Leer hoe u een voorvertoning van een film kunt weergeven in Adobe Premiere Elements.

Een voorvertoning van een film weergeven in het deelvenster Monitor

U kunt op elk gewenst moment een gehele of gedeeltelijke film voorvertonen in het deelvenster Monitor. Om een voorvertoning van een film te kunnen weergeven moet Adobe Premiere Elements eerst de clips op alle tracks voorbereiden voor weergave en moeten effecten en instellingen voor beweging, dekking en volume worden toegepast. De videokwaliteit en beeldfrequentie worden dynamisch aangepast, zodat u een voorvertoning van de film in real time kunt bekijken. Films waarin alleen gebruik wordt gemaakt van cuts tussen clips, worden over het algemeen met een normale kwaliteit en beeldfrequentie weergegeven. Complexe films (met effecten en video en audio in lagen) vereisen mogelijk rendering voordat u een voorvertoning ervan kunt bekijken.

ac_monitor_panel_mp
Deelvenster Monitor

A. Huidige tijd B. Besturingselementen voor afspelen 
  1. Voer een van de volgende handelingen uit in het deelvenster Monitor:
    • Klik op de knop Afspelen of druk op de spatiebalk om een voorvertoning weer te geven van de film.

      Opmerking: druk op de starttoets om de huidige-tijdindicator aan het begin van de film in te stellen.

    • Klik met de rechtermuisknop of houd Ctrl ingedrukt en klik in het deelvenster Monitor om de afspeelkwaliteit te wijzigen. Selecteer Afspeelkwaliteit > Hoogste. Het CPU- en RAM-verbruik van uw computer neemt toe wanneer u Hoogste instelt.

    • Klik op de knop Pauzeren of druk op de spatiebalk om de voorvertoning te pauzeren.

    • Sleep de shuttleschuifregelaar naar rechts om de snelheid van de voorvertoning te regelen. Hoe verder u de shuttleschuifregelaar sleept, hoe sneller de clip wordt afgespeeld.

    • Als u de film in omgekeerde volgorde wilt afspelen, sleept u de shuttleschuifregelaar naar links. Hoe verder u de shuttleschuifregelaar sleept, hoe sneller de clip wordt teruggespoeld.

    • Klik op de knop Frame vooruit om één frame naar voren te gaan. Houd Shift ingedrukt en klik op de knop Frame vooruit om vijf frames naar voren te gaan.

    • Klik op de knop Frame terug om één frame terug te gaan. Houd Shift ingedrukt en klik op de knop Frame terug om vijf frames terug te gaan.

    • Als u naar een ander frame wilt gaan, klikt u op de huidige-tijdweergave en typt u de nieuwe tijd. (Dubbele punten of puntkomma's zijn niet vereist. Houd er echter rekening mee dat in Adobe Premiere Elements getallen onder de 100 als frames worden geïnterpreteerd.)

    • Als u naar het einde van de vorige clip (het montage- of bewerkpunt) wilt gaan, klikt u op de knop Naar vorig bewerkpunt.

    • Als u naar het begin van de volgende clip wilt gaan, klikt u op de knop Naar volgend bewerkpunt.

De tijdlijn van de Professionele weergave verschuiven tijdens de voorvertoning

U kunt een optie instellen om de tijdlijn van de Professionele weergave automatisch van rechts naar links te verschuiven als een reeks groter is dan de zichtbare tijdlijn. Op die manier hoeft u niet uit te zoomen om de volledige reeks te zien.

  1. Windows®: selecteer Bewerken > Voorkeuren > Algemeen. Mac® OS: selecteer Adobe Premiere Elements 13 > Voorkeuren > Algemeen.

  2. Kies een optie in het menu Tijdlijn automatisch schuiven tijdens afspelen.

    Niet schuiven

    Hiermee wordt de tijdlijn van de Professionele weergave niet verschoven.

    Pagina schuiven

    Hiermee wordt het zichtbare gedeelte van de tijdlijn van de Professionele weergave met één pagina tegelijk verschoven.

    Soepel schuiven

    Hiermee wordt de tijdlijn van de Professionele weergave verschoven terwijl de huidige-tijdindicator in het midden van de zichtbare tijdlijn blijft staan.

Veilige zones weergeven in het deelvenster Monitor

U kunt de marges voor veilige zones (hulplijnen) weergeven in het deelvenster Monitor om te controleren tekst of objecten in uw project buiten de veilige zone vallen. Wanneer tekst of objecten buiten de veilige zone vallen, kunnen deze worden afgekapt wanneer deze worden weergegeven op bepaalde schermen. De marges voor de veilige zone dienen slechts als hulpmiddel voor u en worden niet opgenomen in voorvertoningen of geëxporteerde films.

Safe-zones
Veilige zones in het deelvenster Monitor

  1. Klik met de rechtermuisknop of houd Ctrl ingedrukt en klik in het deelvenster Monitor en kies Veilige marges. Een vinkje naast de naam geeft aan dat de marges voor veilige zones ingeschakeld zijn.

    Opmerking:

    De standaardmarges voor actie en titels zijn respectievelijk 10% en 20. U kunt de afmetingen van de veilige zones echter wijzigen in het dialoogvenster Projectinstellingen.

Voorvertonen in een volledig scherm

Als u de clip in de modus voor volledig scherm weergeeft, ziet u een clip of film het meest gedetailleerd. In deze modus wordt het computerscherm gevuld met video en wordt er weergegeven hoe clips en films op tv-schermen verschijnen. Met behulp van de voorvertoningen in volledige-schermmodus kunt u ook gemakkelijk uw werk met anderen in de ruimte delen.

Een film voorvertonen in een volledig scherm

  1. Klik op de knop Afspelen in volledig scherm rechtsboven in de toepassing. Het voorvertoningsvenster vult het scherm en het afspelen wordt automatisch gestart.

Een voorvertoning in een volledig scherm pauzeren, terugspelen en vooruitspelen

Naast het afspelen en pauzeren van een voorvertoning op het volledige scherm, kunt u voorvertoningen frame voor frame terugspelen en vooruitspelen.

  1. Verplaats de aanwijzer naar de onderzijde van het scherm om de besturingsbalk weer te geven.
    ac_full_screen_fs
    Verplaats de aanwijzer in de modus voor volledig scherm over het scherm om de knoppen voor het afspelen weer te geven.

  2. Klik op de knop Pauzeren, Frame terug of Frame vooruit.

Volledige-schermmodus afsluiten

  1. Verplaats de aanwijzer naar de onderzijde van het scherm om de besturingsbalk weer te geven.
  2. Klik rechts van de besturingsbalk op Stoppen.

Voorvertonen op een televisiescherm

U kunt een film voorvertonen op een televisie of op een videomonitor met behulp van vele camcorders of analoge-naar-digitale convertors (digitizers). Het dialoogvenster Projectinstellingen bevat opties voor het weergeven van voorvertoningen via een DV-apparaat. Zorg dat uw apparatuur op de juiste wijze is geconfigureerd, voordat u deze instellingen kiest.

Opmerking:

Zorg ervoor dat de televisie of het videoscherm is aangesloten op de camcorder of de analoog/digitaal-converter. Bovendien moet u controleren of het apparaat op de juiste wijze is aangesloten op uw computer, meestal door een IEEE 1394-poort. Stel het apparaat in om analoge video uit te voeren en sluit de video aan op de monitor. Sommige apparaten detecteren een monitor automatisch, terwijl u voor andere apparaten een menuoptie moet kiezen. (Raadpleeg de documentatie bij het apparaat voor nadere informatie.)

  1. Kies Bewerken > Projectinstellingen > Algemeen.

  2. Kies in het onderdeel Realtime afspelen een van deze opties:
    • Selecteer de optie Desktopvideoweergave tijdens afspelen als u een voorvertoning wilt bekijken via het deelvenster Monitor en uw tv-scherm. Schakel deze optie uit als het afspelen via het deelvenster Monitor niet vloeiend verloopt.

    • Kies voor Extern apparaat de optie die overeenkomt met de camcorder of de analoge-naar-digitale convertor die u gebruikt om uw televisiescherm aan te sturen.

    • Kies Hardware (indien ondersteund) voor conversie van de hoogte-breedteverhouding.

    • Kies Extern audioapparaat om geluid en video via het televisiescherm te controleren. Beide blijven dan tijdens het afspelen synchroon.

      Opmerking: als u Realtime afspelen kiest, worden voorvertoningen meteen afgespeeld met de uiteindelijke, volledig gerenderde kwaliteit. Met renderloze bewerkingen kunt u bewerkbeslissingen meteen evalueren en naar hartelust experimenteren. Gebruik een Pentium® 4-systeem van 3 GHz of sneller voor de beste beeldfrequentie voor afspelen.

  3. Kies in het gedeelte Export voor Extern apparaat of u het opgegeven apparaat wilt exporteren. Deze optie heeft geen invloed op het afspelen.
  4. Kies in het onderdeel Bureaubladweergave de optie effecten als uw beeldschermadapter DirectX® ondersteunt. Kies anders de optie die de beste afspeelresultaten op uw systeem oplevert, namelijk Compatibel of Standaard.
  5. Klik op OK.

  6. Klik op OK in het dialoogvenster Projectinstellingen.

Een gebied renderen voor een voorvertoning

Complexe films (met effecten en gelaagde video en audio) en InstantMovies vereisen meer verwerkingstijd voordat deze op de juiste wijze kunnen worden weergegeven. Als Adobe Premiere Elements een gebied niet kan weergeven met de juiste snelheid en kwaliteit, wordt er een dunne, rode lijn toegevoegd aan het tijdliniaal in de tijdlijn van de Professionele weergave.

Als u van deze gebieden een voorvertoning wilt weergeven, kunt u het gebied eerst renderen. Rendering verwerkt de lagen en effecten en slaat de voorvertoning op in een bestand dat Adobe Premiere Elements kan gebruiken telkens wanneer u een voorvertoning van dat gedeelte van de film wilt bekijken. Als een gedeelte eenmaal is gerenderd, hoeft het niet opnieuw te worden gerenderd, tenzij er wijzigingen in worden aangebracht. (In de tijdlijn van de Professionele weergave worden gerenderde gebieden gemarkeerd met een groene lijn.)

Opmerking: als u significante wijzigingen aanbrengt in een gerenderd gebied, is het voorvertoningsbestand niet meer nuttig en wordt de groene lijn rood. Als u complexe effecten wilt weergeven op de volledige framesnelheid, moet u het gebied opnieuw renderen.

U kunt het gebied dat moet worden gerenderd, aanduiden met behulp van de werkgebiedbalk in de tijdlijn van de Professionele weergave.

Het gebied instellen dat u wilt renderen

  • Sleep het gestructureerde middelpunt van de werkgebiedbalk over de sectie waarvan u een voorvertoning wilt weergeven. Zorg ervoor dat u de werkgebiedbalk vanaf het midden van de balk sleept. Als dit niet het geval is, verplaatst u de huidige-tijdindicator.
  • Wanneer het middelpunt met structuur niet zichtbaar is, houdt u Alt ingedrukt en sleept u de werkgebiedbalk over de sectie waarvan u een voorvertoning wilt weergeven.
  • Plaats de huidige-tijdindicator en druk op Alt+[ om het begin van het werkgebied in te stellen.
  • Plaats de huidige-tijdindicator en druk op Alt+] om het einde van het werkgebied in te stellen.
  • Houd Alt ingedrukt en dubbelklik op de werkgebiedbalk om deze aan te passen aan de breedte van de film.
  • Dubbelklik op de werkgebiedbalk om de grootte van de balk aan te passen aan de breedte van de tijdliniaal of aan de lengte van de gehele film. De kortste instelling wordt gebruikt.

    Tip: plaats de muisaanwijzer boven de werkgebiedbalk om knopinfo weer te geven waarin de begintijdcode, de eindtijdcode en de tijdsduur van de werkgebiedbalk wordt weergegeven.

Een voorvertoning renderen

  1. Plaats de werkgebiedbalk boven het gebied waarvan u een voorvertoning wilt weergeven en klik op de knop Renderen of kies Tijdlijn > Werkgebied renderen. (De rendertijd is afhankelijk van uw systeembronnen en de complexiteit van het segment.)

    Opmerking:

    U kunt een voorvertoning ook renderen door de werkgebiedbalk in te stellen en op Enter (Windows) of Home (Mac OS) te drukken.

Voorvertoningsbestanden verwijderen

Als u een film afspeelt, combineert Adobe Premiere Elements de tracks en effecten op de achtergrond terwijl de film wordt afgespeeld in het deelvenster Monitor.

Als u de film rendert, maakt Adobe Premiere Elements voorvertoningsbestanden en slaat het programma deze op op uw harde schijf. Zodra ze zijn gerenderd, verwerkt Adobe Premiere Elements de tracks en effecten niet opnieuw en kunnen de voorvertoningsbestanden rechtstreeks worden afgespeeld. Op dezelfde manier kunt u met voorvertoningsbestanden tijd besparen wanneer u de film exporteert, omdat Adobe Premiere Elements de opgeslagen informatie in de voorvertoningsbestanden kan gebruiken in plaats van opnieuw te renderen.

  1. Kies Tijdlijn > Gerenderde bestanden verwijderen als de tijdlijn van de Professionele weergave of de Snelle weergave actief is. Klik op OK bij de aanwijzing.

    Opmerking:

    Het is belangrijk om voorvertoningsbestanden te verwijderen met de opdracht Renderbestanden verwijderen in plaats van deze bestanden rechtstreeks in Windows te verwijderen. Projecten verwijzen op dezelfde manier naar voorvertoningsbestanden als naar bronmedia. Wanneer u voorvertoningsbestanden verplaatst of verwijdert zonder de opdracht te gebruiken en het project een volgende keer opent, vraagt Adobe Premiere Elements u de bestanden op te sporen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid