Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac) op de koptekst van een deelvenster.
Bijgewerkt in Lightroom Classic CC 8.1 (versie van december 2018)
De module Ontwikkelen bestaat uit twee sets met deelvensters en een werkbalk voor het weergeven en bewerken van een foto. Links ziet u de deelvensters Navigator, Voorinstellingen, Momentopnamen, Historie en Verzamelingen voor het voorvertonen en opslaan van foto's en voor het selecteren van wijzigingen die u in een foto hebt aangebracht. Rechts ziet u de tools en deelvensters waarmee u globale en plaatselijke wijzigingen in een foto kunt aanbrengen. De werkbalk bevat besturingselementen voor taken zoals het schakelen tussen de weergaven Voor en Na, het afspelen van een vrije presentatie en voor in- en uitzoomen.
A. Deelvensters Voorinstellingen, Momentopnamen, Historie en Verzamelingen B. Werkbalk C. Histogram D. Fotogegevens E. Status Slimme voorvertoning F. Regelpaneel G. Aanpassingsvensters
U kunt de deelvensters Ontwikkelen rechts in de werkruimte naar de volgorde slepen waarin u ze wilt zien in het aangepaste deelvenstermenu Ontwikkelen. U kunt er ook voor kiezen om de deelvensters naar behoefte te tonen of te verbergen.
Ga als volgt te werk om het menu van het deelvenster Ontwikkelen aan te passen:
Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac) op de koptekst van een deelvenster.
Selecteer Het deelvenster Ontwikkelen aanpassen in het contextmenu dat verschijnt.
Sleep in het dialoogvenster Het deelvenster Ontwikkelen aanpassen de namen van de deelvensters in de gewenste orde.
Klik op Opslaan.
Als u een deelvenster wilt verbergen, schakelt u het selectievakje naast de naam van het deelvenster uit. Als u een verborgen deelvenster wilt weergeven, schakelt u het selectievakje naast de naam van het deelvenster in. Klik op Standaardvolgorde om de standaardvolgorde te herstellen.
Start Lightroom Classic opnieuw op om de deelvensters Ontwikkelen in de nieuwe volgorde te zien in het dialoogvenster Bevestigen dat verschijnt.
De weergave Referentie in de module Ontwikkelen biedt een speciale weergave voor 2 foto's die u kunt gebruiken om een referentiefoto (statische foto) naast een actieve foto (bewerkbare foto) te plaatsen. Deze weergave is handig wanneer u een foto zo wilt bewerken dat de foto eruitziet als een andere referentiefoto. Het gebruik van een referentiefoto kan bijvoorbeeld handig zijn als u het volgende wilt doen:
Start weergave Referentie
U kunt de weergave Referentie starten vanuit de module Ontwikkelen en de module Bibliotheek.
De weergave Referentie starten vanuit de module Bibliotheek:
Ga als volgt te werk om de weergave Referentie te starten vanuit de module Ontwikkelen:
De geselecteerde foto wordt toegevoegd aan het venster Actief in weergave Referentie waar u deze foto in kunt bewerken.
Selecteer een referentiefoto.
U kunt ook een referentiefoto instellen vanaf het raster in de module Bibliotheek of de loepweergave in de module Ontwikkelen door met de rechtermuisknop op een foto te klikken en in het contextmenu te kiezen voor Instellen als referentiefoto.
U kunt het volgende doen om de referentiefoto te wijziging in de weergave Referentie:
Weergave Referentie toont de referentiefoto en de actieve foto standaard naast elkaar op het scherm. U kunt het volgende doen om de weergave om te wisselen naar boven/onder in de weergave Referentie:
Bewerk de actieve foto
Met de tools en deelvensters aan de rechterkant kunt u nu de actieve foto bewerken zodat deze er qua visuele karakteristieken en uitstraling hetzelfde uitziet als de referentiefoto.
Om de weergave Voor van uw actieve foto te zien terwijl u uw foto in de weergave Referentie bewerkt, drukt u op de toets \. Lightroom Classic geeft de vorige versie van uw foto in het venster Actief weer. De tekst 'Actief (voor)' wordt links bovenin het venster Actief weergegeven.
In de weergave Referentie kunt u alle ontwikkelingstools gebruiken om uw actieve foto te bewerken, behalve de tool Uitsnijden. Pas de meeste lokale bewerkingen, waaronder uitsnijden, toe op uw foto voordat u de weergave Referentie start.
Als u de tool Uitsnijden selecteert, wordt het dialoogvenster Het selecteren van de tool Uitsnijden sluit de weergave Referentie weergegeven. U kunt op Doorgaan klikken om af te sluiten. Klik op Annuleren om in de weergave Referentie te blijven.
U kunt het volgende doen om de actieve foto in de weergave Referentie te wijzigen:
Lightroom Classic haalt de huidige referentiefoto automatisch weg als u van de module Ontwikkelen naar een andere module wisselt. Als u de huidige referentiefoto in het venster Referentie wilt vergrendelen, klikt u op het vergrendelpictogram van de referentiefoto
in de werkbalk voordat u naar een andere module gaat.
Wanneer u in de weergave Referentie in de module Ontwikkelen werkt, worden in het gebied onder het Histogram de RGB/LAB-kleurwaarden weergegeven voor afzonderlijke pixels onder de tools Handje of Zoomen als u deze over de referentiefoto/actieve foto beweegt:
Referentie/Actief R [referentiewaarde]/[actieve waarde] G [referentiewaarde]/[actieve waarde] B [referentiewaarde]/[actieve waarde] %
U kunt naar deze kleurwaarden verwijzen tijdens het aanpassen van de tint en de kleur van uw actieve foto. Zie voor meer informatie RGB- en LAB-kleurwaarden weergeven in de weergave Referentie.
Sluit weergave Referentie
Voer een van de volgende handelingen uit om de weergave Referentie te sluiten:
Tijdens het werken in de weergave Referentie kunt u geselecteerde ontwikkelinstellingen van de huidige actieve foto toepassen op andere foto's. Zie Ontwikkelingswijzigingen toepassen op meerdere foto's in de weergave Referentie.
U kunt twee versies van een foto vergelijken terwijl u er ontwikkelinstellingen op toepast. In de weergave Voor wordt de oorspronkelijk geïmporteerde foto weergegeven, inclusief eventuele voorinstellingen die erop zijn toegepast. Deze foto blijft ongewijzigd, tenzij u er instellingen naartoe kopieert. In de weergave Na ziet u de wijzigingen die u op de foto toepast. Zoomen en pannen worden gesynchroniseerd uitgevoerd in beide weergaven.
Voor/Na - links/rechts:
Hiermee geeft u twee volledige versies van de foto weer, opgesplitst in twee weergaven naast elkaar.
Voor/Na - splitsing links/rechts:
Hiermee geeft u twee helften van de foto weer, opgesplitst in twee weergaven naast elkaar.
Voor/Na - boven/onder:
Hiermee geeft u twee volledige versies van de foto weer, in twee weergaven boven elkaar.
Voor/Na - splitsing boven/onder:
Hiermee geeft u twee helften van de foto weer, in twee weergaven boven elkaar.
Wanneer u in een weergave Voor en Na van uw foto werkt, kunt u de instellingen van de ene versie toepassen op de andere, en andersom.
Deze menuopdrachten zijn ook beschikbaar wanneer u de Voor- en Na-versies van een foto bekijkt in de loepweergave.
Alle actuele instellingen worden van de ene versie naar de andere versie gekopieerd. Als u één historische instelling wilt kopiëren, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of houdt u Control ingedrukt en klikt u (Mac OS) op een staat in het deelvenster Historie. Kies vervolgens Historiestapinstellingen kopiëren naar Voor.
Kies Weergave > Werkbalk tonen of Werkbalk verbergen, of druk op de toets T.
De tools voor het uitvoeren van lokale bewerkingen in specifieke gedeelten van een foto bevinden zich in het regelpaneel onder het deelvenster Histogram. Selecteer een tool in de toollade om de opties ervan weer te geven. Klik nogmaals op de tool om de lade te sluiten en terug te keren naar het Handje of de tool Zoomen.
Uitsnijdbedekking
Hier vindt u de tools Uitsnijdbedekking, Uitsnijdkader, het hangslotje voor hoogte-breedteverhouding plus bijbehorende opties, de tool Rechttrekken en de schuifregelaar Rechttrekken.
Vlekken verwijderen
Hier vindt u de opties Klonen of Retoucheren en de schuifregelaar Grootte. Klik op Opnieuw instellen om de wijzigingen in de foto te wissen.
Rode-ogencorrectie
Hier vindt u de schuifregelaars voor Pupilgrootte en Donkerder. Klik op Opnieuw instellen om de wijzigingen in de foto te wissen.
Gegradueerd filter
Hier vindt u opties voor het aanpassen van de kleurtonen in een bepaald gebied van een foto.
Aanpassingspenseel
Hier vindt u opties voor de penseelbewerkingen Belichting, Contrast en Helderheid en andere kleurtoonaanpassingen voor specifieke gebieden van een foto.
Handje/tool Zoomen
Wanneer u de muisaanwijzer boven de foto plaatst, worden de R-, G- en B-kleurwaarden onder het histogram weergegeven. De tool die wordt weergegeven, is afhankelijk van uw weergave. Bij de vergroting Passen wordt de tool Zoomen geselecteerd. De tool Handje wordt geselecteerd in geval van de vergrotingen Vullen, 1:1 of hoger. Klik op de foto om te schakelen tussen Passen en 1:1.
Witbalans selecteren
Klik in het deelvenster Standaard op deze tool, kies de tool in het menu Weergave of druk op W om het te selecteren. Er worden opties weergegeven in de werkbalk.
Doelaanpassing
Hiermee kunt u bepaalde kleur- en kleurtoonregelaars aanpassen door met de tool te slepen in de foto. U kunt de tool selecteren in de deelvensters Kleurtintcurve of HSL / Kleur / Zwart-wit of in het menu Weergave. Als u de tool eenmaal hebt geselecteerd, kunt u verschillende doelen kiezen in het pop-upmenu Doelgroep in de werkbalk.
Loepweergave
Deze enkele-fotoweergave is zowel beschikbaar in de module Ontwikkelen als in de module Bibliotheek, maar de sneltoets voor de Loepweergave in de module Ontwikkelen is een D, terwijl de sneltoets in de module Bibliotheek een E is. Klik op de knop Loepweergave in de werkbalk om in beide modules snel over te schakelen naar de Loepweergave.
Kopiëren en Plakken
Met deze knoppen onder aan de deelvensters links in het scherm kunt u de actuele instellingen kopiëren en in een geselecteerde foto plakken.
Vorige, Synchroniseren en Autom. synchr.
Deze knoppen onder aan de deelvensters rechts in het scherm zijn in- of uitgeschakeld, afhankelijk van het feit of er een of meerdere foto's zijn geselecteerd in de filmstrip. Als er maar één foto is geselecteerd, kunt u met de knop Vorige alle instellingen van de eerder geselecteerde foto kopiëren en in de momenteel in de filmstrip geselecteerde foto plakken. Als er meerdere bestanden zijn geselecteerd, kunt u met de knop Synchroniseren kiezen welke van de actuele instellingen van de momenteel geselecteerde foto u in de andere geselecteerde foto's wilt plakken. Met Autom. synchr. worden de andere geselecteerde foto's automatisch aangepast wanneer een schuifregelaar wordt verplaatst. Druk op Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) om de knop Synchroniseren te veranderen in de knop Autom. synchr.
De weergaven Voor en Na
De knop voor de Voor- en Na-weergaven biedt vier opties. U kunt twee foto's naast elkaar of onder elkaar weergeven, u kunt de hele foto in beide weergaven bekijken of u kunt de foto in tweeën splitsen. Klik op de knop Loepweergave om de weergaven Voor en Na uit te schakelen.
Instellingen kopiëren
Met deze drie knoppen kunt u de actuele instellingen van de weergave Na in de weergave Voor plakken, van de weergave Voor in de weergave Na of kunt u overschakelen tussen de weergaven. De knoppen worden weergegeven in de werkbalk wanneer u de weergave Voor en Na kiest in de module Ontwikkelen.
Klik op de tool of kies een tool in het menu Tools. Als u de selectie van een tool wilt opheffen, klikt u eerst op de tool en daarna op Gereed, of selecteert u een andere tool.
Met voorinstellingen kunt u een groep instellingen opslaan en deze toepassen op andere foto's. Een eenmaal gemaakte en aan het deelvenster Voorinstellingen in de module Ontwikkelen toegevoegde voorinstelling blijft aanwezig totdat u deze verwijdert. De voorinstellingen verschijnen ook in de lijst met Ontwikkelinstellingen die u kunt toepassen terwijl u foto's importeert.
In het deelvenster Voorinstellingen van de module Ontwikkelen vindt u een aantal standaardvoorinstellingen. Klik op de map Lightroom Classic-voorinstellingen om de standaardvoorinstellingen weer te geven.
Vanaf Lightroom Classic 11.4 (versie van juni 2022) hebt u toegang tot de volgende vooraf ingestelde functies:
Opmerking:
Vanaf Lightroom Classic CC 7.5 (versie van augustus 2018) kunt u ook bulksgewijs XMP-voorinstellingen en -profielen, DCP-profielen en LCP-profielen als onderdeel van een zip-bestand importeren. .lrtemplate-voorinstellingen kunnen echter niet worden geïmporteerd als onderdeel van een zip-bestand.
Voer een van de volgende handelingen uit om ontwikkelvoorinstellingen te importeren in Lightroom Classic:
Geïntroduceerd in Lightroom Classic CC 7.4 (versie van juni 2018)
Met de optie Voorinstellingen beheren kunt u verschillende groepen Ontwikkelvoorinstellingen weergeven of verbergen die worden weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen en andere plaatsen waar de lijst Ontwikkelvoorinstellingen wordt weergegeven.
Voer de onderstaande stappen uit om voorinstellingsgroepen te tonen/verbergen:
Klik in de module Ontwikkelen op de plusknop (+) in de rechterbovenhoek van het deelvenster Voorinstellingen en kies Voorinstellingen beheren in het menu.
Selecteer in het dialoogvenster Voorinstellingen beheren de groepen voorinstellingen die u wilt weergeven. Deselecteer de groepen voorinstellingen die u wilt verbergen.
Klik op Opslaan.
Het deelvenster Voorinstellingen geeft nu alleen die voorinstellingsgroepen weer die u hebt geselecteerd in het dialoogvenster Voorinstellingen beheren.
Als u alle verborgen groepen voorinstellingen wilt weergeven, kunt u rechtsklikken (Win)/Control ingedrukt houden en klikken (Mac) op een groep voorinstellingen in het deelvenster Voorinstellingen en Verborgen voorinstellingen opnieuw instellen kiezen in het menu.
De voorinstellingen die u maakt, zijn gebaseerd op de actuele instellingen van de geselecteerde foto.
Klik in de module Ontwikkelen op de plusknop (+) in de rechterbovenhoek van het deelvenster Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken in het menu, of kies Ontwikkelen > Nieuwe voorinstelling.
Klik op Alles inschakelen om alles te selecteren of klik op Geen inschakelen om alle selecties op te heffen. Klik vervolgens op elke instelling die u in de voorinstelling wilt opnemen.
Typ een naam in het vak Naam voorinstelling, geef de map op waarin u de voorinstelling wilt plaatsen en klik op Maken.
De voorinstelling wordt aan de lijst in het deelvenster Voorinstellingen in de opgegeven map toegevoegd.
Maak een voorinstelling op basis van de ISO-instelling van uw afbeeldingen. Als u een ISO-adaptieve voorinstelling wilt maken, moet u twee of meer opnamen met verschillende ISO-waarden selecteren. Als u een ISO-adaptieve voorinstelling toepast op een afbeelding met een andere ISO-waarde dan de waarde die u in uw voorinstelling hebt opgegeven, dan wordt de juiste waarde van de instelling berekend op basis van de waarden die u in de voorinstelling hebt gedefinieerd.
Als u bijvoorbeeld een voorinstelling maakt met twee opnamen, een met ISO 400 en Reductie luminantieruis ingesteld op 0 en een andere met ISO 1600 en Reductie luminantieruis ingesteld op 10, en deze voorinstelling toepast op een opname met ISO 800, wordt de Reductie luminantieruis ingesteld op 5.
Identificeer twee of meer beelden met verschillende ISO-waarden op basis waarvan u de voorinstelling wilt maken.
Breng de benodigde wijzigingen aan in deze afbeeldingen in de module Ontwikkelen. Stel bijvoorbeeld verschillende waarden voor Reductie luminantieruis in voor verschillende ISO-opnamen.
Selecteer deze afbeeldingen, klik op de plusknop (+) in de rechterbovenhoek van het deelvenster Voorinstellingen en kies Voorinstelling maken in het menu, of kies Ontwikkelen > Nieuwe voorinstelling.
Nadat u in het dialoogvenster Nieuwe ontwikkelvoorinstelling de instellingen hebt geselecteerd die u in de voorinstelling wilt opnemen, selecteert u ISO-adaptieve voorinstelling maken onderaan het dialoogvenster en klikt u op Maken.
De voorinstelling wordt aan de lijst in het deelvenster Voorinstellingen in de opgegeven map toegevoegd.
Als u een ISO-adaptieve voorinstelling wilt instellen als de standaardinstelling voor het importeren van RAW-indelingen, raadpleegt u Standaardinstellingen voor RAW-afbeeldingen instellen die specifiek voor ISO-waarden gelden.
De optie ISO-adaptieve voorinstelling maken wordt uitgeschakeld als:
Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op een voorinstelling in het deelvenster Voorinstellingen en kies Bijwerken met huidige instellingen.
Geef de instellingen op die u in de voorinstelling wilt opnemen en klik op Bijwerken.
Het is niet mogelijk geïntegreerde Lightroom Classic-voorinstellingen of groepen voorinstellingen te exporteren. U kunt alleen aangepaste voorinstellingen exporteren.
Selecteer in de module Ontwikkelen in het deelvenster Voorinstellingen een aangepaste voorinstelling of een voorinstelling van derden die u wilt exporteren.
Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS). Kies vervolgens Exporteren.
Geef de bestandsnaam op en klik op Opslaan.
Het is niet mogelijk geïntegreerde Lightroom Classic-voorinstellingen te verwijderen. U kunt alleen aangepaste voorinstellingen verwijderen.
Klik in de module Ontwikkelen met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac OS) op een voorinstelling in het deelvenster Voorinstellingen en kies Verwijderen.
druk niet op de toets Delete op het toetsenbord; dan verwijdert u namelijk de op dat moment geselecteerde foto.
Standaard worden aangepaste voorinstellingen in een submap van de Lightroom Classic-map opgeslagen. Zie voor de specifieke locaties in macOS en Windows Locatie van voorkeurenbestand en andere bestanden in Lightroom Classic en Lightroom 6.
Klik in de module Ontwikkelen op de plusknop (+) in de rechterbovenhoek van het deelvenster Voorinstellingen en kies Voorinstellingen importeren in het menu.
Navigeer in het dialoogvenster Voorinstelling importeren naar het gewenste mappad en selecteer de voorinstellingen die u wilt importeren.
Klik op Importeren.
In het deelvenster Voorinstellingen zijn de geïmporteerde Ontwikkelvoorinstellingen beschikbaar in de groep Gebruikersvoorinstellingen.
Wanneer u een foto opent in de Loepweergave in de module Ontwikkelen, verschijnen sommige voorinstellingen niet in het deelvenster Voorinstellingen omdat ze niet compatibel zijn met de geselecteerde foto, zoals cameraprofielen die niet toepasselijk zijn voor de huidige foto of voorinstellingen die alleen geldig zijn voor RAW-bestanden. Niet-compatibele voorinstellingen worden vaag en Cursief weergegeven in het deelvenster Voorinstellingen in Ontwikkelen.
Volg de volgende stappen als u alle voorinstellingen wilt zien, ook als ze niet compatibel zijn met de huidige foto:
Kies in de menubalk Bewerken > Voorkeuren (Windows) / Lightroom Classic > Voorkeuren (Mac).
Selecteer in het dialoogvenster Voorkeuren het tabblad Voorinstellingen.
Op het tabblad Voorinstellingen in het gedeelte Zichtbaarheid schakelt u Gedeeltelijk compatibele ontwikkelvoorinstellingen tonen in of uit om niet geheel compatibele ontwikkelvoorinstellingen te tonen of juist te verbergen.
Als u in deze versie van Lightroom Classic probeert een dubbele voorinstelling te maken met dezelfde naam in dezelfde groep, verschijnt er een dialoogvenster genaamd Dubbele naam voorinstelling met de opties:
U kunt in Lightroom Classic op verschillende manieren aanpassingen aan foto's ongedaan maken of herstellen terwijl u in de module Ontwikkelen werkt.
Sla een momentopname of een voorinstelling van uw instellingen op voordat u deze ongedaan maakt, zodat u de instellingen niet voorgoed kwijtraakt.
Ga op een van de volgende manieren te werk om aanpassingen ongedaan te maken in de module Ontwikkelen:
Aanmelden bij je account