Segmenten en afbeeldingen met hyperlinks

  1. Illustrator Handboek
  2. Kennismaken met Illustrator
    1. Inleiding tot Illustrator
      1. Nieuw in Illustrator
      2. Algemene vragen
      3. Systeemvereisten voor Illustrator
      4. Illustrator voor Apple silicon
    2. Werkruimte
      1. Beginselen van de werkruimte
      2. Documenten maken
      3. GereedschappenStandaardsneltoetsen | Illustrator
      4. Sneltoetsen aanpassen
      5. Tekengebieden
      6. De werkruimte aanpassen
      7. Het deelvenster Eigenschappen
      8. Voorkeuren instellen
      9. Werkruimte voor aanraken
      10. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Illustrator
      11. Herstellen, ongedaan maken en automatisch laten uitvoeren
      12. Weergave draaien
      13. Linialen, rasters en hulplijnen
      14. Toegankelijkheid in Illustrator
      15. Veilige modus
      16. Illustraties weergeven
      17. De Touch Bar gebruiken met Illustrator
      18. Bestanden en sjablonen
      19. Instellingen synchroniseren met Adobe Creative Cloud
    3. Gereedschappen in Illustrator
      1. Selectie
        1. Overzicht
        2. Selectie
        3. Direct selecteren
        4. Lasso
      2. Navigatie
        1. Overzicht
        2. Zoomen
        3. Weergave draaien
      3. Schilderen
        1. Overzicht
        2. Verloop
        3. Vormen maken
      4. Tekst
        1. Overzicht
        2. Tekst
        3. Tekst op pad
  3. Illustrator op de iPad
    1. Inleiding in Illustrator op de iPad
      1. Overzicht van Illustrator op de iPad
      2. Veelgestelde vragen over Illustrator op de iPad
      3. Systeemvereisten | Illustrator op de iPad
      4. Wat u wel of niet kunt doen in Illustrator op de iPad
    2. Werkruimte
      1. De werkruimte van Illustrator op de iPad
      2. Snelknoppen en bewegingen
      3. Sneltoetsen voor Illustrator op de iPad
      4. Uw app-instellingen beheren
    3. Documenten
      1. Werken met documenten in Illustrator op de iPad
      2. Photoshop- en Fresco-documenten importeren
    4. Objecten selecteren en rangschikken
      1. Herhaalde objecten maken
      2. Objecten laten overvloeien
    5. Tekenen
      1. Paden tekenen en bewerken
      2. Vormen tekenen en bewerken
    6. Tekst
      1. Werken met tekst en lettertypen
      2. Tekstontwerpen langs een pad maken
      3. Uw eigen lettertypen toevoegen
    7. Werken met afbeeldingen
      1. Werken met afbeeldingen
    8. Kleur
      1. Kleuren en verlopen toepassen
  4. Clouddocumenten
    1. Basisbeginselen
      1. Werken met Illustrator-clouddocumenten
      2. Illustrator-clouddocumenten delen en eraan samenwerken
      3. Cloudopslag voor Adobe Illustrator upgraden
      4. Illustrator-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Problemen oplossen
      1. Problemen met het maken of opslaan van clouddocumenten in Illustrator oplossen
      2. Problemen met clouddocumenten in Illustrator oplossen
  5. Inhoud toevoegen en bewerken
    1. Tekenen
      1. Grondbeginselen van tekenen
      2. Paden bewerken
      3. Pixel-perfecte illustraties tekenen
      4. Tekenen met de pen, het potlood of het gereedschap Kromming
      5. Eenvoudige lijnen en vormen tekenen
      6. Afbeeldingen overtrekken
      7. Een pad vereenvoudigen
      8. Perspectiefrasters definiëren
      9. Symboolgereedschappen en symboolsets
      10. Padsegmenten aanpassen
      11. Een bloem ontwerpen in 5 eenvoudige stappen
      12. Perspectief tekenen
      13. Symbolen
      14. Paden met pixeluitlijning tekenen voor webworkflows
    2. 3D-effecten en Adobe Substance-materialen
      1. Over 3D-effecten in Illustrator
      2. 3D-afbeeldingen maken
      3. 3D-objecten maken
      4. 3D-tekst maken
    3. Kleur
      1. Kleuren
      2. Kleuren selecteren
      3. Stalen gebruiken en maken
      4. Kleuren aanpassen
      5. Het deelvenster Adobe Color-thema's gebruiken
      6. Kleurgroepen (harmonieën)
      7. Deelvenster Kleurthema's
      8. Illustraties opnieuw kleuren
    4. Schilderen
      1. Informatie over schilderen
      2. Schilderen met vullingen en lijnen
      3. Groepen van Actieve verf
      4. Verlopen
      5. Penselen
      6. Transparantie- en overvloeiingsmodi
      7. Lijnen toepassen op een object
      8. Patronen maken en bewerken
      9. Netten
      10. Patronen
    5. Objecten selecteren en rangschikken
      1. Objecten selecteren
      2. Lagen
      3. Objecten groeperen en uitbreiden
      4. Objecten verplaatsen, uitlijnen en verdelen
      5. Objecten stapelen    
      6. Objecten vergrendelen, verbergen en verwijderen
      7. Objecten dupliceren
      8. Objecten roteren en spiegelen
    6. Objecten omvormen
      1. Afbeeldingen uitsnijden
      2. Objecten transformeren
      3. Objecten combineren
      4. Objecten knippen, splitsen en verkleinen
      5. Marionet verdraaien
      6. Objecten schalen, schuintrekken en vervormen
      7. Objecten laten overvloeien
      8. Omvormen met omhulsels
      9. Objecten omvormen met effecten
      10. Nieuwe vormen maken met de gereedschappen Shaper en Vormen maken
      11. Werken met actieve hoeken
      12. Verbeterde workflows voor omvormen met ondersteuning voor aanraking
      13. Uitknipmaskers bewerken
      14. Actieve vormen
      15. Vormen maken met het gereedschap Vormen maken
      16. Algemene bewerking
    7. Tekst
      1. Tekst maken
      2. Lettertypen en typografie
      3. Tekst opmaken
      4. Tekst importeren en exporteren
      5. Alinea's opmaken
      6. Speciale tekens
      7. Tekst op een pad maken
      8. Teken- en alineastijlen
      9. Tabs
      10. Informatie over tekst
      11. Ontbrekende lettertypen zoeken (Typekit-workflow)
      12. Tekst uit Illustrator 10 bijwerken
      13. Arabische en Hebreeuwse tekst
      14. Lettertypen | Veelgestelde vragen en tips voor probleemoplossing
      15. Een 3D-teksteffect maken
      16. Creatieve typografische ontwerpen
      17. Tekst schalen en roteren
      18. Regelafstand en tekenafstand
      19. Woordafbreking en regelafbreking
      20. Tekstverbeteringen
      21. Spelling- en taalwoordenboeken
      22. Aziatische tekens opmaken
      23. Composers voor Aziatische schriften
      24. Tekstontwerpen maken met overvloeiobjecten
      25. Een tekstposter maken met Afbeeldingen overtrekken
    8. Speciale effecten maken
      1. Werken met effecten
      2. Afbeeldingsstijlen
      3. Een slagschaduw maken
      4. Vormgevingskenmerken
      5. Schetsen en mozaïeken maken
      6. Slagschaduw, gloed en doezeleffect
      7. Overzicht van effecten
    9. Webafbeeldingen
      1. Aanbevolen procedures voor het maken van webafbeeldingen
      2. Grafieken
      3. SVG
      4. Animaties maken
      5. Segmenten en afbeeldingen met hyperlinks
  6. Importeren, exporteren en opslaan
    1. Importeren
      1. Illustratiebestanden importeren
      2. Bitmapafbeeldingen importeren
      3. Illustraties importeren uit Photoshop
      4. Meerdere bestanden plaatsen | Illustrator CC
      5. Het insluiten van afbeeldingen ongedaan maken
      6. Adobe PDF-bestanden importeren
      7. EPS-, DCS- en AutoCAD-bestanden importeren
      8. Informatie over koppelingen
    2. Creative Cloud Libraries in Illustrator 
      1. Creative Cloud Libraries in Illustrator
    3. Opslaan
      1. Illustraties opslaan
    4. Exporteren
      1. Een illustratie exporteren
      2. Middelen verzamelen en exporteren in batches
      3. Bestanden in een pakket opnemen
      4. Adobe PDF-bestanden maken
      5. CSS extraheren | Illustrator CC
      6. Adobe PDF-opties
      7. Bestandsinformatie en metagegevens
  7. Afdrukken
    1. Voorbereiden op afdrukken
      1. Documenten instellen voor afdrukken
      2. Het paginaformaat en de afdrukstand wijzigen
      3. Snijtekens opgeven voor bijsnijden of uitlijnen
      4. Aan de slag met een groot canvas
    2. Afdrukken
      1. Overdrukken
      2. Afdrukken met kleurbeheer
      3. Afdrukken met PostScript
      4. Afdrukvoorinstellingen
      5. Drukkersmarkeringen en afloopgebieden
      6. Transparante illustraties afdrukken en opslaan
      7. Overvullen
      8. Kleurscheidingen afdrukken
      9. Verlopen, netten en kleurovervloeiingen afdrukken
      10. Witte overdruk
  8. Taken automatiseren
    1. Gegevens samenvoegen met behulp van het deelvenster Variabelen
    2. Automatiseren met behulp van scripts
    3. Automatiseren met behulp van handelingen
  9. Problemen oplossen 
    1. Crashproblemen bij het opstarten oplossen
    2. Bestanden herstellen na een crash
    3. Problemen met bestanden
    4. Problemen met GPU-stuurprogramma's
    5. Problemen met Wacom-apparaten
    6. Problemen met DLL-bestanden
    7. Geheugenproblemen
    8. Problemen met voorkeurenbestanden
    9. Lettertypeproblemen
    10. Printerproblemen
    11. Foutrapport delen met Adobe

Segmenten

Webpagina's kunnen vele elementen bevatten, zoals HTML-tekst, bitmapafbeeldingen, vectorillustraties, enz. In Illustrator kunt u de grenzen van verschillende webelementen in uw illustratie definiëren met gebruik van segmenten. Als de illustratie bijvoorbeeld een bitmapafbeelding bevat die geoptimaliseerd moet worden in de JPEG-indeling, terwijl de rest van de afbeelding beter geoptimaliseerd kan worden als een GIF-bestand, kunt u de bitmapafbeelding isoleren aan de hand van een segment. Wanneer u Opslaan voor web en apparaten kiest om de illustratie op te slaan als een webpagina, kunt u elk segment opslaan als een afzonderlijk bestand in een eigen indeling, met eigen instellingen en een kleurentabel.

De segmenten in een Illustrator-document komen overeen met de tabelcellen in de uiteindelijke webpagina. Standaard wordt het segmentgebied als afbeeldingsbestand binnen een tabelcel geëxporteerd. Als u wilt dat de tabelcel HTML-tekst en een achtergrondkleur bevat in plaats van een afbeeldingsbestand, kunt u het segmenttype wijzigen in Geen afbeelding. Als u Illustrator-tekst naar HTML-tekst wilt omzetten, kunt u het segmenttype wijzigen in HTML-tekst.

Gedeelde illustratie met verschillende typen segmenten
Gedeelde illustratie met verschillende typen segmenten

A. Segment Geen afbeelding B. Segment Afbeelding C. Segment HTML-tekst 

U kunt segmenten bekijken in het tekengebied en in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten. Segmenten worden van links naar rechts en van boven naar beneden genummerd, vanaf de linkerbovenhoek van de afbeelding. Als u de rangschikking of het totale aantal van de segmenten wijzigt, worden de segmentnummers bijgewerkt met de nieuwe volgorde.

Wanneer u een segment maakt, worden de illustraties rondom dit segment in automatische segmenten verdeeld, zodat de lay-out behouden blijft bij gebruik van een webtabel. Er zijn twee typen automatische segmenten: autosegmenten en subsegmenten. Autosegmenten zijn bedoeld voor de gebieden van de illustratie die u niet als segment hebt gedefinieerd. Telkens wanneer u segmenten toevoegt of bewerkt, worden de autosegmenten opnieuw gegenereerd. Subsegmenten geven aan hoe overlappende segmenten die door de gebruiker zijn gedefinieerd, worden verdeeld. Hoewel subsegmenten worden genummerd en een segmentsymbool krijgen, kunt u ze niet afzonderlijk van het onderliggende segment selecteren. Subsegmenten en autosegmenten worden opnieuw gegenereerd wanneer dat nodig is terwijl u aan het werk bent.

Segmenten maken

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer een of meer objecten in het tekengebied en kies Object > Segment > Maken.

    • Selecteer de tool Segment  en sleep over het gebied waarin u een segment wilt maken. Door de Shift-toets ingedrukt te houden en te slepen maakt u een vierkant segment. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep om vanuit het middelpunt te tekenen.

    • Selecteer een of meer objecten op het tekengebied en kies Object > Segment > Maken van selectie.

    • Plaats hulplijnen op de plaats waar u de illustratie wilt splitsen en kies Object > Segment > Maken van hulplijnen.

    • Selecteer een bestaand segment en kies Object > Segment > Segment dupliceren.

      Tip: Als u wilt dat de afmetingen van het segment overeenkomen met de grens van een element in uw illustratie, gebruikt u de opdracht Object  > Segment > Maken. Als u de elementen verplaatst of wijzigt, wordt het segmentgebied automatisch aangepast aan de nieuwe illustratie. U kunt met deze opdracht ook een segment maken waarin de tekst en standaardopmaakkenmerken van een tekstobject zijn vastgelegd.

      Tip: Gebruik de tool Segment, de opdracht Maken van selectie of de opdracht Maken van hulplijnen als u wilt dat de afmetingen van een segment niet afhankelijk zijn van de onderliggende illustratie. Segmenten die u op een van deze manieren maakt, worden als items in het deelvenster Lagen weergegeven. Deze items kunt u op dezelfde manier verplaatsen, vergroten, verkleinen of verwijderen als andere vectorobjecten.

Segmenten selecteren

Gebruik de tool Segment selecteren  om een segment te selecteren in het illustratievenster of in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten.

  • Klik op een segment om het te selecteren.
  • Als u meerdere segmenten wilt selecteren, houdt u Shift ingedrukt en klikt u op de segmenten. (In het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten kunt u ook Shift ingedrukt houden en slepen.)
  • Als u met overlappende segmenten werkt en een onderliggend segment wilt selecteren, klikt u op het zichtbare gedeelte van dat segment.

    In het illustratievenster kunt u segmenten bovendien op een van de volgende manieren selecteren:

  • Als u een segment wilt selecteren dat is gemaakt met de opdracht Object > Segment > Maken, selecteert u de desbetreffende illustratie in het tekengebied. Als het segment is gekoppeld aan een groep of laag, selecteert u het doelpictogram naast de groep of laag in het deelvenster Lagen.
  • Als u een segment wilt selecteren dat is gemaakt met de tool Segment, de opdracht Maken van selectie of de opdracht Maken van hulplijnen, selecteert u het segment in het deelvenster Lagen.
  • Klik op het segmentpad met de tool Selecteren .
  • Als u een segment van een segmentpad of een segmentankerpunt wilt selecteren, klikt u erop met de tool Direct selecteren.

    Opmerking: U kunt geen autosegmenten selecteren. Deze segmenten worden grijs weergegeven.

Segmentopties instellen

Met de opties van een segment bepaalt u hoe de inhoud van het segment eruit zal zien en zal functioneren in de uiteindelijke webpagina.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit met de tool Segment selecteren:
    • Selecteer een segment in het illustratievenster en kies Object > Segment > Segmentopties.

    • Dubbelklik in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten op een segment met de tool Segment selecteren.

  2. Selecteer een segmenttype en stel de bijbehorende opties in:

    Afbeelding

    Selecteer dit type als u wilt dat het segmentgebied een afbeeldingsbestand wordt in de uiteindelijke webpagina. Als u wilt dat de afbeelding een HTML-koppeling is, voert u een URL en een doelframeset in. U kunt ook een bericht opgeven dat in het statusgebied van de browser wordt weergegeven wanneer de muis op de afbeelding is geplaatst, u kunt alternatieve tekst opgeven die wordt weergegeven wanneer de afbeelding niet zichtbaar is en u kunt een achtergrondkleur voor de tabelcel opgeven.

    Geen afbeelding

    Selecteer dit type als u wilt dat het segmentgebied HTML-tekst en een achtergrondkleur bevat in de uiteindelijke webpagina. Typ de gewenste tekst in het tekstvak Tekst weergegeven in cel en maak de tekst op met standaard-HTML-codes. Zorg ervoor dat u niet meer tekst invoert dan in het segmentgebied kan worden weergegeven. (Als u te veel tekst invoert, loopt deze door in aangrenzende segmenten en dat beïnvloedt de lay-out van uw webpagina. Omdat de tekst niet in het tekengebied wordt weergegeven, is dit echter pas duidelijk wanneer u de webpagina in een webbrowser weergeeft.) Als u de uitlijning van tekst in de tabelcel wilt wijzigen, gebruikt u de opties Horiz en Vert.

    HTML-tekst

    Dit type is alleen beschikbaar als u het segment hebt gemaakt door een tekstobject te selecteren en Object > Segment > Maken te kiezen. De Illustrator-tekst wordt omgezet in HTML-tekst met elementaire opmaakkenmerken in de uiteindelijke webpagina. Als u de tekst wilt bewerken, werkt u de tekst bij in het tekengebied. Als u de uitlijning van tekst in de tabelcel wilt wijzigen, gebruikt u de opties Horiz en Vert. U kunt ook een achtergrondkleur voor de tabelcel selecteren.

    Tip: Als u de tekst voor HTML-tekstsegmenten wilt bewerken in het dialoogvenster Segmentopties, wijzigt u het segmenttype in Geen afbeelding. Zo wordt de koppeling met het tekstobject in het tekengebied verbroken. Als u de tekstopmaak wilt negeren, voert u <niet-opgemaakt> in als eerste woord van het tekstobject.

Segmenten vergrendelen

Als u segmenten vergrendelt, voorkomt u dat u per ongeluk wijzigingen aanbrengt. Zo vermijdt u dat u segmenten onbedoeld groter of kleiner maakt of verplaatst.

  • Kies Weergave > Segmenten vergrendelen.
  • Als u afzonderlijke segmenten wilt vergrendelen, klikt u op de bewerkingskolom van het segment in het deelvenster Lagen.

Segmentgrenzen aanpassen

Als u een segment hebt gemaakt met de opdracht Object > Segment > Maken, zijn de positie en grootte van het segment gekoppeld aan de illustratie in het segment. Als u de illustratie verplaatst of de grootte van de illustratie wijzigt, worden de grenzen van de segmenten daarom automatisch aangepast.

Als u een segment hebt gemaakt met de tool Segment, de opdracht Maken van selectie of de opdracht Maken van hulplijnen, kunt u het segment op de volgende manieren handmatig aanpassen:

  • Als u een segment wilt verplaatsen, sleept u het segment naar een nieuwe positie met de tool Segment selecteren . Houd Shift ingedrukt als u de verplaatsing wilt beperken tot een verticale, horizontale of diagonale lijn van 45°.
  • Als u de grootte van een segment wilt wijzigen, selecteert u het segment met de tool Segment selecteren en sleept u een van de hoeken of zijkanten van het segment. U kunt de grootte van segmenten ook wijzigen met de tool Selecteren en het deelvenster Transformeren.
  • Als u segmenten wilt uitlijnen of verdelen, gebruikt u het deelvenster Uitlijnen. Als u segmenten uitlijnt, kunt u voorkomen dat er onnodige automatische segmenten worden gemaakt. Zo ontstaat een kleiner en meer efficiënt HTML-bestand.
  • Als u de stapelvolgorde van segmenten wilt wijzigen, sleept u het segment naar een nieuwe positie in het deelvenster Lagen of selecteert u een van de opdrachten van Object > Ordenen.
  • Als u een segment wilt splitsen, selecteert u het desbetreffende segment en kiest u Object > Segment > Segmenten verdelen.

    U kunt segmenten die op elke manier zijn gemaakt met elkaar combineren. Selecteer de segmenten en kies Object > Segment > Segmenten combineren. Het resulterende segment krijgt de afmetingen en positie van de rechthoek die wordt gevormd door samenvoeging van de buitenranden van de gecombineerde segmenten. Als de gecombineerde segmenten niet aan elkaar grenzen of verschillende afmetingen of uitlijningen hebben, kan het nieuwe segment andere segmenten overlappen.

    Kies Object > Segment > Bijsnijden naar tekengebied om de grootte van alle segmenten aan te passen aan de grenzen van het tekengebied. Segmenten die het tekengebied overschrijden, worden afgekapt, zodat deze in het tekengebied passen. Automatische segmenten die zich binnen het tekengebied bevinden, worden vergroot tot de grenzen van het tekengebied. De illustraties blijven ongewijzigd.

Segmenten verwijderen

U kunt een segment wissen door het te verwijderen of door het op te heffen in de corresponderende illustratie.

  • Als u een segment wilt verwijderen, selecteert u het segment en drukt u op Delete. Als het segment is gemaakt met de opdracht Object > Segment > Maken, wordt de corresponderende illustratie tegelijkertijd ook verwijderd. Maak het segment ongedaan in plaats van het segment te verwijderen als u de bijbehorende illustratie niet wilt verwijderen.
  • Kies Object > Segment > Alles verwijderen om alle segmenten te verwijderen. Segmenten die zijn gemaakt met de opdracht Object > Segment > Maken worden ongedaan gemaakt, niet verwijderd.
  • Als u een segment ongedaan wilt maken, selecteert u het desbetreffende segment en kiest u Object > Segment > Geen.

Segmenten tonen of verbergen

  • Als u segmenten in het illustratievenster wilt verbergen, kiest u Weergave > Segmenten verbergen.
  • Als u segmenten in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten wilt verbergen, klikt u op de knop Zichtbaarheid van segmenten in/uitschakelen .
  • Als u segmentnummers wilt verbergen en de kleur van segmentlijnen wilt wijzigen, kiest u Bewerken > Voorkeuren > Slimme hulplijnen en segmenten (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Slimme hulplijnen en segmenten (Mac OS).

Afbeeldingen met hyperlinks maken

Gebruik afbeeldingen met hyperlinks om een of meerdere gebieden in een afbeelding, de zogenaamde hotspots, aan een URL te koppelen. Wanneer een gebruiker op de hotspot klikt, laadt de webbrowser het gekoppelde bestand.

Het grootste verschil tussen het gebruiken van afbeeldingen met hyperlinks en het gebruiken van segmenten voor het maken van koppelingen wordt gevormd door de manier waarop de illustratie wordt geëxporteerd als een webpagina. Als u afbeeldingen met hyperlinks gebruikt, blijft de illustratie behouden als één afbeeldingsbestand. Als u echter segmenten gebruikt, wordt de illustratie opgesplitst in afzonderlijke bestanden. Een ander verschil tussen afbeeldingen met hyperlinks en segmenten ligt in het feit dat u afbeeldingen met hyperlinks kunt gebruiken om veelhoekige of rechthoekige gebieden in de afbeelding te koppelen, terwijl u met segmenten alleen rechthoekige gebieden kunt koppelen. Als u alleen rechthoekige gebieden wilt koppelen, kunt u beter segmenten gebruiken in plaats van afbeeldingen met hyperlinks.

Opmerking:

Teneinde onverwachte gevolgen te voorkomen, kunt u beter geen selectiegebieden via afbeeldingen met hyperlinks maken in segmenten met URL-koppelingen. In sommige browsers worden ofwel de koppelingen via de afbeeldingen met hyperlinks ofwel de segmentkoppelingen genegeerd.

  1. Selecteer het object dat u wilt koppelen aan een URL.
  2. Selecteer een vorm voor de afbeelding met hyperlinks in het menu Afbeelding met hyperlinks van het deelvenster Kenmerken.
  3. Typ een relatief of volledig adres in het tekstvak URL of kies een adres in de lijst met beschikbare URL's. Als u de URL-locatie wilt controleren, klikt u op de knop Browser.
    Opmerking:

    Als u het aantal zichtbare ingangen in het URL-menu wilt verhogen, selecteert u Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Kenmerken. Typ een waarde tussen 1 en 30 om te bepalen hoeveel URL-ingangen zichtbaar moeten zijn in de URL-lijst.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account