Publicatie-instellingen voor ActionScript

  1. Adobe Animate-handboek
  2. Inleiding tot Animate
    1. Nieuw in Animate
    2. Visuele verklarende woordenlijst
    3. Systeemvereisten voor Animate
    4. Animate-sneltoetsen
    5. Werken met meerdere bestandstypen in Animate
  3. Animatie
    1. Grondbeginselen voor animaties in Animate
    2. Frames en hoofdframes gebruiken in Animate
    3. Frame-voor-frame-animaties in Animate
    4. Werken met klassieke tween-animaties in Animate
    5. De tool Penseel
    6. Hulplijnen voor bewegingen
    7. Bewegings-tween en ActionScript 3.0
    8. Informatie over animaties met bewegings-tween
    9. Animaties met bewegings-tweens
    10. Een animatie met bewegings-tween maken
    11. Eigenschapshoofdframes gebruiken
    12. Een positie animeren met een tween
    13. Bewegings-tweens bewerken in de Bewegingseditor
    14. Het bewegingspad van een tween-animatie bewerken
    15. Bewegings-tweens manipuleren
    16. Aangepaste versnellingen toevoegen
    17. Voorinstellingen voor beweging maken en toepassen
    18. Animatietween-reeksen instellen
    19. Werken met als XML-bestanden opgeslagen bewegings-tweens
    20. Bewegings-tweens en klassieke tweens
    21. Vormen tweenen
    22. De tool Bone-animatie gebruiken in Animate
    23. Werken met structuren voor personages in Animate
    24. Maskeerlagen gebruiken in Adobe Animate
    25. Werken met scènes in Animate
  4. Interactiviteit
    1. Knoppen maken met Animate
    2. Animate-projecten converteren naar andere documentindelingen
    3. HTML5 Canvas-documenten maken en publiceren in Animate
    4. Interactiviteit toevoegen met codefragmenten in Animate
    5. Aangepaste HTML5-componenten maken
    6. Componenten in HTML5 Canvas gebruiken
    7. Maken van aangepaste componenten: Voorbeelden
    8. Codefragmenten voor aangepaste componenten
    9. Tips en trucs: Adverteren met Animate
    10. Ontwerp en publicatie van virtual reality
  5. Werkruimte en workflow
    1. Penselen maken en beheren
    2. Google-lettertypen gebruiken in HTML5 Canvas-documenten
    3. Creative Cloud Libraries en Adobe Animate gebruiken
    4. Het werkgebied en het deelvenster Tools voor Animate gebruiken
    5. Workflow en werkruimte in Animate
    6. Weblettertypen gebruiken in HTML5 Canvas-documenten
    7. Tijdlijnen en ActionScript
    8. Werken met meerdere tijdlijnen
    9. Voorkeuren instellen
    10. Deelvensters voor ontwerp in Animate gebruiken
    11. Tijdlijnlagen maken met Animate
    12. Animaties exporteren voor mobiele apps en game-engines
    13. Objecten verplaatsen en kopiëren
    14. Sjablonen
    15. Zoeken en vervangen in Animate
    16. Ongedaan maken, Opnieuw en het deelvenster Historie
    17. Sneltoetsen
    18. De tijdlijn gebruiken in Animate
    19. HTML-extensies maken
    20. Optimalisatieopties voor afbeeldingen en geanimeerde GIF-bestanden
    21. Exportinstellingen voor afbeeldingen en GIF-bestanden
    22. Deelvenster Elementen in Animate
  6. Multimedia en video
    1. Grafische objecten transformeren en combineren in Animate
    2. Symboolinstanties maken in Animate en ermee werken
    3. Afbeeldingen overtrekken
    4. Geluid gebruiken in Adobe Animate
    5. SVG-bestanden exporteren
    6. Videobestanden maken voor gebruik in Animate
    7. Een video toevoegen in Animate
    8. Werken met videoactiepunten
    9. Objecten tekenen en maken met Animate
    10. Lijnen en vormen omvormen
    11. Streken, verlopen en vullingen met Animate CC
    12. Werken met Adobe Premiere Pro en After Effects
    13. Deelvensters voor kleuren in Animate CC
    14. Flash CS6-bestanden openen met Animate
    15. Werken met klassieke tekst in Animate
    16. Illustraties opnemen in Animate
    17. Geïmporteerde bitmaps in Animate
    18. 3D-afbeeldingen
    19. Werken met symbolen in Animate
    20. Lijnen en vormen tekenen met Adobe Animate
    21. Werken met bibliotheken in Animate
    22. Geluiden exporteren
    23. Objecten selecteren in Animate CC
    24. Werken met Illustrator AI-bestanden in Animate
    25. Patronen toepassen met het sproeipenseel
    26. Overvloeimodi toepassen
    27. Objecten rangschikken
    28. Taken automatiseren met het menu Opdrachten
    29. Meertalige tekst
    30. De camera gebruiken in Animate
    31. Animate gebruiken met Adobe Scout
    32. Werken met Fireworks-bestanden
    33. Grafische filters
    34. Geluid en ActionScript
    35. Tekenvoorkeuren
    36. Tekenen met de pen
  7. Platforms
    1. Animate-projecten converteren naar andere documentindelingen
    2. Ondersteuning voor aangepaste platforms
    3. HTML5 Canvas-documenten maken en publiceren in Animate
    4. Een WebGL-document maken en publiceren
    5. Toepassingen verpakken voor AIR voor iOS
    6. AIR voor Android-toepassingen publiceren
    7. Publiceren voor Adobe AIR voor desktop
    8. Publicatie-instellingen voor ActionScript
    9. Tips en trucs: ActionScript organiseren in een toepassing
    10. ActionScript gebruiken met Animate
    11. Tips en trucs: Richtlijnen voor toegankelijkheid
    12. Toegankelijkheid in de Animate-werkruimte
    13. Scripts schrijven en beheren
    14. Ondersteuning voor aangepaste platforms inschakelen
    15. Overzicht van ondersteuning voor aangepaste platforms
    16. Toegankelijke inhoud maken
    17. Werken met plug-in voor ondersteuning voor aangepaste platforms
    18. Foutopsporing in ActionScript 3.0
    19. Ondersteuning voor aangepaste platforms inschakelen
  8. Exporteren en publiceren
    1. Bestanden exporteren uit Animate CC
    2. OAM-publicatie
    3. SVG-bestanden exporteren
    4. Afbeeldingen en video's exporteren met Animate
    5. AS3-documenten publiceren
    6. Animaties exporteren voor mobiele apps en game-engines
    7. Geluiden exporteren
    8. QuickTime-videobestanden exporteren
    9. Afspelen van externe video met ActionScript beheren
    10. Tips en trucs: Tips voor het maken van inhoud voor mobiele apparaten
    11. Tips en trucs: Videoconventies
    12. Tips en trucs: Richtlijnen voor het ontwerpen van SWF-toepassingen
    13. Tips en trucs: Structuur geven aan FLA-bestanden
    14. Beste werkwijzen voor het optimaliseren van FLA-bestanden voor Animate
    15. Publicatie-instellingen voor ActionScript
    16. Publicatie-instellingen opgeven voor Animate
    17. Projectorbestanden exporteren
    18. Afbeeldingen en geanimeerde GIF-bestanden exporteren
    19. HTML-publicatiesjablonen
    20. Werken met Adobe Premiere Pro en After Effects
    21. Snel uw animaties delen en publiceren

Gebruik dit artikel om te werken met de publicatie-instellingen voor ActionScript in Adobe Animate.

Publicatie-instellingen voor ActionScript wijzigen

Als u een nieuw FLA-document maakt, vraagt Animate welke versie van ActionScript u wilt gebruiken. Als u op een later moment besluit uw scripts met een andere versie van ActionScript te schrijven, kunt u deze instelling wijzigen.

Opmerking:

ActionScript 3.0 is niet compatibel met ActionScript 2.0. De compiler van ActionScript 2.0 compileert alle code van ActionScript 1.0, met uitzondering van de slash-syntaxis (/) die wordt gebruikt om paden voor filmclips aan te geven (bijvoorbeeld parentClip/testMC:varName= "hello world"). Om dit probleem te voorkomen, kunt u uw code herschrijven met puntnotatie (.) of de compiler van ActionScript 1.0 selecteren.

  1. Selecteer Bestand > Publicatie-instellingen.
  2. Selecteer de ActionScript-versie in het menu Script.

Klassenbestanden en configuratiebestanden

Als u Animate installeert, worden er verschillende ActionScript-gerelateerde configuratiemappen en -bestanden op uw computer geïnstalleerd. Als u deze bestanden wijzigt om de ontwerpomgeving te configureren, moet u een back-up maken van de oorspronkelijke bestanden.

De map ActionScript-klassen

Bevat alle ingebouwde ActionScript 2.0-klassen (AS-bestanden). De meest gangbare paden naar deze map:

  • Windows 7 en 8: Harde schijf\Program Files\Adobe\Adobe Animate\Common\Configuration\ActionScript 3.0\Configuration\Classes

  • Macintosh: Harde schijf/Users/gebruiker/Library/Application Support/Adobe/Animate/taal/Configuration/Classes

    De map Classes wordt georganiseerd in klassen voor Flash Player 10 en klassen voor Flash Player 11. Raadpleeg het Leesmij-bestand in de map Classes voor meer informatie over de rangschikking van deze map.

De klassenmap Include

Bevat alle include-bestanden voor de algemene ActionScript-code. De locaties hiervan zijn:

  • Windows 7 en 8: Harde schijf\Program Files\Adobe\Adobe Animate\Common\Configuration\ActionScript 3.0\libs\

  • Macintosh: Harde schijf/Users/gebruiker/Library/Application Support/Adobe/Animate/taal/Configuration/Include

Het configuratiebestand ActionsPanel.xml

Bevat het configuratiebestand voor codehints in ActionScript. Er zijn afzonderlijke bestanden met configuraties voor elke versie van ActionScript en Flash Lite en voor JavaScript. De locaties hiervan zijn:

  • Windows 7 en 8: Harde schijf\Program Files\Adobe\Adobe Animate\Common\Configuration\ActionScript 3.0\libs\

  • Macintosh: Harde schijf/Users/gebruiker/Library/Application Support/Adobe/Animate/taal/Configuration/ActionsPanel

Het configuratiebestand AsColorSyntax.xml

Het configuratiebestand voor ActionScript-syntaxismarkering met codekleuren. De locaties hiervan zijn:

  • Windows 7 en 8: Harde schijf\Program Files\Adobe\Adobe Animate\Common\Configuration\ActionScript 3.0\libs\

  • Macintosh: Harde schijf/Users/gebruiker/Library/Application Support/Adobe/Animate/taal/Configuration/ActionsPanel

ActionScript 3.0-documentklassen declareren

Wanneer u ActionScript 3.0 gebruikt, is aan een SWF-bestand mogelijk een klasse op hoofdniveau gekoppeld. Deze klasse wordt de documentklasse genoemd. Wanneer het SWF-bestand door Flash Player wordt geladen, wordt een instantie van die klasse gemaakt die het object op hoofdniveau wordt van het SWF-bestand. Dit object van een SWF-bestand kan ook een instantie zijn van een aangepaste klasse die u hebt gekozen.

Een SWF-bestand dat bijvoorbeeld een agendacomponent implementeert, kan het hoofdniveau koppelen aan een klasse Calendar met methoden en eigenschappen die geschikt zijn voor een agendacomponent. Wanneer het SWF-bestand wordt geladen, maakt Flash Player een instantie van deze Calendar-klasse.

  1. Hef de selectie van alle objecten in het werkgebied en de tijdlijn op door op een leeg gedeelte van het werkgebied te klikken. Hierdoor worden de Documenteigenschappen in Eigenschapcontrole weergegeven.
  2. Geef de bestandsnaam van het ActionScript-bestand voor de klasse op in het tekstvak Documentklasse in de eigenschappencontrole. Laat de bestandsnaamextensie .as weg.
Opmerking:

U kunt ook informatie over de documentklasse opgeven in het dialoogvenster Publicatie-instellingen.

Opmerking:

Of u kunt ook de naam van de klasse invoeren in een SWC-bestand, gekoppeld in Bibliotheekpad, dat u wilt instellen als de documentklasse.

De locatie van de ActionScript-bestanden instellen

Als u een ActionScript-klasse die u hebt gedefinieerd wilt gebruiken, moet Animate de externe ActionScript-bestanden met de klassendefinitie kunnen vinden. De lijst met mappen waarin Animate naar klassendefinities zoekt wordt in ActionScript 2.0 klassenpad en in ActionScript 3.0 bronpad genoemd. Klassenpaden en bronpaden komen voor op toepassingsniveau (globaal) en documentniveau. Zie Klassen in ActionScript 2.0 leren in Adobe Animate of Pakketten in ActionScript 3.0 leren gebruiken voor meer informatie over klassenpaden.

U kunt de volgende ActionScript-locaties instellen in Animate:

  • ActionScript 2.0

    • Toepassingsniveau (beschikbaar voor alle AS2 FLA-bestanden):

      • Klassepad (ingesteld in ActionScript-voorkeuren)

    • Documentniveau (alleen beschikbaar voor het FLA-bestand dat dit pad opgeeft):

      • Klassepad (ingesteld in Publicatie-instellingen)

  • ActionScript 3.0

    • Toepassingsniveau (beschikbaar voor alle AS3 FLA-bestanden):

      • Bronpad (ingesteld in ActionScript-voorkeuren)

      • Bibliotheekpad (ingesteld in ActionScript-voorkeuren)

      • Extern bibliotheekpad (ingesteld in ActionScript-voorkeuren)

    • Documentniveau (alleen beschikbaar voor het FLA-bestand dat deze paden opgeeft):

      • Bronpad (ingesteld in Publicatie-instellingen)

      • Bibliotheekpad (ingesteld in Publicatie-instellingen)

      • Documentklasse (ingesteld in Eigenschapcontrole voor documenten)

Met het bibliotheekpad wordt de locatie opgegeven van vooraf gecompileerde ActionScript-code die zich in door u gemaakte SWC-bestanden bevindt. Met het FLA-bestand dat dit pad opgeeft, wordt elk SWC-bestand op het hoogste niveau van dit pad geladen, en tevens alle andere codebronnen die zijn opgegeven binnen de SWC-bestanden zelf. Als u het bibliotheekpad gebruikt, mag niets van de gecompileerde code in de SWC-bestanden worden gedupliceerd in niet-gecompileerde AS-bestanden in het bronpad. Door de overbodige code wordt het compileren van het SWF-bestand vertraagd.

U kunt meer dan een pad opgeven waarin door Animate wordt gezocht. Alle bronnen die in de opgegeven paden worden gevonden, worden gebruikt. Als u een pad toevoegt of wijzigt, kunt u absolute mappaden (bijvoorbeeld C:/my_classes) en relatieve mappaden (bijvoorbeeld ../my_classes of ".") toevoegen.

Het klassepad instellen voor ActionScript 2.0

Opmerking: ActionScript 2.0 is verouderd in Animate. Zie dit artikel voor meer informatie

U kunt als volgt het klassepad op documentniveau instellen:

  1. Selecteer Bestand > Publicatie-instellingen en klik op Flash.

  2. Controleer of ActionScript 2.0 is geselecteerd in het pop-upmenu ActionScript-versie en klik op Instellingen.
  3. Geef het frame waarin de klassedefinitie zich moet bevinden op in het tekstveld Frame exporteren voor klassen.
  4. U kunt als volgt paden toevoegen aan de lijst met klassepaden:
    • Als u een map wilt toevoegen aan het klassenpad, klikt u op de knop Bladeren naar pad , bladert u naar de map die u wilt toevoegen en klikt u op OK.

    • Klik op de knop Nieuw pad toevoegen als u een nieuwe regel wilt toevoegen aan de lijst Klassepad. Dubbelklik op de nieuwe regel, typ een relatief of absoluut pad en klik op OK.

    • Als u een bestaande klassepadmap wilt wijzigen, selecteert u het pad in de lijst Klassepad, klikt u op de knop Bladeren naar pad, bladert u naar de map die u wilt toevoegen en klikt u op OK. U kunt ook dubbelklikken op het pad in de lijst Klassepad, het gewenste pad typen en op OK klikken.

    • Als u een map wilt verwijderen uit het klassenpad, selecteert u het pad in de lijst Klassenpad en klikt u op de knop Geselecteerd pad verwijderen .

U kunt als volgt het klassepad op toepassingsniveau instellen:

  1. Kies Voorkeuren bewerken (Windows) of Flash > Voorkeuren (Macintosh) en klik op de categorie ActionScript.

  2. Klik op de knop Instellingen ActionScript 2.0 en voeg het pad/de paden toe aan de lijst klassepad.

Het bronpad instellen voor ActionScript 3.0

U kunt als volgt het bronpad op documentniveau instellen:

  1. Selecteer Bestand > Publicatie-instellingen en klik op Flash.

  2. Controleer of ActionScript 3.0 is geselecteerd in het pop-upmenu ActionScript-versie en klik op Instellingen. Als u ActionScript 3.0 wilt gebruiken, moet uw Flash Player-versie zijn ingesteld op Flash Player 9.
  3. Geef het frame waarin de klassedefinitie zich moet bevinden op in het tekstveld Klassen in frame exporteren.
  4. Geef de instellingen voor fouten op. U kunt de strikte modus en de waarschuwingsmodus selecteren. In de strikte modus worden compilerwaarschuwingen gerapporteerd als fouten. Dit betekent dat de compilatie niet slaagt als dergelijke soorten fouten aanwezig zijn. In de waarschuwingsmodus worden extra waarschuwingen gemeld die handig zijn om incompatibiliteiten op te sporen als u ActionScript 2.0-code bijwerkt naar ActionScript 3.0.
  5. (Optioneel) Selecteer Werkgebied als u automatisch instanties van het werkgebied wilt declareren.
  6. Selecteer ActionScript 3.0 of ECMAScript als het dialect dat moet worden gebruikt. ActionScript 3.0 wordt aanbevolen.
  7. U kunt als volgt paden toevoegen aan de lijst met bronpaden:
    • Als u een map wilt toevoegen aan het bronpad, klikt u op het tabblad Bronpad, klikt u op de knop Bladeren naar pad , bladert u naar de map die moet worden toegevoegd en klikt u op OK.

    • Als u een nieuwe regel wilt toevoegen aan de lijst met bronpaden, klikt u op de knop Nieuw pad toevoegen . Dubbelklik op de nieuwe regel, typ een relatief of absoluut pad en klik op OK.

    • Als u een bestaande bronpadmap wilt bewerken, selecteert u het pad in de lijst Bronpad, klikt u op de knop Bladeren naar pad, bladert u naar de map die u wilt toevoegen en klikt u op OK. U kunt ook dubbelklikken op het pad in de lijst Bronpad, het gewenste pad typen en op OK klikken.

    • Als u een map wilt verwijderen uit het bronpad, selecteert u het pad in de lijst Bronpad en klikt u op de knop Verwijderen uit pad .

U kunt als volgt het bronpad op toepassingsniveau instellen:

  1. Kies Voorkeuren bewerken (Windows) of Animate > Voorkeuren (Macintosh) en klik op de categorie ActionScript.

  2. Klik op de knop Instellingen ActionScript 3.0 en voeg het pad/de paden toe aan de lijst Bronpad.

Het bibliotheekpad instellen voor ActionScript 3.0-bestanden

De procedure voor het instellen van het bibliotheekpad op documentniveau is dezelfde als die voor het instellen van het bronpad:

  1. Kies Bestand > Publicatie-instellingen.
  2. Controleer of ActionScript 3.0 is opgegeven in het menu Script en klik op de knop ActionScript-instellingen.
  3. Klik in het dialoogvenster Geavanceerde ActionScript 3.0-instellingen op het tabblad Bibliotheekpad.
  4. Voeg het bibliotheekpad toe aan de lijst Bibliotheekpad. U kunt mappen of afzonderlijke SWC-bestanden toevoegen aan de padlijst.
  5. Dubbelklik op Koppelingstype in de eigenschappenstructuur van het pad om de eigenschap Koppelingstype in te stellen. U kunt voor Koppelingstype de volgende keuzen maken:
    • Samengevoegd in code: de codebronnen die in het pad worden gevonden, worden samengevoegd in het gepubliceerde SWF-bestand.

    • Extern: de codebronnen die in het pad worden gevonden, worden niet aan het gepubliceerde SWF-bestand toegevoegd, maar de compiler controleert of ze zich op de locaties bevinden die u hebt opgegeven.

    • Gezamenlijke bibliotheek bij uitvoering (RSL): Flash Player downloadt de bronnen tijdens runtime.

U kunt als volgt het bibliotheekpad op toepassingsniveau instellen:

  1. Kies Voorkeuren bewerken (Windows) of Animate > Voorkeuren (Macintosh) en klik op de categorie ActionScript.

  2. Klik op de knop Instellingen ActionScript 3.0 en voeg het pad/de paden toe aan de lijst Bibliotheekpad.

ActionScript voorwaardelijk compileren

Voorwaardelijke compilatie kan in ActionScript 3.0 op dezelfde wijze worden gebruikt als in C++ en andere programmeertalen. U kunt bijvoorbeeld voorwaardelijke compilatie gebruiken om codeblokken door een heel project in of uit te schakelen, zoals code waarmee een bepaalde functie wordt uitgevoerd of code die wordt gebruikt voor foutopsporing.

Met configuratieconstanten die u in de publicatie-instellingen definieert, kunt u opgeven of bepaalde regels van ActionScript-code wel of niet worden gecompileerd. Elke constante ziet er als volgt uit:

CONFIG::SAMPLE_CONSTANT

In deze vorm is CONFIG de config-naamruimte en is SAMPLE_CONSTANT de constante die u instelt op waar of onwaar in de publicatie-instellingen. Als de waarde van de constante waar is, wordt de coderegel die in ActionScript op de constante volgt, gecompileerd. Als de waarde onwaar is, wordt de coderegel die op de constante volgt niet gecompileerd.

De volgende functie heeft bijvoorbeeld twee coderegels die alleen worden gecompileerd als de waarde van de constante die eraan voorafgaat op waar is ingesteld in de publicatie-instellingen:

public function CondCompTest() { 
    CONFIG::COMPILE_FOR_AIR { 
        trace("This line of code will be compiled when COMPILE_FOR_AIR=true."); 
    } 
    CONFIG::COMPILE_FOR_BROWSERS { 
        trace("This line of code will be compiled when COMPILE_FOR BROWSERS=true."); 
    } 
}

Een configuratieconstante definiëren met het dialoogvenster Publicatie-instellingen:

  1. Kies Bestand > Publicatie-instellingen.

  2. Controleer of het menu Script is ingesteld op ActionScript 3.0 en klik op de knop Instellingen naast het menu.

  3. Klik in het dialoogvenster Geavanceerde ActionScript 3.0-instellingen op het tabblad Configuratieconstanten.

  4. Als u een constante wilt toevoegen, klikt u op de knop Toevoegen.

  5. Typ de naam van de constante die u wilt toevoegen. De standaardconfiguratienaamruimte is CONFIG en de standaardnaam voor de constante is CONFIG_CONST.

    Opmerking:

    De configuratienaamruimte CONFIG wordt automatisch door de Animate-compiler gedeclareerd. U kunt uw eigen configuratienaamruimten toevoegen door ze met een constantenaam toe te voegen in de publicatie-instellingen en ze met de volgende syntaxis toe te voegen aan uw ActionScript-code:

    config namespace MY_CONFIG;
  6. Geef de gewenste waarde voor de constante op (waar of onwaar). U kunt deze waarde wijzigen om de compilatie van bepaalde coderegels in of uit te schakelen.

Contextmenu's aanpassen in documenten (CS5.5)

U kunt het standaardcontextmenu en het contextmenu voor het bewerken van tekst dat in SWF-bestanden in Flash Player 7 en hoger wordt weergegeven aanpassen.

  • Het standaardcontextmenu wordt weergegeven als de gebruiker op een willekeurige plek in het SWF-bestand in Flash Player met de rechtermuisknop klikt (Windows) of de Control-toets ingedrukt houdt en klikt (Macintosh), met uitzondering van het bewerkbare tekstveld. U kunt uw eigen items aan het menu toevoegen en ingebouwde items verbergen, met uitzondering van de items Instellingen en Foutopsporing.

  • Het contextmenu voor het bewerken van tekst wordt weergegeven als de gebruiker in het SWF-bestand in Flash Player met de rechtermuisknop in het bewerkbare tekstveld klikt (Windows) of de Control-toets ingedrukt houdt en in het bewerkbare tekstveld klikt (Macintosh). U kunt uw eigen items aan dit menu toevoegen. U kunt geen ingebouwde items verbergen.

Opmerking:

Flash Player geeft ook een contextmenu voor fouten weer als de gebruiker met de rechtermuisknop klikt (Windows) of de Control-toets ingedrukt houdt en klikt (Macintosh) in Flash Player als er geen SWF-bestand is geladen. U kunt dit menu niet aanpassen.

In ActionScript 2.0 kunt u contextmenu's in Flash Player 7 aanpassen met de objecten ContextMenu en ContextMenuItem. Zie ContextMenu in de Naslaggids voor ActionScript 2.0 voor meer informatie over het gebruik van deze objecten.

Houd rekening met de volgende voorwaarden als u uw eigen menu-items maakt voor het contextmenu in Flash Player:

  • Nieuwe items worden in de volgorde waarin ze zijn gemaakt aan het contextmenu toegevoegd. Nadat u de items hebt gemaakt, kunt u de volgorde niet wijzigen.

  • U kunt de zichtbaarheid en de beschikbaarheid van uw eigen items opgeven.

  • Aangepaste contextmenu-items worden automatisch gecodeerd met Unicode UTF-8-tekstcodering.

Configuratiemappen geïnstalleerd met Flash (CS5.5)

Flash maakt tijdens de installatie diverse configuratiemappen op de computer. In de configuratiemappen worden de bestanden die aan de toepassing zijn gekoppeld op de juiste niveaus ondergebracht. Als u met ActionScript® of met componenten werkt, wilt u wellicht de inhoud van deze mappen bekijken. De configuratiemappen voor Flash zijn de volgende:

Configuratiemap op toepassingsniveau

Omdat deze map zich op toepassingsniveau bevindt, hebben gebruikers zonder beheerdersrechten geen toegang tot deze map. De meest gangbare paden naar deze map:

  • In Microsoft Windows XP of Microsoft Windows Vista bladert u naar opstartschijf\Program Files\Adobe\Adobe Flash CS3\taal\Configuration\.

  • Op de Mac bladert u naar Macintosh HD/Programma’s/Adobe Flash CS3//Configuration/.

First Run (map)

Deze map, die zich net als de configuratiemap op toepassingsniveau bevindt, zorgt ervoor dat configuratiebestanden door verschillende gebruikers van dezelfde computer kunnen worden gedeeld. De mappen en bestanden in de map First Run worden automatisch naar de configuratiemap op gebruikersniveau gekopieerd. Bestanden die u aan de map First Run toevoegt, worden naar de configuratiemap op gebruikersniveau gekopieerd als u de toepassing start.

De meest gangbare paden naar de map First Run:

  • In Windows XP of Vista bladert u naar opstartschijf\Program Files\Adobe\Adobe Flash CS3\taal\First Run\.

  • Op de Mac bladert u naar Macintosh HD/Programma’s/Adobe Flash CS3/First Run/.

Configuratiemap op gebruikersniveau

Naar deze map (die u vindt in het gebied gebruikersprofiel) kan door de huidige gebruiker altijd worden geschreven. De meest gangbare paden naar deze map:

  • In Windows XP of Vista bladert u naar opstartschijf\Documents and Settings\gebruikersnaam\Local Settings\Application Data\Adobe\Flash CS3\taal\Configuration.

  • Op de Mac bladert u naar Macintosh HD/Users/gebruikersnaam/Library/Application Support/Adobe/Flash CS3/taal/Configuration/.

De configuratiemap All-user-level

Deze map, die u vindt in het gebied met algemene gebruikersprofielen, maakt deel uit van de standaardinstallatie van de besturingssystemen Windows en Macintosh en wordt door alle gebruikers van een computer gedeeld. Het besturingssysteem zorgt ervoor dat deze map en alle bestanden in de map beschikbaar zijn voor alle gebruikers van een computer. De meest gangbare paden naar deze map:

  • In Windows XP of Vista bladert u naar opstartschijf\Documents and Settings\All Users\Application Data\Adobe\Flash CS3\taal\Configuration\.

  • Op de Mac bladert u naar Macintosh HD/Users/Shared/Application Support/Adobe/Flash CS3/taal/Configuration/.

Configuratiemap voor gebruikers met beperkte rechten

Voor gebruikers met beperkte rechten op een computer. In een netwerkomgeving hebben doorgaans alleen systeembeheerders beheerdersbevoegdheden op computers. Alle andere gebruikers hebben slechts beperkte toegang. Dat houdt doorgaans in dat deze gebruikers niet naar bestanden op toepassingsniveau kunnen schrijven (zoals bestanden in de map Program Files in Windows of de map Programma's in Macintosh OS X).

Adobe-logo

Aanmelden bij je account