Sectie- en hoofdstuknummering toevoegen

Bepaal hoe u het document of boek wilt nummeren. Bij grote documenten kunt u ook de hoofdstukken nummeren. Aan elk document kan maar één hoofdstuknummer worden toegewezen. Als u verschillende typen nummering in een document wilt gebruiken, stelt u paginabereiken als secties in omdat secties verschillend kunnen worden genummerd. Zo kunt u de eerste tien pagina's van een document (het eerste deel) voorzien van Romeinse cijfers en voor de rest van het document Arabische cijfers gebruiken.

Een InDesign-document kan uit maximaal 9999 pagina's bestaan, maar de paginanummering kan doorlopen tot 999,999. (U kunt de nummering van een document van 100 pagina's bij 9949 laten beginnen.) Standaard is de eerste pagina een recto-pagina (rechts) met paginanummer 1. Pagina's met oneven paginanummers staan altijd rechts. Als u de opdracht Sectie-opties kiest om het paginanummer van de eerste pagina in een even getal te wijzigen, wordt de eerste pagina een versopagina (links).

Informatie over het maken van standaardpaginanummering in een document vindt u in Standaardpaginanummering toevoegen.

Een automatisch bijgewerkt hoofdstuknummer toevoegen

U kunt ook een variabele voor hoofdstuknummers aan een document toevoegen. Hoofdstuknummers kunnen net zoals paginanummers automatisch worden bijgewerkt en worden opgemaakt als tekst. Een hoofdstuknummervariabele wordt doorgaans gebruikt in documenten die onderdeel zijn van een boek. Aan een document kan slechts één hoofdstuknummer worden toegewezen. Als u een document in hoofdstukken wilt verdelen, moet u secties maken.

Opmerking:

U kunt geen hoofdstuknummers als voorvoegsel opnemen in een gegenereerde index of inhoudsopgave (zoals 1-3, 1-4 enz.). Als u hoofdstuknummers als voorvoegsel wilt opnemen, gebruikt u sectievoorvoegsels in plaats van hoofdstuknummers.

  1. Maak indien nodig een tekstkader voor het hoofdstuknummer. Als u een hoofdstuknummer op meerdere pagina's wilt weergeven, maakt u een tekstkader op een stramienpagina en past u die stramienpagina toe op de documentpagina's.
  2. Plaats in dat tekstkader de gewenste tekst of variabelen die voor of na het hoofdstuknummer moeten komen te staan.
  3. Klik met de invoegpositie op de locatie waar u het hoofdstuknummer wilt plaatsen, en kies Tekst > Tekstvariabelen > Tekstvariabele invoegen > Hoofdstuknummer.

Als u het beginnummer en de opmaak van hoofdstuknummering wilt bijwerken, kiest u Layout > Nummerings- en sectie-opties.

Een automatisch bijgewerkte sectiemarkering toevoegen

  1. Definieer secties in het document (zie Sectienummering definiëren).
  2. Op een pagina of stramienpagina die u in een sectie gebruikt, sleept u met het gereedschap Tekst om een tekstkader te maken dat groot genoeg is voor de sectiemarkeringstekst, of klikt u in een bestaand tekstkader.
  3. Kies Tekst > Speciaal teken invoegen > Markeringen > Sectiemarkering.
Sectiemarkering (links) en sectiemarkering met paginanummermarkering ingevoegd (rechts) op stramienpagina A.
Sectiemarkering (links) en sectiemarkering met paginanummermarkering ingevoegd (rechts) op stramienpagina A.

De opmaak van pagina- en hoofdstuknummers wijzigen

  1. Kies Layout > Nummerings- en sectie-opties.
  2. Selecteer onder Paginanummering of Hoofdstuknummering van document een getalnotatie voor Stijl (zie Opties documentnummering).
  3. Klik op OK.

Sectienummering definiëren

De pagina- en hoofdstuknummers in een boek worden automatisch opeenvolgend genummerd. In het dialoogvenster Nummerings- en sectie-opties, kunt u de paginanummering op een bepaalde pagina opnieuw starten, voorvoegsels aan pagina's toevoegen en de nummeringsstijl van pagina's en hoofdstukken wijzigen.

U kunt een sectievoorvoegsel definiëren zodat dit label automatisch op de pagina's van de sectie kan worden ingevoegd. Als u bijvoorbeeld A- opgeeft als sectievoorvoegsel op pagina 16 van een document en dat voorvoegsel opneemt, wordt de pagina in de index of inhoudsopgave genummerd als A–16. De tekst die u opgeeft als sectiemarkering, verschijnt wanneer u Tekst > Speciaal teken invoegen > Markeringen > Sectiemarkering kiest.

Het venster Pagina's
Het venster Pagina's

A. Het pictogram van de sectie-indicator geeft het begin van de sectie aan B. Het paginanummer is gewijzigd voor de nieuwe sectie C. Op de statusbalk staat de lengte van het document 

Secties in een document definiëren

  1. Selecteer in het deelvenster Pagina's de eerste pagina in de sectie die u wilt definiëren.
  2. Kies Layout > Nummerings- en sectie-opties of kies Nummerings- en sectie-opties in het deelvenster Pagina's.
  3. Als u de nummeringsopties wijzigt voor een andere pagina dan de eerste pagina van het document, zorgt u ervoor dat Sectie starten is geselecteerd. Deze optie geeft aan dat de geselecteerde pagina het begin van een nieuwe sectie vormt.
  4. Stel de gewenste opties voor nummering en secties in (zie Opties documentnummering) en klik vervolgens op OK.

    Een pictogram van de sectie-indicator  verschijnt boven het paginapictogram in het deelvenster Pagina's, ter indicatie van het begin van een nieuwe sectie.

  5. U geeft het einde van de sectie aan door de stappen voor de paginanummering van de sectie uit te voeren voor de eerste pagina die op deze sectie volgt.

Sectienummering bewerken of verwijderen

  1. Dubbelklik in het deelvenster Pagina's op het pictogram van de sectie-indicator  boven het paginapictogram in het deelvenster Pagina's. Of selecteer een pagina waarop een sectiemarkering is gebruikt, en kies Nummerings- en sectie-opties in het menu van het deelvenster Pagina's.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit en klik op OK:
    • U verandert de stijl of het beginnummer door de sectie- en nummeringsopties te wijzigen.

    • U verwijdert een sectie door de optie Sectie starten uit te schakelen.

Opmerking:

Als u snel een sectie in het deelvenster Pagina's wilt identificeren, plaatst u de aanwijzer precies op het pictogram van een sectie-indicator . Er verschijnt scherminfo, waarbij het eerste paginanummer of het voorvoegsel van de sectie wordt weergegeven.

De absolute nummering of sectienummering in het deelvenster Pagina's weergeven

In het deelvenster Pagina's kunt u kiezen voor de weergave van de absolute nummering (waarbij alle pagina's opeenvolgend worden genummerd, beginnend met de eerste pagina van het document) of van de sectienummering (waarbij de pagina's per sectie worden genummerd zoals u hebt opgegeven in het dialoogvenster Sectie-opties).

Als u de weergave van de nummering wijzigt, heeft dit gevolgen voor de manier waarop pagina's worden genummerd in het InDesign-document, in het deelvenster Pagina's en in het paginavak onder aan het documentvenster. De weergave van de nummering is ook van invloed op de manier waarop u paginabereiken instelt bij het afdrukken en exporteren van het document. De weergave van de nummering heeft echter geen gevolgen voor de weergave van de paginanummers op de pagina's van het document.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of InDesign > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS).
  2. Kies onder Paginanummering een nummeringsmethode.
    Deelvenster Pagina's met links een absolute nummering en rechts een sectienummering
    Deelvenster Pagina's met links een absolute nummering en rechts een sectienummering

Opties documentnummering

Als u de opties voor documentnummering wilt wijzigen, selecteert u een documentpagina (maar niet een stramienpagina) en kiest u Layout > Nummerings- en sectie-opties. U kunt deze opties ook wijzigen door Opties documentnummering te kiezen in het menu van het deelvenster Boek.

Automatische paginanummering

Selecteer Automatische paginanummering als de nummering van de pagina's van de vorige sectie moet doorlopen op de pagina's van de huidige sectie. Met deze optie worden de paginanummers in het document of de sectie automatisch bijgewerkt wanneer u er pagina's vóór toevoegt.

Paginanummering starten bij

Typ het beginnummer voor het document of voor de eerste pagina van de huidige sectie. Als u de nummering van de pagina's voor een sectie bij 1 wilt laten beginnen, typt u 1. De paginanummering van de overige pagina's in de sectie zal overeenkomstig worden aangepast.

Opmerking:

Als u een paginanummeringsstijl zonder Arabische cijfers (Romeinse cijfers bijvoorbeeld) kiest, voert u toch in dit tekstvak een Arabisch cijfer in.

Sectievoorvoegsel

Typ een label voor de sectie. Voer een of meer spaties of het leesteken in dat u tussen het voorvoegsel en het paginanummer wilt plaatsen, bijvoorbeeld A–16 of A 16. Het voorvoegsel kan niet langer dan acht tekens zijn.

U kunt geen lege spaties invoegen door op de spatiebalk te drukken. In plaats daarvan moet u een spatieteken met een vaste breedte uit het documentvenster kopiëren en plakken. Plustekens (+) en komma's (,) kunnen niet worden gebruikt in sectievoorvoegsels (zie Spatietekens invoegen).

Stijl (paginanummering)

Kies een paginanummeringsstijl in het menu. Deze stijl wordt uitsluitend toegepast op alle pagina's in deze sectie.

Sectiemarkering

Typ het label dat op de pagina wordt ingevoegd op de locatie van het sectiemarkeringsteken dat verschijnt wanneer u Tekst > Speciaal teken invoegen > Markeringen > Sectiemarkering kiest.

Voorvoegsel opnemen bij paginanummering

Selecteer deze optie om het sectievoorvoegsel weer te geven wanneer u een inhoudsopgave of index genereert, of pagina's met een automatische paginanummering afdrukt. Deselecteer deze optie om het sectievoorvoegsel wel in InDesign weer te geven maar te verbergen in het afgedrukte document, de index en de inhoudsopgave.

Sectievoorvoegsel in documentvenster
Sectievoorvoegsel in documentvenster

A. Sectievoorvoegsel in het paginavak onder in het documentvenster B. Sectiemarkering en ‑voorvoegsel op de pagina zelf 

Stijl (hoofdstuknummering van document)

Kies een hoofdstuknummeringsstijl in het menu. De gekozen hoofdstuknummeringsstijl wordt in het hele document gebruikt.

Automatische hoofdstuknummering

Selecteer deze optie als u de hoofdstukken in het boek wilt doornummeren.

Hoofdstuknummering starten bij

Geef het eerste nummer van de hoofdstuknummering op. De optie is handig als u de hoofdstukken in het boek niet wilt doornummeren.

Zelfde als vorig document in het boek

Met deze optie wordt hetzelfde hoofdstuknummer gebruikt als dat van het vorige document in een boek. Selecteer deze optie als het huidige document en het vorige document in het boek hetzelfde hoofdstuk zijn.

Kop- en voetteksten maken

De kop- en voetteksten staan boven en onder aan de pagina's en geven belangrijke achtergrondinformatie. Zie voor het maken van een eenvoudige kop- of voettekst met paginanummering Standaardpaginanummering toevoegen.

De volgende informatie kan in kop- en voetteksten worden weergegeven: het pagina-, hoofdstuk- of sectienummer, de titel of koptekst, de naam van de auteur en de bestandsnaam en aanmaak- of wijzigingsdatum van het document.

U kunt veel van deze items met behulp van tekstvariabelen toevoegen. InDesign wordt met diverse variabelen geleverd, zoals Aanmaakdatum en Bestandsnaam. U kunt deze variabelen wijzigen en ook zelf variabelen maken. U kunt bijvoorbeeld een variabele maken waarmee het eerste gebruik van de alineastijl Kop in de kop- of voettekst wordt weergegeven. Nadat u de benodigde variabelen hebt gemaakt of bewerkt, kunt u ze samenbrengen op de stramienpagina om een kop- en voettekst te maken en vervolgens past u de stramienpagina toe op de gewenste documentpagina's.

Met paginanummers en variabelen een voettekst maken
Met paginanummers en variabelen een voettekst maken

A. Voettekstvariabele ingevoegd op stramienpagina B. Variabele tekst op documentpagina die tekst ophaalt uit de eerste koptekst op de pagina 
  1. Maak of bewerk indien nodig de variabelen die u in de kop- of voettekst wilt plaatsen (zie Variabelen voor doorlopende kop- en voetteksten maken).
  2. Open de stramienpagina waarop u de kop- of voettekst wilt plaatsen.

    De kop- of voettekst wordt weergegeven op alle pagina's die op deze stramienpagina zijn gebaseerd.

  3. Maak een tekstkader dat groot genoeg is voor alle informatie die in de kop- of voettekst moet worden weergegeven. Plaats het tekstkader op de gewenste plaats boven of onder op de stramienpagina, maar niet in het gedeelte waar de tekst van het document komt te staan.
  4. Voeg waar nodig tekst, paginanummers en variabelen toe.
  5. Pas de stramienpagina toe op de documentpagina's waarop u de kop- of voettekst wilt weergeven.
  6. Maak indien nodig kop- en/of voetteksten voor andere stramienpagina's.

Variabelen voor doorlopende kop- en voetteksten maken

Standaard voegt de variabele Doorlopende koptekst de eerste instantie (op de pagina) van de tekst in waarop de opgegeven stijl is toegepast. Variabelen voor doorlopende koptekst zijn vooral handig voor het weergeven van de huidige koptekst of titel in de kop- of voettekst.

  1. Als de inhoud nog niet is opgemaakt, maakt u voor de tekst die in de koptekst moet worden weergegeven (zoals een titel of kop) een alinea- of tekenstijl en past u die stijl op de tekst toe.
  2. Kies Tekst > Tekstvariabelen > Opgeven.
  3. Klik op Nieuw en typ een naam voor de variabele.
  4. Kies Doorlopende koptekst (alineastijl) of Doorlopende koptekst (tekenstijl) in het menu Tekst.
  5. Geef de volgende opties op:

    Stijl

    Kies de stijl die u in de kop- of voettekst wilt weergeven.

    Gebruik

    Stel in of u de eerste of laatste instantie van de stijl die op de pagina is toegepast, wilt gebruiken. Eerste op pagina is de eerste paragraaf (of het eerste teken) op een pagina. Als de stijl niet op de pagina voorkomt, wordt de vorige instantie van de toegepaste stijl gebruikt. Als er geen vorige instantie van die stijl in het document voorkomt, is de variabele leeg.

    Leestekens aan einde van woorden verwijderen

    Als deze optie is geselecteerd, wordt de tekst zonder leestekens aan het einde (punten, dubbele punten, uitroeptekens en vraagtekens) weergegeven.

    Hoofd-/kleine letter

    Selecteer deze optie als u de tekst in de kop- of voettekst met hoofdletters of met kleine letters wilt weergeven. U kunt bijvoorbeeld de tekst in een voettekst met het hoofdlettergebruik van een zin weergeven, ook als de kop op de pagina met beginhoofdletters wordt weergegeven.

  6. Klik op OK en vervolgens op Gereed in het dialoogvenster Tekstvariabelen.

    Nu kunt u de variabele invoegen in de kop- of voettekst die u op de stramienpagina hebt gemaakt.

    Als er op een stramienpagina van het InDesign-document een tekstkader voor een kop- of voettekst staat, kunt u de kop- of voettekst in dat tekstkader plaatsen (Zie Tekst op een stramienpagina bewerken.)

Automatische paginanummers toevoegen voor artikelsprongen

De sprongregels voor artikelen die op andere pagina's doorgaan, zoals de regel "Vervolg op pagina 42" kunt u makkelijk onderhouden. Maak gebruik van een sprongregel voor paginanummers voor het automatisch bijwerken van het nummer van de pagina waarop het volgende of vorige verbonden tekstkader van een artikel staat. Het paginanummer wordt automatisch bijgewerkt als u de verbonden tekstkaders van het artikel verplaatst of de tekst opnieuw in de kaders plaatst.

Doorgaans moet het paginanummer van de sprongregel in een ander tekstkader staan dan van het artikel waarnaar wordt verwezen. Zo blijft het paginanummer van de sprongregel op zijn plaats staan, zelfs als de tekst van het artikel opnieuw in het kader wordt geplaatst.

Opmerking:

Als u een huidig paginanummer invoert in het dialoogvenster Zoeken/Wijzigen, kunt u ook zoeken naar de paginanummers van sprongregels.

  1. Klik met het gereedschap Tekst om een nieuw tekstkader te maken waarin u de sprongregel wilt weergeven.
  2. Plaats met het gereedschap Selecteren  het nieuwe tekstkader zo, dat dit het kader raakt of overlapt waarin het artikel staat dat u wilt volgen.
    Controleer of het tekstkader het artikel raakt of overlapt dat u wilt bijhouden.
    Controleer of het tekstkader het artikel raakt of overlapt dat u wilt bijhouden.

  3. Selecteer het gereedschap Tekst en klik met de invoegpositie in het nieuwe tekstkader. Typ vervolgens de tekst die u voorafgaande aan het paginanummer wilt weergeven, zoals "Vervolg op" of "Vervolg van".
  4. Kies vervolgens Tekst > Speciaal teken invoegen en kies een van de volgende opties:

    Volgend paginanummer

    Hiermee wordt het nummer ingevoegd van de pagina dat het volgende kader van het artikel bevat. Gebruik dit teken als u een sprongregel "vervolg op" maakt.

    Vorig paginanummer

    Hiermee wordt het nummer ingevoegd van de pagina dat het vorige kader van het artikel bevat. Gebruik dit teken als u een sprongregel "vervolg van" maakt.

    Het paginanummer wordt automatisch bijgewerkt zodat het de huidige locatie van het volgende of vorige kader van het artikel aangeeft.

  5. U kunt voorkomen dat het artikel zonder sprongregel wordt verplaatst door Shift in te drukken en de kaders te selecteren met het gereedschap Selecteren en vervolgens Object > Groeperen te kiezen.
  6. Herhaal deze procedure om nog meer sprongregels toe te voegen.

Opmerking:

Als een ongewenst teken aan het begin van het paginanummer verschijnt (bijvoorbeeld de sprongregel "Vervolg op pagina A16" in plaats van "Vervolg op pagina 16"), hebt u een sectievoorvoegsel opgegeven in het dialoogvenster Nummerings- en sectie-opties. Schakel het voorvoegsel uit of bewerk dit.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid