Een boekbestand maken

Een boekbestand is een verzameling documenten waarbij dezelfde stijlen, stalen, stramienpagina's en andere elementen kunnen worden gebruikt. U kunt de pagina's van boekdocumenten opeenvolgend nummeren, geselecteerde documenten afdrukken of naar PDF exporteren. Een document kan in meerdere boekbestanden worden geplaatst.

Een van de documenten die worden toegevoegd aan een boekbestand is de stijlbron. Hoewel de stijlbron standaard het eerste document van het boek is, kunt u altijd een nieuwe stijlbron selecteren. Wanneer u documenten in een boek synchroniseert, worden de stijlen en stalen in de andere boekdocumenten vervangen door de stijlen en stalen uit de stijlbron.

In Basisbegrip van boeken vindt u een videodemo van Michael Murphy over het maken van boeken.

  1. Kies Bestand > Nieuw > Boek.
  2. Typ een naam voor het boek, geef een locatie op en klik op Opslaan.

    Het deelvenster Boek wordt geopend. Het boekbestand wordt opgeslagen met de bestandsnaamextensie .INDB.

  3. Voeg documenten aan het boekbestand toe.

Documenten aan een boekbestand toevoegen

Als u een boekbestand maakt, wordt dit geopend in het deelvenster Boek. Het deelvenster Boek is het werkgebied van een boekbestand waar u documenten toevoegt, verwijdert en opnieuw rangschikt.

  1. Kies Document toevoegen in het menu van het deelvenster Boek of klik onderin het deelvenster Boek op het plusteken .
  2. Selecteer het Adobe InDesign-document of de Adobe InDesign-documenten die u wilt toevoegen en klik op Openen.

    Opmerking:

    U kunt bestanden vanuit de Verkenner (Windows) of Finder (Mac OS) naar het deelvenster Boek slepen. Ook kunt u documenten van het ene naar het andere boek slepen. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt om het document te kopiëren.

  3. Als u documenten die zijn gemaakt in eerdere versies van InDesign aan het boek toevoegt, worden deze documenten omgezet naar de Adobe InDesign CS5-indeling. Geef in het dialoogvenster Opslaan als een andere naam voor het omgezette document op (of gebruik de oorspronkelijke naam) en klik op Opslaan.

    Opmerking:

    Adobe PageMaker- of QuarkXPress-documenten moeten worden omgezet voordat u ze aan het boekbestand kunt toevoegen.

  4. Indien nodig wijzigt u de volgorde van documenten door deze omhoog of omlaag te slepen naar de juiste locatie in de lijst.
  5. U kunt een document als de stijlbron aanwijzen door het selectievakje naast de naam van het document in het deelvenster in te schakelen.

U opent een document in een boekbestand door te dubbelklikken op de naam van dat document in het deelvenster Boek.

Boekbestanden beheren

Elk boekbestand dat u opent, wordt op een eigen tabblad in het deelvenster Boek weergegeven. Als er meerdere boeken zijn geopend, haalt u een boek naar voren door op het tabblad van dat boek te klikken. Vervolgens kunt u de opties in het menu van het deelvenster gebruiken.

Pictogrammen in het deelvenster Boek geven de huidige status van een document aan, zoals geopend , ontbrekend  (het document is verplaatst of verwijderd, of de naam is gewijzigd), gewijzigd  (het document is bewerkt of de pagina- of sectienummers zijn gewijzigd terwijl het boek werd gesloten) of in gebruik  (iemand anders heeft het document geopend in een beheerde workflow). Naast gesloten documenten staat geen pictogram.

Opmerking:

Als u de padnaam van een document in een boek wilt weten, plaatst u de muisaanwijzer op de naam van het desbetreffende document totdat de gereedschapstip verschijnt. U kunt ook Documentgegevens kiezen in het menu van het deelvenster Boek.

Een boekbestand opslaan

Boekbestanden zijn niet hetzelfde als documentbestanden. Wanneer u bijvoorbeeld de opdracht Boek opslaan kiest, worden de wijzigingen in het boek opgeslagen en niet de documenten in het boek.

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Om een boek een andere naam te geven, kiest u Boek opslaan als in het menu van het deelvenster Boek, geeft u een locatie en bestandsnaam op en klikt u op Opslaan.

    • Om een bestaand boek onder dezelfde naam op te slaan, kiest u Boek opslaan in het menu van het deelvenster Boek of klikt u op de knop Opslaan  onder in het deelvenster Boek.

Opmerking:

Als u boekbestanden via een server deelt, moet u zorgen dat er een bestandsbeheersysteem is, zodat u niet per ongeluk de wijzigingen van een ander overschrijft.

Een boekbestand sluiten

  • Als u één boek wilt sluiten, kiest u Boek sluiten in het menu van het deelvenster Boek.
  • Als u alle geopende boeken wilt sluiten die in hetzelfde deelvenster aan elkaar zijn gekoppeld, klikt u op de knop Sluiten op de titelbalk van het deelvenster Boek.

Documenten uit een boekbestand verwijderen

  1. Selecteer het document in het deelvenster Boek.
  2. Kies Document verwijderen in het menu van het deelvenster Boek.

Hierbij wordt alleen het document uit het boekbestand verwijderd en niet van de vaste schijf.

Documenten in een boekbestand vervangen

  1. Selecteer het document in het deelvenster Boek.
  2. Kies Document vervangen in het menu van het deelvenster Boek, zoek het document waardoor u het andere document wilt vervangen en klik op Openen.

Een boekbestand openen in Windows Verkenner of de Finder

  1. Selecteer een document in het deelvenster Boek.

  2. Kies Tonen in Verkenner (Windows) of Tonen in Finder (Mac OS) in het menu van het deelvenster Boek.

Het geselecteerde bestand wordt nu in een browservenster weergegeven.

Documenten in een boekbestand synchroniseren

Als u documenten in een boek synchroniseert, worden de items die u opgeeft, zoals stijlen, variabelen, stramienpagina's, overvulvoorinstellingen, opmaak voor kruisverwijzingen, instellingen voor voorwaardelijke tekst, genummerde lijsten en stalen, gekopieerd vanuit de stijlbron naar de opgegeven documenten in het boek. Hierbij worden eventuele items met identieke namen vervangen.

Als het document dat wordt gesynchroniseerd geen elementen van de stijlbron bevat, worden deze elementen toegevoegd. Elementen die niet in de stijlbron staan, blijven ongewijzigd wanneer de documenten worden gesynchroniseerd.

Elementen voor het synchroniseren selecteren

  1. Kies Synchronisatieopties in het menu van het deelvenster Boek.
  2. Selecteer de elementen die u vanuit de stijlbron naar andere boekdocumenten wilt kopiëren.

    Zorg ervoor dat u alle stijlen selecteert die zijn opgenomen in de definitie van andere stijlen. Zo kan bijvoorbeeld een objectstijl alinea- en tekenstijlen bevatten, waarin op hun beurt weer stalen zijn opgenomen.

  3. Selecteer Slimme match stijlgroepen om te voorkomen dat stijlen met unieke namen die naar of uit stijlgroepen zijn verplaatst, worden gedupliceerd.

    Stel dat de stijlbron een tekenstijl in een stijlgroep bevat en dat de documenten die worden gesynchroniseerd dezelfde tekenstijl buiten de stijlgroep bevatten. Als deze optie wordt geselecteerd, wordt de tekenstijl verplaatst naar de stijlgroep in gesynchroniseerde documenten.

    Als deze optie niet is geselecteerd, wordt er een tweede instantie van de tekenstijl gemaakt in de stijlgroep met opties die overeenkomen met de stijlbron. De tekenstijl buiten de stijlgroep verandert niet.

    Opmerking:

    Als een document meerdere stijlen bevat die dezelfde naam hebben (bijvoorbeeld Tekenstijl 1 in een stijlgroep en Tekenstijl 1 buiten een stijlgroep), gedraagt InDesign zich alsof de optie niet is geselecteerd. Voor de beste resultaten maakt u stijlen met unieke namen.

  4. Klik op OK.

Documenten in een boekbestand synchroniseren

U kunt het boek ook synchroniseren als de documenten in het boek zijn gesloten. InDesign opent de gesloten documenten, brengt wijzigingen aan, slaat de documenten op en sluit ze weer. Documenten die tijdens het synchroniseren zijn geopend, worden gewijzigd maar niet opgeslagen.

  1. Klik in het deelvenster Boek op het lege vakje naast het document dat u als stijlbron wilt instellen. Het pictogram Stijlbron  geeft aan welk document de stijlbron is.
    Geselecteerde stijlbron
    Geselecteerde stijlbron

  2. Controleer of alle elementen die u vanuit de stijlbron wilt kopiëren, zijn geselecteerd in het dialoogvenster Synchronisatieopties.
  3. Selecteer in het deelvenster Boek de documenten die u met het stijlbrondocument wilt synchroniseren. Als er geen document is geselecteerd, wordt het hele boek gesynchroniseerd.

    Opmerking:

    U zorgt ervoor dat er geen documenten zijn geselecteerd door op het lege, grijze gedeelte onder de boekdocumenten te klikken. Hiervoor moet u mogelijk door het deelvenster Boek schuiven of de grootte van dit deelvenster wijzigen. U kunt ook de toets Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt houden en op een geselecteerd document klikken om de selectie hiervan ongedaan te maken.

  4. Kies Geselecteerde documenten synchroniseren of Boek synchroniseren in het menu van het deelvenster Boek of klik onder in het deelvenster Boek op de knop Synchroniseren .

Opmerking:

Wanneer u Bewerken > Ongedaan maken kiest, worden wijzigingen alleen ongedaan gemaakt als de bestanden tijdens het synchroniseren zijn geopend.

Stramienpagina's synchroniseren

Stramienpagina's worden op dezelfde manier gesynchroniseerd als andere objecten. De stramienpagina's met dezelfde naam (bijvoorbeeld Stramienpagina A) als de stramienpagina's in de stijlbron worden vervangen. Het synchroniseren van stramienpagina's bewijst zijn nut bij documenten waarbij dezelfde ontwerpelementen worden gebruikt, zoals doorlopende kop- en voetteksten. Als u paginaonderdelen op een stramienpagina van andere documenten dan de stijlbron wilt behouden, moet u geen stramienpagina's synchroniseren of moet u stramienpagina's met een andere naam maken.

Alle onderdelen op een stramienpagina die worden overschreven op documentpagina's nadat u stramienpagina's voor de eerste keer synchroniseert, worden losgekoppeld van de stramienpagina. Als u dus de stramienpagina's van een boek wilt gaan synchroniseren, is het raadzaam eerst alle documenten te synchroniseren voordat u met het ontwerp gaat beginnen. Op die manier blijven overschreven onderdelen op stramienpagina's aan de stramienpagina gekoppeld en worden die onderdelen bijgewerkt met de gewijzigde stramienpaginaonderdelen uit de stijlbron.

Het wordt ook aangeraden stramienpagina's maar met één stijlbron te synchroniseren. Als u vanuit een andere stijlbron synchroniseert, kunnen overschreven stramienpaginaonderdelen van de stramienpagina worden losgekoppeld. Moet u echter met een andere stijlbron synchroniseren, dan schakelt u eerst de optie Stramienpagina's in het dialoogvenster Synchronisatieopties uit.

Boekbestanden vanuit eerdere versies van InDesign omzetten

U kunt een boekbestand dat in een vorige versie van InDesign is gemaakt, omzetten door het in InDesign CS5 te openen en op te slaan. Wanneer u een omgezet boek synchroniseert, opnieuw nummert, afdrukt, comprimeert of exporteert, worden de documenten in dat boek ook naar InDesign CS5 omgezet. U kunt de originele documentbestanden overschrijven of behouden.

Een boekbestand omzetten voor gebruik in InDesign CS5

  1. Kies in InDesign CS5 de optie Bestand > Openen.
  2. Selecteer het boekbestand dat in een vorige versie van InDesign is gemaakt en klik op OK.

    Er verschijnt een waarschuwing als het boekbestand documenten in een eerdere indeling van InDesign bevat.

  3. Kies Boek opslaan als in het menu van het deelvenster Boek. Geef een nieuwe naam voor het omgezette boekbestand op en klik op Opslaan.

Documenten in een boekbestand omzetten

  1. Open het boekbestand in InDesign CS5.
  2. Ga als volgt te werk in het menu van het deelvenster Boek:
    • Als u de originele documenten tijdens het omzetten wilt laten overschrijven, schakelt u de optie Documenten automatisch omzetten in.

    • Als u de originele documenten wilt bewaren en de omgezette documenten onder een andere naam wilt opslaan, schakelt u de optie Documenten automatisch omzetten uit. (De boekenlijst wordt bijgewerkt met de omgezette bestanden en niet met de originele bestanden.)

  3. Voer een van de volgende handelingen uit om de documenten om te zetten:
    • Kies Boek synchroniseren in het menu van het deelvenster Boek (zie Boekdocumenten synchroniseren).

    • Kies Nummering bijwerken > Alle nummers bijwerken in het menu van het deelvenster Boek.

  4. Als Documenten automatisch omzetten niet is geselecteerd, wordt u in InDesign gevraagd elk omgezet document onder een andere naam op te slaan.

Opmerking:

Documenten worden ook omgezet wanneer u het boek afdrukt of exporteert naar Adobe PDF.

Pagina's, hoofdstukken en alinea's in een boek nummeren

U kunt zelf bepalen hoe pagina's, hoofdstukken en alinea's in een boek worden genummerd. De nummeringsstijlen en beginnummers voor pagina's en hoofdstukken in een boekbestand worden bepaald door de instellingen van elk document in het dialoogvenster Nummerings- en sectie-opties of Opties documentnummering. U kunt een van deze dialoogvensters openen door Layout > Nummerings- en sectie-opties te kiezen in het document of door Opties documentnummering te kiezen in het menu van het deelvenster Boek.

Informatie over het toevoegen van paginanummering aan een document vindt u in Standaardpaginanummering toevoegen.

Voor genummerde alinea's (zoals een lijst met afbeeldingen) wordt de nummering bepaald door de gedefinieerde stijl voor genummerde lijsten die onderdeel is van de alineastijl.

Naast elke documentnaam in het deelvenster Boek staat het paginabereik. Wanneer u pagina's aan boekdocumenten toevoegt of eruit verwijdert, of wijzigingen in het boekbestand aanbrengt (documenten opnieuw schikt, toevoegt of verwijdert), worden de pagina's en secties standaard opnieuw genummerd in het deelvenster Boek. Als u de instelling voor het automatisch bijwerken van de pagina- en sectienummering uitschakelt, kunt u de nummering in een boek handmatig bijwerken.

Als het boek wordt bijgewerkt en de nummering onjuist lijkt, kan het zijn dat bij de algemene voorkeuren absolute nummers worden weergegeven in plaats van sectienummers. Zie De absolute nummering of sectienummering in het deelvenster Pagina's weergeven.

Als er een document ontbreekt of als een document niet kan worden geopend, wordt het paginabereik weergegeven als '?' vanaf de plaats waar het document zou moeten staan tot aan het einde van het boek. Het vraagteken geeft aan dat het feitelijke paginabereik niet bekend is. Verwijder of vervang het ontbrekende document voordat u de nummering gaat bijwerken. Als het pictogram In gebruik  wordt weergegeven, heeft iemand anders het document geopend in een beheerde workflow. Deze persoon moet het document eerst sluiten voordat u de nummering kunt bijwerken.

De opties voor de pagina‑ en hoofdstuknummering voor elk document wijzigen

  1. Selecteer het document in het deelvenster Boek.
  2. Kies Opties documentnummering in het menu van het deelvenster Boek of dubbelklik in het deelvenster Boek op een paginanummer van het document.
  3. Geef de opties voor het nummeren van pagina's, secties en hoofdstukken op (zie Opties voor documentnummering).
  4. Klik op OK.

Opmerking:

Als u het eerste paginanummer in een boekdocument opgeeft in plaats van de functie Automatische paginanummering te gebruiken, begint het boekdocument op de opgegeven pagina. Alle volgende documenten in het boek worden dienovereenkomstig genummerd.

Nummering op even of oneven pagina's beginnen

De nummering kan zowel op even als op oneven genummerde pagina's in boekdocumenten worden gestart.

  1. Kies Nummeringsopties boekpagina's in het menu van het deelvenster Boek.
  2. Kies Doorgaan op volgende oneven pagina of Doorgaan op volgende even pagina.
  3. Selecteer Lege pagina invoegen om aan het einde van elk document een lege pagina toe te voegen als het volgende document op een even of oneven pagina moet beginnen en klik op OK.

Automatisch nummeren van pagina's in een boek uitschakelen

  1. Kies Nummeringsopties boekpagina's in het menu van het deelvenster Boek.
  2. Schakel de optie Pagina- en sectienummers automatisch bijwerken uit en klik op OK.
  3. Als u de paginanummering zelf wilt bijwerken, kiest u Nummering bijwerken > Alle nummers bijwerken in het menu van het deelvenster Boek.

    U kunt ook alleen de pagina- en sectienummering of alleen de hoofdstuk- en alineanummering bijwerken.

Alinea's in een boek doorlopend nummeren

Als u een doorlopende alineanummering voor lijsten met afbeeldingen, tabellen of andere elementen wilt gebruiken, moet u eerst een genummerde lijst maken die in een alineastijl wordt gebruikt. Deze genummerde lijst bepaalt of alinea's in de documenten in een boek doorlopend worden genummerd.

  1. Open het document dat de stijlbron voor het document is.
  2. Kies Tekst > Lijst met opsommingstekens en nummers > Lijsten definiëren.
  3. Klik op Volgende om een lijst te definiëren of selecteer een bestaande lijst en klik op Bewerken.
  4. Selecteer Doornummeren in artikelen en Doornummeren vanuit vorig document in boek.
  5. Klik op OK.
  6. Definieer een alineastijl waarin de genummerde lijst wordt gebruikt en pas deze stijl toe op de tekst in elk document waarin de lijst voorkomt (zie Alineastijlen voor doorlopende lijsten maken).

Opmerking:

Als u de stijl van de genummerde lijst in alle documenten in het boek wilt gebruiken, schakelt u de opties Alineastijlen en Genummerde lijsten in het dialoogvenster Synchronisatieopties in en synchroniseert u vervolgens het boek.

Het voordeel van een boekbestand is dat u voor het uitvoeren (afdrukken, preflighting, pakketten maken, of naar EPUB of PDF exporteren) van geselecteerde boekdocumenten of het hele boek slechts één opdracht hoeft te kiezen.

  1. Voer in het deelvenster Boek een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer de gewenste documenten als u specifieke documenten wilt uitvoeren.

    • Zorg ervoor dat er geen documenten zijn geselecteerd als u het hele boek wilt uitvoeren.

  2. Kies een uitvoeropdracht (zoals Boek afdrukken of Geselecteerde documenten afdrukken) in het menu van het deelvenster Boek.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid