Kleurscheidingen

Om kleurenafbeeldingen en afbeeldingen met verlopende tonen te kunnen maken, scheidt de drukker illustraties gewoonlijk in vier platen (proceskleuren genaamd), één plaat voor het cyaan gedeelte, één plaat voor het magenta gedeelte, één plaat voor het gele gedeelte en één plaat voor het zwarte gedeelte van de afbeelding. U kunt ook andere kleuren inkt toevoegen (steunkleuren genaamd). In dat geval wordt een aparte plaat gemaakt voor elke steunkleur. Wanneer de platen met de juiste inkt worden bedekt en met elkaar in het register worden gedrukt, worden deze kleuren gecombineerd tot die van de oorspronkelijke illustratie.

Het proces waarbij de afbeelding wordt gescheiden in twee of meer kleuren, heet kleuren scheiden. De films op basis waarvan de platen worden gemaakt, worden scheidingen genoemd.

Samengestelde afbeelding afgedrukt op een kleurenlaserprinter vergeleken met vier kleurscheidingen afgedrukt met een imagesetter
Samengestelde afbeelding afgedrukt op een kleurenlaserprinter vergeleken met vier kleurscheidingen afgedrukt met een imagesetter.

Opmerking:

Voor scheidingen van hoge kwaliteit moet u nauw samenwerken met de drukkerij die de kleurscheidingen gaat produceren, en hun experts raadplegen voor en tijdens elke taak en tijdens het gehele proces. Ga naar www.adobe.com/go/lrvid4021_ai_nl voor een video over het gebruik van het deelvenster Voorvertoning scheidingen.

Illustraties voorbereiden voor kleurscheidingen

Voordat u kleurscheidingen afdrukt vanuit Illustrator, is het verstandig om de volgende prepress-taken uit te voeren:

  • Stel een kleurbeheer in, waarbij u onder andere uw beeldscherm kalibreert en een kleurinstelling in Illustrator kiest.

  • Controleer elektronisch hoe kleuren worden weergegeven op het beoogde uitvoerapparaat. Kies Venster > Voorvertoning scheidingen om te bekijken hoe kleurscheidingen er uit zullen zien.

  • Als het document zich in de RGB-modus bevindt, kiest u Bestand > Documentkleurmodus > CMYK-kleur om het document om te zetten in CMYK-modus.

  • Als uw illustratie kleurovervloeiingen bevat, optimaliseert u deze zodat ze vloeiend (zonder aparte kleurstroken) worden afgedrukt.

  • Als overvullen nodig is in uw illustraties, kiest u de juiste instellingen voor overdrukken en overvullen.

  • Als uw illustratie gebieden met transparante, overlappende kleuren bevat, bekijkt u welke gebieden worden beïnvloed door afvlakking en noteert u welke afvlakkingsopties u wilt gebruiken.

Opmerking:

U gebruikt het dialoogvenster Actieve kleur om kleuren om te zetten en het aantal kleuren te reduceren. Als u bijvoorbeeld een document met proceskleuren wilt omzetten in een document met twee steunkleuren, dan gebruikt u het gedeelte Toewijzen in het dialoogvenster Actieve kleur om op te geven welke kleuren u wilt hebben en hoe die worden toegewezen aan bestaande kleuren.

Kleurscheidingen vooraf bekijken

U kunt een voorvertoning van kleurscheidingen en overdrukken weergeven in het deelvenster Voorvertoning scheidingen. Ga naar www.adobe.com/go/lrvid4021_ai_nl voor een video over het gebruik van het deelvenster Voorvertoning scheidingen.

Dankzij voorvertoningen van scheidingen op uw beeldscherm kunt u steunkleurobjecten in uw document voorvertonen en het volgende controleren:

Verzadigd zwart

Door voorbeelden van scheidingen weer te geven, kunt u gebieden herkennen die in verzadigd zwart, of in de proceskleur zwart (K) gemengd met kleurinkten worden weergegeven om zo een betere dekking en rijkere kleur te realiseren.

Overdrukken

U kunt een voorvertoning weergeven van de manier waarop overvloeiing, transparantie en overdrukken in kleurgescheiden uitvoer worden weergegeven. Ook kunt u de effecten van overdrukken zien als u het document op een samengesteld afdrukapparaat uitvoert.

Opmerking:

Het deelvenster Voorvertoning scheidingen in Illustrator wijkt enigszins af van de deelvensters voor voorvertoningen van scheidingen in InDesign en Acrobat. Het deelvenster Voorvertoning in Illustrator is bijvoorbeeld alleen geschikt voor CMYK- documenten.

  1. Kies Venster > Voorvertoning scheidingen.
  2. Selecteer Voorvertoning overdruk.
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een scheidingsinkt wilt verbergen op het scherm, klikt u op het oogpictogram  links van de scheidingnaam. Klik nogmaals om de scheiding te bekijken.

    • Als u alle scheidingsinkten op het scherm wilt verbergen, met uitzondering van één bepaalde inkt, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u op het oogpictogram van de desbetreffende scheiding. Klik nogmaals op het oogpictogram terwijl u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houdt als u alle scheidingen weer wilt weergeven.

    • Klik op het CMYK-pictogram  als u alle procesplaten tegelijk wilt weergeven.

  4. U keert terug naar de normale weergave door Voorvertoning overdruk uit te schakelen.

Alhoewel u met het weergeven van een voorvertoning problemen in een vroeg stadium aan het licht kunt brengen zonder dat u kosten hoeft te maken voor het afdrukken van scheidingen, kunt u geen voorvertoning weergeven van overvullingen, emulsieopties, drukkersmarkeringen, en halftoonrasters en ‑resolutie. Raadpleeg de drukker en vraag hem deze instellingen te controleren aan de hand van integrale proefdrukken of overlay-proefdrukken. Als u in het deelvenster Voorvertoning scheidingen instelt dat inkten al dan niet zichtbaar zijn op het scherm, heeft dat geen invloed op het feitelijke scheiden, het gaat alleen om de weergave op het scherm tijdens de voorvertoning.

Opmerking:

Objecten op verborgen lagen worden niet in een voorvertoning op het scherm weergegeven.

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Selecteer een printer en een PPD-bestand. Als u niet naar een printer maar naar een bestand wilt afdrukken, kiest u Adobe PostScript®-bestand of Adobe PDF.
  3. Selecteer Uitvoer aan de linkerkant van het dialoogvenster Afdrukken.
  4. Selecteer bij Modus de optie Scheidingen (op host) of In-RIP-scheidingen.
  5. Geef een emulsie, beeldbelichting en printerresolutie voor de scheidingen op.
  6. Stel opties in voor de kleurplaten die u wilt scheiden:
    • Als u het afdrukken van een kleurplaat wilt uitschakelen, klikt u op het printerpictogram  naast de kleur in de lijst Opties voor documentinkt. Klik nogmaals als u het afdrukken voor de kleur weer wilt herstellen.

    • Als u alle steunkleuren wilt omzetten in proceskleuren zodat ze allemaal als onderdeel van de proceskleurplaten en niet op afzonderlijke platen worden afgedrukt, selecteert u Alle steunkleuren omzetten in proceskleuren.

    • Als u een afzonderlijke steunkleur wilt omzetten in proceskleuren, klikt u op het steunkleurpictogram  naast de kleur in de lijst Opties voor documentinkt. Er verschijnt een vierkleurenprocespictogram . Klik nogmaals als u de kleur weer wilt terugzetten naar een steunkleur.

    • Als u alle zwarte inkt wilt overdrukken, selecteert u Zwart overdrukken.

    • Als u de rasterfrequentie, rasterhoek en vorm van halftoonpunten voor een plaat wilt wijzigen, dubbelklikt u op de inktnaam. U kunt ook op de huidige instelling in de lijst Opties voor documentinkt klikken en de gewenste wijzigingen aanbrengen. De standaardhoeken en frequenties worden echter bepaald door het geselecteerde PPD-bestand. Overleg met de drukkerij welke frequentie en hoek de voorkeur heeft voordat u uw eigen halftoonrasters maakt.

      Tip: Als uw illustratie meerdere steunkleuren bevat, en met name interacties tussen twee of meer steunkleuren, kunt u het beste aan elke steunkleur een andere rasterhoek toewijzen.

  7. Stel aanvullende opties in het dialoogvenster Afdrukken in.

    U kunt met name opgeven hoe u de illustratie wilt plaatsen, schalen en uitsnijden, drukkersmarkeringen en een afloop instellen en afvlakkingsinstellingen voor transparante illustraties kiezen.

  8. Klik op Afdrukken.

Opmerking:

Ga naar www.adobe.com/go/lrvid4021_ai_nl voor een video over het gebruik van het deelvenster Voorvertoning scheidingen.

Kleurscheidingsmodi

Illustrator ondersteunt twee algemene PostScript-workflows of -modi voor het maken van kleurscheidingen. Het belangrijkste verschil tussen de twee modi is waar de scheidingen worden gemaakt, op de hostcomputer (het systeem met Illustrator en het printerstuurprogramma) of in de RIP (raster image processor) van het uitvoerapparaat.

In de traditionele, voorgescheiden workflow op een host maakt Illustrator PostScript-gegevens voor elk van de benodigde scheidingen voor het document en stuurt deze gegevens naar het uitvoerapparaat.

In de nieuwe op RIP gebaseerde workflow voert een nieuwe generatie PostScript-RIP's kleurscheidingen, overvullen en zelfs kleurbeheer op de RIP uit. De hostcomputer blijft zo beschikbaar voor andere taken. Bij deze methode kan Illustrator het bestand sneller genereren en wordt de hoeveelheid over te brengen gegevens voor een afdruktaak tot een minimum beperkt. In plaats van bijvoorbeeld PostScript-gegevens voor vier of meer pagina's te verzenden om op de host gebaseerde kleurscheidingen af te drukken, worden nu de PostScript-gegevens voor een enkel samengesteld PostScript-bestand voor verwerking op de RIP verstuurd.

Emulsie en beeldbelichting

Emulsie heeft betrekking op de fotogevoelige laag op film of papier. Leesbaar betekent dat de tekst in de afbeelding leesbaar is (van links naar rechts te lezen) wanneer de fotogevoelige laag naar u toe is gericht. Onleesbaar betekent dat de tekst alleen leesbaar is wanneer de fotogevoelige laag van u af is gericht. Meestal worden afbeeldingen Leesbaar op papier afgedrukt en worden ze Onleesbaar op film afgedrukt. Bepaal in overleg met uw drukker welke emulsierichting u moet gebruiken.

U kunt zien wat de emulsiezijde of de niet-emulsiezijde (ook wel de basis genoemd) is door de film onder een heldere lamp te houden. De ene kant is glanzender dan de andere kant. De doffe kant is de emulsiezijde en de glanzende kant is de basis.

Beeldbelichting bepaalt of een illustratie als een positieve of negatieve afbeelding wordt afgedrukt. Normaal gesproken verwerken drukkerijen in de Verenigde Staten negatieve films en prepress-bureaus in Europa en Japan positieve films. Neem contact op met de drukkerij als u niet weet welk afbeeldingstype u moet gebruiken.

Als u een object wilt afdrukken op alle platen in het afdrukproces, ook op steunkleurplaten, kunt u het object omzetten in een registratiekleur. Aan registratiemarkeringen, snijtekens en pagina-informatie worden automatisch registratiekleuren toegewezen.

  1. Selecteer het object.
  2. Klik in het deelvenster Stalen op het staal Registratiekleur  in de eerste rij met stalen.

    Opmerking:

    Gebruik het deelvenster Kleur om een andere schermkleur dan zwart te kiezen voor de registratiekleur. Objecten met de registratiekleur worden in het scherm voorgesteld met de kleur die u opgeeft. Deze objecten worden op samenstellingen altijd in het grijs afgedrukt en in scheidingen als een gelijke tint van alle inkten.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid