Met het deelvenster Lijn (Venster > Lijn) stelt u in of de lijn ononderbroken of onderbroken is en bepaalt u het streeppatroon en andere aanpassingen van een onderbroken lijn, de lijndikte, de lijnuitlijning, de afknotlimiet, de pijlen, de breedteprofielen en de stijlen van verbindingen en uiteinden van lijnen.

Deelvenster Lijn
Deelvenster Lijn

U kunt lijnopties toepassen op een heel object, of u kunt groepen van Actieve verf gebruiken om verschillende lijnen toe te passen op verschillende randen binnen het object.

Dave Cross, instructeur van het tijdschrift Layers Magazine, laat u zien hoe u vullingen en lijnen in Illustrator toepast en biedt enkele handige, snelle manieren voor het werken met vullingen en lijnen in deze video.

Een kleur, dikte of uitlijning van een lijn toepassen

  1. Selecteer het object. (Als u een rand in een groep van Actieve verf wilt selecteren, gebruik dan de tool Selectie van Actieve verf.)
  2. Klik op het vak Lijn in het deelvenster Tools, Kleur of Beheer. Hiermee geeft u aan dat u een lijn wilt toepassen in plaats van een vulling.
    Het vak Lijn
    Het vak Lijn

  3. Selecteer een kleur in het deelvenster Kleur of een staal in het deelvenster Stalen of Beheer. Of dubbelklik op het vak Lijn om met de Kleurkiezer een kleur te selecteren.

    Opmerking:

    Als u de huidige kleur in het vak Lijn wilt gebruiken, kunt u de kleur eenvoudig vanaf het vak Lijn naar het object slepen. Slepen werkt niet bij groepen van Actieve verf.

  4. Selecteer een dikte in het deelvenster Lijn of Beheer.
  5. Als het object een gesloten pad is (en niet een groep van Actieve verf), kies dan in het deelvenster Lijn een optie voor het uitlijnen van de lijn langs het pad:
    •  Lijn uitlijnen naar midden 

    •  Lijn uitlijnen naar binnen 

    •  Lijn uitlijnen naar buiten 

    Opmerkingen:

    • In de huidige versie van Illustrator, wordt de optie Lijn uitlijnen naar binnen standaard toegepast terwijl u een Webdocument maakt. In bepaalde eerdere versies van Illustrator, zou Illustrator de optie Lijn uitlijnen naar midden standaard toepassen.
    • Als u paden met verschillende lijnuitlijningen probeert uit te lijnen, kan het zijn dat de paden niet precies uitlijnen. Als de randen na het uitlijnen exact met elkaar overeen moeten komen, controleer dan of de instellingen voor paduitlijning gelijk zijn.

Lijnen maken met een variabele breedte

U kunt met de tool Breedte in het deelvenster Tools een lijn met een variabele breedte maken en de variabele breedte opslaan als een profiel dat kan worden toegepast op andere lijnen.

Wanneer u met de muis over een lijn beweegt met behulp van de tool Breedte, wordt op het pad met handgrepen een holle ruit weergegeven. U kunt de lijnbreedte aanpassen en het breedtepunt verplaatsen, dupliceren of verwijderen.

Bij meerdere lijnen wordt met de tool Breedte alleen de actieve lijn aangepast. Als u een lijn wilt aanpassen, moet u deze selecteren als de actieve lijn in het deelvenster Vormgeving.

Zie Lijnen met een variabele gebruiken voor een video over het gebruik van de tool Breedte.

Als u een breedtepunt wilt maken of aanpassen met het dialoogvenster Breedtepunt bewerken, dubbelklikt u op de lijn met de tool Breedte en bewerkt u de waarden voor het breedtepunt. Als u het selectievakje Aaneengrenzende breedtepunten aanpassen inschakelt, hebben wijzigingen aan het geselecteerde breedtepunt ook invloed op aangrenzende breedtepunten.

Als u het selectievakje Aaneengrenzende breedtepunten aanpassen automatisch wilt inschakelen, houdt u Shift ingedrukt en dubbelklikt u op het breedtepunt.

De tool Breedte maakt onderscheid tussen continue en discontinue breedtepunten bij het aanpassen van de variabele breedte.

width-point-edit
Dialoogvenster Breedtepunt bewerken voor continue punten

Als u een discontinu breedtepunt wilt maken, gaat u als volgt te werk:

  1. Maak twee breedtepunten op een lijn met verschillende lijnbreedten.

    discontinuous-width-points1
    Twee gemaakte breedtepunten
  2. Sleep het ene breedtepunt naar het andere om een discontinu breedtepunt te maken voor de lijn.

    discontinuous-width-points2
    Discontinu breedtepunt dat is gemaakt door het ene breedtepunt naar het andere te slepen

Voor discontinue punten worden in het dialoogvenster Breedtepunt bewerken beide sets zijdebreedten weergegeven.

width-point-edit-discontinuous_1
Dialoogvenster Breedtepunt bewerken voor discontinue punten

Besturingselementen van tool Breedte

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Sleep de handgrepen naar buiten of naar binnen om de lijnbreedte op die locatie van het pad aan te passen. Breedtepunten die zijn gemaakt op een hoek of op een direct geselecteerd ankerpunt, blijven bij het ankerpunt tijdens basisbewerkingen van het pad.
  • Als u de positie van het breedtepunt wilt wijzigen, sleept u het punt langs het pad.
  • Houd Shift ingedrukt en klik als u meerdere breedtepunten wilt selecteren. Geef in het dialoogvenster Breedtepunt bewerken de waarden op voor Zijde 1 en Zijde 2 van meerdere punten. Eventuele aanpassingen aan de breedtepunten hebben invloed op alle geselecteerde breedtepunten.
  • U kunt de lijndikte van alle breedtepunten aanpassen door de lijndikte op te geven in de vervolgkeuzelijst Dikte van het deelvenster Lijn.

Breedteprofielen opslaan

Nadat u de lijndikte hebt gedefinieerd, kunt u het variabele-breedteprofiel opslaan met behulp van het regelpaneel of het deelvenster Lijn of Eigenschappen.

width-profiles
A. Optie Uniform breedteprofiel B. Pictogram Breedteprofiel opslaan C. Pictogram Breedteprofiel verwijderen D. Pictogram Breedteprofiel herstellen 

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • U kunt breedteprofielen toepassen op geselecteerde paden door deze te kiezen in de vervolgkeuzelijst Breedteprofiel in het regelpaneel of in het deelvenster Lijn. Wanneer u een lijn zonder variabele breedte selecteert, wordt in de lijst de optie Uniform weergegeven. U kunt de optie Uniform ook selecteren om een variabel breedteprofiel te verwijderen uit een object.
  • Als u de standaardbreedteprofielset wilt herstellen, klikt u op de knop Profielen herstellen onder aan de vervolgkeuzelijst Profiel.

Opmerking:

Als u de standaardbreedteprofielset herstelt in het dialoogvenster Lijnopties, worden opgeslagen aangepaste profielen verwijderd.

Als u een variabel breedteprofiel toepast op een lijn, wordt dit aangeduid met een asterisk (*) in het deelvenster Vormgeving.

Voor kunst- en patroonpenselen wordt de optie Breedtepunten/profiel automatisch geselecteerd voor de grootte in het dialoogvenster Lijnopties, nadat een penseelpad is bewerkt met de tool Variabele breedte of nadat een Breedteprofiel-voorinstelling is toegepast. Als u wijzigingen aan het breedteprofiel wilt verwijderen, selecteert u de optie Vast voor de grootte of een van de tabletgegevenskanalen, zoals Druk, om de tabletgegevensopties te herstellen.

Stippellijnen of onderbroken lijnen maken

Adobe raadt aan

Adobe raadt aan
Mordy Golding

U kunt een stippellijn of een onderbroken lijn maken door de lijnkenmerken van een object te bewerken.

  1. Selecteer het object.
  2. Selecteer Onderbroken lijn in het deelvenster Lijn. Als de optie Onderbroken lijn niet wordt weergegeven, kies dan Opties tonen in het menu van het deelvenster Lijn.
  3. Klik op het pictogram . Hiermee worden streepjes op hoeken en uiteinden van paden uitgelijnd, waarbij de lengte wordt aangepast aan de beschikbare ruimte. Met deze optie kunnen de strepen op de hoeken en aan de uiteinden van de paden consistent en voorspelbaar worden gemaakt. Als u de weergave van de strepen wilt behouden zonder ze uit te lijnen, selecteert u het pictogram . Hiermee blijft de exacte lengte van de streepjes en tussenruimten behouden.
    Aanpassing van streepjes op de hoeken
    Aanpassing van streepjes op de hoeken

    A. Exacte lengte van streepjes en tussenruimten zijn behouden B. Streepjes zijn uitgelijnd op hoeken en uiteinden van paden, waarbij de lengte is aangepast aan de beschikbare ruimte 
  4. Geef een streeppatroon op door de lengte van de streepjes en de ruimte tussen de streepjes in te voeren.

    De waarden die u invoert, worden herhaald. U hoeft dus niet alle tekstvakken in te vullen wanneer u het patroon hebt opgegeven.

  5. Selecteer een optie voor de uiteinden van de streepjes. Met de optie Hoekig  maakt u strepen met vierkante uiteinden; met de optie Rond  maakt u afgeronde strepen of stippen; met de optie Uitstekend  steken de streepeinden uit.
    Opties voor tussenruimten
    Stippellijnen van 6 punten met tussenruimten van 2, 12, 16, 12

    A. Hoekig B. Rond C. Uitstekend 

    Zie Onderbroken lijnen met uitgelijnde hoeken maken voor een video over het maken van perfecte onderbroken lijnen.

De uiteinden of verbindingen van lijnen wijzigen

Een uiteinde is het einde van een open lijn. Een verbinding is de plaats waar een rechte lijn van richting verandert (een hoek omgaat). U kunt de uiteinden en verbindingen van een lijn wijzigen door de lijnkenmerken van het object te wijzigen.

  1. Selecteer het object.
  2. Selecteer in het deelvenster Lijn een optie voor het uiteinde en een optie voor de verbinding.

    Als de opties niet worden weergegeven, kiest u Opties tonen in het deelvenstermenu.

    Hoekig

    Hiermee maakt u lijnen met vierkante uiteinden.

    Rond

    Hiermee maakt u lijnen met halfronde uiteinden.

    Uitstekend

    Hiermee maakt u lijnen met vierkante uiteinden die de helft van de lijndikte voorbij het einde van de lijn uitsteken. Met deze optie wordt de dikte van de lijn in alle richtingen rondom de lijn gelijkmatig verlengd.

    Punt 

    Hiermee maakt u lijnen met puntige uiteinden. Voer een afknotlimiet in tussen 1 en 500. De afknotlimiet bepaalt wanneer een afgeknotte (puntige) verbinding overgaat in een schuine (afgekante) verbinding. De standaardafknotlimiet is 10. Dat betekent dat er wordt overgeschakeld van een afgeknotte verbinding naar een afgekante verbinding, wanneer de lengte van het punt tienmaal de dikte van de lijn bereikt. Bij de afknotlimiet 1 wordt een afgekante verbinding gebruikt.

    Afgerond

    Hiermee maakt u lijnen met afgeronde hoeken.

    Afgekant

    Hiermee maakt u lijnen met vierkante hoeken.

Pijlen toevoegen

In Illustrator kunt u via het deelvenster Lijn toegang tot pijlen en de bijbehorende besturingselementen krijgen om de grootte aan te passen. De standaardpijlen zijn beschikbaar via de vervolgkeuzelijst Pijlen in het deelvenster Lijn. Met het deelvenster Lijn kunt u ook eenvoudig pijlen omwisselen.

Pijlpunten in deelvenster Lijn
Pijlen in deelvenster Lijn

U kunt de grootte van de punt en het einde van de pijlen onafhankelijk van elkaar wijzigen met behulp van de optie Schalen. Als u het begin en het einde van de schaal van de pijl wilt koppelen, klikt u op het pictogram Schalen voor begin en einde van de pijl koppelen naast de optie Schalen.

U kunt het pad ook aanpassen om het uit te lijnen op de punt of het uiteinde van de pijl met behulp van de uitlijningsopties. De volgende opties zijn beschikbaar:

  • Pijlpunt doortrekken tot voorbij het eindpunt van het pad

  • Pijlpunt op het eindpunt van het pad plaatsen

    Opmerking: als u pijlpunten uit objecten wilt verwijderen, kiest u de optie Geen in de vervolgkeuzelijst.

Pijlen aanpassen

Als u aangepaste pijlen wilt definiëren, opent u het bestand Pijlen.ai, dat zich bevindt onder ShowPackageContent\Required\Resources\<locale>\ (voor Mac) en onder \Support Files\Required\Resources\<locale>\ (voor Windows). Volg de instructies in het bestand om aangepaste pijlen te maken.

Plaats het bijgewerkte bestand Pijlen.ai hier: <Illustrator home>\Plug-ins\ en zorg ervoor dat u het bestaande bestand Pijlen.ai niet vervangt.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid