Handboek Annuleren

PDF-toegankelijkheid instellen en controleren (Acrobat Pro)

  1. Gebruikershandleiding voor Acrobat
  2. Inleiding tot Acrobat
    1. Acrobat openen vanaf bureaublad, mobiel apparaat, web
    2. Nieuw in Acrobat
    3. Sneltoetsen
    4. Systeemvereisten
  3. Werkruimte
    1. Beginselen van de werkruimte
    2. PDF's openen en weergeven
      1. PDF's openen
      2. Bladeren door PDF-pagina's
      3. PDF-voorkeuren weergeven
      4. PDF-weergaven aanpassen
      5. Miniatuurvoorvertoning van PDF's inschakelen
      6. PDF in browser tonen
    3. Werken met onlineopslagaccounts
      1. Bestanden openen vanuit Box
      2. Bestanden openen vanuit Dropbox
      3. Bestanden openen vanuit OneDrive
      4. Bestanden openen vanuit SharePoint
      5. Bestanden openen vanuit Google Drive
    4. Acrobat en macOS
    5. Acrobat-meldingen
    6. Rasters, hulplijnen en metingen in PDF's
    7. Aziatische tekst, Cyrillische tekst en tekst van rechts naar links in PDF's
  4. PDF's maken
    1. Een overzicht van het maken van PDF's
    2. PDF's maken met Acrobat
    3. PDF's maken met PDFMaker
    4. Adobe PDF-printer gebruiken
    5. Webpagina's converteren naar PDF
    6. PDF's maken met Acrobat Distiller
    7. Conversie-instellingen voor Adobe PDF
    8. PDF-lettertypen
  5. PDF's bewerken
    1. Tekst bewerken in PDF's
    2. Afbeeldingen of objecten bewerken in een PDF
    3. PDF-pagina's roteren, verplaatsen, verwijderen en opnieuw nummeren
    4. Gescande PDF's bewerken
    5. Foto's in een document verbeteren die zijn gemaakt met een mobiele camera
    6. PDF's optimaliseren
    7. PDF-eigenschappen en -metagegevens
    8. Koppelingen en bijlagen in PDF's
    9. PDF-lagen
    10. Paginaminiaturen en bladwijzers in PDF's
    11. Wizard Handelingen (Acrobat Pro)
    12. PDF's geconverteerd naar webpagina's
    13. PDF's instellen voor een presentatie
    14. PDF-artikelen
    15. Georuimtelijke PDF's
    16. Handelingen en scripts toepassen op PDF's
    17. Het standaardlettertype voor het toevoegen van tekst wijzigen
    18. Pagina's verwijderen uit een PDF
  6. Scannen en OCR
    1. Documenten naar PDF scannen
    2. Foto's in een document verbeteren
    3. Scannerproblemen oplossen bij het scanproces in Acrobat
  7. Formulieren
    1. Beginselen van PDF-formulieren
    2. Een geheel nieuw formulier maken in Acrobat
    3. PDF-formulieren maken en distribueren
    4. PDF-formulieren invullen
    5. Eigenschappen van PDF-formuliervelden
    6. PDF-formulieren invullen en ondertekenen
    7. Actieknoppen instellen in PDF-formulieren
    8. Interactieve PDF-webformulieren publiceren
    9. Beginselen van PDF-formuliervelden
    10. PDF-streepjescodeformuliervelden
    11. PDF-formuliergegevens verzamelen en beheren
    12. Formulierbeheer
    13. Help bij PDF-formulieren
    14. PDF-formulieren verzenden naar ontvangers via e-mail of een interne server
  8. Bestanden combineren
    1. Bestanden combineren of samenvoegen in één PDF
    2. PDF-pagina's roteren, verplaatsen, verwijderen en opnieuw nummeren
    3. Kopteksten, voetteksten en Bates-nummering toevoegen aan PDF's
    4. PDF-pagina's bijsnijden
    5. Watermerken toevoegen aan PDF's
    6. Achtergronden toevoegen aan PDF's
    7. Werken met deelbestanden in een PDF-portfolio
    8. PDF-portfolio's publiceren en delen
    9. Overzicht van PDF-portfolio's
    10. PDF-portfolio's maken en aanpassen
  9. Bestanden delen, reviseren en opmerkingen plaatsen
    1. PDF's online delen en bijhouden
    2. Tekst met bewerkingen markeren
    3. Een PDF-revisie voorbereiden
    4. Een PDF-revisie starten
    5. Gedeelde revisies hosten op SharePoint- of Office 365-sites
    6. Deelnemen aan een PDF-revisie
    7. Opmerkingen toevoegen aan PDF's
    8. Een stempel aan een PDF toevoegen
    9. Goedkeuringswerkstromen
    10. Opmerkingen beheren | weergeven, erop reageren, afdrukken
    11. Opmerkingen importeren en exporteren
    12. PDF-revisies bijhouden en beheren
  10. PDF's opslaan en exporteren
    1. PDF's opslaan
    2. PDF converteren naar Word
    3. PDF converteren naar JPG
    4. PDF's converteren of exporteren naar andere bestandsindelingen
    5. Bestandsindelingopties voor PDF exporteren
    6. PDF-inhoud opnieuw gebruiken
  11. Beveiliging
    1. Uitgebreide beveiligingsinstelling voor PDF's
    2. PDF's beveiligen met wachtwoorden
    3. Digitale id's beheren
    4. PDF's beveiligen met certificaten
    5. Beveiligde PDF's openen
    6. Vertrouwelijke inhoud uit PDF's verwijderen
    7. Beveiligingsbeleid instellen voor PDF's
    8. Een beveiligingsmethode kiezen voor PDF's
    9. Beveiligingswaarschuwingen wanneer een PDF wordt geopend
    10. PDF's beveiligen met Adobe Experience Manager
    11. Functie Beveiligde weergave voor PDF's
    12. Overzicht van beveiliging in Acrobat en PDF's
    13. JavaScripts in PDF's als beveiligingsrisico
    14. Bijlagen als beveiligingsrisico's
    15. Koppelingen in PDF's toestaan of blokkeren
  12. Elektronische handtekeningen
    1. PDF-documenten ondertekenen
    2. Uw handtekening vastleggen op mobiele apparaten en overal gebruiken
    3. Documenten verzenden ter elektronische ondertekening
    4. Over certificaathandtekeningen
    5. Op een certificaat gebaseerde handtekeningen
    6. Digitale handtekeningen valideren
    7. AATL-lijst (Adobe Approved Trust List)
    8. Vertrouwde identiteiten beheren
  13. Afdrukken
    1. Elementaire PDF-afdruktaken
    2. Boeken en PDF-portfolio's afdrukken
    3. Geavanceerde PDF-afdrukinstellingen
    4. Naar PDF afdrukken
    5. PDF's in kleur afdrukken (Acrobat Pro)
    6. PDF's afdrukken in aangepaste grootten
  14. Toegankelijkheid, codes en opnieuw plaatsen
    1. PDF-toegankelijkheid instellen en controleren
    2. Toegankelijkheidsfuncties in PDF's
    3. De tool Leesvolgorde voor PDF's
    4. PDF's lezen met functies voor toegankelijkheid en opnieuw plaatsen
    5. De documentstructuur bewerken met de deelvensters Inhoud en Codes
    6. Toegankelijke PDF's maken
  15. Zoeken en indexeren
    1. PDF-indexen maken
    2. Zoeken in PDF's
  16. Multimedia en 3D-modellen
    1. Audio, video en interactieve objecten toevoegen aan PDF's
    2. 3D-modellen toevoegen aan PDF's (Acrobat Pro)
    3. 3D-modellen weergeven in PDF's
    4. Interactie met 3D-modellen
    5. 3D-objecten meten in PDF's
    6. 3D-weergaven instellen in PDF's
    7. 3D-inhoud in PDF inschakelen
    8. Multimedia toevoegen aan PDF's
    9. Opmerkingen maken over 3D-ontwerpen in PDF's
    10. Video-, audio- en multimedia-indelingen in PDF's afspelen
    11. Opmerkingen toevoegen aan video's
  17. Gereedschappen voor afdrukproductie (Acrobat Pro)
    1. Overzicht van tools voor afdrukproductie
    2. Drukkermarkeringen en haarlijnen
    3. Voorbeeld van uitvoer bekijken
    4. Transparantieafvlakking
    5. Kleurconversie en inktbeheer
    6. Kleuren overvullen
  18. Preflight (Acrobat Pro)
    1. PDF/X-, PDF/A- en PDF/E-compatibele bestanden
    2. Preflight-profielen
    3. Geavanceerde Preflight-inspecties
    4. Preflight rapporten
    5. Preflight-resultaten, objecten en bronnen weergeven
    6. Uitvoerintenties in PDF's
    7. Probleemgebieden corrigeren met Preflight
    8. Documentanalyse automatiseren met droplets of Preflight-handelingen
    9. Documenten analyseren met Preflight
    10. Aanvullende controles in de tool Preflight
    11. Preflight-bibliotheken
    12. Preflight-variabelen
  19. Kleurbeheer
    1. Kleuren consistent houden
    2. Kleurinstellingen
    3. Kleurbeheer van documenten
    4. Werken met kleurprofielen
    5. Werken met kleurbeheer

Voordat u begint

We brengen een nieuwe, meer intuïtieve productervaring uit. Als het scherm dat hier wordt weergegeven, niet overeenkomt met uw productinterface, selecteert u Help voor uw huidige ervaring.

In de nieuwe interface staan de tools aan de linkerkant van het scherm.

Overzicht

U kunt met Acrobat PDF's maken die voldoen aan gebruikelijke toegankelijkheidsnormen, zoals Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.0 en PDF/UA (Universal Access, of ISO 14289). Acrobat biedt de volgende toegankelijkheidstools:

  • Voorbereiden op toegankelijkheid: met een vooraf gedefinieerde bewerking worden veel taken geautomatiseerd, wordt toegankelijkheid gecontroleerd, en krijgt u instructies voor items die handmatig moeten worden opgelost. U kunt snel probleemgebieden zoeken en oplossen.
  • Toegankelijkheidscontrole: deze verifieert of het document voldoet aan toegankelijkheidsnormen, zoals PDF/UA en WCAG 2.0.
  • Toegankelijkheidsrapport: een samenvatting van de toegankelijkheidscontrole. Dit rapport bevat koppelingen naar tools en documentatie voor het oplossen van problemen.
  • Leesopties: bevat instellingen voor de beschikbare leesopties. 
  • Leesvolgorde: met de tool Leesvolgorde kunt u de structuur, leesvolgorde en content van een PDF controleren.
  • Opslaan als toegankelijke tekst: hiermee kunt u het opgeslagen tekstbestand in een tekstverwerkingsprogramma lezen. Zo simuleert u de gebruikerservaring van lezers die een brailleprinter gebruiken om het document te lezen.

De toegankelijkheid van PDF's controleren (Acrobat Pro)

U kunt de tool Voorbereiden op toegankelijkheid gebruiken om een PDF te controleren en toegankelijk te maken. U wordt gevraagd toegankelijkheidsproblemen op te lossen, zoals een ontbrekende documentbeschrijving of titel. Er wordt gezocht naar gemeenschappelijke elementen die verdere actie vragen, zoals gescande tekst, formuliervelden, tabellen en afbeeldingen. U kunt een actie voor Voorbereiden op toegankelijkheid
uitvoeren op alle PDF's behalve dynamische formulieren (XFA-documenten) of portfolio's.

  1. Open de PDF en selecteer vervolgens in het menu Alle tools aan de linkerkant Meer weergeven > Voorbereiden op toegankelijkheid.

    U kunt ook in het bovenste menu de optie Alle tools weergeven selecteren. Scroll vervolgens omlaag naar Voorbereiden > Voorbereiden op toegankelijkheid en selecteer Openen.

    De pagina Voorbereiden op toegankelijkheid wordt weergegeven met een lijst met beschikbare acties in het linkerdeelvenster.

  2. Selecteer Toegankelijkheidscontrole in het linkerdeelvenster.

    Het rechterdeelvenster toont alle taken die onderdeel zijn van de actie Toegankelijk maken, samen met instructies om de actie uit te voeren.

  3. Selecteer de gewenste opties in het dialoogvenster Opties voor toegankelijkheidscontrole en selecteer vervolgens Controle starten.

  4. Als de controle is voltooid, verschijnt er een deelvenster aan de rechterkant waarin de toegankelijkheidsproblemen worden vermeld. Selecteer het vervolgkeuzemenu van elk type probleem om de details weer te geven en correcties aan te brengen zoals voorgesteld.

    Omdat met de functie Toegankelijkheidscontrole geen onderscheid wordt gemaakt tussen essentiële en niet-essentiële typen content, hebben sommige gemelde problemen mogelijk geen gevolgen voor de leesbaarheid. We raden u aan alle problemen te bekijken om te bepalen welke problemen moeten worden gecorrigeerd.

    Het rapport vertoont een van de volgende statussen voor elke regelcontrole:

    • Voltooid: het item is toegankelijk.
    • Overgeslagen door gebruiker: de regel is niet gecontroleerd omdat deze niet is geselecteerd in het dialoogvenster Opties voor toegankelijkheidscontrole.
    • Handmatige controle vereist: de functie Volledige controle/Toegankelijkheidscontrole kan het item niet automatisch controleren.Controleer het item handmatig.
    • Mislukt: het item is niet geslaagd voor de toegankelijkheidscontrole.
  5. Als u een volledig rapport van de controle wilt weergeven, selecteert u in het linkerdeelvenster Toegankelijkheidsrapport.

    Er wordt een gedetailleerd rapport weergegeven in het rechterdeelvenster.

Problemen met toegankelijkheid oplossen (Acrobat Pro)

Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd CTRL ingedrukt en klik (Mac OS) op het item in het deelvenster Toegankelijkheidscontrole en selecteer een van de volgende opties in het contextmenu om een ontdekte fout te herstellen nadat u het Voorbereiden op een toegankelijkheidscontrole hebt uitgevoerd:

  • Herstellen: Acrobat repareert het item automatisch of geeft een dialoogvenster weer waarin u wordt gevraagd het item handmatig te repareren.
  • Regel overslaan: Hiermee wordt deze optie uitgeschakeld in het dialoogvenster Opties voor toegankelijkheidscontrole voor toekomstige controles van dit document, en verandert de status van het item in Overgeslagen.
  • Meer informatie: Hiermee opent u de online Help, waar u meer informatie vindt over het toegankelijkheidsprobleem.
  • Opnieuw controlerenHiermee wordt de controle opnieuw uitgevoerd op alle items. Kies deze optie na het aanpassen van één of meer items.
  • Rapport weergeven: Geeft een rapport weer met koppelingen naar tips voor het herstellen van ontdekte fouten.
  • Opties: Hiermee wordt het dialoogvenster Opties voor toegankelijkheidscontrole geopend, waardoor u kunt selecteren welke controles worden uitgevoerd.

Toegankelijkheidsproblemen

Document

Voorkomen dat beveiligingsinstellingen problemen opleveren met schermlezers

De auteur van een document kan instellen dat geen enkel deel van een toegankelijke PDF mag worden gekopieerd, afgedrukt, geëxtraheerd, bewerkt of van opmerkingen voorzien. Deze instelling kan ertoe leiden dat het document niet goed kan worden gelezen door schermlezers, omdat schermlezers de tekst van het document moeten kunnen kopiëren of extraheren om deze naar spraak te kunnen converteren.

Deze markering geeft aan of het nodig is om de beveiligingsinstellingen in te schakelen die toegankelijkheid toestaan.

Als u de regel automatisch wilt corrigeren, gaat u naar Alle tools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Toegankelijkheidscontrole en zorgt u ervoor dat het selectievakje Toegankelijkheidstoestemming inschakelenis ingeschakeld voordat u de controle uitvoert. Klik vervolgens in het rapport Toegankelijkheidscontrole met de rechtermuisknop op de Markering voor toegankelijkheidstoestemming en selecteer Herstellen.

De toegankelijkheidstoestemmingen handmatig herstellen:

  1. Selecteer het hamburgermenu (Windows) of het menu Bestand (macOS) > Documenteigenschappen.

  2. In het dialoogvenster Documenteigenschappen:

    1. Selecteer het tabblad Beveiliging.
    2. In de vervolgkeuzelijst Beveiligingsmethode selecteert u Geen beveiliging.
    3. Selecteer OK.

Als het hulpprogramma als Trusted Agent bij Adobe is geregistreerd, kunt u soms ook PDF's lezen die ontoegankelijk zijn voor andere hulpprogramma's. Als een schermlezer of ander product een Trusted Agent is, wordt dit door Acrobat herkend en worden de beveiligingsinstellingen genegeerd die de toegang tot de inhoud beperken. De beveiligingsinstellingen blijven echter van kracht voor alle andere doeleinden, zoals om te voorkomen dat de tekst wordt afgedrukt, gekopieerd, uitgepakt, van opmerkingen wordt voorzien of bewerkt.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A), 4.1.2 Naam, rol, waarde

PDF met alleen afbeelding

Hiermee wordt gemeld of het document niet-tekstuele inhoud bevat die niet toegankelijk is. Als het document tekst lijkt te bevatten, maar geen lettertypen, kan het PDF met alleen een afbeelding zijn.

Als u de regel automatisch wilt herstellen, gaat u naar Alle tools Voorbereiden op toegankelijkheid > Toegankelijkheidscontrole en zorgt u ervoor dat het selectievakje Document is geen PDF met alleen afbeeldingen is uitgeschakeld voordat de controle wordt uitgevoerd.

Om deze regelcontrole handmatig op te lossen gebruikt u OCR om tekst in gescande afbeeldingen te herkennen:

  1. Selecteer Scannen en OCR in het menu Alle tools.

  2. Selecteer in het deelvenster Scannen en OCR onder Tekstherkenning de optie In dit bestand.

  3. Selecteer in het dialoogvenster Pagina's de pagina's die u wilt verwerken en de documenttaal, en selecteer vervolgens Tekstherkenning.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud (A).

Gecodeerde PDF

Als deze regelcontrole mislukt, is het document niet gecodeerd om de juiste leesvolgorde op te geven.

Als u het item automatisch wilt corrigeren, gaat u naar Alle tools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Toegankelijkheidscontrole en zorgt u ervoor dat het selectievakje Document is gelabeld als PDF is ingeschakeld voordat de controle wordt uitgevoerd. Acrobat voegt automatisch codes toe aan de PDF.

Zo kunt u codes handmatig opgeven:

  • Schakel voorziening van tags in de brontoepassing in en maak de PDF opnieuw.
  • Selecteer Alle tools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Document automatisch labelen. Als er problemen zijn, wordt het rapport Tags toevoegen weergegeven in het navigatievenster. In dit rapport worden de mogelijke problemen per pagina weergegeven en vindt u koppelingen naar deze problemen met suggesties voor het oplossen ervan.
  • Selecteer Alle tools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Leesvolgorde en maak de tagstructuur. Zie Leesvolgorde voor meer informatie.
  • Open het deelvenster Tags en maak de tagstructuur handmatig.Om het deelvenster Tags weer te geven selecteert u het hamburgermenu (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken (macOS) en selecteert u vervolgens Tonen/Verbergen > Zijdeelvensters > Toegankelijkheidstags. Ga voor meer informatie naar Documentstructuur bewerken met het deelvenster Content en tags.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties, 1.3.2, 2.4.1, 2.4.4, 2.4.5, 2.4.6, 3.1.2, 3.3.2, 4.1.2 Naam, rol, waarde

Logische leesvolgorde

Verifieer deze regelcontrole handmatig. Zorg ervoor dat de leesvolgorde die wordt weergegeven in het deelvenster Tags, overeenkomt met de logische leesvolgorde van het document.

Documenttaal

Als u de documenttaal in een PDF instelt, kunnen sommige schermlezers naar de juiste taal overschakelen. Deze controle bepaalt of de primaire teksttaal voor PDF is opgegeven. Als de controle mislukt, stelt u de taal in.

Om de taal automatisch in te stellen selecteert u Primaire taal op het tabblad Toegankelijkheidscontrole en kiest u vervolgens Oplossing in het menu Opties . Kies een taal in het dialoogvenster Leestaal instellen en selecteer vervolgens OK.

Zo kunt u de taal handmatig instellen:

  • Kies het hamburgermenu  (Windows) of het menu Bestand (macOS) > Eigenschappen > Geavanceerd en vervolgens Taal selecteren in de vervolgkeuzelijst in het gedeelte Leesopties. (Als de taal niet in de keuzelijst wordt weergegeven, kunt u de ISO-code 639 voor de taal invoeren in het veld Taal.) Deze instelling past de primaire taal voor de volledige PDF toe.
  • Stel de taal in voor alle tekst in een onderverdeling van de codestructuur. Open het deelvenster Codes . Vouw het basisniveau van Codes uit en selecteer een element. Kies Eigenschappen in het menu Opties . Kies een taal in de vervolgkeuzelijst Taal. (Om het deelvenster Tags weer te geven selecteert u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken ( macOS) en selecteer Weergeven/Verbergen > Zijdeelvensters Toegankelijkheid tags.)
  • Stel de taal in voor een blok tekst door het tekstelement of het containerelement te selecteren in het deelvenster Content . Klik vervolgens met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (macOS) op de tekst, kies Eigenschappen in het contextmenu en kies een taal in de vervolgkeuzelijst Taal. (Om het deelvenster Content weer te geven selecteert u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken ( macOS) en selecteert u Weergeven/Verbergen > ZijdeelvenstersContent.)
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: Taal van pagina (niveau A)

Titel

Hiermee wordt gemeld titel in de titelbalk van de Acrobat-toepassing staat.

Als u de titel automatisch wilt repareren, selecteert u Titel op de tab Toegankelijkheidscontrole en kiest u Corrigeren in het menu Opties . Voer de documenttitel in het dialoogvenster Beschrijving in (deselecteer zo nodig Ongewijzigd laten).

De titel handmatig corrigeren:

  1. Selecteer het hamburgermenu  (Windows) of het menu Bestand (macOS) > Documenteigenschappen.

  2. Voer in het dialoogvenster dat wordt geopend onder Beschrijving een titel in het tekstvak Titel in.

  3. Selecteer Eerste weergave en selecteer vervolgens in het vervolgkeuzemenu Weergeven de optie Documenttitel.

  4. Selecteer OK.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 2.4 Getitelde pagina (niveau A)

Bladwijzers

Deze controle mislukt wanneer het document 21 of meer pagina's bevat, maar geen bladwijzers heeft die overeenkomt met de documentstructuur.

Als u bladwijzers aan het document wilt toevoegen, selecteert u Bladwijzers in het deelvenster Toegankelijkheidscontrole en kiest u Repareren in het menu Opties . Selecteer in het dialoogvenster Structuurelementen de elementen die u als bladwijzers wilt gebruiken en klik op OK. (U kunt het dialoogvenster Structuurelementen ook openen door in het menu Opties van het tabblad Bladwijzers te klikken en de opdracht Nieuwe bladwijzers van structuur te selecteren.)

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-secties: 2.4.1 Blokkeringen omzeilen (niveau A), 2.4.5 Meerdere manieren (Niveau AA)

Kleurcontrast

Als deze controle mislukt, is het mogelijk dat het document inhoud bevat die niet toegankelijk is voor personen die kleurenblind zijn.

Voor het oplossen van dit probleem moet u ervoor zorgen dat de inhoud van het document voldoet aan de richtlijnen in WCAG-sectie 1.4.3. U kunt ook een aanbeveling opnemen dat de PDF-viewer kleuren met hoog contrast gebruikt:

  1. Selecteer het hamburgermenu (Windows) of het menu Acrobat (macOS) > Voorkeuren.

  2. Selecteer Toegankelijkheid in het linkervenster in het dialoogvenster dat wordt geopend.

  3. Selecteer Documentkleuren vervangen en selecteer vervolgens Kleuren met hoog contrast gebruiken. Kies uit de kleurencombinatie met hoog contrast de gewenste kleurencombinatie en selecteer vervolgens OK.

Pagina-inhoud

Gecodeerde inhoud

Met deze controle wordt gemeld of alle inhoud in het document is gecodeerd. Zorg ervoor dat alle inhoud in het document is opgenomen in de codestructuur of is gemarkeerd als artefact.

Voer een van de volgende handelingen uit om deze regelcontrole repareren:

  • Open het deelvenster Content en klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (macOS) op de content die u als artefact wilt markeren. Selecteer vervolgens Artefact maken in het contextmenu. (Om het tabblad Content weer te geven selecteert u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken ( macOS) en selecteer Weergeven/Verbergen > ZijdeelvenstersContent.)
  • Tag de content door Alle tools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Leesvolgorde te kiezen. Selecteer de inhoud en pas vervolgens de vereiste codes toe.
  • Wijs tags toe met behulp van het deelvenster Tags . Klik`met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op het element in de Codestructuur en kies Label maken van selectie. Items zoals opmerkingen, koppelingen en annotaties worden niet altijd in de Codestructuur opgenomen. Als u deze items wilt zoeken, kiest u Zoeken in het menu Opties. (Om het deelvenster Tags weer te geven selecteert u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken ( macOS) en selecteert u Weergeven/VerbergenZijdeelvenstersToegankelijkheidstags.)
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-secties: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud (A), 1.3.1 Info en relaties (niveau A), 1.3.2 Zinnige reeks (niveau A), 2.4.4 Koppelingsdoel (in context) (niveau A), 3.1.2 Taal van delen (niveau AA), 4.1.2 Naam, rol, waarde

Gecodeerde annotaties

Met deze regel wordt gecontroleerd of alle annotaties zijn gecodeerd. Controleer of annotaties zoals opmerkingen en redactietekens (zoals invoegen en markeren) zijn opgenomen in de Codestructuur of zijn gemarkeerd als artefacten.

  • Open het deelvenster Content en klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op de inhoud die u als artefact wilt markeren. Selecteer vervolgens Artefact maken in het contextmenu. (Om het deelvenster Content weer te geven kiest u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken (macOS) en selecteert u vervolgens Weergeven/Verbergen > ZijdeelvenstersContent).
  • Selecteer Alle tools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Leesvolgorde om de content te taggen. Selecteer vervolgens de content en pas zo nodig de tags toe.
  • Wijs tags toe met behulp van het deelvenster Tags . (Om het deelvenster Tags weer te geven kiest u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken (macOS) en selecteert u vervolgens Weergeven/Verbergen
    > ZijdeelvenstersToegankelijkheidstags) .

Als u Acrobat automatisch tags wilt laten toewijzen aan notities terwijl ze worden gemaakt, kiest u Document automatisch labelen in het menu Opties ( . . . ) in het deelvenster Tags.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-secties: 1.3.1 Info en relaties (niveau A), 4.1.2 Naam, rol, waarde

Tabvolgorde

Omdat de tabbladen vaak worden gebruikt om in PDF's te navigeren, is het noodzakelijk dat de tabvolgorde overeenkomt met de documentstructuur.

Als u de tabvolgorde automatisch wilt bevestigen, selecteert u Tabvolgorde in het deelvenster Toegankelijkheidscontrole en kiest u Repareren in het menu Opties .

Als u de tabvolgorde voor koppelingen, formuliervelden, opmerkingen en andere annotaties handmatig wilt repareren:

  1. Klik op het deelvenster Paginaminiaturen in het navigatievenster.

  2. Klik op een paginaminiatuur en kies Pagina-eigenschappen in het menu Opties .

  3. In het dialoogvenster Pagina-eigenschappen kiest u Tabvolgorde. Selecteer vervolgens Documentstructuur gebruiken en selecteer OK.

  4. Herhaal deze stap voor alle miniaturen in het document.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 2.4.3, Activeringsvolgorde (niveau A)

Tekencodering

Door het opgeven van de huidige codering kunnen PDF-viewers gebruikers leesbare tekst bieden. Sommige problemen met tekencodering kunnen echter niet worden opgelost in Acrobat.

Voor een juiste codering doet u het volgende:

  • Controleer of de vereiste lettertypen op uw systeem zijn geïnstalleerd.
  • Gebruik een ander lettertype (bij voorkeur OpenType) in het oorspronkelijke document en maak de PDF opnieuw.
  • Maak het PDF-bestand opnieuw met een nieuwere versie van Acrobat Distiller.
  • Gebruik het meest recente stuurprogramma van Adobe Postscript om het PostScript-bestand te maken en vervolgens de PDF opnieuw te maken.
Opmerking:

De WCAG behandelt niet de toewijzing van Unicode-tekens.

Gecodeerde multimedia

Met deze regel wordt gecontroleerd of alle multimediaobjecten zijn gecodeerd. Zorg ervoor dat er content is opgenomen in de Tags-structuur of is gemarkeerd als een artefact.

Open het deelvenster Inhoud en klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op de inhoud die u als artefact wilt markeren. Selecteer vervolgens Artefact maken in het contextmenu. (Om het deelvenster Content weer te geven selecteert u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken ( macOS) en selecteert u Weergeven/Verbergen > Zijdeelvensters > Content.)

Tag de content door Alle tools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Leesvolgorde te kiezen. Selecteer de inhoud en pas vervolgens de vereiste codes toe.

Wijs tags toe met behulp van het deelvenster Tags . Klik`met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op het element in de Codestructuur en kies Label maken van selectie. (Om het deelvenster Tags weer te geven selecteert u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken ( macOS) en selecteert u Weergeven/Verbergen > Zijdeelvensters > Toegankelijkheidstags.)

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A), 1.2.1 Alleen audio en alleen video (vooraf opgenomen). (A), 1.2.2 Bijschriften (vooraf opgenomen). (A), 1.2.3 Audio-beschrijving of media-alternatief (vooraf opgenomen). (A), 1.2.5 Audio-beschrijving (vooraf opgenomen). (AA)

Schermflikkering

De elementen waardoor het scherm gaat flikkeren, zoals animaties en scripts, kunnen leiden tot toevallen bij personen die last hebben van fotogevoelige epilepsie. Deze elementen zijn soms ook moeilijk zichtbaar wanneer het scherm wordt vergroot.

Als de regel voor Schermflikkering mislukt, kunt u het script of de inhoud die de flikkering veroorzaakt, handmatig verwijderen of aanpassen.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A), 1.2.1 Alleen audio en alleen video (vooraf opgenomen). (A), 1.2.2 Bijschriften (vooraf opgenomen). (A), 1.2.3 Audio-beschrijving of media-alternatief (vooraf opgenomen). (A), 2.3.1 Drie instanties van Flash of onder de drempelwaarde. (Niveau A)

Scripts

Inhoud kan niet manuscript-afhankelijk zijn, tenzij de inhoud en de functionaliteit toegankelijk zijn voor ondersteunende hulpmiddelen. Zorg ervoor dat scripts de toetsenbordnavigatie of het gebruik van invoerapparaten niet hinderen.

Controleer de scripts handmatig. Verwijder of wijzig een script of inhoud waardoor de toegankelijkheid vermindert.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A), 2.2.2 Pauze, Stop, Verbergen. (Niveau A), 4.1.2 Naam, rol, waarde

Reacties met tijdslimiet

Deze regelcontrole is van toepassing op documenten die formulieren met JavaScript bevatten. Als de regelcontrole mislukt, controleert u of de pagina geen reacties met tijdslimiet vereist. Bewerk of verwijder scripts die tijdslimiet aan de reactie van de gebruiker opleggen, zodat gebruikers genoeg tijd hebben om de inhoud te lezen en te gebruiken.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 2.2.1 Aanpasbare timing. (Niveau A)

URL's zijn alleen beschikbaar voor schermlezers als het actieve koppelingen zijn die correct zijn gecodeerd in de PDF. (De beste manier om toegankelijke koppelingen te maken is met de opdracht Koppeling maken, waarmee alle drie koppelingen worden toegevoegd die schermlezers nodig hebben om een koppeling te herkennen.) Zorg ervoor dat navigatiekoppelingen niet worden herhaald en dat er een manier is waarmee gebruikers herhaalde koppelingen kunnen overslaan.

Als deze regelcontrole mislukt, controleert u handmatig de navigatiekoppelingen en controleert u of de inhoud niet te veel identieke koppelingen heeft. Geef gebruikers ook een manier om items over te slaan die meerdere keren worden weergegeven. Als bijvoorbeeld dezelfde koppelingen op elke pagina van het document wordt weergegeven, neemt u ook een koppeling 'Navigatie overslaan' op.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 2.4.1 Blokkeringen omzeilen. (Niveau A)

Formulieren

Gecodeerde formuliervelden

In een toegankelijke PDF zijn alle formuliervelden gecodeerd en maken ze deel uit van de documentstructuur. Bovendien kunt u met de formulierveldeigenschap voor knopinfo de gebruiker informatie geven of aanwijzingen geven.

Kies Alle tools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Document Automatisch labelen om formuliervelden te taggen.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A), 4.1.2 Naam, rol, waarde

Veldomschrijvingen

Voor toegankelijkheid hebben alle formuliervelden een tekstbeschrijving nodig (knopinfo).

Zo kunt u een tekstbeschrijving aan een formulierveld toevoegen:

  1. Selecteer een van de tools voor Formulieren en klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op het formulierveld.
  2. Kies Eigenschappen in het contextmenu.
  3. Klik op het tabblad Algemene eigenschappen.
  4. Voer een beschrijving van het formulierveld in het veld Knopinfo in.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A), 3.3.2 Codes of instructies (niveau A), 4.1.2 Naam, rol, waarde

Alternatieve tekst

Alternatieve tekst voor figuren

Zorg dat de afbeeldingen in het document alternatieve tekst bevatten of zijn gemarkeerd als artefacten.

Als deze regelcontrole mislukt, voert u een van de volgende handelingen uit:

  • Selecteer Alternatieve tekst voor figuren controleren in het deelvenster Toegankelijkheidscontrole en kies Repareren in het menu Opties . Voeg alternatieve tekst toe zoals gevraagd in het dialoogvenster Alternatieve tekst instellen.
  • In het deelvenster Codes kunt u alternatieve tekst voor afbeeldingen toevoegen in de PDF.
  • Open het deelvenster Inhoud en klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op de inhoud die u als artefact wilt markeren. Selecteer vervolgens Artefact maken in het contextmenu. (Om het deelvenster Content weer te geven selecteert u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteert u het menu Bekijken (macOS) en selecteert u Weergeven/Verbergen > Zijdeelvensters > Content.)
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A)

Geneste alternatieve tekst

De schermlezers lezen niet de alternatieve tekst voor geneste elementen. Pas daarom geen alternatieve tekst in geneste elementen toe.

Als u alternatieve tekst uit geneste elementen wilt verwijderen, doet u het volgende:

  1. Selecteer het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteer het menu Bekijken (macOS) en selecteer vervolgens Tonen/Verbergen > Zijdeelvensters > Toegankelijkheidstags.
  2. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op een genest element in het venster Toegankelijkheidstags en kies Eigenschappen in het contextmenu.
  3. Verwijder de alternatieve tekst en de tekst waarop deze is toegepast uit het dialoogvenster Objecteigenschappen en selecteer vervolgens Sluiten.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: #1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A)

Gekoppeld aan inhoud

Zorg ervoor dat alternatieve tekst altijd een alternatieve weergave is van de content op de pagina. Als een element alternatieve tekst heeft, maar geen paginacontent bevat, is er geen manier om te bepalen op welke pagina deze staat. Als de optie voor Schermlezer in de voorkeuren voor Lezen niet is ingesteld om het hele document te lezen, lezen schermlezers nooit de alternatieve tekst.

  1. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op een item om het te controleren.
  2. Open het in het deelvenster Toegankelijkheidstags. (Als u het deelvenster Toegankelijkheidstags wilt weergeven, selecteert u het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken  of selecteert u het menu Bekijken (macOS) en selecteert u vervolgens Weergeven/Verbergen > Zijdeelvensters  > Toegankelijkheidstags.)
  3. Verwijder de alternatieve tekst uit het deelvenster Codes voor elk genest item dat geen pagina-inhoud heeft.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A)

Annotatie wordt verborgen

Alternatieve tekst kan geen annotatie verbergen. Als een annotatie onder een bovenliggend element met alternatieve tekst is genest, zien schermlezers deze niet.

Als u alternatieve tekst uit geneste elementen wilt verwijderen:

  1. Selecteer het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteer het menu Bekijken (macOS) en selecteer vervolgens Tonen/Verbergen > Zijdeelvensters > Toegankelijkheidstags.
  2. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op een genest element in het deelvenster Codes en selecteer Eigenschappen in het contextmenu.
  3. Verwijder de alternatieve tekst uit het dialoogvenster Objecteigenschappen en selecteer OK.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A), 4.1.2 Naam, rol, waarde

Alternatieve tekst voor overige elementen

Dit rapport controleert op andere content dan figuren waarvoor alternatieve tekst nodig is (zoals multimedia, annotatie of 3D-model). Zorg ervoor dat alternatieve tekst altijd een alternatieve weergave is van de content op de pagina. Als een element alternatieve tekst heeft, maar geen paginacontent bevat, is er geen manier om te bepalen op welke pagina deze staat. Als de optie voor Schermlezer in de voorkeuren voor Lezen niet is ingesteld om het hele document te lezen, lezen schermlezers de alternatieve tekst niet.

  1. Selecteer het hamburgermenu  (Windows) > Bekijken of selecteer het menu Bekijken (macOS) en selecteer vervolgens Tonen/Verbergen > Zijdeelvensters > Toegankelijkheidstags.
  2. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op een genest element in het deelvenster Toegankelijkheidstags en kies Eigenschappen in het contextmenu.
  3. Verwijder de alternatieve tekst uit het dialoogvenster Objecteigenschappen en selecteer OK.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A)

Tabellen

Omdat een tabelstructuur complex kan zijn, is het verstandig om deze handmatig te controleren op toegankelijkheid.

Rijen

Deze regel controleert of elke TR in een tabel een onderliggend item is van Table, THead, TBody, of TFoot.

Zie Tabelcodes corrigeren met het deelvenster Codes.

Opmerking:

Verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A)

TH en TD

In een goed tabelstructuur zijn TH en TD onderliggende items van TR.

Zie Tabelcodes corrigeren met het deelvenster Codes.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: #1.3.1 Info en relaties. (Niveau A)

Koppen

Voor toegankelijkheid is het noodzakelijk dat alle tabellen in PDF een koptekst hebben.

Zie Tabelcodes corrigeren met het deelvenster Codes.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A)

Regelmaat

Tabellen moeten hetzelfde aantal kolommen per rij bevatten en hetzelfde aantal rijen per kolom om toegankelijk te zijn.

Zie Tabelcodes corrigeren met het deelvenster Codes.

Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A)

Samenvatting

Tabeloverzichten zijn optioneel, maar kunnen de toegankelijkheid verbeteren.

  1. Selecteer Alle ttools > Voorbereiden op toegankelijkheid > Leesvolgorde.
  2. Selecteer de tabel door er een rechthoek omheen te tekenen. 
  3. Selecteer Tabel in het dialoogvenster Leesvolgorde.
  4. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik op (Mac OS) Tabel.
  5. Klik op Tabeloverzicht bewerken.
  6. Voer een samenvatting in en selecteer OK.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A)

Lijsten

Lijstitems

De controle meldt of elk lijstitem (LI) een onderliggend item is van de lijst (L). Wanneer deze regelcontrole mislukt, is de structuur van deze lijst onjuist. Lijsten moeten de volgende structuur hebben: een lijstelement moet Lijstitemelementen bevatten. Lijstitemelementen kunnen alleen Labelelementen en Lijstitemtekstelementen bevatten.

Als u de lijststructuur wilt repareren:

  1. Zoek de lijst in het deelvenster Toegankelijkheidscontrole door met de rechtermuisknop te klikken (Windows) of door Ctrl vast te houden en te klikken (Mac OS) op het mislukte element en de optie Tonen te kiezen in het deelvenster Codes .
  2. U kunt elementen maken, typen elementen wijzigen of bestaande herschikken door deze te slepen.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A)

Lbl en LBody

Lijsten moeten de volgende structuur hebben: een lijst element moet Lijstitemelementen bevatten. Lijstitemelementen kunnen alleen Labelelementen en Lijstitemtekstelementen bevatten. Wanneer deze regelcontrole mislukt, is de structuur van deze lijst onjuist.

Als u de lijststructuur wilt repareren:

  1. Zoek de lijst in het deelvenster Toegankelijkheidscontrole door met de rechtermuisknop te klikken (Windows) of door Ctrl vast te houden en te klikken (Mac OS) op het mislukte element en de optie Tonen te kiezen in het deelvenster Codes.
  2. U kunt elementen maken, typen elementen wijzigen of bestaande herschikken door deze te slepen.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 1.3.1 Info en relaties. (Niveau A)

Koppen

Goed nesten

Deze regel controleert geneste koppen. Als deze controle mislukt, worden de koppen niet correct genest.

Als u de lijststructuur wilt repareren:

  1. Zoek de lijst in het deelvenster Toegankelijkheidscontrole door met de rechtermuisknop (Windows) of Ctrl-klik (macOS) op het mislukte element te klikken en Tonen in het deelvenster Tags te kiezen.
  2. U kunt elementen maken, typen elementen wijzigen of bestaande herschikken door deze te slepen.
Opmerking:

Zie de verwante WCAG-sectie: 2.4.6 Koppen en labels. (Niveau AA). De volgorde van koppen is geen vereiste van WCAG en wordt alleen aanbevolen.

WCAG-toewijzing aan PDF/UA

WCAG 2.0 ISO 14289 -1 (Bestand) Technieken
1.1.1 Niet-tekstuele inhoud. (A)
  • 7.3 gaat over inhoud die tekstwijziging vereist.
  • 7.18.1 alinea vier is een beschrijving van besturingselementen.
  • 7.18.6.2 gaat over op tijd gebaseerde media-alternatieven. Gebruiksgevallen van Test, Sensory en CAPTCHA worden geregeld via de gebruikte technische middelen.
  • 7.1 alinea 1, zin 2 gaat over decoratie.
1.2.1 Alleen audio en alleen video (vooraf opgenomen). (A)
  • 7.18.6.2 gaat over op tijd gebaseerde media-alternatieven. Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
1.2.2 Bijschriften (vooraf opgenomen). (A)
  • 7.18.6.2 gaat over op tijd gebaseerde media-alternatieven. Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
1.2.3 Audio-beschrijving of media-alternatief (vooraf opgenomen). (A)
  • 7.18.6.2 gaat over op tijd gebaseerde media-alternatieven. Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
1.2.4 Bijschriften (live). (AA)
  • Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
1.2.5 Audio-beschrijving (vooraf opgenomen). (AA)
  • 7.18.6.2 gaat over op tijd gebaseerde media-alternatieven. Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
1.2.6 Gebarentaal (vooraf opgenomen). (AAA)
  • Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
 
1.2.7 Uitgebreide audiobeschrijving (vooraf opgenomen). (AAA)
  • Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
 
1.2.8 Media-alternatief (vooraf opgenomen). (AAA)
  • 7.18.6.2 gaat over op tijd gebaseerde media-alternatieven. Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
 
1.2.9 Alleen audio (live). (AAA)
  • Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
 
1.3.1 Informatie en relaties. (Niveau A)
  • 7.1 - 7.10 en 7.20 gaan over structuur en relaties in inhoud.
  • 7.17 en 7.18 gaan over structuur en relaties in annotaties.
1.3.2 Betekenisvolle reeks. (Niveau A)
  • 7.2 alinea twee gaat over de betekenisvolle reeks van inhoud.
  • 7.17 gaat over eigenschappen van navigatie.
  • 7.18.3 gaat over tabvolgorde in annotaties.
1.3.3 Sensorische kenmerken. (Niveau A)
  • 7.1, alinea 6 en 7
1.4.1 Gebruik van kleur. (Niveau A)
  • 7.1, alinea 6
1.4.2 Audioregeling. (Niveau A)
  • Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
1.4.3 Contrast (minimum). (Niveau AA)
  • 7.1, alinea 6 en opmerking 4
1.4.4 Tekst vergroten of verkleinen. (Niveau AA)
  • Niet van toepassing
1.4.5 Afbeeldingen van tekst. (Niveau AA)
  • 7.3, alinea 6
1.4.6 Contrast (uitgebreid). (Niveau AAA)
  • 7.1, alinea 6
 
1.4.7 Weinig of geen achtergrond-audio. (Niveau AAA)
  • ISO 14289 behandelt dit succescriterium niet, maar de PDF-bestanden en -lezers moeten voldoen aan ISO 14289 om aan deze norm te voldoen. De manier waarop de ontwikkelaars dit succescriterium in PDF's ondersteunen, is niet gedefinieerd in ISO 14289 of ISO 32000.
 
1.4.8 Visuele presentatie. (Niveau AAA)
  • Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
 
1.4.9 Afbeeldingen van tekst (geen uitzondering). (Niveau AAA)
  • 7.3 alinea 1
 
2.1.1 Toetsenbord. (Niveau A)
  • Niet van toepassing
2.1.2 Geen toetsenbordovervulling. (Niveau A)
  • Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
2.1.3 Toetsenbord (geen uitzondering). (Niveau AAA)
  • 7.19, alinea 3
 
2.2.1 Aanpasbare timing. (Niveau A)
  • 7.19, alinea drie is van toepassing, maar meestal is deze regel ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
2.2.2 Pauze, Stop, Verbergen. (Niveau A)
  • 7.19
2.2.3 Geen timing. (Niveau AAA)
  • 7.19
 
2.2.4 Onderbrekingen. (Niveau AAA)
  • 7.19
 
2.2.5 Herverificatie. (Niveau AAA)
  • Niet van toepassing
 
2.3.1 Drie instanties van Flash of onder de drempelwaarde. (Niveau A)
  • 7.1, alinea 5
2.3.2 Drie instanties van Flash.(Niveau AAA)
  • 7.1, alinea 5
 
2.4.1 Blokkeringen omzeilen. (Niveau A)
  • Niet van toepassing, tenzij PDF herhaalde echte inhoud bevat. De pagina-inhoud, zoals lopende kop- en voetteksten, moet in overeenstemming zijn met 7.8.
2.4.2 Getitelde pagina. (Niveau A)
  • 7.1, alinea 8 en 9
2.4.3 Activeringsvolgorde. (Niveau A)
  • 7.1, alinea 2, 7.18.1; alinea 2, 7.18.3
2.4.4 Verbindingsdoel (in context). (Niveau A)
  • 7.18.5
2.4.5 Meerdere manieren. (Niveau AA)
  • PDF's kunnen op verschillende manieren aan deze voorwaarde voldoen, zoals omtrekken (7.17), koppelingen (7.18.5) en paginalabels.
2.4.6 Koppen en labels. (Niveau AA)
  • 7.4
2.4.7 Focus zichtbaar. (Niveau AA)
  • Niet van toepassing
2.4.8 Locatie. (Niveau AAA)
  • 7.4, 7.17
 
2.4.9 Koppelingsdoel (alleen koppeling). (Niveau AAA)
  • 7.18.5
 
2.4.10 Sectiekoppen. (Niveau AAA)
  • 7.4
 
3.1.1 Taal van pagina. (Niveau A)
  • 7.2, alinea 3.
3.1.2 Taal van onderdelen. (Niveau AA)
  • 7.2, alinea 3.
3.1.3 Ongebruikelijke woorden. (Niveau AAA)
  • Niet behandeld in ISO 14289. Zie ISO 32000-1, sectie 14.9.5.
 
3.1.4 Afkortingen. (Niveau AAA)
  • Niet behandeld in ISO 14289. Zie ISO 32000-1, sectie 14.9.5.
 
3.1.5 Leesniveau. (Niveau AAA)
  • Geen invloed op toegankelijkheidsondersteuning. Deze regel is ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers van toepassingen en documenten rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
 
3.1.6 Uitspraak. (Niveau AAA)
  • PDF biedt verschillende manieren om media en andere opties in te zetten voor uitspraakhulp. Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
 
3.2.1 Veld activeren. (Niveau A)
  • 7.18, alinea 2
3.2.2 Over invoer. (Niveau A)
  • 7.18, alinea 2
3.2.3 Consistente navigatie. (Niveau AA)
  • 7.1, alinea 1, 7.17
3.2.4 Consistente identificatie. (Niveau AA)
  • 7.1, alinea 1
3.2.5 Wijziging op aanvraag. (Niveau AAA)
  • 7.19, alinea 2
 
3.3.1 Foutenidentificatie. (Niveau A)
  • Ontwerpspecifiek. Het is nodig dat ontwerpers en ontwikkelaars rekening houden met deze bepaling en op conformiteit letten.
3.3.2 Labels of instructies (niveau A)  
4.1.2 Naam, rol, waarde  

 Adobe

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?