect ontstaat.

  1. Kies een optie in het menu Stijl in het gebied Vignetten na uitsnijden van het deelvenster Effecten in de module Ontwikkelen:

    Prioriteit hooglichten

    Hiermee worden de hooglichten hersteld, maar dit kan tot kleurverschuivingen in donkere gebieden van een foto leiden. Deze optie is geschikt voor foto's met heldere afbeeldingsgebieden, zoals uitgeknipte spiegelende hooglichten.

    Kleurprioriteit

    Hiermee worden kleurverschuivingen in donkere gebieden van een foto geminimaliseerd, maar kunnen hooglichten niet worden hersteld.

    Verfbedekking

    De uitgesneden afbeeldingswaarden worden gemengd met zwarte of witte pixels. Dit kan tot een doffe foto leiden.

  2. Pas de schuifregelaars aan:

    Hoeveel

    Met negatieve waarden maakt u de hoeken van de foto donkerder. Met positieve waarden maakt u de hoeken lichter.

    Middelpunt

    Met lagere waarden wordt de aanpassing Hoeveel toegepast op een groter gebied bij de hoeken vandaan. Met hogere waarden blijft de aanpassing beperkt tot een gebied dichter bij de hoeken.

    Ronding

    Met lagere waarden wordt het vigneteffect ovaalvormig. Met hogere waarden wordt het vigneteffect ronder.

    Doezelaar

    Met lagere waarden wordt de verzachting tussen het vignet en de omringende pixels van het vignet gereduceerd. Hogere waarden leiden tot meer verzachting.

    Hooglichten

    (Alleen Prioriteit hooglichten en Kleurprioriteit) Hiermee bepaalt u de mate van hooglichtcontrast die behouden blijft wanneer de waarde voor Hoeveel negatief is. Geschikt voor foto's met kleine hooglichten, zoals kaarsen en lampen.

Korreligheid op de film simuleren

Het gedeelte Korrel van het deelvenster Effecten bevat besturingselementen waarmee u een stijleffect kunt simuleren dat doet denken aan bepaald filmmateriaal. U kunt het korreleffect ook gebruiken om elementen te verhullen waarvoor het aantal pixels is gewijzigd.

Met de besturingselementen Grootte en Ruwheid wordt het teken van de korrel bepaald. Controleer de korrel op verschillende zoomniveaus zodat u zeker weet dat het teken correct wordt weergegeven.

Korreligheid op de film simuleren in Lightroom Classic CC
Geen korrel toegepast (boven); korrel toegepast (onder).

Hoeveel

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid korrel die wordt toegepast op de afbeelding. Sleep de regelaar naar rechts om de hoeveelheid te verhogen. Stel de regelaar in op nul om korrel uit te schakelen.

Grootte

Hiermee bepaalt u de grootte van het partikel van de korrel. Bij een grootte van 25 of meer wordt blauw toegevoegd om het effect er beter uit te laten zien met ruisreductie.

Ruwheid

Hiermee bepaalt u de regelmaat van de korrel. Sleep naar links om korrels meer uniform te maken of naar rechts om de korrels meer ongelijkmatig te maken.

Nevel verwijderen

Opmerking:

Met ingang van Lightroom Classic CC 7.3 (versie van april 2018) is de schuifregelaar Nevel verwijderen van het deelvenster Effecten verplaatst naar het deelvenster Standaard in de module Ontwikkelen. Zie De algemene kleurverzadiging instellen.    

In Lightroom Classic kunt u eenvoudig de hoeveelheid nevel of mist in een foto aanpassen. Breng eerst basisaanpassingen aan de foto aan, ga dan naar het deelvenster Effecten van de module Ontwikkelen en verplaats de schuifregelaar Nevel verwijderen.

Nevel verwijderen in Lightroom Classic CC
De hoeveelheid nevel of mist in een foto verminderen

Hoeveel

Hiermee regelt u de hoeveelheid nevel in een foto. Schuif naar rechts om nevel te verwijderen en sleep naar links om nevel toe te voegen.

Opmerking: Nevel verwijderen is ook als een lokale aanpassing beschikbaar. Pas de schuifregelaar Nevel verwijderen aan terwijl u met het radiaalfilter, het gegradueerd filter of het aanpassingspenseel werkt. Zie Lokale aanpassingen toepassen en De tool Radiaalfilter gebruiken voor meer informatie.

Nevel verwijderen als een lokale aanpassing in Lightroom Classic CC
Nevel verwijderen als een lokale aanpassing

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid