Meer informatie over hoe u navigatie tussen uw webpagina's kunt instellen. Bestanden en documenten koppelen en koppelingen bijwerken, wijzigen en testen in Dreamweaver

Zorg dat u begrijpt hoe absolute paden en document- en hoofdmapafhankelijke relatieve paden werken voordat u een koppeling gaat maken. U kunt verschillende typen koppelingen maken in documenten:

  • Koppelingen naar andere documenten of bestanden, zoals afbeeldingen, films, of PDF- of geluidsbestanden.

  • Koppelingen naar benoemde ankers, waarmee u kunt verwijzen naar een specifieke locatie in een document.

  • E-mailkoppelingen, voor het openen van een leeg e-mailbericht waarin het adres van de ontvanger al is ingevuld.

  • Null- en scriptkoppelingen waarmee u gedrag kunt koppelen aan een object of een koppeling kunt maken om JavaScript-code uit te voeren.

In de eigenschappencontrole en met het pictogram Wijs bestand aan kunt u afbeeldingen, objecten en tekst koppelen aan een ander document of bestand.

Dreamweaver maakt voor koppelingen naar andere pagina's in uw site gebruik van documentafhankelijke relatieve paden. U kunt Dreamweaver ook instellen voor het gebruik van hoofdmapafhankelijke relatieve paden.

Opmerking:

Sla nieuwe bestanden altijd op voordat u een documentafhankelijk relatief pad maakt. Een dergelijk pad is niet geldig als het beginpunt nog niet is vastgesteld. Als u een documentafhankelijk relatief pad maakt voordat het bestand wordt opgeslagen, gebruikt Dreamweaver een tijdelijk absoluut pad dat begint met file:// totdat het bestand is opgeslagen. Wanneer u het bestand opslaat, converteert Dreamweaver het absolute pad naar een relatief pad.

Aan elke koppeling in een document kunt u gedrag verbinden. U kunt bijvoorbeeld een van de volgende gedragingen verbinden aan gekoppelde elementen die u invoegt in een document.

Tekst van statusbalk instellen

bepaalt de tekst van een bericht en geeft dit weer in de statusbalk in de linkerbenedenhoek van het browservenster. U kunt bijvoorbeeld dit gedrag gebruiken om de bestemming van een koppeling op de statusbalk te beschrijven in plaats van de URL weer te geven die aan de koppeling is verbonden.

Browservenster openen

opent een URL in een nieuw venster. U kunt de eigenschappen van het nieuwe venster opgeven, waaronder de naam, de afmetingen en de kenmerken (of de grootte kan worden aangepast, de menubalk wordt weergegeven, enzovoort).

Snelmenu

geeft een snelmenu weer. U kunt het menu aanpassen, een ander gekoppeld bestand opgeven of de doellocatie van het gekoppelde document in de browser wijzigen.

Met het mappictogram of het vak Koppeling in de eigenschappencontrole kunt u afbeeldingen, objecten en tekst koppelen aan een ander document of bestand.

  1. Selecteer tekst of een afbeelding in de ontwerpweergave van het documentvenster.
  2. Open de eigenschappencontrole (Venster > Eigenschappen) en voer een van de volgende acties uit:
    • Klik op het mappictogram  aan de rechterzijde van het vak Koppeling om naar een bestand te bladeren en het te selecteren.

      Het pad naar het gekoppelde document wordt weergegeven in het vak URL. In het vervolgkeuzemenu Ten opzichte van in het dialoogvenster Bestand selecteren kunt u instellen of het pad document- of hoofdmapafhankelijk is. Klik vervolgens op OK. Het geselecteerde padtype geldt alleen voor de huidige koppeling. (U kunt de standaardinstellingen wijzigen in het vak Ten opzichte van in de site-instellingen.)

    • Typ het pad en de bestandsnaam van het document in het vak Koppeling.

      Als u een document in uw site wilt koppelen, voert u een document- of hoofdmapafhankelijk relatief pad in. Als u een document buiten uw site wilt koppelen, voert u een absoluut pad in, inclusief protocol (bijvoorbeeld http://). U kunt deze methode gebruiken voor het invoeren van koppelingen naar bestanden die nog niet bestaan.

  3. Selecteer het doel van het gekoppelde document in de vervolgkeuzelijst Doel:

    • _blank laadt het gekoppelde document in een nieuw naamloos browservenster.
    • _parent laadt het gekoppelde document in een bovenliggend frame of venster ten opzichte van het frame dat de koppeling bevat. Als het frame dat de koppeling bevat niet is genest, wordt het gekoppelde document geladen in het volledige browservenster.
    • _self laadt het gekoppelde document in het frame of venster waarin de koppeling zich bevindt. Dit doel is de standaardinstelling, zodat u deze instelling gewoonlijk niet hoeft te definiëren.
    • _top laadt het gekoppelde document in het volledige browservenster en verwijdert daarbij alle frames.
    • _new laadt het gekoppelde bestand in een nieuw naamloos browservenster.
  1. Selecteer tekst of een afbeelding in de ontwerpweergave van het documentvenster.
  2. Maak op een van de volgende manieren een koppeling:
    • Sleep het pictogram Bestand aanwijzen  (doelpictogram) rechts van het vak Koppelen in de eigenschappencontrole en wijs naar een zichtbaar anker in het huidige document, een zichtbaar anker in een ander geopend document, een element waaraan een unieke id is toegewezen of een document in het deelvenster Bestanden.

    • Houd Shift ingedrukt terwijl u vanuit de selectie sleept en wijs naar een zichtbaar anker in het huidige document, een zichtbaar anker in een ander geopend document, een element waaraan een unieke id is toegewezen of een document in het deelvenster Bestanden.

    Opmerking:

    U kunt alleen koppelingen maken naar andere open documenten als uw documenten in het documentvenster niet zijn gemaximaliseerd. U kunt documenten schikken door Venster > Ordenen > Trapsgewijs of Venster > Naast elkaar. Wanneer u een open document aanwijst, wordt dit document naar de voorgrond gehaald terwijl u uw selectie maakt.

Met de opdracht Hyperlink kunt u tekst koppelen aan een afbeelding, aan een object of aan een ander document of bestand.

  1. Plaats de invoegpositie op de plaats in het document waar u de koppeling wilt invoegen.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit om het dialoogvenster Hyperlink te openen:

    • Selecteer Invoegen > Hyperlink.

    • Ga naar de categorie Algemeen in het deelvenster Invoegen en klik op de knop Hyperlink.

  3. Voer in het tekstveld de tekst van de koppeling in.
    In de vervolgkeuzelijst Koppeling selecteert u de naam van het bestand dat u wilt koppelen. U kunt ook op het mappictogram klikken om het bestand te zoeken waarnaar u een koppeling wilt maken.

  4. Selecteer of typ de naam van het doelvenster van de koppeling in het vervolgkeuzemenu Doel.

    In het vervolgkeuzemenu worden de namen van alle benoemde frames in het huidige document weergegeven. Als u een frame opgeeft dat niet bestaat, wordt de gekoppelde pagina geopend in een nieuw venster met de opgegeven naam. U kunt ook een van de volgende gereserveerde doelnamen selecteren:

    • _blank laadt het gekoppelde bestand in een nieuw naamloos browservenster.
    • _parent laadt het gekoppelde bestand in het bovenliggende frame of venster ten opzichte van het frame dat de koppeling bevat. Als het frame dat de koppeling bevat niet is genest, wordt het gekoppelde bestand geladen in het volledige browservenster.
    • _self laadt het gekoppelde bestand in het frame of venster waarin de koppeling zich bevindt. Dit doel is de standaardinstelling en hoeft u gewoonlijk niet te definiëren.
    • _top laadt het gekoppelde bestand in het volledige browservenster en verwijdert daarbij alle frames.
    • _new laadt het gekoppelde bestand in een nieuw naamloos browservenster.
  5. Voer in het vak Tabindex een getal in voor de tabvolgorde.
  6. Voer in het vak Titel een titel in voor de koppeling.
  7. Voer in het vak Toegangstoets één letter op het toetsenbord in waarmee de koppeling in de browser kan worden geselecteerd.
  8. Klik op OK.

Dreamweaver maakt voor koppelingen naar andere pagina's in uw site standaard gebruik van documentafhankelijke relatieve paden. Als u hoofdmapafhankelijke relatieve paden wilt gebruiken, moet u eerst een lokale map in Dreamweaver definiëren die dient als equivalent van de hoofdmap op de server. Dreamweaver gebruikt deze map om het hoofdmapafhankelijke relatieve pad naar bestanden te bepalen.

  1. Selecteer Site > Sites beheren.
  2. Dubbelklik in het dialoogvenster Sites beheren op de gewenste site in de lijst.
  3. Vouw de categorie Geavanceerde instellingen in het dialoogvenster Site-instelling uit en selecteer de categorie Lokale informatie.
  4. Stel het relatieve pad van nieuwe koppelingen in door de optie Document of Hoofdmap te selecteren.

    Als u deze instelling wijzigt, worden bestaande koppelingen niet aangepast wanneer u op OK klikt. De instelling is alleen van toepassing op nieuwe koppelingen die u maakt met Dreamweaver.

  5. Klik op Opslaan.

    De nieuwe padinstellingen zijn alleen van toepassing op de huidige site.

In de eigenschappencontrole kunt u koppelingen maken naar een specifieke locatie in een document door eerst benoemde ankers te maken. Met benoemde ankers kunt u locaties in een document markeren. Dit wordt vaak gedaan bij een bepaald onderwerp of bovenaan een document. U kunt vervolgens koppelingen naar deze benoemde ankers maken, waarmee de bezoeker snel naar de opgegeven locatie kan gaan.

Voor het maken van een koppeling naar een benoemd anker zijn twee stappen vereist. Eerst moet u een benoemd anker maken. Vervolgens kunt u een koppeling naar het anker maken.

Een anker maken

  1. Selecteer en markeer in het documentvenster het item dat u als anker wilt plaatsen.

  2. Open de Eigenschappencontrole en controleer of het geselecteerde item een ID heeft. Als het veld id leeg is, voegt u een ID toe aan het element. Bijvoorbeeld Anker.

    Een anker maken
    Een anker maken

    Nadat u de ID toevoegt, ziet u een wijziging in de code. id ="< ID name >" wordt ingevoegd in de code in uw selectie.

    Anker-ID in code
    Ankers toevoegen voor koppelingen

  1. Selecteer de tekst of afbeelding waarvan u een koppeling wilt maken in de ontwerpweergave van het documentvenster.
  2. Typ een hekje (#) en de naam van het anker in het vak Koppeling in de eigenschappencontrole. Als u bijvoorbeeld een koppeling wilt maken naar het anker 'top' in het huidige document, typt u #top.Als u een koppeling wilt maken naar het anker 'top' in een ander document dat zich in dezelfde map bevindt, typt u bestandsnaam.html#top.

    Opmerking:

    Ankernamen zijn hoofdlettergevoelig.

  1. Open het document dat het benoemde anker bevat.

    Opmerking:

    Als u het anker niet ziet, selecteert u in Ontwerpweergave, Weergeven > Opties voor ontwerpweergave > Visuele hulpmiddelen > Onzichtbare Elementen, om ankers zichtbaar te maken.

  2. Selecteer de tekst of afbeelding waarvan u een koppeling wilt maken in de ontwerpweergave van het documentvenster. (Als deze zich in een ander geopend document bevindt, moet u daar naartoe schakelen.)
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep het pictogram Wijs bestand aan  (doelpictogram) rechts van het vak Koppeling in de eigenschappencontrole naar het anker waarnaar u een koppeling wilt maken. Dit kan een anker binnen hetzelfde document zijn of een anker in een ander geopend document.

    • Houd Shift ingedrukt terwijl u in het documentvenster sleept van de geselecteerde tekst of afbeelding naar het anker waarnaar u een koppeling wilt maken. Dit kan een anker binnen hetzelfde document of een anker in een ander open document zijn.

Als u op een e-mailkoppeling klikt, wordt een blanco berichtvenster geopend in de e-mailtoepassing die is ingesteld in de browser van de gebruiker. Het e-mailadres dat is op gegeven in de e-mailkoppeling, wordt automatisch ingevuld in het vak Aan in het berichtvenster.

  1. Ga naar de ontwerpweergave van het documentvenster en plaats de invoegpositie waar u de e-mailkoppeling wilt invoegen, of selecteer de tekst of afbeelding waarvan uw een e-mailkoppeling wilt maken.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit om de koppeling in te voegen:
    • Selecteer Invoegen > E-mailkoppeling.

    • Ga naar de categorie Algemeen in het deelvenster Invoegen en klik op de knop E-mailkoppeling.

  3. Typ of bewerk de hoofdtekst van het e-mailbericht in het tekstvak.
  4. Typ het e-mailadres in het vak E-mail en klik vervolgens op OK.
  1. Selecteer tekst of een afbeelding in de ontwerpweergave van het documentvenster.
  2. In het vak Koppeling in de eigenschappencontrole typt u mailto: gevolgd door een e-mailadres.

    Typ geen spaties tussen de dubbele punt en het e-mailadres.

De onderwerpregel van een e-mailbericht automatisch invullen

  1. Maak een e-mailkoppeling met de eigenschappencontrole, zoals eerder is uitgelegd.
  2. Voeg in het vak Koppeling van de eigenschappencontrole ?subject= toe achter de e-mail, en typ een onderwerp na het 'is gelijk'-teken. Plaats geen spaties tussen het vraagteken en het einde van het e-mailadres.

    De volledige invoer hoort er als volgt uit te zien:

    mailto:iemand@uwsite.com?subject=E-mail van onze site

Een null-koppeling is een koppeling waaraan geen doel is toegewezen. Met null-koppelingen kunt u gedrag koppelen aan objecten of tekst op een pagina. Zo kunt u aan een null-koppeling een gedrag verbinden dat een afbeelding verwisselt of een AP-element weergeeft wanneer de muisaanwijzer over de koppeling heen gaat.

Met scriptkoppelingen kunt u JavaScript-code uitvoeren of een JavaScript-functie aanroepen. Deze koppelingen zijn handig als u bezoekers meer informatie over een item wilt geven zonder de huidige pagina te moeten verlaten. Met scriptkoppelingen kunt u ook berekeningen uitvoeren, formulieren valideren en andere taken uitvoeren wanneer een bezoeker op een item klikt.

  1. Selecteer tekst, een afbeelding of een object in de ontwerpweergave van het documentvenster.
  2. Typ javascript:; (het woord javascript, gevolgd door een dubbele punt, gevolgd door een puntkomma) in het vak Koppelingen in de eigenschappencontrole.
  1. Selecteer tekst, een afbeelding of een object in de ontwerpweergave van het documentvenster.
  2. In het vak Koppeling in de eigenschappencontrole typt u javascript: gevolgd door JavaScript-code of een functienaam. (Typ geen spaties tussen de dubbele punt en de code of functienaam.)

Dreamweaver kan koppelingen in en naar een document bijwerken wanneer u een document in de lokale website verplaatst of de naam ervan wijzigt. Deze functie werkt het beste wanneer u uw volledige website of een op zichzelf staand deel ervan op uw vaste schijf hebt opgeslagen. Dreamweaver brengt geen wijzigingen aan in de externe map totdat u de lokale bestanden op de externe server plaatst of incheckt.

Dreamweaver kan een cachebestand maken waarin gegevens over alle koppelingen in uw lokale map zijn opgeslagen zodat het bijwerken sneller verloopt. Het cachebestand wordt op de achtergrond bijgewerkt wanneer u koppelingen in uw lokale site toevoegt, wijzigt of verwijdert.

  1. Selecteer Bewerken > Voorkeuren (Windows) of Dreamweaver > Voorkeuren (Macintosh).
  2. Ga in de lijst aan de linkerkant van het dialoogvenster Voorkeuren naar de categorie Algemeen.
  3. Maak in de sectie Documentopties van de categorie Algemeen een keuze in het vervolgkeuzemenu Koppelingen bijwerken bij verplaatsen bestanden.

    Altijd

    Koppelingen in en naar het geselecteerde document worden automatisch bijgewerkt wanneer het wordt verplaatst of wanneer de naam wordt gewijzigd.

    Nooit

    Koppelingen in en naar het geselecteerde document worden niet automatisch bijgewerkt wanneer het wordt verplaatst of wanneer de naam wordt gewijzigd.

    Vragen

    Er wordt een dialoogvenster weergegeven met een lijst van alle bestanden waarop de wijziging betrekking heeft. Klik op Bijwerken om de koppelingen in deze bestanden bij te werken of klik op Niet bijwerken om de bestanden ongewijzigd te laten.

  4. Klik op OK.

Een cachebestand voor uw site maken

  1. Selecteer Site > Sites beheren.
  2. Selecteer een site en klik op Bewerken.
  3. Vouw de categorie Geavanceerde instellingen in het dialoogvenster Site-instelling uit en selecteer de categorie Lokale informatie.
  4. Schakel in de categorie Lokale info het selectievakje Cache inschakelen in.

    De eerstvolgende keer dat u koppelingen naar bestanden in uw lokale map wijzigt of verwijdert nadat u Dreamweaver opnieuw hebt opgestart, vraagt Dreamweaver of u de cache wilt laden. Als u op Ja klikt, laadt Dreamweaver de cache en worden alle koppelingen naar het gewijzigde bestand bijgewerkt. Als u op Nee klikt, wordt de wijziging geregistreerd in de cache, maar laadt Dreamweaver de cache niet en worden koppelingen niet bijgewerkt.

    Het kan even duren voordat de cache van grotere sites is geladen omdat Dreamweaver moet controleren of de cache is bijgewerkt door de tijdstempel van de bestanden in de lokale site te vergelijken met de tijdstempel die is geregistreerd in de cache. Als u geen bestanden buiten Dreamweaver hebt gewijzigd, kunt u gerust op de knop Stop klikken wanneer deze wordt weergegeven.

De cache opnieuw maken

  1. Ga naar het deelvenster Bestanden en selecteer Site > Geavanceerd > Sitecache opnieuw maken.

Dreamweaver kan koppelingen automatisch bijwerken wanneer u bestanden verplaatst of de naam ervan wijzigt, maar u kunt ook handmatig alle koppelingen aan een ander doel toewijzen (inclusief e-mail-, FTP-, null- en scriptkoppelingen).

Deze optie is handig wanneer u een bestand verwijdert waarnaar wordt verwezen in andere bestanden. U kunt de optie echter ook in andere gevallen gebruiken. Stel dat u bijvoorbeeld de woorden “films van de maand" overal in uw site wilt koppelen aan het bestand /movies/july.html. Op 1 augustus wilt u al deze koppelingen wijzigen zodat ze verwijzen naar /movies/august.html.

  1. Selecteer een bestand in de Lokale weergave van het deelvenster Bestanden.

    Opmerking:

    Als u een e-mail-, FTP-, null- of scriptkoppeling wilt wijzigen, hoeft u geen bestand te selecteren.

  2. Selecteer Site > Site-opties > Koppelingen op de hele site wijzigen

  3. In het dialoogvenster Koppeling op de hele site wijzigen vult u deze opties in:

    Wijzig alle koppelingen naar

    Klik op het mappictogram  en blader naar het bestand dat u wilt ontkoppelen. Als u een e-mail-, FTP-, null- of scriptkoppeling wijzigt, typt u de volledige tekst van de koppeling die u wilt wijzigen.

    In koppelingen naar

    Klik op het mappictogram  en blader naar het bestand waarnaar u de koppeling wilt maken. Als u een e-mail-, FTP-, null- of scriptkoppeling wijzigt, typt u de volledige tekst van de vervangende koppeling.

  4. Klik op OK.

    Dreamweaver werkt alle documenten met koppelingen naar het geselecteerde bestand bij zodat deze verwijzen naar het nieuwe bestand. Daarbij wordt hetzelfde type pad gebruikt als het pad dat al in het document werd gebruikt (als het oude pad bijvoorbeeld documentafhankelijk relatief was, is het nieuwe pad dat ook).

    Als u een koppeling op de hele site hebt gewijzigd, is het oorspronkelijke bestand zwevend geworden (dat wil zeggen dat er geen andere bestanden zijn met koppelingen naar dit bestand). U kunt het bestand verwijderen zonder dat koppelingen in uw lokale Dreamweaver-site verbroken worden.

    Opmerking:

    Omdat deze wijzigingen lokaal worden uitgevoerd, moet u het desbetreffende zwevende bestand in de externe map handmatig verwijderen en gewijzigde bestanden handmatig plaatsen of inchecken. Als u dat niet doet, zijn uw wijzigingen niet zichtbaar voor bezoekers van uw site.

Koppelingen zijn niet actief in Dreamweaver. Dat wil zeggen dat u gekoppelde documenten niet kunt openen door op de koppeling in het documentvenster te klikken.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik met de rechtermuisknop op de koppeling en selecteer Gekoppelde pagina openen.

    • Houd de Control-toets (Windows) of de Command-toets (Mac) ingedrukt en dubbelklik op de koppeling.

    Opmerking:

    Het gekoppelde document moet zich op uw lokale schijf bevinden.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid