Drukkersmarkeringen opgeven

Wanneer u een document gereedmaakt om af te drukken, heeft de drukker een aantal markeringen nodig om te bepalen waar het papier dient te worden gesneden, de scheidingsfilms dienen te worden uitgelijnd voor het maken van proefafdrukken, de film dient te worden gemeten voor een juiste kalibratie en puntdensiteit, enzovoort. Bij elke optie voor paginamarkering die wordt geselecteerd, worden de paginagrenzen aangepast aan de drukkersmarkeringen, het afloopgebied (het gedeelte van de tekst of objecten dat buiten de pagina valt en dat het resultaat is van een kleine onnauwkeurigheid tijdens het afsnijden), of witruimte rond pagina (een gebied buiten de pagina en het afloopgebied met afdrukinstructies of informatie over taakoverdracht).

Als u snijtekens instelt en wilt dat in de illustratie een afloopgebied of witruimte wordt opgenomen, dient u ervoor te zorgen dat de illustratie de snijtekens overschrijdt. Ook moet het medium groot genoeg zijn om de pagina en alle drukkersmarkeringen, het afloopgebied en de witruimte rond pagina's te kunnen bevatten. Als een document te groot is voor het medium, kunt u met de optie Paginapositie in het gedeelte Instellen van het dialoogvenster Afdrukken bepalen waar de items moeten worden afgesneden.

Als u de optie Snijtekens selecteert, worden vouwtekens als ononderbroken lijnen afgedrukt wanneer u spreads afdrukt.

Drukkersmarkeringen
Drukkersmarkeringen

A. Snijtekens B. Registratieteken C. Pagina-informatie D. Kleurenbalken E. Afloopmarkeringen F. Witruimte rond pagina 
  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Klik op Tekens en afloopgebied links in het dialoogvenster Afdrukken.
  3. Selecteer Alle drukkersmarkeringen of de afzonderlijke markeringen.

Het afloopgebied en de witruimte moeten worden opgegeven in het dialoogvenster Documentinstelling. Het afloopgebied en de witruimte worden verwijderd als het document wordt verkleind tot het uiteindelijke paginaformaat. Objecten buiten het afloopgebied of de witruimte (al naar gelang welke het verst doorloopt) worden niet afgedrukt.

Bij het afdrukken kunt u de standaardlocatie voor aflooptekens overschrijven in het gedeelte Afloopgebied en witruimte rond pagina van het gedeelte Tekens en afloopgebied.

Bij bestanden die in de PostScript-bestandsindeling worden opgeslagen, kan met een nabewerkingsprogramma een variabel afloopgebied worden ingevoegd.

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Klik op Tekens en afloopgebied links in het dialoogvenster Afdrukken.
  3. Selecteer Alle drukkersmarkeringen of de afzonderlijke markeringen.
  4. Als u de afloopinstellingen in het dialoogvenster Documentinstelling wilt overschrijven, moet u het selectievakje Afloopinstellingen van document gebruiken uitschakelen en waarden invoeren (0 t/m 15 cm) voor Boven, Onder, Links en Rechts (voor niet-dubbelzijdige documenten) of voor Boven, Onder, Binnen en Buiten (voor dubbelzijdige documenten met pagina's naast elkaar). Klik op het pictogram Maak alle instellingen  gelijk als u de verschuiving evenredig over alle zijden van de pagina wilt uitbreiden.
  5. Klik op Witruimte rond pagina opnemen als u objecten wilt afdrukken op basis van de witruimte die in het dialoogvenster Documentinstelling is ingesteld.

Opmerking:

Voordat u gaat afdrukken, kunt u een voorvertoning van het afloopgebied en de witruimte weergeven door onder aan de gereedschapset op het pictogram voor de modus Afloopgebied  of op het pictogram voor de modus Witruimte rond pagina  te klikken. (Deze kunnen worden verborgen door het pictogram Voorvertoningsmodus .)

Opties voor tekens en afloopgebied

In het gedeelte Tekens en afloopgebied staan de volgende opties:

Alle drukkersmarkeringen

Selecteert alle drukkersmarkeringen, zoals snijtekens, aflooptekens, registratietekens, kleurenbalken en pagina-informatie.

Snijtekens

Voegt zeer dunne (haarlijn) horizontale en verticale lijnen toe die aangeven waar de pagina moet worden afgesneden. Met snijtekens kan ook worden aangegeven waar een kleurscheiding met een andere kleurscheiding moet worden geregistreerd (uitgelijnd). Door deze samen met aflooptekens te gebruiken kunt u overlappende tekens selecteren.

Aflooptekens

Voegt zeer dunne lijnen (haarlijn) toe die de extra ruimte buiten het gedefinieerde paginaformaat aangeven.

Registratiemarkeringen

Hiermee worden buiten het paginagebied kleine 'doelen' toegevoegd voor het uitlijnen van de verschillende scheidingen in een kleurendocument.

Kleurenbalken

Voegt kleine gekleurde vierkantjes toe die de CMYK-inkten en tinten van grijs (in stappen van 10%) aangeven. Het prepress-bureau gebruikt deze markeringen om de inktdensiteit op de drukpers aan te passen.

Pagina-informatie

Drukt linksonder op elk vel papier of elke film in 6-punts Helvetica de bestandsnaam, het paginanummer, de juiste datum en tijd en de naam van de kleurscheiding af. Hiervoor is een ruimte van 1,3 cm nodig.

Houd er rekening mee dat paginagegevens worden afgedrukt in het lettertype GothicBBB-Medium-83pv-RKSJ-H (Medium Gothic).

Type

Hiermee kunt u de standaarddrukkersmarkeringen of aangepaste tekens selecteren (bijvoorbeeld voor Japanse pagina's). U kunt aangepaste drukkersmarkeringen maken of aangepaste tekens gebruiken die door een ander bedrijf zijn gemaakt.

Dikte

Geeft de mogelijke dikten voor de lijnen van snijtekens en aflooptekens weer.

Verschuiven

Bepaalt op welke afstand van de rand van de pagina (niet van het afloopgebied) de drukkersmarkeringen worden geplaatst. Standaard worden door InDesign de drukkersmarkeringen op 6 punten van de rand van de pagina geplaatst. Als u wilt voorkomen dat de drukkersmarkeringen in een afloopgebied worden geplaatst, moet u voor Verschuiving een grotere waarde opgeven dan voor Afloopgebied.

De paginapositie op het medium wijzigen

Wanneer u een document afdrukt op een los vel dat groter is dan het documentformaat, kunt u bepalen waar de afloopgebieden, de drukkersmarkeringen en de pagina op het medium worden geplaatst. Gebruik hiervoor de opties bij Paginapositie in het gedeelte Instellen van het dialoogvenster Afdrukken. Als een document niet op het medium past en moet worden bijgesneden, kunt u aangeven welk deel van het document moet worden bijgesneden. De voorvertoning in het dialoogvenster Afdrukken laat het effect daarvan zien.

Opmerking:

Als u het afloopgebied, de witruimte en drukkersmarkeringen wilt weergeven, gebruikt u de optie Aanpassen aan pagina in plaats van Paginapositie, omdat geschaalde pagina's altijd worden gecentreerd. De opties voor Paginapositie zijn niet beschikbaar wanneer Aanpassen aan pagina, Miniaturen of Naast elkaar is geselecteerd.

  1. Kies in het gedeelte Instellen van het dialoogvenster Afdrukken een positie in het menu Paginapositie.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid