Informatie over Handelingen

U kunt opgeven dat er een handeling wordt uitgevoerd wanneer er op een bladwijzer of koppeling wordt geklikt of wanneer een pagina wordt weergegeven. U kunt bijvoorbeeld koppelingen en bladwijzers gebruiken om naar een andere locatie in een document te gaan of om menuopties en andere handelingen uit te voeren. Handelingen worden ingesteld in het dialoogvenster Eigenschappen.

Voor bladwijzers of koppelingen geeft u een handeling op die plaatsvindt wanneer er op de bladwijzer of koppeling wordt geklikt. Voor andere items, zoals pagina's, mediaclips en formuliervelden, definieert u een trigger waarmee de handeling wordt uitgevoerd en definieert u vervolgens de handeling zelf. U kunt meerdere handelingen toevoegen aan één trigger.

Met de optie Vergrendeld kunt u voorkomen dat de weergave en de handelingen die aan een object zijn gekoppeld, per ongeluk worden verwijderd.

Een handeling toevoegen aan bladwijzers, formuliervelden, knoppen of clips

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Gebruik het gereedschap Handje en klik met de rechtermuisknop op de bladwijzer. Kies vervolgens Eigenschappen.

    • Kies Gereedschappen > Multimedia > Object selecteren, dubbelklik op de koppeling, mediaclip of het formulierveld en kies Eigenschappen.

  2. Klik op het tabblad Handelingen.

  3. Selecteer in het menu Handeling selecteren het type handeling dat moet worden uitgevoerd en klik op Toevoegen. U kunt meerdere handelingen uitvoeren, waarbij deze worden uitgevoerd in de volgorde waarin ze staan vermeld in de keuzelijst Handelingen.

  4. (Optioneel) Selecteer op het tabblad Handelingen een handeling en gebruik de knoppen om de handeling naar een andere positie te verplaatsen, te bewerken of te verwijderen.

  5. Klik op OK om de handelingen te accepteren. Als u het gereedschap Multimedia wilt sluiten, klikt u op het pictogram met het kruisje rechts op werkbalk.

Handelingen toevoegen aan paginaminiaturen

U kunt de interactieve kwaliteit van een document verhogen door handelingen op te geven, bijvoorbeeld het verhogen van de zoomwaarde, die worden uitgevoerd wanneer een pagina wordt geopend of gesloten.

  1. Klik op de knop Paginaminiaturen links in het scherm.

  2. Selecteer de miniatuur voor de pagina en kies Pagina-eigenschappen in het optiemenu .

  3. Klik op het tabblad Handelingen.

  4. Kies in het menu Trigger selecteren de optie Pagina openen om een handeling in te stellen wanneer de pagina wordt geopend. Kies Pagina sluiten om een handeling in te stellen wanneer de pagina wordt gesloten.

  5. Kies een handeling in het menu Handeling selecteren en klik op Toevoegen.

  6. Geef de opties voor de handeling op en klik op OK. Welke opties beschikbaar zijn, is afhankelijk van de geselecteerde handeling.

  7. Als u een serie handelingen wilt maken, kiest u nog een handeling in het menu en klikt u nogmaals op Toevoegen. Gebruik de knoppen Omhoog en Omlaag om de handelingen te rangschikken in de volgorde waarin deze moeten plaatsvinden.

    Opmerking:

    Als u een handeling instelt waarmee naar Volledig scherm wordt geschakeld bij het openen of sluiten van de pagina, is de modus Volledig scherm de volgende keer dat dezelfde pagina wordt geopend of gesloten, ingeschakeld.

  8. Sluit alle geopende dialoogvensters, indien aanwezig. Klik op het pictogram met het kruisje rechts op de werkbalk om het gereedschap te sluiten.

Typen handelingen

U kunt de volgende handelingen toewijzen aan koppelingen, bladwijzers, pagina's, mediaclips en formuliervelden:

Een menuopdracht uitvoeren

Hiermee wordt een opgegeven menuopdracht uitgevoerd als de handeling.

Naar een 3D-/multimediaweergave gaan

Hiermee gaat u naar de opgegeven 3D-weergave.

Naar een paginaweergave gaan

Hiermee wordt naar het opgegeven doel in het huidige document of een ander document gesprongen.

Formuliergegevens importeren

Hiermee importeert u formuliergegevens uit een ander bestand en plaatst u deze in het actieve formulier.

Multimediabewerking (Acrobat 9 en hoger)

Hiermee wordt een opgegeven handeling voor een multimediaobject in het bestand uitgevoerd (bijvoorbeeld het afspelen van een geluidsbestand). Het multimediaobject moet zijn toegevoegd aan het bestand voordat u een handeling kunt vastleggen voor het object.

Een bestand openen

Hiermee wordt een bestand gestart en geopend. Als u een PDF-bestand met een koppeling naar een ander bestand verspreidt, heeft de lezer de oorspronkelijke toepassing van dat gekoppelde bestand nodig om het bestand te openen. Mogelijk moet u voor het doelbestand voorkeuren voor openen toevoegen.

Een webkoppeling openen

Hiermee wordt naar het opgegeven doel op internet gegaan. U kunt http-, ftp- en mailto-protocollen gebruiken om de koppeling te definiëren.

Een geluid afspelen

Hiermee wordt het opgegeven geluidsbestand afgespeeld. Het geluid is ingesloten in het PDF-document in een indeling die geschikt is voor meerdere platforms.

Media afspelen (compatibel met Acrobat 5)

Hiermee wordt de opgegeven QuickTime- of AVI-film afgespeeld die als Acrobat 5-compatibel is gemaakt. De opgegeven film moet in een PDF-document zijn ingesloten.

Media afspelen (compatibel met Acrobat 6 en hoger)

Hiermee wordt een opgegeven film afgespeeld die als Acrobat 6-compatibel is gemaakt. De opgegeven film moet in een PDF-document zijn ingesloten.

Een artikel lezen

Hiermee wordt een artikelthread in het actieve document of in een ander PDF-document gevolgd.

Een formulier opnieuw instellen

Hiermee worden de gegevens gewist die eerder in een formulier zijn ingevoerd. U kunt in het dialoogvenster Velden selecteren aangeven welke velden opnieuw moeten worden ingesteld.

JavaScript uitvoeren

Hiermee wordt het opgegeven JavaScript uitgevoerd.

Zichtbaarheid van laag instellen

Hiermee bepaalt u welke laaginstellingen actief zijn. Voordat u deze handeling toevoegt, geeft u de juiste laaginstellingen op.

Een veld tonen/verbergen

Hiermee wordt een veld in een PDF-document weergegeven of verborgen. Deze optie is vooral handig bij formuliervelden. Als er bijvoorbeeld een object moet worden weergegeven wanneer de aanwijzer zich op een knop bevindt, kunt u een handeling instellen waarmee een veld wordt weergegeven bij de trigger Cursor binnen gebied en wordt verborgen bij Cursor buiten gebied.

Een formulier verzenden

Hiermee verzendt u de formuliergegevens naar de opgegeven URL.

Typen triggers

Triggers bepalen hoe handelingen worden geactiveerd in mediaclips, pagina's en formuliervelden. U kunt bijvoorbeeld een film- of geluidsclip opgeven die moet worden afgespeeld wanneer een pagina wordt geopend of gesloten. Welke opties beschikbaar zijn, is afhankelijk van het opgegeven pagina-element.

U kunt de volgende triggers gebruiken voor mediaclips en formuliervelden (niet voor koppelingen of bladwijzers):

Muisknop loslaten (Acrobat Pro DC)

Wanneer na het klikken de muisknop wordt losgelaten. Dit is de meest voorkomende knoptrigger, omdat gebruikers de aanwijzer nog van de knop kunnen weghalen als zij de handeling niet willen uitvoeren.

Pagina zichtbaar (alleen mediaclips)

Wanneer de pagina die de mediaclip bevat zichtbaar is, ongeacht of het de huidige pagina is. Een pagina kan zichtbaar zijn zonder dat het de huidige pagina is, zoals wanneer pagina's naast elkaar worden weergegeven bij een indeling met doorlopende pagina's.

Pagina verborgen (alleen mediaclips)

Wanneer de pagina met de mediaclip uit de weergave wordt verplaatst.

Pagina openen (alleen mediaclips)

Wanneer de pagina met de mediaclip de huidige pagina wordt.

Pagina sluiten (alleen mediaclips)

Wanneer een gebruiker de pagina verlaat die de mediaclip bevat.

Muisknop indrukken

Wanneer er met de muisknop wordt geklikt en de muisknop ingedrukt blijft. In de meeste gevallen is Muisknop loslaten de voorkeurstrigger.

Cursor binnen gebied

Wanneer de aanwijzer naar het veld of afspeelgebied gaat.

Cursor buiten gebied

Wanneer de aanwijzer het veld of afspeelgebied verlaat.

Bij focus (alleen mediaclips)

Wanneer het koppelingsgebied wordt geactiveerd door een muishandeling of met de Tab-toets.

Bij verlies focus (alleen mediaclips)

Wanneer een ander koppelingsgebied wordt geactiveerd.

JavaScript in Acrobat

De JavaScript-taal is door Netscape Communications ontwikkeld om gemakkelijker interactieve webpagina's te maken. Adobe heeft JavaScript uitgebreid, zodat u deze interactiviteit gemakkelijk in uw PDF-documenten kunt integreren.

U kunt JavaScript-code aanroepen met handelingen die zijn gekoppeld aan bladwijzers, koppelingen en pagina's. Met de optie Documenthandelingen instellen kunt u JavaScript-handelingen op documentniveau maken die van toepassing zijn op het gehele document. Als u bijvoorbeeld Document is opgeslagen selecteert, worden JavaScript-bewerkingen uitgevoerd nadat het document is opgeslagen.

Acrobat Pro DC is vereist om JavaScript te kunnen gebruiken met formulieren en wizards Handelingen.

In Acrobat Pro DC kunt u ook JavaScript gebruiken met PDF-formulieren en de wizard Handelingen. De meest voorkomende toepassingen voor JavaScript in formulieren betreffen het indelen, berekenen en verifiëren van gegevens en het toewijzen van een handeling. Scripts op veldniveau worden gekoppeld aan een specifiek formulierveld of specifieke formuliervelden, zoals een knop. Dit type script wordt uitgevoerd wanneer er een gebeurtenis plaatsvindt, zoals het loslaten van de muisknop.

Als u wilt leren hoe u JavaScript-scripts maakt, kunt u de desbetreffende handleidingen downloaden vanaf de website van Adobe. Developing Acrobat®Applications Using JavaScript™ bevat achtergrondinformatie en zelfstudies. De JavaScript™ for Acrobat®API Reference bevat gedetailleerde referentiegegevens. Deze en andere JavaScript-bronnen bevinden zich op de Adobe-website.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid