Steun- en proceskleuren

U kunt een kleur toewijzen als een steunkleur of als een proceskleur, in overeenkomst met de twee hoofdinkttypen die worden gebruikt voor commercieel drukwerk. In het deelvenster Stalen kunt u het kleurtype van een kleur bepalen met de pictogrammen die worden weergegeven naast de naam van de kleur.

Wanneer u kleur toepast op paden en kaders, dient u rekening te houden met het uiteindelijke medium waarop uw werk wordt gepubliceerd, zodat u kleur in de meest geschikte kleurmodus toepast.

Opmerking:

Als voor uw kleurenworkflow documenten moeten worden overgebracht tussen apparaten, kunt u ervoor kiezen een kleurbeheersysteem (CMS, Color Management System) te gebruiken om kleuren te behouden en in te stellen tijdens het proces.

Steunkleuren

Een steunkleur is een speciale, vooraf gemengde inkt die wordt gebruikt in plaats van of in aanvulling op procesinkten. Voor deze inkten is een eigen afdrukplaat vereist op een drukpers. Gebruik steunkleuren als er weinig kleuren zijn opgegeven en kleurnauwkeurigheid van groot belang is. Met steunkleurinkten kunnen kleuren buiten de kleuromvang van proceskleuren nauwkeurig worden gereproduceerd. De daadwerkelijke weergave van de gedrukte steunkleur wordt echter bepaald door de combinatie van de inkt, zoals deze is gemengd door de commerciële drukker, en het papier waarop deze wordt gedrukt, niet door kleurwaarden die u opgeeft of door kleurbeheer. Als u steunkleurwaarden opgeeft, beschrijft u de gesimuleerde weergave van de kleur alleen voor uw monitor en samengestelde printer (afhankelijk van de kleuromvangbeperkingen van deze apparaten).

Hanteer de volgende richtlijnen bij het opgeven van een steunkleur:

  • Voor de beste resultaten bij gedrukte documenten geeft u een steunkleur op uit een systeem voor kleurovereenkomsten dat wordt ondersteund door uw commerciële drukker. De software wordt geleverd met verschillende bibliotheken met systemen voor kleurovereenkomsten.

  • Beperk het gebruikte aantal steunkleuren tot een minimum. Elke steunkleur die u maakt, genereert een extra afdrukplaat voor steunkleuren voor een drukpers. Hierdoor nemen de afdrukkosten toe. Als u denkt meer dan vier kleuren nodig te hebben, kunt u overwegen het document af te drukken met proceskleuren.

  • Als een object steunkleuren bevat en een ander object overlapt dat transparantie bevat, kan dit tot ongewenste resultaten leiden bij het exporteren naar de EPS-indeling, bij het omzetten van steunkleuren in proceskleuren met het dialoogvenster Afdrukken, en bij het maken van kleurscheidingen in een andere toepassing dan Illustrator of InDesign. Gebruik Voorvertoning afvlakker of Voorvertoning scheidingen om met een elektronische proefafdruk de effecten van transparantieafvlakking te controleren vóór het afdrukken. Daarnaast kunt u de steunkleuren vóór het afdrukken of exporteren omzetten in proceskleuren met Inktbeheer in InDesign.

  • U kunt een afdrukplaat voor steunkleuren gebruiken om een vernis toe te passen op gebieden van een proceskleurtaak. In dit geval worden voor uw afdruktaak vijf inkten gebruikt: vier procesinkten en een steunvernis.

Proceskleuren

Een proceskleur wordt afgedrukt met een combinatie van de vier standaardprocesinkten: cyaan, magenta, geel en zwart (CMYK). Gebruik proceskleuren als voor een taak zo veel kleuren zijn vereist dat het gebruik van afzonderlijke steunkleurinkten duur of onpraktisch zou worden, zoals bij het afdrukken van kleurenfoto's.

Hanteer de volgende richtlijnen bij het opgeven van een proceskleur:

  • Voor de beste resultaten in een gedrukt document van hoge kwaliteit, geeft u proceskleuren op met behulp van CMYK-waarden die worden vermeld in referentiegrafieken voor proceskleuren, die beschikbaar zijn bij een commerciële drukker.

  • De uiteindelijke kleurwaarden van een proceskleur zijn de bijbehorende waarden in CMYK. Als u dus een proceskleur opgeeft met RGB (of LAB, in InDesign), worden deze kleuren omgezet in CMYK als u kleurscheidingen afdrukt. Deze omzettingen variëren op basis van de instellingen voor kleurbeheer en uw documentprofiel.

  • Geef proceskleuren niet op op basis van de weergave op uw monitor, tenzij u er zeker van bent dat u een kleurbeheersysteem goed hebt ingesteld en u de beperkingen van voorvertoningen begrijpt.

  • Vermijd het gebruik van proceskleuren in documenten die alleen bedoeld zijn voor weergave op internet, aangezien CMYK een kleinere kleurenomvang heeft dan een standaardmonitor.

  • Met Illustrator en InDesign kunt u een proceskleur als globaal of als niet-globaal opgeven. In Illustrator blijven globale proceskleuren gekoppeld aan een staal in het deelvenster Stalen. Als u het staal van een globale proceskleur wijzigt, worden alle objecten bijgewerkt waarvoor deze kleur wordt gebruikt. Niet-globale proceskleuren worden niet automatisch bijgewerkt in het document als de kleur wordt bewerkt. Proceskleuren zijn standaard niet-globaal. Als u in InDesign een staal toepast op objecten, wordt het automatisch toegepast als globale proceskleur. Niet-globale stalen zijn naamloze kleuren die u kunt bewerken in het deelvenster Kleur.

Opmerking:

Globale en niet-globale proceskleuren zijn alleen van invloed op de manier waarop een specifieke kleur wordt toegepast op objecten, nooit op de manier waarop kleuren worden gescheiden of zich gedragen als u ze verplaatst tussen toepassingen.

Steun- en proceskleuren tegelijk gebruiken

Soms is het handig om proces- en steunkleuren in dezelfde taak te gebruiken. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat u een steunkleurinkt wilt gebruiken om de exacte kleur van een bedrijfslogo af te drukken op de pagina's van een jaarrapport waarop ook foto's worden gereproduceerd met een proceskleur. U kunt ook een afdrukplaat voor steunkleuren gebruiken om een vernis toe te passen op gebieden van een proceskleurtaak. In beide gevallen worden voor uw afdruktaak vijf inkten gebruikt: vier procesinkten en een steuninkt of vernis.

In InDesign kunt u proces- en steunkleuren samen mengen om gemengde inktkleuren te maken.

Kleuren in InDesign en Illustrator vergelijken

In Adobe InDesign en Adobe Illustrator worden enigszins verschillende methoden gebruikt voor de toepassing van benoemde kleuren. In Illustrator kunt u een benoemde kleur opgeven als globaal of niet-globaal, terwijl in InDesign alle naamloze kleuren als niet-globale proceskleuren worden behandeld.

Stalen zijn het equivalent van globale kleuren in InDesign. Stalen vergemakkelijken het wijzigen van kleurschema's zonder dat elk object afzonderlijk hoeft te worden gezocht en aangepast. Dit is vooral handig is gestandaardiseerde, productiegedreven documenten, zoals tijdschriften. Omdat kleuren in InDesign zijn gekoppeld aan stalen in het deelvenster Stalen, is een wijziging voor een staal van invloed op alle objecten waarop een kleur wordt toegepast.

Naamloze kleuren zijn het equivalent van niet-globale stalen in InDesign. Naamloze kleuren worden niet weergegeven in het deelvenster Stalen en worden niet automatisch bijgewerkt in het document als de kleur wordt bewerkt in het deelvenster Kleur. U kunt naamloze kleuren echter later toevoegen aan het deelvenster Stalen.

Benoemde en naamloze kleuren zijn alleen van invloed op de manier waarop een specifieke kleur wordt bijgewerkt in het document, nooit op de manier waarop kleuren worden gescheiden of zich gedragen als u ze verplaatst tussen toepassingen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid