Kies Bewerken > Catalogusinstellingen (Windows) of Lightroom Classic > Catalogusinstellingen (Mac OS).
Met metagegevens wordt een serie gestandaardiseerde gegevens over een foto bedoeld, zoals de auteursnaam, resolutie, kleurruimte, het auteursrecht en toegepaste trefwoorden. De meeste digitale camera's genereren bijvoorbeeld basisgegevens over een bestand, zoals de hoogte, breedte, bestandsindeling en de tijd waarop de foto is gemaakt. Lightroom Classic biedt bovendien ondersteuning voor de informatiestandaard die is ontwikkeld door de IPTC (International Press Telecommunications Council) voor het identificeren van verzonden tekst en afbeeldingen. Deze standaard bevat vermeldingen voor beschrijvingen, trefwoorden, categorieën, credits en oorsprong. Met behulp van metagegevens kunt u uw workflow stroomlijnen en uw bestanden ordenen.
Bestandsinformatie wordt opgeslagen aan de hand van de XMP-standaard (Extensible Metadata Platform). XMP is gebaseerd op XML. XMP wordt niet naar de originele bestanden geschreven in geval van Camera Raw-bestanden met een eigen bestandsindeling. U voorkomt beschadigde bestanden door XMP-metagegevens op te slaan in een afzonderlijk bestand, een zogenaamd secundair bestand. Voor alle andere bestandsindelingen die in Lightroom Classic worden ondersteund (JPEG, TIFF, PSD en DNG), worden XMP-metagegevens naar de bestanden geschreven op de locatie die voor die gegevens is opgegeven. XMP vereenvoudigt het uitwisselen van metagegevens tussen Adobe-toepassingen en tussen verschillende publicatieworkflows. U kunt bijvoorbeeld de metagegevens van een bestand als een sjabloon opslaan en de metagegevens vervolgens importeren in andere bestanden.
Metagegevens die in andere indelingen zijn opgeslagen, zoals de EXIF-, IPTC (IIM)- en TIFF-indelingen, worden gesynchroniseerd en beschreven met XMP, zodat ze gemakkelijker kunnen worden weergegeven en beheerd.
Lightroom Classic schrijft automatisch metagegevens voor aanpassingen en instellingen naar de catalogus. U kunt Lightroom Classic ook zodanig instellen dat de wijzigingen naar XMP worden geschreven. Als u wilt dat wijzigingen die in Lightroom Classic zijn gemaakt, worden herkend door andere toepassingen, moeten metagegevens naar XMP worden geschreven.
Kies Bewerken > Catalogusinstellingen (Windows) of Lightroom Classic > Catalogusinstellingen (Mac OS).
Klik op het tabblad Metagegevens en voer een van de volgende twee handelingen uit:
Selecteer Wijzigingen automatisch naar XMP opslaan als u metagegevens voor aanpassingen en instellingen naar XMP wilt schrijven.
Als u wilt dat metagegevens voor aanpassingen en instellingen alleen naar de catalogus worden geschreven, heft u de selectie Wijzigingen automatisch naar XMP opslaan op.
Als u metagegevens voor aanpassingen en instellingen niet automatisch naar XMP schrijft, kunt u een bestand selecteren en Metagegevens > Metagegevens opslaan naar bestand kiezen.
Voer een van de volgende handelingen uit om wijzigingen in metagegevens van een foto in Lightroom Classic handmatig op te slaan:
In het deelvenster Metagegevens van de module Bibliotheek worden het bestandspad, de bestandsnaam, de classificatie, het tekstlabel en de EXIF- en IPTC-metagegevens van geselecteerde foto's weergegeven. Kies een set metagegevensvelden in het pop-upmenu. Lightroom Classic beschikt over kant-en-klare sets met verschillende combinaties van metagegevens.
Standaard
Toont de bestandsnaam, de naam van de kopie, de map, de classificatie, het tekstlabel en een subset van de IPTC- en EXIF-metagegevens. U kunt het standaarddeelvenster van de metagegevens zo aanpassen dat hierin ook specifieke velden staan die u graag wilt zien.
Alle plug-inmetagegevens
Toont alle aangepaste metagegevens die zijn ingesteld door externe plug-ins. Als er geen plug-ins zijn geïnstalleerd, worden de bestandsnaam, de naam van de kopie en de map weergegeven.
DNG
Toont de DNG-versie, DNG-compatibiliteit en Lightroom-compatibiliteit
EXIF
Toont de bestandsnaam, het bestandspad, de afmetingen en de EXIF-camerametagegevens, zoals Belichting, Brandpuntsafstand, ISO-waarde lichtgevoeligheid en Flits. Als uw camera GPS-metagegevens opslaat, wordt deze informatie als EXIF-metagegevens weergegeven.
EXIF en IPTC
Toont de bestandsnaam, de grootte, het type, de locatie, de metagegevensstatus en alle EXIF- en basis-IPTC-metagegevens.
IPTC
Toont de bestandsnaam en de basis-IPTC-metagegevens: contact-, inhouds-, afbeeldings-, status- en copyrightmetagegevens.
IPTC-extensie
Toont de bestandsnaam en de IPTC-metagegevens voor model- en illustratiereleases en andere typen licentierechten.
Groot bijschrift
Toont het copyrightvak en een bewerkingsvak voor een groot bijschrift.
Locatie
Toont velden voor de bestandsnaam, de naam van de kopie, de map, de titel, het bijschrift en de locatie, inclusief de GPS-coördinaten.
Minimaal
Toont de bestandsnaam, de classificatie en de metagegevens Bijschrift en Copyright.
Snelle beschrijving
Toont de bestandsnaam, de naam van de kopie, het bestandspad, de classificatie en de volgende EXIF- en IPTC-metagegevens: Afmetingen, Datum en tijd, Camera, Titel, Bijschrift, Copyright, Auteur en Locatie.
Driedimensionale projectie
Toont de velden Projectie en Gemaakt door.
Als in een IPTC-metagegevensveld in het deelvenster Metagegevens een pijl wordt weergegeven, kunt u op de pijl klikken om snel alle foto's te zoeken en te tonen waarin de desbetreffende metagegevens staan.
Vanaf Lightroom Classic versie 11.0 kunt u precies de metagegevens bepalen voor de weergave van uw afbeeldingsselectie. Wanneer meerdere afbeeldingen zijn geselecteerd, kunt u ervoor kiezen de metagegevens voor de actieve afbeelding of voor alle geselecteerde afbeeldingen weer te geven. Als u de metagegevens voor de actieve afbeelding wilt weergeven, selecteert u Doelfoto of Geselecteerde foto's om de metagegevens van alle geselecteerde afbeeldingen te bekijken. Standaard is Doelfoto geselecteerd als de optie om metagegevens te bekijken.
Lightroom Classic heeft nu een knop Aanpassen aan de onderzijde van het deelvenster Metagegevens.
Klik op de knop Aanpassen om de velden met specifieke metagegevens te selecteren die u wilt weergeven in het deelvenster Metagegevens. Gebruik de vervolgkeuzelijst om specifieke velden uit het menu te selecteren.
Wanneer u veel metagegevensvelden selecteert, kan dit van invloed zijn op de prestaties van het deelvenster Metagegevens.
U kunt ook bepalen in welke volgorde de geselecteerde metagegevensvelden moeten worden weergegeven in het deelvenster Metagegevens. Klik op Rangschikken in het dialoogvenster Standaarddeelvenster Metagegevens aanpassen en versleep de geselecteerde velden om ze opnieuw te rangschikken. Elk nieuw veld dat is toegevoegd aan het aangepaste deelvenster Metagegevens, wordt toegevoegd aan het einde van de opnieuw gerangschikte lijst.
U kunt alle zichtbare metagegevensvelden in het deelvenster Metagegevens bewerken door de modus Alleen bewerken in te schakelen. In deze modus worden de huidige metagegevenswaarden niet weergegeven.
U voegt metagegevens aan foto's toe door de informatie in te voeren in het deelvenster Metagegevens. Kant-en-klare metagegevenssets zijn handig als u alle of bepaalde metagegevens van de foto ter beschikking wilt stellen voor toevoeging of bewerking.
u kunt snel metagegevens toevoegen aan foto's die gemeenschappelijke metagegevens moeten hebben door een voorinstelling voor metagegevens te kiezen, metagegevens uit een andere foto te kopiëren en te plakken en deze metagegevens te synchroniseren.
Typ in een tekstvak voor metagegevens als u metagegevens wilt toevoegen.
Kies een voorinstelling voor metagegevens in het menu Voorinstelling als u metagegevens uit een voorinstelling wilt toevoegen.
Overschrijf een vermelding in een tekstvak voor metagegevens als u metagegevens wilt bewerken.
Klik op het handelingpictogram rechts van het metagegevensveld als u een verwante handeling wilt uitvoeren. Klik bijvoorbeeld op het pictogram rechts van het veld Label als u alle foto's met het desbetreffende label wilt weergeven.
Tip: Er zijn afzonderlijke velden beschikbaar om e-mails te verzenden en om naar een websitekoppeling te springen. Klik bijvoorbeeld op de koppeling rechts van Website om de browser naar de opgegeven website te openen.
Als er meer dan één foto is geselecteerd in de filmstrip in de loep-, vergelijkings- of beoordelingsweergave, worden de metagegevens alleen aan de actieve foto toegevoegd.
Soms is het nodig het opnametijdstip van foto's te wijzigen, bijvoorbeeld als u foto's hebt gemaakt in een andere tijdzone en de datum- en tijdinstellingen van uw camera niet hebt gewijzigd voordat u begon met fotograferen. En als u een gescande foto importeert in Lightroom Classic, krijgt deze de scandatum als aanmaakdatum, in plaats van de datum waarop de foto is gemaakt.
Als u een bewerkt opnametijdstip van een Raw-foto wilt opslaan, dient u deze optie in te schakelen in het dialoogvenster Catalogusinstellingen. Zie Catalogusinstellingen aanpassen.
Wanneer u het opnametijdstip wijzigt, worden ook de EXIF-gegevens voor Datum en tijd - oorspronkelijk in het deelvenster Metagegevens gewijzigd. Voor de meeste camera's geldt dat de Datum en tijd - oorspronkelijk gelijk is aan Datum en tijd - digitaal. In dat geval wordt Datum en tijd - digitaal ook gewijzigd. De metagegevens voor datum en tijd geven de meest recente tijd aan waarop de foto werd bijgewerkt; deze wordt niet beïnvloed als u de vastleggingstijd wijzigt.
u kunt de opdracht Opnametijdstip bewerken niet ongedaan maken door op Ctrl+Z (Windows) of Command+Z (Mac OS) te drukken. U dient daar de opdracht Oorspronkelijk opnametijdstip weer instellen voor te gebruiken.
Kies Metagegevens > Opnametijdstip bewerken.
Klik op de pijl in het veld Datum en tijd in het deelvenster Metagegevens als er EXIF-informatie wordt weergegeven.
Aanpassen aan een opgegeven datum en tijd
Hiermee wijzigt u het opnametijdstip in de datum en tijd die u opgeeft.
Met opgegeven aantal uren verschuiven (aanpassing tijdzone)
Hiermee wijzigt u het opnametijdstip met het aantal uren dat u aan de originele tijd toevoegt of ervan aftrekt.
Wijzigen in aanmaakdatum van elk bestand voor elke afbeelding
Hiermee wijzigt u het opnametijdstip in de EXIF-cameragegevens in de aanmaakdatum van het bestand. Sla stap 3 over als u deze optie selecteert.
Als u Aanpassen aan een opgegeven datum en tijd selecteert, typt u een nieuwe datum en tijd in het tekstvak Gecorrigeerde tijd. U kunt ook de datum- en tijdwaarden selecteren en deze waarden verhogen of verlagen met de Pijl-omhoog of -omlaag.
Als u Per ingesteld aantal uren verschuiven selecteert, kiest u een waarde in het pop-upmenu om een eerdere of latere tijd in te stellen.
Als er meer dan één foto in de rasterweergave is geselecteerd, wijzigt Lightroom Classic het opnametijdstip voor de actieve foto volgens de opgegeven aanpassing. (In het dialoogvenster Opnametijdstip bewerken wordt een voorvertoning van de actieve foto weergegeven.) Andere foto's in de selectie worden volgens hetzelfde gewijzigde opnametijdstip aangepast. Als er meer dan één foto is geselecteerd in de filmstrip in de loep-, vergelijkings- of beoordelingsweergave, wordt het opnametijdstip alleen in de actieve foto gewijzigd.
(Optioneel) Als u het originele opnametijdstip weer wilt instellen, selecteert u de foto's in de rasterweergave of in de filmstrip en kiest u Metagegevens > Oorspronkelijk opnametijdstip weer instellen.
Aanmelden bij je account