Informatie over georuimtelijke PDF's

Een georuimtelijke PDF bevat gegevens die vereist zijn om georuimtelijke referenties te maken naar locatiegegevens. Wanneer georuimtelijke gegevens worden geïmporteerd naar een PDF, blijven in Acrobat DC de georuimtelijke coördinaten behouden. Met de coördinaten kunt u de PDF bekijken en interactief werken met de PDF om locatiegegevens te zoeken en markeren.

Georuimtelijke gegevens kunnen op vectoren of rasters zijn gebaseerd of op een combinatie van beide. Nadat u georuimtelijke gegevens naar Acrobat DC hebt geïmporteerd, kunt u de gegevens op verschillende manieren gebruiken:

  • Coördinaten van locaties zoeken en markeren.

  • Afstand, omtrek en oppervlak meten.

  • Het coördinatenstelsel en de maateenheden wijzigen.

  • Coördinaten van locaties kopiëren naar het klembord en met behulp van de coördinaten locaties tonen in verschillende kaartservices op internet.

Georuimtelijke PDF's maken

U kunt een georuimtelijke PDF op een van de volgende manieren maken:

  • Een georuimtelijk TIFF- (GeoTIFF) of JPEG 2000-bestand openen

  • Een PDF-kaart georuimtelijk registreren of georuimtelijke gegevens scannen

Wanneer u een geïmporteerd bestand opent, worden meetwaarden, puntpositie en lengte weergegeven in geografische coördinaten. U kunt deze gegevens wijzigen, meten en markeren. U kunt ook een PDF-kaart samenstellen aan de hand van diverse bronnen.

GeoTIFF- en JPEG 2000-bestanden openen

GeoTIFF- en JPEG 2000-bestanden zijn rasterafbeeldingen die u kunt importeren als nieuwe documenten of als nieuwe lagen in een bestaand document. In Acrobat DC blijven de georuimtelijke gegevens behouden die zijn ingesloten in het bestand. Deze bestanden behouden hun georuimtelijke gegevens wanneer ze worden geïmporteerd. Als u deze bestanden in bestaande documenten importeert, wordt hun coördinatensysteem omgezet in het coördinatensysteem van het document.

  1. Kies Bestand > Maken > PDF van bestand.

  2. Selecteer het georuimtelijke bestand dat u wilt importeren.
  3. Selecteer de gewenste instellingen en klik op OK.

Shape-bestanden importeren

U kunt een shape-bestand importeren als nieuwe laag in een bestaand PDF-bestand. Het shape-bestand moet overlappen met de huidige PDF-kaart. Anders wordt het bestand niet geïmporteerd. Als de overlapping slechts gedeeltelijk is, wordt alleen het gedeelte geïmporteerd dat de huidige PDF overlapt.

Een shape-bestand bestaat uit diverse bestanden met verschillende bestandsextensies. In Acrobat moeten zowel het SHP-bestand als het DBF-bestand worden geïmporteerd.

  1. Open een PDF-kaart en kies Beeld > Tonen/verbergen > Navigatievensters > Lagen.

  2. Selecteer Optie op de zijbalk Laag en klik op Importeren als laag.

  3. Blader naar het SHP-bestand en selecteer dit.
  4. Klik op Instellingen en wijzig de Lijneigenschappen in een ononderbroken lijn en de lijnkleur in blauw.

Interactie met georuimtelijke PDF's

Wanneer u een georuimtelijke PDF opent, kunt u zoeken naar locaties, afstanden meten en locatiemarkeringen toevoegen. U kunt ook coördinaten naar het klembord kopiëren en deze gebruiken voor een kaartservice op internet.

Geef de georuimtelijke meetgereedschappen weer door Gereedschappen > Meten te kiezen.

Met het gereedschap Georuimtelijke locatie kunt u de volgende taken uitvoeren:

  • Breedte- en lengtegraad weergeven als de aanwijzer zich bevindt op een gebied waarvoor georuimtelijke gegevens beschikbaar zijn.

  • Een locatie markeren met een georuimtelijke annotatie.

  • Zoeken naar een locatie in een document.

Kaartlocaties zoeken

  1. Open een georuimtelijke PDF en kies Gereedschappen > Meten > Gereedschap Georuimtelijke locatie.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de kaart en klik op Een locatie zoeken.

  3. Typ de waarden voor lengte- en breedtegraad (graden, minuten en seconden of decimalen) in de twee tekstvakken en klik op Zoeken.

    Als er ten minste één locatie beschikbaar is, wordt de locatie gemarkeerd met een blauw vierkantje en wordt de pagina gecentreerd rond de gemarkeerde locatie.

  4. Als de PDF meerdere kaarten bevat, klikt u op de knoppen Volgende of Vorige om eventuele aanvullende resultaten weer te geven. Meerdere locaties zijn beschikbaar in verschillende situaties:

    • Als een document meerdere kaarten bevat (een PDF bevat bijvoorbeeld een kleinere kaart in een grotere kaart, zoals een stadskaart in een kaart van een land). Als u een locatie in de stad zoekt, geeft Acrobat DC de resultaten zowel weer in de grote kaart als in de stadskaart.

    • Als een document meerdere pagina's van een kaart bevat (pagina één is bijvoorbeeld een kaart van een land en pagina twee is een kaart van een stad in dat land).

  5. (Optioneel) U voegt als volgt een opmerking toe (bijvoorbeeld een plaatsnaam of adres): klik op de locatiemarkering en voer de informatie in het opmerkingvak in.
  6. U beëindigt de zoekopdracht door met de rechtermuisknop te klikken in de kaart. Selecteer vervolgens Zoeken naar locatie verbergen om de zoekvakken te verwijderen.

Georuimtelijke locaties markeren

  1. Open een georuimtelijke PDF en kies Gereedschappen > Meten > Gereedschap Georuimtelijke locatie.

  2. Beweeg de muisaanwijzer over het document om breedte- en lengtewaarden weer te geven van gebieden waarvoor georuimtelijke informatie beschikbaar is. Klik met de rechtermuisknop in de kaart en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op Een locatie zoeken om een locatie te zoeken. Kies de waarden voor de lengte- en breedtegraad en klik op Zoeken.

    • Klik op Locatie markeren om een locatie te markeren met georuimtelijke informatie.

  3. (Optioneel) U voegt als volgt een opmerking toe (bijvoorbeeld een plaatsnaam of adres): klik op de locatiemarkering en voer de informatie in het opmerkingvak in.

Afstand, omtrek en oppervlak meten op kaarten

Wanneer u een georuimtelijke PDF opent, leest u met de meetgereedschappen de georuimtelijke informatie en meet u hiermee afstand en oppervlak in plaats van afmetingen van de pagina of objecten. Met de meetgereedschappen kunt u afstand, omtrek en oppervlak berekenen op een georuimtelijke PDF. Terwijl u de muisaanwijzer over inhoud in het document beweegt, wordt door uitlijnmarkeringen aangegeven dat u zich op een pad of het eindpunt van een pad bevindt. U kunt ook de breedte- en lengtewaarde van een locatie zien als de muisaanwijzer zich bevindt op georuimtelijke inhoud.

  1. Kies Gereedschappen > Meten > Meetgereedschap.

  2. Selecteer in de weergave Meetgereedschap een type meting: Afstand , Gebied of Omtrek .

  3. Selecteer een uitlijnoptie:
    • Uitlijnen op paden

    • Uitlijnen op eindpunten

    • Uitlijnen op middelpunten

    • Uitlijnen op snijpunten

  4. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Als u het gereedschap Afstand gebruikt, klikt u op het punt waar de meting moet beginnen, en sleept u vervolgens naar het eindpunt. Klik hier nogmaals. De afstand wordt rechtsonder weergegeven.

    • Als u het gereedschap Omtrek gebruikt, klikt u in de kaart in een hoek van de omtrek en sleept u vervolgens naar elke volgende hoek. Klik op elke hoek en dubbelklik op het eindpunt. In het informatievenster wordt de omtrek weergegeven.

    • Als u het gereedschap Oppervlak gebruikt, klikt u in de kaart op een hoek van het oppervlak en sleept u vervolgens naar elke volgende hoek. Klik voordat u van richting verandert. Dubbelklik op het eindpunt om het hele gebied weer te geven.

  5. Voltooi de meting door met de rechtermuisknop te klikken en Meting voltooien te kiezen. Of u selecteert Meting annuleren.

Locatiecoördinaten naar het klembord kopiëren en gebruiken voor een kaartservice op internet

Als u een locatie hebt gevonden in een georuimtelijke PDF, kunt u de coördinaten kopiëren naar het klembord. Vanaf het klembord kunt u de gegevens plakken in een kaartservice op internet dat breedte- en lengtecoördinaten leest.

  1. Kies Gereedschappen > Meting > Gereedschap Georuimtelijke locatie, klik met de rechtermuisknop op de locatie op de kaart en kies Locatie markeren.

  2. Open de annotatie bij de locatie en kopieer de locatiegegevens.

    Acrobat kopieert de gegevens in de volgende notatie: eerst breedte dan lengte, gescheiden door een spatie. Plak de gegevens in de adresbalk van een kaartservice op internet die de locatiegegevens kan interpreteren.

Maateenheden in een document wijzigen

Als u het type maateenheid wilt wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop in de kaart met het gereedschap Meten en kiest u Afstandseenheid of Gebiedseenheid. Selecteer vervolgens een metingstype.

Voorkeuren voor georuimtelijke metingen wijzigen

U kunt de maateenheden voor alle georuimtelijke PDF's wijzigen in het dialoogvenster Voorkeuren. Klik op Meting (geo) in de sectie Categorieën.

Maatmarkeringen inschakelen

Hiermee voegt u een label toe aan een georuimtelijke meting. Als Maatmarkeringen inschakelen is geselecteerd, kiest u Label gebruiken en typt u vervolgens een label voor metingen.

Voorbeeld van instellingen weergeven

Selecteer de delen van paden waarop u metingen wilt uitlijnen.

Waarde weergeven als

Hiermee bepaalt u hoe breedte- en lengtewaarden worden berekend. Kies Decimaal als u de breedte en lengte wilt weergeven als decimale breuk. Kies Graden, minuten, seconden als u elke lengtegraad wilt verdelen in 60 minuten en elke minuut in 60 seconden.

Richting weergeven als

U hebt de keuze uit Ondertekend en Benoemd. Bij benoemde richtingen wordt een N (noord) of Z (zuid) naast de breedte weergegeven en een O (oost) of W (west) naast de lengte.

Breedte en lengte altijd als WGS 1984 weergeven

Schakel dit selectievakje in om te zorgen dat voor de breedte en lengte het huidige standaardreferentiekader voor de aarde wordt gebruikt (World Geodetic System 1984). Voor oudere kaarten die zijn getekend met een eerder raster (bijvoorbeeld NAD 1927), kunt u deze optie uitschakelen als u de oorspronkelijke waarden wilt zien. Als een oudere kaart met de eigen coördinaten is geregistreerd, kunnen de coördinaatposities afwijken van de huidige normen die worden gebruikt in GPS-apparaten en kaartservices op internet.

Standaardafstandseenheid gebruiken

Selecteer de maateenheid die u wilt gebruiken.

Standaardgebiedseenheid gebruiken

Het oppervlak kan met een andere eenheid worden gemeten dan de afstand.

Geen transparantielaag weergeven in GeoTIFF- en JPEG 2000-afbeeldingen

Indelingen van rasterafbeeldingen hebben een transparantielaag die u kunt verwijderen.

Locatie- en maatmarkeringen exporteren

U kunt georuimtelijke gegevens en meetgegevens exporteren naar een FDF-bestand. Elke georuimtelijke annotatie heeft een GPTS-waarde. De waarde komt overeen met de breedte en hoogte voor elk van de annotatiepunten. U kunt onder andere de volgende gegevenstypen exporteren:

  • Gemarkeerde locaties die zijn ingevoerd met het gereedschap Georuimtelijke locatie

  • Gemeten afstand, omtrek (samengestelde afstand) en gebied die zijn ingevoerd met het gereedschap Meten boven georuimtelijke inhoud

Georuimtelijke gegevens kunnen worden geëxporteerd met het venster Lijst met opmerkingen.

  1. Als u alle opmerkingen wilt exporteren, opent u het deelvenster Lijst met opmerkingen (Gereedschappen > Opmerking) en kiest u Opties > Alles exporteren naar gegevensbestand.

  2. Als u een subset van de opmerkingen wilt exporteren, selecteert u de opmerkingen en kiest u Opties > Selectie exporteren naar gegevensbestand. Typ de bestandnaam en klik op Opslaan. Het FDF-bestand wordt opgeslagen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid