Overzicht van kleurcorrectie

Photoshop Elements bevat verschillende tools en opdrachten voor het corrigeren van het toonbereik, de kleuren en de scherpte van foto's, en voor het verwijderen van stofvlekjes of andere onvolkomenheden. U kunt werken in een van drie verschillende modi, afhankelijk van uw ervaring en vereisten.

Snel

Als u weinig kennis hebt van digitale fotografie, vormt de modus Snel een mooi beginpunt voor het corrigeren van foto's. Deze werkruimte bevat veel basistools voor het corrigeren van de kleuren en de belichting.

Met instructies

Als u weinig ervaring hebt met digitale fotografie en Photoshop Elements, kunt u de functie Bewerken met instructies gebruiken om begeleiding te krijgen bij de kleurcorrectietaak. Dit is ook een goede manier om meer inzicht te verkrijgen in de workflow.

Expert

Als u al eerder met foto's hebt gewerkt, zult u zien dat de modus Expert de meest flexibele en krachtige omgeving is voor het corrigeren van foto's. Er zijn opdrachten voor het corrigeren van de kleuren en de belichting, en tools voor het repareren van onvolkomenheden in de afbeeldingen, het maken van selecties, het toevoegen van tekst en het tekenen op de afbeeldingen.

Wanneer u met bepaalde aanpassingsopdrachten werkt, kunt u aanpassingen rechtstreeks op de pixels van de afbeelding toepassen. Ook kunt u aanpassingslagen gebruiken om niet-destructieve aanpassingen te maken die u gemakkelijk kunt veranderen totdat de afbeelding precies goed is. In deze modus maakt u met de tools Slim penseel en Gedetailleerd slim penseel automatisch een aanpassingslaag voor de correctie die u toepast. Zie De tool Slim penseel toepassen.

Camera Raw

Als u digitale foto's maakt met de indeling Raw van de camera, kunt u de Raw-bestanden openen en corrigeren in het dialoogvenster Camera Raw. De camera heeft de Raw-bestanden nog niet verwerkt, dus u kunt de kleur en de belichting aanpassen om de afbeeldingen te verbeteren. Vaak hoeft u geen andere aanpassingen aan te brengen in Photoshop Elements. Als u Camera Raw-bestanden in Photoshop Elements wilt openen, moet u deze eerst opslaan in een ondersteunde bestandsindeling.

Kleuren corrigeren in de modus Snel

In de modus Snel zijn gemakshalve veel van de standaardtools voor het corrigeren van foto's in Photoshop Elements gegroepeerd. Als u in de modus Snel werkt, is het verstandig slechts een beperkt aantal instellingen voor kleuren en belichting toe te passen op een foto. Gewoonlijk gebruikt u slechts een van de automatische instellingen op een foto. Als die instelling niet het gewenste resultaat oplevert, klikt u op Herstellen en probeert u een andere instelling. U kunt de afbeelding ook aanpassen met behulp van de schuifregelaars, of u nu gebruik hebt gemaakt van een automatische instelling of niet. Voer verscherpen uit als laatste correctie op een afbeelding.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Open een foto en klik op Snel.
    • Foto's die u hebt opgeslagen in het fotovak zijn toegankelijk wanneer u in de modus Snel werkt.
  2. (Optioneel) Stel voorvertoningsopties in door een selectie te maken in het menu (in de balk boven de geopende afbeelding). U kunt de weergave van de voorvertoning instellen om te tonen hoe de foto eruitziet voordat en nadat u een correctie hebt toegepast, of u kunt beide voorvertoningen naast elkaar weergeven (horizontaal of verticaal).

  3. (Optioneel) Gebruik de tools in de toolset om in en uit te zoomen op de afbeelding en deze te verplaatsen en uit te snijden. U kunt ook een selectie aanbrengen, rode ogen corrigeren, tanden witter maken en tekst toevoegen aan de afbeelding.

  4. Als u de afbeelding in stappen van 90° linksom wilt roteren, klikt u op de knop Roteren op de taakbalk. Als u de afbeelding rechtsom wilt roteren, klikt u eerst op de pijl naast de knop Roteren en vervolgens op de knop Rechtsom roteren.

  5. Selecteer een van de besturingselementen voor het corrigeren van afbeeldingen (bijvoorbeeld Niveaus, Kleur of Balans). Als een besturingselement aanvullende opties heeft (het besturingselement Kleur bevat bijvoorbeeld de tabbladen Kleurtoon, Verzadiging en Levendigheid), selecteert u het desbetreffende tabblad om dat aspect van de afbeelding te repareren.

  6. Voer een van de volgende handelingen uit om een correctie toe te passen:

    • Breng de noodzakelijke aanpassingen aan met de schuifregelaars en geef een voorvertoning van de aanpassingen in de foto weer, of geef een waarde op in het tekstvak naast de schuifregelaars.
    • Houd de muis boven de miniaturen om een voorvertoning van de aanpassingen in de foto weer te geven. Klik op de miniatuur om de aanpassing tijdelijk toe te passen op de afbeelding.
    • Perfectioneer een foto met de voorvertoning als uitgangspunt door op een miniatuurvoorvertoning te klikken, de muisknop ingedrukt te houden en naar links of rechts te slepen.

    Opmerking: als u correcties in een reeks toepast, worden alle vorige correcties automatisch toegepast wanneer u een ander besturingselement activeert. Als u bijvoorbeeld van het besturingselement Balans overschakelt op Belichting, worden alle wijzigingen die u in Balans hebt uitgevoerd automatisch toegepast.

  7. Als u een correctie ongedaan wilt maken of de afbeelding wilt herstellen, gaat u als volgt te werk:

    • Als u de toegepaste correctie wilt annuleren terwijl hetzelfde besturingselement nog actief is, drukt u op Ctrl+Z of klikt u op Bewerken > Ongedaan maken.

    Opmerking: Als u een reeks correcties hebt uitgevoerd (bijvoorbeeld Belichting, Balans en Contrast), is het niet mogelijk om wijzigingen ongedaan te maken die zijn uitgevoerd in de stap waarin Balans is gecorrigeerd. U kunt alleen het besturingselement ongedaan maken waarmee u momenteel werkt.

    • Klik op Herstellen als u alle correcties die op de foto zijn toegepast, wilt annuleren. De afbeelding wordt teruggezet naar de status van het begin van de huidige bewerkingssessie.

Tools in de modus Snel

Als u een foto wilt perfectioneren en de voorvertoning als uitgangspunt wilt gebruiken, klikt u op de foto, houdt u de muisknop ingedrukt en sleept u naar links of rechts.

De modus Snel bevat de volgende tools waarmee u uw foto's kunt verfijnen:

Slim repareren

Hiermee past u de belichting en de kleuren aan. Met Slim repareren corrigeert u de totale kleurbalans en verbetert u de details voor schaduwen en hooglichten, indien noodzakelijk. Met de knop Automatisch wordt de afbeelding automatisch aangepast en worden de optimale waarden voor instellingen toegepast.

Belichting

Hiermee past u de algemene helderheid van de foto aan. Gebruik dit besturingselement om ervoor te zorgen dat de afbeelding die u bekijkt de gewenste helderheid heeft.

Belichting

Hiermee past u het totale contrast van een foto aan en dit kan van invloed zijn op de kleuren ervan. Als de afbeelding een kleurzweem heeft en bovendien meer contrast nodig heeft, gebruikt u de volgende opties:

  • Niveaus bepalen en Autocontrast: De opties Niveaus bepalen en Autocontrast werken door de lichtste en donkerste pixels in elk kleurkanaal afzonderlijk toe te wijzen aan zwart-wit. Als u de instellingen wilt toepassen, klikt u op de knop Automatisch naast de gewenste opties. (Zie Aanpassingen met Niveaus of Bewerken met instructies voor niveaus.) 
  • Schaduwen: Sleep de schuifregelaar om de donkerste gebieden van de foto lichter te maken zonder dat dit van invloed is op de hooglichten. Dit heeft geen invloed op puur zwarte gebieden.
  • Middentonen: Hiermee past u het contrast in de gemiddelde kleurwaarden aan (de waarden die ongeveer halverwege zuiver wit en zuiver zwart liggen). Deze bewerking heeft geen effect op de extreme hooglichten en schaduwen.
  • Hooglichten: Sleep de schuifregelaar om de lichtste gebieden van de foto donkerder te maken zonder dat dit van invloed is op de schaduwen. Dit heeft geen invloed op puur witte gebieden. 

Kleur

Hiermee past u de kleuren aan door schaduwen, middentonen en hooglichten te identificeren in de foto in plaats van in afzonderlijke kleurkanalen. Hierdoor worden de middentonen geneutraliseerd en worden de witte en zwarte pixels bijgesneden volgens de standaardwaarden. Klik op de knop Automatisch om deze opdracht toe te passen.

  • Verzadiging: Sleep de schuifregelaar om kleuren levendiger of doffer te maken of kies de voorvertoningsminiatuur die het best aansluit bij uw wensen.
  • Kleurtoon: Hiermee past u de kleurtoon in een foto aan. Deze instelling kunt u het best gebruiken in kleine hoeveelheden of met geselecteerde objecten waarvan u de kleur wilt wijzigen.
  • Levendig: Zorgt ervoor dat kleuren met weinig verzadiging levendiger worden, zonder dat er kleurverlies ontstaat in kleuren met meer verzadiging. Met dit besturingselement kunt u huidtonen wijzigen zonder dat deze oververzadigd worden.

Balans

Hiermee past u de kleurbalans van een afbeelding aan zonder het contrast te veranderen.

  • Temperatuur: Sleep de schuifregelaar om de kleuren warmer (rood) of koeler (blauw) te maken. Gebruik deze instelling voor het verbeteren van zonsondergangen of huidskleuren, of wanneer een onjuiste kleurbalans is ingesteld door de camera.
  • Tint: Sleep de schuifregelaar om meer groen of magenta aan de kleur toe te voegen. Gebruik deze instelling om de kleuren af te stemmen nadat u de instelling Temperatuur hebt gebruikt.

Verscherpen

Hiermee past u de scherpte van uw afbeelding aan. Klik op de knop Automatisch om de standaardhoeveelheid voor verscherpen te gebruiken. Sleep de schuifregelaar om de hoeveelheid voor verscherpen in te stellen. Zoom de voorvertoning in op 100% om een nauwkeuriger weergave te krijgen van de mate van verscherping die u wilt toepassen.

Foto's corrigeren met retoucheringsknoppen

De retoucheringsknoppen in de modus Snel staan in het deelvenster Wijzigen. Met deze knoppen kunt u correcties en aanpassingen op geselecteerde gebieden van de afbeelding toepassen. De tools Rode ogen verwijderen, Retoucheerpenseel en Snel retoucheerpenseel wijzigen dezelfde laag. De tool Tanden witter maken maakt en bewerkt een nieuwe aanpassingslaag. En de teksttools maken een nieuwe laag voor bewerkingen. Daarom voeren bepaalde tools geen permanente bewerkingen uit op de afbeeldingslaag. U kunt aanpassingsinstellingen altijd wijzigen zonder de oorspronkelijke afbeelding nadelig te beïnvloeden. Met de retoucheringsknoppen Tanden witter maken worden de aanpassingen van het Slim penseel toegepast. Zie Kleur en tint aanpassen met de tools Slim penseel en Aanpassingen en opvullagen.

  1. Voer een of meerdere van de volgende handelingen uit in de modus Snel:

    • Klik op de knop Rode ogen verwijderen om rode ogen uit een foto te verwijderen. Hiermee verwijdert u rode ogen in foto's van personen. Sleep de tool in de afbeelding rondom een oog dat u wilt repareren of klik op de knop Automatisch op de optiebalk. Zie Rode ogen nauwkeurig verwijderen.
    • Klik op de knop Tanden witter maken om de tanden in een afbeelding witter te maken. Sleep in het afbeeldingsgebied met de tanden die u witter wilt maken.
  2. (Optioneel) U kunt een of meerdere van de volgende handelingen uitvoeren als u een Tanden witter maken-aanpassing hebt uitgevoerd:

    • Als u de aanpassing ook op andere gedeelten van de foto wilt toepassen, klikt u op de knop Toevoegen aan selectie en sleept u in de afbeelding.
    • Als u de aanpassing uit gedeelten van de foto wilt verwijderen, klikt u op de knop Verwijderen uit selectie en sleept u in de afbeelding.

Opties in de modus Snel

Gereedschap Zoomen

Hiermee stelt u de vergroting van de voorvertoningsafbeelding in. Instellingen en opties werken zoals bij Zoomen in de gereedschapset. (Zie In- of uitzoomen.)

Tool Handje

Hiermee verplaatst u de foto in het voorvertoningsvenster als niet de gehele foto zichtbaar is. Druk op de spatiebalk om toegang te krijgen tot het handje wanneer een ander tool is geselecteerd.

Tool Snelle selectie

Hiermee selecteert u gedeelten van de afbeelding, afhankelijk van waar u klikt of met de tool sleept. (Zie De tool Snel selecteren gebruiken.)

Tool Uitsnijden

Hiermee verwijdert u een gedeelte van een foto. Sleep de tool in de voorvertoningsafbeelding om het gedeelte te selecteren dat u wilt behouden en druk vervolgens op Enter. (Zie Een afbeelding uitsnijden.)

Kleuren corrigeren in de modus Expert

Als u al eerder met foto's hebt gewerkt, zult u zien dat Photoshop Elements de meest flexibele en krachtige omgeving is voor het corrigeren van foto's. Deze werkruimte heeft opdrachten voor het corrigeren van belichting en kleur, en tools waarmee u onvolkomenheden kunt wegwerken, selecties kunt maken, tekst kunt toevoegen en op uw afbeeldingen kunt tekenen. Wanneer u met bepaalde aanpassingsopdrachten werkt, kunt u aanpassingen rechtstreeks op de pixels van de afbeelding toepassen. Ook kunt u aanpassingslagen gebruiken om niet-destructieve aanpassingen te maken die u gemakkelijk kunt veranderen totdat de afbeelding precies goed is. Wanneer u een correctie toepast met de tool Slim penseel en Gedetailleerd slim penseel, wordt automatisch een aanpassingslaag gemaakt. Zie De tools Slim penseel toepassen of Aanpassing en opvullagen.

Als u de foto's bewerkt, kunt u de volgende taken uitvoeren als die van toepassing zijn op uw afbeelding. U hoeft niet alle taken uit te voeren voor elke afbeelding. Er is echter wel een aanbevolen workflow:

Optie voor kleurbeheer opgeven.

Geef opties voor kleurbeheer op. 

De afbeelding op 100% weergeven en deze indien nodig uitsnijden.

Voordat u kleurcorrecties toepast, bekijkt u de foto met een zoompercentage van 100%. Bij 100% geeft Photoshop Elements de afbeelding het nauwkeurigst weer. U kunt de afbeelding ook controleren op onvolkomenheden zoals stofvlekjes of krassen. Als u het bestand wilt uitsnijden, doet u er goed aan dat nu te doen. Op deze manier is er minder geheugen nodig en gebruikt het histogram alleen relevante informatie. Met de tool Zoomen kunt u uitzoomen en de weergave optimaliseren voordat u een afbeelding uitsnijdt. Zo kunt u een goed gecentreerde selectie uitsnijden.

Kwaliteit en toonbereik van de scan controleren.

Kijk naar het histogram van de afbeelding om vast te stellen of de afbeelding voldoende detail bevat voor uitvoer van hoge kwaliteit.

De afbeelding indien nodig vergroten of verkleinen.

U kunt de foto vergroten of verkleinen tot het formaat dat u nodig hebt als u de foto gaat gebruiken in een andere toepassing of een ander project. Als u de foto gaat afdrukken of gebruiken in een Photoshop Elements-project, hoeft u deze gewoonlijk niet te vergroten of verkleinen. (Zie Grootte en resolutie.)

De hooglichten en de schaduwen aanpassen.

Begin de correcties door het aanpassen van de pixelwaarden van extreme hooglichten en schaduwen in de afbeelding (ook wel toonbereik genoemd). Door een algeheel toonbereik in te stellen verkrijgt u zoveel mogelijk details over de hele afbeelding. Dit proces wordt het instellen van hooglichten en schaduwen of van de wit- en zwartpunten genoemd. (Zie Aanpassingen met Niveaus of Bewerken met instructies voor niveaus.)

De kleurbalans aanpassen.

Na correctie van het toonbereik kunt u de kleurbalans van de afbeelding aanpassen om ongewenste kleurzweem te verwijderen of om oververzadigde of doffe kleuren te corrigeren. Met sommige automatische opdrachten in Photoshop Elements worden zowel het toonbereik als de kleuren in één stap gecorrigeerd. (Zie Verzadiging en kleurtoon aanpassen.)

Andere speciale kleuraanpassingen uitvoeren.

Als u de algehele kleurbalans van de foto hebt gecorrigeerd, kunt u desgewenst nog andere aanpassingen uitvoeren om de kleuren te verbeteren. U kunt bijvoorbeeld de verzadiging verhogen om de kleuren in uw afbeelding levendiger te maken.

De foto retoucheren.

Gebruik de tools voor retoucheren, zoals Snel retoucheerpenseel, om stofvlekjes of onvolkomenheden in de foto te verwijderen. (Zie Vlekken en andere kleine onvolkomenheden verwijderen.)

De afbeelding helderder maken.

Verscherp ten slotte de randen in de afbeelding. Met deze stap kunt u de details en de scherpte herstellen die door de toonaanpassing zijn verminderd. (Zie Verscherpen.)

Kleur en belichting automatisch corrigeren

Photoshop Elements beschikt over diverse automatische belichtings- en kleurcorrectieopdrachten in zowel de modus Snel als Expert. De opdracht die u kiest, is afhankelijk van de eisen van de afbeelding.

U kunt experimenteren met alle automatische opdrachten. Als u niet tevreden bent met het resultaat van een opdracht, kunt u de opdracht ongedaan maken door Bewerken > Ongedaan maken te selecteren en een andere opdracht te proberen. U hoeft zelden meer dan één automatische opdracht te gebruiken om een foto te corrigeren.

  1. Als u een specifiek gedeelte van de afbeelding wilt aanpassen, selecteert u het met een van de selectietools. Als u niets selecteert, heeft de aanpassing effect op de hele afbeelding.
  2. Kies een van de volgende opdrachten in het menu Verbeteren:

    Automatisch Slim repareren

    Hiermee corrigeert u de totale kleurbalans en verbetert u, indien noodzakelijk, de details in de schaduw- en hooglichtgebieden.

    Automatische niveaus

    Hiermee past u het totale contrast van een foto aan en dit kan van invloed zijn op de kleuren ervan. Als de foto meer contrast nodig heeft en een kleurzweem heeft, probeert u deze opdracht. Niveaus bepalen werkt door de lichtste en donkerste pixels in elk kleurkanaal afzonderlijk toe te wijzen aan zwart en wit.

    Autocontrast

    Hiermee past u het totale contrast van een foto aan zonder dat dit van invloed is op de kleuren ervan. Gebruik Autocontrast als de foto meer contrast nodig heeft, terwijl de kleuren er goed uitzien. Autocontrast wijst de lichtste en donkerste pixels in de afbeelding toe aan wit en zwart, waardoor hooglichten lichter en schaduwen donkerder worden weergegeven.

    Automatische slimme tint

    Hiermee wordt automatisch een slimme tint op uw afbeelding toegepast.

    Automatisch nevel verwijderen

    Hiermee wordt nevel automatisch van uw afbeelding verwijderd.

    Automatische kleurcorrectie

    Hiermee past u het contrast en de kleuren aan door schaduwen, middentonen en hooglichten te identificeren in de foto in plaats van in afzonderlijke kleurkanalen. Hierdoor worden de middentonen geneutraliseerd en de wit- en zwartpunten ingesteld volgens de standaardwaarden.

    Automatische schokreductie

    Hiermee worden schokken automatisch van uw afbeelding verwijderd om deze scherper te maken.

    Automatisch, bij Verscherpen

    Hiermee past u de scherpte van een afbeelding aan door de randen te verduidelijken en details toe te voegen die door kleuraanpassingen verloren zijn gegaan.

    Rode ogen automatisch corrigeren

    Hiermee worden automatisch rode ogen in een afbeelding gezocht en gerepareerd.

Histogrammen

U kunt het histogram gebruiken als u de toonverdeling van de foto wilt analyseren om te zien of u deze moet corrigeren. Een histogram geeft de verdeling van de pixelwaarden in een afbeelding in een staafdiagram weer. Aan de linkerkant van het diagram staan de schaduwwaarden van de foto (begint bij niveau 0) en aan de rechterkant worden de hooglichten weergegeven (niveau 255). De verticale as van het diagram geeft het totale aantal pixels weer bij een bepaald niveau.

U kunt een histogram van een foto bekijken in het deelvenster Histogram (F9). Histogrammen zijn ook beschikbaar in het dialoogvenster Niveaus en in het dialoogvenster Camera Raw. U kunt het histogram bijwerken terwijl u aan de foto werkt, zodat u kunt zien hoe de aanpassingen van invloed zijn op het toonbereik van de foto. Als het waarschuwingspictogram voor gegevens in cache  verschijnt, klik hier dan op om de gegevens van het histogram te vernieuwen.

Het deelvenster Histogram
Het deelvenster Histogram

A. Het menu Kanaal B. Deelvenstermenu C. Knop Buiten cache vernieuwen D. Waarschuwingspictogram voor gegevens in cache E. Statistieken 

Als in het diagram veel pixels zijn samengeklonterd in het gebied met hooglichten of schaduwen, kan dit erop duiden dat fotodetails in de schaduwen of hooglichten zijn uitgesneden als puur zwart of puur wit. U kunt weinig doen om dit soort foto's te herstellen. Als u werkt met een gescande foto, kunt u proberen deze opnieuw te scannen om een beter toonbereik te krijgen. Als de digitale camera een fotohistogram kan weergeven, controleert u dit om te zien of de belichting in orde is en past u indien nodig de belichting aan. Raadpleeg de documentatie bij de camera voor meer informatie.

In het histogram kan worden weergegeven dat een foto niet het volledige toonbereik gebruikt dat beschikbaar is, als sommige pixels niet beschikbaar zijn in de schaduwen en hooglichten. U kunt een foto met een beperkt toonbereik corrigeren door het toonbereik te vergroten met de opdracht Niveaus of een van de automatische opdrachten in het menu Verbeteren.

Een histogram aflezen
Een histogram aflezen

A. Overbelichte foto met uitgesneden hooglichten B. Juist belichte foto met volledige tonaliteit C. Onderbelichte foto met uitgesneden schaduwen 

Een histogram weergeven

  1. Als het deelvenster Histogram niet is geopend in het deelvenstervak, kiest u Venster > Histogram.

  2. Kies de bron van de histogramweergave in het menu Bron:

    Hele afbeelding

    Hiermee geeft u een histogram weer van de hele foto, met inbegrip van alle lagen in documenten met meerdere lagen.

    Geselecteerde laag

    Hiermee geeft u een histogram weer van de geselecteerde laag in het deelvenster Lagen.

    Correctie samenstelling

    Hiermee kunt u een histogram weergeven van een aanpassingslaag die is geselecteerd in het deelvenster Lagen, met inbegrip van alle lagen onder de aanpassingslaag.

  3. Als u het histogram voor een gedeelte van de foto wilt zien, selecteert u het gewenste gedeelte van de foto en kiest u een optie in het menu Kanaal:

    RGB

    Hiermee geeft u een histogram weer dat een samenstelling is van de afzonderlijke kleurkanalen die boven op elkaar zijn geplaatst.

    Rood, Groen en Blauw

    Hiermee geeft u de histogrammen weer voor de afzonderlijke kleurkanalen.

    Lichtsterkte

    Hiermee geeft u een histogram weer met de lichtsterkte of intensiteitwaarden van het samengestelde kanaal.

    Kleuren

    Dit geeft het samengestelde RGB-histogram weer per afzonderlijke kleur. Rood, groen en blauw geven de pixels in die kanalen aan. Cyaan, magenta en geel geven aan waar de histogrammen van twee kanalen elkaar overlappen. Grijs geeft de gebieden aan waar de drie kleurkanaalhistogrammen elkaar overlappen.

    Grijswaardenafbeeldingen hebben één kanaaloptie: Grijs.

  4. Als u de volgende statistische informatie over een reeks waarden wilt bekijken, sleept u in het histogram en houdt u de muisknop ingedrukt om de reeks te markeren. Als u informatie wilt bekijken over een specifiek gedeelte in het histogram, plaatst u de aanwijzer op dat gedeelte:

    Gemiddeld

    Dit is de gemiddelde intensiteitswaarde.

    Standaarddeviatie (Std.deviatie)

    Dit is de mate van variatie tussen de intensiteitswaarden.

    Mediaan

    Dit is de middelste waarde in het bereik van intensiteitswaarden.

    Pixels

    Dit is het totale aantal pixels dat is gebruikt voor berekening van het histogram.

    Niveau

    Dit is het intensiteitsniveau van het gebied onder de aanwijzer.

    Aantal

    Toont het totale aantal pixels dat overeenkomt met het intensiteitsniveau onder de aanwijzer.

    Percentage

    Geeft het percentage aan van de pixels op of onder het niveau onder de aanwijzer. Deze waarde wordt uitgedrukt als een percentage van alle pixels in de afbeelding, van 0% helemaal links tot 100% helemaal rechts.

    Cacheniveau

    De instelling voor de afbeeldingscache. Als Cache voor histogrammen is geselecteerd in het dialoogvenster Voorkeuren, worden histogrammen sneller maar minder nauwkeurig weergegeven. Als u nauwkeuriger histogrammen wilt weergeven, schakelt u deze optie uit.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid