Handboek Annuleren

De werkruimte van Dreamweaver optimaliseren voor visuele ontwikkeling

 

 

Deelvensters voor de ontwikkeling van webapplicaties weergeven

Selecteer de categorie Gegevens in het pop-upmenu Categorie van het deelvenster Invoegen om een reeks knoppen weer te geven waarmee u dynamische inhoud en servergedrag aan de pagina kunt toevoegen.

Hoeveel en welke knoppen worden weergegeven, is afhankelijk van het type document dat u in het documentvenster hebt geopend. Beweeg de muis over een pictogram om scherminfo weer te geven, waarin de functie van de knop wordt beschreven.

Het deelvenster Invoegen bevat knoppen waarmee u de volgende items aan de pagina kunt toevoegen:

  • Recordsets

  • Dynamische tekst of tabellen

  • Recordnavigatiebalken

    Als u naar de codeweergave schakelt (Weergave > Code), worden mogelijk aanvullende panelen in hun eigen categorie in het deelvenster Invoegen weergegeven, waarmee u code op de pagina kunt invoegen. Als u bijvoorbeeld een ColdFusion-pagina in de codeweergave weergeeft, komt in de categorie CFML van het deelvenster Invoegen het deelvenster CFML beschikbaar.

    Diverse panelen bevatten methoden om dynamische pagina's te maken:

     

    • Selecteer het deelvenster Bindingen (Venster > Bindingen) om dynamische inhoudsbronnen voor uw pagina te definiëren en de inhoud aan de pagina toe te voegen.

    • Selecteer het deelvenster Servergedrag (Venster > Servergedrag) om logica van de serverzijde aan uw dynamische pagina's toe te voegen.

    • Selecteer het deelvenster Databases (Venster >Databases) om databases te verkennen of databaseverbindingen tot stand te brengen.

    • Selecteer het deelvenster Componenten (Venster > Componenten) om code voor ColdFusion-componenten te inspecteren, toe te voegen of te wijzigen.

Opmerking:

Het deelvenster Componenten wordt alleen ingeschakeld als u een ColdFusion-pagina opent.  

Een servergedrag is de reeks instructies die in de ontwerpfase op een dynamische pagina wordt ingevoegd en in runtime op de server wordt uitgevoerd.

Zie www.adobe.com/go/vid0144_nl voor een zelfstudie over het instellen van de ontwikkelingswerkruimte.

De database weergeven in Dreamweaver

Nadat u verbinding hebt gemaakt met uw database, kunt u de structuur en gegevens ervan in Dreamweaver bekijken.

  1. Open het deelvenster Databases (Venster > Databases).

    In het deelvenster Databases worden alle databases weergegeven waarvoor u verbindingen hebt gemaakt. Als u een ColdFusion-site ontwikkelt, worden in het deelvenster alle databases weergegeven waarvoor gegevensbronnen zijn gedefinieerd in de ColdFusion-beheerder.

    Opmerking:

    In Dreamweaver wordt gekeken naar de ColdFusion-server die u voor de huidige site hebt gedefinieerd.

    Als in het deelvenster geen database wordt weergegeven, moet u een databaseverbinding maken.

  2. Klik op het plusteken (+) naast een verbinding in de lijst als u de tabellen, opgeslagen procedures en weergaven in de database wilt weergeven.
  3. Klik op een tabelnaam als u de kolommen in de tabel wilt weergeven.

    De kolompictogrammen reflecteren het gegevenstype en geven de primaire sleutel van de tabel aan.

  4. Als u de gegevens in een tabel wilt weergeven, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of klikt u terwijl u Control ingedrukt houdt (Macintosh), op de tabelnaam in de lijst en kiest u Gegevens weergeven in het snelmenu.

Dynamische pagina's voorvertonen in een browser

Ontwikkelaars van webapplicaties debuggen hun pagina's dikwijls door ze regelmatig in een webbrowser te bekijken. U kunt dynamische pagina's snel in een browser bekijken. U hoeft ze daarvoor niet eerst handmatig op een server te laden (druk op F12).

Als u dynamische pagina's wilt bekijken, moet u eerst de categorie Testserver van het dialoogvenster Sitedefinitie invullen.

U kunt opgeven dat Dreamweaver tijdelijke bestanden moet gebruiken in plaats van de originele. Met deze optie wordt in Dreamweaver een tijdelijke kopie van de pagina op een webserver uitgevoerd voordat de pagina in de browser wordt weergegeven. (Daarna verwijdert Dreamweaver het tijdelijke bestand van de server.) Kies Bewerken > Voorkeuren > Voorvertoning in browser om deze optie in te stellen.

Met de optie Voorvertoning in browser worden de desbetreffende pagina's, zoals een pagina met resultaten of details, afhankelijke bestanden zoals afbeeldingsbestanden of includes aan de serverzijde, niet geladen. Als u een ontbrekend bestand wilt laden, kiest u Venster > Site om het deelvenster Site te openen, selecteert u het bestand onder Lokale map en klikt u op de blauwe pijl-omhoog op de werkbalk om het bestand naar de map op de webserver te kopiëren.

De databasegegevens beperken die in Dreamweaver worden weergegeven

Geavanceerde gebruikers van grote databasesystemen zoals Oracle zouden het aantal database-items moeten beperken dat door Dreamweaver in de ontwerpfase wordt opgehaald en weergegeven. Een Oracle-database kan items bevatten die Dreamweaver in de ontwerpfase niet kan verwerken. U kunt in Oracle een schema maken en dit in Dreamweaver gebruiken om overbodige items in de ontwerpfase eruit te filteren.

Opmerking:

In Microsoft Access kunt u geen schema of catalogus maken.

Andere gebruikers kunnen profiteren van een beperking van de hoeveelheid informatie die Dreamweaver in de ontwerpfase ophaalt. Sommige databases bevatten tientallen of zelfs honderden tabellen, en waarschijnlijk wilt u deze liever niet allemaal weergeven terwijl u werkt. Met een schema of catalogus kunt u het aantal database-items beperken dat in de ontwerpfase wordt opgehaald.

U moet een schema of catalogus in uw databasesysteem maken voordat u het kunt toepassen in Dreamweaver. Raadpleeg de documentatie bij uw databasesysteem of neem contact op met de systeembeheerder.

Opmerking:

U kunt in Dreamweaver geen schema of catalogus toepassen als u een ColdFusion-applicatie ontwikkelt of Microsoft Access gebruikt.

  1. Open een dynamische pagina in Dreamweaver en open vervolgens het deelvenster Databases (Venster > Databases).
    • Als de databaseverbinding bestaat, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of klikt u terwijl u Control ingedrukt houdt (Macintosh), op de verbinding in de lijst en kiest u Verbinding bewerken in het snelmenu.

    • Als de verbinding niet bestaat, klikt u op de plusknop (+) boven in het deelvenster en maakt u de verbinding.

  2. Klik in het dialoogvenster voor de verbinding op Geavanceerd.
  3. Geef het schema of de catalogus op en klik op OK.

De eigenschappencontrole instellen voor opgeslagen ColdFusion-procedures en ASP-opdrachten

Wijzig de geselecteerde opgeslagen procedure. Welke opties beschikbaar zijn, hangt af van de servertechnologie.

  1. Bewerk de opties. Wanneer u in de eigenschappencontrole een nieuwe optie selecteert, wordt de pagina in Dreamweaver bijgewerkt.

Opties voor Invoernaam

De eigenschappencontrole wordt weergegeven wanneer Dreamweaver een onbekend invoertype tegenkomt. Dit is doorgaans het gevolg van een typefout of andere gegevensinvoerfout.

Als u het veldtype in de eigenschappencontrole verandert in een waarde die Dreamweaver herkent (als u bijvoorbeeld de typefout verbetert), wordt de eigenschappencontrole bijgewerkt en worden de eigenschappen voor het herkende type weergegeven. Stel in de eigenschappencontrole een van de volgende opties in:

Invoernaam

Hiermee geeft u het veld een naam. Dit vakje is vereist, en de naam moet uniek zijn.

Type

Hiermee stelt u het invoertype van het veld in. De inhoud van dit vakje geeft de waarde weer van het invoertype dat op dat moment in de HTML-broncode voorkomt.

Waarde

Hiermee stelt u de waarde van het veld in.

Parameters

Hiermee opent u het dialoogvenster Parameters waarin u de huidige kenmerken van het veld kunt bekijken, en kenmerken kunt toevoegen of verwijderen.

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?