Afbeeldingen overtrekken

Leer hoe u bitmapafbeeldingen met Afbeeldingen overtrekken kunt omzetten in vectorillustraties die u kunt aanpassen en gebruiken in Adobe Animate.

Met Afbeeldingen overtrekken kunt u rasterafbeeldingen (JPEG, PNG, PSD, enz.) omzetten in vectorillustraties. Met deze functie kunt u heel eenvoudig een nieuwe tekening maken op een bestaande illustratie door deze over te trekken. 

U kunt bijvoorbeeld met Afbeeldingen overtrekken de afbeelding van een potloodschets die u op papier hebt getekend omzetten in een vectorillustratie. U kunt een reeks voorinstellingen voor overtrekken kiezen om snel het gewenste resultaat te bereiken.

Een afbeelding overtrekken

  1. Open of plaats een rasterafbeelding in uw Animate-document.

  2. Selecteer de geplaatste afbeelding en voer een van de volgende handelingen uit:

    • Kies Object > Bitmap overtrekken in het contextmenu.
    • Klik op de knop Bitmap in het deelvenster Eigenschappen en selecteer Bewerken.
    • Selecteer Wijzigen > Bitmap > Bitmap overtrekken.
      • Kies een van de standaardvoorinstellingen door op de pictogrammen boven aan het deelvenster te klikken. Zie voor meer informatie Opties voor overtrekken opgeven | Voorinstelling.
      • Kies een voorinstelling in het vervolgkeuzemenu Voorinstelling.
      • Geef de overtrekopties op. Zie Opties voor overtrekken opgeven voor meer informatie.
    Opmerking:
    • In het deelvenster Bitmap overtrekken kiest u Voorvertoning om de resultaten van uw wijzigingen te bekijken. 
    • De resolutie van uw geplaatste afbeelding bepaalt de snelheid van het overtrekken.

Opties voor overtrekken opgeven

Wanneer de afbeelding is geselecteerd, ziet u dat de opties beschikbaar zijn in het deelvenster Bitmap overtrekken. Het basisdeelvenster bevat opties als Voorinstelling, Modus, Palet en Kleuren. Het geavanceerde deelvenster bevat opties zoals Paden, Hoeken, Ruis, Methode enzovoort.

Basisopties

Geef de basisopties op in het deelvenster Bitmap overtrekken om het gewenste overtrekresultaat te bereiken.

Voorinstelling

Hiermee geeft u een voorinstelling voor overtrekken op. De pictogrammen boven aan het deelvenster zijn snelkoppelingen die zijn vernoemd naar populaire workflows. Als u een van deze voorinstellingen kiest, worden alle variabelen ingesteld die nodig zijn om het desbetreffende overtrekresultaat te bereiken.

Naam van de voorinstelling

Definitie

Standaard

Gebruikt de standaardinstellingen

Foto met hoge getrouwheid

Maakt fotorealistische en bijzonder waarheidsgetrouwe illustraties

Foto met lage getrouwheid

Maakt vereenvoudigde fotorealistische illustraties

Grijswaarden

Trekt de illustratie over in grijstinten

Zwart-witlogo

Vereenvoudigt de afbeelding tot een zwart-witillustratie

Modus

Hiermee geeft u een kleurmodus voor het overtrekresultaat op. Met de beschikbare opties definieert u de basiskleur versus de grijswaardenmodi voor uw overgetrokken illustratie.

De volgende kleurinstellingen worden weergegeven op basis van de instellingen in de optie Modus:

Hiermee specificeert u het aantal kleuren om te gebruiken in een overtrekresultaat met kleur. Als u Documentbibliotheek hebt gekozen als palet, kunt u een staal kiezen. (Deze optie is alleen beschikbaar als Modus is ingesteld op Kleur.)

Hiermee specificeert u het aantal grijstinten om te gebruiken in een overtrekresultaat met grijstinten. (Deze optie is alleen beschikbaar als Modus is ingesteld op Grijswaarden.)

Hiermee geeft u een waarde op voor het genereren van een zwart-wit overtrekresultaat aan de hand van de oorspronkelijke afbeelding. Alle pixels lichter dan de drempelwaarde worden omgezet in wit en alle pixels donkerder dan de drempelwaarde worden omgezet in zwart.

Palet

Geeft een palet op voor het genereren van een kleurenovertrek of een overtrek met grijswaarden aan de hand van de oorspronkelijke afbeelding. (Deze optie is alleen beschikbaar als Modus is ingesteld op Kleur.)

U kunt kiezen uit de volgende opties:

Schakelt automatisch tussen het beperkte kleurenpalet en alle kleurtonen voor het overtrekken, afhankelijk van de invoerafbeelding. Als u Automatisch selecteert als palet, kunt u de schuifregelaar Kleuren aanpassen om de vectoreenvoud en -nauwkeurigheid in het overtrekken te wijzigen. De waarde 0 betekent een vereenvoudiging die ten koste gaat van de nauwkeurigheid en de waarde 100 betekent een nauwkeurige of fotorealistische afbeelding ten koste van de eenvoud.

Gebruikt een beperkt aantal kleuren voor het overtrekpalet. U kunt de schuifregelaar Kleur gebruiken om de geselecteerde kleuren verder te beperken.

Gebruikt de volledige set kleuren voor het overtrekpalet. Deze optie is het beste voor het overtrekken van foto's en zo ontstaan fotorealistische illustraties. Wanneer deze optie is geselecteerd, bepaalt de schuifregelaar Kleur de variabiliteit van de pixels waaruit elk vulgebied bestaat. Wanneer de schuifregelaar Kleur meer naar rechts staat, is er sprake van een lagere variabiliteit. Dat betekent dat meer paden worden gedefinieerd door kleinere kleurgebieden. Als de schuifregelaar daarentegen meer naar links is geplaatst, zijn er minder en grotere vulgebieden.

Geavanceerde opties

Verfijn uw overtrekresultaten met de geavanceerde opties voor Bitmap overtrekken.

Paden

Hiermee stelt u de afstand in tussen de overgetrokken vorm en de oorspronkelijke pixelvorm. Lagere waarden zorgen ervoor dat het pad beter aansluit; bij hogere waarden is de aansluiting minder strak.

Hoeken

Legt de nadruk op hoeken en de kans dat een scherpe bocht verandert in een hoekpunt. Een hogere waarde resulteert in meer hoeken.

Ruis

Hiermee specificeert u een gebied in pixels dat tijdens het overtrekken wordt genegeerd. Een hogere waarde resulteert in minder ruis.

Tip: Verplaats de schuifregelaar Ruis voor een afbeelding met hoge resolutie naar een hogere waarde (bijvoorbeeld tussen 20 en 50) om effect te kunnen zien. Stel een lagere waarde in (1-10) voor een afbeelding met een lage resolutie.

Methode

Hiermee specificeert u een methode voor overtrekken. U kunt kiezen uit de volgende opties:

Naam van de voorinstelling

Definitie

Aangrenzend

Hiermee wordt een knipselpad gemaakt. De rand van een pad is precies hetzelfde als de rand van het aangrenzende pad.

Overlappend

Hiermee worden gestapelde paden gemaakt. Elk pad overlapt het aangrenzende pad enigszins.

Vullingen

Hiermee maakt u gevulde gebieden in het overtrekresultaat. Deze optie is alleen beschikbaar als de modus is ingesteld op Zwart-wit.

Lijnen

Hiermee geeft u de maximale breedte aan van onderdelen van de oorspronkelijke afbeelding waaraan lijnen kunnen worden toegevoegd. Onderdelen waarvan de breedte groter is dan deze waarde, worden gebieden met een omtrek in het overtrekresultaat. Deze optie is alleen beschikbaar als de modus is ingesteld op Zwart-wit.

Opties

Bepaalt of iets gebogen lijnen worden vervangen door rechte lijnen en of lijnen van bijna 0 of 90 graden worden uitgelijnd op precies 0 of 90 graden.

Tip: U kunt deze optie kiezen voor geometrische illustraties of als de vormen in uw bronafbeelding iets gedraaid zijn.

Hiermee specificeert u of witte vulling in een gebied wordt vervangen door geen vulling.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account