Handboek Annuleren

Foto's bewerken in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)

  1. Handboek Adobe Lightroom
  2. Inleiding
    1. Nieuw in Lightroom
    2. Systeemvereisten voor Lightroom
    3. Lightroom | Algemene vragen
    4. Lightroom-lesbestanden
    5. Werken met Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten
    6. Voorkeuren instellen
  3. Leren in de app
    1. Leren en inspireren in de app
    2. Leren en inspireren in de app | Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    3. Leren en inspiratie in de app | Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
  4. Foto's toevoegen, importeren en vastleggen
    1. Foto's toevoegen
    2. Foto's vastleggen met Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    3. Foto's vastleggen met Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
    4. Foto's importeren in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    5. Foto's en video's importeren in Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
  5. Foto's ordenen
    1. Foto's ordenen
    2. Foto's van personen vinden en ordenen in de weergave Personen
    3. Foto's zoeken en indelen in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    4. Foto's zoeken en indelen in Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
  6. Foto's bewerken
    1. Foto's bewerken
    2. Maskeren in Lightroom
    3. Foto's bewerken in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    4. Foto's bewerken in Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
    5. Foto's samenvoegen tot HDR's, panorama's en HDR-panorama's
    6. Verbeter eenvoudig de afbeeldingskwaliteit in Lightroom
  7. Video's bewerken
    1. Video's bewerken 
    2. Foto's bewerken in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    3. Foto's bewerken in Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
  8. Opslaan, delen en exporteren
    1. Uw foto's exporteren of delen
    2. Foto's exporteren en delen in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    3. Foto's opslaan, delen en exporteren met Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
  9. Lightroom voor mobiele apparaten, tv en op het web
    1. Aan de slag met Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    2. Aan de slag met Lightroom voor mobiele apparaten (Android)
    3. Adobe Photoshop Lightroom op het web
    4. De app Lightroom voor Apple TV installeren
    5. Snelkoppelingen gebruiken in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS en Android)
    6. Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten en Apple TV | Veelgestelde vragen
    7. Lightroom-foto's en -video's weergeven op uw tv
    8. Voorinstellingen toevoegen/synchroniseren met mobiele apparaten
  10. Foto's migreren
    1. Apple-fotobibliotheek migreren naar Lightroom
    2. Foto's en video's migreren van Lightroom Classic naar Lightroom
    3. Foto's migreren van Photoshop Elements naar Lightroom

Leer hoe u foto's kunt bewerken met aangepaste voorinstellingen, hoe u radiale en gegradueerde filters kunt toepassen, lokale aanpassingen kunt aanbrengen, de copyrightgegevens van foto's en albums kunt bewerken en nog veel meer. U kunt ook op de door u gewenste manier uw foto's retoucheren, nevel verwijderen en uw foto's verbeteren.

Deelvensters in de loepweergave

Wanneer u een foto op een iPhone of iPad opent in de loepweergave van Lightroom voor mobiele apparaten (iOS), kunt u in de volgende deelvensters werken:

Bewerken

Bewerk de foto handmatig met diverse schuifregelaars, zoals Witbalans, Temperatuur, Belichting en Contrast. Snijd uw foto's uit en pas lokale aanpassingen toe op specifieke delen van uw foto met behulp van Maskeren.

Classificeren en beoordelen (alleen iPhone)

Doorloop uw album om uw foto's snel te classificeren en van een vlag te voorzien. Zie het deelvenster Classificeren en beoordelen voor meer informatie.

Info

Wijzig de titel, het bijschrift en de copyrightgegevens van uw foto's. Classificeer uw foto en markeer de foto met een vlag. Geef de metagegevens weer die aan uw foto zijn gekoppeld. Zie het deelvenster Info voor meer informatie.

Selectieve bewerkingen toepassen

Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten 7.0 (versie van oktober 2021) gelden de volgende workflows niet langer. Zie Maskeren in Lightroom voor iOS als u meer informatie wilt over de nieuwste tools voor lokale aanpassingen.

Met de besturingselementen voor selectieve bewerkingen in het deelvenster Bewerken kunt u correcties in een bepaald gebied van een foto aanbrengen. U kunt bijvoorbeeld een gezicht lichter maken, zodat het beter uitkomt in een portret. U kunt lokale correcties doorvoeren met een van de volgende selectietools:

  • Met de tool Penseelselectie kunt u specifieke delen van een afbeelding selecteren door er met het penseel overheen te gaan en aanpassingen zoals belichting, scherpte en helderheid op het geselecteerde gebied van de foto aan te brengen.
  • Met de tool Radiale selectie kunt u selectief de belichting, het contrast, de helderheid en andere aspecten in een bepaald gebied van een foto wijzigen. U kunt de vorm en de afmetingen van dat gebied bepalen.
  • Met de tool Lineaire selectie  kunt u deze wijzigingen geleidelijk toepassen op een gebied van een foto. U kunt dit gebied net zo breed of smal maken als u wilt.
  • (Technology Preview) Met de tool Diepteselectie kunt u snel een dieptetoewijzing omzetten in een selectie die u kunt wijzigen met een penseel. Deze selectietool werkt alleen voor HEIC-beelden met gegevens over dieptetoewijzing die zijn vastgelegd met de in-app-camera van Lightroom (Modus voor diepte vastleggen) of andere opnametools. Om deze selectietool te gebruiken schakelt u Dieptemasker maken in onder Technology Previews in het app-menu Instellingen.

Selectieve bewerkingen zijn niet-destructief en worden niet definitief toegepast op de foto.

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Edit (Bewerken) op het pictogram Selective (Selectief) onder aan het scherm.

  2. Tik op het +-teken dat linksboven verschijnt en selecteer een van de tools voor selectieve bewerking: Penseelselectie, Radiale selectie, Lineaire selectie of Diepteselectie (Tech Preview).

  3. Tik op de foto om de selectiebedekking weer te geven.

    Penseelselectie  

    • Als u de overlay wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van de overlay.
    • Gebruik het gummetje om het gewenste selectiegebied van de penseel te wissen.
    • Om de grootte, de doezelaar of de stroom van het penseel of het gummetje te wijzigen, raakt u het corresponderende besturingselement aan de linkerkant aan en sleept u naar boven of beneden op het scherm om de waarde aan te passen.
      • Grootte. Hiermee geeft u de diameter van de penseelpunt op in pixels.
      • Doezelaar. Hiermee maakt u een zachte overgang tussen het penseelgebied en de omringende pixels.
      • Stroom. Hiermee regelt u de toepassingsgraad voor de aanpassing.
    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.

    Lineaire selectie  

    • Als u de tool wilt verplaatsen op de foto, sleept u de vierkante blauwe pin in het midden van de overlay.
    • Raak de witte lijn in het midden aan en draai deze om de helling (hoek) van de bedekking aan te passen.
    • Raak een van de buitenste witte lijnen aan en sleep deze in de richting van de fotorand om het effect uit te breiden naar dat uiteinde van het spectrum. Sleep de lijn in de richting van het midden van de foto om het effect aan dat uiteinde van het spectrum te verminderen.
    • Gebruik het gummetje om het gewenste selectiegebied te wissen. 
    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.

    Radiale selectie  

    • Als u de tool wilt verplaatsen op de foto, sleept u de pin in het midden van de selectiebedekking.
    • Sleep de witte pinnen links, rechts en aan de onderkant van de bedekking om de grootte en de vorm te wijzigen.
    • Als u de Doezelaar van de overlay van de radiale selectie wilt wijzigen, tikt u op het pictogram voor de doezeling aan de linkerkant en sleept u naar boven of naar beneden op het scherm. Terwijl u sleept, wordt de waarde van de doezelaar (%) boven aan het scherm weergegeven.
    • Als u de bewerkingen buiten de overlay van de radiale selectie wilt toepassen, tikt u op het pictogram aan de linkerkant van het scherm. Klik nogmaals op het pictogram om de optie in of uit te schakelen.
    • Gebruik het gummetje om het gewenste selectiegebied te wissen.  
    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.

  4. Diepteselectie

    • Als u het Dieptemasker wilt wijzigen, sleept u de witte controlepinnen over de dieptetoewijzing.
    • Als u het dieptemasker wilt selecteren, tikt u op het pictogram boven in het venster. Klik nogmaals op het pictogram om de optie in of uit te schakelen.
    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de diepteselectie
    (iPhone) Selectieve bewerkingen toepassen met de diepteselectie

    Opmerking:

    Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast.

  5. Als u een selectiebedekking wilt verwijderen of dupliceren, drukt u lang op de blauwe pin in het midden van de bedekking en kiest u de vereiste optie in het pop-upmenu dat wordt weergegeven.

  6. Als u de overlay voor Penseelselectie, Lineaire selectie of Radiale selectie eenmaal hebt geplaatst, tikt u op een van de bewerkingstegels in het menu: Licht, Kleur, Effecten, Details en Optica. Gebruik de schuifregelaars in het pop-upmenu om bewerkingen toe te passen op een bepaald deel van uw foto.

  7. Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.

Vlekken en ongewenste objecten verwijderen

Gebruik de tools Retoucheerpenseel om onnodige vlekken, hoogspanningskabels, mensen, objecten of andere soortgelijke afleidingen op een foto te verwijderen.

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Retourcheerpenseel onderaan het scherm.

  2. Selecteer een van de volgende Retoucheerpenseel-tools:

    Retoucheren: Leent de textuur van het brongebied en past deze aan de kleur en toon van het doelgebied op de foto aan.

    Klonen: Hiermee dupliceert u de pixels van het brongebied in de foto naar het doelgebied.

    Zowel de tool Retoucheren als Klonen brengen de textuur geleend van het brongebied over naar het doelgebied. De tool Retoucheren houdt echter rekening met de kleuren en tinten rond het doelgebied en mengt alles met elkaar. Terwijl de Kloon precies de pixels dupliceert van het brongebied naar het doelgebied.

    Poets over het object in uw foto dat u wilt verwijderen of retoucheren met de tool Retoucheren of Klonen geselecteerd. Nadat u over het object hebt geveegd in uw foto, ziet u twee witte selectiekaders. Een wit selectiekader over het object dat u hebt geschilderd, geeft het doelgebied aan. Een ander wit selectiekader met een pijl die wijst naar het doelgebied geeft het brongebied aan.

    Wijzig zo nodig de grootte, doezelaar of de dekking van de geselecteerde tool Retoucheerpenseel.

    • Grootte. Hiermee geeft u de diameter van de penseelpunt op in pixels.
    • Doezelaar. Hiermee bepaalt u de zachte overgang tussen het penseelgebied en de omringende pixels in het doelgebied.
    • Dekking. Hiermee bepaalt u de dekking van de aanpassing die op het doelgebied is toegepast.
    (iPhone) Tik op de besturingselementen aan de linkerkant. Vervolgens sleept u omhoog of omlaag op het scherm om de waarde aan te passen. (iPad) Gebruik de schuifregelaars om de waarden aan te passen.
    De tool Retoucheerpenseel gebruiken om het ongewenste object uit de foto te verwijderen
    (iPhone) Gebruik het Retoucheerpenseel om ongewenste objecten uit de foto te verwijderen (in dit geval de persoon).

    A. Retoucheren B. Klonen C. Grootte D. Doezelaar E. Dekking F. Verwijderen van schijf G. Doelgebied H. Brongebied I. Verberg de besturing op het scherm om fotobewerkingen weer te geven 

  3. Als u het bron- of doelgebied wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van dat gebied.

    Tik op het pictogram () in de rechterbovenhoek om de fotobewerkingen op het volledige scherm weer te geven door de bedieningselementen op het scherm en de witte bron-/doelselectiekaders te verbergen.

    Retoucheeropties

    Houd de blauwe pin in het midden van het doel- of brongebied ingedrukt om het contextmenu Retoucheeropties te openen:

    • Kies Klonen of Retoucheren in het contextmenu om te schakelen tussen de tools.
    • Verwijderen: Hiermee verwijdert u het geselecteerde bron-doelgebiedspaar.
    • Retoucheerpenseel herstellen: Hiermee herstelt en verwijdert u alle aanpassingen die u met de tools Retoucheerpenseel hebt aangebracht.
  4. Druk lang op een foto om een Voor-weergave weer te geven.  

Foto's uitsnijden

  1. Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Uitsnijden onder aan het scherm.

  2. De beschikbare opties voor uitsnijden worden als tegels langs de onderkant van het venster weergegeven. Veeg naar links of rechts om alle tegels te bekijken. Tik op een tegel om de bijbehorende optie toe te passen.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit voor extra opties:

    • Tik op de tegel Aspect ratio (Hoogte-breedteverhouding) om een van de beschikbare hoogte-breedteverhoudingen voor uitsnijden te selecteren.
    • Tik op de tegel Hoogte-breedteverhouding vergrendeld om de foto uit te snijden zonder gebruik te maken van een vooraf ingestelde hoogte-breedteverhouding.
    • Tik op de tegel Automatisch rechttrekken om de foto automatisch recht te trekken.
    • Tik op de tegel Linksom roteren om de foto 90 graden linksom te roteren.
    • Tik op de tegel Rechtsom roteren om de foto 90 graden rechtsom te roteren.
    • Tik op de tegel Horizontaal spiegelen om de foto horizontaal te spiegelen.
      Tik op de tegel Verticaal spiegelen om de foto verticaal te spiegelen.
    • Sleep de randen en hoeken van de hulplijn voor uitsnijden als u de vorm en grootte van de uitsnijding wilt wijzigen.
    • Sleep het uitsnijdwiel om de foto over een bepaalde hoek uit te snijden. U kunt het uitsnijdwiel slepen in het bereik van -45 tot 45 graden.
    • Tik in de hulplijn voor uitsnijden en sleep als u deze wilt verplaatsen.
  4. Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.

    Om de bewerkingen te bevestigen, tikt u op het pictogram (iPhone)/Gereed (iPad).  

Met profielen aan uw foto werken

Met profielen kunt u bepalen hoe kleuren en tinten worden weergegeven in uw foto's. De profielen zijn bedoeld als beginpunt of basis voor het bewerken van afbeeldingen.

Profielen toepassen

Opmerking:

Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten iOS 3.3 en Lightroom CC voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic voor desktop.

Met profielen kunt u bepalen hoe kleuren en tinten worden weergegeven in uw foto's. De profielen zijn bedoeld als beginpunt of basis voor het bewerken van afbeeldingen.

Bij het toepassen van een profiel op uw foto wordt de waarde van andere bewerkingsschuifregelaars niet gewijzigd of overschreven. U kunt uw foto's dus naar wens bewerken en vervolgens een profiel kiezen en toepassen op de bewerkte afbeelding.

Ga als volgt te werk om naar profielen te bladeren en deze toe te passen:

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Profielen onder aan het scherm.

    • Het Adobe Color-profiel dat momenteel is toegepast op uw foto wordt boven in het scherm weergegeven.
    • Als u op Adobe Raw tikt, wordt het menu voor profielgroepen geopend.

    (iPad) Tik in het menu van het deelvenster Bewerken in de Loepweergave op Bladeren in het deelvenster Profielen boven in het scherm.  

    Opmerking:

    Wanneer u foto's importeert, worden de profielen Adobe Color en Adobe Monochrome standaard toegepast op respectievelijk kleur- en zwart-witfoto's.

  2. (iPhone) Tik om een van de profielgroepen in het menu te kiezen om de beschikbare profielen in die groep te bekijken.

    (iPad) Vouw de gewenste profielgroepen (zie uitleg hieronder) uit om de beschikbare profielen in die groep weer te geven.

    Favorieten:

    Geeft de profielen weer die u hebt gemarkeerd als favoriet. Zie Een profiel toevoegen aan Favorieten.

    Standaard:

    Deze profielgroep is alleen beschikbaar voor niet-RAW-foto's en biedt twee profielopties: Kleur en Zwart-wit.

    Profielen voor RAW-foto's

    De volgende profielgroepen verschijnen wanneer u een RAW-foto bewerkt.

    Adobe Raw: Adobe Raw-profielen verbeteren de kleurweergave aanzienlijk en bieden een goed uitgangspunt voor het bewerken van RAW-afbeeldingen. Adobe Color-profielen zijn ontworpen om elke afbeelding een goede kleur- en tintbalans te geven en worden standaard toegepast op de RAW-foto's die u importeert in Lightroom.

    Camera Matching: Geeft profielen weer op basis van het cameramerk of -model van uw RAW-foto. Gebruik Camera Matching-profielen als u de kleurweergave in uw RAW-bestanden liever wilt laten overeenkomen met wat u ziet op het scherm van uw camera.

    Verouderd: Geeft verouderde profielen uit eerdere versies van de Lightroom-app weer.

    Creatieve profielen voor RAW- en niet-RAW-foto's

    Creatieve profielen werken met elk bestandstype, inclusief RAW-foto's, JPEG en TIFF. Deze profielen zijn ontworpen om een bepaalde stijl of een bepaald effect toe te passen op uw foto.

    Artistiek: Gebruik deze profielen voor een meer opvallende kleurweergave in uw foto, met sterkere kleurverschuivingen.

    Zwart-wit: Gebruik deze profielen voor optimale tintgradaties in zwart-witfoto's.

    Modern: Gebruik deze profielen voor unieke effecten die passen bij moderne fotografische stijlen.

    Vintage: Gebruik deze profielen om de effecten van ouderwetse foto's te repliceren.

    Opmerking:

    Wanneer u een van de profielen Artistiek, Zwart-wit, Modern of Vintage toepast, verschijnt in Lightroom voor mobiele apparaten een extra schuifregelaar Hoeveelheid waarmee u de intensiteit van het profiel kunt instellen.  

  3. U kunt horizontaal naar rechts of links vegen over de profielminiaturen om door alle beschikbare profielen onder een geselecteerde profielgroep te bladeren.

    Tik op een profiel om het toe te passen op uw foto.  

  4. Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.

    Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om de bewerkingen een voor een in voorwaartse of achterwaartse richting te doorlopen.

Een profiel toevoegen aan Favorieten

Houd uw vinger op de miniatuur van een profiel om het desbetreffende profiel toe te voegen aan de profielgroep Favorieten. Als het profiel momenteel is geselecteerd, kunt u ook op het grijze sterretje in de rechterbovenhoek van de profielminiatuur tikken.   

Het witte sterpictogram in de rechterbovenhoek van de profielminiatuur geeft aan dat het een favoriet profiel is.

Met voorinstellingen aan uw foto werken

Met een voorinstelling kunt u vooraf de posities van alle of geselecteerde schuifregelaars bepalen en deze toepassen op uw foto. U kunt bovendien een foto precies naar wens bewerken en de exacte combinatie van de posities van schuifregelaars opslaan en toepassen op andere foto's.

Voorinstellingen toepassen

Opmerking:
  • Aanbevolen voorinstellingen zijn beschikbaar vanaf Lightroom voor mobiele apparaten 7.0 (versie van oktober 2021).
  • Premium-voorinstellingen worden geïntroduceerd in Lightroom voor mobiele apparaten versie 6.3. Houd ook de nieuwe Premium-voorinstellingen en Voorinstellingsgroepen in de gaten, die in toekomstige releases worden toegevoegd.
  • Voorinstellingen en profielen in het deelvenster Bewerken hebben onderling gewijzigde posities, te beginnen bij Lightroom voor mobiele apparaten versie 6.3.
  • Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten iOS 3.3 en Lightroom voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom voor desktop en mobiel. De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic voor desktop.
  1. Open een foto in de loepweergave en tik op Voorinstellingen in het deelvenster Bewerken.

  2. Voorinstellingen zijn gegroepeerd in de volgende tabbladen:

    • Aanbevolendeze voorinstellingen worden automatisch aan u verstrekt op basis van uw foto, met behulp van Adobe Sensei. De resultaten kunnen na verloop van tijd veranderen, zelfs voor dezelfde foto. U kunt kiezen uit een reeks vooraf ingestelde opties, zoals Sterk, Zwart-wit, Koel, Warm, enz.
    • Premium Deze voorinstellingen worden met elke versie bijgewerkt en bevatten categorieën zoals Portretten, Reizen, Filmisch, Eten, Landschap, voorinstellingen voor het onderwerp en meer.
    • Van u Dit zijn alle voorinstellingen die u hebt gemaakt of opgeslagen, evenals alle voorinstellingen die standaard beschikbaar zijn in Lightroom.
    Opmerking:
    • Tik in Aanbevolen voorinstellingen op de miniatuur van een voorinstelling en klik op Meer zoals dit om vergelijkbare voorinstellingen weer te geven. U kunt ook op het pictogram met drie punten in de miniatuur klikken om te zien van wie de voorinstelling afkomstig is, om de auteur te volgen of om de voorinstelling op te slaan.
    • Het is niet mogelijk om zelfgemaakte voorinstellingen van Lightroom Classic over te brengen naar Lightroom voor mobiele apparaten.
    • U hebt een betaald lidmaatschap nodig om toegang te krijgen tot Premium-voorinstellingen. Zie voor informatie over upgraden Upgrade naar een betaald Lightroom-lidmaatschap.
    Aanbevolen en premium voorinstellingen in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)
    Het deelvenster Voorinstellingen in Lightroom voor mobiele apparaten (iOS)

  3. Houd uw vinger op de foto om te zien hoe de foto eruitzag zonder dat de voorinstelling is toegepast.

    Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om terug te keren of vooruit te gaan met uw bewerkingen.

  4. Gebruik de schuifregelaar Hoeveelheid om de intensiteit van de voorinstelling aan te passen. U kunt beginnen bij 0 en naar 100 gaan.

    Opmerking:

    De schuifregelaaroptie Hoeveelheid is momenteel beschikbaar voor sommige van de voorinstellingen Premium en Van u.

    Schuifregelaar Hoeveelheidvoorinstelling in Lightroom voor iOS
    De optie voor de schuifregelaar Hoeveelheidvoorinstelling in Lightroom voor iOS

    Schuifregelaar Hoeveelheid in het deelvenster Voorinstellingen
    Schuifregelaar Hoeveelheid in het deelvenster Voorinstellingen.

Gebruikersvoorinstellingen maken

Opmerking:

Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten iOS 3.3 en Lightroom CC voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.

De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic voor desktop.

  1. Open een foto in de loepweergave waarvan u een gebruikersvoorinstelling wilt maken. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Tik in de loepweergave op de drie puntjes () in de rechterbovenhoek van het scherm om het optiemenu weer te geven. Kies vervolgens Voorinstelling maken.
    • (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het pop-upmenu Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken.
    • (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram met de drie stippen () in de rechterbovenhoek van het pop-upscherm Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken.
  2. In het venster Nieuwe voorinstelling geeft u het volgende op:

    Naam voorinstelling: Typ de gewenste naam van de voorinstelling.

    Groep voorinstelling: Standaard worden aangepaste voorinstellingen opgeslagen in de groep Gebruikersvoorinstellingen. U kunt ook een nieuwe groep maken met de optie Nieuwe groep voorinstellingen maken.    

  3. Selecteer nu welke bewerkinstellingen u wilt opslaan als voorinstelling.

    Klik op het pop-upmenu Selecteren en kies een van de volgende opties:

    • Alles: Hiermee selecteert u alle groepen bewerkinstellingen.
    • Gewijzigd: Hiermee selecteert u alleen de bewerkinstellingen die u hebt toegepast op de geselecteerde foto.
    • Standaard: Hiermee selecteert u de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
    • Geen: Hiermee deselecteert u alle bewerkinstellingen.
    Tik op het selectievakje naast de groepen bewerkinstellingen om bepaalde instellingen handmatig in of uit te schakelen. U kunt ook tikken op het pictogram > om te navigeren in de groep bewerkinstellingen en vervolgens specifieke instellingen in het submenu kiezen. U kunt bijvoorbeeld binnen de groep Lichtinstellingen navigeren en vervolgens alle instellingen in het submenu - Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Kleurtintcurve selecteren/deselecteren.     
  4. Na het selecteren van de vereiste bewerkinstellingen tikt u rechtsboven op Opslaan.

    Uw nieuwe voorinstelling is nu beschikbaar in het menu Voorinstellingen.

Gebruikersvoorinstellingen bijwerken of verwijderen

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.

  2. Zoek in het pop-upmenu Voorinstellingen de gebruikersvoorinstelling die u wilt bijwerken of verwijderen. Tik op de drie puntjes () naast die gebruikersvoorinstelling en kies een van de volgende opties:

    Bijwerken met huidige instellingen: In het scherm Voorinstelling bijwerken wijzigt u de bewerkinstellingen naar wens om de gebruikersvoorinstelling op te nemen.

    Klik op het pop-upmenu Selecteren en kies een van de volgende opties:

    • Alles: Hiermee selecteert u alle groepen bewerkinstellingen.
    • Standaard: Hiermee selecteert u de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
    • Geen: Hiermee deselecteert u alle bewerkinstellingen.
    Tik op het selectievakje naast de groepen bewerkinstellingen om bepaalde instellingen handmatig in of uit te schakelen. U kunt ook tikken op het pictogram > om te navigeren in de groep bewerkinstellingen en vervolgens specifieke instellingen in het submenu kiezen. U kunt bijvoorbeeld binnen de groep Lichtinstellingen navigeren en vervolgens alle instellingen in het submenu - Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Kleurtintcurve selecteren/deselecteren.     

    Na het wijzigen van de vereiste bewerkinstellingen tikt u rechtsboven op Opslaan.

    Hernoemen: Wijzig in het scherm Voorinstelling hernoemen de Naam voorinstelling naar wens aan.

    Na het wijzigen van de naam voorinstelling tikt u rechtsboven op Opslaan.

    Verwijderen: Kies deze optie om de gebruikersvoorinstelling definitief te verwijderen van alle gesynchroniseerde apparaten.

Voorinstellingen beheren

Met de optie Voorinstellingen beheren toont/verbergt u verschillende voorinstellinggroepen die worden weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen: Kleur, Creatief, Zwart-wit, Curve, Korrel, Verscherpen, Vignettering en Gebruikersvoorinstellingen.

U kunt ook gebruikmaken van de optie Voorinstellingen beheren om de verouderde Lightroom-voorinstellinggroepen weer te geven die standaard zijn verborgen.

Voer de onderstaande stappen uit om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen:

Opmerking:

Uw instelling om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen is specifiek voor elke computer of apparaat. U kunt bijvoorbeeld enkele voorinstellingsgroepen verbergen in Lightroom voor mobiele apparaten maar zij blijven zichtbaar in Lightroom op andere mobiele apparaten/desktop en vice versa.  

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.

  2. Tik op het pictogram met drie puntjes () rechtsboven in het scherm en kies Voorinstellingen beheren.   

  3. Schakel in het venster Voorinstellingen beheren de groepen voorinstellingen die u wilt weergeven in het menu Voorinstellingen. Schakel de profielgroepen uit die u wilt verbergen in het menu Voorinstellingen.

    Tik rechtsboven op Gereed.

Gedeeltelijk compatibele voorinstellingen verbergen

In het deelvenster Voorinstellingen worden bepaalde voorinstellingen cursief weergegeven omdat het gedeeltelijk compatibele voorinstellingen zijn. Dit betekent dat de aan deze voorinstellingen gekoppelde profielen voor een andere camera zijn bedoeld. U kunt ervoor kiezen om deze gedeeltelijk compatibele voorinstellingen niet weer te geven in het deelvenster Voorinstellingen. 

Voer de volgende stappen uit als u alle voorinstellingen wilt verbergen die niet compatibel zijn met de huidige foto:

  1. Open een foto in de loepweergave en tik in het deelvenster Bewerken op Voorinstellingen.

  2. Tik op het pictogram met de drie puntjes rechtsboven in het deelvenster Voorinstellingen om het optiemenu te openen.

  3. Tik op Gedeeltelijk niet-compatibel tonen om deze instelling uit te schakelen. De gedeeltelijk compatibele voorinstellingen worden nu niet meer weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen.

    Optie om gedeeltelijk compatibele voorinstellingen te tonen of te verbergen
    Tik om Gedeeltelijk niet-compatibel tonen uit te schakelen.

Het toonbereik van uw foto aanpassen

Opmerking:

Naast de bestaande voor- en na-weergave van een foto, kunt u nu ook de voor- en na-versies van specifieke bewerkingen bekijken die u op een foto toepast, bijvoorbeeld Kleur, Contrast, Schaduw, enz. Als u Lightroom voor mobiele apparaten iOS 7.2 (versie van februari 2022) start, houdt u de deelvensters op de werkbalk ingedrukt om te zien hoe een foto eruitziet met en zonder een specifieke bewerking. 

Automatische instellingen toepassen

Klik in het deelvenster Bewerken in de loepweergave op het pictogram Automatisch onder aan het scherm om Lightroom automatisch de beste bewerkingen voor deze schuifregelaars op uw foto's te laten toepassen: Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Verzadiging en Levendigheid.

De functie Automatische instellingen in Lightroom gebruikt Adobe Sensei om op intelligente wijze aanpassingen aan te brengen op basis van de licht- en kleurkenmerken van een foto.

  • Bovendien bevat de functie Automatische instellingen ook de mogelijkheid om de aanpassingen in de foto te optimaliseren, zelfs nadat de foto is uitgesneden.
  • Wanneer u een HDR-foto met de camerafunctie in Lightroom voor mobiele apparaten maakt, worden de automatische instellingen automatisch op uw bewerkte foto toegepast.     

Het toonbereik van een foto aanpassen

U kunt het algemene toonbereik van uw foto aanpassen met de kleurtoonregelaars in het menu Licht. Terwijl u bezig bent, moet u de eindpunten van het histogram in de gaten houden.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Licht aan de onderkant van het scherm om de kleurtoonregelaars weer te geven.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het pictogram accordeon Licht.

  2. (Optioneel) Tik op Auto (Automatisch) om het algemene toonbereik in te stellen. Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten stelt de schuifregelaars automatisch zo in dat het toonbereik wordt gemaximaliseerd en hooglichten en schaduwen worden geminimaliseerd.

  3. U past schuifregelaars voor de kleurtint als volgt aan:

    Opmerking:

    Tik met twee vingers op de foto om het histogram weer te geven. Bekijk het histogram terwijl u de kleurtoonregelaars aanpast.  

    Belichting

    Hiermee stelt u de algehele helderheid van de afbeelding in. Pas de schuifregelaar aan totdat de foto aan uw wensen voldoet en zo helder is als u wilt.  

    Contrast

    Hiermee wordt het afbeeldingscontrast verhoogd of verlaagd. Dit heeft hoofdzakelijk invloed op de middentonen. Als u het contrast verhoogt, worden de afbeeldingsgebieden met een gemiddelde tot donkere kleur donkerder en worden de afbeeldingsgebieden met een gemiddelde tot lichte kleur lichter. Het verlagen van het contrast heeft een tegengesteld effect op de tonen in de afbeelding.  

    Hooglichten

    Hiermee past u de heldere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om hooglichten donkerder te maken en 'blown-out' hooglichtdetails te herstellen. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de hooglichten helderder te maken.

    Schaduwen

    Hiermee past u de donkere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om schaduwen donkerder te maken. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de schaduwen helderder te maken en de details in de schaduwen te herstellen.

    Witte tinten

    Hiermee past u het bijsnijden voor witte tinten aan. Sleep naar links om uitknippen in hooglichten te reduceren. Sleep naar rechts om het uitknippen in hooglichten te verhogen. (In geval van spiegelende hooglichten, zoals metallic oppervlakken, kan het verstandig zijn het uitknippen te versterken.)

    Zwarte tinten

    Hiermee past u het bijsnijden voor zwarte tinten aan. Sleep naar links om zwarting te verhogen (er worden dan meer schaduwen aan puur zwart toegewezen). Sleep naar rechts om het uitknippen van schaduwen te verlagen.

Het toonbereik nauwkeurig instellen met de Kleurtintcurve

In de grafiek Kleurtintcurve van het menu Licht worden de wijzigingen aangegeven die in het toonbereik van een foto worden aangebracht.

(iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het pictogram accordeon Licht en tik vervolgens op CURVE.

(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Licht aan de onderkant van het scherm en tik vervolgens op het pictogram CURVE om de kleurtintcurvegrafiek over de foto heen weer te geven.

De horizontale as vertegenwoordigt de oorspronkelijke kleurtoonwaarden (invoerwaarden), met zwart aan de linkerkant en geleidelijk lichter wordende waarden naar rechts. De verticale as vertegenwoordigt de gewijzigde kleurtoonwaarden (uitvoerwaarden), met zwart aan de onderkant en overgaand in lichtere waarden aan de bovenkant. Gebruik de kleurtintcurve om de aanpassingen die u in een foto hebt aangebracht, te perfectioneren.

U kunt er ook voor kiezen om afzonderlijke punten in de kleurtintcurve in het rode, groene of blauwe kanaal aan te passen of alle drie kanalen tegelijk aan te passen.

  • Tik om een punt toe te voegen. Dubbeltik op een punt om dit punt te verwijderen.
  • Sleep een punt om het te bewerken. 

De kleuren in uw foto aanpassen

Versie bijgewerkt in oktober 2020 (versie 6.0)

In het deelvenster Bewerken in de loepweergave kunt u met de regelaars in het menu Kleur het volgende doen:

  • Witbalans heeft betrekking op de kleur die in uw foto wordt gemaakt op basis van de temperatuur van uw lichtbron. Een middagzon straalt bijvoorbeeld een zeer warme, gele kleur uit, terwijl sommige lampen juist een heel koele, blauwe kleur opleveren in uw foto. U kunt de Witbalans instellen door een voorinstelling te kiezen of door een neutraal gebied in de foto op te geven met de tool Witbalans selecteren.
  • De witbalans nauwkeurig instellen met de besturingselementen Temperatuur en Kleurtint. Met Tempof Temperatuur stelt u in hoe geel/warm of blauw/koel uw foto eruitziet. Met de optie Tint stelt u in hoeveel groen of magenta in uw foto wordt weergegeven.
  • Pas de kleurverzadiging (levendigheid) aan met de functies Levendigheid en Verzadiging. Met de optie Levendigheid verhoogt u de intensiteit van gedempte kleuren en met Verzadiging versterkt u de intensiteit van alle kleuren in de foto.
  • Zwart-witfotografie is een favoriete tool van fotografen om de details van een foto meer te benadrukken. Zet de foto om in een zwart-witfoto met de knop Zwart-wit.
  • Stel afzonderlijke kleuren nauwkeurig in met de schuifregelaars KleurtoonVerzadiging en Luminantie (HSL). Met de optie Tint past u de tint van elke afzonderlijke kleur aan en met Verzadiging stelt u de hoeveelheid grijs in een kleur in, waardoor de kleur gedempt of juist helderder wordt.De optie Luminantie helpt bij het aanpassen van de hoeveelheid wit in een kleur om deze helderder of donkerder te maken. De tool Doelaanpassing kunt u gebruiken om een bepaalde kleur in een foto aan te passen. Tik en sleep op de afbeelding om het kleurbereik onder uw vingertop te wijzigen.
  • Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten versie 6.0 (iOS) kunt u de kleuren van schaduwen, middentonen en hooglichten aanpassen met de schuifregelaars voor Kleurverlopen. Er is ook een globale schuifregelaar waarmee u de algehele kleuren in de foto kunt aanpassen zonder dat dit invloed heeft op de instellingen van schaduwen, middentonen en hooglichten. Bovendien kunt u de opties Luminantie, Overvloeien en Balans van de kleuren voor schaduwen, middentonen en hooglichten aanpassen met de desbetreffende schuifregelaars.
De schuifregelaars voor kleurverlopen. Tik op de pictogrammen in het gemarkeerde gedeelte om de afzonderlijke schuifregelaars voor respectievelijk Schaduwen, Middentonen, Hooglichten en Globaal weer te geven.
De schuifregelaars voor kleurverlopen. Tik op de pictogrammen in het gemarkeerde gedeelte om de afzonderlijke schuifregelaars voor respectievelijk Schaduwen, Middentonen, Hooglichten en Globaal weer te geven.

Effecten toepassen op uw foto

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Effecten aan de onderkant van het scherm om de regelaars weer te geven.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het pictogram accordeon Effecten.

  2. Pas de schuifregelaars voor effecten aan:

    Textuur

    Hiermee egaliseert of accentueert u details met structuur in een foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om details te egaliseren of naar rechts om details te accentueren. Wanneer u de schuifregelaar Textuur aanpast, verandert de kleur of de tint niet.

    Helderheid

    Hiermee voegt u diepte aan een afbeelding toe door het plaatselijke contrast te verhogen. U kunt het effect optimaliseren door de instelling te verhogen tot u stralenkransen ziet bij de randdetails van de afbeelding, en de instelling daarna iets te verlagen.

    Als u deze instelling gebruikt, kunt u het beste inzoomen op 100% of meer. Dubbeltik op de foto of beweeg uw vingers uit elkaar om in te zoomen.

    Nevel verwijderen

    Hiermee regelt u de hoeveelheid nevel in een foto. Schuif naar rechts om nevel te verwijderen en sleep naar links om nevel toe te voegen.

    Hoeveelheid vignet

    Hiermee past u een donker of licht vignet op de foto toe voor een artistiek effect. Met negatieve waarden maakt u de hoeken van de foto donkerder. Met positieve waarden maakt u de hoeken lichter.

    Zie Vignet-, filmkorrel- en neveleffecten voor verwante informatie.

    Korrel

    Hiermee voegt u een realistisch filmkorreleffect toe aan uw foto's. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om korrel toe te voegen. Wanneer u korrel toevoegt, kunt u ook de korrelgrootte en ruwheid instellen met respectievelijk de schuifregelaars Grootte en Ruwheid.

Ruisreductie toepassen en uw foto scherper maken

In Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten kunt u een foto verscherpen om de scherpte van de randen te verbeteren en de details in de foto naar voren te brengen.

U kunt de afbeeldingsruis reduceren door de overbodige zichtbare artefacten die de beeldkwaliteit verslechteren te verwijderen. Afbeeldingsruis bestaat uit luminantieruis (grijswaarden), die een afbeelding korrelig maakt, en chromaruis (kleurruis), die meestal de vorm heeft van gekleurde artefacten in de afbeelding. Foto's die zijn genomen met hoge ISO-snelheden kunnen merkbare ruis bevatten.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Detail onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeonpictogram Detail.

  2. Zie Verscherpen en ruisreductie voor meer informatie over de beschikbare schuifregelaars.

Veel voorkomende cameralensproblemen oplossen

Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en focusafstanden. U kunt deze zichtbare lensvervormingen automatisch corrigeren met de optie Optica.

  1. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Optica onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeon Optica.

  2. Kleurafwijking heeft de vorm van een kleurenrand langs de randen van objecten. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens niet in staat is verschillende kleuren scherp te stellen op hetzelfde punt, door afwijkingen in de microlenzen van de sensor en door de zon.

    Kleurafwijking: Schakel in om automatisch blauwe/gele en rode/groene randen in uw afbeelding te corrigeren.  

    Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en focusafstanden.  

    Lenscorrectie inschakelen: Schakel in om lenscorrectie op uw foto toe te passen.

Geometrisch perspectief herstellen

Een korte afstand tot het onderwerp bij het maken van foto's en bepaalde typen lenzen kunnen het perspectief vervormen, en ertoe leiden dat rechte lijnen gebogen, schuin of scheef in uw foto's worden weergegeven. Als u bijvoorbeeld van dichtbij een foto maakt van een hoog gebouw, lijkt het erop dat het gebouw naar achteren helt. U kunt het perspectief van uw foto eenvoudig herstellen en aanpassen met de Upright-modi en geometrieschuifregelaars in het deelvenster Geometrie.

De Upright-modi bieden vier opties voor automatische perspectiefcorrectie: Automatisch, Vlak, Verticaal en Volledig, plus de handmatige optie Met hulplijnen. U kunt de aanpassing ook verfijnen met de geometrieschuifbalk.

  1. Selecteer een foto met scheefgetrokken geometrie.

    (Aanbevolen) Schakel in het deelvenster Optica de optie Correcties lensprofiel in.

    Een foto met scheefgetrokken geometrie
    Een foto met scheefgetrokken geometrie

  2. (iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Geometrie onder aan het scherm.

    (iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeonpictogram Geometrie.

    Kies in het menu Upright een optie om de bijbehorende correctie toe te passen op de foto:

    • Met instructies: Hiermee kunt u twee tot vier hulplijnen tekenen op uw foto om het perspectief aan te passen.
    • Automatisch: Hiermee corrigeert u zowel het verticale als het horizontale perspectief waarbij de algehele balans en het zichtbare gebied van de afbeelding zo veel mogelijk behouden blijven.
    • Niveau: Hiermee verbetert u het horizontale perspectief en maakt u horizontale lijnen parallel in de foto.
    • Verticaal: Hiermee corrigeert u het verticale perspectief dat is veroorzaakt doordat de camera onder een hoek naar boven of beneden is gehouden. Verticale lijnen worden dan parallel gemaakt in de foto.
    • Volledig: Hiermee combineert u de Upright-modi Automatisch, Vlak, Verticaal en Volledig om het perspectief automatisch te corrigeren.

    Doorloop de modi Upright totdat u de meest geschikte instelling hebt gevonden.

    Met alle Upright-modi worden vervormings- en perspectieffouten gecorrigeerd. De beste instelling varieert per foto. Experimenteer met de modi voordat u bepaalt welke modus het beste is voor uw foto.

  3. Modus Upright met hulplijnen

    Als u de modus Upright met hulplijnen hebt gekozen, doet u het volgende:

    1. Klik op het pictogram Upright met hulplijnen () en teken vervolgens twee tot vier hulplijnen op de foto door met een vinger te schuiven.

    2. Nadat u ten minste twee hulplijnen hebt getekend, wordt de foto interactief getransformeerd. U kunt maximaal vier hulplijnen op uw foto tekenen in een van de volgende combinaties:

      • Alleen twee horizontale hulplijnen of alleen twee verticale hulplijnen
      • Twee horizontale hulplijnen en twee verticale hulplijnen
      • Twee horizontale hulplijnen en één verticale hulplijn
      • Twee verticale hulplijnen en één horizontale hulplijn
      • Eén verticale hulplijn en één horizontale hulplijn

      Bij elke andere combinatie wordt in Lightroom voor mobiele apparaten het bericht Ongeldige hulplijn weergegeven.

    3. Als u een hulplijn wilt verwijderen, tikt u op de hulplijn om deze te selecteren en vervolgens tikt u op het pictogram Verwijderen.

      Als u een hulplijn wilt toevoegen, tikt u op het pluspictogram + om dit te markeren en vervolgens tekent u de hulplijn op de foto. Het pictogram Toevoegen is standaard gemarkeerd, tenzij u het uitschakelt.

    4. Klik op Gereed.

      Een foto met scheefgetrokken geometrie
      (Voor) Een foto met scheefgetrokken geometrie

      (Na) Perspectief gecorrigeerd met Upright met hulplijnen
      (Na) Perspectief gecorrigeerd met Upright met hulplijnen

  4. (Optioneel) Wanneer u het perspectief van uw foto corrigeert, krijgt u mogelijk witte gebieden bij de randen van de afbeelding. Als u deze gebieden wilt verwijderen, selecteert u de optie Uitsnijden behouden om de foto automatisch te laten uitsnijden op basis van de originele afmetingen.

    Opmerking:

    Bij bepaalde Upright-modi kunnen pixels in uw foto worden uitgesneden om het perspectief te corrigeren, zelfs wanneer de optie Uitsnijden behouden is uitgeschakeld. U kunt de uitgesneden pixels later mogelijk niet ophalen in de uitsnijdmodus.

  5. Gebruik de geometrieschuifregelaars om de perspectiefcorrecties nauwkeurig uit te voeren: Vervorming, Verticaal, Horizontaal, Roteren, Verhouding, Schaal, X-verschuiving en Y-verschuiving.

    • Vervorming: Hiermee worden vervormingen als korrelvorming (rechte lijnen die naar buiten lijken af te buigen) en speldenkusseneffect (rechte lijnen die naar binnen lijken af te buigen) gecorrigeerd. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om korrelvorming in uw foto te corrigeren. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om een speldenkusseneffect te corrigeren.
    • Verticaal: Deze optie zorgt ervoor dat verticale lijnen in een afbeelding parallel lopen. Als de verticale lijnen uit elkaar lopen aan de onderrand, verplaatst u de schuifregelaar naar links om de pixels weg te drukken van die rand. Als de verticale lijnen uit elkaar lopen aan de bovenrand, verplaatst u de schuifregelaar naar rechts om de pixels weg te drukken van die rand.
    • Horizontaal: Deze optie zorgt ervoor dat horizontale lijnen in een afbeelding parallel lopen. Verplaats de schuifregelaar naar links om de pixels weg te drukken van de rechterrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de pixels weg te drukken van de linkerrand.
    • Roteren: Hiermee roteert u de afbeelding om kanteling van de camera te corrigeren. Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeelding linksom te roteren of naar rechts om de afbeelding rechtsom te roteren.
    • Verhouding: Verplaats de schuifregelaar naar links om het perspectief van de foto te verbreden. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om het perspectief van de foto te beperken.
    • Schaal: Hiermee kunt u de schaal van de foto vergroten of verkleinen met behoud van de beeldverhouding. Verplaats de schuifregelaar naar links om de schaal te verkleinen en naar rechts om de schaal te vergroten.
    • X-verschuiving: Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeeldingspixels naar links te verplaatsen op de x-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de rechterrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeeldingspixels naar rechts te verplaatsen op de x-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de linkerrand.
    • Y-verschuiving: Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeeldingspixels omlaag te verplaatsen op de y-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de bovenrand. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeeldingspixels omhoog te verplaatsen op de y-as, zodat er een wit gebied ontstaat aan de onderrand.

Bewerkingen kopiëren en plakken

In Lightroom voor mobiele apparaten versie 5.0 kunt u bewerkingen kopiëren die u op een foto hebt toegepast om deze vervolgens in meerdere geselecteerde foto's te plakken. U kunt ook kiezen welke bewerkinstellingen u wilt kopiëren van een foto.

  1. Open een foto in de loepweergave.

  2. Tik op het pictogram met de drie puntjes () rechtsboven in het scherm en kies Instellingen kopiëren.

  3. Selecteer in het deelvenster Instellingen kopiëren de bewerkingen die u wilt kopiëren. U kunt groepen bewerkingsinstellingen selecteren, zoals Profiel, Kleur, Tools, Licht, enzovoort. Tik desgewenst op de vervolgkeuzelijst Selecteren om een van de volgende opties te kiezen:

    • Alles: Hiermee selecteert u alle groepen bewerkinstellingen.
    • Gewijzigd: Hiermee selecteert u alleen de bewerkinstellingen die u hebt gewijzigd of toegepast op de geselecteerde foto.
    • Standaard: Hiermee selecteert u de standaardset bewerkinstellingen. Instellingen voor Tools en Geometrie worden standaard uitgesloten.
    • Geen: Hiermee deselecteert u alle bewerkinstellingen.

    U kunt ook specifieke instellingen selecteren of deselecteren in elke groep bewerkinstellingen. Tik op het pijlpictogram naast elke groep bewerkingsinstellingen om de specifieke instellingen weer te geven.

    Het deelvenster Instellingen kopiëren
    Het deelvenster Instellingen kopiëren

  4. Tik na het selecteren op het pictogram .

  5. Selecteer in de rasterweergave van Alle foto's of van een album naar keuze de foto('s) waarin u de gekopieerde instellingen wilt plakken.

    Opmerking:

    Als u de gekopieerde instellingen in slechts één foto wilt plakken, opent u de foto in de loepweergave, tikt u op het pictogram () en kiest u Instellingen plakken.

  6. Tik op Plakken in het onderste deelvenster.

  7. Tik op Toepassen in het bevestigingsvenster dat verschijnt.

    De gekopieerde instellingen worden vervolgens toegepast in de geselecteerde foto's.

Opmerking:

U kunt ook de standaardinstellingen van een bewerkte foto kopiëren vanuit de rasterweergave in Alle foto's of in een album:

1. Selecteer de bewerkte foto in de rasterweergave.

2. Tik op Kopiëren in het onderste deelvenster om de standaardbewerkingsinstellingen van de geselecteerde foto te kopiëren.

3. Selecteer de foto('s) in het raster waarin u de gekopieerde instellingen wilt plakken.

4. Tik op Plakken in het onderste deelvenster. Klik in het bevestigingsvenster op Toepassen.

Bewerkingsversies maken

Bijgewerkt in Lightroom voor mobiele apparaten 6.0 (versie van oktober 2020)

Met Versies kunt u eenvoudig verschillende bewerkingen van dezelfde foto opslaan, zodat u kunt experimenteren met bewerkingen en de versies snel kunt vergelijken. Een versie maken:

  1. Open een foto in de weergave Bewerken en voer de gewenste bewerkingen uit.

  2. Blader door het onderste deelvenster en tik op Versies.

    Versies

  3. U kunt het Origineel weergeven. Dit is de foto die u hebt geïmporteerd. Als u de foto hebt bewerkt, kunt u die bewerkingen bekijken in het gedeelte Huidige. Tik op Versie maken om de huidige bewerking op te slaan als een Versie.

    Versies maken

  4. Voer een naam in voor de Versie en tik op Maken. Op deze manier kunt u verschillende bewerkingen toepassen en deze opslaan als Versies.

  5. Selecteer een versie en tik op het pictogram met drie puntjes om deze te hernoemen of te verwijderen.

Opmerking:
  • De gemaakte versies worden gesynchroniseerd met Lightroom voor mobiele apparaten (iOS en Android) en Lightroom voor desktop.
  • Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten versie 6.0 worden in het deelvenster Versies automatisch belangrijke bewerkingen van uw foto opgeslagen als een versie. U kunt de automatisch opgeslagen versies telkens bekijken wanneer u een belangrijke bewerking hebt aangebracht, de weergave Bewerken verlaat en vervolgens terugkeert naar het deelvenster Versies.

Foto's verzenden naar Photoshop op de iPad

Geïntroduceerd in Lightroom voor iPad versie 5.3

  1. Selecteer de gewenste foto in de Lightroom-app op de iPad en tik op het pictogram Delen.

  2. Selecteer Bewerken in Photoshop.

    Het menu Delen in de Lightroom-app op de iPad.
    Het menu Delen in de Lightroom-app op de iPad.

  3. Breng de gewenste aanpassingen aan in Photoshop op de iPad.

    Als u de foto wilt terugzetten naar Lightroom, selecteert u Verzenden naar Lightroom in het bovenste deelvenster.

    Verzend naar Lightroom vanuit Photoshop op de iPad.
    Verzend naar Lightroom vanuit Photoshop op de iPad.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account