Spellingcontrole

U kunt de spelling controleren in een geselecteerd tekstbereik, in alle tekst in een artikel, in alle artikelen in een document of in alle artikelen in alle geopende documenten. Verkeerd gespelde of onbekende woorden, dubbele woorden (zoals "de de") en woorden met mogelijke fouten in het gebruik van hoofdletters worden gemarkeerd. Naast het controleren van de spelling in een document kunt u ook de dynamische spelling inschakelen zodat mogelijk verkeerd gespelde woorden tijdens het typen worden onderstreept.

Tijdens het uitvoeren van een spellingcontrole wordt gebruikgemaakt van het woordenboek voor de talen die u aan de tekst hebt toegewezen. U kunt eenvoudig woorden aan het woordenboek toevoegen.

Spellingvoorkeuren instellen

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Spelling (Windows) of InDesign > Voorkeuren > Spelling (Mac OS).
  2. Ga als volgt te werk:
    • Selecteer Verkeerd gespelde woorden om de woorden op te zoeken die niet in het woordenboek staan.

    • Selecteer Herhaalde woorden om dubbele woorden zoals "de de" op te zoeken.

    • Selecteer Woorden zonder hoofdletters om woorden zoals "nederland" op te zoeken die in het woordenboek als "Nederland" (met een hoofdletter) staan.

    • Selecteer Zinnen zonder hoofdletters om woorden zonder hoofdletter na een punt, uitroepteken en vraagteken te zoeken.

  3. Selecteer Dynamische spelling inschakelen om mogelijk verkeerd gespelde woorden tijdens het typen te onderstrepen.
  4. Geef de kleur op voor het onderstrepen van verkeerd gespelde woorden (woorden die niet in de gebruikerswoordenboeken voorkomen), herhaalde woorden (zoals "de de"), woorden zonder hoofdletters (zoals "nigeria" in plaats van "Nigeria") en zinnen zonder hoofdletters (zinnen die niet met een hoofdletter beginnen).

Spellingcontrole

  1. Als in uw document tekst in een andere taal voorkomt, selecteert u de tekst en geeft u met behulp van het menu Taal in het deelvenster Teken de taal voor de tekst op.
  2. Kies Bewerken > Spelling > Spellingcontrole.

    De spellingcontrole wordt uitgevoerd.

  3. Als u het bereik van de spellingcontrole wilt wijzigen, voert u een van de volgende handelingen uit en klikt u op Start om de spelling te controleren:
    • Selecteer Document om het hele document te controleren. Selecteer Alle documenten om alle geopende documenten te controleren.

    • Selecteer Artikel om alle tekst in het geselecteerde kader te controleren, inclusief tekst in andere verbonden tekstkaders en overlopende tekst. Selecteer Artikelen om artikelen in alle geselecteerde kaders te controleren.

    • Selecteer Tot einde van artikel om tekst vanaf het invoegpunt te controleren.

    • Selecteer Selectie om alleen geselecteerde tekst te controleren. Deze optie is alleen beschikbaar als tekst is geselecteerd.

  4. Wanneer onbekende of verkeerd gespelde woorden of andere mogelijke fouten worden weergegeven, kiest u een van de volgende opties:
    • Klik op Overslaan om door te gaan met het controleren van de spelling zonder het gemarkeerde woord te wijzigen. Klik op Alles negeren om alle instanties van het gemarkeerde woord te negeren. Dit blijft het geval totdat u InDesign opnieuw start.

    • Selecteer een woord in de lijst Suggesties of typ de juiste spelling van de tekst in het vak Wijzigen in; klik dan op Wijzigen om alleen die instantie van het verkeerd gespelde woord te corrigeren. Klik op Alles wijzigen om alle instanties van het verkeerd gespelde woord in het document te corrigeren.

    • U voegt een woord aan een woordenboek toe door het woordenboek in het menu Toevoegen aan te selecteren en op Toevoegen te klikken.

    • Klik op Woordenboek om het dialoogvenster Woordenboek te openen waarin u het doelwoordenboek en de taal kunt opgeven en de afbreekstreepjes in het toegevoegde woord. Als u het woord wilt toevoegen aan alle talen, kiest u Alle talen in het menu Taal. Klik op Toevoegen.

Typfouten tijdens het typen corrigeren

Door AutoCorrectie in te schakelen kunt u fouten in het gebruik van hoofdletters toestaan en algemene typfouten tijdens het typen vervangen. Om AutoCorrectie te kunnen gebruiken, moet u een lijst met veel voorkomende woorden maken en deze woorden aan de juiste spelling koppelen.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > AutoCorrectie (Windows) of InDesign > Voorkeuren > AutoCorrectie (Mac OS).
  2. Kies AutoCorrectie inschakelen. (U kunt ook Bewerken > Spelling > AutoCorrectie kiezen om deze functie snel in of uit te schakelen.)
  3. Kies in het menu Taal op welke taal de autocorrecties worden toegepast.
  4. U kunt fouten in het gebruik van hoofdletters (zoals "duitsland" in plaats van "Duitsland") wijzigen door AutoCorrectie hoofdletterfouten te selecteren. U hoeft de woorden in hoofdletters niet aan de lijst met autocorrecties toe te voegen.
  5. Als u een woord wilt toevoegen dat u vaak verkeerd typt, klikt u op Toevoegen, typt u het onjuist gespelde woord (zoals "avn"), typt u het juiste woord (dus "van") en klikt u op OK.
  6. Voeg eventueel meer woorden toe die u regelmatig verkeerd typt en klik op OK.

Wanneer u een woord dat u aan de lijst hebt toegevoegd, verkeerd typt, wordt het woord automatisch vervangen door het woord dat u als correctie hebt opgegeven.

Als u AutoCorrectie-woorden wilt verwijderen die u hebt toegevoegd, selecteert u het woord in de lijst en kiest u Verwijderen. Als u AutoCorrectie-woorden wilt bewerken, selecteert u het woord, klikt u op Bewerken, past u de correctie aan en klikt u op OK.

Dynamische spelling gebruiken

Wanneer dynamische spelling is ingeschakeld, kunt u de spelfouten corrigeren met behulp van het contextmenu. Mogelijk verkeerd gespelde woorden worden onderstreept (op basis van het woordenboek dat aan de taal van de tekst is gekoppeld). Als u tekst in verschillende talen typt, selecteert u de tekst en wijst u de juiste taal toe.

  1. U schakelt de dynamische spelling in door Bewerken > Spelling > Dynamische spelling te kiezen.

    Mogelijk verkeerd gespelde woorden worden onderstreept in uw document.

  2. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac OS) op het onderstreepte woord en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer een voorgestelde correctie. Als een woord wordt herhaald of in hoofdletters moet worden geschreven, kiest u Dubbel woord verwijderen [woord] of In hoofdletters [woord].

    • Selecteer [Woord] aan gebruikerswoordenboek toevoegen. Hiermee wordt automatisch het woord aan het huidige woordenboek toegevoegd zonder dat het dialoogvenster Woordenboek wordt geopend. Het woord wordt niet gewijzigd in de tekst.

    • Selecteer Woordenboek. Het dialoogvenster Woordenboek wordt geopend waarin u het doelwoordenboek kunt opgeven, afbreekstreepjes kunt wijzigen en een taal kunt opgeven. Als u het woord wilt toevoegen aan alle talen, kiest u Alle talen in het menu Taal en klikt u vervolgens op Toevoegen. Het woord wordt aan het geselecteerde woordenboek toegevoegd maar niet in de tekst gewijzigd.

    • Selecteer Alles negeren om de instanties van dit woord in alle documenten te negeren. Als InDesign weer wordt gestart, wordt het woord opnieuw gemarkeerd als een spelfout.

Opmerking:

Als u Alles negeren selecteert en vervolgens besluit dat u dat woord bij nader inzien helemaal niet wilt overslaan, kiest u Genegeerde woorden in het menu Woordenlijst in het dialoogvenster Woordenboek en verwijdert u het desbetreffende woord uit de lijst.

Afbrekings- en spellingwoordenboeken

InDesign maakt voor de meeste talen gebruik van Hunspell-woordenboeken voor het controleren van de spelling en het afbreken van woorden. U kunt aan ieder woordenboek woorden toevoegen. U kunt verschillende talen aan tekst toewijzen en InDesign gebruikt het juiste woordenboek voor spelling en woordafbreking. U kunt aanvullende gebruikerswoordenboeken maken en u kunt woordenlijsten die zijn opgeslagen in een tekstbestand zonder opmaak importeren of exporteren.

Als u de woorden in een woordenboek aanpast, maakt u in feite lijsten van toegevoegde woorden (woorden die nog niet in het woordenboek staan) en verwijderde woorden (woorden die in het woordenboek staan, maar die moeten worden gemarkeerd als mogelijk verkeerd gespeld). In het dialoogvenster Woordenboek kunt u toegevoegde woorden, verwijderde woorden en genegeerde woorden (woorden die zijn genegeerd voor de huidige sessie omdat u op Alles negeren hebt geklikt) weergeven en bewerken. U kunt woorden toevoegen die van toepassing zijn op alle talen, wat vooral nuttig is voor achternamen, straatnamen en andere items die niet specifiek van toepassing zijn op een bepaalde taal.

Opmerking:

Als u de taalwoordenboeken uit een vorige versie van InDesign of InCopy wilt gebruiken, zoekt u met de opdracht Zoeken van het systeem naar de bestanden voor gebruikerswoordenboeken (.udc) en voegt u deze toe aan de lijst met woordenboeken in het venster met woordenboekvoorkeuren.

Waar worden woordenboekwoorden opgeslagen?

Standaard staan uitzonderingen voor woordafbreking en spelling in bestanden voor gebruikerswoordenboeken die niet bij het document zijn opgeslagen op de computer waarop InDesign is geïnstalleerd (woordenboekbestanden zijn bestanden met de extensie .clam of .not). U kunt uitzonderingslijsten echter ook in een willekeurig InDesign-document opslaan. Daarnaast kunt u woordenlijsten in een extern gebruikerswoordenboek en/of in het document opslaan. De locatie van bestaande woordenboeken wordt weergegeven bij de voorkeuren voor woordenboeken.

Als de uitzonderingen voor woordafbreking en spelling in het document zelf worden opgeslagen, is het makkelijker de samenstelling van de tekst te behouden als u het document op andere computers gaat gebruiken. Om die reden kunt u het gebruikerswoordenboek in het document samenvoegen in het venster met woordenboekvoorkeuren. U kunt ook de locatie van de uitzonderingen bepalen vanuit het dialoogvenster Pakketmap maken (zie Pakketten van bestanden maken). Maar als u de lijst met uitzonderingen buiten het document opslaat, wordt het makkelijker bij meerdere documenten dezelfde lijst met uitzonderingen te gebruiken.

Opmerking:

Als het gebruikerswoordenboek wordt samengevoegd met de lijst met uitzonderingen, wordt het volledige gebruikerswoordenboek toegevoegd aan het document, ook als de woorden niet worden gebruikt. De bestandsgrootte van het document neemt dan toe.

Talen toepassen op tekst

U kunt via het menu Taal in het deelvenster Teken een taal op geselecteerde tekst toepassen. Ook kunt u een standaardtaal voor het gehele document of voor alle nieuwe documenten opgeven. InDesign bevat ook een functie voor het vastleggen van de taal. Zo wordt voorkomen dat de taalinstelling in Aziatische tekst niet wordt gewijzigd wanneer de tekst deel uitmaakt van een selectie, en dat een niet-Aziatische taal wordt gekozen in het menu Taal. (Zie Een taal aan tekst toewijzen.)

Lijsten met uitzonderingswoorden

U kunt woorden opgeven die niet moeten worden gecontroleerd. Als u bijvoorbeeld het woord "jaaromzet" voor uw bedrijf in een bepaald document als "JaarOmzet" moet schrijven, kunt u "jaaromzet" aan de lijst met uitzonderingen toevoegen, zodat dit woord tijdens de spellingcontrole niet wordt gemarkeerd. InDesign kan een afzonderlijke set toegevoegde en verwijderde woorden bijhouden voor iedere geïnstalleerde taal.

Gebruikerswoordenboeken maken of toevoegen

U kunt een gebruikerswoordenboek maken, of gebruikerswoordenboeken uit vorige InDesign- of InCopy-versies toevoegen, vanuit bestanden die u hebt ontvangen van andere gebruikers of vanaf een server waar het gebruikerswoordenboek van de werkgroep is opgeslagen. Het woordenboek dat u toevoegt, wordt voor al uw InDesign-documenten gebruikt.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Woordenboek (Windows) of InDesign > Voorkeuren > Woordenboek (Mac OS).
  2. Kies in het menu Taal de taal van het woordenboek.
  3. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • U maakt een nieuw woordenboek door op het pictogram Nieuw gebruikerswoordenboek onder het menu Taal te klikken. Geef de naam en locatie van het gebruikerswoordenboek op (met de extensie .udc) en klik op Opslaan.

    • U voegt een bestaand woordenboek toe door op het pictogram Gebruikerswoordenboek toevoegen  te klikken, het gebruikerswoordenboekbestand te selecteren (met de extensie .udc of .not) en op Openen te klikken.

Opmerking:

Als u het woordenboekbestand niet kunt vinden, kunt u met de systeemopdracht Zoeken de .udc-bestanden opzoeken (probeer *.udc). Noteer dan waar het bestand staat en probeer het opnieuw.

Het woordenboek wordt aan de lijst onder het menu Taal toegevoegd. U kunt woorden toevoegen aan het woordenboek als u de spelling controleert of door gebruik te maken van het dialoogvenster Woordenboek.

Het standaardtaalwoordenboek instellen voor het huidige document

U kunt het standaardtaalwoordenboek wijzigen voor een document of voor alle nieuwe documenten die u maakt. Het wijzigen van het standaardwoordenboek in een bestaand document heeft geen invloed op tekst die al is gemaakt of op tekst die u in een bestaand tekstkader typt.

Opmerking:

Stel in het deelvenster Tekenstijl of Alineastijl een afzonderlijk woordenboek in voor een bepaalde stijl. Het menu Taal wordt weergegeven in het gedeelte Geavanceerde tekenopmaak.

  1. Open het document.
  2. Selecteer het gereedschap Selecteren op de werkbalk en zorg ervoor dat er geen elementen zijn geselecteerd in het document.
  3. Kies Tekst > Teken.
  4. Kies het gewenste woordenboek in het menu Taal in het deelvenster Teken. Als u de taaloptie niet kunt zien in het deelvenster Teken, selecteert u Opties tonen en kiest u uw taal in de lijst.

Het standaardtaalwoordenboek instellen voor alle nieuwe documenten

  1. Start InDesign, maar open nog geen document.
  2. Kies Tekst > Teken.
  3. Kies het gewenste woordenboek in het pop‑upmenu Taal in het deelvenster Teken. Als u de taaloptie niet kunt zien in het deelvenster Teken, selecteert u Opties tonen en kiest u uw taal in de lijst.
  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Woordenboek (Windows) of InDesign > Voorkeuren > Woordenboek (Mac OS).
  2. Kies in het menu Taal de taal van het woordenboek.
  3. Ga als volgt te werk:
    • U verwijdert een woordenboek uit de lijst door het te selecteren en op het pictogram Gebruikerswoordenboek verwijderen  te klikken. Voor elke taal moet minstens één woordenboek aanwezig zijn.

    • Als naast het taalwoordenboek een vraagteken staat, selecteert u het woordenboek, klikt u op het pictogram Gebruikerswoordenboek opnieuw koppelen  en zoekt en opent u het gebruikerswoordenboek.

    • U wijzigt de volgorde van de gebruikerswoordenboeken door deze te verslepen. De volgorde van de woordenboeken in de lijst is de volgorde waarin de woordenboeken worden gecontroleerd.

Woorden aan woordenboeken toevoegen

Als tijdens de spellingcontrole een onbekend woord in het dialoogvenster Spellingcontrole van InDesign wordt weergegeven, selecteert u het woordenboek in het menu Toevoegen aan en klikt u vervolgens op Toevoegen. U kunt ook gebruikmaken van het dialoogvenster Woordenboek als u het doelwoordenboek en de taal wilt opgeven, en om op te geven hoe woorden worden toegevoegd aan een lijst met uitzonderingen.

  1. Kies Bewerken > Spelling > Gebruikerswoordenboek.
  2. Kies in het menu Taal een taal. Voor elke taal is minstens één woordenboek aanwezig. Als u wilt dat het woord wordt toegevoegd aan alle talen, kiest u Alle talen.
  3. Kies in het menu Doel het woordenboek waarin u het woord wilt opslaan. Met het menu Doel kunt u de wijzigingen in een extern gebruikerswoordenboek of in een geopend document opslaan.
  4. Kies in het menu Woordenlijst de optie Toegevoegde woorden.
  5. Typ of bewerk in het vak Woord het woord dat aan de woordenlijst moet worden toegevoegd.
  6. Klik op Woordafbreking om te zien hoe het woord standaard wordt afgebroken. Tildes (~) geven de plaats aan waar het woord kan worden afgebroken.
  7. Als de afbrekingen u niet bevallen, gebruikt u de volgende richtlijnen om aan te geven hoe u woorden wilt laten afbreken:
    • Typ één tilde (~) om de beste of enige plaats in het woord aan te geven waar dat woord kan worden afgebroken.

    • Typ twee tildes (~~) om de op een na beste plaats aan te geven.

    • Typ drie tildes (~~~) om een niet echt fraaie, maar aanvaardbare plaats voor het afbreken aan te geven.

    • Als u niet wilt dat het woord wordt afgebroken, typt u een tilde voor de eerste letter van het woord.

    Opmerking:

    Als u de tilde zelf in een woord wilt opnemen, plaatst u een backslash voor de tilde (\~).

  8. Klik op Toevoegen en vervolgens op Gereed. Het woord wordt aan de geselecteerde woordenlijst toegevoegd.

Opmerking:

Houd er rekening mee dat afbrekingspunten de instellingen voor woordafbreking in documenten beïnvloeden. Dit heeft als gevolg dat het woord mogelijk niet op de verwachte plaats wordt afgebroken. U controleert deze instellingen via Woordafbreking in het menu van het deelvenster Alinea. (Zie Tekst afbreken.)

Woorden in woordenboeken bewerken of eruit verwijderen

  1. Kies Bewerken > Spelling > Gebruikerswoordenboek.
  2. Kies in het menu Taal een taal.
  3. Kies in het menu Doel het woordenboek waaruit u het woord wilt verwijderen. In het menu Doel kunt u een extern gebruikerswoordenboek of een geopend document kiezen.
  4. Voer vanuit het menu Woordenlijst een van de volgende handelingen uit:
    • Om de lijst met toevoegingen aan de geselecteerde doelwoordenlijst te wijzigen, kiest u Toegevoegde woorden.

    • U wijzigt de lijst met woorden die verkeerd zijn gespeld, door Verwijderde woorden te kiezen.

    • Om de lijst met woorden die worden genegeerd tijdens de huidige InDesign-sessie te wijzigen, kiest u Genegeerde woorden. In deze lijst staan alle woorden waarvoor u Alles negeren hebt gekozen.

  5. Bewerk in de woordenlijst het woord of selecteer het woord en klik op Verwijderen.
  6. Klik op Sluiten.

Een woordenlijst exporteren

U kunt woordenlijsten exporteren naar een tekstbestand (.txt) en die lijst vervolgens importeren naar een gebruikerswoordenboek in InDesign. De woorden in het tekstbestand moeten met een spatie, tab of alineareturn van elkaar worden gescheiden. U kunt toegevoegde en verwijderde woorden exporteren, maar u kunt genegeerde woorden die alleen in de huidige sessie voorkomen niet exporteren.

  1. Kies Bewerken > Spelling > Gebruikerswoordenboek.
  2. Kies de taal in het menu Taal en in het menu Doel het woordenboek dat de woordenlijst bevat die u wilt exporteren.
  3. Klik op Exporteren, geef de bestandsnaam en locatie op en klik op Opslaan.

De woordenlijst wordt in een tekstbestand opgeslagen. U kunt deze woordenlijst in een teksteditor bewerken en vervolgens de woordenlijst importeren. U kunt de woordenlijst ook naar anderen verzenden die de woordenlijst vervolgens in hun eigen gebruikerswoordenboeken kunnen importeren.

Een woordenlijst importeren

  1. Kies Bewerken > Spelling > Gebruikerswoordenboek.
  2. Kies de taal in het menu Taal en het woordenboek in het menu Doel.
  3. Klik op Importeren, zoek het tekstbestand met de lijst met spellinguitzonderingen op en klik op Openen.

Woordenboekvoorkeuren wijzigen

U kunt bij de voorkeuren voor woordenboeken opgeven hoe InDesign moet omgaan met woordafbrekings- en spellingswoordenboeken. De meeste talen in InDesign gebruiken Proximity-woordenboeken voor het controleren van de spelling en voor het afbreken van woorden. Als u afbreekroutines of spellingcontroleprogramma’s van een andere fabrikant hebt geïnstalleerd, kunt u voor elke geïnstalleerde taal een andere fabrikant kiezen.

Opmerking:

U kunt in het dialoogvenster met woordenboekvoorkeuren niet kiezen welk taalwoordenboek wordt gebruikt voor de spellingcontrole of woordafbreking. U gebruikt dit dialoogvenster om op te geven welke plug-ins door InDesign voor afbreekroutines en spelling worden gebruikt voor de taal die is opgegeven in het veld Taal. Als u alleen de standaardplug-in voor afbreekroutines en spelling gebruikt, hoeft u geen instellingen te wijzigen in het dialoogvenster met woordenboekvoorkeuren. Als u een plug‑in voor spelling of woordafbreking van een andere fabrikant installeert, wordt deze plug‑in weergegeven als een optie in de menu's Hyphenation Vendor en Spelling Vendor in dit dialoogvenster. Zo kunt u voor bepaalde talen de afbreekroutines of spellingcontrole van de ene fabrikant selecteren en een afbreekroutine en spellingcontrole van een andere fabrikant voor andere talen.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Woordenboek (Windows) of InDesign > Voorkeuren > Woordenboek (Mac OS).
  2. Kies bij Taal de taal waarvoor u instellingen wilt bewerken of waarvoor u de fabrikant voor de afbreekroutines of de spellingcontrole wilt wijzigen.
  3. Maak gebruikerswoordenboeken, voeg ze toe of verwijder ze. (Zie Gebruikerswoordenboeken maken of toevoegen.)
  4. Als u een afbreekroutine van een andere leverancier hebt geïnstalleerd, kunt u deze selecteren in het menu Woordafbreking.
  5. Als u een woordenboekonderdeel van een andere leverancier hebt geïnstalleerd, kunt u dit selecteren in het menu Spelling.
  6. Kies een van de volgende opties onder Samenstellen met in het menu Uitzonderingen woordafbreking:
    • Kies Gebruikerswoordenboek als u tekst wilt samenstellen met de lijst met uitzonderingen voor woordafbreking die is opgeslagen in het externe gebruikerswoordenboek.

    • Kies Document als u tekst wilt samenstellen met de lijst met uitzonderingen voor woordafbreking die is opgeslagen in het document.

    • Kies Gebruikerswoordenboek en document als u de tekst met beide lijsten wilt samenstellen. Dit is de standaardinstelling.

  7. U voegt de lijst met uitzonderingen die is opgeslagen in het externe gebruikerswoordenboek toe aan de lijst met uitzonderingen die is opgeslagen in het document zelf door Gebruikerswoordenboek samenvoegen met document te selecteren.

    Opmerking:

    Als u met verschillende partners of klanten samenwerkt, kunt u de optie Gebruikerswoordenboek samenvoegen met document uitschakelen. Bent u bijvoorbeeld een servicebureau, dan wilt u waarschijnlijk niet dat uw gebruikerswoordenboek wordt samengevoegd met de bestanden van uw klanten.

  8. Selecteer Bij wijziging alle artikelen opnieuw samenstellen als u alle artikelen opnieuw wilt samenstellen wanneer bepaalde instellingen zijn veranderd. Door deze optie te selecteren worden de artikelen opnieuw samengesteld als u de optie Samenstellen met (zie stap 6) verandert of als u met de opdracht Woordenboek woorden toevoegt of verwijdert. Het opnieuw samenstellen van alle artikelen kan afhankelijk van de hoeveelheid tekst in het document enige tijd duren.
  9. Klik op OK.

Woordenboeken gebruiken in werkgroepen

Zorg ervoor dat op ieder station in de werkgroep dezelfde aangepaste gebruikerswoordenboeken zijn geïnstalleerd en toegevoegd, zodat in het document dezelfde spellings- en afbrekingsregels worden gebruikt, ongeacht wie er aan werkt. U kunt ervoor zorgen dat iedereen dezelfde woordenboeken op zijn of haar computer plaatst of een gebruikerswoordenboek via de netwerkserver deelt.

Een slotpictogram  geeft aan dat een woordenboek is vergrendeld en wel kan worden gebruikt, maar niet kan worden bewerkt. Wanneer een gebruikerswoordenboek op een server is opgeslagen, wordt het bestand vergrendeld door de eerste gebruiker die het woordenboek laadt. Alle volgende gebruikers zien dan dat het woordenboek is vergrendeld. Bestanden kunnen ook via het besturingssysteem worden vergrendeld, als het bestand alleen-lezen is gemaakt. Als u een gebruikerswoordenboek via de netwerkserver deelt, kunt u het bestand vergrendelen zodat gebruikers het bestand alleen kunnen lezen en alleen de beheerder woorden kan toevoegen.

Iedereen in de werkgroep moet het aangepaste gebruikerswoordenboek gebruiken dat op het gezamenlijke werkstation op het netwerk is geïnstalleerd en niet het woordenboek dat bij een document is opgeslagen. Voordat u het bestand naar een servicebureau stuurt, kunt u het gebruikerswoordenboek in het document opnemen.

Als u een aangepast gebruikerswoordenboek niet deelt op een gezamenlijk werkstation op het netwerk, zoekt u naar de gebruikerswoordenboekbestanden en kopieert u deze van het ene werkstation naar het andere. De locatie van woordenboeken wordt weergegeven bij de voorkeuren voor woordenboeken.

Opmerking:

Nadat u het gebruikerswoordenboek op een gedeeld netwerkstation hebt bijgewerkt, worden de wijzigingen pas weergegeven op de afzonderlijke werkstations als een gebruiker InDesign opnieuw start of op Ctrl+Alt+/ (Windows) of Command+ Option+/ (Mac OS) drukt om alle tekst opnieuw samen te stellen.

Duden-woordenboek

Duden is geïntegreerd in InDesign. U kunt gebruikmaken van Duden voor meer nauwkeurige afbrekingen en spellingcontrole voor het Duits.

  1. Als u het Duden-woordenboek in InDesign wilt gebruiken met de Duitse taal, gaat u naar:

    • Windows: Bewerken > Voorkeuren > Woordenboek
    • macOS: InDesign > Voorkeuren > Woordenboek
  2. Selecteer een van de volgende talen in de vervolgkeuzelijst voor talen:

    • Duits: nieuwe spelling 1996
    • Duits: nieuwe spelling 2006
    • Duits: Oostenrijk - nieuwe spelling 2006
    • Duits: Zwitserland
    • Duits: Zwitserland - nieuwe spelling 2006

    Opmerking:

    Er is een nieuwe taal ingevoerd: Duits: Oostenrijk - nieuwe spelling 2006.

    Woordenboektaal
  3. Selecteer Duden in de vervolgkeuzelijst Afbrekingen en Spelling als deze niet als standaard is geselecteerd.

    Duden-afbreking

Woordafbreking

Duden-afbrekingsstijlen

Duden biedt vier verschillende afbrekingsstijlen voor Duitse woorden. Alles behalve onesthetisch is de standaardstijl:

Alles:

Hierdoor worden alle afbrekingen toegestaan die technisch correct zijn en die niet tegen de spellingregels ingaan. Zo zijn bijvoorbeeld zowel Ur-ins-tinkt als Ur-in-s-tinkt correct.

Alles behalve onesthetisch:

Hierdoor worden alle afbrekingen toegestaan, behalve onesthetische afbrekingen waarbij het woord mogelijk vervormd raakt. Zo is Ur-ins-tinkt bijvoorbeeld wel toegestaan, maar Ur-in-s-tinkt niet. Dit is de standaardstijl.

Voorkeur esthetisch:

Naast vooraf bepaalde esthetische afbrekingen, worden langere woorden (minstens zes tekens) waarvoor geen esthetische afbreking is ingesteld, ook afgebroken. Zo wordt Napoleon afgebroken in Na-po-leon, hoewel hier geen esthetische afbreking voor is ingesteld.

Esthetisch:

Alleen afbrekingen die als esthetisch zijn ingesteld worden toegepast. Bijvoorbeeld Auto-bahn, maar niet au-tobahn.

De opties voor Duden-afbrekingen zijn beschikbaar via:

  • Afbrekingsinstellingen bij het maken van een nieuwe alineastijl.
Afbrekingen in een nieuwe alineastijl
  • Menu deelvenster Alinea > Afbrekingen.
Instellingen woordafbreking

Meer voorbeelden van Duden-afbrekingsstijlen

Voorbeelden van Duden-afbrekingsstijlen

Als u de Duden-afbrekingsoptie niet ziet, gaat u naar Voorkeuren > Woordenboek en selecteert u Afbrekingsopties tonen. Deze optie is standaard geselecteerd.

Afbrekingsopties tonen

Spellingcontrole

De Duitse taal heeft diverse spellingvarianten voor een groot aantal woorden, zoals Delphin en Delfin of Graphik en Grafik.

Er zijn vier spellingcontrolestijlen. Voor een consistente spelling, waarbij slechts een van de varianten geldig is (dus Delphin of Delfin), kiest u Duden, Conservatief of Persagentschappen. Als u echter alleen spellingfouten wilt aangeven als fout, kiest u Tolerant.

Duden is standaard geselecteerd. U kunt andere opties selecteren in Voorkeuren > Woordenboek > Spelling.

Duden-spellingcontrolestijlen

Duden:

Alleen de juiste variatie aanbevolen door Duden wordt geaccepteerd. Andere varianten worden gemarkeerd als fout.

Persagentschappen:

Zelfde als Duden, maar met een andere regelset overeengekomen door meerdere persagentschappen en uitgeverijen.

Conservatief:

Accepteer alleen oude spellingvarianten zoals Delphin, maar niet Delfin. Zo wordt ook Graphik aanvaard, maar niet Grafik (ph in plaats van f).

Tolerant:

Aanvaardt elke geldige spelling. Zo zijn bijvoorbeeld zowel Graphik als Grafik correct. En zowel Delphin als Delfin.

Spelling

Meer voorbeelden van spellingcontrole

Spellingcontrolestijl Voorbeeld 1 Voorbeeld 2 Voorbeeld 3 Voorbeeld 4 Voorbeeld 5
Duden Geograf is correct, Geograph is incorrect
Joghurt is correct, Jogurt is incorrect
Fotosynthese is correct, Photosynthese is incorrect
Motocross is correct, Moto-Cross is incorrect
Fundraising is correct, Fund-Raising is incorrect
Conservatief Geograph is correct, Geograf is incorrect
Joghurt is correct, Jogurt is incorrect
Photosynthese is correct, Fotosynthese is incorrect
Moto-Cross is correct, Motocross is incorrect
Fund-Raising is correct, Fundraising is incorrect
Persagentschappen
Geograf is correct, Geograph is incorrect
Joghurt is correct, Jogurt is incorrect
Photosynthese is correct, Fotosynthese is incorrect
Moto-Cross is correct, Motocross is incorrect
Fundraising is correct, Fund-Raising is incorrect
Tolerant
Beide zijn correct
Beide zijn correct
Beide zijn correct
Beide zijn correct
Beide zijn correct

Scriptbewerking

Als u Duden-spelling wilt gebruiken in scripts, gebruikt u de volgende Duitse namen voor de spellingcontrolestijlen:

  • Duden
  • Duden: Konservativ
  • Duden: Presse
  • Duden: Tolerant

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid