Cellen, rijen en kolommen in een tabel selecteren

Wanneer u de tekst in een cel geheel of gedeeltelijk selecteert, heeft die selectie dezelfde vormgeving als van tekst die buiten de tabel is geselecteerd. Omvat de selectie echter meerdere cellen, dan worden de cellen plus de inhoud geselecteerd.

Als een cel meerdere kaders omvat en u plaatst de muisaanwijzer op een rij voor een kop- of voettekst die niet de eerste kop- of voettekstrij is, verschijnt er een slotpictogram. U kunt de tekst en cellen in die rij dan niet selecteren. Als u de cellen in een kop- of voettekstrij wilt selecteren, gaat u naar het begin van de tabel.

Cellen selecteren

  1. Voer met de tool Tekst  een van de volgende handelingen uit:
    • U selecteert één cel door in een cel te klikken of u selecteert tekst en kiest vervolgens Tabel > Selecteren > Cel.

    • U selecteert meerdere cellen door over een celrand te slepen. Let daarbij op dat u niet de kolom- of rijlijn sleept, omdat u anders de grootte van de tabel wijzigt.

Opmerking:

U schakelt tussen het selecteren van alle tekst in een cel en het selecteren van de cel door op Esc te drukken.

Hele kolommen of rijen selecteren

  1. Voer met de tool Tekst  een van de volgende handelingen uit:
    • Klik in een cel of selecteer tekst en kies Tabel > Selecteren > Kolom of Rij.

    • Plaats de aanwijzer op de bovenrand van een kolom of de linkerrand van een rij waarna de aanwijzer in een pijl ( of ) verandert en klik om de hele kolom of rij te selecteren.

Vóór en na het selecteren van een rij
Vóór en na het selecteren van een rij

  1. Klik in een tabel of selecteer tekst.
  2. Kies Tabel > Selecteren > Koptekstrijen, Bodyrijen of Voettekstrijen.

Een hele tabel selecteren

  1. Voer met de tool Tekst  een van de volgende handelingen uit:
    • Klik in een tabel of selecteer tekst en kies Tabel > Selecteren > Tabel.

    • Plaats de aanwijzer boven de linkerhoek van de tabel (de aanwijzer wordt een pijl ) en klik om de hele tabel te selecteren.

    Vóór en na het selecteren van een tabel
    Vóór en na het selecteren van een tabel

    • Sleep de tool Tekst over de gehele tabel.

Opmerking:

Een tabel kunt u net zo selecteren als een verankerde afbeelding. Plaats de invoegpositie direct voor of achter de tabel, houd Shift ingedrukt en druk respectievelijk op de rechter- of linkerpijltoets om de tabel te selecteren.

Rijen en kolommen invoegen

U kunt rijen en kolommen op een aantal verschillende manieren invoegen.

Een rij invoegen

  1. Plaats de aanwijzer onder of boven de rij waar u de nieuwe rij wilt invoegen.
  2. Kies Tabel > Invoegen > Rij.
  3. Geef het aantal rijen op.
  4. Geef op of de nieuwe rij of rijen voor of na de actieve rij moeten worden ingevoegd en klik op OK.

De nieuwe cellen hebben dezelfde opmaak als de tekst in de rij waarin de invoegpositie is geplaatst.

Opmerking:

U kunt ook een nieuwe rij maken door op Tab te drukken. De invoegpositie moet dan wel in de laatste cel staan.

Een kolom invoegen

  1. Plaats de aanwijzer in de kolom waarnaast u de nieuwe kolom wilt invoegen.
  2. Kies Tabel > Invoegen > Kolom.
  3. Geef het aantal kolommen op.
  4. Geef op of de nieuwe kolom of kolommen voor of na de actieve kolom moeten worden ingevoegd en klik op OK.

De nieuwe cellen hebben dezelfde opmaak als de tekst in de kolom waarin de invoegpositie is geplaatst.

Meerdere rijen en kolommen invoegen

  1. Kies Tabel > Tabelopties > Tabelinstelling als de invoegpositie in een cel staat.
  2. Geef een verschillend aantal rijen en kolommen op en klik op OK.

Rijen worden aan het einde van de tabel en kolommen rechts van de tabel toegevoegd.

Opmerking:

Met het deelvenster Tabel kunt u het aantal rijen en kolommen wijzigen. Kies Venster > Tekst en tabellen > Tabel.

Een kolom of rij door middel van slepen invoegen

Als u bij het toevoegen van kolommen meer dan 1,5 keer de breedte van de desbetreffende kolom sleept, worden nieuwe kolommen toegevoegd met dezelfde breedte als de originele kolom. Als u met slepen slechts één kolom invoegt, kan de nieuwe kolom smaller of breder zijn dan de kolom waar u begon met slepen. Dit geldt ook voor rijen, tenzij de rijhoogte voor de rij die wordt gesleept is ingesteld op Minstens. Als u met slepen slechts één rij maakt, wordt de grootte van die rij indien nodig aangepast, zodat er tekst kan worden ingevoerd.

  1. Plaats de tool Tekst  op de rand van een kolom of rij, totdat er een pictogram van een tweepuntige pijl ( of ) verschijnt.
  2. Houd de muisknop en Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep omlaag om een nieuwe rij te maken of sleep naar rechts om een nieuwe kolom te maken. (Als u eerst op Alt of Option drukt en dan pas de muisknop indrukt, verschijnt het handje. Sleep eerst en druk daarna pas op Alt of Option.)

Opmerking:

Met slepen kunt u geen rijen boven een tabel of kolommen links van een tabel invoegen. Deze velden worden gebruikt voor het selecteren van rijen en kolommen.

Rijen, kolommen of tabellen verwijderen

  • U verwijdert een rij, kolom of tabel door de invoegpositie in de tabel te plaatsen of door tekst in de tabel te selecteren en vervolgens Tabel > Verwijderen > Rij, Kolom of Tabel te kiezen.
  • U verwijdert rijen en kolommen in het dialoogvenster Tabelopties door Tabel > Tabelopties > Tabelinstelling te kiezen. Geef een ander aantal rijen en kolommen op en klik op OK. Rijen worden aan het einde van de tabel verwijderd, en kolommen rechts van de tabel.
  • U verwijdert een rij of kolom met de muis door de muisaanwijzer op de onder- of rechterrand van de tabel te plaatsen en te wachten totdat er een tweepuntige pijl ( of ) verschijnt. Houd de muisknop en Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u omhoog sleept om rijen te verwijderen of terwijl u naar links sleept om kolommen te verwijderen.

Opmerking:

Als u eerst op Alt of Option drukt en dan pas de muisknop indrukt, verschijnt het handje. Sleep eerst en druk daarna pas op Alt of Option.

  • U verwijdert celinhoud zonder de cellen te verwijderen door de cellen te selecteren waaruit u de tekst wilt verwijderen of door met de tool Tekst de tekst in de cellen te selecteren. Druk op Backspace of Delete of kies Bewerken > Wissen.

De uitlijning wijzigen van een tabel in een kader

Een tabel neemt de breedte van het tekstkader of de tabelcel aan waarin de tabel wordt gemaakt. U kunt de grootte van het tekstkader of de tabel aanpassen, zodat de tabel breder of smaller dan het kader wordt. Als u dat doet, kunt u ook instellen of de tabel in het kader moet worden uitgelijnd.

  1. Plaats de invoegpositie rechts of links van de tabel. Zorg ervoor dat de tekstinvoegpositie op de tabelalinea en niet in de tabel is geplaatst. De invoegpositie wordt even groot als de tabel in het kader.
  2. Klik op een uitlijningsknop (bijvoorbeeld Centreren) in het deelvenster Alinea of in het regelpaneel.

U kunt de invoegpositie binnen een tabel verplaatsen met Tab of met de pijltoetsen. U kunt ook naar een bepaalde rij springen, hetgeen vooral handig is in grote tabellen.

Binnen een tabel navigeren met Tab

  • Druk op Tab om naar de volgende cel te gaan. Als u in de laatste tabelcel op Tab drukt, wordt er een nieuwe rij gemaakt. Zie Tekst in een tabel opmaken voor informatie over het invoegen van tabs en inspringingen in een tabel.
  • Druk op Shift+Tab om naar de vorige cel te gaan. Als u in de eerste tabelcel op Shift+Tab drukt, wordt de invoegpositie naar de laatste tabelcel verplaatst.

Binnen een tabel navigeren met de pijltoetsen

Met de pijltoetsen kunt u in en tussen tabelcellen navigeren. Als u op Pijl-rechts drukt wanneer de invoegpositie aan het einde van de laatste cel in een rij staat, gaat de invoegpositie naar het begin van de eerste cel in dezelfde rij. Als u op Pijl-omlaag drukt wanneer de invoegpositie aan het einde van de laatste cel in een kolom staat, gaat de invoegpositie naar het begin van de eerste cel in dezelfde kolom.

Naar een bepaalde rij in een tabel gaan

  1. Kies Tabel > Naar rij.
  2. Ga als volgt te werk:
    • Geef het gewenste rijnummer op en klik op OK.

    • Kies Koptekst of Voettekst in het menu en klik op OK als er in de tabel een rij voor een kop- of voettekst is gedefinieerd.

Inhoud van tabellen knippen, kopiëren en plakken

Het effect van knippen, kopiëren en plakken is hetzelfde bij geselecteerde tekst in een cel als bij tekst die buiten een tabel is geselecteerd. U kunt ook cellen en de inhoud ervan knippen, kopiëren en plakken. Als bij het plakken de invoegpositie in een tabel staat, worden meerdere cellen die worden geplakt, als een tabel in de tabel geplaatst. U kunt ook de hele tabel verplaatsen of kopiëren.

  1. Selecteer de cellen die u wilt knippen of kopiëren, en kies Bewerken > Knippen of Kopiëren.
  2. Ga als volgt te werk:
    • U sluit een tabel in een andere tabel in door de invoegpositie in de cel te plaatsen op de positie waar u de tabel wilt invoegen en Bewerken > Plakken te kiezen.

    • U vervangt bestaande cellen door een of meer cellen in de tabel te selecteren (zorg ervoor dat er voldoende cellen onder en rechts van de geselecteerde cel staan) en Bewerken > Plakken te kiezen.

Een tabel verplaatsen of kopiëren

  1. Selecteer de volledige tabel door de invoegpositie in de tabel te plaatsen en Tabel > Selecteren > Tabel te kiezen.
  2. Kies Bewerken > Knippen of Kopiëren, verplaats de invoegpositie naar de locatie waar u de tabel wilt plakken en kies Bewerken > Plakken.

Tabellen naar tekst omzetten

  1. Plaats met de tool Tekst  de invoegpositie in de tabel of selecteer de tekst in de tabel.
  2. Kies Tabel > Tabel omzetten in tekst.
  3. Geef bij Scheidingsteken kolom en Scheidingsteken rij de gewenste scheidingstekens op.

    U kunt het beste voor kolommen en rijen een ander scheidingsteken gebruiken, bijvoorbeeld een tab voor kolommen en een alinea-einde voor rijen.

  4. Klik op OK.

Wanneer u een tabel naar tekst omzet, worden de tabellijnen verwijderd en wordt aan het einde van elke rij en kolom een door u bepaald scheidingsteken ingevoegd.

Tabellen combineren

Gebruik de opdracht Plakken om twee of meer tabellen samen te voegen tot één tabel.

  1. Voeg minstens zoveel lege rijen in de doeltabel in als het aantal rijen dat u uit de andere tabellen plakt. (Als u een lager aantal rijen invoegt dan u hebt gekopieerd, kunt u niet plakken.)
  2. Selecteer de cellen die u wilt kopiëren in de brontabel. (Als u meer kolomcellen kopieert dan er beschikbaar zijn in de doeltabel, kunt u niet plakken.)
  3. Selecteer minstens één cel waarin u de binnenkomende rijen wilt invoegen en kies Bewerken > Plakken.

Opmerking:

Als de geplakte rijen op een andere manier zijn opgemaakt dan de rest van de tabel, definieert u een of meerdere celstijlen en past u deze toe op de geplakte cellen. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de celstijl om de bestaande opmaak te overschrijven.

Voor meer informatie over het combineren van tabellen leest u het artikel Tabellen samenvoegen van Anne-Marie Concepcion.

Werken met tabellen in de artikeleditor

Als u Bewerken > Bewerken in de artikeleditor kiest, worden tabellen en de inhoud ervan weergegeven in de artikeleditor. U kunt tabellen bewerken in de artikeleditor.

Tabellen bewerken in de artikeleditor
Tabellen bewerken in de artikeleditor

A. Tabelpictogram B. Overlopende afbeelding 
  • U kunt de tabel in de artikeleditor uit- of samenvouwen door te klikken op het driehoekje links van het tabelpictogram boven aan de tabel.

  • U bepaalt of de tabel wordt geordend op basis van rijen of kolommen door met de rechtermuisknop te klikken (Windows) of Ctrl ingedrukt te houden en te klikken (Mac OS) op het tabelpictogram en Rangschikken op rijen of Rangschikken op kolommen te kiezen.

  • Gebruik de layoutweergave om de tabel te bewerken en op te maken. U kunt geen kolommen of rijen selecteren in de artikeleditor.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid