Tik in de loepweergave in het deelvenster Edit (Bewerken) op het pictogram Selective (Selectief) onder aan het scherm.
Leer hoe u foto's kunt bewerken met aangepaste voorinstellingen, hoe u radiale en gegradueerde filters kunt toepassen, lokale aanpassingen kunt aanbrengen, de copyrightgegevens van foto's en albums kunt bewerken en nog veel meer. U kunt ook op de door u gewenste manier uw foto's retoucheren, nevel verwijderen en uw foto's verbeteren.
Wanneer u een foto op een iPhone of iPad opent in de loepweergave van Lightroom voor mobiele apparaten (iOS), kunt u in de volgende deelvensters werken:
Bewerken
Bewerk de foto handmatig met diverse schuifregelaars, zoals Witbalans, Temperatuur, Belichting en Contrast. Snijd uw foto's uit en pas lokale aanpassingen toe op specifieke delen van uw foto met behulp van Maskeren.
Classificeren en beoordelen (alleen iPhone)
Doorloop uw album om uw foto's snel te classificeren en van een vlag te voorzien. Zie het deelvenster Classificeren en beoordelen voor meer informatie.
Info
Wijzig de titel, het bijschrift en de copyrightgegevens van uw foto's. Classificeer uw foto en markeer de foto met een vlag. Geef de metagegevens weer die aan uw foto zijn gekoppeld. Zie het deelvenster Info voor meer informatie.
Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten 7.0 (versie van oktober 2021) gelden de volgende workflows niet langer. Zie Maskeren in Lightroom voor iOS als u meer informatie wilt over de nieuwste tools voor lokale aanpassingen.
Met de besturingselementen voor selectieve bewerkingen in het deelvenster Bewerken kunt u correcties in een bepaald gebied van een foto aanbrengen. U kunt bijvoorbeeld een gezicht lichter maken, zodat het beter uitkomt in een portret. U kunt lokale correcties doorvoeren met een van de volgende selectietools:
Selectieve bewerkingen zijn niet-destructief en worden niet definitief toegepast op de foto.
Tik in de loepweergave in het deelvenster Edit (Bewerken) op het pictogram Selective (Selectief) onder aan het scherm.
Tik op het +-teken dat linksboven verschijnt en selecteer een van de tools voor selectieve bewerking:
Penseelselectie,
Radiale selectie,
Lineaire selectie of
Diepteselectie (Tech Preview).
Tik op de foto om de selectiebedekking weer te geven.
Penseelselectie
Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.
Lineaire selectie
Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.
Radiale selectie
Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast. Om de rode markeringen te verwijderen, tikt u lang op de blauwe pin in het midden van de selectiebedekking en kiest u Rode bedekking nooit tonen in het pop-upmenu.
Diepteselectie
Met de rode maskering wordt het gebied aangegeven waarop de selectieve bewerkingen worden toegepast.
Als u een selectiebedekking wilt verwijderen of dupliceren, drukt u lang op de blauwe pin in het midden van de bedekking en kiest u de vereiste optie in het pop-upmenu dat wordt weergegeven.
Als u de overlay voor Penseelselectie, Lineaire selectie of Radiale selectie eenmaal hebt geplaatst, tikt u op een van de bewerkingstegels in het menu: Licht, Kleur, Effecten, Details en Optica. Gebruik de schuifregelaars in het pop-upmenu om bewerkingen toe te passen op een bepaald deel van uw foto.
Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.
Gebruik de tools Retoucheerpenseel om onnodige vlekken, hoogspanningskabels, mensen, objecten of andere soortgelijke afleidingen op een foto te verwijderen.
Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Retourcheerpenseel onderaan het scherm.
Selecteer een van de volgende Retoucheerpenseel-tools:
Retoucheren: Leent de textuur van het brongebied en past deze aan de kleur en toon van het doelgebied op de foto aan.
Klonen: Hiermee dupliceert u de pixels van het brongebied in de foto naar het doelgebied.
Zowel de tool Retoucheren als Klonen brengen de textuur geleend van het brongebied over naar het doelgebied. De tool Retoucheren houdt echter rekening met de kleuren en tinten rond het doelgebied en mengt alles met elkaar. Terwijl de Kloon precies de pixels dupliceert van het brongebied naar het doelgebied.
Poets over het object in uw foto dat u wilt verwijderen of retoucheren met de tool Retoucheren of Klonen geselecteerd. Nadat u over het object hebt geveegd in uw foto, ziet u twee witte selectiekaders. Een wit selectiekader over het object dat u hebt geschilderd, geeft het doelgebied aan. Een ander wit selectiekader met een pijl die wijst naar het doelgebied geeft het brongebied aan.
Wijzig zo nodig de grootte, doezelaar of de dekking van de geselecteerde tool Retoucheerpenseel.
A. Retoucheren B. Klonen C. Grootte D. Doezelaar E. Dekking F. Verwijderen van schijf G. Doelgebied H. Brongebied I. Verberg de besturing op het scherm om fotobewerkingen weer te geven
Als u het bron- of doelgebied wilt verplaatsen op de foto, sleept u de blauwe pin in het midden van dat gebied.
Tik op het pictogram (
) in de rechterbovenhoek om de fotobewerkingen op het volledige scherm weer te geven door de bedieningselementen op het scherm en de witte bron-/doelselectiekaders te verbergen.
Houd de blauwe pin in het midden van het doel- of brongebied ingedrukt om het contextmenu Retoucheeropties te openen:
Druk lang op een foto om een Voor-weergave weer te geven.
Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Uitsnijden onder aan het scherm.
De beschikbare opties voor uitsnijden worden als tegels langs de onderkant van het venster weergegeven. Veeg naar links of rechts om alle tegels te bekijken. Tik op een tegel om de bijbehorende optie toe te passen.
Voer een van de volgende handelingen uit voor extra opties:
Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.
Om de bewerkingen te bevestigen, tikt u op het pictogram (iPhone)/Gereed (iPad).
Met profielen kunt u bepalen hoe kleuren en tinten worden weergegeven in uw foto's. De profielen zijn bedoeld als beginpunt of basis voor het bewerken van afbeeldingen.
Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten iOS 3.3 en Lightroom CC voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.
De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic voor desktop.
Met profielen kunt u bepalen hoe kleuren en tinten worden weergegeven in uw foto's. De profielen zijn bedoeld als beginpunt of basis voor het bewerken van afbeeldingen.
Bij het toepassen van een profiel op uw foto wordt de waarde van andere bewerkingsschuifregelaars niet gewijzigd of overschreven. U kunt uw foto's dus naar wens bewerken en vervolgens een profiel kiezen en toepassen op de bewerkte afbeelding.
Ga als volgt te werk om naar profielen te bladeren en deze toe te passen:
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Profielen onder aan het scherm.
(iPad) Tik in het menu van het deelvenster Bewerken in de Loepweergave op Bladeren in het deelvenster Profielen boven in het scherm.
Wanneer u foto's importeert, worden de profielen Adobe Color en Adobe Monochrome standaard toegepast op respectievelijk kleur- en zwart-witfoto's.
(iPhone) Tik om een van de profielgroepen in het menu te kiezen om de beschikbare profielen in die groep te bekijken.
(iPad) Vouw de gewenste profielgroepen (zie uitleg hieronder) uit om de beschikbare profielen in die groep weer te geven.
Favorieten:
Geeft de profielen weer die u hebt gemarkeerd als favoriet. Zie Een profiel toevoegen aan Favorieten.
Standaard:
Deze profielgroep is alleen beschikbaar voor niet-RAW-foto's en biedt twee profielopties: Kleur en Zwart-wit.
Profielen voor RAW-foto's
De volgende profielgroepen verschijnen wanneer u een RAW-foto bewerkt.
Adobe Raw: Adobe Raw-profielen verbeteren de kleurweergave aanzienlijk en bieden een goed uitgangspunt voor het bewerken van RAW-afbeeldingen. Adobe Color-profielen zijn ontworpen om elke afbeelding een goede kleur- en tintbalans te geven en worden standaard toegepast op de RAW-foto's die u importeert in Lightroom.
Camera Matching: Geeft profielen weer op basis van het cameramerk of -model van uw RAW-foto. Gebruik Camera Matching-profielen als u de kleurweergave in uw RAW-bestanden liever wilt laten overeenkomen met wat u ziet op het scherm van uw camera.
Verouderd: Geeft verouderde profielen uit eerdere versies van de Lightroom-app weer.
Creatieve profielen voor RAW- en niet-RAW-foto's
Creatieve profielen werken met elk bestandstype, inclusief RAW-foto's, JPEG en TIFF. Deze profielen zijn ontworpen om een bepaalde stijl of een bepaald effect toe te passen op uw foto.
Artistiek: Gebruik deze profielen voor een meer opvallende kleurweergave in uw foto, met sterkere kleurverschuivingen.
Zwart-wit: Gebruik deze profielen voor optimale tintgradaties in zwart-witfoto's.
Modern: Gebruik deze profielen voor unieke effecten die passen bij moderne fotografische stijlen.
Vintage: Gebruik deze profielen om de effecten van ouderwetse foto's te repliceren.
Opmerking:
Wanneer u een van de profielen Artistiek, Zwart-wit, Modern of Vintage toepast, verschijnt in Lightroom voor mobiele apparaten een extra schuifregelaar Hoeveelheid waarmee u de intensiteit van het profiel kunt instellen.
U kunt horizontaal naar rechts of links vegen over de profielminiaturen om door alle beschikbare profielen onder een geselecteerde profielgroep te bladeren.
Tik op een profiel om het toe te passen op uw foto.
Tik op een foto en houd één vinger op deze foto om de weergave Voor te zien.
Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om de bewerkingen een voor een in voorwaartse of achterwaartse richting te doorlopen.
Houd uw vinger op de miniatuur van een profiel om het desbetreffende profiel toe te voegen aan de profielgroep Favorieten. Als het profiel momenteel is geselecteerd, kunt u ook op het grijze sterretje in de rechterbovenhoek van de profielminiatuur tikken.
Het witte sterpictogram in de rechterbovenhoek van de profielminiatuur geeft aan dat het een favoriet profiel is.
Met een voorinstelling kunt u vooraf de posities van alle of geselecteerde schuifregelaars bepalen en deze toepassen op uw foto. U kunt bovendien een foto precies naar wens bewerken en de exacte combinatie van de posities van schuifregelaars opslaan en toepassen op andere foto's.
Open een foto in de loepweergave en tik op Voorinstellingen in het deelvenster Bewerken.
Voorinstellingen zijn gegroepeerd in de volgende tabbladen:
Houd uw vinger op de foto om te zien hoe de foto eruitzag zonder dat de voorinstelling is toegepast.
Tik op de pictogrammen Ongedaan maken of Opnieuw om terug te keren of vooruit te gaan met uw bewerkingen.
Gebruik de schuifregelaar Hoeveelheid om de intensiteit van de voorinstelling aan te passen. U kunt beginnen bij 0 en naar 100 gaan.
De schuifregelaaroptie Hoeveelheid is momenteel beschikbaar voor sommige van de voorinstellingen Premium en Van u.
Vanaf Lightroom voor mobiele apparaten iOS 3.3 en Lightroom CC voor desktop 1.4 (versie van juni 2018) worden voorinstellingen en profielen (inclusief aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen van derden) automatisch gesynchroniseerd op Lightroom CC voor desktop en mobiel.
De aangepaste gebruikersvoorinstellingen en profielen worden niet gesynchroniseerd met Lightroom Classic voor desktop.
Open een foto in de loepweergave waarvan u een gebruikersvoorinstelling wilt maken. Ga op een van de volgende manieren te werk:
) in de rechterbovenhoek van het scherm om het optiemenu weer te geven. Kies vervolgens Voorinstelling maken.
) rechtsboven in het pop-upmenu Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken.
) in de rechterbovenhoek van het pop-upscherm Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken.In het venster Nieuwe voorinstelling geeft u het volgende op:
Naam voorinstelling: Typ de gewenste naam van de voorinstelling.
Groep voorinstelling: Standaard worden aangepaste voorinstellingen opgeslagen in de groep Gebruikersvoorinstellingen. U kunt ook een nieuwe groep maken met de optie Nieuwe groep voorinstellingen maken.
Selecteer nu welke bewerkinstellingen u wilt opslaan als voorinstelling.
Klik op het pop-upmenu Selecteren en kies een van de volgende opties:
Na het selecteren van de vereiste bewerkinstellingen tikt u rechtsboven op Opslaan.
Uw nieuwe voorinstelling is nu beschikbaar in het menu Voorinstellingen.
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.
(iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.
Zoek in het pop-upmenu Voorinstellingen de gebruikersvoorinstelling die u wilt bijwerken of verwijderen. Tik op de drie puntjes (
) naast die gebruikersvoorinstelling en kies een van de volgende opties:
Bijwerken met huidige instellingen: In het scherm Voorinstelling bijwerken wijzigt u de bewerkinstellingen naar wens om de gebruikersvoorinstelling op te nemen.
Klik op het pop-upmenu Selecteren en kies een van de volgende opties:
Na het wijzigen van de vereiste bewerkinstellingen tikt u rechtsboven op Opslaan.
Hernoemen: Wijzig in het scherm Voorinstelling hernoemen de Naam voorinstelling naar wens aan.
Na het wijzigen van de naam voorinstelling tikt u rechtsboven op Opslaan.
Verwijderen: Kies deze optie om de gebruikersvoorinstelling definitief te verwijderen van alle gesynchroniseerde apparaten.
Met de optie Voorinstellingen beheren toont/verbergt u verschillende voorinstellinggroepen die worden weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen: Kleur, Creatief, Zwart-wit, Curve, Korrel, Verscherpen, Vignettering en Gebruikersvoorinstellingen.
U kunt ook gebruikmaken van de optie Voorinstellingen beheren om de verouderde Lightroom-voorinstellinggroepen weer te geven die standaard zijn verborgen.
Voer de onderstaande stappen uit om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen:
Opmerking:
Uw instelling om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen is specifiek voor elke computer of apparaat. U kunt bijvoorbeeld enkele voorinstellingsgroepen verbergen in Lightroom voor mobiele apparaten maar zij blijven zichtbaar in Lightroom op andere mobiele apparaten/desktop en vice versa.
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Voorinstellingen onder aan het scherm.
(iPad) Tik in de loepweergave op het pictogram aan de rechterkant.
Tik op het pictogram met drie puntjes (
) rechtsboven in het scherm en kies Voorinstellingen beheren.
Schakel in het venster Voorinstellingen beheren de groepen voorinstellingen die u wilt weergeven in het menu Voorinstellingen. Schakel de profielgroepen uit die u wilt verbergen in het menu Voorinstellingen.
Tik rechtsboven op Gereed.
In het deelvenster Voorinstellingen worden bepaalde voorinstellingen cursief weergegeven omdat het gedeeltelijk compatibele voorinstellingen zijn. Dit betekent dat de aan deze voorinstellingen gekoppelde profielen voor een andere camera zijn bedoeld. U kunt ervoor kiezen om deze gedeeltelijk compatibele voorinstellingen niet weer te geven in het deelvenster Voorinstellingen.
Voer de volgende stappen uit als u alle voorinstellingen wilt verbergen die niet compatibel zijn met de huidige foto:
Open een foto in de loepweergave en tik in het deelvenster Bewerken op Voorinstellingen.
Tik op het pictogram met de drie puntjes rechtsboven in het deelvenster Voorinstellingen om het optiemenu te openen.
Tik op Gedeeltelijk niet-compatibel tonen om deze instelling uit te schakelen. De gedeeltelijk compatibele voorinstellingen worden nu niet meer weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen.
Naast de bestaande voor- en na-weergave van een foto, kunt u nu ook de voor- en na-versies van specifieke bewerkingen bekijken die u op een foto toepast, bijvoorbeeld Kleur, Contrast, Schaduw, enz. Als u Lightroom voor mobiele apparaten iOS 7.2 (versie van februari 2022) start, houdt u de deelvensters op de werkbalk ingedrukt om te zien hoe een foto eruitziet met en zonder een specifieke bewerking.
Klik in het deelvenster Bewerken in de loepweergave op het pictogram Automatisch onder aan het scherm om Lightroom automatisch de beste bewerkingen voor deze schuifregelaars op uw foto's te laten toepassen: Belichting, Contrast, Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Verzadiging en Levendigheid.
De functie Automatische instellingen in Lightroom gebruikt Adobe Sensei om op intelligente wijze aanpassingen aan te brengen op basis van de licht- en kleurkenmerken van een foto.
U kunt het algemene toonbereik van uw foto aanpassen met de kleurtoonregelaars in het menu Licht. Terwijl u bezig bent, moet u de eindpunten van het histogram in de gaten houden.
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Licht aan de onderkant van het scherm om de kleurtoonregelaars weer te geven.
(iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het pictogram accordeon Licht.
(Optioneel) Tik op Auto (Automatisch) om het algemene toonbereik in te stellen. Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten stelt de schuifregelaars automatisch zo in dat het toonbereik wordt gemaximaliseerd en hooglichten en schaduwen worden geminimaliseerd.
U past schuifregelaars voor de kleurtint als volgt aan:
Tik met twee vingers op de foto om het histogram weer te geven. Bekijk het histogram terwijl u de kleurtoonregelaars aanpast.
Belichting
Hiermee stelt u de algehele helderheid van de afbeelding in. Pas de schuifregelaar aan totdat de foto aan uw wensen voldoet en zo helder is als u wilt.
Contrast
Hiermee wordt het afbeeldingscontrast verhoogd of verlaagd. Dit heeft hoofdzakelijk invloed op de middentonen. Als u het contrast verhoogt, worden de afbeeldingsgebieden met een gemiddelde tot donkere kleur donkerder en worden de afbeeldingsgebieden met een gemiddelde tot lichte kleur lichter. Het verlagen van het contrast heeft een tegengesteld effect op de tonen in de afbeelding.
Hooglichten
Hiermee past u de heldere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om hooglichten donkerder te maken en 'blown-out' hooglichtdetails te herstellen. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de hooglichten helderder te maken.
Schaduwen
Hiermee past u de donkere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om schaduwen donkerder te maken. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de schaduwen helderder te maken en de details in de schaduwen te herstellen.
Witte tinten
Hiermee past u het bijsnijden voor witte tinten aan. Sleep naar links om uitknippen in hooglichten te reduceren. Sleep naar rechts om het uitknippen in hooglichten te verhogen. (In geval van spiegelende hooglichten, zoals metallic oppervlakken, kan het verstandig zijn het uitknippen te versterken.)
Zwarte tinten
Hiermee past u het bijsnijden voor zwarte tinten aan. Sleep naar links om zwarting te verhogen (er worden dan meer schaduwen aan puur zwart toegewezen). Sleep naar rechts om het uitknippen van schaduwen te verlagen.
In de grafiek Kleurtintcurve van het menu Licht worden de wijzigingen aangegeven die in het toonbereik van een foto worden aangebracht.
(iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het pictogram accordeon Licht en tik vervolgens op CURVE.
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Licht aan de onderkant van het scherm en tik vervolgens op het pictogram CURVE om de kleurtintcurvegrafiek over de foto heen weer te geven.
De horizontale as vertegenwoordigt de oorspronkelijke kleurtoonwaarden (invoerwaarden), met zwart aan de linkerkant en geleidelijk lichter wordende waarden naar rechts. De verticale as vertegenwoordigt de gewijzigde kleurtoonwaarden (uitvoerwaarden), met zwart aan de onderkant en overgaand in lichtere waarden aan de bovenkant. Gebruik de kleurtintcurve om de aanpassingen die u in een foto hebt aangebracht, te perfectioneren.
U kunt er ook voor kiezen om afzonderlijke punten in de kleurtintcurve in het rode, groene of blauwe kanaal aan te passen of alle drie kanalen tegelijk aan te passen.
In het deelvenster Bewerken in de loepweergave kunt u met de regelaars in het menu Kleur het volgende doen:
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Effecten aan de onderkant van het scherm om de regelaars weer te geven.
(iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het pictogram accordeon Effecten.
Pas de schuifregelaars voor effecten aan:
Textuur
Hiermee egaliseert of accentueert u details met structuur in een foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om details te egaliseren of naar rechts om details te accentueren. Wanneer u de schuifregelaar Textuur aanpast, verandert de kleur of de tint niet.
Helderheid
Hiermee voegt u diepte aan een afbeelding toe door het plaatselijke contrast te verhogen. U kunt het effect optimaliseren door de instelling te verhogen tot u stralenkransen ziet bij de randdetails van de afbeelding, en de instelling daarna iets te verlagen.
Als u deze instelling gebruikt, kunt u het beste inzoomen op 100% of meer. Dubbeltik op de foto of beweeg uw vingers uit elkaar om in te zoomen.
Nevel verwijderen
Hiermee regelt u de hoeveelheid nevel in een foto. Schuif naar rechts om nevel te verwijderen en sleep naar links om nevel toe te voegen.
Hoeveelheid vignet
Hiermee past u een donker of licht vignet op de foto toe voor een artistiek effect. Met negatieve waarden maakt u de hoeken van de foto donkerder. Met positieve waarden maakt u de hoeken lichter.
Zie Vignet-, filmkorrel- en neveleffecten voor verwante informatie.
Korrel
Hiermee voegt u een realistisch filmkorreleffect toe aan uw foto's. Verplaats de schuifregelaar naar rechts om korrel toe te voegen. Wanneer u korrel toevoegt, kunt u ook de korrelgrootte en ruwheid instellen met respectievelijk de schuifregelaars Grootte en Ruwheid.
In Adobe Photoshop Lightroom voor mobiele apparaten kunt u een foto verscherpen om de scherpte van de randen te verbeteren en de details in de foto naar voren te brengen.
U kunt de afbeeldingsruis reduceren door de overbodige zichtbare artefacten die de beeldkwaliteit verslechteren te verwijderen. Afbeeldingsruis bestaat uit luminantieruis (grijswaarden), die een afbeelding korrelig maakt, en chromaruis (kleurruis), die meestal de vorm heeft van gekleurde artefacten in de afbeelding. Foto's die zijn genomen met hoge ISO-snelheden kunnen merkbare ruis bevatten.
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Detail onder aan het scherm.
(iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeonpictogram Detail.
Zie Verscherpen en ruisreductie voor meer informatie over de beschikbare schuifregelaars.
Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en focusafstanden. U kunt deze zichtbare lensvervormingen automatisch corrigeren met de optie Optica.
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Optica onder aan het scherm.
(iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeon Optica.
Kleurafwijking heeft de vorm van een kleurenrand langs de randen van objecten. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens niet in staat is verschillende kleuren scherp te stellen op hetzelfde punt, door afwijkingen in de microlenzen van de sensor en door de zon.
Kleurafwijking: Schakel in om automatisch blauwe/gele en rode/groene randen in uw afbeelding te corrigeren.
Cameralenzen kunnen verschillende defecten vertonen bij bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en focusafstanden.
Lenscorrectie inschakelen: Schakel in om lenscorrectie op uw foto toe te passen.
Een korte afstand tot het onderwerp bij het maken van foto's en bepaalde typen lenzen kunnen het perspectief vervormen, en ertoe leiden dat rechte lijnen gebogen, schuin of scheef in uw foto's worden weergegeven. Als u bijvoorbeeld van dichtbij een foto maakt van een hoog gebouw, lijkt het erop dat het gebouw naar achteren helt. U kunt het perspectief van uw foto eenvoudig herstellen en aanpassen met de Upright-modi en geometrieschuifregelaars in het deelvenster Geometrie.
De Upright-modi bieden vier opties voor automatische perspectiefcorrectie: Automatisch, Vlak, Verticaal en Volledig, plus de handmatige optie Met hulplijnen. U kunt de aanpassing ook verfijnen met de geometrieschuifbalk.
Selecteer een foto met scheefgetrokken geometrie.
(Aanbevolen) Schakel in het deelvenster Optica de optie Correcties lensprofiel in.
(iPhone) Tik in de loepweergave in het deelvenster Bewerken op het pictogram Geometrie onder aan het scherm.
(iPad) Tik in de loepweergave in het deelvenstermenu Bewerken op het accordeonpictogram Geometrie.
Kies in het menu Upright een optie om de bijbehorende correctie toe te passen op de foto:
Doorloop de modi Upright totdat u de meest geschikte instelling hebt gevonden.
Met alle Upright-modi worden vervormings- en perspectieffouten gecorrigeerd. De beste instelling varieert per foto. Experimenteer met de modi voordat u bepaalt welke modus het beste is voor uw foto.
Modus Upright met hulplijnen
Als u de modus Upright met hulplijnen hebt gekozen, doet u het volgende:
Klik op het pictogram Upright met hulplijnen (
) en teken vervolgens twee tot vier hulplijnen op de foto door met een vinger te schuiven.
Nadat u ten minste twee hulplijnen hebt getekend, wordt de foto interactief getransformeerd. U kunt maximaal vier hulplijnen op uw foto tekenen in een van de volgende combinaties:
Bij elke andere combinatie wordt in Lightroom voor mobiele apparaten het bericht Ongeldige hulplijn weergegeven.
Als u een hulplijn wilt verwijderen, tikt u op de hulplijn om deze te selecteren en vervolgens tikt u op het pictogram Verwijderen.
Als u een hulplijn wilt toevoegen, tikt u op het pluspictogram + om dit te markeren en vervolgens tekent u de hulplijn op de foto. Het pictogram Toevoegen is standaard gemarkeerd, tenzij u het uitschakelt.
Klik op Gereed.
(Optioneel) Wanneer u het perspectief van uw foto corrigeert, krijgt u mogelijk witte gebieden bij de randen van de afbeelding. Als u deze gebieden wilt verwijderen, selecteert u de optie Uitsnijden behouden om de foto automatisch te laten uitsnijden op basis van de originele afmetingen.
Bij bepaalde Upright-modi kunnen pixels in uw foto worden uitgesneden om het perspectief te corrigeren, zelfs wanneer de optie Uitsnijden behouden is uitgeschakeld. U kunt de uitgesneden pixels later mogelijk niet ophalen in de uitsnijdmodus.
Gebruik de geometrieschuifregelaars om de perspectiefcorrecties nauwkeurig uit te voeren: Vervorming, Verticaal, Horizontaal, Roteren, Verhouding, Schaal, X-verschuiving en Y-verschuiving.
In Lightroom voor mobiele apparaten versie 5.0 kunt u bewerkingen kopiëren die u op een foto hebt toegepast om deze vervolgens in meerdere geselecteerde foto's te plakken. U kunt ook kiezen welke bewerkinstellingen u wilt kopiëren van een foto.
Open een foto in de loepweergave.
Tik op het pictogram met de drie puntjes (
) rechtsboven in het scherm en kies Instellingen kopiëren.
Selecteer in het deelvenster Instellingen kopiëren de bewerkingen die u wilt kopiëren. U kunt groepen bewerkingsinstellingen selecteren, zoals Profiel, Kleur, Tools, Licht, enzovoort. Tik desgewenst op de vervolgkeuzelijst Selecteren om een van de volgende opties te kiezen:
U kunt ook specifieke instellingen selecteren of deselecteren in elke groep bewerkinstellingen. Tik op het pijlpictogram naast elke groep bewerkingsinstellingen om de specifieke instellingen weer te geven.
Tik na het selecteren op het pictogram .
Selecteer in de rasterweergave van Alle foto's of van een album naar keuze de foto('s) waarin u de gekopieerde instellingen wilt plakken.
Als u de gekopieerde instellingen in slechts één foto wilt plakken, opent u de foto in de loepweergave, tikt u op het pictogram (
) en kiest u Instellingen plakken.
Tik op Plakken in het onderste deelvenster.
Tik op Toepassen in het bevestigingsvenster dat verschijnt.
De gekopieerde instellingen worden vervolgens toegepast in de geselecteerde foto's.
U kunt ook de standaardinstellingen van een bewerkte foto kopiëren vanuit de rasterweergave in Alle foto's of in een album:
1. Selecteer de bewerkte foto in de rasterweergave.
2. Tik op Kopiëren in het onderste deelvenster om de standaardbewerkingsinstellingen van de geselecteerde foto te kopiëren.
3. Selecteer de foto('s) in het raster waarin u de gekopieerde instellingen wilt plakken.
4. Tik op Plakken in het onderste deelvenster. Klik in het bevestigingsvenster op Toepassen.
Met Versies kunt u eenvoudig verschillende bewerkingen van dezelfde foto opslaan, zodat u kunt experimenteren met bewerkingen en de versies snel kunt vergelijken. Een versie maken:
Open een foto in de weergave Bewerken en voer de gewenste bewerkingen uit.
Blader door het onderste deelvenster en tik op Versies.
U kunt het Origineel weergeven. Dit is de foto die u hebt geïmporteerd. Als u de foto hebt bewerkt, kunt u die bewerkingen bekijken in het gedeelte Huidige. Tik op Versie maken om de huidige bewerking op te slaan als een Versie.
Voer een naam in voor de Versie en tik op Maken. Op deze manier kunt u verschillende bewerkingen toepassen en deze opslaan als Versies.
Selecteer een versie en tik op het pictogram met drie puntjes om deze te hernoemen of te verwijderen.
Geïntroduceerd in Lightroom voor iPad versie 5.3
Selecteer de gewenste foto in de Lightroom-app op de iPad en tik op het pictogram Delen.
Selecteer Bewerken in Photoshop.
Breng de gewenste aanpassingen aan in Photoshop op de iPad.
Als u de foto wilt terugzetten naar Lightroom, selecteert u Verzenden naar Lightroom in het bovenste deelvenster.
Aanmelden bij je account