Lijnstijlen toepassen en opslaan

Laatst bijgewerkt op 7 aug. 2026

Leer hoe je herbruikbare streep-, punt- en streeppatronen definieert voor lijnen in Adobe InDesign.

Pas aangepaste lijnstijlen toe en sla ze op in InDesign met gebruik van het paneel Lijn om lijnpatronen te definiëren. Aangepaste lijnstijlen helpen bij het maken van consistente gestreepte, gestippelde of gepatroneerde lijnen over objecten heen. Door deze stijlen op te slaan kun je ze hergebruiken in documenten en de ontwerpconsistentie behouden.

Lijnen toepassen op paden en kaders

Selecteer het pad, kader of de vorm met de Selectietool.

Selecteer Venster > Lijn.

Stel een dikte in vanuit het vervolgkeuzemenu Dikte of voer een waarde in en druk vervolgens op Enter.

Als extra eigenschappen niet zichtbaar zijn, selecteer je het pictogram van het deelvenstermenu en vervolgens Opties tonen.

Kies een lijntype uit het vervolgkeuzemenu Type.

Stel Uiteinde, Hoek en Lijnuitlijning in.

Aangepaste lijnstijlen maken

Selecteer Venster > Lijn.

Selecteer het paneelmenu-pictogram en kies vervolgens Lijnstijlen.

Selecteer Nieuw.

Voer een naam in en selecteer een type uit het vervolgkeuzemenu Type.

Stel Patroonlengte in en stel vervolgens patroonmarkeringen in met gebruik van de liniaal.

Kies een hoek uit het vervolgkeuzemenu Hoeken.

Stel de Voorvertoningsdikte in om de lijn in verschillende lijndiktes te bekijken.

Selecteer OK.

Aangepaste lijnstijlen opslaan en laden

Selecteer Venster > Lijn.

Selecteer het paneelmenu-pictogram en kies vervolgens Lijnstijlen.

Kies een aangepaste lijnstijl.

Selecteer Opslaan.

Voer een bestandsnaam in, selecteer een locatie en selecteer vervolgens Opslaan.